Verordening 2007/617 - Uitvoering van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds uit hoofde van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst

1.

Wettekst

13.6.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/1

 

VERORDENING (EG) Nr. 617/2007 VAN DE RAAD

van 14 mei 2007

inzake de uitvoering van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds uit hoofde van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (1), zoals gewijzigd te Luxemburg op 25 juni 2005 (2) (hierna de „ACS-EG-partnerschapsovereenkomst” genoemd),

Gelet op het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het meerjarig financieel kader voor 2008-2013 voor de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van deel vier van het EG-Verdrag van toepassing zijn (3) (hierna het „Intern Akkoord” genoemd), en met name op artikel 10, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van de Europese Investeringsbank,

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Bij Besluit nr. 1/2006 van de ACS-EG-Raad van ministers (4) wordt het meerjarig financieel kader voor de periode 2008-2013 vastgesteld en wordt in de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst de nieuwe bijlage I ter ingevoegd.

 

(2)

Bij het Intern Akkoord worden de diverse financiële toewijzingen in het kader van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds (hierna „EOF” genoemd) vastgesteld, alsmede de verdeelsleutels en bijdragen aan het tiende EOF; binnen de Commissie wordt het EOF-comité ingesteld en het comité van de Investeringsfaciliteit (hierna „IF-comité” genoemd); voor beide comités worden de weging van de stemmen en de regels inzake de gekwalificeerde meerderheid vastgesteld.

 

(3)

Bij het Intern Akkoord wordt het totaalbedrag aan steun van de Gemeenschap aan de ACS-staten (met uitzondering van de Republiek Zuid-Afrika) en de landen en gebieden overzee (hierna „LGO” genoemd) voor de zesjarige periode van 2008 tot en met 2013 vastgesteld op 22 682 miljoen EUR uit het tiende EOF, bijgedragen door de lidstaten. Van het bij het Intern Akkoord vastgestelde bedrag voor het tiende EOF wordt 21 966 miljard EUR toegewezen aan de ACS-staten zoals gespecificeerd in het meerjarig financieel kader voor de periode 2008-2013 als bedoeld in bijlage I ter bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst; 286 miljoen EUR wordt toegewezen aan de LGO en 430 miljoen EUR wordt toegewezen aan de Commissie voor ondersteunende uitgaven die verband houden met de programmering en uitvoering van het EOF door de Commissie.

 

(4)

De 10e EOF-toewijzing aan de LGO wordt geregeld door Besluit nr. 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Gemeenschap (5) en de bijbehorende Uitvoeringsverordening (EG) nr. 2304/2002 van de Commissie (6) en alle actualiseringen daarvan.

 

(5)

Maatregelen in de zin van Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp (7), die voor financiering krachtens die verordening in aanmerking komen, worden slechts in uitzonderlijke omstandigheden gefinancierd uit hoofde van het tiende EOF, namelijk wanneer die bijstand noodzakelijk is om de continuïteit in de samenwerking op het traject van crisissituatie naar stabiele omstandigheden voor ontwikkeling te bewaren, en niet uit de begroting van de Gemeenschap kan worden gefinancierd.

 

(6)

De Raad heeft op 11 april 2006 het beginsel vastgesteld dat de vredesfaciliteit voor Afrika voor de eerste periode (2008-2010) wordt gefinancierd voor een bedrag van 300 miljoen EUR uit het tiende EOF en overeenstemming bereikt over de toekomstige regeling en opzet van de faciliteit.

 

(7)

De ACS-landen van het suikerprotocol als bedoeld in Protocol 3 bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst die getroffen zijn door de communautaire hervorming van de suikermarkt komen in aanmerking voor begeleidende maatregelen, die worden gefinancierd op grond van Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (8). De ACS-landen hebben ook toegang tot communautaire bijstand in het kader van thematische programma's die zijn ingesteld op grond van het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking en Verordening (EG) nr. 1889/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld (9). Die thematische programma's bieden een meerwaarde aan, zijn consistent met, en vormen een aanvulling op en ondersteuning van de geografische programma's die uit het EOF worden gefinancierd.

