Overwegingen bij COM(2020)673 - Éénloketomgeving van de EU voor de douane

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
dossier COM(2020)673 - Éénloketomgeving van de EU voor de douane.
document COM(2020)673 NLEN
datum 28 oktober 2020
 
(1) De internationale handel van de Unie is zowel aan douanewetgeving als aan niet-douanegerelateerde Uniewetgeving onderworpen. Laatstgenoemde is van toepassing op specifieke goederen in beleidsterreinen zoals gezondheid en veiligheid, milieu, landbouw, visserij, cultureel erfgoed en markttoezicht. Een van de belangrijkste taken die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad 30 aan de douaneautoriteiten is toegewezen, is het garanderen van de veiligheid van de Unie en haar ingezetenen, en van de bescherming van het milieu, in voorkomend geval in nauwe samenwerking met andere autoriteiten. De autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor niet-douanegerelateerde wettelijke Unieformaliteiten (“bevoegde partnerautoriteiten”) en douaneautoriteiten werken vaak elk op hun eigen eilandje, wat leidt tot complexe en omslachtige rapportageverplichtingen voor handelaren en inefficiënte processen voor het in- en uitklaren van goederen, die fouten en fraude in de hand werken. Om de versnipperde interoperabiliteit tussen de douane- en bevoegde partnerautoriteiten bij het beheer van de processen voor het in- en uitklaren van goederen aan te pakken en de maatregelen op dit gebied te coördineren, zijn de Commissie en de lidstaten in de loop van de tijd een aantal verbintenissen aangegaan om voor het in- en uitklaren van goederen éénloketinitiatieven te ontwikkelen.

(2) Overeenkomstig artikel 4, lid 6, van Beschikking nr. 70/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad 31 trachten de lidstaten en de Commissie te bewerkstelligen dat het kader van éénloketdiensten bestaat en operationeel is. Zoals in het eindverslag over de evaluatie van de invoering van de elektronische douanediensten in de EU van 21 januari 2015 32 is vermeld, zijn bepaalde elementen van die beschikking nog altijd zeer relevant, maar zijn andere delen vervangen of niet concreet genoeg om verdere ontwikkelingen , met name met betrekking tot het éénloketinitiatief, te stimuleren. In aansluiting daarop hebben de conclusies van de Raad van 17 december 2014 inzake de invoering van elektronische douanediensten en éénloketdiensten in de Europese Unie 33 de Verklaring van Venetië van 15 oktober 2014 34 bekrachtigd en de Commissie verzocht een voorstel in te dienen voor de herziening van Beschikking nr. 70/2008/EG. 

(3) Op 1 oktober 2015 heeft de Raad Besluit (EU) 2015/1947 35 vastgesteld tot goedkeuring, namens de Unie, van de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie, die op 22 februari 2017 in werking is getreden. Met deze overeenkomst zijn de meest omvangrijke inspanningen op het gebied van handelsfacilitatie en douanehervorming in het kader van de Wereldhandelsorganisatie verricht. Zij bevat bepalingen die gericht zijn op een behoorlijke verbetering van het in- en uitklaren van goederen en de doeltreffende samenwerking tussen de douane en andere regelgevende instanties op het gebied van handelsfacilitatie en kwesties inzake de naleving van douaneregels. Overeenkomstig artikel 10, lid 4, van de overeenkomst streven de leden ernaar één loket op te zetten of te handhaven, waardoor het voor de handelaren mogelijk is de voor de invoer, uitvoer of doorvoer van goederen vereiste documenten en/of gegevens via één toegangspunt bij de deelnemende autoriteiten of organen in te dienen.   

