Bijlagen bij COM(2021)803 - Gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbare gassen, aardgas en waterstof

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

bijlagen bij deze verordening. De consulent raamt dat ACER 7 VTE's nodig heeft om die uit te voeren. De bij de ontwikkeling en de uitvoering van de aardgasnetcodes of -richtsnoeren opgedane ervaring kan worden gebruikt bij de ontwikkeling van vergelijkbare netcodes of richtsnoeren voor waterstof (b.v. capaciteitsallocatie en interoperabiliteit).

Daarom zijn een geraamde 5 VTE’s vereist om de nieuwe netcodes of richtsnoeren voor waterstof te ontwikkelen en vervolgens uit te voeren. Gezien de geleidelijke ontwikkeling van de waterstofsector, moeten de extra VTE’s geleidelijk worden ingevoerd: 1 VTE per jaar vanaf 2023.

- ACER moet ook besluiten nemen over de verdeling van de kosten voor nieuwe grensoverschrijdende waterstofinfrastructuur en voor oplossingen om beperkingen ten gevolge van kwaliteitsverschillen van waterstof of andere gassen weg te nemen. De consulent raamt dat ongeveer 3 VTE’s 6 maanden werk hebben aan een ACER-besluit inzake grensoverschrijdende kostenallocatie krachtens de TEN-E-verordening (347/2013) indien de regulerende instanties van de lidstaten geen overeenstemming kunnen bereiken, en meer indien er beroep wordt aangetekend tegen het besluit. Uitgaande van één besluit per twee jaar, is hiervoor 1 extra VTE vereist op het moment dat deze bevoegdheid naar verwachting wordt uitgeoefend (te weten 2026), in het licht van het toenemende belang van waterstof en andere gassen dan aardgas.

- Aan het markttoezichtverslag van ACER moet een vierde deel (naast elektriciteit op groothandelsniveau, aardgas op groothandelsniveau en detailhandel/afnemers) worden toegevoegd, waardoor het toepassingsgebied van de markttoezichtactiviteiten van ACER wordt uitgebreid. Momenteel werken 7-8 VTE’s aan de huidige drie delen. Aangezien waterstof een nieuw gebied wordt waarop ACER interne deskundigheid moet verwerven, is naar raming 1 extra VTE nodig vanaf de inwerkingtreding van de voorstellen en nog 1 VTE als de waterstofsector naar verwachting naar een pan-Europese markt begint te evolueren (te weten rond 2027).

- Gezien het toenemende belang van waterstof en andere gassen dan fossiel gas, moet het toepassingsgebied van Remit worden uitgebreid. Hiervoor zijn in totaal 5 extra VTE’s nodig, 2 vanaf 2024 en nog 3 als de waterstofmarkt zich begint te ontwikkelen, dus vanaf 2027. Deze 5 VTE’s komen voor financiering via vergoedingen in aanmerking.


Specifieke doelstelling nr. 2: de voorwaarden voor grensoverschrijdende handel in aardgas verbeteren, met inachtneming van de groeiende rol van hernieuwbare en koolstofarme gassen, en meer rechten voor consumenten.

- Er staat een nieuwe verordening van de Commissie inzake cyberveiligheid gepland, gelijkaardig aan die voor de elektriciteitssector. Aangezien de ervaring leert dat ACER gemiddeld 1 VTE per netcode of richtsnoer nodig heeft, is er vanaf de inwerkingtreding van het voorstel 1 extra VTE voor cyberveiligheid vereist.

- Er moet een nieuwe bepaling worden ingevoerd, op grond waarvan netbeheerders afzonderlijke gereguleerde activa voor aardgas, waterstof en/of elektriciteitsnetten moeten hebben, om kruissubsidiëring te voorkomen. ACER wordt ermee belast aanbevelingen uit te vaardigen aan netbeheerders en de regulerende instanties van de lidstaten om de waarde van de activa te bepalen en de kosten voor de netgebruikers te berekenen, en die iedere twee jaar te actualiseren. ACER wordt er verder mee belast iedere vier jaar een studie te publiceren over de vergelijking van de kostenefficiëntie van de Unietransmissiesysteembeheerders. Voor het bestaande rapport over beste praktijken betreffende transmissie- en distributietarieven overeenkomstig artikel 18, lid 9, van de elektriciteitsverordening (2019/943) raamde de consulent 0,4 VTE per jaar, iets meer dan voor het huidige rapport inzake de congestie in gasinterconnectiepunten. Het voorstel verlaagt de frequentie van laatstgenoemd rapport van jaarlijks naar, in beginsel, iedere twee jaar. Daarom zou een extra 0,5 VTE vanaf 2024 voldoende moeten zijn om beide rapportagetaken te vervullen.

- Net als de herschikte elektriciteitsrichtlijn ((EU) 2019/944), versterkt dit voorstel ook de positie van gasafnemers. Deze bepalingen moeten worden geschraagd door het vermogen van ACER om de consumentenrechten en de kleinhandelsmarkten te monitoren, en daarom moet het team van ACER dat werkt aan zijn jaarlijkse markttoezichtverslag met 0,5 VTE worden versterkt, vanaf het moment dat de lidstaten de bepalingen moeten omzetten (te weten 2024).


Specifieke doelstelling nr. 3: - waarborgen dat pan-Europese entiteiten van netbeheerders aan de Uniewetgeving voldoen

- Het voorstel verbetert het toezicht van het ENTSB voor gas (gelijk aan het ENTSB voor elektriciteit), verruimt het toepassingsgebied van de EU DSB-entiteit tot distributiesysteembeheerders voor aardgas en zet een nieuw Europees netwerk van netbeheerders voor waterstof op.

Het opzetten van het Europees netwerk van netbeheerders voor waterstof en de uitbreiding van het toepassingsgebied van de EU DSB-entiteit zorgt voor een piek in de werklast voor ACER in het eerste jaar na de inwerkingtreding van het voorstel, waarna de reguliere monitoring, en mogelijk, zij het zelden, nalevingsmaatregelen volgen. 1 VTE zou voldoende moeten zijn om, na het eerste jaar, ook te werken aan de voornaamste toezichtstaak op het nieuwe Europees netwerk van netbeheerders voor waterstof: de evaluatie van het nieuwe netontwikkelingsplan dat de gehele Unie dekt.


Die extra VTE’s zoals hierboven beschreven omvatten niet de overhead. Met toepassing van een overheadpercentage van ongeveer 25 % (minder dan momenteel) zijn 5 extra VTE's vereist. In eerdere adviezen van de Commissie inzake de programmeringsdocumenten van ACER zijn vraagtekens gezet bij het feit dat ACER’s personeelsformatie geen bepalingen voor personeel met kantoor- en secretariaatswerkzaamheden bevat, en dat ACER voor die taken van tijdelijk personeel gebruikmaakt. Om die situatie tegen te gaan, moeten die overhead-VTE’s derhalve AST/SC’s zijn; zonder extra last voor de EU-begroting, omdat ze tijdelijk personeel vervangen.


Van het totaal van 21 VTE’s, komen er maximaal 7 in aanmerking voor financiering via vergoedingen (2 TA AD’s, 3 CA’s FG IV en 2 TA AST/SC als secretariaatsondersteuning voor de hoofden van de twee Remit-afdelingen).


Het merendeel van de extra werklast voor EU-organen vindt binnen ACER plaats; een waterstofsector die zich geleidelijk zal ontwikkelen tot een pan-Europese markt en de toegenomen complexiteit van het netwerk en de markt voor aardgas, vanwege de toenemende levering van andere dan fossiele gassen, zorgen voor extra werkdruk voor DG Energie. Volgens een voorzichtige raming is 1 extra VTE nodig om te waarborgen dat de versterkte bepalingen voor consumentenbescherming adequaat worden uitgevoerd. Momenteel werken 8 VTE’s aan de groothandelsaspecten van de gasmarkten (inclusief netplanning en gaskwaliteit). Door de toevoeging van waterstofgerelateerde voorschriften en de toenemende complexiteit van de aardgassector moet het personeelsbestand met een factor 1,5 worden vermenigvuldigd, dus 4 extra VTE, verspreid over de komende jaren, in overeenstemming met de ontwikkeling van de waterstofsector en het toenemende marktaandeel van andere dan fossiele gassen.


1.5.2. Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder "toegevoegde waarde van de deelname van de Unie" verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.

Er bestaan momenteel geen voorschriften op EU-niveau om specifieke waterstofnetten of -markten te reguleren. In het licht van de huidige inspanningen op EU- en nationaal niveau om het gebruik van hernieuwbare waterstof te bevorderen als vervanging van fossiele brandstoffen, worden de lidstaten gestimuleerd voorschriften inzake specifieke infrastructuur voor het transport van waterstof op nationaal niveau vast te stellen. Hierdoor ontstaat het risico van een versnipperd regelgevend landschap in de EU, waardoor de integratie van nationale waterstofnetten en -markten kan worden belemmerd, en de grensoverschrijdende handel in waterstof wordt verhinderd of belet.

De harmonisatie van voorschriften voor waterstofinfrastructuur in een later stadium (dat wil zeggen nadat nationale wetgeving is ingevoerd) zou leiden tot extra administratieve lasten voor de lidstaten en tot hogere nalevingskosten en onzekerheid voor ondernemingen, met name waar het langetermijninvesteringen in waterstofproductie en transportinfrastructuur betreft.

Het opzetten van een regelgevend kader op EU-niveau voor specifieke waterstofnetten- en markten zou de integratie en interconnectie van nationale waterstofnetten en -markten bevorderen. Voorschriften op EU-niveau inzake de planning, financiering en exploitatie van dergelijke specifieke waterstofnetten zou langetermijnvoorspelbaarheid creëren voor potentiële investeerders in dit soort langetermijninfrastructuur, met name voor grensoverschrijdende interconnecties (waarvoor anders verschillende en mogelijk uiteenlopende nationale wetten gelden).

Wat biomethaan betreft, is het waarschijnlijk dat er, zonder initiatief op EU-niveau, tegen 2030 nog altijd een regelgevende lappendeken zou bestaan inzake de toegang tot groothandelsmarkten, verbindingsverplichtingen en TSB-DSB-coördinatiemaatregelen. Ook zouden de producenten van hernieuwbare en koolstofarme gassen, zonder enige harmonisatie op EU-niveau, te maken hebben met sterk uiteenlopende connectie- en injectiekosten in de EU, wat in een ongelijk speelveld zou resulteren.

Zonder nadere wetgeving op EU-niveau zouden de lidstaten verschillende gaskwaliteitsnormen en voorschriften voor de waterstofbijmengingsniveaus blijven hanteren, met het risico op grensoverschrijdende flowbeperkingen en marktsegmentatie. Gaskwaliteitsnormen zouden voornamelijk gedefinieerd blijven door de kwaliteitsparameters van aardgas, wat de integratie van hernieuwbare gassen in het net zou beperken.

Al deze aspecten zouden waarschijnlijk leiden tot minder grensoverschrijdende handel in hernieuwbare gassen, die door een hogere invoer van fossiele gassen zou kunnen worden gecompenseerd. De benutting van LNG-terminals en -invoer zou beperkt kunnen blijven tot fossiele gassen, hoewel er geen aanpassing van LNG-terminals nodig is indien er concurrerende biomethaan of synthetische methaan uit niet-EU-bronnen beschikbaar zouden zijn.


1.5.3. Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

De ervaring met eerdere wetgevingsvoorstellen heeft aangetoond dat de personeelsbehoeften van ACER gemakkelijk worden onderschat. Dit geldt des te meer indien wetgeving bevoegdheidsbepalingen bevat voor de vaststelling van nadere technische voorschriften, zoals netcodes en richtsnoeren overeenkomstig de elektriciteitsverordening ((EU) 2019/943). Om een herhaling van de ervaring met het derde internemarktpakket van 2009 te voorkomen, toen een onderschatting van de personeelsbehoeften resulteerde in structurele onderbezetting (pas definitief opgelost vanaf de EU-begroting voor 2022), worden de personeelsbehoeften voor dit voorstel geraamd voor verscheidene jaren in de toekomst en worden toekomstige ontwikkelingen, zoals de uitoefening van bevoegdheden, in aanmerking genomen.


1.5.4. Verenigbaarheid met het meerjarige financiële kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Dit initiatief is opgenomen in het werkprogramma van de Commissie voor 2021 (COM(2020) 690 final) als onderdeel van de Europese Green Deal en het “Fit for 55”-pakket, en het draagt bij tot de broeikasgasemissiereductiedoelstelling van ten minste 55 % tegen 2030 in vergelijking met 1990, zoals opgenomen in de Europese klimaatwet, en tot de EU-doelstelling dat uiterlijk 2050 klimaatneutraliteit wordt bereikt.


1.5.5. Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

De VTE’s zijn nodig voor nieuwe taken, en de bestaande taken worden in de voorzienbare toekomst niet minder: een waterstofsector ontwikkelt zich in parallel met het voortgezette gebruik van het aardgassysteem, dat zelf steeds complexer wordt vanwege het toenemende gebruik van andere methaanbronnen dan fossiel gas. Herverdeling lost dus de extra personeelsbehoeften niet op.

Voor zover wettelijk mogelijk, worden de VTE’s gefinancierd uit de bestaande vergoedingsregeling voor ACER’s taken op grond van Remit.


1.6. Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

beperkte geldigheidsduur

-  Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

-  Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

X onbeperkte geldigheidsduur

- Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

- gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7. Beheersvorm(en)48

X Direct beheer door de Commissie via

-  uitvoerende agentschappen

Gedeeld beheer met lidstaten

X Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

 internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

 de EIB en het Europees Investeringsfonds;

X de in de artikelen 70 en 71 bedoelde organen;

 publiekrechtelijke organen;

 privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;

 privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

 personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Opmerkingen


2. BEHEERSMAATREGELEN

2.1. Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Krachtens het Financieel Reglement moet ACER in het kader van zijn programmeringsdocument een jaarlijks werkprogramma indienen, inclusief nadere informatie over de financiële en personele middelen voor iedere uitgevoerde activiteit.

ACER rapporteert maandelijks aan DG ENER over de uitvoering van de begroting, inclusief vastleggingen en betalingen per titel van de begroting en de vacaturepercentages per type personeel.

Verder is DG ENER rechtstreeks vertegenwoordigd in de toezichthoudende organen van ACER. Via zijn vertegenwoordigers in de raad van bestuur wordt DG ENER tijdens de vergaderingen gedurende het jaar in kennis gesteld van het gebruik van de begroting en de personeelsformatie.

Ten slotte moet ACER zich, overeenkomstig de financiële regels en middels de raad van bestuur en zijn jaarlijkse activiteitenverslag, ook houden aan de jaarlijkse vereisten voor verslaglegging inzake zijn activiteiten en het gebruik van middelen.

De rechtstreeks door DG ENER uitgevoerde taken volgen de jaarlijkse cyclus van planning en monitoring, zoals die binnen de Commissie en de uitvoerende agentschappen wordt uitgevoerd, inclusief verslaglegging van de resultaten in het jaarlijkse activiteitenverslag van DG ENER.


2.2. Beheers- en controlesyste(e)m(en)

2.2.1. Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

ACER moet weliswaar nieuwe deskundigheid ontwikkelen, maar het is toch het meest kostenefficiënt om de nieuwe taken op grond van dit voorstel toe te wijzen aan een bestaand agentschap dat al soortgelijke taken vervult.

DG ENER heeft een toezichtstrategie opgezet om zijn betrekkingen met ACER te beheren, als onderdeel van het interne controlekader van de Commissie van 2017. ACER heeft zijn eigen interne controlekader in december 2018 herzien en vastgesteld.


2.2.2. Informatie over de geïdentificeerde risico's en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico's te beperken

De voornaamste risico's zijn foute ramingen van de uit dit voorstel voortvloeiende werkdruk, aangezien het beoogt vooraf een ondersteunend regelgevend kader te bieden, niet achteraf, nadat nationale benaderingen zijn opgezet en nieuwe partijen en nieuwe brandstoffen (waterstof en andere “alternatieve gassen”) in de energiesector zijn verschenen. Deze risico's moeten worden aanvaard, omdat de ervaring leert dat het zeer moeilijk is om later de situatie te herstellen indien er in het initiële voorstel onvoldoende middelen zijn opgenomen.

Het feit dat het voorstel verscheidene nieuwe taken bevat, mitigeert het risico, omdat de onderschatting van de ene taak zou kunnen worden gecompenseerd door een overschatting van een andere taak, en er in de toekomst herverdeling mogelijk is.


2.2.3. Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).

De toewijzing van extra taken voor het bestaande mandaat van ACER schept naar verwachting geen specifiek extra toezicht bij ACER, zodat de ratio van toezichtkosten ten opzichte van de waarde van de beheerde fondsen ongewijzigd blijft.

Evenzeer resulteren de aan DG ENER toegewezen taken niet in extra toezicht of in een wijziging in de ratio van de toezichtkosten.


 


2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.

ACER past de fraudebestrijdingsbeginselen van gedecentraliseerde EU-agentschappen toe, in overeenstemming met de benadering van de Commissie.

ACER heeft in maart 2019 een nieuwe fraudebestrijdingsstrategie vastgesteld, en Besluit 13/2014 van de raad van bestuur van ACER ingetrokken. De nieuwe strategie omvat een termijn van drie jaar en is op de volgende elementen gebaseerd: een jaarlijkse risico-evaluatie, preventie en beheer van belangenverstrengeling, interne voorschriften inzake klokkenluiders, beleid en een procedure voor het beheer van gevoelige functies, en maatregelen inzake ethiek en integriteit.

DG ENER heeft ook in 2020 een herzien fraudebestrijdingsstrategie vastgesteld. Deze is gebaseerd op de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie en er is intern een specifieke risico-evaluatie uitgevoerd ter identificatie van de meest fraudegevoelige gebieden, het bestaande toezicht en van maatregelen ter verbetering van de capaciteit van DG ENER om fraude tegen te gaan, op te sporen en te corrigeren.

Zowel de ACER-verordening als de contractuele bepalingen die voor openbare aanbestedingen gelden, waarborgen dat controles en inspecties ter plaatse kunnen worden uitgevoerd door de diensten van de Commissie, waaronder OLAF, met gebruik van de door OLAF aanbevolen standaardbepalingen.


3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1. Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

- Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kaderBegrotingsonderdeelSoort
uitgave
Bijdrage
Nummer

GK/ NGK49van EVA-landen50van kandidaat-lidstaten51van derde landenin de zin van artikel 21, lid 2, punt b), van het Financieel Reglement
02
02 10 06 en 02 03 02

VerschilJA/NEEJA/NEEJA/NEEJA/NEE

- Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kaderBegrotingsonderdeelSoort
uitgave
Bijdrage
Nummer

GK/ NGKvan EVA-landenvan kandidaat-lidstatenvan derde landenin de zin van artikel 21, lid 2, punt b), van het Financieel Reglement
[XX.YY.YY.YY]

JA/NEEJA/NEEJA/NEEJA/NEE

3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële kader2Europese strategische investeringen – Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER)

ACERJaar
2023
Jaar
2024
Jaar
2025
Jaar
2026
Jaar
2027
TOTAAL
Titel 1:Vastleggingen(1)0,6900,9941,3801,6141,9186,596
Betalingen(2)0,6900,9941,3801,6141,9186,596
Titel 2:Vastleggingen1a)
Betalingen2 a)
Titel 3:Vastleggingen3 a)
Betalingen3b)
TOTAAL kredieten
voor ACER
Vastleggingen=1+1a +3a0,6900,9941,3801,6141,9186,596
Betalingen=2+2a

+3b
0,6900,9941,3801,6141,9186,596

Rubriek van het meerjarige financiële kader7"Administratieve uitgaven"

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2023
Jaar
2024
Jaar
2025
Jaar
2026
Jaar
2027
TOTAAL
DG: ENER
 Personele middelen0,1520,3040,3040,4560,7601,976
 Andere administratieve uitgaven
TOTAAL DG ENERKredieten

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK 7
van het meerjarige financiële kader
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)0,1520,3040,3040,4560,7601,976

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2023
Jaar
2024
Jaar
2025
Jaar
2026
Jaar
2027
TOTAAL
TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
van het meerjarige financiële kader
Vastleggingen0,8421,2981,6842,0702,6788,572
Betalingen0,8421,2981,6842,0702,6788,572

3.2.2. Geraamde gevolgen voor de ACER-kredieten

- X Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

-  Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs



Jaar
N
Jaar
N+1
Jaar
N+2
Jaar
N+3
zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)TOTAAL
OUTPUTS
Soort52Gem. kostenAantalKostenAantalKostenAantalKostenAantalKostenAantalKostenAantalKostenAantalKostenTotaal aantalTotale kosten
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 153
- Output
- Output
- Output
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…
- Output
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
TOTALE KOSTEN

3.2.3. Geraamde gevolgen voor de personele middelen van ACER

3.2.3.1. Samenvatting

-  Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

- X Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2023
Jaar
2024
Jaar
2025
Jaar
2026
Jaar
2027
TOTAAL

Tijdelijke functionarissen (AD-rangen)0.4560.7600.9121.0641.2164,408
Tijdelijke functionarissen (AST-rangen)
Tijdelijke functionarissen (AST/SC-rangen)0,1520,1520,3040,3040,4561,368
Arbeidscontractanten0,0820,0820,1640,2460,2460,820
Gedetacheerde nationale deskundigen

TOTAAL0,6900,9941,3801,6141,9186,596


Personeelsvereisten (VTE):

Jaar
2023
Jaar
2024
Jaar
2025
Jaar
2026
Jaar
2027
TOTAAL

Tijdelijke functionarissen (AD-rangen)36781010
Tijdelijke functionarissen (AST-rangen)
Tijdelijke functionarissen (AST/SC-rangen)123455
Arbeidscontractanten (FG IV)123366
Gedetacheerde nationale deskundigen

TOTAAL51013152121


Waarvan gefinancierd uit de EU-bijdrage54:

Jaar
2023
Jaar
2024
Jaar
2025
Jaar
2026
Jaar
2027
TOTAAL

Tijdelijke functionarissen (AD-rangen)356788
Tijdelijke functionarissen (AST-rangen)
Tijdelijke functionarissen (AST/SC-rangen)112233
Arbeidscontractanten (FG IV)112333
Gedetacheerde nationale deskundigen

TOTAAL5710121414


Geplande aanwervingsdatum voor de VTE’s is 1 januari van het respectieve jaar.

3.2.3.2. Geraamde behoefte aan personele middelen voor het verantwoordelijke DG

-  Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

- X Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in een geheel getal (of met hoogstens 1 decimaal)
Jaar
2023
Jaar
2024
Jaar 2025Jaar 2026Jaar
2027
- Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
20 01 02 01 en 20 01 02 02 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)12235
20 01 02 03 (delegaties)
01 01 01 01 (onderzoek door derden)
10 01 05 01 (eigen onderzoek)
Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE)55
20 02 01 (AC, END, INT van de “totale financiële middelen”)
20 02 03 (AC, AL, END, INT en JPD in de delegaties)
Begrotingsonderde(e)l(en) (specificeren) 56- zetel57

- delegaties
01 01 01 02 (AC, END, INT – onderzoek door derden)
10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek)
Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)
TOTAAL12235

Dit zijn nieuwe taken waarvoor momenteel geen personeel is toegewezen binnen DG ENER. Voor de benodigde personele middelen zou een beroep kunnen worden gedaan op het personeel dat binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.


3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

-  Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader

- X Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

- Er is bij de berekening van de mfk-rubrieken geen rekening gehouden met de “Fit for 55”-initiatieven. Omdat dit specifieke initiatief nieuw is, moet zowel het onderdeel van de ACER-bijdrage als het onderdeel dat bijkomende werkzaamheden binnen DG ENER ondersteunt, worden geherprogrammeerd. Voor zover het effect op de begroting van de bijkomende personele middelen voor ACER niet kan worden opgevangen uit vergoedingen of uit de lopende EU-begroting, moet het worden gedekt door herprogrammering van de door DG ENER beheerde begrotingsonderdelen inzake niet uit vergoedingen gefinancierde bijkomende VTE’s, met name uit het begrotingsonderdeel van het programma CEF-Energie (02 03 02), zonder evenwel een precedent te scheppen voor het gebruik van CEF-fondsen.

-  Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader58.

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.


3.2.5. Bijdragen van derden

- Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden

- Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
N
Jaar
N+1
Jaar
N+2
Jaar
N+3
zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)Totaal
Medefinancieringsbron
TOTAAL medegefinancierde kredieten


3.3. Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

- X Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

-  Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

-  voor de eigen middelen

-  voor overige ontvangsten

-  Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven.

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredietenGevolgen van het voorstel/initiatief59
Jaar
N
Jaar
N+1
Jaar
N+2
Jaar
N+3
zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
Artikel ………….

Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.


Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.


BIJLAGE
bij het FINANCIEEL MEMORANDUM


Benaming van het voorstel/initiatief:

Gasrichtlijn


1. NODIG GEACHTE PERSONELE MIDDELEN EN KOSTEN DAARVAN

2. KOSTEN VAN ANDERE ADMINISTRATIEVE UITGAVEN

3. TOTALE ADMINISTRATIEVE KOSTEN

4. VOOR KOSTENRAMINGEN GEBRUIKTE BEREKENINGSMETHODEN

4.1. PERSONELE MIDDELEN

4.2. ANDERE ADMINISTRATIEVE UITGAVEN


Deze bijlage moet het financieel memorandum vergezellen wanneer met de dienstenoverkoepelende raadpleging wordt begonnen.

De gegevens in tabelvorm worden gebruikt als bron voor de in het financieel memorandum opgenomen tabellen. Zij zijn voor strikt intern gebruik binnen de Commissie.


1. Kosten van nodig geachte personele middelen

 Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
X Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

RUBRIEK 7

van het meerjarige financiële kader
20232024202520262027202820292030
VTEKredietenVTEKredietenVTEKredietenVTEKredietenVTEKredietenVTEKredietenVTEKredietenVTEKredieten
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
20 01 02 01 - Zetel en vertegenwoordigingen van de CommissieAD10,15220,30420,30430,45650,760
AST
20 01 02 03 - EU-delegatiesAD
AST
Extern personeel60
20 02 01 en 20 02 02 – Extern personeel – Zetel en vertegenwoordigingen van de CommissieAC
END
INT
20 02 03 – Extern personeel - EU-delegatiesAC
AL
END
INT
JPD
Andere HR-begrotingsonderdelen (te vermelden)
Subtotaal HR– RUBRIEK 710,15220,30420,30430,45650,760

Dit zijn nieuwe taken waarvoor momenteel geen personeel is toegewezen binnen DG ENER. Voor de benodigde personele middelen zou een beroep kunnen worden gedaan op het personeel dat binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Buiten RUBRIEK 7

van het meerjarige financiële kader
20232024202520262027202820292030
VTEKredietenVTEKredietenVTEKredietenVTEKredietenVTEKredietenVTEKredietenVTEKredietenVTEKredieten
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
01 01 01 01 Onderzoek door derden61

01 01 01 11 Eigen onderzoek

Andere (gelieve te specificeren)
AD
AST
Extern personeel62
Extern personeel uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen).- zetel
AC
END
INT
- EU-delegaties
AC
AL
END
INT
JPD
01 01 01 02 Onderzoek door derden

01 01 01 12 Eigen onderzoek

Andere (gelieve te specificeren)63
AC
END
INT
Andere HR-begrotingsonderdelen (te vermelden)
Subtotaal HR– Buiten RUBRIEK 7
Totaal HR (alle rubrieken van het MFK)10,15220,30420,30430,45650,760

Dit zijn nieuwe taken waarvoor momenteel geen personeel is toegewezen binnen DG ENER. Voor de benodigde personele middelen zou een beroep kunnen worden gedaan op het personeel dat binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