 

(8)

In de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst wordt het belang benadrukt van regionale samenwerking tussen de ACS-staten, de LGO en de ultraperifere gebieden van de Gemeenschap.

 

(9)

Bij Besluit 2005/446/EG van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen (10), is vastgesteld dat de middelen uit hoofde van het negende EOF die door de Commissie worden beheerd, de rentesubsidies die door de Europese Investeringsbank (hierna „EIB” genoemd) worden beheerd en de inkomsten uit deze middelen na 31 december 2007 niet meer mogen worden vastgelegd. Indien nodig kan deze datum worden gewijzigd.

 

(10)

Met het oog op de uitvoering van het EOF dienen de procedure voor programmering, onderzoek en goedkeuring van de steun en de wijze van toezicht op het gebruik van de steun te worden vastgesteld. Op 17 juli 2006 hebben de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, Besluit 2006/610/EG (11) goedgekeurd betreffende de voorlopige toepassing van het Intern Akkoord, zulks met het oog op de goedkeuring van de uitvoeringsverordening en het financieel reglement en onder andere de instelling van het EOF-comité en het IF-comité.

 

(11)

Op 24 november 2004 heeft de Raad conclusies goedgekeurd inzake de effectiviteit van de externe actie van de Europese Unie, onder meer gericht op versterking van de complementariteit en de coördinatie van de ontwikkelingssamenwerking van de Gemeenschap en die van de lidstaten. Op 24 mei 2005 verbond de Raad zich tot tijdige uitvoering en monitoring van deverklaring van Parijs over doeltreffendheid van ontwikkelingshulp en van de specifiek voor de Europese Unie geldende verbintenissen die op het forum van Parijs (28 februari-2 maart 2005) zijn aangegaan. Op 11 april 2006 heeft de Raad conclusies goedgekeurd inzake een gezamenlijk kader voor nationale strategiedocumenten, en daardoor een gezamenlijke meerjarenprogrammering door de Europese Unie en andere belangstellende donoren mogelijk gemaakt. De Raad heeft op 16 oktober 2006 conclusies aangenomen over het belang van complementariteit en arbeidsverdeling als noodzakelijke elementen voor de doeltreffendheid van hulp.

 

(12)

De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Commissie hebben op 22 december 2005 een gemeenschappelijke verklaring betreffende het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie aangenomen (12). Vervolgens heeft de Europese Raad in december 2005 een strategie voor Afrika aangenomen en heeft de Raad conclusies over een strategie voor het Caribische gebied (10 april 2006) en de Stille Oceaan (17 juli 2006) aangenomen.

 

(13)

Op 16 oktober 2006 heeft de Raad conclusies aangenomen genaamd: „Het bestuur binnen de Europese consensus over het ontwikkelingsbeleid — Naar een geharmoniseerde aanpak in de Europese Unie”, eraan herinnerend dat de toewijzing van de prestatiegerelateerde tranches van het bestuursinitiatief door de lidstaten en de Commissie grondig moet worden besproken; de Raad benadrukte daarbij dat de Commissie de desbetreffende Raadsinstanties bij de zaak moet betrekken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 1

Algemeen kader voor de programmering en de tenuitvoerlegging

  • 1. 
    De primaire en overkoepelende doelstelling van samenwerking uit hoofde van deze verordening is het uitbannen van armoede in de partnerlanden en -regio's in het kader van duurzame ontwikkeling, met inbegrip van de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.
  • 2. 
    Geografisch bepaalde samenwerking met de ACS-landen en -regio's in het kader van het tiende EOF wordt gebaseerd op de algemene beginselen en waarden die ten grondslag liggen aan de algemene bepalingen van de ACS-EG-overeenkomst en de ontwikkelingsdoelstellingen en samenwerkingsstrategieën die zijn opgenomen in titel XX van het EG-Verdrag.

