Overwegingen bij COM(2018)634 - Gemeenschappelijke normen en procedures voor de terugkeer van illegaal verblijvende derdelanders (herschikking) - Bijdrage aan de bijeenkomst van de leiders, september 2018

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
⇩ nieuw

(1) Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad 10 moet op een aantal punten worden gewijzigd. Ter wille van de duidelijkheid dient tot herschikking van die richtlijn te worden overgegaan.

(2) Een doeltreffend en eerlijk terugkeerbeleid is een essentieel onderdeel van de benadering van de Unie om alle aspecten van migratie beter te beheren, zoals tot uiting komt in de Europese migratieagenda van mei 2015 11 .

(3) Op 28 juni 2018 heeft de Europese Raad in zijn conclusies onderstreept dat de daadwerkelijke terugkeer van irreguliere migranten aanzienlijk moet worden opgevoerd en verklaard ingenomen te zijn met het voornemen van de Commissie om wetgevingsvoorstellen voor een effectiever en samenhangender Europees terugkeerbeleid te presenteren.


🡻 2008/115/EG overweging 1 (aangepast)

Op de zitting van de Europese Raad van 15 en 16 oktober 1999 te Tampere is een coherente aanpak op het gebied van immigratie en asiel vastgesteld, die bestaat uit het opzetten van een gemeenschappelijk asielstelsel, een beleid voor legale immigratie en de bestrijding van illegale immigratie.


🡻 2008/115/EG overweging 2 (aangepast)

De Europese Raad van Brussel van 4 en 5 november 2004 heeft erop aangedrongen, op basis van gemeenschappelijke normen een doeltreffend verwijderings- en terugkeerbeleid te ontwikkelen, zodat mensen op een humane manier, met volledige eerbiediging van hun grondrechten en waardigheid, teruggezonden kunnen worden.


🡻 2008/115/EG overweging 3 (aangepast)

Het Comité van Ministers van de Raad van Europa heeft op 4 mei 2005„Twintig richtsnoeren inzake gedwongen terugkeer” aangenomen.


🡻 2008/115/EG overweging 4 (aangepast)

⇨ nieuw

(4) ⌦ Het Europese terugkeerbeleid moet gebaseerd zijn op gemeenschappelijke normen, zodat mensen op een humane manier worden teruggezonden, met volledige eerbiediging van hun grondrechten en waardigheid ⌫ ⇨ en van het internationaal recht, met inbegrip van de verplichtingen op het gebied van de bescherming van vluchtelingen en mensenrechten. ⇦Om in het kader van een gedegen migratiebeleid een doeltreffend terugkeerbeleid te kunnen voeren, moeten duidelijke, transparante en billijke regels worden vastgesteld ⇨ , zodat het terugkeerbeleid irreguliere migratie ontmoedigt en samenhang garandeert met en bijdraagt aan de integriteit van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en het systeem voor legale migratie ⇦.


🡻 2008/115/EG overweging 5

(5) In deze richtlijn moeten horizontale regels worden vastgesteld die van toepassing zijn op alle onderdanen van derde landen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor toegang tot, verblijf of vestiging in een lidstaat.


🡻 2008/115/EG overweging 6

(6) De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat het beëindigen van illegaal verblijf van onderdanen van derde landen volgens een billijke en transparante procedure geschiedt. Overeenkomstig de algemene rechtsbeginselen van de EU moeten beslissingen die op grond van deze richtlijn worden genomen per geval vastgesteld worden en op objectieve criteria berusten, die zich niet beperken tot het loutere feit van illegaal verblijf. De lidstaten dienen bij het gebruik van standaardformulieren voor besluiten in het kader van terugkeer, te weten terugkeerbesluiten, en, in voorkomend geval, besluiten met betrekking tot een inreisverbod of verwijdering, dat beginsel te eerbiedigen en alle toepasselijke bepalingen van deze richtlijn na te leven.


