Overwegingen bij COM(2021)803 - Gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbare gassen, aardgas en waterstof

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
⇩ nieuw

(1) Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad5 is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd6. Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van die richtlijn te worden overgegaan.


🡻 2009/72/EG overweging 1 (aangepast)

(2) De interne markt voor aardgas, die sinds 1999 geleidelijk is ingevoerd in het geheel van de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐, heeft tot doel een echte keuzevrijheid te bieden aan alle consumenten in de Europese Unie, zowel particulieren als ondernemingen, nieuwe mogelijkheden voor economische groei te creëren en de grensoverschrijdende handel te bevorderen en zo efficiëntieverbeteringen, concurrerende tarieven en een betere dienstverlening te bewerkstelligen, alsmede bij te dragen tot de leverings- en voorzieningszekerheid en de duurzaamheid van de economie.


🡻 2009/73/EG overweging 2 (aangepast)

⇨ nieuw

(3) Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas7 ⇒ en Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad ⇐ hebben heeft aanzienlijk bijgedragen tot de totstandbrenging van een dergelijke interne markt voor aardgas.


⇩ nieuw

(4) In het kader van het door de Commissie op 30 november 2016 voorgestelde pakket “Schone energie voor alle Europeanen” is met Verordening (EU) 2019/9438 en Richtlijn (EU) 2019/9449 een verdere stap gezet in de ontwikkeling van de interne markt voor elektriciteit, waarbij de burgers centraal staan en een bijdrage wordt geleverd aan de doelstellingen van de Unie inzake de overgang naar een schone-energiesysteem en de vermindering van broeikasgasemissies. De interne markt voor aardgas moet op dezelfde beginselen berusten en met name een gelijk niveau van consumentenbescherming waarborgen.

(5) De Unie streeft ernaar de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Daartoe heeft zij een reeks initiatieven aangenomen, waaronder de EU-strategie voor een geïntegreerd energiesysteem en de waterstofstrategie die de Commissie in juli 2020 heeft gepubliceerd - waarin wordt uiteengezet hoe de energiemarkten kunnen worden gemoderniseerd, onder meer door de gasmarkten de decarboniseren - alsook Verordening (EU) 2018/1999 en Verordening (EU) 2021/1119. Deze richtlijn moet bijdragen tot de verwezenlijking van deze doelstellingen, waarbij de leveringszekerheid en een goed functionerende interne markt voor gassen, met inbegrip van waterstof, worden gewaarborgd.

(6) Deze richtlijn beoogt de penetratie van hernieuwbare en koolstofarme gassen in het energiesysteem te bevorderen en de rol van fossiel gas te verkleinen, en om die nieuwe gassen een belangrijke rol te laten spelen bij de verwezenlijking van de klimaatdoelstellingen van de EU voor 2030 en klimaatneutraliteit in 2050. De richtlijn beoogt verder een regelgevend kader op te zetten dat alle marktdeelnemers stimuleert en in staat stelt de overgangsrol van fossiel gas in aanmerking te nemen bij de planning van hun activiteiten om lock-in-effecten te vermijden en een geleidelijke en tijdige uitfasering van fossiel gas te waarborgen, met name in alle relevante industriële sectoren en voor verwarmingsdoeleinden.

(7) De waterstofstrategie van de EU onderkent dat, in het licht van het uiteenlopende potentieel van de EU-lidstaten voor de productie van hernieuwbare waterstof, een open en concurrerende EU-markt met onbeperkte grensoverschrijdende handel belangrijke voordelen biedt voor de mededinging, de betaalbaarheid en de leveringszekerheid. Bovendien wordt benadrukt dat het toewerken naar een liquide markt met een op grondstoffen gebaseerde waterstofhandel de deelname van nieuwe producenten zou vergemakkelijken en gunstig zou zijn voor een verdergaande integratie met andere energiedragers. Het zou realistische prijssignalen geven voor investeringen en operationele beslissingen. De voorschriften moeten dus bevorderlijk zijn voor de opkomst van waterstofmarkten en op grondstoffen gebaseerde waterstofhandel en liquide handelshubs, en de lidstaten moeten onnodige belemmeringen hiervoor wegnemen. De bestaande regels voor de markten van en de handel in elektriciteit en gas die efficiënte commerciële activiteiten mogelijk maken, moeten, rekening houdend met inherente verschillen, voor zover passend en binnen een passend tijdsbestek van toepassing worden op de waterstofmarkten van de Unie.

(8) In overeenstemming met de waterstofstrategie van de EU zal hernieuwbare waterstof naar verwachting vanaf 2030 op grote schaal worden ingezet om bepaalde sectoren koolstofvrij te maken, variërend van luchtvaart en scheepvaart tot moeilijk koolstofvrij te maken industriële sectoren. Alle op waterstofsystemen aangesloten eindafnemers zullen fundamentele consumentenrechten hebben die van toepassing zijn op eindafnemers die zijn aangesloten op het aardgassysteem, zoals het recht om van leverancier te veranderen en nauwkeurige factureringsinformatie te krijgen. In gevallen waarin afnemers op het waterstofnet zijn aangesloten, bijvoorbeeld industriële afnemers, zullen deze van dezelfde rechten inzake consumentenbescherming genieten als aardgasafnemers. Consumentenvoorzieningen die bedoeld zijn om de deelname van huishoudens aan de markt aan te moedigen, zoals prijsvergelijkingstools, actieve afnemers en energiegemeenschappen van burgers, zijn echter niet van toepassing op het waterstofsysteem.

(9) In overeenstemming met de waterstofstrategie is de ontwikkeling van voornamelijk uit zonne- en windenergie geproduceerde hernieuwbare waterstof een prioriteit voor de EU. Hernieuwbare waterstof is de optie die het best verenigbaar is met de doelstelling van de EU op het gebied van klimaatneutraliteit en nul vervuiling op de lange termijn en die het meest coherent is met een geïntegreerd energiesysteem. Koolstofarme brandstoffen, zoals koolstofarme waterstof, kunnen echter een rol spelen in de energietransitie, met name op korte en middellange termijn, om de emissies van bestaande brandstoffen snel te verminderen en het gebruik van hernieuwbare brandstoffen zoals hernieuwbare waterstof te ondersteunen. Om de transitie te ondersteunen, moet een drempel voor broeikasgasemissiereducties voor koolstofarme waterstof en synthetische gasvormige brandstoffen worden vastgesteld. Deze drempel moet strenger worden voor waterstof die wordt geproduceerd in installaties die vanaf 1 januari 2031 operationeel worden, teneinde rekening te houden met technologische ontwikkelingen en de dynamische vooruitgang op de weg naar broeikasgasemissiereducties door waterstofproductie beter te stimuleren. In de EU-strategie voor een geïntegreerd energiesysteem werd benadrukt dat een EU-breed certificeringssysteem moet worden ingevoerd dat ook betrekking heeft op koolstofarme brandstoffen, teneinde de lidstaten in staat te stellen deze te vergelijken met andere opties voor het koolstofarm maken van de economie en deze in hun energiemix als een haalbare oplossing te beschouwen. Om ervoor te zorgen dat koolstofarme brandstoffen dezelfde decarbonisatie-effecten hebben als andere hernieuwbare alternatieven, is het belangrijk dat deze worden gecertificeerd aan de hand van een vergelijkbare methodologische aanpak op basis van een levenscyclusbeoordeling van hun totale broeikasgasemissies. Dit zou het mogelijk maken een alomvattend certificeringssysteem voor de hele EU in te voeren dat de hele energiemix van de Unie bestrijkt. Aangezien koolstofarme brandstoffen en koolstofarme waterstof geen hernieuwbare brandstoffen zijn, kunnen hun terminologie en certificering niet worden opgenomen in het voorstel voor de herziening van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad10. Om deze leemte alsnog op te vullen, worden zij in deze richtlijn opgenomen.


🡻 2009/73/EG overweging 3

(10) De vrijheden die de burgers van de Unie in het Verdrag worden gegarandeerd onder meer het vrij verkeer van goederen, de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten kunnen evenwel enkel verwezenlijkt worden in een volledig opengestelde markt waarop alle consumenten hun leveranciers vrijelijk kunnen kiezen en alle aanbieders vrijelijk aan hun afnemers kunnen leveren.


🡻 2009/73/EG overweging 4

(4) Momenteel bestaan er evenwel belemmeringen voor de verkoop van aardgas onder gelijke voorwaarden en zonder discriminatie of achterstelling in de Gemeenschap. Er is met name nog steeds geen sprake van een niet-discriminerende nettoegang en van een gelijk niveau van toezicht door de regelgevende instanties in de lidstaten.


🡻 2009/73/EG overweging 5

(5) In de mededeling van de Commissie van 10 januari 2007„Een energiebeleid voor Europa” wordt het belang onderstreept van de voltooiing van de interne markt voor aardgas en de totstandbrenging van gelijke mededingingsvoorwaarden voor alle in de Gemeenschap gevestigde aardgasbedrijven. Uit de mededelingen van 10 januari 2007 getiteld „de vooruitzichten voor de interne gas- en elektriciteitsmarkt” en over „Onderzoek op grond van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1/2003 naar de Europese gas- en elektriciteitssectoren (Eindverslag)” blijkt dat de huidige regels en maatregelen niet het vereiste kader leveren om de doelstelling van een goed functionerende interne markt te verwezenlijken.


🡻 2009/73/EG overweging 48 (aangepast)

⇨ nieuw

(11) De consumentenbelangen zouden in deze richtlijn centraal moeten staan, en de kwaliteit van de dienstverlening zou een kerntaak van aardgasbedrijven moeten zijn. Bestaande rechten van consumenten ⇨ en rechten van toegang tot essentiële diensten, waaronder energiediensten, alsook bescherming tegen energiearmoede, zoals vermeld in de mededeling over de Europese pijler van sociale rechten, ⇦ moeten worden versterkt en gewaarborgd, en dienen meer transparantie te omvatten. Consumentenbescherming zou moeten waarborgen dat alle consumenten in de ruimere context van de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ profiteren van een concurrerende ⇒ gasmarkt ⇐markt. Consumentrechten dienen door de lidstaten te worden gehandhaafd, of indien een lidstaat hierin voorziet, door de regulerende instanties.


⇩ nieuw

(12) In de Europese pijler van sociale rechten wordt energie beschouwd als een essentiële dienst waartoe iedereen toegang moet hebben en wordt er opgeroepen tot steunmaatregelen voor wie er behoefte aan heeft (beginsel 20). Ook in VN-doelstelling 7 inzake duurzame ontwikkeling wordt gevraagd toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen te verzekeren.


🡻 2009/73/EG overweging 47 (aangepast)

(13) De Eeisen inzake openbaredienstverlening en de gemeenschappelijke minimumnormen die daaruit voortvloeien, moeten verder worden versterkt om te waarborgen dat alle verbruikers, met name de kwetsbaren onder hen, hun voordeel doen bij de vrije mededinging en bij billijke prijzen. De eisen inzake openbaredienstverlening dienen op nationaal niveau te worden gedefinieerd, met inachtneming van nationale omstandigheden; het Gemeenschapsrecht ⇒ Unierecht ⇐ dient echter door de lidstaten te worden nageleefd. De burgers van de Unie en, waar dit door de lidstaten opportuun wordt geacht, kleine ondernemingen, dienen te kunnen profiteren van openbaredienstverplichtingen, vooral waar het gaat om leverings- en voorzieningszekerheid en redelijke tarieven.


⇩ nieuw

(14) De lidstaten moeten over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikken om aan elektriciteitsbedrijven openbaredienstverplichtingen op te leggen bij het nastreven van doelstellingen van algemeen economisch belang. Openbaredienstverplichtingen die de vorm aannemen van prijsstelling voor de aardgaslevering, vormen evenwel fundamenteel een verstorende maatregel die vaak leidt tot de accumulatie van tarieftekorten, de beperking van de keuze van de consument, minder stimulansen voor investeringen in energiebesparing en energie-efficiëntie, lagere dienstverleningsnormen, een lager niveau van betrokkenheid en tevredenheid van consumenten, en de beperking van de mededinging, alsook tot minder aanbod van innovatieve producten en diensten op de markt. De lidstaten moeten derhalve andere beleidsinstrumenten toepassen, en dan met name gerichte sociale beleidsmaatregelen, om de betaalbare levering van aardgas aan hun burgers te vrijwaren. Overheidsoptreden in de prijsstelling voor de levering van aardgas zou alleen als openbaredienstverplichting mogen worden toegepast en zou aan specifieke voorwaarden onderworpen moeten zijn. Een volledig geliberaliseerde, goed functionerende retailmarkt voor aardgas zou de concurrentie op prijs en op andere punten dan prijs onder bestaande leveranciers stimuleren en zou stimulansen moeten bieden aan nieuwe deelnemers op de markt, waardoor de keuze en de tevredenheid van de consument verbetert.

