Bijlagen bij JOIN(2015)50 - Herziening van het Europees nabuurschapsbeleid - EU monitor

EU monitor
Maandag 17 februari 2020
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier JOIN(2015)50 - Herziening van het Europees nabuurschapsbeleid.
document JOIN(2015)50 NLEN
datum 18†november†2015
annexatie van de Krim en Sebastopol en de destabilisatie van Oost-OekraÔne. Voor verschillende kwesties in verband met deze regio zou, wanneer de omstandigheden dat toelaten, het nuttig zijn naar constructieve samenwerking te streven om gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken en verdere mogelijkheden te onderzoeken.

De samenwerking in andere fora zal een aanvulling vormen op deze regionale samenwerking. De EU moet haar contacten met partners in Afrika ten zuiden van de Sahara en de Sahel-regio versterken en in dit verband zorgen voor samenhang met de lopende besprekingen over de agenda na Cotonou. De EU moet ook alle relevante partners in het Midden-Oosten en Noord-Afrika betrekken bij de politieke dialoog, investeringen en ontwikkelingshulp. Daarvoor moeten de dialoog met de Liga van Arabische staten en de samenwerking met de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIS), de Samenwerkingsraad van de Golf (GCC), de Afrikaanse Unie en de Unie van de Arabische Maghreb worden versterkt, en de werkzaamheden in het kader van Forum van de landen van het Westelijke Middellandse Zeegebied (Dialoog 5 +†5) worden opgevoerd. Het initiatief "Synergie voor het Zwarte Zeegebied" is een belangrijk forum geworden voor het aanpakken van gemeenschappelijke problemen en de bevordering van politieke en economische hervormingen. De EU moet de regionale samenwerking blijven bevorderen en de coŲrdinatie versterken met de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de organen ervan.

De regionale strategie van de EU voor SyriŽ en Irak en de dreiging die uitgaat van IS/Daíesh schetst de door de EU en haar lidstaten genomen maatregelen om de vrede en veiligheid in SyriŽ en Irak te helpen herstellen. Wat Iran betreft, is, dank zij de recente akkoorden, ruimte ontstaan voor verdere samenwerking inzake regionale vraagstukken, met inbegrip van energiekwesties. Gezien het strategische belang van Centraal-AziŽ moet de EU haar contacten met de betrokken partners uitbreiden om sterke, duurzame en stabiele betrekkingen met de landen uit deze regio uit te bouwen.


VII. DOELTREFFENDER UITVOERING

VII.1 FLEXIBILITEIT VAN DE FINANCIERINGSINSTRUMENTEN

De EU stelt aanzienlijke middelen ter beschikking om de grote stabiliseringsproblemen in de nabuurschapsregio aan te pakken: via het Europees nabuurschapsinstrument (ENI) is meer dan 15 miljard euro beschikbaar voor de periode 2014-2020. Om nog meer effect te sorteren, zal de EU een aanzienlijk bedrag aan extra middelen proberen te mobiliseren via de investeringsfaciliteit voor het nabuurschapsbeleid (NIF) en een vergaander samenwerking met de grote internationale financiŽle instellingen. De EU zal haar instrumenten voor technische bijstand (TAIEX en Twinning) moderniseren en strategisch aanpassen om steun op maat te kunnen verlenen. De EU en de partnerlanden zullen inspanningen blijven leveren om ervoor te zorgen dat de financiŽle steun van de EU naar de beoogde begunstigden gaat en niet door fraude elders terecht komt.

De steunprioriteiten zullen worden vastgesteld op basis van de associatieagendaís en de prioriteiten van het partnerschap. Bij de bilaterale toewijzing van middelen aan partnerlanden zullen de ENB-prioriteiten en de ambities van de partnerlanden in aanmerking worden genomen, en bij de toewijzing van middelen in het kader van het overkoepelende ENB-programma, zoals voorheen, blijft de nadruk liggen op de verbintenis tot en het effectief uitvoeren van hervormingen.

De ontwikkelingen in de nabuurschapslanden laten zien dat meer internationale financiŽle en economische steun nodig is om het noodzakelijke overgangsproces en de stabiliteit te bevorderen. Het bestaande instrumentarium van de Europese Unie voorziet in middelen voor tal van aangelegenheden, maar in veel gevallen zijn de middelen te beperkt in vergelijking met de vastgestelde behoeften. Daarom zal de Commissie de komende maanden in het kader van een grondige beoordeling een aantal mogelijkheden onderzoeken, en eventueel een instrument opzetten, om beter en efficiŽnter te kunnen inspelen op de financiŽle behoeften van de buurlanden, en tegelijkertijd hun lopende, noodzakelijke hervormingsinspanningen te ondersteunen. Daarbij kan worden voortgebouwd op de ervaring met bestaande instrumenten, waaronder die welke de afgelopen jaren zijn opgezet ter ondersteuning van de EU-lidstaten.

De respons op de conflicten in SyriŽ en OekraÔne en het gebruik van trustfondsen zijn voorbeelden van hoe snel en flexibel de financiŽle instrumenten van de EU kunnen worden ingezet. Er moet echter meer worden gedaan om sneller hulp te verlenen en ervoor te zorgen dat de hulp beter is afgestemd op snel veranderende politieke omstandigheden en prioriteiten.

De Commissie en de hoge vertegenwoordiger zullen proberen de hulpverlening te versnellen door de procedures te stroomlijnen. Zij zullen nagaan of het wenselijk is een "flexibiliteitsbuffer" in het ENI op te nemen, d.w.z. de mogelijkheid om middelen te reserveren voor gebruik voor noodprogramma's of onvoorziene behoeften, in het bijzonder voor conflict- en post-conflictsituaties, steunverlening aan vluchtelingen; de respons op crises en rampen; en veiligheids- en stabilisatieprogrammaís.

Een aanpassing van het Financieel Reglement moet worden overwogen, zodat de ongebruikte middelen uit deze "flexibiliteitsbuffer" naar het volgende jaar kunnen worden overgedragen. De EU zal de tussentijdse evaluatie van de externe financieringsinstrumenten van de EU in 2017 gebruiken om na te gaan of administratieve procedures kunnen worden gestroomlijnd en, waar nodig, voorstellen te doen om de daaraan ten grondslag liggende rechtsbesluiten te wijzigen.

Een verbetering van de donorcoŲrdinatie is niet alleen essentieel voor een optimaal gebruik van de middelen, maar ook voor een betere zichtbaarheid van de bijdrage van de EU. Waar mogelijk moet een gezamenlijk EU-optreden in de regio steeds onder een EU-label plaatsvinden en moet gestreefd worden naar een gezamenlijke programmering met de EU-lidstaten en een gezamenlijke analyse op basis van alle EU-bronnen (met inbegrip van EU-delegaties, GVDB-missies en speciale vertegenwoordigers van de EU). Een vereenvoudigde aanpak moet het opzetten van gezamenlijke projecten met de lidstaten en agentschappen van de EU vergemakkelijken.

De EU zal zich inzetten voor een efficiŽntere donorcoŲrdinatie met andere Europese financieringsmechanismen en met de grote internationale financiŽle instellingen, de Afrikaanse Unie, de Arabische Liga en de Samenwerkingsraad van de Golfstaten. Voorts zal zij werken in het kader van de Unie voor het Middellandse Zeegebied, het Oostelijk Partnerschap en andere regionale fora.


VII.2 ZICHTBAARHEID, COMMUNICATIE EN VOORLICHTING

Beter communiceren en informeren over het EU-beleid zal een van de belangrijkste kernpunten van het nieuwe ENB worden. Een betere publieksdiplomatie kan helpen de achtergrond van het EU-beleid en de positieve gevolgen van concrete EU-acties beter toe te lichten. De EU moet ernaar streven het gebruik van EU-middelen voor de nabuurschapsregio in de periode 2014-2020 zichtbaarder te maken. De zichtbaarheid van de EU zou een voorwaarde moeten worden voor samenwerking met uitvoerende partners.

De EU-steun zal helpen onafhankelijke, betrouwbare en geloofwaardige media te bevorderen. De EU zou ook de strategische communicatiecapaciteit binnen regeringen kunnen ondersteunen, zodat de publieke opinie beter kan worden ingeschat en het gemakkelijker wordt informatiecampagnes over de voordelen van de hervormingen te plannen en aan te passen.

Zoals overeengekomen door de Europese Raad, moet de EU samen met de partners doortastend kunnen reageren wanneer de EU het slachtoffer is van misleidende informatie. Door een goede mix van proactieve strategische en tactische communicatiemiddelen zullen de EU en haar partners beter in staat zijn de media te monitoren en te analyseren, een beter inzicht te verwerven in de opvattingen en het discours van de partnerlanden, en de voordelen van de samenwerking van de afzonderlijke landen met de EU uit te leggen, om zo uiteindelijk een positief beeld van de steunverlening en samenwerking in het kader van het nabuurschapsbeleid te schetsen.

Een grotere betrokkenheid van de lidstaten bij het vaststellen van de communicatieprioriteiten zal ervoor zorgen dat de EU vaker met ťťn stem spreekt. De EU-delegaties in de partnerlanden zullen, in hun contacten met belangrijke actoren, in het bijzonder het maatschappelijk middenveld, nauw samenwerken met de vertegenwoordigers van de lidstaten. Bewustmakingsactiviteiten zijn ook binnen de EU noodzakelijk om de burgers uit te leggen waarom stabiele, veilige en welvarende landen in onze nabije omgeving cruciaal zijn voor de stabiliteit en de veiligheid in de EU zelf.

De EU zou zich meer moeten inzetten voor deze publieksdiplomatie, ten aanzien van regeringen, het maatschappelijk middenveld, het bedrijfsleven, de academische wereld en andere burgers in de partnerlanden, met name jongeren, ook door middel van wetenschapsdiplomatie.

PARTNERSCHAPPEN VOOR JONGEREN

De contacten met jongeren in de hele nabuurschap zullen worden geÔntensiveerd door het opzetten van partnerschappen voor jongeren. Deze partnerschappen zullen intermenselijke contacten en netwerken voor jonge mensen van alle leeftijden in de EU en haar buurlanden stimuleren, en zo bijdragen tot wederzijds respect, meer begrip en open samenlevingen. In deze context zouden ook aanzienlijk meer uitwisselingen tussen scholen en universiteiten moeten plaatsvinden, met eventueel een proefproject om een Europese school in de buurt op te richten. De opheffing van het bestaande maximumbedrag voor de financiŽle tegemoetkoming voor een buitenlands verblijf van Erasmus-studenten zal meer jonge Europeanen aanzetten tot een studie in de partnerlanden, en zo de banden tussen de lidstaten en de partnerlanden versterken.

Het oprichten van "Friends of Europe"-verenigingen en alumni-netwerken voor degenen die aan EU-activiteiten hebben deelgenomen, en - waar mogelijk - van netwerken van "jongerenambassadeurs" zouden instrumenten kunnen zijn voor een dergelijke bevordering van contacten. Ook het creŽren van fora voor uitwisselingen tussen jonge leiders en toekomstige opiniemakers uit heel de EU en haar buurlanden zou hieronder kunnen vallen.


VIII. VOLGENDE STAPPEN

Met deze gezamenlijke mededeling wordt de formele raadpleging over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid afgerond. De Commissie is voornemens de voorstellen in deze gezamenlijke mededeling, alsook de standpunten van de EU daarover, in de loop van 2016 met de partnerlanden te bespreken om gezamenlijk vorm te geven aan onze toekomstige betrekkingen, op basis van de in deze gezamenlijke mededeling opgenomen aanbevelingen.

(1)

†13201/15 Conclusies van de Raad van 26 oktober 2015.


(2)

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comitť en het Comitť van de Regio's: De Europese veiligheidsagenda (COM (2015) 185 final).

(3)

†De Europese veiligheidsagenda ( COM(2015) 185 final ).

(4)

Strategie inzake cyberbeveiliging van de Europese Unie: Een open, veilige en beveiligde cyberspace (JOIN(2013) 1 final).


(5)

†EU-actieplan inzake terugkeer, 9 september 2015 (COM(2015) 453 final).