⇩ nieuw

(7) De link tussen het besluit tot beëindiging van het legaal verblijf van een onderdaan van een derde land en de uitvaardiging van een terugkeerbesluit moet worden versterkt, om het risico op onderduiken en de waarschijnlijkheid van niet-toegestane secundaire bewegingen te verminderen. Er moet voor worden gezorgd dat een terugkeerbesluit wordt uitgevaardigd onmiddellijk na het besluit tot weigering of beëindiging van het legaal verblijf, of idealiter in dezelfde handeling of hetzelfde besluit. Deze vereiste moet met name van toepassing zijn op gevallen waarin een verzoek om internationale bescherming wordt geweigerd, op voorwaarde dat de terugkeerprocedure wordt opgeschort totdat de weigering definitief is geworden en in afwachting van de uitkomst van een beroepsprocedure tegen de weigering.


🡻 2008/115/EG overweging 7 (aangepast)

(8) Benadrukt wordt dat, om het terugkeerproces te vergemakkelijken, op het niveau van de Gemeenschap ⌦ Unie ⌫ en op bilateraal niveau overnameovereenkomsten met derde landen moeten worden gesloten. Internationale samenwerking met de landen van oorsprong is in alle stadia van de terugkeerprocedure een absolute vereiste voor het realiseren van een duurzame terugkeer.


🡻 2008/115/EG overweging 8

(9) Het wordt als legitiem erkend dat de lidstaten onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven, verplichten terug te keren, mits er billijke en efficiënte asielstelsels zijn, die het beginsel van non-refoulement volledig respecteren.


🡻 2008/115/EG overweging 9

(10) Overeenkomstig Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005 betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus 12 , mag een onderdaan van een derde land die in een lidstaat asiel heeft aangevraagd niet worden beschouwd als iemand die illegaal op het grondgebied van die lidstaat verblijft, totdat het afwijzende besluit inzake het verzoek respectievelijk het besluit waarbij het verblijfsrecht van de betrokkene wordt beëindigd, in werking is getreden.


⇩ nieuw

(11) Om te zorgen voor duidelijkere en doeltreffendere regels inzake het toekennen van een termijn voor vrijwillig vertrek en de bewaring van onderdanen van derde landen, moet op basis van Uniebrede objectieve criteria worden beoordeeld of er al dan niet een risico op onderduiken bestaat. Voorts moet deze richtlijn voorzien in specifieke criteria aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat er een grond aanwezig is voor een weerlegbaar vermoeden dat er een risico op onderduiken bestaat.

(12) Om de doeltreffendheid van de terugkeerprocedure te versterken, moeten duidelijke verantwoordelijkheden voor onderdanen van derde landen worden vastgesteld, met name de verplichting om in alle stadia van de terugkeerprocedure medewerking te verlenen aan de autoriteiten, onder meer door de informatie en gegevens te verstrekken die nodig zijn om hun individuele situatie te beoordelen. Tegelijkertijd moet ervoor worden gezorgd dat onderdanen van derde landen in kennis worden gesteld van de gevolgen van niet-naleving van deze verplichtingen met betrekking tot het vaststellen van het risico op onderduiken, het toekennen van een termijn voor vrijwillig vertrek en de mogelijkheid om bewaring op te leggen, en met betrekking tot de toegang tot programma’s voor logistieke, financiële en andere materiële bijstand of bijstand in natura.


🡻 2008/115/EG overweging 10 (aangepast)

⇨ nieuw

(13) Zolang er geen reden is om aan te nemen dat ⌦ het toekennen van een termijn voor vrijwillig vertrek ⌫ dit de terugkeerprocedure ondermijnt, verdient vrijwillige terugkeer de voorkeur boven gedwongen terugkeer en dient een ⇨ passende ⇦ termijn voor vrijwillig vertrek te worden toegekend ⇨ van maximaal dertig dagen, afhankelijk van met name het vooruitzicht op terugkeer ⇦. ⇨ Er mag geen termijn voor vrijwillig vertrek worden toegekend wanneer is geoordeeld dat er een risico bestaat dat de onderdaan van een derde land zal onderduiken, wanneer al een verzoek om legaal verblijf van de onderdaan van een derde land als kennelijk ongegrond dan wel frauduleus is afgewezen of wanneer de onderdaan van een derde land een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. ⇦ Wanneer dit, gezien de specifieke omstandigheden van een individueel geval, noodzakelijk wordt geacht, dient in een verlenging van de periode voor vrijwillige terugkeer te worden voorzien. Om vrijwillige terugkeer aan te moedigen, moeten de lidstaten meer bijstand en advies bieden bij terugkeer en de financieringsmogelijkheden die het Europese Terugkeerfonds biedt, optimaal gebruiken.