(15) Openbaredienstverplichtingen die de vorm van prijsstelling voor de aardgasvoorziening aannemen, moeten worden gebruikt zonder afbreuk te doen aan het beginsel van open markten, in duidelijk omschreven omstandigheden, ten aanzien van duidelijk omschreven begunstigden, en moeten beperkt zijn in duur. Om de verstorende effecten van openbaredienstverplichtingen bij de prijsstelling voor de aardgasvoorziening te beperken, moeten de lidstaten die op deze manier ingrijpen aanvullende maatregelen treffen, waaronder maatregelen om te voorkomen dat de prijsstelling voor groothandelsmarkten wordt verstoord. De lidstaten moeten er tevens voor zorgen dat alle begunstigden van gereguleerde prijzen, indien zij dit wensen, ten volle profijt kunnen trekken van de aanbiedingen op de concurrerende markt. Daarom moeten zij rechtstreeks en op gezette tijden worden geïnformeerd over de beschikbare aanbiedingen en besparingsmogelijkheden op de concurrerende markt en hulp krijgen om in te spelen op en te profiteren van marktgebaseerde aanbiedingen.

(16) Overheidsingrijpen in de prijsstelling van de aardgasvoorziening mogen niet leiden tot directe kruissubsidiëring tussen verschillende categorieën afnemers. Volgens dit beginsel mogen prijssystemen bepaalde categorieën afnemers niet expliciet verplichten de kosten te dragen van prijsingrepen die andere categorieën afnemers beïnvloeden.


🡻 2009/73/EG overweging 49 (aangepast)

⇨ nieuw

(17) De consumenten moeten kunnen beschikken over duidelijke en begrijpelijke informatie over hun rechten ten aanzien van de energiesector. De Commissie dient ⇒ heeft ⇐ na raadpleging van de relevante belanghebbenden, waaronder lidstaten, nationale regulerende instanties, consumentenorganisaties en aardgasbedrijven, een toegankelijke, gebruikersvriendelijke checklist voor energieconsumenten op te stellen ⇒ opgesteld ⇐ met praktische informatie voor de consument over zijn rechten. Deze checklist dient ⇨ up-to-date te worden gehouden, ⇦ aan alle consumenten te worden uitgereikt en algemeen beschikbaar te zijn.


⇩ nieuw

(18) De lidstaten moeten er rekening mee houden dat voor een succesvolle transitie meer moet worden geïnvesteerd in onderwijs en vaardigheden voor werknemers in de gassector, onder meer met betrekking tot de ontwikkeling van infrastructuur. Een dergelijke vermelding zou in overeenstemming zijn met het voorstel voor een herziening van de EED (2021/0203 (COD)).

(19) Marktregels moeten afnemers beschermen en hun de mogelijkheid bieden koolstofarme keuzes te maken, zodat nieuwe hernieuwbare en koolstofarme gassen volledig kunnen worden geïntegreerd in de energietransitie.

(20) Aardgas speelt nog steeds een belangrijke rol in de energievoorziening, aangezien huishoudens nog steeds meer energie uit aardgas dan uit elektriciteit verbruiken. Hoewel elektrificatie een essentieel element van de groene transitie is, zullen huishoudens in de toekomst nog steeds aardgas verbruiken, waaronder grotere volumes hernieuwbaar gas.

(21) Aangezien de aardgassector, met inbegrip van de kleinhandelsmarkt voor aardgas, geen deel uitmaakte van het pakket “Schone energie voor alle Europeanen”, zijn de desbetreffende bepalingen inzake consumentenbetrokkenheid en -bescherming niet afgestemd op de behoeften van de energietransitie, maar op de situatie van meer dan tien jaar geleden toen het derde energiepakket werd aangenomen.

(22) Op de aardgasmarkt is er sprake van slechte klanttevredenheid en -betrokkenheid en van een traag gebruik van nieuwe hernieuwbare en koolstofarme gassen, allemaal tekenen van beperkte mededinging in veel lidstaten. In tegenstelling tot de dalende prijzen op de groothandelsmarkten zijn de aardgasprijzen voor huishoudelijke afnemers de afgelopen tien jaar gestegen, waardoor huishoudelijke afnemers twee tot drie keer meer betalen voor hun aardgasverbruik dan industriële afnemers.

(23) Net als in de elektriciteitssector zijn marktflexibiliteit en een adequaat rechtskader voor consumentenrechten in de aardgassector essentieel om ervoor te zorgen dat consumenten kunnen deelnemen aan de energietransitie en kunnen profiteren van betaalbare prijzen, goede dienstverleningsnormen en daadwerkelijke keuzemogelijkheden die de technologische ontwikkelingen weerspiegelen.

(24) De overschakeling van fossiel gas op hernieuwbare alternatieven zal verwerkelijken als energie uit hernieuwbare bronnen een aantrekkelijke, niet-discriminerende keuze wordt voor consumenten op basis van echt transparante informatie, waarbij de transitiekosten eerlijk worden verdeeld over verschillende groepen consumenten en marktdeelnemers.

(25) Om de huidige lacunes op de kleinhandelsmarkt voor gas aan te pakken, moeten de bestaande mededingingsbelemmeringen en technische obstakels voor de opkomst van nieuwe diensten, betere dienstverleningsniveaus en lagere consumentenprijzen worden aangepakt, en moet tegelijk de bescherming van arme en kwetsbare afnemers worden gewaarborgd.

(26) Om een hoog niveau van consumentenbescherming en -empowerment in alle energiesectoren te waarborgen, moet het rechtskader voor de wetgeving inzake de koolstofvrije gasmarkt een weerspiegeling zijn van de bescherming, en waar relevant de empowerment, die de consument op de elektriciteitsmarkt geniet.

(27) Met het oog op een coherente en doeltreffende benadering moet deze weerspiegeling alle bepalingen inzake consumentenbescherming en empowerment omvatten, waar mogelijk en indien aanpasbaar aan de gasmarkt. Dit moet gaan van contractuele basisrechten tot regels voor factureringsinformatie, het overstappen naar een andere energieleverancier, de beschikbaarheid van betrouwbare vergelijkingsinstrumenten, de bescherming van kwetsbare en energiearme afnemers, adequate gegevensbescherming voor slimme meters en gegevensbeheer, en regels voor efficiënte alternatieve geschillenbeslechting.

(28) Bij het streven naar consistente bepalingen voor alle sectoren moeten de lasten voor nationale overheden en bedrijven worden beperkt en evenredig zijn door tevens voort te bouwen op de ervaring met het pakket “Schone energie voor alle Europeanen”.

(29) De modernisering van de gassector zal naar verwachting aanzienlijke economische voordelen opleveren, zowel in de vorm van verbeterde mededinging op detailhandelsniveau als in de vorm van sociale en verdelingsvoordelen en empowerment van de afnemer, met inbegrip van versterkte contractuele rechten en betere informatie over het verbruik en over de energiebronnen die tot groenere keuzes leiden. De betrokken energiegemeenschappen moeten bijdragen tot de ingebruikname van hernieuwbaar gas.

(30) Overstappen naar een andere leverancier is een belangrijke indicator die wijst op betrokkenheid van de consument, en is een belangrijk instrument om de concurrentie op de aardgasmarkt te stimuleren. Het percentage afnemers dat overstapt op een andere leverancier verschilt van lidstaat tot lidstaat en door uitstap- en beëindigingsvergoedingen worden afnemers ontmoedigd om over te stappen. Hoewel het afschaffen van dergelijke vergoedingen de keuze van de consument zou kunnen beperken doordat producten die gebaseerd zijn op het belonen van consumententrouw niet langer worden aangeboden, zou het beperken van het verdere gebruik ervan het welzijn en de betrokkenheid van de consument en de concurrentie op de markt verbeteren.

(31) Kortere overstaptijden zetten afnemers er waarschijnlijk toe aan om te zoeken naar betere energiecontracten en over te stappen op een andere leverancier. Het toegenomen gebruik van informatietechnologie moet het mogelijk maken dat uiterlijk in 2026 het technische overstapproces waarbij een nieuwe leverancier op een meetpunt bij de marktdeelnemer wordt geregistreerd, op werkdagen normaliter binnen 24 uur wordt afgerond. De garantie dat dit technische overstapproces uiterlijk op die datum binnen 24 uur kan plaatsvinden, zou ertoe bijdragen dat de overstaptijd tot een minimum wordt beperkt, hetgeen mede leidt tot een grotere betrokkenheid van de consument en tot concurrentie op detailhandelsniveau.

(32) Verschillende factoren verhinderen dat consumenten toegang hebben tot de verschillende bronnen van marktinformatie die hun ter beschikking staan, en dat zij deze informatie begrijpen en ernaar handelen. Daaruit volgt dat de vergelijkbaarheid van het aanbod moet worden verbeterd en de factoren die overstappen bemoeilijken zoveel mogelijk moeten worden beperkt zonder de keuze van de consument onnodig te beperken.

(33) Met behulp van onafhankelijke vergelijkingsinstrumenten, waaronder websites, kunnen kleinere afnemers op een doeltreffende manier de verdiensten van de verschillende op de markt beschikbare energieaanbiedingen beoordelen. Zij moeten trachten een zo breed mogelijk scala aan op de markt beschikbaar aanbod te tonen en de markt zo volledig mogelijk te dekken, zodat de afnemer een representatief overzicht krijgt. Het is van wezenlijk belang dat kleine afnemers toegang hebben tot ten minste één vergelijkingsinstrument en dat de informatie die via dergelijke instrumenten wordt verstrekt, betrouwbaar, onpartijdig en transparant is. De lidstaten kunnen hiertoe voorzien in een vergelijkingsinstrument dat wordt beheerd door een nationale instantie of een particuliere onderneming.

(34) Eindafnemers moeten ook zelf geproduceerd hernieuwbaar gas kunnen verbruiken, opslaan en verkopen en aan alle aardgasmarkten kunnen deelnemen door ondersteunende diensten aan het systeem te verlenen, bijvoorbeeld door energie op te slaan. De lidstaten moeten in hun nationale recht kunnen beschikken over verschillende bepalingen met betrekking tot belastingen en heffingen voor individuele en gezamenlijk optredende actieve afnemers.

(35) Gezien de rol die zij kunnen spelen bij het koolstofvrij maken van het energiesysteem, moeten bepaalde categorieën energie-initiatieven van burgers op de aardgasmarkt op het niveau van de Unie worden erkend als “energiegemeenschappen van burgers”. Deze gemeenschappen moeten het gebruik van hernieuwbaar gas in het aardgassysteem vergemakkelijken. Om hun een billijke behandeling en gelijke mededingingsvoorwaarden te bieden, moeten een ondersteunend kader en een welomschreven lijst van rechten en verplichtingen worden vastgesteld die een algemene weerspiegeling zijn van de deelnamestructuur, de governancevoorschriften en het doel van energiegemeenschappen van burgers in Richtlijn (EU) 2019/944.

(36) De bepalingen betreffende energiegemeenschappen van burgers laten andere burgerinitiatieven, zoals hernieuwbare-energiegemeenschappen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/2001 of burgerinitiatieven die voortkomen uit privaatrechtelijke overeenkomsten, onverlet. Lidmaatschap van een energiegemeenschap van burgers moet open staan voor alle categorieën entiteiten. De beslissingsbevoegdheden binnen een energiegemeenschap van burgers moeten echter beperkt blijven tot de leden of aandeelhouders die niet betrokken zijn bij grootschalige commerciële activiteiten en voor wie de energiesector niet de voornaamste economische activiteit vormt. Dit betekent dat energiegemeenschappen van burgers en individuele leden of aandeelhouders financieel en economisch onafhankelijk moeten zijn van entiteiten die bij dergelijke activiteiten betrokken zijn, onverminderd de mogelijkheid voor energiegemeenschappen van burgers om het beheer van de installaties die nodig zijn voor hun activiteiten, met inbegrip van installatie, exploitatie, gegevensverwerking en onderhoud, uit te besteden.