De gezamenlijke verklaring betreffende het ontwikkelingsbeleid van 22 december 2005, „De Europese consensus”, vormt het algemeen kader dat sturing geeft aan de programmering en tenuitvoerlegging van het 10e EOF, waarvan ook de beginselen neergelegd in de Verklaring van Parijs van 2005 over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp deel uitmaken.

  • 3. 
    De verklaring van Parijs van 2005 over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp omvat de beginselen van eigen inbreng, onderlinge afstemming, harmonisatie, resultaatgericht beheer en wederzijdse verantwoording, die gelden voor partnerlanden en -regio's en voor donoren.

Die beginselen scheppen de voorwaarden die de partnerlanden en -regio's in staat stellen zelf de teugels van hun ontwikkelingsbeleid en -strategieën in handen te krijgen, en leiden tot een nationale of regionale en door het land of de regio geleide aanpak, met brede consultatie van de belanghebbenden en een steeds grotere afstemming op nationale of regionale ontwikkelingsdoelstellingen en -strategieën, met name op het gebied van armoedebestrijding. Dit vergt effectieve donorcoördinatie, gebaseerd op een streven naar complementariteit, een niet-exclusieve aanpak en bevordering van initiatieven van alle donoren, afgestemd en gebaseerd op bestaande analyses, processen en strategieën en land- of regiospecifieke procedures en instellingen.

  • 4. 
    Onverminderd de noodzaak om de continuïteit in de samenwerking te bewaren op het traject van crisissituatie naar stabiele omstandigheden voor ontwikkeling, worden maatregelen in de zin van Verordening (EG) nr. 1257/96, die voor financiering krachtens die verordening in aanmerking komen, in principe niet gefinancierd uit hoofde van deze verordening.

TITEL II

PROGRAMMERING

Artikel 2

Het programmeringsproces

  • 1. 
    De programmering van de steun voor de ACS-staten en -regio's die op grond van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst door de Commissie wordt beheerd, geschiedt overeenkomstig de artikelen 1 tot en met 14 van bijlage IV bij die overeenkomst en overeenkomstig de algemene beginselen bedoeld in artikel 1 van deze verordening.
  • 2. 
    Voor de toepassing van deze verordening houdt programmering onder meer in:
 

a)

het opstellen en ontwikkelen van landenondersteuningsstrategieën („landenstrategiedocumenten”) en regionale ondersteuningsstrategieën („regionale strategiedocumenten”);

 

b)

een duidelijke indicatie van de kant van de Gemeenschap van de indicatieve programmeerbare financiële middelen waarvoor het land of de regio gedurende de zesjarige looptijd van het tiende EOF in aanmerking komt;

 

c)

opstelling en goedkeuring van een meerjarig indicatief programma voor de tenuitvoerlegging van de landenstrategiedocumenten en de regionale strategiedocumenten;

 

d)

een evaluatieproces dat betrekking heeft op de landenstrategiedocumenten en de regionale strategiedocumenten, het meerjarige indicatieve programma en de daarvoor toegewezen middelen.

  • 3. 
    De programmering op nationaal en regionaal niveau geschiedt op gecoördineerde wijze. Voor de toepassing van deze verordening houdt coördinatie onder meer in:
 

a)

het betrokken partnerland of de betrokken partnerregio is voor zover mogelijk de leidende kracht bij de programmering van de communautaire bijstand. Behalve in de in lid 5 bepaalde gevallen, wordt de programmering gezamenlijk uitgevoerd met het partnerland of de partnerregio en in toenemende mate afgestemd op de armoedebestrijdings- of equivalente strategieën van het betrokken partnerland of de betrokken partnerregio; in voorkomend geval worden andere belanghebbenden, waaronder parlementen, lokale overheden, representatieve lokale niet-overheidsactoren, in een zo vroeg mogelijk stadium bij het programmeringsproces betrokken;