(4) Handelsfacilitatie en veiligheid zijn van belang voor alle autoriteiten die betrokken zijn bij het proces voor het in- en uitklaren van goederen over de grenzen van de Unie heen. De snelle toename van de internationale handel heeft de behoefte aan betere samenwerking en coördinatie tussen deze autoriteiten vergroot. Dankzij het lopende digitaliseringsproces kan deze situatie doeltreffender worden aangepakt door de systemen van de douane- en bevoegde partnerautoriteiten met elkaar te verbinden en een systematische geautomatiseerde uitwisseling van informatie tussen deze systemen te realiseren. Het huidige kader voor het naleven van de regelgeving is als zodanig ontoereikend om ondersteuning te bieden aan een doeltreffende interactie tussen de douane- en bevoegde partnerautoriteiten, wier systemen en procedures door versnippering en redundantie worden gekenmerkt. Voor een volledig gecoördineerd en efficiënt proces voor het in- en uitklaren van goederen heeft de internationale handel een gestroomlijnd regelgevingskader van de Unie nodig, dat de Unie en haar ingezetenen op alle beleidsterreinen langetermijnvoordelen biedt.

(5) Het EU-actieplan inzake e-overheid 2016-2020 36 , zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 19 april 2016, beoogt de efficiëntie van de publieke dienstverlening te vergroten door bestaande digitale knelpunten uit de weg te ruimen, de administratieve lasten te beperken en de kwaliteit van de interactie tussen nationale overheden te verbeteren. Overeenkomstig deze visie en de bredere inspanningen om de rapportageprocessen voor de internationale handel in goederen te vereenvoudigen en te digitaliseren, heeft de Commissie een vrijwillig proefproject ontwikkeld: het douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten. Dit project stelt douaneautoriteiten in staat om de naleving van een beperkt aantal niet-douanegerelateerde formaliteiten automatisch te controleren, zodat informatie kan worden uitgewisseld tussen de douanesystemen van de deelnemende lidstaten en de respectieve niet-douanegerelateerde Uniesystemen voor het beheer van niet-douanegerelateerde formaliteiten. Hoewel de procedures voor het in- en uitklaren dankzij het project zijn verbeterd, is het duidelijk dat het vrijwillige karakter ervan een belemmering vormt om echte voordelen voor douaneautoriteiten, bevoegde partnerautoriteiten en marktdeelnemers te genereren.

(6) Om een volledig digitale omgeving en een efficiënt proces voor het in- en uitklaren van goederen te realiseren voor alle partijen die bij de internationale handel zijn betrokken, moeten er gemeenschappelijke regels voor een geharmoniseerde en geïntegreerde Europese éénloketomgeving voor de douane (EU-éénloketomgeving voor de douane) worden vastgesteld. Deze omgeving moet een reeks volledig geïntegreerde elektronische diensten omvatten die op nationaal en Unieniveau worden geleverd, om het delen van informatie en de digitale samenwerking tussen de douane- en bevoegde partnerautoriteiten te vergemakkelijken en de processen voor het in- en uitklaren van goederen voor marktdeelnemers te stroomlijnen. De EU-éénloketomgeving voor de douane moet worden ontwikkeld conform de mogelijkheden voor betrouwbare identificatie en authenticatie die door de eIDAS-verordening 37 worden geboden en in voorkomend geval het eenmaligheidsbeginsel, zoals in de verordening inzake één digitale toegangspoort 38 is benadrukt. Om de EU-éénloketomgeving voor de douane in te voeren, moet op basis van het proefproject een systeem voor de uitwisseling van certificaten worden vastgesteld, het EU-douane-éénloketsysteem voor de uitwisseling van certificaten (EU-CSW-CERTEX), dat een verbinding legt tussen nationale éénloketomgevingen voor de douane en niet-douanegerelateerde Uniesystemen voor het beheer van specifieke niet-douanegerelateerde formaliteiten. Daarnaast moeten de nationale éénloketomgevingen voor de douane worden geharmoniseerd, deze omgevingen in de EU-éénloketomgeving voor de douane worden geïntegreerd en moet een reeks regels over de digitale administratieve samenwerking binnen de EU-éénloketomgeving voor de douane worden vastgesteld.

