Bijlagen bij COM(1995)204 - Financiële en technische maatregelen ter ondersteuning van de hervorming van de economische en maatschappelijke structuren in derde landen en gebieden in het Middellandse-Zeegebied - Hoofdinhoud
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
dossier | COM(1995)204 - Financiële en technische maatregelen ter ondersteuning van de hervorming van de economische en maatschappelijke structuren ... |
---|---|
document | COM(1995)204 ![]() ![]() |
datum | 23 juli 1996 |
2. Voor de steunmaatregelen komen niet alleen Staten en gebieden in aanmerking, maar ook plaatselijke autoriteiten, regionale organisaties, openbare instanties, plaatselijke of traditionele gemeenschappen, organisaties ter ondersteuning van het bedrijfsleven, particuliere ondernemingen, cooeperaties, onderlinge vennootschappen, verenigingen, stichtingen en niet-gouvernementele organisaties.
Artikel 2
1. Steunmaatregelen worden genomen in overeenstemming met de doelstelling van duurzame stabiliteit en welvaart, en met name ten behoeve van de economische overgangsmaatregelen, teneinde een sociaal-economisch evenwicht en regionale en grensoverschrijdende samenwerking tot stand te brengen.
2. Steun voor het economisch overgangsproces en de totstandbrenging van een Euro-mediterrane vrijhandelszone houdt met name in:
- ontwikkeling van de particuliere sector en scheppen van werkgelegenheid, met inbegrip van verbetering van het ondernemingsklimaat en steun voor het midden- en kleinbedrijf;
- bevordering van particuliere investeringen uit Europa, met inbegrip van industriële samenwerking;
- verbetering van de economische infrastructuur;
- activiteiten ter ondersteuning van programma's voor structurele aanpassing.
3. Steun ter verbetering van het sociaal-economische evenwicht houdt met name in:
- verbetering van de sociale dienstverlening;
- harmonieuze geïntegreerde ontwikkeling van het platteland;
- versterkte samenwerking op visserijgebied;
- samenwerking op milieugebied;
- bevordering van de betrokkenheid van de burgerlijke samenleving bij het ontwikkelingsproces;
- geïntegreerde ontwikkeling van het menselijk potentieel, met name ten aanzien van onderwijs en beroepsopleiding, alsmede vergroting van de mogelijkheden voor wetenschappelijk en technologisch onderzoek;
- versterking van de democratie en betere naleving van de mensenrechten;
- samenwerking op cultureel gebied;
- samenwerking en technische bijstand, via de bovengenoemde maatregelen, ter bestrijding van illegale immigratie, drugshandel en internationale criminaliteit.
4. Steun voor regionale en grensoverschrijdende samenwerking houdt onder andere in:
- opzetten van structuren en verbeteren van de infrastructuur voor regionale samenwerking tussen mediterrane partners;
- opzetten van de vereiste infrastructuur voor regionale handel, zoals onder meer vervoer en communicatie en energie, verbetering van het regelgevingskader en kleinschalige infrastructuurprojecten in verband met grensovergangsfaciliteiten; bijzondere aandacht krijgen hierbij de grensovergangen tussen de mediterrane partners en de Unie; samenwerking op het niveau van grote geografische eenheden en maatregelen die een aanvulling vormen op maatregelen die op dit gebied binnen de Unie worden genomen;
- samenwerking met de Arabische Liga en de instellingen daarvan, alsmede andere panarabische en regionale activiteiten.
5. Ter verbetering van het bestuur wordt steun verleend aan belangrijke instellingen, zoals de plaatselijke overheid, vakbonden, media en organisaties ter ondersteuning van het bedrijfsleven, en wordt de overheid geholpen haar capaciteit om beleid te ontwikkelen en te implementeren, te vergroten.
6. Bij maatregelen die op grond van deze verordening worden genomen wordt de nodige aandacht besteed aan het bevorderen van de deelname van vrouwen. Het scheppen van werkgelegenheid voor vrouwen en jongeren geniet hierbij bijzonder belang.
7. De in het kader van deze verordening te financieren maatregelen houden voornamelijk in: technische bijstand, opleiding, institutionele versterking, politieke dialoog, voorlichting, seminars, studies, investeringsprojecten ten behoeve van zeer kleine, kleine en middelgrote ondernemingen en infrastructuur, en maatregelen ter verbetering van de zichtbaarheid van communautaire projecten en programma's. Gedecentraliseerde samenwerking is geboden waar dit doeltreffend kan zijn. Transacties met risicodragend kapitaal en rentesubsidies kunnen met name in samenwerking met de Bank worden gefinancierd. Met betrekking tot de steunmaatregelen kunnen tevens de kosten voor de begunstigden van voorbereiding, tenuitvoerlegging, toezicht, financiële controle en uitvoering worden gefinancierd.