(37) Facturen en factureringsinformatie zijn een belangrijk middel om eindafnemers te informeren en slagvaardiger te maken. Energiefacturen zijn nog steeds het grootste punt van zorg en een bron van klachten van consumenten, en dus een factor die bijdraagt tot de permanent lage percentages consumententevredenheid en betrokkenheid bij de gassector. De bepalingen inzake factureringsinformatie in de gassector lopen ook achter op de rechten die aan consumenten in de elektriciteitssector worden toegekend. Het is daarom noodzakelijk deze in overeenstemming te brengen en minimumeisen vast te stellen voor facturen en factureringsinformatie in de gassector, zodat consumenten toegang hebben tot transparante en gemakkelijk te begrijpen informatie. Facturen moeten de eindafnemers informatie bieden over hun verbruik en kosten, zodat deze de aanbiedingen gemakkelijker kunnen vergelijken en gemakkelijker op een andere leverancier kunnen overstappen, en moeten ook informatie bieden over hun consumentenrechten (bijvoorbeeld inzake alternatieve geschillenbeslechting). Bovendien moeten facturen een instrument zijn om consumenten actief bij de markt te betrekken, zodat zij hun consumptiepatronen kunnen beheren en groenere keuzes kunnen maken.

(38) De regelmatige verstrekking van accurate factureringsinformatie op basis van het feitelijke gasverbruik, vergemakkelijkt door slimme-metersystemen, is belangrijk om afnemers te helpen hun gasverbruik en de bijbehorende kosten te reguleren. Afnemers, met name huishoudelijke afnemers, moeten niettemin toegang hebben tot flexibele regelingen voor het betalen van hun facturen.


🡻 2009/73/EG overweging 47 (aangepast)

⇨ nieuw

(39) Toegang tot objectieve en transparante verbruiksgegevens is bij de levering aan afnemers een belangrijk aspect. De consumenten moeten dan ook over hun verbruiksgegevens en de bijbehorende prijzen en servicekosten kunnen beschikken, zodat zij concurrenten kunnen uitnodigen een op deze gegevens ⇒ informatie ⇐ gebaseerd aanbod te doen. De consument moet ook het recht hebben om naar behoren te worden geïnformeerd over zijn energieverbruik. Bij vooruitbetaling ⇨ mogen de gebruikers daarvan niet buitenproportioneel worden benadeeld en ⇦ dient te worden uitgegaan van het verwachte aardgasverbruik, en uiteenlopende betalingssystemen mogen klanten niet discrimineren. Voldoende regelmatig aan de consument verstrekte informatie over de energiekosten zal ⇒ moet ⇐ een stimulans zijn voor energiebesparing aangezien de consument afnemer hierdoor feedback krijgt over het effect van investeringen in energie-efficiëntie en het effect van gedragswijziging.


🡻 2009/73/EG overweging 52 (aangepast)

⇨ nieuw

(40) ⇨ Wanneer op nationaal niveau een beslissing wordt genomen omtrent de uitrol van slimme-metersystemen voor aardgas, ⇦ De invoering van intelligente meetsystemen moet ⇒ die beslissing ⇐ gebaseerd kunnen worden op een economische evaluatie. ⇨ In die economische evaluatie moet rekening worden gehouden met de langetermijnvoordelen van de uitrol van slimme-metersystemen voor consumenten en de hele waardeketen. ⇦ Indien uit die evaluatie blijkt dat de invoering van dergelijke meetsystemen alleen economisch haalbaar en kosteneffectief is voor afnemers met een zeker ⇨ aardgasverbruik ⇦ gasverbruik, moeten de lidstaten hier rekening mee kunnen houden bij de invoering van intelligente meetsystemen ⇒ uitrol ⇐. ⇨ Dergelijke evaluaties dienen echter op regelmatige basis te worden herzien om ze aan te passen aan grote veranderingen in de onderliggende veronderstellingen, of ten minste om de vier jaar, gezien de snelle technologische ontwikkelingen. ⇦


⇩ nieuw

(41) Om de actieve marktdeelname van eindafnemers te ondersteunen, moeten bij de in te voeren slimme-metersystemen terdege rekening worden gehouden met het gebruik van relevante beschikbare normen, waaronder normen die interoperabiliteit op het niveau van het datamodel en de applicatielaag mogelijk maken, met beste praktijken en met het belang van de ontwikkeling van gegevensuitwisseling, voor toekomstige en innovatieve energiediensten. Bovendien mogen de slimme-metersystemen die worden ingevoerd geen belemmering vormen voor het overstappen naar een andere leverancier in het geval van aardgasverbruikers, en moeten zij zijn uitgerust met functionaliteiten die geschikt zijn voor het beoogde doel en de eindafnemers in staat stellen tijdig toegang te krijgen tot hun verbruiksgegevens, hun energiegedrag aan te passen, daarvoor beloond te worden en op hun factuur te besparen.

(42) De lidstaten die niet systematisch slimme-metersystemen invoeren in het aardgassysteem, moeten het de afnemers mogelijk maken, op hun verzoek en onder eerlijke en redelijke voorwaarden, van de installatie van een slimme meter te profiteren, en moeten hun alle relevante informatie verstrekken.

(43) In de lidstaten zijn, of worden momenteel, verschillende modellen voor het beheer van gegevens ontwikkeld in verband met de invoering van slimme-metersystemen. Onafhankelijk van het gegevensbeheermodel is het belangrijk dat lidstaten transparante regels instellen voor de toegang tot gegevens onder niet-discriminerende voorwaarden, en het hoogste niveau van cyberbeveiliging en gegevensbescherming garanderen, alsmede de onpartijdigheid van de entiteiten die gegevens verwerken.


🡻 2009/73/EG overweging 51

(44) Efficiënte en voor alle consumenten toegankelijke middelen van geschillenbeslechting zijn een garantie voor betere consumentenbescherming. De lidstaten moeten voorzien in procedures voor een snelle en doeltreffende afhandeling van klachten.


🡻 2009/73/EG overweging 50 (aangepast)

(50) Energiearmoede wordt in de Gemeenschap een steeds groter probleem. De lidstaten die hierdoor getroffen zijn en die zulks nog niet hebben gedaan, moeten dan ook nationale actieplannen ontwikkelen of andere adequate maatregelen treffen om energiearmoede aan te pakken en te zorgen voor een vermindering van het aantal personen dat onder een dergelijke situatie lijdt. De lidstaten dienen er in ieder geval voor te zorgen dat kwetsbare afnemers van energie voorzien blijven. Hierbij zou gebruik kunnen worden gemaakt van een geïntegreerde aanpak, bijvoorbeeld in het kader van het sociaal beleid, en de maatregelen zouden sociale beleidsmaatregelen of verbeteringen van de energie-efficiëntie van huizen kunnen omvatten. Op zijn minst zou deze richtlijn nationale beleidsmaatregelen ten gunste van kwetsbare afnemers moeten toestaan.


⇩ nieuw

(45) De lidstaten moeten passende maatregelen nemen, zoals het voorzien van steun door middel van hun socialezekerheidsstelsel om te waarborgen dat kwetsbare afnemers van voorzien zijn, of het voorzien van steun voor verbetering van de energie-efficiëntie, teneinde energiearmoede waar deze wordt vastgesteld op grond van artikel 3, lid 3, punt d), van Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad11, aan te pakken, ook in de bredere context van armoedebestrijding. Die maatregelen zouden kunnen verschillen naar gelang van de bijzondere omstandigheden in de betrokken lidstaat, en zouden maatregelen op het gebied van sociaal en energiebeleid kunnen omvatten in verband met de betaling van gasfacturen, investeringen in de energie-efficiëntie van woongebouwen of consumentenbescherming, zoals waarborgen tegen afsluiting.

(46) Overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad12 heeft de Commissie indicatieve richtsnoeren13 verstrekt inzake passende indicatoren voor het meten van energiearmoede en het definiëren van een “aanzienlijk aantal huishoudens dat kampt met energiearmoede”.

(47) Door de administratieve vergunningsprocedures te vereenvoudigen en te stroomlijnen en duidelijke termijnen vast te leggen voor besluiten die moeten worden genomen door de autoriteiten die bevoegd zijn voor het afgeven van vergunningen, zouden waterstofproductiefaciliteiten en infrastructuurvoorzieningen voor waterstofsystemen in een passend tempo moeten kunnen worden uitgerold. De lidstaten moet worden verzocht verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang. Grandfathering van toestemmingen (zoals vergunningen, machtigingen, concessies of goedkeuringen) die krachtens nationaal recht worden verleend voor de aanleg en exploitatie van bestaande aardgaspijpleidingen en andere netwerkactiva, is nodig zodra de getransporteerde gasvormige energiedrager in een gaspijpleiding verandert van aardgas in (zuivere) waterstof. Dit moet onnodige vertraging bij het herbestemmen van bestaande aardgaspijpleidingen en andere netwerkactiva voor waterstoftransport voorkomen. Er moet worden vermeden dat de voorwaarden voor het verlenen van vergunningen voor infrastructuurvoorzieningen van waterstofsystemen wezenlijk verschillen, tenzij dit voldoende wordt gemotiveerd. Technische veiligheidsoverwegingen kunnen een gedifferentieerde aanpak bij de grandfathering van bestaande vergunningen of de afgifte van nieuwe vergunningen rechtvaardigen. De bepalingen inzake toestemmingsprocedures moeten van toepassing zijn onverminderd het internationaal recht en het recht van de Unie, met inbegrip van bepalingen ter bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid. In naar behoren gerechtvaardigde buitengewone omstandigheden moet het mogelijk zijn de termijnen voor toestemmingsprocedures met maximaal een jaar te verlengen.

(48) Door aanvragers gedurende de procedures voor het aanvragen en verlenen van vergunningen via een administratief contactpunt advies te geven, wordt getracht de complexiteit voor projectontwikkelaars te reduceren en de efficiëntie en transparantie te vergroten. De efficiëntie kan ook worden vergroot door aanvragers de mogelijkheid te bieden relevante documenten in digitale vorm in te dienen en hun een procedurehandboek ter beschikking te stellen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de autoriteiten die de toestemmingsprocedures toepassen, actief betrokken worden bij het aanpakken van resterende belemmeringen, met inbegrip van niet-financiële belemmeringen zoals een gebrek aan kennis, digitale en personele middelen die de verwerking van een toenemend aantal toestemmingsprocedures in de weg staan.


🡻 2009/73/EG overweging 6

(49) Zonder een effectieve scheiding van netten en productie- en leveringsactiviteiten („effectieve ontvlechting”) bestaat er een risico op discriminatie, niet alleen bij de exploitatie van de netten, maar ook wat betreft de stimulansen voor verticaal geïntegreerde bedrijven om in toereikende mate in hun netten te investeren.


🡻 2009/73/EG overweging 7

(50) De juridische en functionele ontvlechtingsregels als bepaald in Richtlijn 2003/55/EG hebben evenwel niet geleid tot een effectieve ontvlechting van de transmissiesysteembeheerders. Derhalve heeft de Europese Raad in zijn zitting van 8 en 9 maart 2007 de Commissie verzocht om wetgevingsvoorstellen uit te werken voor een daadwerkelijke scheiding tussen leverings- en productiediensten, enerzijds, en netexploitatie, anderzijds.


🡻 2009/73/EG overweging 8 (aangepast)

(51) Uitsluitend het wegwerken van stimulansen voor verticaal geïntegreerde bedrijven om hun concurrenten met betrekking tot nettoegang en netinvesteringen te discrimineren, kan een effectieve ontvlechting waarborgen. Ontvlechting van de eigendom, hetgeen met zich brengt dat de neteigenaar wordt aangewezen als de systeembeheerder en onafhankelijk is van belangen bij de productie en levering, is duidelijk een effectieve en stabiele manier om het inherente belangenconflict op te lossen en de leverings- en voorzieningszekerheid leveringszekerheid te waarborgen. Om deze reden heeft het Europees Parlement in zijn resolutie van 10 juli 2007 inzake de vooruitzichten voor de interne gas- en elektriciteitsmarkt14 gesteld dat het ontvlechting van de eigendom op het niveau van de transmissie ziet als het efficiëntste middel om investeringen in infrastructuur op niet-discriminerende wijze te bevorderen en te zorgen voor eerlijke toegang tot het net voor nieuwkomers en transparantie op de markt. In het kader van ontvlechting van de eigendom moet van de lidstaten worden geëist dat zij ervoor waken dat dezelfde persoon of personen zeggenschap kan dan wel kunnen uitoefenen over een productie- of leveringsbedrijf en tegelijk zeggenschap of rechten kan dan wel kunnen uitoefenen over een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem. Omgekeerd moet zeggenschap over een transmissiesysteem of een transmissiesysteembeheerder de mogelijkheid uitsluiten zeggenschap of rechten uit te oefenen over een productie- of leveringsbedrijf. Binnen deze grenzen mogen productie- of leveringsbedrijven minderheidsbelangen hebben in transmissiesysteembeheerders of transmissiesystemen.