⇩ nieuw

(14) Om vrijwillige terugkeer aan te moedigen, moeten de lidstaten over operationele programma’s beschikken voor extra bijstand en advies bij terugkeer die onder andere steun voor re-integratie in derde landen van terugkeer kunnen omvatten, rekening houdend met de gemeenschappelijke normen inzake programma’s voor begeleide vrijwillige terugkeer en re-integratie die de Commissie in samenwerking met lidstaten heeft ontwikkeld en die de Raad heeft goedgekeurd.


🡻 2008/115/EG overweging 11

(15) Er dienen gemeenschappelijke wettelijke minimumwaarborgen te worden vastgesteld voor besluiten in het kader van terugkeer, teneinde de belangen van de betrokkenen te beschermen.


⇩ nieuw

(16) De termijn voor het instellen van beroep tegen besluiten in het kader van terugkeer moet voldoende tijd laten om een doeltreffende voorziening in rechte te waarborgen, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat lange termijnen een negatief effect op terugkeerprocedures kunnen hebben. Om mogelijk misbruik van rechten en procedures te voorkomen, moet een maximale termijn van ten hoogste vijf dagen worden toegekend voor het instellen van beroep tegen een terugkeerbesluit. Deze bepaling dient alleen van toepassing te zijn na een besluit tot weigering van een verzoek om internationale bescherming dat definitief is geworden, bijvoorbeeld na een eventuele rechterlijke toetsing.

(17) Het beroep tegen een terugkeerbesluit dat is gebaseerd op een besluit tot weigering van een verzoek om internationale bescherming waartegen al een doeltreffend rechtsmiddel is aangewend, moet worden beperkt tot één enkel niveau van rechtspraak, aangezien een rechterlijke instantie de individuele situatie van de betrokken onderdaan van een derde land reeds heeft onderzocht en er een beslissing over heeft genomen in het kader van de asielprocedure.

(18) Een beroep tegen een terugkeerbesluit mag alleen automatisch opschortende werking hebben wanneer er een risico bestaat dat het beginsel van non-refoulement wordt geschonden.

(19) Wanneer geen dergelijk risico bestaat, mag een beroep tegen een terugkeerbesluit niet automatisch opschortende werking hebben. De rechterlijke autoriteiten moeten de uitvoering van een terugkeerbesluit in individuele gevallen tijdelijk kunnen opschorten om andere redenen, op verzoek van de betrokken onderdaan van een derde land of ambtshalve, wanneer zulks noodzakelijk wordt geacht. Dergelijke beslissingen moeten in de regel binnen 48 uur worden genomen. Wanneer de complexiteit van de zaak dit rechtvaardigt, moeten de rechterlijke autoriteiten dergelijke beslissingen onverwijld nemen.

(20) Om de doeltreffendheid van terugkeerprocedures te verbeteren en onnodige vertraging te voorkomen, zonder de rechten van de betrokken onderdanen van derde landen aan te tasten, mag de uitvoering van het terugkeerbesluit niet automatisch worden opgeschort in gevallen waarin het risico van schending van het beginsel van non-refoulement al is beoordeeld en al daadwerkelijk een rechtsmiddel is aangewend in het kader van de asielprocedure die heeft plaatsgevonden vóór de uitvaardiging van het terugkeerbesluit waartegen beroep wordt ingesteld, tenzij de situatie van de onderdaan van een derde land inmiddels ingrijpend zou zijn veranderd.


🡻 2008/115/EG overweging 11 (aangepast)

⇨ nieuw

(21) Aan personen die niet over toereikende middelen beschikken, wordt ⇨ op verzoek ⇦ de nodige rechtshulp verleend. De lidstaten dienen in hun De nationale wetgeving te bepalen dient een lijst te bevatten van in welke gevallen waarin rechtshulp nodig wordt geacht.