8. Wanneer aan een essentiële voorwaarde voor het voortzetten van de steunmaatregelen niet wordt voldaan, met name bij schending van de democratische beginselen of de mensenrechten, kan de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid besluiten tot passende maatregelen ten aanzien van de bijstand aan een mediterrane partner.
Artikel 3
1. Bij de selectie van in het kader van deze verordening te financieren maatregelen wordt onder andere rekening gehouden met de prioriteiten van de begunstigden, de ontwikkeling van hun behoeften en de vooruitgang in de richting van structurele hervormingen. De selectie geschiedt tevens op basis van een beoordeling van de mate waarin een maatregel bijdraagt tot de doelstellingen van de communautaire steun; een en ander, indien van toepassing, in overeenstemming met de associatie- of samenwerkingsovereenkomsten.
2. Op nationaal en regionaal niveau worden voor perioden van drie jaar indicatieve programma's opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de gezamenlijk met de mediterrane partners vastgestelde prioriteiten, waaronder de conclusies van de economische dialoog; de programma's worden indien nodig jaarlijks bijgesteld. De programma's vermelden de belangrijkste doelstellingen en richtsnoeren voor de steun van de Gemeenschap op de in artikel 2 bedoelde gebieden; er kan een financiële raming in worden opgenomen. Deze programma's kunnen gedurende hun toepassingsperiode worden gewijzigd, waarbij rekening wordt gehouden met de opgedane evaring bij de tenuitvoerlegging van deze verordening, alsmede met de vorderingen van de mediterrane partners ten aanzien van structurele hervormingen, marcro-economische stabilisatie en sociale vooruitgang.
3. Overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 10 worden financieringsbesluiten vastgesteld; deze worden in het bijzonder gebaseerd op de indicatieve programma's.
Artikel 4
1. De Commissie draagt samen met de Lid-Staten en op basis van door deze verstrekte informatie zorg voor effectieve cooerdinatie van de bijstand van de Gemeenschap en de afzonderlijke Lid-Staten. Cooerdinatie en samenwerking met de internationale financiële instellingen en overige donoren wordt eveneens bevorderd.
2. De steunmaatregelen waarop deze verordening betrekking heeft kunnen hetzij zelfstandig worden gefinancierd door de Gemeenschap, hetzij via cofinanciering met de mediterrane partners, met openbare of particuliere instanties van de Lid-Staten en de Bank of met derde landen of multilaterale instanties.
Artikel 5
1. De financiering door de Gemeenschap geschiedt met name in de vorm van subsidies of risicodragend kapitaal. Bij samenwerkingsmaatregelen op het gebied van het milieu is tevens rentesubsidie mogelijk voor leningen die de Bank uit haar eigen middelen verstrekt.
2. Subsidies kunnen worden aangewend ter financiering of cofinanciering van activiteiten, projecten of programma's die bijdragen tot de verwezenlijking van de in artikel 2 omschreven doelstellingen. De mate waarin activiteiten, projecten en programma's voor subsidie in aanmerking komen is tevens afhankelijk van de mate waarin zij financiële opbrengsten kunnen opleveren.
3. In financieringsbesluiten en alle daaruit voortvloeiende financieringsovereenkomsten en contracten wordt onder meer uitdrukkelijk voorzien in ter plaatse uit te voeren toezicht en financiële controle door de Commissie en audits door de Rekenkamer.
Artikel 6
1. De op grond van deze verordening uit te voeren maatregelen kunnen betrekking hebben op de kosten van de invoer van goederen en diensten, en op plaatselijke uitgaven die voor de uitvoering van de projecten en programma's benodigd zijn. Belastingen, rechten en heffingen zijn van communautaire financiering uitgesloten.
De voor overeenkomsten ter uitvoering van door de Gemeenschap op grond van deze verordening gefinancierde maatregelen geldende fiscale en douaneregelingen zijn niet minder gunstig dan die welke door de partners worden toegepast met betrekking tot de meestbegunstigde natie of meestbegunstigde internationale ontwikkelingsorganisatie.