(7) De uitwisselingen van digitale informatie via EU-CSW-CERTEX moeten betrekking hebben op niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten die zijn vastgesteld in de door de douaneautoriteiten te handhaven Uniewetgeving. Met deze formaliteiten worden verschillende verplichtingen opgelegd voor de invoer, uitvoer of doorvoer van bepaalde goederen, en de verificatie ervan door middel van douanecontroles is van fundamenteel belang voor de doeltreffende werking van de EU-éénloketomgeving voor de douane. EU-CSW-CERTEX moet betrekking hebben op gedigitaliseerde wettelijke formaliteiten die in de Uniewetgeving zijn vastgelegd en die door bevoegde partnerautoriteiten worden beheerd in elektronische niet-douanegerelateerde Uniesystemen, waarin de voor het in- en uitklaren van goederen vereiste relevante informatie van alle lidstaten wordt opgeslagen. Het is dan ook dienstig te bepalen voor welke niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten digitale samenwerking via EU-CSW-CERTEX nodig is. EU-CSW-CERTEX moet in eerste instantie met name betrekking hebben op sanitaire en fytosanitaire voorschriften, regels voor de invoer van biologische producten, milieuvoorschriften betreffende gefluoreerde broeikasgassen en ozonafbrekende stoffen, en formaliteiten in verband met de invoer van cultuurgoederen.

(8) EU-CSW-CERTEX moet het delen van informatie tussen de nationale éénloketomgevingen voor de douane en niet-douanegerelateerde Uniesystemen vergemakkelijken. Dit houdt in dat wanneer een marktdeelnemer een douaneaangifte indient waarvoor de naleving van niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten is vereist, de douaneautoriteiten en bevoegde partnerautoriteiten de voor het douaneafhandelingsproces benodigde informatie automatisch en doeltreffend kunnen uitwisselen en verifiëren. Een betere digitale samenwerking en coördinatie tussen douaneautoriteiten en bevoegde partnerautoriteiten moet zorgen voor meer geïntegreerde, snellere en eenvoudigere papierloze processen voor het in- en uitklaren van goederen en een betere handhaving en naleving van niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten. 

(9) De Commissie moet EU-CSW-CERTEX samen met de lidstaten ontwikkelen, integreren, uitrollen en onderhouden. Om passende en geharmoniseerde éénloketdiensten voor niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten op Unieniveau aan te bieden, moet de Commissie de respectieve niet-douanegerelateerde Uniesystemen met EU-CSW-CERTEX verbinden. De lidstaten hebben de verantwoordelijkheid hun nationale éénloketomgevingen voor de douane met EU-CSW-CERTEX te verbinden.

(10) De verwerking van persoonsgegevens in EU-CSW-CERTEX moet het delen van informatie tussen de nationale omgevingen voor de douane en niet-douanegerelateerde Uniesystemen vergemakkelijken zonder dat de gegevens worden opgeslagen. Tevens moeten gegevens, waar nodig, worden getransformeerd om de uitwisseling van informatie tussen beide digitale domeinen mogelijk te maken. De informatietechnologische voorzieningen die voor gegevenstransformatie worden gebruikt, moeten zich in de Unie bevinden.

(11) Afhankelijk van het soort niet-douanegerelateerde formaliteit, bevat de via EU-CSW-CERTEX uit te wisselen elektronische informatie mogelijk verschillende categorieën betrokkenen alsook hun persoonsgegevens die vereist zijn om de douaneaangifte in te dienen of om bewijsstukken te verzoeken. Douaneaangiften kunnen persoonsgegevens bevatten van verschillende categorieën betrokkenen, zoals exporteurs, importeurs, geadresseerden en extra actoren in de toeleveringsketen. Bewijsstukken kunnen dezelfde informatie bevatten voor verschillende categorieën betrokkenen, zoals afzenders, exporteurs, geadresseerden, importeurs en vergunninghouders. Een derde categorie betrokkenen van wie persoonsgegevens in EU-CSW-CERTEX kunnen worden verwerkt, bestaat uit bevoegd personeel van douaneautoriteiten, bevoegde partnerautoriteiten of andere gecertificeerde instanties, alsmede personeel van de Commissie en eventuele namens haar optredende derde dienstverleners die bij operationele en onderhoudsactiviteiten van EU-CSW-CERTEX betrokken zijn.