🡻 2008/115/EG overweging 12

(22) Er dient een regeling te worden getroffen voor onderdanen van derde landen die illegaal verblijven maar nog niet kunnen worden uitgezet. Voorziening in hun elementaire levensbehoeften dient volgens de nationale wetgeving te worden geregeld. Teneinde ervoor te zorgen dat de betrokkenen bij administratieve controles of inspecties een bewijs van hun specifieke situatie kunnen leveren, dienen zij een schriftelijke bevestiging te krijgen van hun situatie. De lidstaten dienen, wat de concrete invulling van deze schriftelijke bevestiging betreft, over een ruime mate van beleidsvrijheid te beschikken en moeten de bevestiging ook kunnen opnemen in uit hoofde van deze richtlijn genomen besluiten in het kader van terugkeer.


🡻 2008/115/EG overweging 13

(23) Het gebruik van dwangmaatregelen moet, uit het oogpunt van de gebruikte middelen en nagestreefde doelstellingen, uitdrukkelijk aan de beginselen van evenredigheid en doeltreffendheid worden onderworpen. Gedwongen terugkeer moet worden omgeven met minimumwaarborgen, rekening houdend met Beschikking 2004/573/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake het organiseren van gezamenlijke vluchten voor de verwijdering van onderdanen van derde landen tegen wie individuele verwijderingsmaatregelen zijn genomen van het grondgebied van twee of meer lidstaten 13 . De lidstaten moeten voor het toezicht op gedwongen terugkeer op meerdere mogelijkheden kunnen vertrouwen.


🡻 2008/115/EG overweging 14

(24) Het effect van nationale terugkeermaatregelen moet een Europese dimensie krijgen, door middel van een inreisverbod dat de betrokkene de toegang tot en het verblijf op het grondgebied van alle lidstaten ontzegt. De duur van het inreisverbod dient per geval volgens de omstandigheden te worden bepaald en mag normaliter niet langer zijn dan vijf jaar. In deze context dient in het bijzonder rekening te worden gehouden met het feit dat de betrokken onderdaan van een derde land reeds het onderwerp is geweest van meer dan één terugkeerbesluit of uitzettingsbevel of dat hij zich op het grondgebied van een lidstaat heeft begeven, terwijl een inreisverbod van kracht was.


⇩ nieuw

(25) Wanneer een onderdaan van een derde land die niet legaal op het grondgebied verblijft, wordt opgemerkt bij uitreiscontrole aan de buitengrenzen, kan het passend zijn een inreisverbod uit te vaardigen om te voorkomen dat de persoon het grondgebied in de toekomst weer binnenkomt, om de risico’s van illegale immigratie te verminderen. In gerechtvaardigde gevallen kan de bevoegde autoriteit na een individuele beoordeling en overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel een inreisverbod uitvaardigen zonder een terugkeerbesluit uit te vaardigen, om vertraging van het vertrek van de betrokken onderdaan van een derde land te voorkomen.


🡻 2008/115/EG overweging 15

(26) De lidstaten moeten zelf bepalen of het besluit tot herziening van besluiten in het kader van terugkeer inhoudt dat de autoriteit of instantie die tot herziening besluit zelf de bevoegdheid heeft het terugkeerbesluit ter vervanging van het vroegere besluit te nemen.


🡻 2008/115/EG overweging 16

(27) Inbewaringstelling met het oog op verwijdering moet worden beperkt en, uit het oogpunt van de gebruikte middelen en nagestreefde doelstellingen, aan het evenredigheidsbeginsel worden onderworpen. Inbewaringstelling is alleen gerechtvaardigd om de terugkeer voor te bereiden of de verwijdering uit te voeren en indien minder dwingende middelen niet afdoende zouden zijn.


⇩ nieuw

(28) Bewaring moet worden opgelegd, na een individuele beoordeling van elk geval, wanneer er een risico op onderduiken bestaat of wanneer de onderdaan van een derde land de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert of een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.

