Besluit 2001/497 - Modelcontractbepalingen voor de doorgifte van persoonsgegevens naar derde landen krachtens Richtlijn 95/46/EG

Inhoudsopgave

  1. Wettekst
  2. 32001D0497

1.

Wettekst

Avis juridique important

|

2.

32001D0497

2001/497/EG: Beschikking van de Commissie van 15 juni 2001 betreffende modelcontractbepalingen voor de doorgifte van persoonsgegevens naar derde landen krachtens Richtlijn 95/46/EG (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 1539)

Publicatieblad Nr. L 181 van 04/07/2001 blz. 0019 - 0031

Beschikking van de Commissie

van 15 juni 2001

betreffende modelcontractbepalingen voor de doorgifte van persoonsgegevens naar derde landen krachtens Richtlijn 95/46/EG

(kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 1539)

(Voor de EER relevante tekst)

(2001/497/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(1), met name op artikel 26, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

  • (1) 
    Overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG moeten de lidstaten bepalen dat persoonsgegevens slechts naar een derde land mogen worden doorgegeven, indien dat land een passend niveau voor de bescherming van gegevens waarborgt en de wetgeving van de lidstaten tot uitvoering van de andere bepalingen van deze richtlijn al vóór de doorgifte wordt nageleefd.
  • (2) 
    Volgens artikel 26, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG mogen de lidstaten evenwel, mits bepaalde waarborgen worden geboden, toestemming geven voor een doorgifte of een categorie doorgiften van persoonsgegevens naar een derde land dat geen waarborgen voor een passend beschermingsniveau biedt. Deze waarborgen kunnen met name voortvloeien uit passende contractuele bepalingen.
  • (3) 
    Overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG dient het gegevensbeschermingsniveau te worden beoordeeld met inachtneming van alle omstandigheden die op de doorgifte van gegevens of op een categorie gegevensdoorgiften van invloed zijn. De bij de richtlijn ingestelde Groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens(2) heeft richtsnoeren voor een dergelijke beoordeling vastgesteld(3).
  • (4) 
    Artikel 26, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG, dat een organisatie die gegevens naar een derde land wil doorgeven flexibiliteit biedt, en artikel 26, lid 4, dat in modelcontractbepalingen voorziet, zijn van essentieel belang om de noodzakelijke stroom van persoonsgegevens tussen de Gemeenschap en derde landen in stand te houden en tegelijkertijd een onnodige belasting van de economische actoren te vermijden. Deze bepalingen zijn met name belangrijk, omdat de Commissie op korte en ook op middellange termijn waarschijnlijk slechts voor een beperkt aantal landen een passend beschermingsniveau kan vaststellen op grond van artikel 25, lid 6.
  • (5) 
    Deze modelcontractbepalingen zijn slechts een van de verschillende door Richtlijn 95/46/EG geboden mogelijkheden om op rechtmatige wijze persoonsgegevens naar een derde land door te geven, naast artikel 25 en artikel 26, leden 1 en 2. Met het opnemen van deze modelcontractbepalingen in een contract wordt het voor ondernemingen gemakkelijker om persoonsgegevens naar een derde land door te geven. De modelcontractbepalingen betreffen uitsluitend de gegevensbescherming. Het staat de gegevensexporteur en de gegevensimporteur vrij andere bepalingen over vraagstukken in verband met de transactie die door hen voor het contract relevant worden geacht, zoals bepalingen betreffende wederzijdse bijstand bij geschillen met een betrokkene of toezichthoudende autoriteit, op te nemen, mits deze niet tegen de modelcontractbepalingen indruisen.
  • (6) 
    Deze beschikking laat nationale toestemmingen die lidstaten krachtens nationale bepalingen ter uitvoering van artikel 26, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG kunnen geven, onverlet. Gezien de omstandigheden waaronder specifieke doorgiften plaatsvinden, kan het nodig zijn dat de voor de verwerking verantwoordelijken verschillende waarborgen bieden in de zin van artikel 26, lid 2. In ieder geval strekt deze beschikking er slechts toe dat de lidstaten niet mogen weigeren de in deze beschikking omschreven contractbepalingen als passende waarborgen te erkennen. Zij heeft dus geen gevolgen voor andere contractbepalingen.
  • (7) 
    Deze beschikking stelt slechts vast dat de in de bijlage opgenomen modelcontractbepalingen door een in de Gemeenschap gevestigde voor de verwerking verantwoordelijke kunnen worden gebruikt om voldoende waarborgen in de zin van artikel 26, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG te bieden. De doorgifte van persoonsgegevens naar derde landen is een verwerking in een lidstaat, waarvan de rechtmatigheid wordt bepaald door het nationale recht. De toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten dienen in de uitoefening van hun taken en bevoegdheden overeenkomstig artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG bevoegd te blijven om te beoordelen of de gegevensexporteur zich houdt aan de nationale wetsvoorschriften tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG en met name aan specifieke regels betreffende de verplichting om informatie te verstrekken krachtens die richtlijn.
  • (8) 
    Deze beschikking betreft niet de doorgifte van persoonsgegevens door voor de verwerking verantwoordelijken die in de Gemeenschap zijn gevestigd aan ontvangers buiten het grondgebied van de Gemeenschap die slechts als verwerkers optreden. Deze doorgiften vereisen niet dezelfde waarborgen, omdat de verwerker uitsluitend namens de voor de verwerking verantwoordelijke optreedt. De Commissie is voornemens dit type doorgifte in een latere beschikking te regelen.
  • (9) 