2. De onderhouds- en exploitatiekosten van opleidings-, communicatie- en onderzoeksprogramma's en andere projecten kunnen voor financiering in aanmerking komen; ten aanzien van de laatstgenoemde projecten geldt dit uitsluitend voor de aanloopfase en wordt de financiering gefaseerd beëindigd.
3. Voor investeringsprojecten wordt communautaire financiering gecombineerd met de eigen middelen van de projectontwikkelaar, of met financiering tegen marktvoorwaarden, zulks in overeenstemming met de aard van het project. de communautaire financiering mag echter niet meer bedragen dan 80 % van de totale investeringskosten.
Artikel 7
1. Aanbestedingen en overeenkomsten staan onder gelijke voorwaarden open voor alle natuurlijke en rechtspersonen uit de Lid-Staten en uit de mediterrane partners.
2. In geval van cofinanciering kan de Commissie voor ieder afzonderlijk geval toestemming verlenen voor deelname aan aanbestedingen en contracten door andere landen dan de mediterrane partners. In deze gevallen is deelneming van ondernemingen uit derde landen uitsluitend aanvaardbaar indien er sprake is van wederkerigheid.
Artikel 8
1. Financieringsbesluiten voor een bedrag van meer dan 2 000 000 ecu, welke geen betrekking hebben op rentesubsidies op leningen van de Bank en risicodragend kapitaal, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 10.
2. Financieringsbesluiten met betrekking tot algemene toewijzingen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 10. De Commissie stelt het in artikel 10 bedoelde comité in kennis van de wijze waarop deze algemene toewijzingen worden benut.
3. Besluiten tot wijziging van besluiten die volgens de procedure van artikel 10 zijn vastgesteld, worden door de Commissie genomen indien er geen sprake is van substantiële wijzigingen of bijkomende betalingsverplichtingen die meer bedragen dan 20 % van de oorspronkelijke betalingsverplichting.
4. Financieringsbesluiten met betrekking tot rentesubsidies op leningen van de Bank worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 11. Financieringsbesluiten met betrekking tot risicodragend kapitaal worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 12.
Artikel 9
Maatregelen bedoeld in deze verordening welke worden gefinancierd uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen worden beoordeeld, vastgesteld en beheerd door de Commissie, onverminderd de bevoegdheid van de Bank tot het beheer van rentesubsidies en transacties met risicodragend kapitaal, die haar namens de Gemeenschap door de Commissie is verleend uit hoofde van artikel 105, lid 3, van het Financieel Reglement van 21 december 1977 van toepassing op de algemene begroting der Europese Gemeenschappen.
Artikel 10
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie, genaamd "MED-COMITÉ" (hierna te noemen "het Comité"). Een vertegenwoordiger van de Bank woont de vergaderingen bij zonder stemrecht.
2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het Comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het Comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het EG-Verdrag is voorgeschreven voor de goedkeuring van besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij stemming in het Comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.
3. De Commissie neemt maatregelen die met onmiddellijke ingang van toepassing zijn. Indien deze maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité, wordt de Raad hierover onmiddellijk ingelicht. In dat geval stelt de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten zes weken uit.
De Raad kan met gekwalificeerde meerderheid van stemmen binnen de in de eerste alinea vastgestelde termijn een ander besluit nemen.
4. Het Comité kan elk ander vraagstuk onderzoeken dat, eventueel op verzoek van een vertegenwoordiger van een Lid-Staat, door de voorzitter aan de orde wordt gesteld in het kader van de tenuitvoerlegging van deze verordening, met name elk vraagstuk dat verband houdt met de algemene tenuitvoerlegging, het beheer van het programma, cofinanciering en de in artikel 4 genoemde cooerdinatie.
5. Het Comité stelt zijn reglement van orde vast met een gekwalificeerde meerderheid.
6. De Commissie stelt het Comité regelmatig op de hoogte en verstrekt informatie over de tenuitvoerlegging van de maatregelen in het kader van deze verordening.
7. Het Europees Parlement wordt regelmatig op de hoogte gesteld van de tenuitvoerlegging van deze verordening.
Artikel 11
1. Voor met gesubsidieerde leningen te financieren projecten op milieugebied stelt de Bank een financieringsvoorstel op, overeenkomstig haar statuut. De Bank vraagt oveneenkomstig artikel 21 van het statuut de Commissie om advies, alsmede het in artikel 13 bedoelde comité.