(29) Aangezien de maximumtermijn voor bewaring in sommige lidstaten ontoereikend is om de uitvoering van de terugkeer te garanderen, moet een maximumtermijn voor bewaring van drie tot zes maanden worden vastgelegd, die kan worden verlengd, om te voorzien in voldoende tijd om de terugkeerprocedure met succes af te ronden, zonder afbreuk te doen aan de vastgestelde waarborgen die ervoor zorgen dat inbewaringstelling alleen plaatsvindt wanneer dat noodzakelijk en evenredig is en niet langer duurt dan de voorbereiding van de verwijdering.

(30) Deze richtlijn mag de lidstaten niet beletten doeltreffende, evenredige en ontmoedigende sancties, ook van strafrechtelijke aard, op te leggen, met inbegrip van gevangenisstraffen, met betrekking tot inbreuken op de migratieregels, op voorwaarde dat deze sancties verenigbaar zijn met de doelstellingen van deze richtlijn, geen afbreuk doen aan de toepassing ervan en de grondrechten ten volle eerbiedigen.


🡻 2008/115/EG overweging 17

(31) De in bewaring gestelde onderdanen van derde landen dienen op humane en waardige wijze te worden behandeld, met eerbiediging van hun grondrechten en het internationale en nationale recht. Onverminderd de aanvankelijke aanhouding door de rechtshandhavingsinstanties, die in de nationale wetgeving is geregeld, moet bewaring in de regel plaatsvinden in gespecialiseerde inrichtingen voor bewaring.


⇩ nieuw

(32) Onverminderd de mogelijkheid voor de lidstaten om deze richtlijn niet toe te passen op gevallen als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a), moet, wanneer een grensprocedure wordt toegepast overeenkomstig Verordening (EU) .../... [verordening asielprocedures], een specifieke grensprocedure volgen voor de terugkeer van illegaal op het grondgebied verblijvende onderdanen van derde landen van wie het verzoek om internationale bescherming in het kader van die asielgrensprocedure is geweigerd, om te zorgen voor directe complementariteit tussen de asielgrensprocedure en de terugkeergrensprocedure en lacunes tussen de procedures te voorkomen. In dergelijke gevallen moeten specifieke regels worden vastgesteld die de samenhang en synergie tussen de twee procedures en de integriteit en doeltreffendheid van het hele proces waarborgen.

(33) Om daadwerkelijke terugkeer in het kader van de grensprocedure te garanderen, mag geen termijn voor vrijwillig vertrek worden toegekend. Een termijn voor vrijwillig vertrek moet echter wel worden toegekend aan onderdanen van derde landen die in het bezit zijn van een geldig reisdocument en die in alle stadia van de terugkeerprocedures hun medewerking verlenen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. Om onderduiken te voorkomen, moeten onderdanen van een derde land in dergelijke gevallen hun reisdocument tot hun vertrek aan de bevoegde autoriteiten overhandigen.

(34) Met het oog op een snelle behandeling van een zaak moet een maximumtermijn worden vastgesteld voor het instellen van beroep tegen een terugkeerbesluit dat is uitgevaardigd na een besluit tot weigering van een verzoek om internationale bescherming in het kader van de grensprocedure dat definitief is geworden.

(35) Beroep dat wordt ingesteld tegen een terugkeerbesluit dat is uitgevaardigd in het kader van de grensprocedure, moet automatisch opschortende werking hebben wanneer er een risico bestaat dat het beginsel van non-refoulement wordt geschonden, wanneer de situatie van de onderdaan van een derde land ingrijpend is veranderd sinds de vaststelling van het besluit tot weigering van zijn verzoek om internationale bescherming in het kader van de asielgrensprocedure, of wanneer er niet daadwerkelijk een rechtsmiddel is aangewend tegen het besluit tot weigering van het verzoek om internationale bescherming in het kader van de asielgrensprocedure.