    Het is dienstig vast te leggen welke informatie in ieder geval door de partijen in het contract betreffende de doorgifte moet worden verstrekt. De lidstaten dienen de mogelijkheid te behouden bijzonderheden vast te stellen inzake de informatie die de partijen moeten verstrekken. De werking van deze beschikking dient te worden beoordeeld in het licht van de ervaring.
  • (10) 
    De Commissie zal in de toekomst tevens onderzoeken of door bedrijfsorganisaties of andere belanghebbenden ingediende modelcontractbepalingen voldoende waarborgen bieden in de zin van Richtlijn 95/46/EG.
  • (11) 
    Hoewel de partijen de vrijheid dienen te hebben overeen te komen welke wezenlijke regels inzake gegevensbescherming de gegevensimporteur moet naleven, zijn er bepaalde beginselen inzake gegevensbescherming die in ieder geval dienen te gelden.
  • (12) 
    De gegevens dienen alleen te worden verwerkt en vervolgens te worden gebruikt of doorgegeven voor specifieke doeleinden en dienen niet langer te worden bewaard dan nodig is.
  • (13) 
    Overeenkomstig artikel 12 van Richtlijn 95/46/EG dient de betrokkene recht te hebben op toegang tot alle hem betreffende gegevens en, waar van toepassing, op rectificatie, uitwissing of afscherming van bepaalde gegevens.
  • (14) 
    Verdere doorgifte van persoonsgegevens aan een andere voor de verwerking verantwoordelijke in een derde land dient alleen onder bepaalde voorwaarden te worden toegestaan, met name om te waarborgen dat de betrokkenen worden ingelicht of in de gelegenheid worden gesteld bezwaar te maken of in bepaalde gevallen hun instemming te onthouden.
  • (15) 
    De toezichthoudende autoriteiten dienen niet alleen te beoordelen of doorgiften naar derde landen in overeenstemming met het nationale recht zijn, maar ook een essentiële rol in dit contractmechanisme te vervullen door erop toe te zien dat persoonsgegevens na de doorgifte op passende wijze worden beschermd. In specifieke omstandigheden dienen de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten de mogelijkheid te behouden om een op basis van de modelcontractbepalingen plaatsvindende doorgifte of categorie doorgiften te verbieden of op te schorten in het uitzonderlijke geval waarin wordt vastgesteld dat een op basis van een contract plaatsvindende doorgifte in aanzienlijke mate afbreuk dreigt te doen aan de waarborgen die de betrokkene een passende bescherming bieden.
  • (16) 
    De modelcontractbepalingen dienen afdwingbaar te zijn, zowel door de organisaties die partij bij het contract zijn als door de betrokkenen, met name wanneer zij schade ondervinden ten gevolge van een schending van het contract.
  • (17) 
    Op het contract dient het recht van de lidstaat van vestiging van de gegevensexporteur van toepassing te zijn dat een derde rechthebbende de mogelijkheid biedt de naleving van een contract te vorderen. De betrokkenen dienen zich door een vereniging of andere instelling te kunnen doen vertegenwoordigen, indien zij dat wensen en het nationale recht hiertoe de mogelijkheid biedt.
  • (18) 
    Ter beperking van de praktische problemen waarop betrokkenen kunnen stuiten wanneer zij hun rechten krachtens deze modelcontractbepalingen trachten te doen gelden, dienen de gegevensexporteur en de gegevensimporteur hoofdelijk aansprakelijk te zijn voor schade ten gevolge van een schending van de bepalingen die onder het derdenbeding vallen.
  • (19) 
    De betrokkene dient tegen de gegevensexporteur, de gegevensimporteur of tegen beiden een vordering tot schadevergoeding te kunnen instellen wegens schade die het gevolg is van een daad die onverenigbaar is met de verplichtingen in de modelcontractbepalingen. Beide partijen kunnen van deze aansprakelijkheid worden ontheven, indien zij bewijzen dat geen van beiden verantwoordelijk was.
  • (20) 
    De hoofdelijke aansprakelijkheid geldt niet voor bepalingen die niet onder het derdenbeding vallen en hoeft niet te betekenen dat één partij moet betalen voor schade die het gevolg is van een onrechtmatige verwerking door de andere partij. Hoewel de bepaling inzake onderlinge schadeloosstelling tussen de partijen geen vereiste is voor een passende bescherming van de betrokkenen en derhalve kan worden geschrapt, is zij omwille van de duidelijkheid in de modelcontractbepalingen opgenomen en om te voorkomen dat de partijen over afzonderlijke schadeloosstellingsbepalingen moeten onderhandelen.
  • (21) 
    Bij een geschil tussen de partijen en de betrokkene dat niet in der minne wordt geschikt en waarbij de betrokkene zich op het derdenbeding beroept, laten de partijen aan de betrokkene de keuze tussen bemiddeling, arbitrage of een beroep op de rechter. In hoeverre de betrokkene een daadwerkelijke keuze heeft, zal afhangen van de beschikbaarheid van betrouwbare en erkende bemiddelings- en arbitrageregelingen. Bemiddeling door de toezichthoudende autoriteit van een lidstaat dient een keuzemogelijkheid te zijn indien zij dergelijke diensten verleent.
  • (22) 
    De bij artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde Groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens heeft over het beschermingsniveau dat door de in de bijlage bij deze beschikking opgenomen modelcontractbepalingen wordt geboden, een advies uitgebracht waarmee bij de voorbereiding van deze beschikking rekening is gehouden(4).
  • (23) 
    De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 31 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De in de bijlage opgenomen modelcontractbepalingen worden geacht voldoende waarborgen te bieden ten aanzien van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de fundamentele rechten en vrijheden van personen, alsmede ten aanzien van de uitoefening van de daaraan verbonden rechten in de zin van artikel 26, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG.