2. Het in artikel 13 bedoelde comité brengt advies uit over het voorstel van de Bank. De vertegenwoordiger van de Commissie doet het comité het standpunt van zijn Instelling over het desbetreffende project toekomen, met name ten aanzien van de overeenstemming daarvan met de doeleinden van deze verordening en de algemene richtsnoeren die de Raad heeft vastgesteld Voorts wordt het comité door de Bank ingelicht over niet-gesubsidieerde leningen die de Bank voornemens is uit haar eigen middelen te verstrekken.
3. Op basis van dit overleg verzoekt de Bank de Commissie een financieringsbesluit vast te stellen voor de verstrekking van de rentesubsidie voor het desbetreffende project.
4. De Commissie legt aan het MED-Comité een ontwerp-besluit voor waarbij toestemming tot het verstrekken van rentesubsidie voor het desbetreffende project wordt verleend dan wel geweigerd.
5. De Commissie doet het in lid 4 bedoelde besluit aan de Bank toekomen; wanneer bij het besluit toestemming wordt verleend tot het verstrekken van rentesubsidie, kan de Bank deze verstrekken.
Artikel 12
1. De Bank legt projecten waarbij sprake is van transacties met risicodragend kapitaal voor advies voor aan het in artikel 13 bedoelde comité. De vertegenwoordiger van de Commissie doet het comité het standpunt van zijn Instelling over het desbetreffende project toekomen, met name ten aanzien van de overeenstemming daarvan met de doeleinden van deze verordening en de algemene richtsnoeren die de Raad heeft vastgesteld.
2. Op basis van dit overleg legt de Bank het project aan de Commissie voor.
3. De Commissie stelt een financieringsbesluit vast binnen een termijn de passend is gezien de aard van het project.
4. De Commissie doet het in lid 3 bedoelde besluit aan de Bank toekomen, deze neemt passende maatregelen.
Artikel 13
1. Binnen de Bank wordt een comité ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten, hierna te noemen het "Comité artikel 13".
Het Comité artikel 13 wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Lid-Staat die het voorzitterschap bekleedt van de raad van gouverneurs van de Bank; de Bank verzorgt het secretariaat. De vergaderingen worden bijgewoond door een vertegenwoordiger van de Commissie.
2. Het reglement van orde van het Comité artikel 13 wordt met eenparigheid van stemmen vastgesteld door de Raad.
3. Het Comité artikel 13 neemt besluiten met een gekwalificeerde meerderheid overeenkomstig artikel 148, lid 2, van het Verdrag.
4. De stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten worden in het Comité artikel 13 gewogen overeenkomstig artikel 148, lid 2, van het Verdrag.
Artikel 14
1. Samen met de Bank beoordeelt de Commissie de voortgang van de tenuitvoerlegging van de maatregelen op grond van deze verordening, zij brengt hierover aan het Europees Parlement en de Raad jaarlijks uiterlijk op 30 april verslag uit. Het verslag bevat informatie over de gedurende het jaar gefinancierde maatregelen, waarbij vertrouwelijke gegevens worden beschermd, en een beoordeling van de bereikte resultaten.
2. De Commissie en de Bank verrichten de evalutie van de projecten waarbij zij betrokken zijn, teneinde vast te stellen of de doelstellingen zijn bereikt en richtlijnen op te stellen om de effectiviteit van toekomstige activiteiten te verhogen. De evaluatierapporten worden aan de Raad en het Europees Parlement ter beschikking gesteld.
Artikel 15
1. Verordening (EEG) nr. 1763/92 en Verordening (EG) nr. 1734/94 worden ingetrokken op 31 december 1996.
2. Met ingang van 31 december 1996 is Verordening (EEG) nr. 1762/92 van toepassing op het beheer van de protocollen die op die datum nog van kracht zijn, alsmede op de vastlegging van middelen uit hoofde van de vervallen protocollen die nog niet zijn benut.
Artikel 16
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
(1) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 1.
(2) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 5.
(3) PB nr. L 182 van 16. 7. 1994, blz. 4.
BIJLAGE
Partnerlanden en -gebieden bedoeld in artikel 1
De Democratische Volksrepubliek Algerije
De Republiek Cyprus
De Arabische Republiek Egypte
De Staat Israël
Het Koninkrijk Jordanië
De Libanese Republiek
De Republiek Malta
Het Koninkrijk Marokko
De Syrische Arabische Republiek
De Republiek Tunesië
De Republiek Turkije
De Bezette Gebieden in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever