Richtlijn 1986/297 - Harmonisatie van nationale wetgeving inzake aftakassen en de beveiliging daarvan bij land- en bosbouwtrekkers op wielen - EU monitor

EU monitor
Vrijdag 23 augustus 2019
kalender

Inhoudsopgave

1.

Wettekst

Avis juridique important

|

2.

31986L0297

Richtlijn 86/297/EEG van de Raad van 26 mei 1986 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake aftakassen en de beveiliging daarvan bij land- en bosbouwtrekkers op wielen

Publicatieblad Nr. L 186 van 08/07/1986 blz. 0019 - 0025

Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 15 blz. 0180

Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 15 blz. 0180

RICHTLIJN VAN DE RAADvan 26 mei 1986betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake aftakassen en de beveiliging daarvan bij land- en bosbouwtrekkers op wielen(86/297/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100,Gezien het voorstel van de Commissie (1),Gezien het advies van het Europese Parlement (2),Gezien het advies van het Economisch en Sociaal

Comité (3),Overwegende dat de technische voorschriften waaraan land- en bosbouwtrekkers volgens de nationale wetgevingen moeten voldoen, onder meer betrekking hebben op de aftakas en de beveiliging daarvan;Overwegende dat deze voorschriften van Lid-Staat tot Lid-Staat verschillen; dat daaruit de noodzaak voortvloeit dat dezelfde voorschriften door alle Lid-Staten worden aanvaard, hetzij in aanvulling op, hetzij in plaats van hun huidige voorschriften, zodat met name voor elk type trekker de EEG-goedkeuringsprocedure kan worden ingevoerd welke is opgenomen in Richtlijn 74/150/EEG van de Raad van 4 maart 1974 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen (4), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal;Overwegende dat de Resolutie van de Raad van 29 juni 1978 betreffende een programma van de Europese Gemeenschappen inzake de veiligheid en de gezondheid op het werk (5), voorziet in de toepassing van beginselen ter voorkoming van ongevallen bij het ontwerpen en de constructie van arbeidsmiddelen, met inbegrip van die in de landbouwsector; dat de voorschriften inzake aftakassen en de beveiliging daarvan veiligheidsfactoren vormen;Overwegende dat de onderlinge aanpassing van de nationale wetgevingen inzake land- en bosbouwtrekkers een erkenning door de Lid-Staten inhoudt van de door elke Lid-Staat afzonderlijk op basis van de gemeenschappelijke voorschriften verrichte controles,HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

  • 1. 
    Onder land- of bosbouwtrekker wordt verstaan elk motorvoertuig op wielen of rupsbanden met ten minste twee

assen, voornamelijk bestemd voor tractiedoeleinden en in het bijzonder ontworpen voor het trekken, duwen, dragen of in beweging brengen van bepaalde werktuigen, machines of aanhangwagens die voor gebruik in de land- of bosbouw zijn bestemd. De trekker kan zijn ingericht voor het vervoer van een lading en van meerijders.2. Deze richtlijn geldt slechts voor de in lid 1 omschreven trekkers, gemonteerd op luchtbanden, met ten minste twee assen en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid die ligt tussen 6 en 30 km per uur.

Artikel 2

De Lid-Staten mogen de EEG-goedkeuring of de nationale goedkeuring van een trekker niet weigeren, noch de verkoop, de registratie, het in het verkeer brengen of het gebruik van een trekker verbieden om redenen in verband met de aftakas of de beveiliging daarvan indien deze in overeenstemming zijn met de voorschriften van bijlage I.

Artikel 3

Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de Lid-Staten om, met inachtneming van het Verdrag, voorschriften uit te vaardigen die zij nodig achten ter bescherming van de werknemers bij het gebruik van de trekkers, voor zover dit niet betekent dat aan de aftakassen en de beveiliging daarvan, in vergelijking met de bepalingen van deze richtlijn, wijzigingen worden aangebracht.

Artikel 4

De wijzigingen die noodzakelijk zijn om de voorschriften van bijlage I en het model in de bijlage bij het EEG-goedkeu-

ringsformulier van bijlage II aan te passen aan de technische vooruitgang, worden vastgesteld overeenkomstig de procedure vermeld in artikel 13 van Richtlijn 74/150/EEG.