Artikel 2

Deze beschikking betreft slechts de gepastheid van de bescherming die door de in de bijlage opgenomen modelcontractbepalingen voor de doorgifte van persoonsgegevens wordt geboden. Zij laat de toepassing van andere nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG die betrekking hebben op de verwerking van persoonsgegevens in de lidstaten onverlet.

Deze beschikking is niet van toepassing op de doorgifte van persoonsgegevens door voor de verwerking verantwoordelijken die in de Gemeenschap zijn gevestigd aan ontvangers buiten het grondgebied van de Gemeenschap die slechts als verwerkers optreden.

Artikel 3

Voor de toepassing van deze beschikking:

  • a) 
    gelden de in Richtlijn 95/46/EG gegeven definities;
  • b) 
    wordt onder "bijzondere categorieën gegevens" verstaan: de in artikel 8 van die richtlijn bedoelde gegevens;
  • c) 
    wordt onder "toezichthoudende autoriteit" verstaan: de in artikel 28 van die richtlijn bedoelde autoriteit;
  • d) 
    wordt onder "gegevensexporteur" verstaan: de voor de verwerking verantwoordelijke die de gegevens doorgeeft;
  • e) 
    wordt onder "gegevensimporteur" verstaan: de voor de verwerking verantwoordelijke die ermee instemt van de gegevensexporteur persoonsgegevens voor verdere verwerking te ontvangen in overeenstemming met de voorwaarden van deze beschikking.

Artikel 4

  • 1. 
    Onverminderd hun bevoegdheden om maatregelen te treffen ter waarborging van de naleving van krachtens de hoofdstukken II, III, V en VI van Richtlijn 95/46/EG vastgestelde nationale bepalingen, kunnen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten hun bestaande bevoegdheden gebruiken om gegevensstromen naar derde landen te verbieden of op te schorten teneinde natuurlijke personen in verband met de verwerking van hun persoonsgegevens te beschermen, wanneer
  • a) 
    wordt vastgesteld dat het recht dat op de gegevensimporteur van toepassing is hem vereisten oplegt waarmee van de toepasselijke regels betreffende gegevensbescherming moet worden afgeweken, die verder gaan dan de beperkingen die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn als bedoeld in artikel 13 van Richtlijn 95/46/EG, indien die vereisten in aanzienlijke mate afbreuk dreigen te doen aan de door de modelcontractbepalingen geboden waarborgen, of
  • b) 
    een bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de gegevensimporteur de contractbepalingen niet is nagekomen, of
  • c) 
    het in aanzienlijke mate waarschijnlijk is dat de in de bijlage opgenomen modelcontractbepalingen niet worden of niet zullen worden nageleefd en bij verdere doorgifte het risico bestaat dat de betrokkenen ernstige schade wordt berokkend.
  • 2. 
    Het verbod of de opschorting krachtens lid 1 wordt opgeheven, zodra de redenen voor het verbod of de opschorting niet meer bestaan.
  • 3. 
    Wanneer een lidstaat op grond van de leden 1 en 2 maatregelen treft, stelt hij de Commissie daarvan onverwijld in kennis, waarna de Commissie de andere lidstaten hiervan op de hoogte brengt.

Artikel 5

Drie jaar na de kennisgeving van deze beschikking aan de lidstaten beoordeelt de Commissie de werking ervan op basis van de beschikbare informatie. Zij brengt verslag uit over de constateringen aan het krachtens artikel 31 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde comité. Dit verslag omvat tevens alle gegevens die van invloed kunnen zijn op de beoordeling van de gepastheid van de modelcontractbepalingen in de bijlage en eventueel bewijs dat deze beschikking op discriminerende wijze wordt toegepast.

Artikel 6

Deze beschikking is van toepassing met ingang van 3 september 2001.

Artikel 7

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 15 juni 2001.

Voor de Commissie

Frederik Bolkestein

Lid van de Commissie

  • (1) 
    PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.
  • (2) 
    De website van de Groep is te vinden op het volgende adres:

http://www.europa.eu.int/comm/internal_market/en/media/dataprot/wpdocs/index.htm.

  • (3) 
    WP 4 (5020/97) "Eerste richtsnoeren voor de doorgifte van persoonsgegevens naar derde landen - Voorstel inzake een methode voor de beoordeling van het passend karakter van het beschermingsniveau", een discussiedocument dat op 26 juni 1997 door de Groep werd aangenomen.

WP 7 (5057/97) "Beoordeling van zelfregulering: wanneer komt zelfregulering door de industrie het beschermingsniveau van gegevens in geval van overdracht naar een derde land ten goede?" werkdocument dat op 14 januari 1998 door de Groep werd aangenomen.

WP 9 (5005/98) "Voorlopig standpunt inzake het gebruik van contractuele bepalingen in het kader van de overdracht van persoonsgegevens naar derde landen", werkdocument dat op 22 april 1998 door de Groep werd aangenomen.

WP 12: "Doorgifte van persoonsgegevens naar derde landen: toepassing van de artikelen 25 en 26 van de EU-richtlijn betreffende gegevensbescherming", werkdocument dat op 24 juli 1998 door de Groep werd aangenomen (beschikbaar op website: "europa.eu.int/comm/internal_markt/en/media.dataprot/wpdocs/wp12/en" van de Europese Commissie).

  • (4) 
    Advies nr. 1/2001 dat op 26 januari 2001 door de Groep werd goedgekeurd (DG MARKT 5021/00 WP 38) (beschikbaar op de Europawebsite van de Europese Commissie).

BIJLAGE

>PIC FILE= "L_2001181NL.002402.TIF">

>PIC FILE= "L_2001181NL.002501.TIF">

>PIC FILE= "L_2001181NL.002601.TIF">

>PIC FILE= "L_2001181NL.002701.TIF">

Aanhangsel 1

bij de modelcontractbepalingen

>PIC FILE= "L_2001181NL.002802.TIF">

>PIC FILE= "L_2001181NL.002901.TIF">

Aanhangsel 2

bij de modelcontractbepalingen

Verplichte beginselen inzake gegevensbescherming, bedoeld in clausule 5, onder b), eerste alinea

Deze beginselen inzake gegevensbescherming moeten worden gelezen en geïnterpreteerd in het licht van de bepalingen (beginselen en uitzonderingen) van Richtlijn 95/46/EG.

