Overwegingen bij COM(2018)462 - Europees instrument voor nucleaire veiligheid, aanvullend op instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking op basis van het Euratom-Verdrag - EU monitor

EU monitor
Zaterdag 21 september 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
(1) De Unie dient de waarden en belangen van de Unie wereldwijd hoog te houden en uit te dragen met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen en beginselen van het externe optreden van de Unie, zoals verankerd in artikel 3, lid 5, en de artikelen 8 en 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

(2) Met het oog op de uitvoering van het nieuwe internationale kader van de Agenda 2030, de integrale strategie en de consensus is Verordening nr .../.... (NDICI) erop gericht de samenhang en doeltreffendheid van het externe optreden van de Unie te vergroten door haar inspanningen te concentreren via een gestroomlijnd instrument om de tenuitvoerlegging van de verschillende beleidslijnen inzake extern optreden te verbeteren.

(3) Het doel van het huidige programma 'Europees instrument voor nucleaire veiligheid ter aanvulling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking op basis van het Euratom-Verdrag' is de bevordering van een effectieve en efficiŽnte nucleaire veiligheid en stralingsbescherming alsmede de toepassing van efficiŽnte en effectieve veiligheidscontroles van nucleair materiaal in derde landen, voortbouwend op de eigen veiligheidsmaatregelen binnen de Unie.

(4) Deze verordening maakt deel uit van het kader voor de planning van de samenwerking en moet een aanvulling vormen op de uit hoofde van [de NDICI-verordening] gefinancierde maatregelen voor samenwerking op nucleair gebied.

(5) De lidstaten zijn partij bij het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en het aanvullend protocol.

(6) De Gemeenschap moet, overeenkomstig hoofdstuk 10 van het Euratom-Verdrag, nauw blijven samenwerken met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) op het gebied van nucleaire veiligheid en nucleaire veiligheidscontroles, ter bevordering van de doelstellingen van de hoofdstukken 3 en 7 van titel II.

(7) Dit instrument moet voorzien in maatregelen ter ondersteuning van deze doelstellingen en voortbouwen op de maatregelen die voorheen werd gesteund uit hoofde van Verordening (Euratom) nr.†237/2014 24 betreffende nucleaire veiligheid en nucleaire veiligheidscontroles in derde landen, met name de toetredende landen, de kandidaat-lidstaten en de potentiŽle kandidaten.

(8) De uitvoering van deze verordening moet, in voorkomend geval, gebaseerd zijn op overleg met de†relevante autoriteiten van de lidstaten, en op dialoog met de partnerlanden.

(9) Indien mogelijk en relevant, moeten de resultaten van het externe optreden van de Gemeenschap worden gemonitord en geŽvalueerd op basis van vooraf gedefinieerde, transparante, landenspecifieke en meetbare indicatoren, afgestemd op de kenmerken en doelstellingen van het instrument, bij voorkeur op basis van het resultatenkader van het partnerland.

(10) De Unie en de Gemeenschap moeten ervoor zorgen dat de beschikbare middelen zo efficiŽnt mogelijk worden gebruikt, zodat hun externe optreden optimaal effect sorteert. Dat moet worden bereikt door middel van samenhang en complementariteit tussen de externe financieringsinstrumenten van de Unie, en door synergieŽn met andere beleidslijnen en programma's van de Unie. Met het oog op een maximale impact van de gecombineerde interventies voor het bereiken van een gemeenschappelijke doelstelling moet deze verordening voorzien in de mogelijkheid om financiering te combineren met andere programma's van de Unie, mits de bijdragen niet dezelfde kosten dekken.

(11) Bij deze verordening worden voor dit instrument de financiŽle middelen vastgesteld die voor het Europees Parlement en de Raad gedurende de jaarlijkse begrotingsprocedure het financiŽle referentiebedrag vormen in de zin van punt†18 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2†december†2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer 25 .

(12) De voorschriften en procedures van Verordening (EU) nr. .../.... (NDICI) moeten, indien van toepassing, gelden voor de uitvoering van deze verordening, en de uitvoeringsbepalingen van onderhavige verordening moeten overeenkomen met die van Verordening (EU) nr ..../..... (NDICI).

(13) Op deze verordening moeten de door het Europees Parlement en de Raad op basis van artikel 106, eerste alinea, van het Euratom-verdrag en artikel†322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goedgekeurde horizontale financiŽle regels van toepassing zijn. Deze regels zijn vastgelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor de vaststelling en uitvoering van de Uniebegroting, door subsidies, aanbestedingen, prijzen, indirecte uitvoering, financiŽle bijstand, begrotingssteun, trustfondsen, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties, en zij voorzien in controles van de verantwoordelijkheid van de financiŽle actoren. De op basis van artikel 106, eerste alinea, van het Euratom-verdrag en artikel†322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde regels hebben tevens betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten en derde landen, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentieel punt is voor goed financieel beheer en doeltreffende EU-financiering.

(14) De soorten financiering en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening worden gekozen op grond van hun vermogen om de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten op te leveren, met name rekening houdend met de controlekosten, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van forfaitaire bedragen, financiering op basis van een vast percentage en eenheidskosten worden overwogen, alsmede niet aan kosten gekoppelde financiering als bedoeld in artikel†125, lid†1, van het Financieel Reglement.

(15) Jaarlijkse of meerjarige actieplannen en maatregelen zijn werkprogramma's overeenkomstig het Financieel Reglement. Jaarlijkse of meerjarige actieplannen bestaan uit een reeks maatregelen die in ťťn document worden samengevoegd.

(16) Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 26 , Verordening (EG, Euratom) nr.†2988/95 van de Raad 27 , Verordening (Euratom, EG) nr.†2185/96 van de Raad 28 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad 29 moeten de financiŽle belangen van de Unie worden beschermd door doeltreffende en evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden zoals fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiŽle middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr.†2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU)†2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad 30 . Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiŽle belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF en de Europese Rekenkamer, alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie, gelijkwaardige rechten verlenen. Daarom moeten overeenkomsten met derde landen en gebieden en met internationale organisaties, alsmede contracten of overeenkomsten die voortvloeien uit de uitvoering van deze verordening, bepalingen bevatten die de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid verlenen om†dergelijke audits, controles en inspecties ter plaatse uit te voeren, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, en die waarborgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van Uniemiddelen, gelijkwaardige rechten verlenen.

(17) Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van de desbetreffende bepalingen van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr.†182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 31 .

(18) De verwijzingen naar instrumenten van de Unie in artikel†9 van Besluit 2010/427/EU van de Raad 32 moeten worden gelezen als verwijzingen naar de onderhavige verordening en naar de daarin genoemde verordeningen. De Commissie moet erop toezien dat onderhavige verordening wordt uitgevoerd overeenkomstig de rol van de EDEO zoals bepaald in het genoemde besluit.

(19) Bij de hieronder vastgestelde beoogde maatregelen moeten de door de beperkende maatregelen van de Unie vastgestelde voorwaarden en procedures nauwgezet in acht worden genomen,