🡻 2009/73/EG overweging 9

(52) Eventuele systemen voor ontvlechting moeten doeltreffend zijn bij het wegnemen van eventuele belangenconflicten tussen producenten, leveranciers en transmissiesysteembeheerders, teneinde prikkels te creëren voor de nodige investeringen en de toegang van nieuwkomers op de markt met een transparant, efficiënt reguleringsstelsel te waarborgen, en zij mogen voor nationale regulerende instanties geen te bezwaarlijk reguleringsstelsel opleveren.


🡻 2009/73/EG overweging 10

(53) De definitie van de term „zeggenschap” is overgenomen uit Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen15.


🡻 2009/73/EG overweging 11

(54) Aangezien ontvlechting van de eigendom in sommige gevallen een herstructurering van de bedrijven vergt, moeten de lidstaten die besluiten tot ontvlechting van de eigendom over te gaan, extra tijd krijgen om de relevante bepalingen toe te passen. Gezien de verticale kruisverbanden tussen de elektriciteits- en de gassector moeten de ontvlechtingsbepalingen gelden voor beide sectoren samen.


⇩ nieuw

(55) Wat daarentegen de waterstofsector betreft, kan de opkomst van verticaal geïntegreerde bedrijven in de eerste plaats worden vermeden door vooraf duidelijke regels vast te stellen. Dit verdient de voorkeur boven dure vereisten voor ontvlechting achteraf, waarvan de uitvoering tijd vergt.


🡻 2009/73/EG overweging 12

(56) Om in het kader van de ontvlechting van de eigendom volledige onafhankelijkheid van de netexploitatie ten aanzien van productie- en leveringsbelangen te waarborgen en de uitwisseling van vertrouwelijke informatie te voorkomen, mag eenzelfde persoon geen lid zijn van de raad van bestuur van zowel een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem als een bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht. Om dezelfde reden mag eenzelfde persoon niet over de bevoegdheid beschikken om leden van de raad van bestuur van een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem aan te wijzen, én zeggenschap of rechten uit te oefenen over een productie- of leveringsbedrijf.


🡻 2009/73/EG overweging 13

(57) De aanwijzing van een systeem- of transmissiebeheerder die onafhankelijk is van productie- en leveringsbelangen, dient het voor een verticaal geïntegreerde bedrijf mogelijk te maken om zijn netactiva in eigendom te handhaven en toch een effectieve scheiding van belangen te bewerkstelligen, op voorwaarde dat deze onafhankelijke systeembeheerder of de onafhankelijke transmissiebeheerder alle functies van een systeembeheerder vervult en er is voorzien in gedetailleerde regulerings- en toezichtsmechanismen.


🡻 2009/73/EG overweging 14 (aangepast)

(58) Wanneer op 3 september 2009 een bedrijf dat eigenaar is van een transmissiesysteem, deel uitmaakt ⇒ uitmaakte ⇐ van een verticaal geïntegreerd bedrijf, moeten de lidstaten daarom de keuze krijgen tussen, hetzij ontvlechting van de eigendom, hetzij het aanwijzen van een systeem- of transmissiebeheerder die onafhankelijk is van productie- en leveringsbelangen.


🡻 2009/73/EG overweging 15 (aangepast)

(59) Teneinde de belangen van de aandeelhouders van verticaal geïntegreerde bedrijven ⇒ volledig ⇐ te vrijwaren, moeten de lidstaten de keuze hebben ontvlechting van de eigendom in te voeren, hetzij via directe desinvestering, hetzij via splitsing van de aandelen van het geïntegreerde bedrijf in aandelen in het netbedrijf en aandelen in het resterende productie- en leveringsbedrijf, mits wordt voldaan aan de eisen ten gevolge van ontvlechting van de eigendom.


🡻 2009/73/EG overweging 16 (aangepast)

(60) De volledige doeltreffendheid van de oplossingen van een onafhankelijke systeem- of transmissiebeheerder moet worden gewaarborgd met behulp van specifieke aanvullende regels. De regels van de onafhankelijke transmissiebeheerder verschaffen een geschikt regelgevingskader voor de waarborging van eerlijke mededinging, voldoende investeringen, toegang voor nieuwkomers op de markt en integratie van de markten voor gas. Effectieve ontvlechting door middel van de onafhankelijke transmissiebeheerder moet berusten op een pijler met organisatorische maatregelen en maatregelen inzake het bestuur van transmissiesysteembeheerders en op een pijler met maatregelen op het gebied van investeringen, de aansluiting van nieuwe productiecapaciteiten op het net en marktintegratie door middel van regionale samenwerking. De onafhankelijkheid van de transmissiebeheerder moet tevens onder meer gewaarborgd worden door bepaalde afkoelingsperiodes tijdens welke in het verticaal geïntegreerde bedrijf geen bestuurs- of andere toepasselijke activiteiten worden uitgeoefend die toegang geven tot dezelfde informatie als die welke kon worden verkregen in een bestuursfunctie. Het model van effectieve ontvlechting door middel van een onafhankelijke transportbeheerder sluit aan bij de voorwaarden die de Europese Raad op 8 en 9 maart 2007 gesteld heeft.


🡻 2009/73/EG overweging 17

⇨ nieuw

(61) Om de mededinging op de interne markt voor gas verder uit te breiden, moeten grote niet-huishoudelijke klanten afnemers ⇨ die grootschalige commerciële activiteiten uitoefenen, ⇦ hun leveranciers kunnen kiezen alsmede, teneinde hun gasbehoeften veilig te stellen, contracten met diverse leveranciers kunnen afsluiten. Zulke afnemers moeten worden beschermd tegen exclusiviteitsbepalingen die tot gevolg hebben dat concurrerende of aanvullende aanbiedingen worden uitgesloten.


🡻 2009/73/EG overweging 18 (aangepast)

(62) Een lidstaat ⇒ moet kunnen ⇐ mag kiezen voor volledige ontvlechting van de eigendom op zijn grondgebied. Indien een lidstaat dat recht heeft uitgeoefend, heeft ⇒ mag ⇐ een bedrijf niet het recht hebben een onafhankelijke systeem- of transmissiesysteembeheerder aan te wijzen. Bovendien kan ⇒ mag ⇐ een bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht, geen direct of indirect zeggenschap, noch rechten uitoefenen over een transmissiesysteembeheerder uit een lidstaat die wel voor volledige ontvlechting van de eigendom heeft gekozen.


🡻 2009/73/EG overweging 19 (aangepast)

(63) Krachtens deze richtlijn Er zullen er op de interne markt voor aardgas verschillende types van marktorganisatie bestaan., Dde maatregelen die de lidstaten uit hoofde van deze richtlijn kunnen nemen om voor gelijke mededingingsvoorwaarden te zorgen, moeten gebaseerd zijn op dwingende redenen van algemeen belang. Over de vraag of maatregelen verenigbaar zijn met het Verdrag ⇒ VWEU ⇐ en de Gemeenschapswetgeving ⇒ het Unierecht ⇐ moet de Commissie worden geraadpleegd.


🡻 2009/73/EG overweging 20

(64) Bij de toepassing van effectieve ontvlechting moet het beginsel van niet-discriminatie tussen de openbare en de particuliere sector in acht worden genomen. Daartoe mag eenzelfde persoon niet over de mogelijkheid beschikken om, in strijd met de regels van de ontvlechting van de eigendom of met de optie van de onafhankelijke systeembeheerder enige zeggenschap of recht uit te oefenen, alleen dan wel gezamenlijk, ten aanzien van de samenstelling, stemming of besluitvorming in de organen van zowel de transmissiesysteembeheerders of transmissiesystemen als de productie- of leveringsbedrijven. Wat betreft de ontvlechting van de eigendom en de oplossing van de onafhankelijke systeembeheerder, moeten, mits de lidstaten in kwestie kunnen aantonen dat aan deze eis is voldaan, twee afzonderlijke overheidsinstanties zeggenschap kunnen hebben over enerzijds productie- en leveringsactiviteiten en anderzijds transmissieactiviteiten.


🡻 2009/73/EG overweging 21 (aangepast)

(65) De volledige effectieve scheiding van, enerzijds, netwerkactiviteiten en, anderzijds, leverings- en productieactiviteiten moet in de gehele Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ toegepast worden op zowel Gemeenschaps- ⇒ bedrijven van de Unie ⇐ als niet-Gemeenschapsbedrijven ⇒ andere bedrijven ⇐. Om te waarborgen dat netactiviteiten en leverings- en productieactiviteiten overal in de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ onafhankelijk van elkaar worden gehouden, moeten de regulerende instanties de bevoegdheid krijgen de certificering te weigeren van transmissiesysteembeheerders die de ontvlechtingsregels niet naleven. Om overal in de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ een samenhangende toepassing van die regels te waarborgen, moeten de regulerende instanties ten volle rekening houden met het advies van de Commissie wanneer zij certificeringsbesluiten nemen. Om tevens de naleving van de internationale verplichtingen van de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ en de solidariteit en de energiezekerheid in de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ te waarborgen, moet de Commissie gerechtigd zijn een advies te geven betreffende de certificering in verband met een transmissiesysteembeheerder of een eigenaar van een transmissiesysteem waarover één of meer personen uit één of meer derde landen zeggenschap heeft.


⇩ nieuw

(66) Pijpleidingnetten voor waterstof moeten een belangrijk middel zijn voor efficiënt en duurzaam transport van waterstof, zowel onshore als offshore. Alangezien de kapitaaluitgaven voor de aanleg ervan hoog zijn, kunnen dergelijke netten natuurlijke monopolies vormen. De ervaring met de regulering van de aardgasmarkten heeft aangetoond hoe belangrijk het is om voor een open en niet-discriminerende toegang tot pijpleidingnetten te zorgen teneinde de mededinging op de grondstoffenmarkten veilig te stellen. Daarom moeten beproefde beginselen inzake netbeheer, zoals derdentoegang, van toepassing zijn op onshore- en offshorewaterstofnetten in de Unie.

(67) Het beheer van waterstofnetten moet worden gescheiden van activiteiten op het gebied van energieproductie en -levering om het risico van belangenconflicten vanwege de netbeheerders te voorkomen. De structurele scheiding tussen eigendom van waterstofnetten enerzijds en deelnemingen in energieproductie en -levering anderzijds garandeert dat er geen dergelijke belangenconflicten ontstaan. De lidstaten moeten tot 2030 kunnen gebruikmaken van het alternatieve ontvlechtingsmodel van de “geïntegreerde waterstofnetbeheerder” om een overgangsperiode voor bestaande verticaal geïntegreerde waterstofnetten te bieden. De lidstaten moeten ook kunnen toestaan dat het model van de “onafhankelijke waterstofnetbeheerder” wordt gebruikt zodat verticaal geïntegreerde eigenaren van waterstofnetten de eigendom van hun netten kunnen behouden, en tegelijkertijd de niet-discriminerende exploitatie van dergelijke netten na 2030 wordt gewaarborgd.

(68) Hoewel de gezamenlijke exploitatie van waterstofnetten en gas- of elektriciteitsnetten synergieën kan creëren en derhalve moet worden toegestaan, moeten de activiteiten inzake waterstofnetbeheer in een afzonderlijke juridische entiteit worden georganiseerd om transparantie met betrekking tot de financiering en het gebruik van toegangstarieven te waarborgen.

(69) Het beheer van waterstofnetten moet worden gescheiden van activiteiten op het gebied van energieproductie en -levering om het risico van belangenconflicten vanwege de netbeheerders te voorkomen. De structurele scheiding tussen eigendom van waterstofnetten enerzijds en deelneming in energieproductie en -levering anderzijds moet garanderen dat er geen dergelijke belangenconflicten ontstaan. De lidstaten moeten tot 2030 kunnen gebruikmaken van het alternatieve ontvlechtingsmodel van de geïntegreerde waterstofnetbeheerder om een overgangsperiode voor bestaande verticaal geïntegreerde waterstofnetten te bieden. De lidstaten moeten ook kunnen toestaan dat een onafhankelijke waterstofnetbeheerder wordt gebruikt zodat verticaal geïntegreerde eigenaren van waterstofnetten de eigendom van hun netten kunnen behouden, en tegelijkertijd de niet-discriminerende exploitatie van dergelijke netten na 2030 wordt gewaarborgd.

(70) Met het oog op transparantie met betrekking tot de kosten en de financiering van gereglementeerde activiteiten moeten activiteiten in verband met waterstofnetbeheer worden gescheiden van andere netbeheersactiviteiten voor andere energiedragers, ten minste met betrekking tot de rechtsvorm en de rekeningen van de netbeheerders.

(71) Derden moet toegang krijgen tot waterstofnetten om concurrentie en een gelijk speelveld op de markt voor waterstoflevering te waarborgen. Gereguleerde derdentoegang op basis van gereguleerde toegangstarieven moet op lange termijn de standaardregel worden. Om de beheerders de nodige flexibiliteit te bieden en de administratieve kosten tijdens de opstartfase van de waterstofmarkt te verminderen, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om het gebruik van via onderhandelingen tot stand gekomen derdentoegang tot 2030 toe te staan.

(72) Grootschalige ondergrondse opslaginstallaties voor waterstof zijn slechts in beperkte mate beschikbaar en zijn ongelijk verdeeld over de lidstaten. Gezien de potentieel gunstige rol voor waterstoftransport en de werking van waterstofmarkten, moeten derden gereguleerde toegang krijgen tot dergelijke grootschalige ondergrondse opslagplaatsen, teneinde een gelijk speelveld voor marktdeelnemers te waarborgen.

(73) Terminals voor de omzetting van vloeibare waterstof of vloeibare ammoniak in gasvormige waterstof zijn een middel om waterstof in te voeren, maar concurreren met andere wijzen van waterstoftransport. Hoewel de derdentoegang tot dergelijke terminals moet worden gewaarborgd, moeten de lidstaten ervoor kunnen kiezen een systeem van onderhandelde derdentoegang op te leggen teneinde de administratieve kosten voor beheerders en regelgevende instanties te verminderen.

(74) Bestaande verticaal geïntegreerde waterstofnetten moeten na een overgangsperiode in het regelgevingskader worden geïntegreerd.

(75) Lokale waterstofclusters moeten een belangrijke bouwsteen van de Europese waterstofeconomie zijn. Dergelijke clusters zouden kunnen profiteren van vereenvoudigde regelgevingsvereisten in de opstartfase van de waterstofmarkt.

(76) Interconnectoren voor pijpleidingen met derde landen kunnen dienen als een transportmiddel voor de in- of uitvoer van waterstof. De exploitatievoorschriften voor dergelijke waterstofinterconnectoren met derde landen en de regels inzake de certificering van hernieuwbare en koolstofarme waterstof moeten worden vastgelegd in een intergouvernementele overeenkomst om te zorgen voor een samenhangend regelgevingskader en de consistente toepassing ervan voor de gehele infrastructuur.

(77) Om het efficiënte beheer van de Europese waterstofnetten te waarborgen, moeten de waterstofnetbeheerders verantwoordelijk zijn voor de werking, het onderhoud en de ontwikkeling van het waterstoftransportnet, in nauwe samenwerking met andere waterstofnetbeheerders en andere systeembeheerders waarmee hun netten verbonden zijn of verbonden kunnen worden; onder meer om energiesysteemintegratie te bevorderen.

(78) Waterstofnetbeheerders moeten de opdracht krijgen voldoende grensoverschrijdende capaciteit voor het transport van waterstof op te bouwen om aan elke economisch redelijke en technisch haalbare vraag naar capaciteit te voldoen, en marktintegratie mogelijk te maken.

(79) In sommige gevallen kan, afhankelijk van onder meer de topografie van waterstofnetten en de populatie van eindgebruikers die met de waterstofnetten zijn verbonden, waterstofkwaliteitsbeheer door waterstofnetbeheerders noodzakelijk worden (bv. zuivering). Daarom kunnen de regulerende instanties de waterstofnetbeheerders opdragen een efficiënt beheer van de waterstofkwaliteit in hun netten te waarborgen wanneer dat nodig is voor het systeembeheer. Bij het uitvoeren van dergelijke activiteiten moeten de waterstofnetbeheerders voldoen aan de toepasselijke kwaliteitsnormen voor waterstof.

(80) Wanneer aardgassysteembeheerders of waterstofnetbeheerders verzoeken om toegang of aansluiting weigeren wegens een gebrek aan capaciteit, dan moeten deze weigeringen naar behoren worden gemotiveerd en moeten de beheerders worden verplicht hun systeem te verbeteren om de gevraagde aansluitingen of toegang mogelijk te maken wanneer dat economisch efficiënt is.


🡻 (EU) 2019/692 overweging 3 (aangepast)

(81) Deze richtlijn heeft tot doel Oobstakels voor de voltooiing van de interne markt voor aardgas, die het gevolg zijn van de niet-toepassing van de marktregels van de Unie op gastransmissieleidingen van en naar derde landen, weg te nemen ⇒ moeten ook worden aangepakt ⇐ . De bij deze richtlijn ingevoerde wijzigingen beogen ⇒ Het is noodzakelijk ⇐ ervoor te zorgen dat de regels die gelden voor gastransmissieleidingen tussen twee of meer lidstaten, binnen de Unie ook gelden voor gastransmissieleidingen van en naar derde landen. Dit zal ⇒ moet ⇐ zorgen voor de samenhang van het rechtskader binnen de Unie, terwijl concurrentieverstoringen op de interne energiemarkt van de Unie en negatieve effecten op de leverings- en voorzieningszekerheid leveringszekerheid worden voorkomen. Dit zal ⇒ moet ⇐ ook meer transparantie en rechtszekerheid bieden aan marktdeelnemers, in het bijzonder aan investeerders in gasinfrastructuur en systeemgebruikers, met betrekking tot de toepasselijke wettelijke regeling.


⇩ nieuw

(82) De lidstaten en de overeenkomstsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de energiegemeenschap16 moeten nauw samenwerken wat betreft alle aangelegenheden die verband houden met de ontwikkeling van een geïntegreerde gasmarkt en de decarbonisatie ervan, en zij mogen geen maatregelen treffen die verdere integratie van de gasmarkten of de leveringszekerheid van de lidstaten en de verdragsluitende partijen in het gedrang brengen. Hierbij kan het gaan om samenwerking op het gebied van opslagcapaciteit en het uitnodigen van deskundigen voor relevante regionale gasrisicogroepen.


🡻 (EU) 2019/692 overweging 5

(83) Pijpleidingen die een olie- of gasproductieproject van een derde land verbinden met een verwerkingsinstallatie of met een aanlandingsterminal binnen een lidstaat, dienen als upstreampijpleidingnetten te worden beschouwd. Pijpleidingen die een olie- of gasproductieproject in een lidstaat verbinden met een verwerkingsinstallatie of met een aanlandingsterminal binnen een derde land, dienen voor de toepassing van deze richtlijn niet als upstreampijpleidingnetten te worden beschouwd, aangezien zulke pijpleidingen normaliter geen groot effect hebben op de interne energiemarkt.


🡻 (EU) 2019/692 overweging 6

(84) Transmissiesysteembeheerders dienen de vrijheid te hebben technische overeenkomsten met transmissiesysteembeheerders of andere entiteiten in derde landen te sluiten over kwesties in verband met de exploitatie en de interconnectie van transmissiesystemen, mits de inhoud van die overeenkomsten verenigbaar is met het Unierecht.


🡻 (EU) 2019/692 overweging 7


(85) Bestaande technische overeenkomsten tussen transmissiesysteembeheerders of andere entiteiten over de exploitatie van transmissieleidingen dienen van kracht te blijven, mits zij stroken met het Unierecht en de relevante besluiten van de nationale regulerende instantie.


🡻 (EU) 2019/692 overweging 8

(86) Indien dergelijke technische overeenkomsten bestaan, is het krachtens deze richtlijn niet noodzakelijk dat een internationale overeenkomst tussen een lidstaat en een derde land of een overeenkomst tussen de Unie en een derde land wordt gesloten met betrekking tot de exploitatie van de betrokken gastransmissieleiding.


🡻 (EU) 2019/692 overweging 9 (aangepast)

(87) De toepasselijkheid van Richtlijn 2009/73/EG ⇒ deze richtlijn ⇐ op gastransmissieleidingen van en naar derde landen blijft ⇒ moet worden ⇐ beperkt tot het grondgebied van de lidstaten. Wat offshoregastransmissieleidingen betreft, dient Richtlijn 2009/73/EG ⇒ deze richtlijn ⇐ van toepassing te zijn in de territoriale wateren van de lidstaat waar zich het eerste interconnectiepunt met het net van de lidstaten bevindt.


🡻 (EU) 2019/692 overweging 10

(88) Bestaande overeenkomsten tussen een lidstaat en een derde land over de exploitatie van transmissieleidingen moeten van kracht kunnen blijven, overeenkomstig deze richtlijn.


🡻 (EU) 2019/692 overweging 11

(89) Wat overeenkomsten of gedeelten van overeenkomsten met derde landen betreft die gevolgen kunnen hebben voor de gemeenschappelijke regels van de Unie, moet een coherente en transparante procedure worden ingesteld waarbij een lidstaat op eigen verzoek kan worden gemachtigd tot wijziging, verlenging, aanpassing, vernieuwing of sluiting van een overeenkomst met een derde land over de exploitatie van een transmissieleiding of een upstreampijpleidingnet tussen de lidstaat en een derde land. De procedure mag de uitvoering van deze richtlijn niet vertragen, dient de bevoegdheidsverdeling tussen de Unie en de lidstaten onverlet te laten, en dient van toepassing te zijn op zowel bestaande als nieuwe overeenkomsten.


🡻 (EU) 2019/692 overweging 12

(90) Indien duidelijk is dat het voorwerp van een overeenkomst deels een bevoegdheid van de Unie is en deels van een lidstaat, is het van wezenlijk belang dat er nauwe samenwerking is tussen die lidstaat en de instellingen van de Unie.


🡻 (EU) 2019/692 overweging 14 (aangepast)

(91) ⇒ Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden overgedragen zodat zij kan ⇐ Teneinde besluiten te nemen om een lidstaat te machtigen een overeenkomst met een derde land te wijzigen, te verlengen, aan te passen, te vernieuwen of te sluiten, of besluiten om die machtiging te weigeren, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden overgedragen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad17.


🡻 2009/73/EG overweging 22 (aangepast)

⇨ nieuw

(92) De zekerheid van de energievoorziening is een essentieel element voor de openbare veiligheid en is daarom inherent verbonden met de efficiënte functionering van de markt voor gas en met de integratie van de geïsoleerde gasmarkten van de lidstaten. Gas kan de burgers van de Unie slechts bereiken via het net. Functionerende open gasmarkten en met name de netten en andere activa die met de levering van gas verbonden zijn, zijn essentieel voor de openbare veiligheid, het concurrentievermogen van de economie en het welzijn van de burgers van de Unie. Personen uit derde landen mogen bijgevolg alleen zeggenschap over een transmissiesysteem of een transmissiesysteembeheerder krijgen, indien zij voldoen aan de eisen van daadwerkelijke scheiding die binnen de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ van toepassing zijn. Onverlet haar internationale verplichtingen is de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ van oordeel dat de sector van de gastransmissiesystemen van groot belang is voor de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ en dat dus extra beschermingsmaatregelen vereist zijn met betrekking tot het in stand houden van de energieleverings- en voorzieningszekerheid energieleveringszekerheid van de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ , teneinde bedreigingen voor de openbare orde en de openbare veiligheid in de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ en het welzijn van de burgers van de Unie te voorkomen. De leverings- en voorzieningszekerheid voor energie energieleveringszekerheid in de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ noopt met name tot een beoordeling van de onafhankelijkheid van het netbeheer, van de mate waarin de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ en de afzonderlijke lidstaten afhankelijk zijn van de levering van energie uit derde landen, alsmede van de behandeling van binnenlandse en buitenlandse handel en investeringen in energie in een bepaald derde land. De leverings- en voorzieningszekerheid leveringszekerheid moet derhalve worden beoordeeld in het licht van de feitelijke omstandigheden van elk geval, alsmede in het licht van de rechten en verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht, in het bijzonder de internationale overeenkomsten tussen de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ en het betrokken derde land. De Commissie wordt aangemoedigd om ⇨moet⇦ in voorkomend geval aanbevelingen te doen om te onderhandelen over toepasselijke overeenkomsten met derde landen waarin de leverings- en voorzieningszekerheid van energie energieleveringszekerheid in de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ aan bod komt of om daartoe de nodige elementen op te nemen in andere onderhandelingen met deze derde landen.


🡻 2009/73/EG overweging 23

(93) Er moeten verdere maatregelen worden getroffen om te zorgen voor transparante en niet-discriminerende tarieven voor de toegang tot transmissie transport. Deze tarieven moeten op een niet-discriminerende basis voor alle gebruikers gelden. Indien de opslaginstallaties, de leidingbuffer of ondersteunende diensten op een voldoende concurrerende markt functioneren, kan toegang worden verleend op basis van transparante en niet-discriminerende, op de markt gebaseerde mechanismen.


🡻 2009/73/EG overweging 24 (aangepast)

(94) De onafhankelijkheid van de opslagsysteembeheerders moet worden gewaarborgd teneinde derden een betere toegang te geven tot opslaginstallaties die in technische en/of economische zin noodzakelijk zijn voor een efficiënte toegang tot het systeem voor levering aan de klanten afnemers. Het is daarom passend dat opslaginstallaties worden beheerd door juridisch gescheiden entiteiten die over effectieve beslissingsbevoegdheid beschikken met betrekking tot de activa die noodzakelijk zijn voor het onderhoud, de exploitatie en de ontwikkeling van opslaginstallaties. Ook moet de transparantie worden verhoogd inzake de opslagcapaciteit die aan derden ter beschikking wordt gesteld, meer bepaald door de lidstaten te verplichten een duidelijk, niet-discriminerend kader vast te stellen en bekend te maken waarin het voor opslaginstallaties geldende reguleringsstelsel omschreven staat. Deze verplichting mag geen nieuw besluit over toegangsregelingen vereisen, maar zou de transparantie met betrekking tot de regeling inzake toegang tot opslag moeten verbeteren. Vertrouwelijkheidsvoorschriften voor commercieel gevoelige informatie zijn van groot belang als het gegevens met een strategisch karakter betreft of als een opslaginstallatie slechts één gebruiker heeft.


🡻 2009/73/EG overweging 25 (aangepast)

(95) Niet-discriminerende toegang tot het distributienet is bepalend voor de toegang tot afnemers op kleinhandelsniveau. De ruimte voor discriminatie wat toegang voor derden en investeringen betreft, is echter kleiner op distributieniveau dan op transmissieniveau omdat congestie en de invloed van de productiebelangen op het distributieniveau doorgaans minder groot zijn dan op transmissieniveau. Bovendien is de wettelijke en functionele ontvlechting van de distributiesysteembeheerders overeenkomstig Richtlijn 2003/55/EG pas verplicht sinds 1 juli 2007 en moeten de effecten daarvan op de interne markt voor aardgas nog worden geëvalueerd. De momenteel geldende regels voor juridische en functionele ontvlechting kunnen resulteren in effectieve ontvlechting op voorwaarde dat zij duidelijker worden geformuleerd, goed ten uitvoer worden gelegd en nauwlettend worden gemonitord. Om gelijke mededingingsvoorwaarden op kleinhandelsniveau te creëren ⇒ vast te stellen ⇐ , moeten de activiteiten van de distributiesysteembeheerders daarom worden gemonitord om te voorkomen dat zij profiteren van hun verticale integratie ten gunste van hun concurrentiepositie op de markt, met name ten aanzien van huishoudelijke en kleine niet-huishoudelijke afnemers.


🡻 2009/73/EG overweging 26

(96) De lidstaten dienen concrete maatregelen te nemen ter ondersteuning van een breder gebruik van biogas en uit biomassa verkregen gas, aan de producenten waarvan zonder discriminatie toegang tot het gasnet moet worden verleend, mits die toegang permanent verenigbaar is met de relevante technische voorschriften en veiligheidsnormen.


⇩ nieuw

(97) Producenten van hernieuwbare en koolstofarme gassen zijn vaak aangesloten op het distributienet. Om hun acceptatie en marktintegratie te vergemakkelijken, is het van essentieel belang dat zij ongehinderd toegang krijgen tot de wholesalemarkt en de relevante virtuele handelspunten. De deelname aan de wholesalemarkt wordt bepaald door de wijze waarop de entry-exitsystemen worden gedefinieerd. In verschillende lidstaten maken producenten die zijn aangesloten op het distributienet geen deel uit van het entry-exitsysteem. Daarom moet de toegang van hernieuwbare en koolstofarme gassen tot de groothandelsmarkt worden vergemakkelijkt door een definitie van een entry-exitsysteem vast te stellen en er uiteindelijk voor te zorgen dat op het distributiesysteem aangesloten productiefaciliteiten deel uitmaken van dat systeem. Bovendien bepaalt [de herschikte gasverordening zoals voorgesteld bij COM(2021) xxx] dat distributiesysteem- en transmissiesysteembeheerders moeten samenwerken om bidirectionele flows van het distributienet naar het transmissienet of alternatieve middelen voor gemakkelijkere marktintegratie van hernieuwbare en koolstofarme gassen mogelijk te maken.


🡻 2009/73/EG overweging 27 (aangepast)

(98) Teneinde kleine distributiesysteembeheerders geen onevenredige financiële en administratieve lasten op te leggen, moeten de lidstaten, waar nodig, in staat zijn de betrokken bedrijven te ontheffen van de voorschriften inzake juridische ontvlechting wat inzake distributie.


🡻 2009/73/EG overweging 28 (aangepast)

(99) Waar gebruikgemaakt wordt van een gesloten distributiesysteem om optimale efficiëntie van een geïntegreerde energievoorziening te waarborgen waarbij specifieke exploitatienormen nodig zijn, of waar een gesloten distributiesysteem primair ten behoeve van de eigenaar van het systeem wordt gehandhaafd, moet de distributiesysteembeheerder kunnen worden vrijgesteld van verplichtingen die een onnodige administratieve belasting zouden vormen gezien de bijzondere aard van de betrekking tussen de distributiesysteembeheerder en de gebruikers van het systeem. Industrie- of commerciële locaties of locaties met gedeelde diensten, zoals spoorwegstations, luchthavens, ziekenhuizen, grote campings met geïntegreerde faciliteiten of chemische-industrielocaties kunnen ⇒ zouden ⇐ een gesloten distributiesysteem ⇒ kunnen ⇐ hebben wegens de specifieke aard van hun activiteiten.

(100) Door de integratie van toenemende volumes hernieuwbare en koolstofarme gassen in het aardgassysteem zal de kwaliteit van in Europa getransporteerde en verbruikte gassen veranderen. Met het oog op het efficiënte beheer van het aardgassysteem moeten transmissiesysteembeheerders verantwoordelijk zijn voor het beheer van de gaskwaliteit in hun faciliteiten. Indien hernieuwbare en koolstofarme gassen worden geïnjecteerd op distributieniveau, en wanneer het nodig is om hun impact op de gaskwaliteit te beheren, kunnen regelgevende instanties de distributiesysteembeheerders opdragen het efficiënte beheer van de gaskwaliteit in hun faciliteiten te waarborgen. Bij het uitvoeren van taken inzake gaskwaliteitsbeheer moeten transmissie- en distributiesysteembeheerders voldoen aan alle toepasselijke gaskwaliteitsnormen.


🡻 2009/73/EG overweging 29 (nieuw)

(29) Bij Richtlijn 2003/55/EG is voor de lidstaten de eis ingevoerd om regulators met specifieke bevoegdheden in te stellen. De ervaring heeft echter uitgewezen dat de doeltreffendheid van regulering vaak wordt belemmerd door het gebrek aan onafhankelijkheid van de regulators van hun regeringen en door de ontoereikendheid van hun bevoegdheden en beslissingsmacht. Om deze reden heeft de Europese Raad in zijn bijeenkomst van 8 en 9 maart 2007 de Commissie verzocht wetgevingsvoorstellen uit te werken om te zorgen voor een verdere harmonisering van de bevoegdheden en een grotere onafhankelijkheid van de nationale energieregulators. Deze nationale regulerende instanties kunnen bevoegd zijn voor zowel elektriciteit als gas.


🡻 2009/73/EG overweging 30 (aangepast)

(101) Om de interne markt voor aardgas goed te laten functioneren, moeten de energieregulators besluiten kunnen nemen over alle relevante reguleringskwesties en moeten zij volledig onafhankelijk zijn van alle andere publieke of particuliere belangen. Dit sluit rechterlijke toetsing en parlementair toezicht overeenkomstig het constitutionele recht van de lidstaten niet uit. Voorts is de goedkeuring van de begroting van de regulator door de nationale wetgever niet op te vatten als een belemmering van de begrotingsautonomie. De bepalingen met betrekking tot de autonomie bij de uitvoering van de toegewezen begroting van de regulerende instantie dienen te worden toegepast in het kader dat door de nationale wet- en regelgeving inzake begrotingszaken is vastgesteld. Bij het bijdragen aan de onafhankelijkheid van de nationale regulerende instantie van politieke of economische belangen via een adequaat rouleringsschema, moeten de lidstaten kunnen rekening houden met de beschikbaarheid van personeel en de omvang van het bestuur.


🡻 2009/73/EG overweging 31

(102) Om ervoor te zorgen dat alle marktspelers, waaronder nieuwe deelnemers, daadwerkelijk toegang tot de markt hebben, zijn niet-discriminerende balanceringsmechanismen nodig die de kosten weerspiegelen. Dit moet worden verwezenlijkt door de invoering van transparante, op de markt gebaseerde mechanismen voor de levering en aankoop van de hoeveelheden gas die nodig zijn in het kader van de balanceringsbehoeften. De nationale regulerende instanties moeten een actieve rol spelen om te garanderen dat de balanceringstarieven balanceringsprijzen niet-discriminerend zijn en een weerspiegeling van de kosten vormen. Tegelijkertijd moeten passende stimuleringsmaatregelen worden vastgesteld om de input en output van gas op elkaar af te stemmen en het systeem niet in gevaar te brengen.


🡻 2009/73/EG overweging 32 (aangepast)

(103) De nationale regulerende instanties moeten in staat zijn de tarieven of de methoden voor de berekening van de tarieven vast te stellen of goed te keuren op basis van een voorstel van de transmissiesysteembeheerder(s), van de distributiesysteembeheerder(s) of van de LNG-systeembeheerders, dan wel op basis van een voorstel dat is overeengekomen tussen deze systeembeheerder(s) en de gebruikers van het net. Bij de uitvoering van deze taken moeten de nationale regulerende instanties ervoor zorgen dat de transmissie- en distributietarieven niet-discriminerend zijn en een weerspiegeling van de kosten vormen, en rekening houden met de op lange termijn, marginale, vermeden netkosten van vraagzijdebeheersmaatregelen.


⇩ nieuw

(104) De regulerende instanties moeten, in nauwe samenwerking met het bij Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad18 opgerichte Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER), een open, concurrerende, veilige en ecologisch duurzame interne markt voor waterstof met ongehinderde grensoverschrijdende flows bevorderen. Om de interne markt voor waterstof goed te laten functioneren, moeten de regulerende instanties besluiten kunnen nemen over alle relevante reguleringskwesties.


🡻 2009/73/EG overweging 33

⇨ nieuw

(105) Energieregulators moeten de bevoegdheid krijgen om bindende besluiten in verband met aardgasbedrijven- ⇨ of waterstofbedrijven ⇦ vast te stellen en doeltreffende, evenredige en afschrikwekkende sancties op te leggen aan aardgasbedrijven- ⇨ of waterstofbedrijven ⇦ die hun verplichtingen niet nakomen of een bevoegde rechterlijke instantie daartoe voorstellen te doen. Energieregulators moeten ook de bevoegdheid krijgen om, ongeacht de toepassing van de concurrentieregels, een besluit te nemen over passende maatregelen om voordelen voor de afnemers te waarborgen door middel van bevordering van daadwerkelijke mededinging die noodzakelijk is voor de goede werking van de interne markt voor aardgas ⇨ en voor waterstof ⇦. Het opzetten van gasafzetprogramma’s is één van de mogelijke maatregelen om daadwerkelijke mededinging te bevorderen en een goede werking van de markt te garanderen. Energieregulators moeten ook de bevoegdheid krijgen om bij te dragen tot het waarborgen van een hoog niveau van openbare dienstverlening voor wat betreft de openstelling van de markt, van de bescherming van kwetsbare afnemers, en van de effectiviteit van de maatregelen ter bescherming van de consument. Deze bepalingen laten de bevoegdheden van de Commissie op het gebied van de toepassing van de mededingingsregels, inclusief het onderzoek naar fusies met een communautaire dimensie, en de regels betreffende de interne markt, zoals het vrije verkeer van kapitaal, onverlet. De onafhankelijke instantie waarbij een door de beslissing van een nationale regulator getroffen partij beroep kan aantekenen, zou een rechtbank of een andere rechterlijke instantie kunnen zijn met de bevoegdheid om een rechterlijke toetsing uit te voeren.