Zij gelden met inachtneming van de dwingende vereisten krachtens de op de gegevensimporteur van toepassing zijnde nationale wetgeving, voorzover deze niet verder gaan dan hetgeen in een democratische samenleving noodzakelijk is op grond van een van de in artikel 13, lid 1, van Richtlijn 95/46/EG genoemde belangen, dat wil zeggen dat het een maatregel betreft die noodzakelijk is ter vrijwaring van de veiligheid van een staat, de landsverdediging, de openbare veiligheid, het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van strafbare feiten of schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen, een belangrijk economisch en financieel belang van een lidstaat of de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.

  • 1. 
    Specificiteit: gegevens mogen alleen worden verwerkt en vervolgens worden gebruikt en doorgegeven voor de specifieke doeleinden die in aanhangsel 1 bij de clausules zijn vermeld. Gegevens mogen niet langer worden bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij werden doorgegeven.
  • 2. 
    Kwaliteit en evenredigheid van de gegevens: de gegevens moeten correct en, waar van toepassing, geactualiseerd zijn. Zij moeten passend en relevant zijn en mogen niet excessief zijn in verhouding tot de doeleinden van de doorgifte of van de verdere verwerking.
  • 3. 
    Transparantie: aan de betrokkenen moet informatie worden verstrekt over de doeleinden van de verwerking en de identiteit van de voor de verwerking verantwoordelijke in het derde land, alsmede alle andere informatie die nodig is om een deugdelijke verwerking te garanderen, tenzij deze informatie reeds door de gegevensexporteur is verstrekt.
  • 4. 
    Beveiliging en vertrouwelijkheid: de voor de verwerking verantwoordelijke moet technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen treffen die zijn afgestemd op de risico's van de verwerking, zoals onrechtmatige toegang. Eenieder die onder het gezag van de voor de verwerking verantwoordelijke staat, met inbegrip van een verwerker, mag de gegevens enkel volgens zijn instructies verwerken.
  • 5. 
    Recht van toegang, rectificatie, uitwissing en afscherming van gegevens: overeenkomstig artikel 12 van Richtlijn 95/46/EG moet de betrokkene recht hebben op toegang tot alle hem betreffende gegevens die worden verwerkt alsmede, waar van toepassing, op rectificatie, uitwissing of afscherming van gegevens waarvan de verwerking niet in overeenstemming met de in dit aanhangsel vermelde beginselen heeft plaatsgehad, met name wanneer de gegevens onvolledig of onjuist zijn. Tevens moet de betrokkene zich op dwingende en legitieme gronden met betrekking tot zijn bijzondere situatie tegen de verwerking van de hem betreffende kunnen verzetten.
  • 6. 
    Beperking van verdere doorgiften: een volgende doorgifte van persoonsgegevens door de gegevensimporteur aan een andere voor de verwerking verantwoordelijke in een derde land dat geen passende bescherming biedt of waarop geen beschikking van de Commissie krachtens artikel 25, lid 6, van Richtlijn 95/46/EG van toepassing is (verdere doorgifte), is alleen toegestaan wanneer aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
  • a) 
    de betrokkenen hebben hun ondubbelzinnige toestemming gegeven voor de verdere doorgifte, indien de doorgifte bijzondere categorieën gegevens betreft, of zijn, in de overige gevallen, in de gelegenheid gesteld zich tegen de doorgifte te verzetten.

Aan de betrokkenen moet ten minste de volgende informatie worden verstrekt in een taal die zij begrijpen:

