Bijlagen bij COM(2018)630 - Europees centrum voor industrie, technologie en onderzoek inzake cyberbeveiliging en nationale coŲrdinatiecentra - Bijdrage aan de bijeenkomst van de leiders, september 2018 - EU monitor

EU monitor
Zaterdag 21 september 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

bijlage†I bij Besluit nr.†XXX tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa Ė het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie , en van andere programma's van de Unie indien hierin wordt voorzien in rechtshandelingen van de Unie;

2) de capaciteiten, de kennis en de infrastructuur op het gebied van cyberbeveiliging verbeteren ten behoeve van de industrie, de publieke sector en de onderzoeksgemeenschappen;

3) ertoe bijdragen dat de nieuwste cyberbeveiligingsproducten en -oplossingen op ruim schaal worden aangewend in de hele economie;

4) zorgen voor een beter begrip van cyberbeveiliging en helpen om het gebrek aan cyberbeveiligingsvaardigheden in de Unie aan te pakken;

5) bijdragen aan de versterking van het onderzoek en de ontwikkeling op het gebied van cyberbeveiliging in de Unie;

6) de samenwerking tussen de civiele en de defensie-industrie verbeteren als het gaat om technologieŽn en toepassingen voor tweeŽrlei gebruik;

7) de synergieŽn tussen de civiele en de defensiedimensie van cyberbeveiliging versterken;

8) de werkzaamheden van het in artikel†10 bedoelde netwerk van nationale coŲrdinatiecentra ("het netwerk") en de in artikel†12 bedoelde kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging helpen coŲrdineren en vergemakkelijken.

1.4.4.Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.

∑ Aantal gezamenlijk verworven infrastructuurvoorzieningen / instrumenten op het gebied van cyberbeveiliging

∑ Toegang tot test- en experimenteertijd voor Europese onderzoekers en ondernemingen in het netwerk en het kenniscentrum. Indien de faciliteiten reeds bestaan, moeten deze gemeenschappen een groter aantal uren toegewezen krijgen in vergelijking met de uren die momenteel beschikbaar zijn.

∑ Toename van het aantal bediende gebruikersgemeenschappen en onderzoekers dat toegang krijgt tot de Europese cyberbeveiligingsfaciliteiten in vergelijking met het aantal onderzoekers dat dergelijke middelen buiten Europa moet zoeken.

∑ Beginnende toename van het concurrentievermogen van Europese leveranciers, gemeten aan het wereldwijde marktaandeel (doelstelling van 25†% marktaandeel in 2027) en aan het aandeel van Europese O&O-resultaten dat door het bedrijfsleven wordt toegepast.

∑ Bijdrage aan nieuwe cyberbeveiligingstechnologieŽn, gemeten in termen van auteursrechten, octrooien, wetenschappelijke publicaties en commerciŽle producten.

∑ Aantal geŽvalueerde en aangepaste leerplannen met betrekking tot cyberbeveiliging, aantal beoordeelde programmaís voor professionele certificering op het gebied van cyberbeveiliging;

∑ Aantal opgeleide wetenschappers, studenten, gebruikers (uit het bedrijfsleven en de overheidssector).

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

Een kritische massa van investeringen in technologie en industriŽle ontwikkeling op het gebied van cyberbeveiliging bereiken en de versnippering van de relevante capaciteit in de EU tegengaan.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Cyberbeveiliging is een zaak van gemeenschappelijk belang voor de Unie, zoals ook is bevestigd in de hierboven vermelde conclusies van de Raad. Goede voorbeelden zijn de omvang en het grensoverschrijdende karakter van incidenten zoals WannaCry en NonPetya. Gezien de aard en de omvang van de technologische uitdagingen op het gebied van cyberbeveiliging en het feit dat de inspanningen in het bedrijfsleven, de overheidssector en de onderzoeksgemeenschappen, alsook tussen deze sectoren onderling, onvoldoende worden gecoŲrdineerd, moet de EU de coŲrdinatie-inspanningen verder ondersteunen, zowel om een kritische massa aan middelen bijeen te brengen als om een beter beheer van kennis en activa te garanderen. Dit is noodzakelijk aangezien er middelen nodig zijn voor bepaalde capaciteiten voor het onderzoek naar en de ontwikkeling en invoering van cyberbeveiligingstechnologieŽn; aangezien er toegang moet worden verleend tot interdisciplinaire kennis op het gebied van cyberbeveiliging in verschillende disciplines (vaak slechts gedeeltelijk beschikbaar op nationaal niveau); aangezien de industriŽle waardeketens een mondiaal karakter hebben en de concurrenten overal ter wereld op allerlei markten actief zijn.

Hiervoor zijn middelen en expertise vereist van een niveau dat moeilijk kan worden bereikt met afzonderlijke maatregelen van een lidstaat. Zo zou een pan-Europees kwantumcommunicatienetwerk een investering in de grootorde van 900†miljoen†EUR van de EU vergen, afhankelijk van de investeringen van de lidstaten (te koppelen / aan te vullen) en de mate waarin voor de technologie bestaande infrastructuren kunnen worden hergebruikt.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

De tussentijdse evaluatie van Horizon†2020 heeft onder meer het blijvende belang van EU-steun voor O&O en maatschappelijke uitdagingen aangetoond (waaronder "veilige samenlevingen", in het kader waarvan O&O op het gebied van cyberbeveiliging wordt ondersteund). Tegelijkertijd bevestigt de evaluatie dat het versterken van het industriŽle leiderschap een uitdaging blijft en dat er nog steeds een innovatiekloof is, waarbij de EU achterloopt op het gebied van baanbrekende, marktcreŽrende innovatie.

De tussentijdse evaluatie van de Connecting Europe Facility (CEF) lijkt de toegevoegde waarde van EU-interventie die verder gaat dan O&O, te bevestigen, al had cyberbeveiliging in het kader van de CEF een iets andere focus (op operationele beveiliging) en interventielogica. Tegelijkertijd heeft de meerderheid van de ontvangers van CEF-subsidies voor cyberbeveiliging Ė de gemeenschap van nationale CSIRTís Ė kenbaar gemaakt dat zij in het kader van het volgende MFK een ondersteuningsprogramma op maat wensen.

Toen in 2016 het publiek-private partnerschap voor ("cPPP") in de EU werd opgezet, was dit een eerste grote stap om de onderzoeksgemeenschap, de industrie en de publieke sector samen te brengen om onderzoek en innovatie op het gebied van cyberbeveiliging te vergemakkelijken en dit zou binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020 goede, meer gerichte resultaten op het gebied van onderzoek en innovatie moeten opleveren. Dankzij het cPPP konden industriŽle partners toezeggingen doen over hun individuele uitgaven met betrekking tot gebieden die in de strategische agenda voor onderzoek en innovatie van het partnerschap zijn vastgesteld.

1.5.4.Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Het kennisnetwerk voor cyberbeveiliging en het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging zullen een extra ondersteuning zijn voor de bestaande beleidsbepalingen en spelers op het gebied van cyberbeveiliging. Het mandaat van het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging zal een aanvulling vormen op de inspanningen van het Enisa, maar legt een andere nadruk en vereist andere vaardigheden. Terwijl het Enisa een adviserende rol speelt inzake onderzoek en innovatie op het gebied van cyberbeveiliging in de EU, is het voorgestelde mandaat van het kenniscentrum vooral gericht op andere taken die cruciaal zijn voor de versterking van de weerbaarheid van de EU op het gebied van cyberbeveiliging. Het kenniscentrum moet de ontwikkeling en aanwending van cyberbeveiligingstechnologie bevorderen en een aanvulling vormen op de inspanningen inzake capaciteitsopbouw die op dit gebied zowel op EU-niveau als op nationaal niveau worden geleverd.

Het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging zal samen met het kenniscentrum voor cyberbeveiliging ook werken aan de ondersteuning van onderzoek om de standaardiserings- en certificeringsprocessen te vergemakkelijken en te versnellen, met name die met betrekking tot regelingen voor cyberbeveiligingscertificering in de zin van de cyberbeveiligingsverordening.

Het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging zal optreden als ťťn uitvoeringsmechanisme voor twee Europese programmaís ter ondersteuning van cyberbeveiliging (de programma's "Digitaal Europa" en "Horizon Europa") en zal de samenhang en de synergieŽn tussen deze programmaís verbeteren.

Dit initiatief maakt het mogelijk de inspanningen van de lidstaten aan te vullen door makers van onderwijsbeleid passende input te geven voor de verbetering van het onderwijs op het gebied van cyberbeveiliging (bv. door voor de civiele en militaire onderwijsstelsels leerplannen voor cyberbeveiliging te ontwikkelen, maar ook door input te geven voor basisopleidingen in cyberbeveiliging). Dankzij dit initiatief zouden ook de onderlinge afstemming en continue beoordeling van de certificeringsprogrammaís inzake cyberbeveiliging kunnen worden ondersteund Ė alle noodzakelijke activiteiten om de kloof op het gebied van cyberbeveiligingsvaardigheden te dichten en ervoor te zorgen dat industrieŽn en andere gemeenschappen gemakkelijker toegang krijgen tot cyberbeveiligingsspecialisten. Het op elkaar afstemmen van onderwijs en vaardigheden zal bijdragen tot de scholing van personeel in de EU dat gekwalificeerd is op het gebied van cyberbeveiliging, een essentieel instrument voor cyberbeveiligingsondernemingen en andere sectoren die een belang hebben in cyberbeveiliging.

1.6.Duur en financiŽle gevolgen

Ā Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

ĖĀ †††Looptijd vanaf 1.1.2021 tot en met 31.12.2029

ĖĀ FinanciŽle gevolgen: van 2021 tot en met 2027 voor vastleggingskredieten en van 2021 tot en met 2031 voor betalingskredieten.

Ā Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

ĖUitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

Ėgevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Beheersvorm(en) 37

Ā Direct beheer door de Commissie

ĖĀ door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie

ĖĀ †††door de uitvoerende agentschappen

Ā Gedeeld beheer met de lidstaten

Ā

†Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

ĖĀ derde landen of de door hen aangewezen organen;

ĖĀ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

ĖĀ de EIB en het Europees Investeringsfonds;

ĖĀ de in de artikelen†70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

ĖĀ publiekrechtelijke organen;

ĖĀ privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiŽle garanties bieden;

ĖĀ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiŽle garanties bieden;

ĖĀ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel†V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

ĖVerstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".


2. BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Artikel†28 bevat gedetailleerde bepalingen inzake toezicht en verslaglegging.

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.2.1.Mogelijke risico's

Om de risicoís in verband met de werking van het kenniscentrum na de oprichting ervan, alsook risico's op vertraging te vermijden, zal de Commissie het kenniscentrum in deze fase ondersteunen met het oog op een snelle aanwerving van belangrijke personeelsleden en het opzetten van een efficiŽnt systeem voor interne controle en degelijke procedures.

2.2.2.Informatie over het ingestelde systeem voor interne controle

De uitvoerend directeur is verantwoordelijk voor de werkzaamheden en de dagelijkse leiding en is de wettelijke vertegenwoordiger van het kenniscentrum. Hij of zij legt verantwoording af aan de raad van bestuur en brengt de raad van bestuur permanent verslag uit over de ontwikkeling van de activiteiten van het kenniscentrum.

De raad van bestuur draagt de volledige verantwoordelijkheid voor de strategische koers en de werkzaamheden van het kenniscentrum en houdt toezicht op de uitvoering van zijn activiteiten.

Na raadpleging van de Commissie stelt de raad van bestuur de financiŽle voorschriften vast die van toepassing zijn op het kenniscentrum. Deze regeling wijkt niet af van Gedelegeerde Verordening (EU) nr.†1271/2013, tenzij dit in verband met de werking van het kenniscentrum specifiek vereist is en de Commissie vooraf toestemming heeft verleend.

De intern controleur van de Commissie oefent ten aanzien van het kenniscentrum dezelfde bevoegdheden uit als die welke hij met betrekking tot de Commissie uitoefent. De Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van het kenniscentrum middelen van de Unie hebben ontvangen, controles op stukken of controles ter plaatse te verrichten.

2.2.3.Raming van de kosten en baten van de controles en evaluatie van het verwachte foutenrisico

Kosten en baten van controles

De controlekosten voor het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging bestaan uit de kosten van het toezicht op het niveau van de Commissie en de kosten van operationele controles op het niveau van de uitvoeringsorganen.

De kosten van de controles op het niveau van het kenniscentrum bedragen naar schatting 1,19†% van de operationele betalingskredieten die ten uitvoer worden gelegd op het niveau van het kenniscentrum.

De kosten van het toezicht op het niveau van de Commissie bedragen naar schatting 1,20†% van de operationele betalingskredieten die ten uitvoer worden gelegd op het niveau van het kenniscentrum.

Indien de activiteiten volledig door de Commissie zouden worden beheerd zonder de steun van het uitvoeringsorgaan, zouden de controlekosten veel hoger liggen en zouden zij ongeveer 7,7†% van de betalingskredieten kunnen bedragen.

Het doel van de beoogde controles is het waarborgen van soepel en doeltreffend toezicht door de Commissie op de uitvoeringentiteiten en het waarborgen van de nodige mate van zekerheid op het niveau van de Commissie.