 

b)

voor het opstellen en ontwikkelen van de strategiedocumenten werkt de Commissie in coördinatie met de lokaal vertegenwoordigde lidstaten en de EIB waar het gaat om aangelegenheden die verband houden met haar deskundigheid en haar activiteiten, ook in samenhang met de Investeringsfaciliteit. De coördinatie blijft openstaan voor lidstaten die niet permanent in het betrokken land of de betrokken regio vertegenwoordigd zijn;

 

c)

de Commissie en de lokaal vertegenwoordigde lidstaten streven, wanneer dat mogelijk en raadzaam is, naar gezamenlijke programmering, met inbegrip van een gezamenlijke responsstrategie. Deelname aan gezamenlijke programmering blijft, via flexibele mechanismen, openstaan voor lidstaten die niet permanent in het betrokken land of de betrokken regio vertegenwoordigd zijn;

 

d)

de Commissie en de lidstaten trachten op regelmatige en frequente basis informatie uit te wisselen, ook met andere donoren en ontwikkelingsbanken, en bevorderen een betere coördinatie van beleid, harmonisatie van procedures, complementariteit en arbeidsverdeling, en zorgen daarbij voor een verbetering van beleids- en programma-effecten. Donorcoördinatie geschiedt zoveel mogelijk via de bestaande mechanismen daarvoor, voortbouwend op bestaande harmonisatieprocessen in het betrokken partnerland of de betrokken partnerregio. Het betrokken partnerland of de betrokken partnerregio is voor zover mogelijk de leidende kracht bij het coördineren van de communautaire bijstand met andere donoren; wanneer reeds is begonnen met de ontwikkeling van gemeenschappelijke strategieën, moet de gemeenschappelijke programmering altijd open blijven staan voor andere donoren en de bestaande processen aanvullen of versterken, en waar mogelijk onderdeel van deze processen zijn.

  • 4. 
    Naast de nationale en de regionale strategiedocumenten worden samen met het ACS-EG-Comité van ambassadeurs een intra-ACS-ondersteuningsstrategie en een bijbehorend meerjarig indicatief programma geformuleerd en ontwikkeld op basis van de criteria die zijn vastgesteld voor een intra-ACS-beleidskader dat in overeenstemming is met de beginselen van complementariteit en geografische dekking waarop artikel 12 van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst stoelt.
  • 5. 
    In de uitzonderlijke omstandigheden bedoeld in artikel 3, lid 4, en artikel 4, lid 5, van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, wanneer een land geen toegang heeft tot normale programmeerbare middelen en/of de nationale ordonnateur niet in staat is zijn of haar taken uit te voeren, stelt de Gemeenschap specifieke voorzieningen vast als bedoeld in artikel 4, lid 7, van deze verordening.
  • 6. 
    Programmering wordt zodanig vormgegeven dat zij zoveel mogelijk voldoet aan de criteria voor officiële ontwikkelingshulp die door de Commissie voor Ontwikkelingsbijstand van de OESO zijn vastgesteld.
  • 7. 
    De programmering zorgt waar dienstig voor de zichtbaarheid van de Europese Unie in de partnerlanden en -regio's.

Artikel 3

Toewijzing van middelen

  • 1. 
    Bij de aanvang van de programmeringsprocessen stelt de Commissie, aan de hand van de behoeften- en prestatiecriteria van de artikelen 3, 9 en 12 van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, voor elke ACS-staat en -regio en voor elke intra-ACS-toewijzing waarop het programmeringsproces van toepassing is, de meerjarige indicatieve middelentoewijzing vast, binnen de grenzen die zijn vastgesteld in artikel 2 van het Intern Akkoord. Deze criteria dienen gestandaardiseerd, objectief en transparant te zijn.
  • 2. 
    De middelen die deel uitmaken van de nationale indicatieve toewijzing van niet-terugvorderbare steun omvatten een programmeerbaar bedrag, met inbegrip van een stimuleringsreserve die wordt toegewezen op basis van bestuurscriteria overeenkomstig de beginselen van bestuur die door de Raad op 16 oktober 2006 zijn vastgesteld, en een bedrag voor onvoorziene behoeften, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst.
  • 3. 
    Het EOF-comité bedoeld in artikel 11, lid 1, brengt overeenkomstig de in artikel 11, lid 3, bedoelde beheersprocedures advies uit over de door de Commissie gepresenteerde werkwijze die voor de toepassing van de algemene criteria voor de toewijzing van middelen wordt gevolgd.