(12) Wanneer persoonsgegevens worden verwerkt door twee of meer entiteiten die gezamenlijk het doel en de middelen van de verwerking bepalen, moeten deze gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken zijn. Aangezien de Commissie en de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de werking van EU-CSW-CERTEX, zijn zij gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens in EU-CSW-CERTEX overeenkomstig Verordeningen (EU) 2018/1725 39 en (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad 40

(13) Door de toegenomen digitalisering van wettelijke douaneformaliteiten en niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten die van toepassing zijn op de internationale handel, hebben de lidstaten nieuwe mogelijkheden gekregen om de digitale samenwerking tussen de douane- en bevoegde partnerautoriteiten te verbeteren. Om die prioriteiten te realiseren, zijn diverse lidstaten begonnen met het ontwikkelen van kaders voor nationale éénloketomgevingen voor de douane. Deze initiatieven verschillen aanzienlijk, afhankelijk van het niveau van de bestaande informatietechnologiedouanearchitectuur, prioriteiten en kostenstructuren. Daarom moeten de lidstaten worden verplicht nationale éénloketomgevingen voor de douane vast te stellen en te exploiteren voor niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten die onder EU-CSW-CERTEX vallen. Deze omgevingen moeten de nationale componenten vormen van de EU-éénloketomgeving voor de douane, en het delen van elektronische informatie en de samenwerking tussen de douane, bevoegde partnerautoriteiten en marktdeelnemers mogelijk maken, om de naleving en efficiënte handhaving te garanderen van douanewetgeving en niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten die onder EU-CSW-CERTEX vallen. Overeenkomstig deze doelstelling moeten de nationale éénloketomgevingen voor de douane zorgen voor de geautomatiseerde verificatie door douaneautoriteiten van formaliteiten waarvoor gegevens vanuit het respectieve niet-douanegerelateerde Uniesysteem via EU-CSW-CERTEX zijn doorgestuurd. De nationale éénloketomgevingen voor de douane moeten er ook voor zorgen dat de bevoegde partnerautoriteiten de hoeveelheden toegelaten goederen die door de douane via de Unie zijn vrijgegeven, kunnen monitoren en controleren (“kwantiteitsbeheer”). Dit moet worden gewaarborgd door de niet-douanegerelateerde Uniesystemen via EU-CSW-CERTEX van de nodige informatie over het in- en uitklaren te voorzien. In de praktijk is kwantiteitsbeheer op Unieniveau noodzakelijk om niet-douanegerelateerde wettelijke formaliteiten beter te kunnen handhaven door middel van een automatische en consequente monitoring van de benutting van toegelaten hoeveelheden voor de vrijgave van goederen, hetgeen een te hoog of verkeerd gebruik voorkomt.

(14) Teneinde de processen voor het in- en uitklaren van goederen verder te vereenvoudigen voor marktdeelnemers, moeten de nationale éénloketomgevingen voor de douane één kanaal worden om met de douane- en bevoegde partnerautoriteiten te communiceren. De niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten waarop deze aanvullende faciliterende maatregel van toepassing is, maken deel uit van de overkoepelende formaliteiten die onder EU-CSW-CERTEX vallen. De Commissie moet deze formaliteiten geleidelijk vaststellen door na te gaan of is voldaan aan een reeks voor de handelsfacilitatie relevante criteria, rekening houdend met de juridische en technische haalbaarheid ervan. Om de handelsfacilitatie verder te verbeteren, moet het mogelijk zijn de nationale éénloketomgevingen voor de douane als een platform te gebruiken voor de coördinatie van controles tussen douaneautoriteiten en bevoegde partnerautoriteiten overeenkomstig artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013.

