Bijlagen bij COM(2018)12 - Gedelegeerde handelingen van de Commissie onder Richtlijn 96/16/EG betreffende statistische enquêtes inzake melk en zuivelproducten - EU monitor

EU monitor
Maandag 23 november 2020
kalender

Bijlagen bij COM(2018)12 - Gedelegeerde handelingen van de Commissie onder Richtlijn 96/16/EG betreffende statistische enquêtes inzake melk en zuivelproducten

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

bijlage I bij Beschikking 97/80/EG van de Commissie van 18 december 1996 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 96/16/EG van de Raad betreffende statistische enquêtes inzake melk en zuivelproducten 3 .

Overeenkomstig artikel 6 bis, lid 2, van de richtlijn wordt de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 10 januari 2014. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend verlengd met termijnen van vijf jaar, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich verzet tegen die verlenging. 

De Commissie moet uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag over de bevoegdheidsdelegatie opstellen. Die verplichting wordt met dit verslag vervuld.

2.Uitoefening door de Commissie van de gedelegeerde bevoegdheden uit hoofde van Richtlijn 96/16/EG van de Raad

De Commissie heeft de bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen uit hoofde van Richtlijn (EU) nr. 96/16/EG nog niet uitgeoefend.

De meeste melkproducten zijn tijdens de periode in kwestie niet gewijzigd. Enkele zijn wel gewijzigd, maar die wijzigingen waren zo gering dat een aanpassing van de Europese en nationale statistische stelsels niet kon worden gerechtvaardigd.

3.Conclusies

De Commissie heeft de bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen uit hoofde van Richtlijn (EU) 96/16/EG van de Raad nog niet uitgeoefend.

De Commissie is van mening dat zij deze bevoegdheid moet behouden, omdat het in de toekomst nodig kan zijn een gedelegeerde handeling vast te stellen om de punten vermeld in artikel 3, lid 2, van de richtlijn te wijzigen teneinde te voldoen aan de behoeften van de gegevensgebruikers in het kader van het toekomstige gemeenschappelijke landbouwbeleid.

(1) PB L 78 van 28.3.1996, blz. 27.
(2) PB L 351 van 21.12.2013, blz. 1.
(3) PB L 24 van 25.1.1997, blz. 26.