Artikel 5

  • 1. 
    De Lid-Staten voeren binnen 18 maanden na de kennisgeving van de richtlijn de nodige wettelijke en be-

stuursrechtelijke bepalingen in om aan deze richtlijn te voldoen en stellen de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis. De voorschriften van punt 5.2 van bijlage I zijn evenwel pas vanaf 1 oktober 1995 van toepassing.

  • 2. 
    De Lid-Staten zien erop toe dat de tekst van alle belangrijke bepalingen van intern recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen, ter kennis van de Commissie wordt gebracht.

Artikel 6

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 26 mei 1986. Voor de Raad

De Voorzitter

  • G. 
    BRAKS
  • (1) 
    PB nr. C 164 van 23. 6. 1983, blz. 5.
  • (2) 
    PB nr. C 307 van 14. 11. 1983, blz. 104.
  • (3) 
    PB nr. C 341 van 19. 12. 1983, blz. 2.
  • (4) 
    PB nr. L 84 van 28. 3. 1974, blz. 10.
  • (5) 
    PB nr. C 165 van 11. 7. 1978, blz. 3.

BIJLAGE I

DEFINITIE EN TOEPASSINGSGEBIED, EEG-GOEDKEURINGSAANVRAAG, EEG-GOEDKEURING, AFTAKASTYPEN EN CONSTRUCTIE- EN PLAATSINGSVOORSCHRIFTEN VOOR AFTAKASSEN EN VOOR DE AFSCHERMKAPPEN HIERVOOR

1.DEFINITIE EN TOEPASSINGSGEBIED1.1.Onder "aftakas'' wordt verstaan het uitstekende gedeelte van de overbrengingsas van de trekker die dient om de beweging op een machine over te brengen.1.2.De bepalingen van onderhavige richtlijn zijn uitsluitend van toepassing op aftakassen aan de achterzijde van de trekker. Punt 5.2 is evenwel slechts van toepassing op trekkers met een vaste of regelbare minimum-spoorbreedte van één van de aangedreven assen van ten minste 1 150 mm.2.AANVRAAG OM EEG-GOEDKEURING2.1.De goedkeuringsaanvraag voor een trekkertype voor wat betreft de aftakas en de afschermkap hiervoor, dient te worden ingediend door de fabrikant van de trekker of door diens gevolmach-

tigde.2.2.De aanvraag moet vergezeld gaan van voldoende gedetailleerde tekeningen op passende schaal, in drievoud, van de delen van de trekker waarop de voorschriften van onderhavige richtlijn betrekking hebben.2.3.Eén voor het goed te keuren type representatieve trekker of één of meer onderdelen van de trekker die (dat) als essentieel worden (wordt) beschouwd voor de uitvoering van de in onderhavige richtlijn voorgeschreven controles, dienen (dient) ter beschikking te worden gesteld van de met de goedkeuringsproeven belaste technische dienst.3.EEG-GOEDKEURING3.1.Voor iedere toegestane of geweigerde goedkeuring wordt bij het EEG-goedkeuringsformulier een formulier gevoegd overeenkomend met het model weergegeven in bijlage II.4.AFTAKASTYPEN4.1.De aftakassen moeten de kenmerken van een van de in tabel 1 beschreven typen hebben:>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4.2.De rotatiesnelheid van de aftakas moet kunnen worden gehandhaafd met behulp van passende middelen.4.3.Indien meer dan één verhouding tussen het motortoerental en de rotatiesnelheid van de aftakas mogelijk is, moet elke verandering van de verhouding waarneembaar zijn. Bovendien moet de constructie zodanig zijn dat concrete maatregelen zijn genomen ter voorkoming van een ongewilde wijziging van de verhouding, in het bijzonder om naar een hogere rotatiesnelheid over te gaan. Deze beveiliging moet bij elke inschakeling functioneren.4.4.De ingestelde nominale rotatiesnelheid van de aftakas moet steeds duidelijk zijn.

5.VOORSCHRIFTEN VOOR CONSTRUCTIE EN PLAATSING5.1.Draairichting van de aftakas aan de achterzijdeDe draairichting is die van de wijzers van de klok, kijkend in de rijrichting.5.2.Vrije zone om de aftakasDe vrije zone om de aftakas dient in overeenstemming te zijn met de schema's van figuur 1 en de afmetingen in tabel 2.