🡻 2009/73/EG overweging 33 (aangepast)

(106) Energieregulators moeten ook de bevoegdheid krijgen om bij te dragen tot het waarborgen van een hoog niveau van openbare dienstverlening voor wat betreft de openstelling van de markt, van de bescherming van kwetsbare afnemers, en van de effectiviteit van de maatregelen ter bescherming van de consument. Deze bepalingen laten de bevoegdheden van de Commissie op het gebied van de toepassing van de mededingingsregels, inclusief het onderzoek naar fusies met een communautaire ⇒ EU- ⇐ dimensie, en de regels betreffende de interne markt, zoals het vrije verkeer van kapitaal, onverlet. De onafhankelijke instantie waarbij een door de beslissing van een nationale regulator regulerende instantie getroffen partij beroep kan aantekenen, zou een rechtbank of een andere rechterlijke instantie kunnen zijn met de bevoegdheid om een rechterlijke toetsing uit te voeren.


🡻 2009/73/EG overweging 34

(107) Het harmoniseren van de bevoegdheden van nationale regulerende instanties moeten de bevoegdheden omvatten om stimulansen te bieden aan aardgasbedrijven, en effectieve, evenredige en afschrikkende sancties op te leggen aan die bedrijven of een bevoegde rechtbank voor te stellen dergelijke sancties op te leggen. Bovendien moeten regulerende instanties gemachtigd zijn relevante informatie van de aardgasbedrijven te verkrijgen, moeten zij aangewezen en toereikend onderzoek kunnen verrichten en geschillen kunnen beslechten.


⇩ nieuw

(108) De regulerende instanties en ACER moeten informatie over de waterstofmarkt verstrekken om transparantie te waarborgen, onder meer over aspecten als vraag en aanbod, transportinfrastructuur, kwaliteit van de dienstverlening, grensoverschrijdende handel, investeringen, consumentenprijzen en marktliquiditeit.

(109) Transmissiesysteembeheerders spelen een belangrijke rol bij het waarborgen van kosteneffectieve investeringen in gasnetten. Er worden aanvullende vereisten voor consistente planning ingevoerd zodat de planning optimaal verloopt voor alle energiedragers en de kloof de kloof tussen de diverse nationale en EU-brede netplanningsbenaderingen wordt overbrugd. Bij de netplanning moet ook rekening worden gehouden met de sterkere onderlinge verbanden tussen aardgas, elektriciteit en waterstof.

(110) Bij de ontwikkeling van het netontwikkelingsplan is het belangrijk dat de infrastructuurbeheerders rekening houden met het beginsel “energie-efficiëntie eerst”19, met name met het verwachte verbruik voor de ontwikkeling van het gezamenlijke scenario.

(111) In de strategie voor een geïntegreerd energiesysteem wordt gewezen op het belang van de gecoördineerde planning en werking van het energiesysteem voor de verwezenlijking van de decarbonisatiedoelstellingen. Daarom moet een netontwikkelingsplan worden opgesteld op basis van een gezamenlijk scenario dat sectoroverschrijdend wordt ontwikkeld. Zonder afbreuk te doen aan afzonderlijke sectorale plannen, moeten de infrastructuurbeheerders streven naar een hogere mate van integratie, rekening houdend met systeembehoeften die verder gaan dan specifieke energiedragers.

(112) Netontwikkelingsplannen zijn een belangrijk element om tekorten in de infrastructuurvoorzieningen op te sporen en informatie te geven over infrastructuurvoorzieningen die moeten worden gebouwd of worden ontmanteld en voor andere doeleinden, zoals waterstoftransport, kunnen worden gebruikt. Dit geldt ongeacht welk ontvlechtingsmodel is gekozen voor de netbeheerders.

(113) Wanneer in het kader van het netontwikkelingsplan informatie wordt gegeven over infrastructuurvoorzieningen die kunnen worden ontmanteld, kan dit betekenen dat de infrastructuur ongebruikt blijft, wordt ontmanteld of voor andere doeleinden wordt gebruikt, zoals waterstoftransport. De achterliggende reden van deze grotere transparantie inzake infrastructuur is dat herbestemde infrastructuur relatief goedkoper is dan nieuw aangelegde infrastructuur en derhalve een kosteneffectieve transitie mogelijk moet maken.

(114) In lidstaten waar een waterstofnet zal worden ontwikkeld, moet verslaglegging over de ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur ervoor zorgen dat de bouw van een waterstofsysteem gebaseerd is op realistische en toekomstgerichte vraagprognoses, ook rekening houdend met potentiële behoeften vanuit het oogpunt van het elektriciteitssysteem. Indien de lidstaten besluiten specifieke heffingen toe te staan om nieuwe waterstofinfrastructuur mee te financieren, moet de beoordeling van deze heffingen door de regelgevende instantie worden bijgetreden in het verslag. Het verslag moet bij de regulerende instantie worden ingediend met regelmatige intervallen die door de regulerende instantie worden bepaald. Aangezien de waterstofmarkt zich in een opstartfase bevindt, moet onevenredige en al te frequente rapportage evenwel worden vermeden.

(115) De informatie in het netontwikkelingsplan over de planning en ontmanteling die van invloed zijn op de gereguleerde activa als bedoeld in artikel 51 van deze richtlijn, moet een raming van de gevolgen voor de tarieven mogelijk maken.

(116) In plaats van een nationaal netontwikkelingsplan op lidstaatniveau te verstrekken, moeten de lidstaten ervoor kunnen kiezen een netontwikkelingsplan op regionaal niveau op te stellen dat meer dan één lidstaat omvat en in overeenstemming is met de vrijwillige regionale integratie van de gasmarkt.

(117) In tegenstelling tot elektriciteit zal de rol van aardgas naar verwachting afnemen, wat ook van invloed is op de vraag naar investeringen in infrastructuur. In het netontwikkelingsplan moet daarom op een evenwichtige manier rekening worden gehouden met mededingingsbezwaren en moeten gestrande activa worden vermeden. Bijgevolg dienen transmissiesysteembeheerders met ontvlechting van eigendom niet onder artikel 51, lid 7, te vallen.


🡻 2009/73/EG overweging 35 (aangepast)

⇨ nieuw

(118) Investeringen in belangrijke nieuwe infrastructuur moeten sterk worden bevorderd om het goed functioneren van de interne markt voor aardgas ⇨ gassen ⇦ te waarborgen. Teneinde het positieve effect van grote infrastructuurprojecten waarvoor ontheffing is verleend op de mededinging en de leverings- en voorzieningszekerheid leveringszekerheid te versterken, moet de marktbelangstelling gedurende de projectplanningsfase worden getest en moeten congestiebeheersregels ten uitvoer worden gelegd. Wanneer een bepaalde infrastructuur gelegen is op het grondgebied van meer dan één lidstaat, is het aangewezen dat het ACER als laatste instantie de ontheffingsaanvraag behandelt zodat beter rekening wordt gehouden met grensoverschrijdende gevolgen en de administratieve verwerking ervan vlotter verloopt. Voorts moet het, gezien het uitzonderlijke risicoprofiel van de uitvoering van dergelijke grootschalige infrastructuurprojecten, mogelijk zijn om aan bedrijven met leverings- en productiebelangen voor de desbetreffende projecten tijdelijke partiële ⇨ of volledige ⇦ ontheffingen met betrekking tot de ontvlechtingsregels toe te staan. De mogelijkheid van tijdelijke ontheffingen moet met name gelden, om redenen van leverings- en voorzieningszekerheid leveringszekerheid, voor nieuwe pijpleidingen binnen de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ die gas transporteren vanuit derde landen naar de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ . Ontheffingen die uit hoofde van Richtlijn 2003/55/EG en Richtlijn 2009/73/EG met wijzigingen zijn toegestaan, ⇒ moeten ⇐ blijven van toepassing blijven tot de geplande einddatum die in het ontheffingsbesluit is vastgesteld.


⇩ nieuw

(119) Er moet vooruitgang worden boeken in de richting van onderling verbonden waterstofmarkten in de Unie en daartoe moeten investeringen in grensoverschrijdende waterstofinfrastructuur worden bevorderd. In het kader van het gereguleerde stelsel van derdentoegang moet, bij ontstentenis van tarieven voor grensoverschrijdend transport na 31 december 2030, een systeem van financiële compensatie marktdeelnemers financiële stimulansen bieden om grensoverschrijdende interconnectoren te ontwikkelen.


🡻 2009/73/EG overweging 36 (aangepast)

(120) De interne markt voor aardgas lijdt onder een gebrek aan liquiditeit en transparantie, wat de efficiënte toewijzing van middelen, indekking van risico’s en toetreding van nieuwkomers belemmert. Het marktvertrouwen, de liquiditeit van de markt en het aantal marktdeelnemers moeten worden opgetrokken en daarvoor moet het regulerend toezicht op bedrijven die actief zijn in de gaslevering worden versterkt. Dergelijke eisen moeten verenigbaar zijn met het bestaande communautaire recht ⇒ Unierecht ⇐ betreffende de financiële markten en laten bedoelde wetgeving onverlet. De energieregulators en de regulators voor de financiële markten moeten samenwerken teneinde het voor elkaar mogelijk te maken een overzicht over de betrokken markten te krijgen.


🡻 2009/73/EG overweging 37 (aangepast)

(121) Aardgas wordt voornamelijk, en in toenemende mate, uit derde landen in de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ ingevoerd. De Gemeenschapswetgeving ⇒ Uniewetgeving ⇐ dient rekening te houden met de kenmerken van aardgas, zoals een bepaalde structurele starheid als gevolg van de concentratie van leveranciers, langetermijncontracten of het gebrek aan liquiditeit in de loop van de ketendownstream. Daarom is meer transparantie nodig, onder meer bij de totstandkoming van de prijs.


🡻 2009/73/EG overweging 38

(122) Voordat de Commissie richtsnoeren aanneemt waarin voorts de eisen met betrekking tot het bijhouden van gegevens worden omschreven, moeten hetACER en het Comité van Europese effectenregelgevers (“CESR”), opgericht bij Besluit 2009/77/EG van de Commissie20, gezamenlijk de kwestie bestuderen en de Commissie van advies dienen over de inhoud van die richtsnoeren. HetACER en het CESR moeten ook samenwerken om verder onderzoek te verrichten en advies te verlenen over de vraag of transacties in gasleveringscontracten en gasderivaten vóór en/of na de transactie moeten worden onderworpen aan transparantie-eisen en, indien dat het geval is, wat dan de inhoud van die eisen moet zijn.


🡻 2009/73/EG overweging 39

(123) De lidstaten, of, indien een lidstaat hierin voorziet, de regulerende instantie, dienen de ontwikkeling van afschakelbare leveringscontracten te stimuleren.


🡻 2009/73/EG overweging 40 (aangepast)

(40) In het belang van de leverings- en voorzieningszekerheid moet het evenwicht tussen vraag en aanbod in de afzonderlijke lidstaten worden gemonitord en in vervolg op zulk monitoren moet een verslag worden uitgebracht over de situatie op het niveau van de Gemeenschap, met inachtneming van de interconnectiecapaciteit tussen de verschillende regio’s. Met dergelijke monitoring moet tijdig genoeg een begin worden gemaakt, zodat passende maatregelen kunnen worden genomen indien de leverings- en voorzieningszekerheid in gevaar komt. De bouw en het onderhoud van de noodzakelijke netinfrastructuur, met inbegrip van interconnectiecapaciteit, moeten bijdragen aan een stabiele gasvoorziening.


🡻 2009/73/EG overweging 41 (aangepast)

(124) De lidstaten moeten waarborgen dat, rekening houdend met de nodige kwaliteitsvoorschriften, biogas en/of gas uit biomassa ⇒, met name biomethaan, ⇐ en andere soorten gas een niet-discriminerende toegang tot het gasnet krijgen, op voorwaarde dat deze toegang permanent verenigbaar is met de desbetreffende technische regels en veiligheidsnormen. Deze regels en normen moeten het technisch mogelijk en veilig maken dat deze gassen worden ingevoerd in en getransporteerd via het aardgasnet, en moeten ook rekening houden met de chemische kenmerken van deze gassen.