De controles leveren de volgende voordelen op:

- er wordt vermeden dat zwakkere en ongeschikte voorstellen worden geselecteerd;

- de planning en het gebruik van EU-middelen worden geoptimaliseerd teneinde de EU-meerwaarde in stand te houden;

- de kwaliteit van de subsidieovereenkomsten wordt gewaarborgd, fouten bij het aanwijzen van juridische entiteiten worden voorkomen, de correcte berekening van de EU-bijdragen wordt gewaarborgd en de nodige garanties voor een correcte uitvoering van de subsidies worden vastgesteld;

- in de betalingsfase worden niet-subsidiabele kosten opgespoord;

- in de auditfase worden fouten opgespoord die afbreuk doen aan de wettigheid en de rechtmatigheid van de acties.


Geschat foutenpercentage

Het doel is ervoor te zorgen dat het resterende foutenpercentage voor het hele programma onder de drempel van 2†% blijft en tegelijkertijd de controlelasten voor de begunstigden wat betreft het bereiken van het juiste evenwicht tussen de doelstelling inzake wettigheid en de rechtmatigheid en andere doelstellingen, zoals de aantrekkingskracht van het programma voor met name kleine en middelgrote ondernemingen en de kosten van controles, beperkt blijven.


2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.


OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom, EG) nr.†2185/9640 van de Raad van 11†november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiŽle belangen van de Unie tegen fraudes en andere onregelmatigheden controles en verificaties ter plaatse verrichten om vast te stellen of er in verband met een door het kenniscentrum gefinancierde subsidie of overeenkomst sprake is van fraude, corruptie of andere illegale handelingen waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad.

Overeenkomsten, besluiten en contracten die voortvloeien uit de uitvoering van deze verordening, bevatten bepalingen die de Commissie, het kenniscentrum, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid verlenen om audits en onderzoeken te verrichten overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.

Het kenniscentrum zorgt er, door het uitvoeren of laten uitvoeren van de nodige interne en externe controles, voor dat de financiŽle belangen van zijn leden op adequate wijze worden beschermd.

Het kenniscentrum treedt toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25†mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF). Het kenniscentrum stelt de nodige maatregelen vast om interne onderzoeken door OLAF te vergemakkelijken.

Het kenniscentrum stelt een fraudebestrijdingsstrategie vast op basis van een frauderisicoanalyse en kosten-batenoverwegingen. Het beschermt de financiŽle belangen van de Unie door maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten toe te passen, controles te verrichten en, wanneer er onregelmatigheden worden ontdekt, ten onrechte betaalde bedragen terug te vorderen en, waar nodig, effectieve, evenredige en afschrikkende administratieve en geldelijke sancties op te leggen.


3. GERAAMDE FINANCIňLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek van het meerjarig financieel kader en voorgesteld(e) nieuw(e) begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

∑Te creŽren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kaderBegrotingsonderdeelSoort
krediet
Bijdrage
NummerGK/NGK 38van EVA-landen 39

van kandidaat-lidstaten 40

van derde landenin de zin van artikel†21,†lid†2, onder†b), van het Financieel Reglement
Rubriek 1: Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid01†02 XX XX Horizon Europa Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging Ė ondersteunende uitgaven

01†02 XX XX Horizon Europa Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging

02†06†01 XX Programma Digitaal Europa Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging Ė ondersteunende uitgaven

02†06†01 XX Programma Digitaal Europa Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging†
GKJAJA (indien vermeld in het jaarlijkse werkprogramma)JA (beperkt tot bepaalde delen van het programma)NEE


∑De bijdragen voor deze begrotingsonderdelen zullen naar verwachting komen uit:

in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

BegrotingsonderdeelJaar 2021Jaar 2022Jaar 2023Jaar 2024Jaar 2025Jaar 2026Jaar 2027Totaal
01†01†01†01 Uitgaven in verband met onderzoeksambtenaren en tijdelijke functionarissen Ė Horizon Europapmpmpmpmpmpmpmpm
01†01†01†02 Extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeksprogrammaís Ė Horizon Europapmpmpmpmpmpmpmpm
01†01†01†03 Overige beheersuitgaven voor onderzoek Ė Horizon Europapmpmpmpmpmpmpmpm
01 02 02 Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogenpmpmpmpmpmpmpmpm
02†01†04 Administratieve ondersteuning Ė Programma Digitaal Europa1,2383,0303,7433,8183,8943,9724,05123,746
02†06†01 Cyberbeveiliging Ė Programma Digitaal Europa284,892322,244327,578248,382253,295258,214263,3161†957,922
Totaal uitgaven286,130325,274331,320252,200257,189262,186267,3681†981,668


Bovenstaande bedragen omvatten niet de bijdrage van de lidstaten aan de operationele en administratieve kosten van het kenniscentrum, die in verhouding moeten staan tot de financiŽle bijdrage van de Unie.