2. Kosten van andere administratieve uitgaven

X Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

 Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:


in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

RUBRIEK 7

van het meerjarige financiële kader
Jaar N64Jaar N+1Jaar N+2Jaar N+3Jaar N+4Jaar N+5Jaar N+7Totaal
Op de zetel of op het grondgebied van de EU:
20 02 06 01 – Dienstreizen en representatie
20 02 06 02 – Conferenties en vergaderingen
20 02 06 03 – Comités65
20 02 06 04 – Studies en adviezen
20 04 – Uitgaven die verband houden met informatie- en communicatietechnologie66
Andere niet HR-begrotingsonderdelen (te vermelden waar nodig)
EU-delegaties
20 02 07 01 – Dienstreizen, conferenties en representatie
20 02 07 02 – Bijscholing van personeel
20 03 05 — Infrastructuur en logistiek
Andere niet HR-begrotingsonderdelen (te vermelden waar nodig)
Subtotaal Andere– RUBRIEK 7

van het meerjarige financiële kader


in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Buiten RUBRIEK 7

van het meerjarige financiële kader
Jaar N67Jaar N+1Jaar N+2Jaar N+3Jaar N+4Jaar N+5Jaar N+7Totaal
Uitgaven voor technische en administratieve bijstand (exclusief extern personeel) uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen):
- zetel
- EU-delegaties
Overige beheersuitgaven voor onderzoek
IT-uitgavenbeleid inzake operationele programma’s68
IT-bedrijfsuitgaven inzake operationele programma’s69
Andere niet HR-begrotingsonderdelen (te vermelden waar nodig)
Subtotaal Andere– Buiten RUBRIEK 7

van het meerjarige financiële kader
Totale andere administratieve uitgaven (alle MFK-rubrieken)


3. Totale administratieve kosten (alle MFK-rubrieken)


in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Samenvatting20232024202520262027202820292030
Rubriek 7 - Personele middelen0,1520,3040,3040,4560,760
Rubriek 7 — Andere administratieve uitgaven
Subtotaal rubriek 70,1520,3040,3040,4560,760
Buiten rubriek 7 - Personele middelen
Buiten rubriek 7 — Andere administratieve uitgaven
Subtotaal andere rubrieken
TOTAAL

RUBRIEK 7 en buiten RUBRIEK 7
0,1520,3040,3040,4560,760


Dit zijn volledig nieuwe taken Voor de administratieve kredieten zou een beroep kunnen worden gedaan op budget dat binnen het DG zou kunnen worden herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

4.

4. Voor kostenramingen gebruikte berekeningsmethoden

4.1 Personele middelen


In dit deel wordt de berekeningsmethode toegelicht die is gebruikt om de benodigde personele middelen te ramen (veronderstelde werklast, bijzondere taken (Sysper 2 taakprofielen), personeelscategorieën en overeenkomstige gemiddelde kosten)

RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
NB: De gemiddelde kosten van elke personeelscategorie op het hoofdkantoor zijn te vinden op BudgWeb:

https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/pre/legalbasis/Pages/pre-040-020_preparation.aspx
 Ambtenaren en tijdelijk personeel
1 tot en met 5 AD-posten om de uitvoering van de verordening te monitoren:

- toezicht op en coördinatie met ACER

- een regelgevingskader voor een marktgebaseerde ontwikkeling van de waterstofsector en waterstofnetten ontwikkelen

- het noodzakelijke wettelijke kader ontwikkelen om de voorwaarden voor grensoverschrijdende handel in gas te verbeteren, met inachtneming van de groeiende rol van hernieuwbare en koolstofarme gassen, en meer rechten voor consumenten

- waarborgen dat pan-Europese entiteiten van netbeheerder aan de Uniewetgeving voldoen


De gemiddelde kosten zijn afkomstig uit nota Ares(2020)7207955.

 Extern personeel


Buiten RUBRIEK 7 van het meerjarige financiële kader
 Alleen uit de begroting voor onderzoek gefinancierde posten

 Extern personeel



4.2 Andere administratieve uitgaven


Verstrek gegevens over de voor elk begrotingsonderdeel gebruikte berekeningsmethode,

en meer in het bijzonder over de achterliggende aannamen (bv. aantal vergaderingen per jaar, gemiddelde kosten, enz.)
RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

Buiten RUBRIEK 7 van het meerjarige financiële kader


1COM(2021) 660 final.

2PB C 211 van 19.8.2008, blz. 23.

3PB C 172 van 5.7.2008, blz. 55.

4Advies van het Europees Parlement van 9 juli 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 9 januari 2009 (PB C 70 E van 24.3.2009, blz. 37) en standpunt van het Europees Parlement van 22 april 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Besluit van de Raad van 25 juni 2009.

5Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 94).

6Zie bijlage III, deel A.