🡻 2009/73/EG overweging 42 (aangepast)

⇨ nieuw

(125) Langetermijncontracten zullen ⇒ maken ⇐ een belangrijk deel van de gasvoorziening van de lidstaten blijven uitmaken ⇨ . Omdat zij evenwel geen belemmering mogen zijn voor de toetreding van hernieuwbare en koolstofarme gassen, mag de looptijd van contracten voor de levering van fossiel gas niet eindigen na 2049. Dergelijke contracten moeten dus altijd in overeenstemming zijn met ⇦ en moeten worden gehandhaafd als optie voor de gasleverende bedrijven voor zover zij de doelstelling van deze richtlijn niet ondermijnen en verenigbaar zijn met het Verdrag ⇒ VWEU ⇐, met inbegrip van de mededingingsregels. Daarom Er moet met deze contracten rekening worden gehouden bij de planning van de leverings- en transportcapaciteit van de aardgasbedrijven.


🡻 2009/73/EG overweging 43 (aangepast)

(126) Teneinde de handhaving van hoge normen van de openbare dienstverlening in de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ te waarborgen, moet de Commissie op gezette tijden in kennis worden gesteld van alle door de lidstaten genomen maatregelen ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn. De Commissie moet op gezette tijden een verslag publiceren waarin de op nationaal niveau genomen maatregelen ter verwezenlijking van de doelstellingen van openbare dienstverlening worden geanalyseerd en de doelmatigheid ervan wordt vergeleken, teneinde aanbevelingen te kunnen doen betreffende maatregelen die op nationaal niveau moeten worden genomen om een hoog peil van openbare dienstverlening te bereiken.


🡻 2009/73/EG overweging 44 (aangepast)

(127) Naleving van de eisen inzake openbaredienstverlening is een fundamentele eis van deze richtlijn, en het is belangrijk dat in deze richtlijn gemeenschappelijke, door alle lidstaten nageleefde minimumnormen worden vastgesteld waarbij rekening wordt gehouden met de doelstellingen op het gebied van algemene bescherming, leverings- en voorzieningszekerheid leveringszekerheid, milieubescherming en gelijkwaardige mededingingsniveaus in alle lidstaten. Het is belangrijk dat de eisen inzake openbaredienstverlening op nationale basis kunnen worden geïnterpreteerd, rekening houdend met de nationale omstandigheden en met inachtneming van de Gemeenschapswetgeving ⇒ het Unierecht ⇐.


🡻 2009/73/EG overweging 45 (aangepast)

(128) De maatregelen van de lidstaten om de doelstellingen inzake sociale en economische cohesie te verwezenlijken moeten met name adequate economische stimulansen kunnen behelzen, waarbij, indien nodig, alle bestaande nationale en communautaire instrumenten ⇒ en instrumenten van de Unie ⇐ worden gebruikt. Tot die instrumenten kunnen ook aansprakelijkheidsmechanismen, die de nodige investeringen moeten garanderen, behoren.


🡻 2009/73/EG overweging 46 (aangepast)

(129) Voor zover de door de lidstaten genomen maatregelen ter vervulling van openbaredienstverplichtingen, steunmaatregelen van de staten, in de zin van artikel 87 ⇒ 107 ⇐, lid 1, van het EG-verdrag Verdrag vormen, moeten zij overeenkomstig artikel 88 ⇒ 108 ⇐, lid 3, van het EG-verdrag Verdrag ter kennis van de Commissie worden gebracht.


🡻 2009/73/EG overweging 53

(130) De marktprijzen dienen de juiste stimulansen te bieden voor ontwikkeling van het netwerk.


🡻 2009/73/EG overweging 54

(131) De bevordering van eerlijke concurrentie en gemakkelijke toegang voor verschillende leveranciers zouden voor de lidstaten zaken van het grootste belang moeten zijn, willen de consumenten ten volle kunnen profiteren van de voordelen van een geliberaliseerde interne markt voor aardgassen.


🡻 2009/73/EG overweging 55

(132) Teneinde bij te dragen tot leverings- en voorzieningszekerheid leveringszekerheid en een geest van solidariteit tussen de lidstaten te handhaven, met name in gevallen van een crisis met betrekking tot de energievoorziening energielevering, is het belangrijk te voorzien in een kader voor regionale samenwerking in een geest van solidariteit. Dergelijke samenwerking kan, indien de lidstaten daartoe besluiten, eerst en vooral op marktgebaseerde mechanismen berusten. Samenwerking ter bevordering van regionale en bilaterale solidariteit mag geen buitensporige belasting vormen voor marktdeelnemers of deze discrimineren.


🡻 2009/73/EG overweging 56 (aangepast)

(133) Met het oog op de totstandbrenging van een interne markt voor aardgas moeten de lidstaten de integratie van hun nationale markten en de samenwerking van de systeembeheerders op communautair ⇒ EU- ⇐ en regionaal niveau bevorderen, waarbij de geïsoleerde systemen die gaseilanden in de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ blijven vormen, ook worden geïntegreerd.


⇩ nieuw

(134) Vrijwillige regionale marktintegratie, met name marktsamenvoegingen, kan verschillende voordelen opleveren, afhankelijk van de specifieke kenmerken van de markten. Marktintegratie kan een kans zijn om het gebruik van infrastructuur te optimaliseren, mits dit geen negatieve gevolgen heeft voor naburige markten, bijvoorbeeld door hogere grensoverschrijdende tarieven. Het is ook een kans om de mededinging, de liquiditeit en de handel te versterken ten voordele van de eindafnemers in de regio, door leveranciers aan te trekken die anders niet zouden komen door de kleine omvang van de markt. Door marktintegratie kunnen ook grotere zones worden gecreëerd die toegang hebben tot meer bevoorradingsbronnen. Een dergelijke diversificatie kan gevolgen hebben voor de groothandelsprijzen, dankzij een betere concurrentie tussen de bronnen, maar kan ook de leveringszekerheid ten goede komen als er in de nieuwe samengevoegde zone geen interne congestie overblijft. Marktintegratie kan een basis vormen voor de verdere ondersteuning van de transformatie van de aardgasmarkt, onder meer voor het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme gassen. De lidstaten, de regelgevende instanties en de transmissiesysteembeheerders moeten samenwerken om de regionale integratie te bevorderen.


🡻 2009/73/EG overweging 57 (aangepast)

(135) De ontwikkeling van een daadwerkelijke interne markt voor aardgas via een heel de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ bestrijkend onderling gekoppeld netwerk dient een van de voornaamste doelstellingen van deze richtlijn te zijn en reguleringsvraagstukken met betrekking tot grensoverschrijdende koppelingen en regionale markten moeten daarom één van de belangrijkste taken van de regulerende instanties zijn, die waar nodig in nauwe samenwerking met het Agentschap ⇒ ACER ⇐ verricht worden.


🡻 2009/73/EG overweging 58

⇨ nieuw

(136) Tot gemeenschappelijke regels komen voor een werkelijke interne markt en een ruime gasvoorziening moet ook een van de belangrijkste doelstellingen van deze richtlijn uitmaken. Hiertoe zouden onvervalste marktprijzen een prikkel voor grensoverschrijdende ⇨ handel ⇦ interconnecties bieden, terwijl ze op langere termijn tot prijsconvergentie leiden.


🡻 2009/73/EG overweging 59

(137) De regulerende instanties moeten informatie over de markt verstrekken ook om het voor de Commissie mogelijk te maken zich te kwijten van haar taak inzake observatie en monitoring van de interne markt voor aardgas en de ontwikkeling daarvan op korte, middellange en lange termijn, met inbegrip van aspecten zoals vraag en aanbod, transmissie- en distributie-infrastructuur, kwaliteit van de dienstverlening, grensoverschrijdende handel, congestiebeheer, investeringen, groothandels- en verbruikerstarieven, marktliquiditeit, milieueffecten en efficiëntieverbeteringen. De nationale regulerende instanties moeten de mededingingsautoriteiten en de Commissie meedelen in welke lidstaten de mededinging en een goede werking van de markt worden belemmerd door de prijzen.


🡻 2009/73/EG overweging 60 (aangepast)

⇨ nieuw

(138) Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de totstandbrenging van een volledig operationele interne markt voor aardgas ⇨ en waterstof ⇦, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve ⇒ , maar ⇐ beter door de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ kan worden bereikt, kan de Gemeenschap ⇒ Unie ⇐ maatregelen vaststellen, in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel als uiteengezet in artikel 5 van het EG-verdrag ⇒ Verdrag betreffende de Europese Unie ⇐ . Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, zoals vervat in dat artikel, gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.


🡻 2009/73/EG overweging 61 (aangepast)

⇨ nieuw

(139) Krachtens Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad21 van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten22, kan de Commissie richtsnoeren ⇒ of netcodes ⇐ vaststellen om het vereiste niveau van harmonisatie te bewerkstelligen. Dergelijke richtsnoeren ⇒ of netcodes ⇐ , die bijgevolg bindende uitvoeringsmaatregelen ⇨ , als Commissieverordeningen vastgestelde regels ⇦ zijn, vormen, ook ten aanzien van sommige bepalingen van deze richtlijn, een nuttig instrument dat wanneer nodig snel kan worden aangepast.


🡻 2009/73/EG overweging 62

De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden23.


🡻 2009/73/EG overweging 63

(140) In het bijzonder moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de richtsnoeren vast te stellen die nodig zijn voor het bewerkstelligen van de minimale harmonisatie om het met deze richtlijn beoogde doel te kunnen bereiken. Aangezien het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten deze maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing.


🡻 2009/73/EG overweging 64 (aangepast)

Overeenkomstig punt 34 van het Interinstitutioneel Akkoord „Beter wetgeven”24 worden de lidstaten aangespoord voor zichzelf en in het belang van de Gemeenschap hun eigen tabellen op te stellen, die voor zover mogelijk het verband weergeven tussen de richtlijnen en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken.

(141) Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd, in het bijzonder naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Commissie/België (zaak C-543/17).


🡻 2009/73/EG overweging 65 (aangepast)

(65) Gezien de omvang van de hierin gedane wijzigingen van Richtlijn 2003/55/EG is het ter wille van de duidelijkheid en de logica wenselijk de betrokken bepalingen te herschikken door hen samen te brengen in één tekst in een nieuwe richtlijn.


🡻 2009/73/EG overweging

⇨ nieuw

(142) Deze richtlijn is in overeenstemming met de grondrechten en beginselen die met name door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden erkend,. ⇨ Deze richtlijn moet bijgevolg worden uitgelegd en toegepast in overeenstemming met deze rechten en beginselen, met name het recht op bescherming van persoonsgegevens dat door artikel  8 van het Handvest wordt gewaarborgd. Het is van essentieel belang dat elke verwerking van persoonsgegevens uit hoofde van deze richtlijn in overeenstemming is met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad25. ⇦


⇩ nieuw

(143) Teneinde de mate van harmonisatie te waarborgen die minimaal vereist is om de doelstelling van deze richtlijn te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU gedelegeerde handelingen vast te stellen ten aanzien van niet-essentiële onderdelen van bepaalde specifieke gebieden die van essentieel belang zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven26. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(144) Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze richtlijn te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor de vaststelling van interoperabiliteitsvoorschriften en niet-discriminerende en transparante procedures voor gegevenstoegang. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

(145) De verplichting tot omzetting van deze richtlijn in intern recht dient te worden beperkt tot de bepalingen die ten opzichte van de vorige richtlijn materieel zijn gewijzigd. De verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeit voort uit de vorige richtlijn.

(146) Met het oog op een soepele en doeltreffende uitvoering van de bepalingen van deze richtlijn ondersteunt de Commissie de lidstaten door middel van het instrument voor technische ondersteuning27 waarmee technische expertise op maat wordt geboden voor het ontwerpen en uitvoeren van hervormingen, met inbegrip van hervormingen die een concurrerende interne markt voor aardgas en waterstof bevorderen, de integratie van hernieuwbare en koolstofarme gassen mogelijk maken en de samenwerking en coördinatie tussen transmissie- en distributiesysteembeheerders verbeteren. De technische ondersteuning betreft bijvoorbeeld de versterking van de bestuurlijke capaciteit, de harmonisatie van de wetgevingskaders en de uitwisseling van beste praktijken op dit gebied.

(147) Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in intern recht en toepassingsdatum van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten.


🡻 2009/73/EG (aangepast)

⇨ nieuw