(36) Het is noodzakelijk en evenredig ervoor te zorgen dat een onderdaan van een derde land die al in bewaring is gesteld tijdens het onderzoek van zijn verzoek om internationale bescherming in het kader van de asielgrensprocedure, in bewaring kan worden gehouden zodra zijn verzoek is geweigerd, om zijn terugkeer voor te bereiden en/of om de verwijderingsprocedure uit te voeren. Om te voorkomen dat een onderdaan van een derde land automatisch wordt vrijgelaten en het grondgebied van een lidstaat mag betreden, hoewel hem het recht van verblijf is geweigerd, is een beperkte termijn nodig om het aan de grens uitgevaardigde terugkeerbesluit te trachten uitvoeren. De onderdaan van een derde land mag in bewaring worden gesteld in het kader van de grensprocedure voor een maximumtermijn van vier maanden en niet langer dan de voortvarend uitgevoerde voorbereiding van de verwijdering. Deze bewaringsduur mag geen afbreuk doen aan andere bewaringstermijnen die in deze richtlijn worden vastgesteld. Wanneer de terugkeer niet kon worden uitgevoerd vóór het verstrijken van de voornoemde termijn, kan verdere inbewaringstelling van de onderdaan van een derde land worden gelast op grond van een andere bepaling van de richtlijn en voor de daarin vastgestelde duur.


🡻 2008/115/EG overweging 18 (aangepast)

⇨ nieuw

(37) De lidstaten dienen snel toegang te hebben tot informatie over ⇨ terugkeerbesluiten en ⇦ inreisverboden die door andere lidstaten zijn uitgevaardigd. Deze informatie-uitwisseling ⌦ Deze toegang ⌫ dient te gebeuren overeenkomstig ⇨ Verordening (EU) …/… 14 [verordening betreffende het gebruik van het Schengeninformatiesysteem voor de terugkeer van irregulier verblijvende onderdanen van derde landen.] en ⇦ Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) 15  ⇨ , onder meer om de onderlinge erkenning van deze besluiten door de bevoegde autoriteiten krachtens Richtlijn 2001/40/EG van de Raad 16 en Besluit 2004/191/EG van de Raad 17 te faciliteren ⇦ .


⇩ nieuw

(38) De invoering van terugkeerbeheersystemen in de lidstaten draagt bij tot de doeltreffendheid van het terugkeerproces. Ieder nationaal systeem moet ervoor zorgen dat tijdig informatie over de identiteit en de juridische situatie van onderdanen van derde landen wordt verstrekt die relevant is voor monitoring en follow-up van individuele gevallen. De nationale terugkeersystemen moeten met het oog op hun doeltreffende werking en het verlagen van de administratieve lasten worden gekoppeld aan het Schengeninformatiesysteem, zodat informatie in verband met terugkeer gemakkelijker en sneller kan worden ingevoerd, alsook aan het centrale systeem dat door het Europees Grens- en kustwachtagentschap wordt ingesteld overeenkomstig Verordening (EU) .../... [Verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht].


🡻 2008/115/EG overweging 19

⇨ nieuw

(39) De toepassing van deze richtlijn zal gepaard moeten gaan met samenwerking op alle niveaus tussen de instellingen die bij de terugkeer zijn betrokken, en met uitwisseling en bevordering van beste praktijken, ⇨ waarbij het terugkeerhandboek in aanmerking wordt genomen en regelmatig wordt bijgewerkt om rekening te houden met de juridische en beleidsontwikkelingen,⇦ hetgeen immers een Europese meerwaarde zal opleveren.


⇩ nieuw

(40) De Unie biedt financiële en operationele steun om tot een doeltreffende uitvoering van deze richtlijn te komen. De lidstaten moeten optimaal gebruikmaken van de beschikbare financiële instrumenten, programma’s en projecten van de Unie op het gebied van terugkeer, met name uit hoofde van Verordening (EU) .../... [Verordening tot oprichting van het Fonds voor asiel en migratie] en van de operationele bijstand die het Europees Grens- en kustwachtagentschap biedt overeenkomstig Verordening (EU) .../... [Verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht]. Van deze steun moet in het bijzonder gebruik worden gemaakt voor het invoeren van terugkeerbeheersystemen en programma’s voor logistieke, financiële en andere materiële bijstand of bijstand in natura waarmee de terugkeer en, waar relevant, de reintegratie van illegaal op het grondgebied verblijvende onderdanen van derde landen worden ondersteund.