7PB L 176 van 15.7.2003, blz. 57.

8Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 54).

9Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125).

10Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82).

11Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1).

12Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125).

13Aanbeveling van de Commissie van 14.10.2020 over energiearmoede (C(2020) 9600 final).

14PB C 175 E van 10.7.2008, blz. 206.

15PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

16PB L 198 van 20.7.2006, blz. 18.

17Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

18Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad.

19Aanbeveling van de Commissie van 28.9.2021 over “energie-efficiëntie eerst”: van beginselen tot praktijk. Richtsnoeren en voorbeelden voor de toepassing ervan in de besluitvorming in de energiesector en daarbuiten (COM(2021) 7014 final).

20PB L 25 van 29.1.2009, blz. 18.

21Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 36).

22Zie bladzijde 36 van dit Publicatieblad.

23PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

24PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1.

25PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

26PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

27Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad van 10 februari 2021 tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 1).

28De titel van Richtlijn 83/349/EEG is aangepast in verband met de hernummering van de artikelen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, overeenkomstig artikel 12 van het Verdrag van Amsterdam; oorspronkelijk werd verwezen naar artikel 54, lid 3, onder g).

29PB L 193 van 18.7.1983, blz. 1.

30Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

31PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1 ⇒ 173 van 12.6.2014, blz. 349 ⇐.

32PB L 204 van 21.7.1998, blz. 1.

33Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PB L 241 van 17.9.2015, blz. 1).

34PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37.

35Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015).

36PB L 127 van 29.4.2004, blz. 92.

37Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125).

38Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 55).

39Zie bladzijde 55 van dit Publicatieblad.

40Richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 48 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB L 258 van 1.10.2009, blz. 11).

41Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB L 65 van 14.3.1968, blz. 8).

42Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

43De titel van Richtlijn 78/660/EEG is aangepast in verband met de hernummering van de artikelen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, overeenkomstig artikel 12 van het Verdrag van Amsterdam; oorspronkelijk werd verwezen naar artikel 54, lid 3, onder g).

44PB L 222 van 14.8.1978, blz. 11.

45Besluit (EU) 2017/684 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 tot instelling van een mechanisme voor informatie-uitwisseling met betrekking tot intergouvernementele overeenkomsten en niet-bindende instrumenten tussen lidstaten en derde landen op energiegebied, en tot intrekking van Besluit nr. 994/2012/EU (PB L 99 van 12.4.2017, blz. 1).

46Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1).

47In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.

48Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/man/budgmanag/Pages/budgmanag.aspx.

49GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.

50EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.

51Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, aspirant-kandidaten van de Westelijke Balkan.

52Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).

53Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke doelstelling(en)…".

54Overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Besluit (EU) 2020/2152 van de Commissie vermeldt ACER ieder jaar de kosten, inclusief personeelskosten, die in aanmerking komen voor financiering via de vergoedingen en legt de resultaten voor in een ontwerpprogrammeringsdocument. Overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) 2019/942 brengt de Commissie advies uit over het ontwerpprogrammeringsdocument van ACER, met inbegrip van de voorstellen van het Agentschap over de kosten die in aanmerking komen voor financiering via de vergoedingen, en de ruimte om daarmee de druk op de EU-begroting verlichten.

55AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JPD = Junior Professionals in Delegations (jonge deskundige in delegaties).

56Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).

57Voornamelijk voor de fondsen van het cohesiebeleid van de EU, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Fonds voor maritieme visserij en aquacultuur (EFMZVA).


58Zie de artikelen 12 en 13 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027.

59Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.

60AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JPD = Junior Professionals in Delegations (jonge deskundige in delegaties).

61Betrokken begrotingsonderdeel kiezen, of een ander aanduiden, indien nodig; indien het om meer begrotingsonderdelen gaat, moet het personeel per betrokken begrotingsonderdeel worden uitgesplitst.

62AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JPD = Junior Professionals in Delegations (jonge deskundige in delegaties).

63Betrokken begrotingsonderdeel kiezen, of een ander aanduiden, indien nodig; indien het om meer begrotingsonderdelen gaat, moet het personeel per betrokken begrotingsonderdeel worden uitgesplitst.

64Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang "N" door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.

65Specificeer het soort comité en de groep waartoe het behoort.

66Hiervoor is advies van DG DIGIT – IT Investments Team vereist (zie de Guidelines on Financing of IT, C(2020)6126 final van 10.9.2020, blz. 7)

67Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang "N" door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.

68Hiervoor is advies van DG DIGIT – IT Investments Team vereist (zie de Guidelines on Financing of IT, C(2020)6126 final van 10.9.2020, blz. 7)

69Dit omvat lokale administratieve systemen en bijdragen aan de cofinanciering van IT-bedrijfssystemen (zie de Guidelines on Financing of IT, C(2020)6126 final van 10.9.2020)

NL NL