(15) Elke lidstaat moet de enige verwerkingsverantwoordelijke zijn voor de gegevensverwerkende handelingen die in zijn nationale éénloketomgeving voor de douane worden verricht. De gegevensverwerkende handelingen moeten in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 worden verricht. Aangezien sommige gegevens uit de nationale éénloketomgeving voor de douane met niet-douanegerelateerde Uniesystemen moeten worden uitgewisseld via EU-CSW-CERTEX, is elke lidstaat verplicht de Commissie in kennis te stellen in geval van een inbreuk in verband met persoonsgegevens die de beveiliging, vertrouwelijkheid, beschikbaarheid of integriteit van de in zijn omgeving verwerkte persoonsgegevens in gevaar brengt.

(16) Voor een volledig gecoördineerd proces voor het in- en uitklaren van goederen zijn procedures nodig die de digitale samenwerking en het delen van informatie tussen douaneautoriteiten, bevoegde partnerautoriteiten en marktdeelnemers ondersteunen, om niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten die onder EU-CSW-CERTEX vallen te vervullen en te handhaven. Interoperabiliteit betekent het vermogen om deze processen vloeiend te laten verlopen tussen douane- en niet-douanegerelateerde systemen en domeinen, zonder de context of betekenis van de uitgewisselde gegevens te verliezen. Om een volledig geautomatiseerde verificatie van niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten mogelijk te maken, moet EU-CSW-CERTEX zowel technische interoperabiliteit als een consistente betekenis garanderen. Het is belangrijk douaneterminologie en niet-douanegerelateerde terminologie met elkaar in overeenstemming te brengen om ervoor te zorgen dat de uitgewisselde gegevens en informatie worden bewaard en in de uitwisselingen tussen niet-douanegerelateerde Uniesystemen en nationale éénloketomgevingen voor de douane worden begrepen. Om een geharmoniseerde handhaving van niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten in de hele Unie te waarborgen, moeten in EU-CSW-CERTEX bovendien de douaneregelingen worden vastgesteld waarvoor de bewijsstukken kunnen worden gebruikt op basis van de administratieve besluiten die door de bevoegde partnerautoriteit in de bewijsstukken zijn vermeld. Vanuit technisch oogpunt moet EU-CSW-CERTEX douane- en niet-douanegerelateerde gegevens compatibel maken door waar nodig het formaat of de structuur ervan te converteren, zonder de inhoud ervan te veranderen.

(17) Gezien de niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten die worden gedekt, moet EU-CSW-CERTEX verschillende doeleinden dienen. Het moet de douaneautoriteiten de relevante gegevens ter beschikking stellen voor een betere handhaving van niet-douanegerelateerd regelgevingsbeleid van de Unie via de geautomatiseerde verificatie van deze formaliteiten. Het moet de relevante gegevens aan bevoegde partnerautoriteiten verstrekken om de resterende hoeveelheid toegelaten goederen die de douane bij het in- en uitklaren van andere zendingen niet heeft afgeschreven, te monitoren en vast te stellen. Het moet verder de toepassing van het “onestopshop-beginsel” voor het verrichten van de controles als bedoeld in artikel 47, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 952/2013 ondersteunen, door de integratie van douaneregelingen en niet-douanegerelateerde Unieregelingen voor een volledig geautomatiseerd proces voor het in- en uitklaren van goederen te vergemakkelijken. Sommige rechtshandelingen van de Unie kunnen de doorgiften van gegevens tussen nationale douanesystemen en het bij de desbetreffende handeling ingestelde informatie- en communicatiesysteem vereisen. EU-CSW-CERTEX moet daarom zorgen voor het geautomatiseerd delen van gegevens tussen douaneautoriteiten en bevoegde partnerautoriteiten, wanneer die handelingen zulks vereisen.