De geconsolideerde steuntoewijzingen voor landen en regio's dienen in overeenstemming te zijn met de bedragen die in artikel 2 van het Intern Akkoord zijn vastgesteld. Zij worden opgenomen in de nationale en regionale strategiedocumenten en de meerjarige indicatieve programma's en door de Commissie goedgekeurd volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde beheersprocedure. Middelen die bestemd zijn voor speciale ondersteuningsprogramma's en -acties als bedoeld in artikel 4, lid 7, worden eveneens door de Commissie goedgekeurd volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde beheersprocedure.

Artikel 4

Nationale en regionale strategiedocumenten en de meerjarige programma's

  • 1. 
    De nationale en regionale strategiedocumenten (hierna „de strategiedocumenten” te noemen) worden opgesteld uitgaande van de in de artikelen 1 en 2 bedoelde algemene beginselen van coördinatie, eigen inbreng en doeltreffendheid van hulp, overeenkomstig het gemeenschappelijk kader voor landenstrategiedocumenten en de beginselen voor een gezamenlijke meerjarenprogrammering, aangenomen door de Raad op 11 april 2006.
  • 2. 
    In overeenstemming met het algemene doel en de werkingssfeer, de doelstellingen en de beginselen van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, beoogt het strategiedocument een samenhangend kader te bieden voor de samenwerking tussen de Gemeenschap en het betrokken partnerland of de betrokken partnerregio. Het strategiedocument bestrijkt niet alleen de ontwikkelingssamenwerking die uit hoofde van het EOF wordt gefinancierd, maar ook alle andere communautaire instrumenten die gevolgen hebben voor het partnerland of de partnerregio; daarbij wordt gestreefd naar samenhang met andere terreinen van het externe optreden de Gemeenschap, waaronder, indien van toepassing, de EIB.
  • 3. 
    Behalve in de omstandigheden bedoeld in artikel 2, lid 5, worden op basis van de strategiedocumenten meerjarige indicatieve programma's opgesteld, waarover met het betrokken land of de betrokken regio tot overeenstemming wordt gekomen. Het accent komt te liggen op de gezamenlijke evaluatie van behoeften en resultaten, analyse van de sector, alsmede prioriteiten. In het kader van artikel 11, lid 3, en in gevallen waarin de Commissie deelneemt aan het gezamenlijke programmeringsproces, wordt het meerjarige indicatieve programma, waar dienstig, opgenomen in een document dat samen met de andere deelnemende donoren wordt opgesteld. De meerjarige indicatieve programma's vermelden:
 

a)

de voor communautaire financiering geselecteerde prioriteitsgebieden, de algemene doelstellingen, de beoogde begunstigden, de algemene beleidstoezeggingen en de verwachte impact;

 

b)

de indicatieve financiële toewijzing, zowel totaal als per prioriteitsgebied. Bij de toewijzing per prioriteitsgebied kan indien nodig een kleine marge worden opgegeven. De bijstand van de Gemeenschap wordt geconcentreerd op een beperkt aantal prioriteitsgebieden, en indien mogelijk door algemene begrotingssteun, waarbij wordt gezorgd voor afstemming op activiteiten die worden gefinancierd door de ACS-staat of -regio zelf, en voor complementariteit en samenhang met de door de lidstaten en andere donoren gefinancierde maatregelen;