>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

Doorsnede A A

A

<?aeIC><?aeIL19,4><?aeFN2,2>a<?aeFA3,6>b

<?aeFN34,8>Verticale doorsnede<?aaA><?aeIL3,>Figuur 1<?aa6A><?aeIL3,>Vrije zone om de aftakas

<?aeBT"EIND VAN DE GRAFIEK>

> RUIMTE VOOR DE TABEL>

5.3.Aftakasbeveiligingen5.3.1.Beveiliging5.3.1.1.De aftakas moet worden afgeschermd door een kap die op de trekker is bevestigd en die tenminste de bovenzijde en de twee zijkanten van de aftakas bedekt, zoals aangegeven in figuur 2 of door een ander systeem dat een gelijkwaardige bescherming bewerkstelligt, bij voorbeeld indien de aftakas zich in een inspringend gedeelte van de trekker bevindt of de vorm heeft van een toegevoegd onderdeel (haaksteunen, koppelplaat, enz.).5.3.1.2.De afmetingen van de afscherming zijn vastgesteld afhankelijk van het aftakastype, overeenkomstig tabel 3.5.3.1.3.Voorts dient bij de trekker een extra niet-meedraaiende beveiliging die de aftakas volledig afdekt, te worden meegeleverd voor de afscherming van de aftakas wanneer deze niet wordt gebruikt.5.3.2.Kenmerken van de afschermkap5.3.2.1.De afschermkap moet zodanig zijn ontworpen dat het gebruik of het onderhoud van de trekker hierdoor niet wordt belemmerd (of hierdoor wordt vergemakkelijkt).Het onderhoud moet mogelijk zijn zonder de beveiliging te verwijderen.

5.3.2.2.De gebruikte materialen moeten weerbestendig zijn, mogen hun mechanische eigenschappen bij koude niet verliezen, en moeten voldoende sterk zijn.5.3.2.3.De afschermkap mag geen scherpe punten of kanten vertonen; behalve de opening die nodig is voor de bevestiging van het kettinkje van de beveiliging van de aftaktussenas, mag de afschermkap geen openingen bevatten met een doorsnede of grootste zijde van meer dan 8 mm. De afschermkap moet een gewicht van 120 daN kunnen dragen, behalve wanneer zij zodanig is ontworpen dat zij niet als opstap kan worden gebruikt.>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

Willekeurige vormen

min. 75 mm

Opening <?Ì>oe 16 mm

Willekeurige hoek

16,5 mm

<?aeFN20,> <?aeIL3,>Figuur 2<?aa6A><?aeIL3,>Afschermkap voor aftakassen typen 1, 2 en 3>EIND VAN DE GRAFIEK>

> RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

MODEL

Naam van de keuringsinstantie

BIJLAGE BIJ HET EEG-GOEDKEURINGSFORMULIER VOOR EEN TREKKERTYPE VOOR WAT BETREFT DE AFTAKAS EN DE BEVEILIGING DAARVAN

(Artikel 4, lid 2, en artikel 10 van Richtlijn 74/150/EEG van de Raad van 4 maart 1974 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende de goedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen)EEG-goedkeuringsnummer: 1Fabrieks- of handelsmerk van de trekker: 2Trekkertype: 3Naam en adres van de fabrikant: 4Naam en adres van de eventuele gevolmachtigde van de fabrikant: 5Korte omschrijving van het type aftakas en van de beveiliging: 6Trekker ter keuring aangeboden op: 7Met de keuringsproeven belaste technische dienst: 8Datum van het door deze dienst afgeleverde rapport: 9Nummer van het door deze dienst afgeleverde rapport: 10Goedkeuring in verband met de aftakas en de beveiliging daarvan is verleend/geweigerd (;)11Bij dit formulier zijn, met vermelding van bovenstaand goedkeuringsnummer, de volgende tekeningen gevoegd:Een reeks tekeningen, alsmede tekeningen van de onderdelen van de trekker die van belang zijn in verband met de doelstellingen van Richtlijn 86/297/EEG van de Raad van 26 mei 1986 betreffende de onderlinge

aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake aftakassen en de beveiliging daarvan bij land- en bosbouwtrekkers op wielen.Deze tekeningen worden, op verzoek, verstrekt aan de bevoegde autoriteiten van de overige Lid-Staten.12Opmerkingen: 13Plaats: 14Datum: 15Handtekening: (;) Doorhalen wat niet van toepassing is.

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.