(18) Om één communicatiekanaal tot stand te brengen met de autoriteiten die bij het in- en uitklaren van goederen betrokken zijn, moeten de nationale éénloketomgevingen voor de douane marktdeelnemers in staat stellen de door de douanewetgeving en niet-douanegerelateerde Uniewetgeving vereiste gegevens bij één punt in te dienen en alle daarmee verband houdende informatie rechtstreeks vanuit dat punt van de betrokken autoriteiten te ontvangen. Dit ene communicatiekanaal moet alleen worden gebruikt voor de niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten die onder EU-CSW-CERTEX vallen en geschikt zijn bevonden voor aanvullende faciliterende maatregelen. 

(19) De gegevens in de douaneaangifte en de gegevens in het verzoek om bewijsstukken, overlappen behoorlijk. Om het hergebruik van gegevens mogelijk te maken, zodat marktdeelnemers dezelfde gegevens niet meer dan eens hoeven te verstrekken, moeten de gegevensvereisten voor de douane en de niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten die onder EU-CSW-CERTEX vallen met elkaar in overeenstemming worden gebracht en worden gerationaliseerd. De Commissie moet daarom de gegevenselementen vaststellen die zowel in de douaneaangifte als in het verzoek om bewijsstukken zijn vervat. De Commissie moet daarnaast de gegevenselementen vaststellen die uitsluitend op grond van niet-douanegerelateerde Uniewetgeving zijn vereist (“gegevensset(s) van de bevoegde partnerautoriteit”). De gegevens van de douaneaangifte en de gegevensset(s) van de bevoegde partnerautoriteit vormen een geïntegreerde aangifte. Deze bevat alle met het in- en uitklaren verband houdende informatie die nodig is om de douaneformaliteiten en niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten die onder EU-CSW-CERTEX vallen, te vervullen.

(20) Om marktdeelnemers in staat te stellen douane- en niet-douanegerelateerde formaliteiten te vervullen die van invloed zijn op dezelfde goederenoverbrengingen, moeten de nationale éénloketomgevingen voor de douane ervoor zorgen dat zij alle gegevens die door meerdere regelgevende instanties zijn vereist om de goederen onder douaneregelingen te plaatsen, via een geïntegreerde aangifte kunnen indienen. Het moet mogelijk zijn deze gegevens in te dienen samen met de douaneaangifte die is ingediend voor het tijdstip waarop de goederen naar verwachting bij de douane zullen worden aangebracht, overeenkomstig artikel 171 van Verordening (EU) nr. 952/2013.

(21) Om de informatie die de marktdeelnemers aan de nationale éénloketomgevingen voor de douane hebben verstrekt, aan alle betrokken autoriteiten door te geven, moet EU-CSW-CERTEX de noodzakelijke uitwisselingen van informatie tussen de douanedomeinen en niet-douanegerelateerde domeinen mogelijk maken. EU-CSW-CERTEX moet van de nationale éénloketomgevingen voor de douane met name de gegevens ontvangen die vereist zijn om de toepasselijke niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten te vervullen, en deze gegevens aan het respectieve niet-douanegerelateerde Uniesysteem doorgeven. Deze uitwisseling moet de bevoegde partnerautoriteiten in staat stellen de informatie te evalueren die aan de respectieve niet-douanegerelateerde Uniesystemen is doorgegeven, en hun besluiten over het in- en uitklaren te nemen die via EU-CSW-CERTEX naar de douane moeten worden doorgestuurd. De douaneautoriteiten moeten deze informatie op hun beurt beschikbaar stellen aan de marktdeelnemers via de nationale éénloketomgevingen voor de douane. Als identificator voor het delen en de kruiscontrole van de informatie over deze uitwisselingen moet het EORI-nummer worden gebruikt. 