🡻 2008/115/EG overweging 20 (aangepast)

(41) Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk het vaststellen van gemeenschappelijke regels voor terugkeer, verwijdering, het gebruik van dwangmaatregelen, inbewaringstelling en inreisverboden niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang en gevolgen ervan beter door de Gemeenschap ⌦ op het niveau van de Unie ⌫ kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap ⌦ Unie ⌫, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag ⌦ betreffende de Europese Unie ⌫ neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.


🡻 2008/115/EG overweging 21

(42) De lidstaten dienen deze richtlijn toe te passen zonder onderscheid te maken naar met name geslacht, ras, huidskleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.


🡻 2008/115/EG overweging 22

(43) Overeenkomstig het Verdrag van 1989 van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind dienen de lidstaten bij de uitvoering van deze richtlijn het belang van het kind voorop te stellen. Overeenkomstig het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden dienen de lidstaten bij de uitvoering van deze richtlijn de eerbiediging van het gezinsleven voorop te stellen.


🡻 2008/115/EG overweging 23

(44) De toepassing van deze richtlijn laat de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het protocol van New York van 31 januari 1967, onverlet.


🡻 2008/115/EG overweging 24

(45) In deze richtlijn worden de grondrechten en de beginselen in acht genomen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden erkend.


⇩ nieuw

(46) De doeltreffende uitvoering van de terugkeer van onderdanen van derde landen die niet of niet langer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging in de lidstaten, overeenkomstig deze richtlijn, is een essentieel onderdeel van de algehele inspanningen om irreguliere migratie aan te pakken en is een belangrijke reden van zwaarwegend algemeen belang.

(47) De terugkeerautoriteiten van de lidstaten moeten persoonsgegevens verwerken voor de goede uitvoering van terugkeerprocedures en terugkeerbesluiten. Derde landen van terugkeer vallen vaak niet onder adequaatheidsbesluiten die de Commissie vaststelt op grond van artikel 45 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad 18 of artikel 36 van Richtlijn (EU) 2016/680 19 , en hebben vaak geen overnameovereenkomst met de Unie gesloten of zijn niet voornemens dat te doen of anderszins te voorzien in passende waarborgen in de zin van artikel 46 van Verordening (EU) 2016/679 of in de zin van de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 37 van Richtlijn (EU) 2016/680. Ondanks de grote inspanningen van de Unie om samen te werken met de belangrijkste landen van herkomst van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen voor wie een terugkeerverplichting geldt, is het niet altijd mogelijk om ervoor te zorgen dat die derde landen systematisch voldoen aan de internationaalrechtelijke verplichting om eigen onderdanen over te nemen. De overnameovereenkomsten die door de Unie of door de lidstaten zijn gesloten of waarover zij onderhandelen en die voorzien in passende waarborgen voor de doorgifte van gegevens aan derde landen overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) 2016/679 of overeenkomstig de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 36 van Richtlijn (EU) 2016/680, betreffen slechts enkele van deze derde landen. Bij ontstentenis van dergelijke overeenkomsten moeten de persoonsgegevens door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten met het oog op de uitvoering van de terugkeeroperaties van de Unie worden doorgegeven overeenkomstig de voorwaarden van artikel 49, lid 1, onder d), van Verordening (EU) 2016/679 of de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 38 van Richtlijn (EU) 2016/680.


🡻 2008/115/EG overweging 25 (aangepast)

(48) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag ⌦ betreffende de werking van de Europese Unie ⌫ tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte pProtocol ⌦ nr. 22 ⌫ betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze richtlijn en is deze bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing in Denemarken. Aangezien deze richtlijn — voor zover zij betrekking heeft op onderdanen van derde landen die niet of niet langer voldoen aan de toegangsvoorwaarden volgens de Schengengrenscode 20  ⌦ Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad 21  ⌫— op grond van titel IV van het derde deel van het Verdrag betreffende de Europese Unie een uitwerking vormt van het Schengenacquis, dient Denemarken, overeenkomstig artikel 5 ⌦ 4 ⌫ van het hierboven genoemde ⌦ dat ⌫ protocol, binnen zes maanden nadat de richtlijn is vastgesteld⌦ de Raad over deze richtlijn heeft beslist ⌫, te besluiten of het deze in nationale wetgeving zal omzetten.