3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel
kader
1Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

2021 41202220232024202520262027Na 2027TOTAAL
Titel†1 (Personeelsuitgaven)Vastleggingen = betalingen1)0,6191,5151,8711,9091,9471,9862,02611,873
Titel†2 (Infrastructuur- en operationele uitgaven)Vastleggingen = betalingen2)0,6191,5151,8711,9091,9471,9862,02611,873
Titel†3 (Operationele uitgaven)Vastleggingen3)284,892322,244327,578248,382253,295258,214263,3161†957,922
Betalingen4)21,221102,765150,212167,336156,475150,124148,0741†061,7151†957,922
TOTAAL kredieten voor het budget van het programma 42Vastleggingen=1+2+3286,130325,274331,320252,200257,189262,186267,3681†981,668
Betalingen=1+2+422,459105,795153,954171,154160,369154,096152,1261†061,7151†981,668


Rubriek van het meerjarig financieel
kader
7"Administratieve uitgaven"

in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

2021202220232024202520262027Na 2027TOTAAL
Personele middelen†3,0903,2333,2333,2333,2333,2333,80523,060
Andere administratieve uitgaven0,1050,1000,1040,1410,1470,1530,1590,909
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK†7 van het meerjarig financieel kader(totaal vastleggingen = totaal betalingen)3,1953,3333,3373,3743,3803,3863,96423,969

in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

2021202220232024202520262027Na 2027TOTAAL
TOTAAL kredieten
voor alle RUBRIEKEN
van het meerjarig financieel kader†
Vastleggingen289,325328,607334,657255,574260,569265,572271,3322†005,637
Betalingen25,654109,128157,291174,528163,749157,482156,0901†061,7152†005,637

3.2.2.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

ĖĀ †††Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

ĖĀ †††Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Jaren2021202220232024202520262027TOTAAL

RUBRIEK†7
van het meerjarig financieel kader
Personele middelen3,0903,2333,2333,2333,2333,2333,80523,060
Andere administratieve uitgaven0,1050,1000,1040,1410,1470,1530,1590,909
Subtotaal RUBRIEK†7
van het meerjarig financieel kader
3,1953,3333,3373,3743,3803,3863,96423,969

Buiten RUBRIEK†7 43
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen
Andere
administratieve uitgaven
1,2383,0303,7433,8183,8943,9724,05123,746
Subtotaal
buiten RUBRIEK†7
van het meerjarig financieel kader
1,2383,0303,7433,8183,8943,9724,05123,746

TOTAAL4,4336,3637,0797,1927,2747,3588,01647,715

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

De bovenstaande kredieten die nodig zijn voor personele middelen en andere administratieve uitgaven buiten rubriek†7, komen overeen met de bedragen die worden gedekt door de financiŽle bijdrage van de Unie uit het programma Digitaal Europa.

De kredieten die nodig zijn voor personele middelen en andere administratieve uitgaven buiten rubriek†7, zullen worden verhoogd met de bedragen die worden gedekt door de financiŽle bijdrage van de Unie uit het programma Horizon Europa, zodra de bijdrage uit het budget van de cluster "Inclusieve en veilige samenleving" van pijler†II "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen" van Horizon Europa (totaal budget van 2†800†000†000†EUR), zoals vermeld in artikel†21, lid†1, onder†b), door de Commissie wordt voorgesteld tijdens het wetgevingsproces en in elk geval voordat een politiek akkoord wordt bereikt.

De bovenvermelde kredieten die nodig zijn voor personele middelen en andere administratieve uitgaven buiten rubriek†7, omvatten niet de bijdrage van de lidstaten aan de administratieve kosten van het kenniscentrum, die in verhouding staan tot de financiŽle bijdrage van de Unie.

3.2.2.1.Geraamde behoefte aan personele middelen voor de Commissie

ĖĀ †††Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

ĖĀ †††Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

Jaren2021202220232024202520262027
ē Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie20212121212122
Delegaties
Onderzoek
ē Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE) Ė AC, AL, END, INT en JPD† 44

Rubriek 7
Gefinancierd uit RUBRIEK†7 van het meerjarig financieel kader†- zetel
3333333
- delegaties
Gefinancierd uit het budget van het programma† 45- zetel
- delegaties
Onderzoek
Andere (geef aan welke)
TOTAAL23232424242525

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeelCoŲrdinatie, toezicht en sturing van de taken die aan het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging zijn toevertrouwd, met inbegrip van ondersteunings- en coŲrdinatiekosten.