  • de doeleinden van de verdere doorgifte,
  • de identiteit van de in de Gemeenschap gevestigde gegevensexporteur,
  • de categorieën verdere ontvangers van de gegevens en de landen van bestemming,
  • de mededeling dat de gegevens na de verdere doorgifte kunnen worden verwerkt door een voor de verwerking verantwoordelijke in een land waar geen passende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen wordt gewaarborgd; of
  • b) 
    de gegevensexporteur en de gegevensimporteur stemmen ermee in dat een andere voor de verwerking verantwoordelijke zich bij de clausules aansluit en daarmee partij bij de clausules wordt en dezelfde verplichtingen aangaat als de gegevensimporteur.
  • 7. 
    Bijzondere categorieën gegevens: wanneer gegevens waaruit de raciale of etnische afkomst, de politieke opvattingen, de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, of het lidmaatschap van een vakvereniging blijkt of gegevens die de gezondheid of het seksuele leven betreffen, dan wel gegevens inzake overtredingen, strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen worden verwerkt, moeten aanvullende waarborgen worden geboden in de zin van Richtlijn 95/46/EG, met name door passende beveiligingsmaatregelen zoals de toepassing van sterke encryptie bij de gegevensoverdracht of zoals de registratie van iedere toegang tot gevoelige gegevens.
  • 8. 
    Direct marketing: wanneer gegevens voor directmarketingdoeleinden worden verwerkt, moeten er doeltreffende procedures bestaan die de betrokkene in staat stellen zich op ieder ogenblik tegen het gebruik van zijn persoonsgegevens voor dergelijke doeleinden te verzetten ("opt-out").
  • 9. 
    Geautomatiseerde individuele besluiten: de betrokkene heeft het recht niet te worden onderworpen aan een besluit dat uitsluitend op de automatische verwerking van gegevens is gebaseerd, tenzij andere maatregelen worden getroffen om de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene te waarborgen overeenkomstig artikel 15, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG. Wanneer de doorgifte een geautomatiseerd besluit in de zin van artikel 15 van Richtlijn 95/46/EG tot doel heeft, dat wil zeggen een besluit waaraan voor de betrokkene rechtsgevolgen zijn verbonden of dat hem in aanmerkelijke mate treft en dat louter wordt genomen op grond van een geautomatiseerde gegevensverwerking die bestemd is om bepaalde aspecten van zijn persoonlijkheid, zoals beroepsprestatie, kredietwaardigheid, betrouwbaarheid, gedrag enzovoort te evalueren, moet hij recht hebben op informatie over de redenen voor dit besluit.

Aanhangsel 3

bij de modelcontractbepalingen

Verplichte beginselen inzake gegevensbescherming, bedoeld in clausule 5, onder b), tweede alinea

  • 1. 
    Specificiteit: gegevens mogen alleen worden verwerkt en vervolgens worden gebruikt en doorgegeven voor de specifieke doeleinden die in aanhangsel 1 bij de clausules zijn vermeld. Gegevens mogen niet langer worden bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij werden doorgegeven.
  • 2. 
    Recht van toegang, rectificatie, uitwissing en afscherming van gegevens: overeenkomstig artikel 12 van Richtlijn 95/46/EG moet de betrokkene recht hebben op toegang tot alle hem betreffende gegevens die worden verwerkt alsmede, waar van toepassing, op rectificatie, uitwissing of afscherming van gegevens waarvan de verwerking niet in overeenstemming met de in dit aanhangsel vermelde beginselen heeft plaatsgehad, met name wanneer de gegevens onvolledig of onjuist zijn. Tevens moet de betrokkene zich op dwingende en legitieme gronden met betrekking tot zijn bijzondere situatie tegen de verwerking van de hem betreffende kunnen verzetten.
  • 3. 
    Beperking van verdere doorgiften: een volgende doorgifte van persoonsgegevens door de gegevensimporteur aan een andere voor de verwerking verantwoordelijke in een derde land dat geen passende bescherming biedt of waarop geen beschikking van de Commissie krachtens artikel 25, lid 6, van Richtlijn 95/46/EG van toepassing is (verdere doorgifte), is alleen toegestaan wanneer aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
  • a) 
    de betrokkenen hebben hun ondubbelzinnige toestemming gegeven voor de verdere doorgifte, indien de doorgifte bijzondere categorieën gegevens betreft, of zijn, in de overige gevallen, in de gelegenheid gesteld zich tegen de doorgifte te verzetten.

Aan de betrokkenen moet ten minste de volgende informatie worden verstrekt in een taal die zij begrijpen:

  • de doeleinden van de verdere doorgifte,
  • de identiteit van de in de Gemeenschap gevestigde gegevensexporteur,
  • de categorieën verdere ontvangers van de gegevens en de landen van bestemming,
  • de mededeling dat de gegevens na de verdere doorgifte kunnen worden verwerkt door een voor de verwerking verantwoordelijke in een land waar geen passende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen wordt gewaarborgd; of
  • b) 
    de gegevensexporteur en de gegevensimporteur stemmen ermee in dat een andere voor de verwerking verantwoordelijke zich bij de clausules aansluit en daarmee partij bij de clausules wordt en dezelfde verplichtingen aangaat als de gegevensimporteur.

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.