🡻 2008/115/EG overweging 26 (aangepast)

(49) Voor zover zij betrekking heeft op onderdanen van derde landen die niet of niet langer voldoen aan de toegangsvoorwaarden volgens ⌦ Verordening (EU) 2016/399 ⌫de Schengengrenscode, vormt deze richtlijn een ontwikkeling van ⌦ de ⌫ bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis 22 niet deelneemt; . Ddaarnaast neemt het Verenigd Koninkrijk, overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol ⌦ nr. 21 ⌫ betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ⌦ ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, ⌫ gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag ⌦ betreffende de werking van de Unie ⌫tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en onverminderd artikel 4 van genoemd ⌦ dat ⌫ protocol, niet deel aan de aanneming van deze richtlijn en is deze bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing in het Verenigd Koninkrijk.


🡻 2008/115/EG overweging 27 (aangepast)

(50) Voor zover zij betrekking heeft op onderdanen van derde landen die niet of niet langer voldoen aan de toegangsvoorwaarden volgens ⌦ Verordening (EU) 2016/399 ⌫de Schengengrenscode, vormt deze richtlijn een ontwikkeling van ⌦ de ⌫ bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis 23 niet deelneemt;. Ddaarnaast neemt Ierland, overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol ⌦ nr. 21 ⌫ betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ⌦ ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, ⌫ gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag ⌦ betreffende de werking van de Europese Unie ⌫tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en onverminderd artikel 4 van genoemd ⌦ dat ⌫ protocol, niet deel aan de aanneming van deze richtlijn en is deze bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing in Ierland.


🡻 2008/115/EG overweging 28 (aangepast)

(51) Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze richtlijn — voor zover zij betrekking heeft op onderdanen van derde landen die niet of niet langer voldoen aan de toegangsvoorwaarden volgens ⌦ Verordening (EU) 2016/399 ⌫ de Schengengrenscode — een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop ⌦ IJsland en Noorwegen ⌫deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, die vallen onder artikel 1, punt C, van Besluit 1999/437/EG van de Raad 24  inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst.


🡻 2008/115/EG overweging 29 (aangepast)

(52) Wat Zwitserland betreft, vormt deze richtlijn — voor zover zij betrekking heeft op onderdanen van derde landen die niet of niet langer voldoen aan de toegangsvoorwaarden volgens ⌦ Verordening (EU) 2016/399 ⌫ de Schengengrenscode — een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop de Zwitserse Bondsstaat wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis 25 , die vallen binnen het gebied bedoeld in artikel 1, punt C, van Besluit 1999/437/EG, juncto artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad 26 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van die Overeenkomst.


🡻 2008/115/EG overweging 30 (aangepast)

(53) Wat Liechtenstein betreft, houdt deze richtlijn — voor zover zij betrekking heeft op onderdanen van derde landen die niet of niet langer voldoen aan de toegangsvoorwaarden volgens ⌦ Verordening (EU) 2016/399 ⌫ de Schengengrenscode — een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop de Zwitserse Bondsstaat wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis 27 , die vallen binnen het gebied bedoeld in artikel 1, punt C, van Besluit 1999/437/EG, juncto artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad 28 Besluit 2008/261/EG van de Raad 29  betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, en de voorlopige toepassing van bepaalde bepalingen van dat protocol,.


⇩ nieuw

(54) De verplichting tot omzetting van deze richtlijn in nationaal recht dient te worden beperkt tot de bepalingen die ten opzichte van de vorige richtlijn materieel zijn gewijzigd. De verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeit voort uit de vorige richtlijn.

(55) De onderhavige richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage I genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijn onverlet te laten,


🡻 2008/115/EG (aangepast)