Ontwikkeling en coŲrdinatie van het beleid op het gebied van cyberbeveiliging met betrekking tot de taken waarmee het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging wordt belast, bv. in verband met de vaststelling van prioriteiten voor onderzoeksbeleid en industrieel beleid, de algemene samenwerking tussen lidstaten en marktdeelnemers, de samenhang met het toekomstige EU-kader voor cyberbeveiligingscertificering, de werkzaamheden inzake aansprakelijkheid en zorgplicht, of coŲrdinatie met beleid op het gebied van HPC, KI en digitale vaardigheden. .
Extern personeelCoŲrdinatie, toezicht en sturing van de taken die aan het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging zijn toevertrouwd, met inbegrip van ondersteunings- en coŲrdinatiekosten.

Ontwikkeling en coŲrdinatie van het beleid op het gebied van cyberbeveiliging met betrekking tot de taken waarmee het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging wordt belast, bv. in verband met de vaststelling van prioriteiten voor onderzoeksbeleid en industrieel beleid, de algemene samenwerking tussen lidstaten en marktdeelnemers, de samenhang met het toekomstige EU-kader voor cyberbeveiligingscertificering, de werkzaamheden inzake aansprakelijkheid en zorgplicht, of coŲrdinatie met beleid op het gebied van HPC, KI en digitale vaardigheden. .


3.2.2.2.Geraamde behoeften aan personele middelen voor het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging

2021202220232024202520262027
Functionarissen van de Commissie
Waarvan AD
waarvan AST
Waarvan AST-SC
Tijdelijke functionarissen
Waarvan AD10111313131313
waarvan AST
Waarvan AST-SC
Arbeidscontractanten26323939393939
Gedetacheerde nationale deskundigen1111111
Totaal37445353535353

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeelOperationele uitvoering van de taken die overeenkomstig artikel†4 van deze verordening aan het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging zijn toevertrouwd, met inbegrip van ondersteunings- en coŲrdinatiekosten.
Extern personeelOperationele uitvoering van de taken die overeenkomstig artikel†4 van deze verordening aan het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging zijn toevertrouwd, met inbegrip van ondersteunings- en coŲrdinatiekosten.


De bovenvermelde geraamde personeelsbehoeften van het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging komen overeen met de geraamde behoeften voor de uitvoering van de financiŽle bijdrage van de Unie in het kader van Digitaal Europa.

De bovenvermelde geraamde personeelsbehoeften van het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging zullen worden verhoogd met de geraamde behoeften voor de uitvoering van de financiŽle bijdrage van de Unie in het kader van Horizon Europa, zodra de bijdrage uit het budget van de cluster "Inclusieve en veilige samenleving" van pijler†II "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen" van Horizon Europa (totaal budget van 2†800†000†000†EUR), zoals vermeld in artikel†21, lid†1, onder†b), door de Commissie wordt voorgesteld tijdens het wetgevingsproces en in elk geval voordat een politiek akkoord wordt bereikt.

3.2.2.3.Lijst van het aantal ambten van het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging

Functiegroep en rang2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

AD 16
AD 15
AD 141111111
AD 13
AD 12
AD 11
AD 10
AD 95566666
AD 81111111
AD 71233333
AD 61111111
AD 51111111
Totaal AD10111313131313
AST 11
AST 10
AST 9
AST 8
AST 7
AST 6
AST 5
AST 4
AST 3
AST 2
AST 1
Totaal AST
AST/SC 6
AST/SC 5
AST/SC 4
AST/SC 3
AST/SC 2
AST/SC 1
Totaal AST/SC
EINDTOTAAL10111313131313


3.2.2.4.Geraamde gevolgen voor het personeel (extra) Ė extern personeel van het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging

Arbeidscontractanten2021202220232024202520262027
Functiegroep IV20222929292929
Functiegroep†III2444444
Functiegroep†II4666666
Functiegroep†I
Totaal26323939393939


Teneinde de neutraliteit in de personeelsbezetting te waarborgen zal het bijkomende personeel in het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging gedeeltelijk worden gecompenseerd door de verlaging van het aantal ambtenaren en externe personeelsleden in de betrokken diensten van de Commissie (dat wil zeggen de personeelsformatie en het extern personeel van dit moment).

Het aantal personeelsleden van het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging in de punten 3.2.2.2 tot en met 3.2.2.4 wordt als volgt gecompenseerd 46 :

TOTAAL2021202220232024202520262027
Functionarissen van de Commissie5566666
Tijdelijke functionarissen
Arbeidscontractanten14172020202020
Gedetacheerde nationale deskundigen
Totaal aantal VTEís19222626262626
Aantal personeelsleden19222626262626


De compensatie van de personele middelen voor het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging zal in verhouding staan tot het aandeel van de financiŽle bijdrage van de Unie, d.w.z. 50†%.

De bovenvermelde compensatie heeft betrekking op de geraamde personeelsbehoeften van het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging voor de uitvoering van de financiŽle bijdrage van de Unie in het kader van Digitaal Europa.

De bovenvermelde compensatie zal worden verhoogd met de geraamde behoeften voor de uitvoering van de financiŽle bijdrage van de Unie in het kader van Horizon Europa, zodra de bijdrage uit het budget van de cluster "Inclusieve en veilige samenleving" van pijler†II "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen" van Horizon Europa (totaal budget van 2†800†000†000†EUR), zoals vermeld in artikel†21, lid†1, onder†b), door de Commissie wordt voorgesteld tijdens het wetgevingsproces en in elk geval voordat een politiek akkoord wordt bereikt.


3.2.3.Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief:

ĖĀ †††voorziet niet in medefinanciering door derden

ĖĀ †††voorziet in de hieronder geraamde medefinanciering door derden 47 :

Kredieten in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaren2021202220232024202520262027TOTAAL
Lidstaten Ė bijdrage aan de personeelsuitgaven0,6191,5151,8711,9091,9471,9862,02611,873
Lidstaten Ė bijdrage aan infrastructuur en administratieve uitgaven0,6191,5151,8711,9091,9471,9862,02611,873
Lidstaten Ė bijdrage aan operationele uitgaven284,892322,244327,578248,382253,295258,214263,3161†957,922
TOTAAL medegefinancierde kredieten286,130325,274331,320252,200257,189262,186267,3681†981,668


De bovenvermelde bijdrage van derden heeft alleen betrekking op de medefinanciering die in verhouding staat tot de financiŽle middelen van de EU voor cyberbeveiliging in het kader van Digitaal Europa. De bovenvermelde bijdrage van derden wordt verhoogd zodra de financiŽle bijdrage uit het budget van de cluster "Inclusieve en veilige samenleving" van pijler†II "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen" van Horizon Europa (totaal budget van 2†800†000†000†EUR), zoals vermeld in artikel†21, lid†1, onder†b), door de Commissie wordt voorgesteld tijdens het wetgevingsproces en in elk geval voordat een politiek akkoord wordt bereikt. Het voorstel zal worden gebaseerd op de resultaten van het in artikel†6, lid†6, van Verordening XXX [kaderprogramma Horizon Europa] omschreven strategische planningsproces.


3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

ĖĀ †††Het voorstel/initiatief heeft geen financiŽle gevolgen voor de ontvangsten.

ĖĀ †††Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiŽle gevolgen:

Ā †††voor de eigen middelen

Ā †††voor de overige ontvangsten

Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven Ā †††

in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:Gevolgen van het voorstel/initiatief 48
2021202220232024202520262027
Artikel ÖÖÖÖ.

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.


Andere opmerkingen (bijv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).


(1) Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad: Strategie inzake cyberbeveiliging van de Europese Unie: Een open, veilige en beveiligde cyberspace (JOIN(2013) 1 final).
(2) Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6†juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie, PB L†194 van 19.7.2016, blz.†1.
(3) Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad "Weerbaarheid, afschrikking en defensie: bouwen aan sterke cyberbeveiliging voor de EU" (JOIN(2017) 450 final).
(4) Ontwerp van het eindverslag over de studie van de cyberbeveiligingsmarkt, 2018
(5) Ontwerp van het eindverslag over de studie van de cyberbeveiligingsmarkt, 2018
(6) Technische verslagen JRC: European Cybersecurity Centres of Expertise, 2018
(7) Technisch verslag JRC: Outcomes of the Mapping Exercise (meer details in de bijlagen†4 en 5)
(8) Conclusies van de Raad over de Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad "Weerbaarheid, afschrikking en defensie: bouwen aan een sterke cyberbeveiliging voor de EU", goedgekeurd door de Raad Algemene zaken op 20†november 2017.
(9) COM(2018) 434 Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Digitaal Europa voor de periode 2021-2027
(10) Zie SWD (2018) 305.
(11) COM(2018) 435 Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van Horizon Europa Ė het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding
(12) Zoals gedefinieerd in het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van Horizon Europa Ė het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding (COM(2018) 435), en zoals bedoeld in het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Digitaal Europa voor de periode 2021-2027 (COM(2018) 434).
(13) Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake Enisa, het agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging, tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013, en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie ("de cyberbeveiligingsverordening" Ė COM(2017)†477 final/3)
(14) Dit doet geen afbreuk aan de certificeringsmechanismen van de algemene verordening gegevensbescherming waarin gegevensbeschermingsautoriteiten een rol moeten spelen overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27†april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG ("algemene verordening gegevensbescherming").
(15) Bijv. de rondetafelconferentie op hoog niveau met de lidstaten, vicevoorzitter Ansip en commissaris Gabriel, 5†december 2017.
(16) Raad Algemene zaken: Conclusies van de Raad over de Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad "Weerbaarheid, afschrikking en defensie: bouwen aan een sterke cyberbeveiliging voor de EU" (20†november 2017).
(17) EDEO, maart 2018.
(18) PB C ... van ..., blz. ...
(19) PB C , blz. .
(20) Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad: Strategie inzake cyberbeveiliging van de Europese Unie: een open, veilige en beveiligde cyberspace (JOIN(2013) 1 final).
(21) Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6†juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (PB L†194 van 19.7.2016, blz.†1).
(22) Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad "Weerbaarheid, afschrikking en defensie: bouwen aan sterke cyberbeveiliging voor de EU" (JOIN(2017) 450 final).
(23) Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6†juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (PB L†194 van 19.7.2016, blz.†1).
(24) Verordening (EG) nr.†1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30†mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L†145 van 31.5.2001, blz.†43).
(25) [voeg titel en PB-referentie toe]
(26) [voeg volledige titel en PB-referentie toe]
(27) [voeg volledige titel en PB-referentie toe]
(28) Gedelegeerde Verordening (EU) nr.†1271/2013 van de Commissie van 30†september 2013 houdende de financiŽle kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel†208 van Verordening (EU, Euratom) nr.†966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L†328 van 7.12.2013, blz.†42).
(29) [voeg volledige titel en PB-referentie toe]
(30) Verordening (Euratom, EG) nr.†2185/96 van de Raad van 11†november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiŽle belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L†292 van 15.11.1996, blz.†2).
(31) Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11†september†2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr.†1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr.†1074/1999 van de Raad (PB L†248 van†18.9.2013, blz.†1).
(32) Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr.†259/68 van de Raad van 29†februari 1968 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede van bijzondere maatregelen welke tijdelijk op de ambtenaren van de Commissie van toepassing zijn (PB L†56 van 4.3.1968, blz.†1).
(33) Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13†maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L†72 van 17.3.2015, blz.†41).
(34) Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13†maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L†72 van 17.3.2015, blz.†53).
(35) ABM: activity-based management; ABB: activity-based budgeting.
(36) In de zin van artikel†54, lid†2, onder†a) of†b), van het Financieel Reglement.
(37) Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html
(38) GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(39) EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(40) Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiŽle kandidaten van de Westelijke Balkan.
(41) De personeelskredieten voor 2021 zijn slechts berekend op een half jaar
(42) De totale kredieten hebben alleen betrekking op de financiŽle middelen van de EU voor cyberbeveiliging in het kader van Digitaal Europa. De bijdrage uit het budget van de cluster "Inclusieve en veilige samenleving" van pijler†II "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen" van Horizon Europa (totaal budget van 2†800†000†000†EUR), zoals vermeld in artikel†5, lid†1, onder†b), zal door de Commissie worden voorgesteld tijdens het wetgevingsproces en in elk geval voordat een politiek akkoord wordt bereikt. Het voorstel zal worden gebaseerd op de resultaten van het in artikel†6, lid†6, van Verordening XXX [kaderprogramma Horizon Europa] omschreven strategische planningsproces.
(43) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(44) AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Dťtachť (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intťrimaire (uitzendkracht); JPD = Jeune Professionnel en Dťlťgation (jonge professional in delegaties).
(45) Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).
(46) Afhankelijk van het definitieve bedrag van de begrotingsmiddelen die aan het kenniscentrum zullen worden toegewezen.
(47) Geraamde bijdrage in natura van de lidstaten
(48) Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20†% aan inningskosten.