(22) Overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 952/2013 krijgt elke marktdeelnemer die zich met douaneverrichtingen bezighoudt, voor alle handelingen en formaliteiten met de douaneautoriteiten in de Unie als identificator een EORI-nummer toegewezen. De Commissie onderhoudt een centraal EORI-systeem om EORI-gerelateerde gegevens op te slaan en te behandelen. Om de samenwerking tussen de verschillende autoriteiten die betrokken zijn bij het proces voor het in- en uitklaren van goederen te vergemakkelijken, moeten bevoegde partnerautoriteiten toegang hebben tot het EORI-systeem om het EORI-nummer te valideren dat zij kunnen opvragen van marktdeelnemers in het kader van hun formaliteiten.      

(23) Nauwe samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten is van essentieel belang om alle activiteiten die verband houden met de doeltreffende werking van de EU-éénloketomgeving voor de douane te coördineren. Gezien de brede en verschillende reikwijdte van deze activiteiten moet elke lidstaat een bevoegde autoriteit benoemen als nationale coördinator. De nationale coördinator moet het contactpunt voor de Commissie zijn en de samenwerking op nationaal niveau bevorderen, en bovendien de interoperabiliteit van het systeem waarborgen. De Commissie moet waar nodig coördineren en bijdragen tot een efficiënte handhaving van niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten.

(24) De ontwikkeling van de EU-éénloketomgeving voor de douane brengt diverse uitvoeringskosten met zich mee. Het is belangrijk deze kosten op de meest geschikte manier tussen de Commissie en de lidstaten te verdelen, afhankelijk van het soort diensten dat wordt geleverd. De Commissie moet kosten maken die verband houden met de ontwikkeling, het onderhoud en de werking van de centrale component van de EU-éénloketomgeving voor de douane, EU-CSW-CERTEX, en de interfaces ervan met niet-douanegerelateerde Uniesystemen. De lidstaten moeten kosten maken die verband houden met hun rol bij het waarborgen van interfaces met EU-CSW-CERTEX en de ontwikkeling, instandhouding en werking van de nationale éénloketomgevingen voor de douane.

(25) Er is een gedetailleerde planning nodig om verschillende niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten van diverse beleidsterreinen geleidelijk in EU-CSW-CERTEX te integreren. De Commissie moet daartoe een werkprogramma opstellen om deze formaliteiten in EU-CSW-CERTEX op te nemen en verbindingen te leggen tussen de niet-douanegerelateerde Uniesystemen die deze formaliteiten verwerken en EU-CSW-CERTEX. De belangrijkste doelstelling van het werkprogramma moet de ondersteuning zijn van de operationele vereisten en het tijdschema voor de uitvoering van deze activiteiten. Het werkprogramma moet regelmatig worden geëvalueerd om de algemene vooruitgang bij het toepassen van de bepalingen van deze verordening te beoordelen.

(26) De Commissie moet de werking van de EU-éénloketomgeving voor de douane regelmatig monitoren om de prestaties van EU-CSW-CERTEX te evalueren en een efficiënte handhaving te garanderen van niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten die onder EU-CSW-CERTEX vallen. De Commissie moet regelmatige beoordelingsverslagen over de werking van de EU-éénloketomgeving voor de douane indienen bij het Europees Parlement en de Raad. Deze verslagen moeten de vorderingen inventariseren, gebieden vaststellen die voor verbetering vatbaar zijn en aanbevelingen voor de toekomst doen, in het licht van de vooruitgang die is geboekt op weg naar een verbeterde digitale samenwerking tussen de douane- en bevoegde partnerautoriteiten die bij het in- en uitklaren van goederen betrokken zijn, teneinde vereenvoudigde processen voor marktdeelnemers en een efficiënte handhaving van de niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten te waarborgen.

(27) Om een efficiënte en doeltreffende werking van de EU-éénloketomgeving voor de douane te garanderen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) handelingen vast te stellen voor wijzigingen van de lijst van niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten die onder EU-CSW-CERTEX vallen; specificering van de via EU-CSW-CERTEX uit te wisselen gegevenselementen en vaststelling van de gegevenselementen die zowel in de douaneaangifte als het verzoek om bewijsstukken voorkomen, samen met de gegevensset van de bevoegde partnerautoriteit, voor elke relevante handeling van de Unie die op de in EU-CSW-CERTEX geïntegreerde niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten van toepassing is. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen geschieden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven 41 . Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen.