 

c)

voor ieder prioriteitsgebied en, in geval van algemene begrotingssteun, de specifieke doelstellingen en de sectorale beleidstoezeggingen, alsmede de meest geschikte maatregelen en activiteiten om deze doelstellingen en streefcijfers te verwezenlijken. Het indicatief programma beschrijft tevens de verwachte impact, bevat resultaatsindicatoren en kwantitatieve en kwalitatieve prestatie-indicatoren en geeft een tijdschema voor de uitvoering, waaronder begrepen de vastlegging en uitbetaling van middelen, en voor de beoogde resultaten. De indicatoren worden zoveel mogelijk afgestemd en gebaseerd op het eigen monitoringsysteem van het partnerland of de partnerregio;

 

d)

de middelen die voor programma's en projecten buiten de prioriteitsgebieden gereserveerd zijn en waar mogelijk de hoofdlijnen van dergelijke activiteiten, alsmede een indicatie van de voor elk van deze activiteiten in te zetten middelen. Dit kan mede omvatten de prioriteiten en specifiek in te zetten middelen voor de versterking van de samenwerking met de ultraperifere gebieden van de Gemeenschap, de LGO of de aangrenzende partnerlanden en regio's als bedoeld in artikel 10, alsmede de modaliteiten voor het vaststellen en het coördineren van de selectie van dergelijke projecten van gemeenschappelijk belang;

 

e)

het type niet-overheidsactoren dat voor financiering in aanmerking komt en indien mogelijk de toe te wijzen middelen en het soort te ondersteunen activiteiten.

Bronnen kunnen op verschillende manieren worden aangewend, afhankelijk van de situatie in een bepaald land. Begrotingssteun wordt verleend overeenkomstig de toekenningscriteria van artikel 61, lid 2, van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst.

  • 4. 
    De strategiedocumenten en meerjarige indicatieve programma's houden rekening met de maatregelen en programma's die voor financiering uit hoofde van andere EOF's of communautaire instrumenten in aanmerking komen, en vermijden doublures met die maatregelen en programma's. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de wisselwerking tussen nationale, regionale en intra-ACS-ondersteuningsstrategieën en aan de samenhang met communautaire instrumenten, zoals met name Verordening (EG) nr. 1905/2006, Verordening (EG) nr. 1889/2006, Verordening (EG) nr. 1257/96, rekening houdend met acties ondernomen in het kader van Verordening (EG) nr. 1717/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 tot instelling van een stabiliteitsinstrument (13). De meerjarige aanpassingsstrategieën voor de ACS-landen van het suikerprotocol, zoals die in het kader van het instrument voor ontwikkelingssamenwerking worden geboden, worden in de landenstrategiedocumenten geïntegreerd.
  • 5. 
    Het in lid 4 bedoelde strategiedocument, met inbegrip van het bijbehorende meerjarige indicatieve programma, wordt aangenomen door de Commissie overeenkomstig de beheersprocedure van artikel 11, lid 3. Wanneer de Commissie de in lid 1 bedoelde strategiedocumenten doet toekomen aan de lidstaten in het EDF Comité, zendt zij deze tegelijkertijd ter informatie aan de Parlementaire Paritaire Vergadering, met volledige inachtneming van de beslissingsprocedure van titel IV van deze verordening.
  • 6. 
    Het strategiedocument, waarin tevens het meerjarige indicatieve programma is opgenomen, wordt vervolgens door de Gemeenschap en de betrokken ACS-staat of -regio in onderling overleg goedgekeurd en is dan voor de Gemeenschap en die staat of regio bindend. Landen waarvoor geen strategiedocument is ondertekend, blijven in aanmerking komen voor financiering uit het bedrag voor onvoorziene behoeften, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst.
  • 7. 
    De in artikel 2, lid 5, van deze verordening bedoelde voorzieningen kunnen de vorm aannemen van speciale ondersteuningsprogramma's die als vervanging van een nationaal strategiedocument dienen in gevallen bedoeld in artikel 4, lid 5, van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst wanneer de nationale ordonnateur van het partnerland is verhinderd zijn taken uit te voeren, of kunnen de vorm aannemen van acties die worden gefinancierd uit de toewijzing voor onvoorziene behoeften, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, namelijk wanneer een land geen toegang heeft tot normale programmeerbare middelen als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder a), van die bijlage. Deze speciale ondersteuningsprogramma's -en acties die gefinancierd worden uit de toewijzing voor onvoorziene behoeften voldoen aan de bepalingen van de voorgaande leden en houden rekening met de bijzondere overwegingen die in artikel 5, lid 4, onder c), van deze verordening zijn opgenomen. Zij worden vastgesteld door de Commissie volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde beheersprocedure.

Artikel 5

Evaluaties

  • 1. 
    De strategiedocumenten en de meerjarige indicatieve programma's, alsmede de in artikel 4, lid 7, van deze verordening bedoelde speciale ondersteuningsprogramma's en -acties, worden onderworpen aan jaarlijkse evaluaties, tussentijdse evaluaties en eindevaluaties, en indien nodig ad-hocevaluaties. Die evaluaties worden ter plaatse door de Commissie en het betrokken partnerland of de betrokken partnerregio uitgevoerd overeenkomstig artikel 5 van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en opgesteld uitgaande van de in de artikelen 1 en 2 bedoelde algemene beginselen van coördinatie, eigen inbreng en doeltreffendheid van hulp. Indien nodig, worden de strategiedocumenten en de meerjarige indicatieve programma's ook onderworpen aan ad-hocevaluaties tussen de jaarlijkse evaluaties, tussentijdse evaluaties en eindevaluaties door, overeenkomstig artikel 3, lid 5, van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst.
  • 2. 
    De tussentijdse evaluaties en de eindevaluaties zijn een integrerend onderdeel van het programmeringsproces. Daarin worden het strategiedocument, met inbegrip van de meerjarige aanpassingsstrategieën voor de landen van het suikerprotocol en alle andere programma's die worden gefinancierd uit hoofde van de in artikel 4, lid 4, bedoelde communautaire instrumenten, en het meerjarige indicatieve programma, beoordeeld in het licht van de actuele behoeften en prestaties. De evaluatie omvat tevens, voor zover mogelijk, een effectbeoordeling van de ontwikkelingssamenwerking van de Gemeenschap aan de hand van de in artikel 1, lid 1, bedoelde algemene doelstelling van het uitbannen van armoede, de in de ondersteuningsstrategie opgenomen doelstellingen, toegewezen middelen en indicatoren en een beoordeling van de naleving van de artikelen 1 en 2 bedoelde principes van doeltreffendheid van hulp en van de mogelijkheden om die principes te bevorderen. Naar aanleiding van de tussentijdse evaluatie of van de eindevaluatie:
 

a)

kunnen de ondersteuningsstrategieën en het meerjarige indicatieve programma worden aangepast als de evaluatie specifieke problemen of een gebrek aan vooruitgang in de richting van de doelstellingen en aangegeven resultaten aan het licht heeft gebracht, of wanneer de omstandigheden zijn veranderd, onder meer ten gevolge van voortschrijdende harmonisatieprocessen zoals arbeidsverdeling onder de Commissie en de lidstaten en eventueel andere donoren;

 

b)

kunnen de nationale en de regionale meerjarige indicatieve toewijzing worden verhoogd of verlaagd in het licht van de actuele behoeften en prestaties.

  • 3. 
    De jaarlijkse operationele evaluaties worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 5, lid 4, van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst. Wanneer nieuwe of bijzondere behoeften zijn ontstaan, bedoeld in artikel 3, lid 5, en artikel 9, lid 2, van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, bijvoorbeeld als gevolg van een postcrisissituatie, of wanneer er sprake is van uitzonderlijke prestaties, namelijk dat de meerjarige indicatieve toewijzing volledig is vastgelegd en aanvullende financiering kan worden geabsorbeerd, terwijl een effectief armoedebestrijdingsbeleid en een gezond financieel beheer worden gevoerd, kan de meerjarige indicatieve toewijzing na de afronding van de jaarlijkse operationele evaluatie worden verhoogd.