(28) Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de vaststelling van de respectieve verantwoordelijkheden van de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken voor de naleving van de verplichtingen op grond van Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725; het vaststellen van specifieke regels voor de uitwisseling van informatie die via EU-CSW-CERTEX moet worden verwerkt, met inbegrip van, in voorkomend geval, specifieke regels om de bescherming van persoonsgegevens te waarborgen; het bepalen op welke in EU-CSW-CERTEX geïntegreerde niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten aanvullende digitale samenwerking van toepassing kan zijn; het vaststellen van procedurele regelingen voor de aanvullende uitwisselingen van via EU-CSW-CERTEX verwerkte informatie, in voorkomend geval met inbegrip van specifieke regels inzake de bescherming van persoonsgegevens en de vaststelling van een werkprogramma ter ondersteuning van de uitvoering van de bepalingen over de verbinding van de relevante niet-douanegerelateerde Uniesystemen met EU-CSW-CERTEX en de integratie van de respectieve niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 42 .

(29) Verordening (EU) nr. 952/2013 moet worden gewijzigd om de EU-éénloketomgeving voor de douane te integreren in het concept van douanewetgeving en om douaneregelingen en niet-douanegerelateerde Unieregelingen beter te integreren door deze gelijk te laten lopen. Aangezien met deze verordening een mechanisme voor douaneautoriteiten wordt gecreëerd om wettelijke formaliteiten te handhaven die van invloed zijn op het proces voor het in- en uitklaren van goederen, is het ten eerste noodzakelijk om dit mechanisme en de aanvullende en uitvoeringsbepalingen ervan op te nemen in de definitie van douanewetgeving in artikel 5, punt 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Deze aanpak is in overeenstemming met artikel 3 van Verordening (EU) nr. 952/2013, waarin de douaneautoriteiten met de taak zijn belast om de veiligheid van de Unie en haar ingezetenen te garanderen, in voorkomend geval in nauwe samenwerking met andere autoriteiten, en de handel te faciliteren. Ten tweede is in artikel 163, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 bepaald dat de bewijsstukken die nodig zijn voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor de betrokken douaneregeling, in het bezit zijn van de aangever en ter beschikking staan van de douaneautoriteiten op het tijdstip waarop de douaneaangifte wordt ingediend. Aangezien douaneautoriteiten de nodige gegevens in verband met niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten via EU-CSW-CERTEX zullen kunnen verkrijgen, wordt deze verplichting geacht te zijn vervuld en moet artikel 163, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(30) De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op xx/xx/202x een advies uitgebracht.

(31) Voor de integratie van niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten in EU-CSW-CERTEX is het nodig nieuwe informatietechnologie-infrastructuur te implementeren om verbindingen tussen de nationale éénloketomgevingen voor de douane en niet-douanegerelateerde Uniesystemen te leggen, de uit te wisselen gegevens te bepalen en technische en functionele specificaties te ontwikkelen. Daarom moet bij de toepassing van deze verordening rekening worden gehouden met de tijd die nodig is om deze ontwikkelingen op nationaal en Unieniveau te bevorderen. Bovendien zal de uitvoering van aanvullende maatregelen voor digitale samenwerking naar verwachting aanzienlijk langer duren, omdat eerst de betreffende niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten en de relevante technische ontwikkelingen moeten worden vastgesteld. Daarom moet de toepassing van sommige bepalingen van deze verordening worden uitgesteld.

(32) Aangezien de doelstellingen van deze verordening, te weten een betere handhaving van wettelijke Unievereisten over de grenzen van de Unie heen en vergemakkelijking van de internationale handel, onvoldoende kunnen worden verwezenlijkt door de lidstaten alleen vanwege de inherent transnationale aard van het grensoverschrijdende verkeer van goederen en de complexiteit ervan, en beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.