De algemene resultaten van de jaarlijkse operationele evaluaties worden aan het EOF gepresenteerd met het oog op een gedachtewisseling, overeenkomstig artikel 11, lid 4, van deze verordening.

  • 4. 
    Wanneer nieuwe of bijzondere behoeften zijn ontstaan of wanneer er sprake is van uitzonderlijke prestaties, als bedoeld in lid 3 van dit artikel, of wanneer de uitzonderlijke omstandigheden bedoeld in de artikelen 72 en 73 van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst zich voordoen, kan op verzoek van de betrokken ACS-staat of van de Commissie een ad-hocevaluatie worden uitgevoerd. De Commissie houdt rekening met verzoeken om ad-hocevaluaties van de lidstaten. Het optreden van plotselinge en onvoorspelbare ernstige humanitaire, economische en sociale moeilijkheden van uitzonderlijke aard die het gevolg zijn van natuurrampen, door mensen veroorzaakte crises, zoals oorlogen en andere conflicten, postconflictsituaties of bedreigingen voor de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten of de fundamentele vrijheden, of buitengewone omstandigheden in een land of een regio met vergelijkbare gevolgen, kan beschouwd worden als een situatie die uitvoering van een ad-hocevaluatie rechtvaardigt.
 

a)

Naar aanleiding van de ad-hocevaluatie kunnen de in artikel 8 bedoelde bijzondere maatregelen worden voorgesteld. Wanneer dat nodig is, kan de toewijzing voor het meerjarige indicatieve programma of het speciale actieprogramma worden verhoogd, binnen de grenzen van de beschikbare middelen zoals vastgesteld in artikel 2 van het Intern Akkoord. Wanneer er geen strategiedocument is ondertekend, kan speciale ondersteuning worden gefinancierd uit het bedrag voor onvoorziene behoeften, bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst.

 

b)

De te nemen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met en een aanvulling vormen op andere communautaire instrumenten, waaronder het in artikel 4, lid 4, bedoelde instrument voor humanitaire hulp.

 

c)

Wanneer partnerlanden of groepen van partnerlanden rechtstreeks betrokken zijn bij of getroffen worden door een crisis of een postcrisissituatie, wordt bij de meerjarenprogrammering bijzondere nadruk gelegd op versterking van de coördinatie tussen hulp, rehabilitatie en ontwikkeling, om hen bij de overgang van een noodsituatie naar de ontwikkelingsfase te helpen. Voor de landen en regio's waar zich regelmatig natuurrampen voordoen, ligt de nadruk op de voorbereiding op en het voorkomen van rampen.

  • 5. 
    Wanneer zich nieuwe behoeften voordoen, zoals bedoeld in Verklaring VI, Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 12, lid 2, van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst (over intra-ACS-samenwerking), kan een verhoging van de programmeerbare toewijzing voor intra-ACS-samenwerking worden gefinancierd uit de intra-ACS-reserves binnen de algemene limieten die in artikel 2, onder b), van het Intern Akkoord zijn vastgesteld.
  • 6. 
    Wijzigingen van de ondersteuningsstrategie en/of de middelentoewijzing naar aanleiding van een van de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde evaluaties worden door de Commissie goedgekeurd volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde beheersprocedure. Aanvullingen op strategiedocumenten, met inbegrip van de meerjarige indicatieve programma's, of op speciale ondersteuningsprogramma's worden vervolgens door de Gemeenschap en de betrokken ACS-staat of -regio in onderling overleg goedgekeurd en zijn dan voor de Gemeenschap en die staat of regio bindend.

TITEL III

UITVOERING

Artikel 6

Algemeen uitvoeringskader

De uitvoering van de steun voor ACS-staten en -regio's die op grond van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst door de Commissie wordt beheerd, geschiedt overeenkomstig bijlage IV bij die overeenkomst en het financieel reglement bedoeld in artikel 10, lid 2, van het Intern Akkoord en overeenkomstig de beginselen van eigen inbreng en doeltreffendheid van de hulp, als bedoeld in artikel 1.

Artikel 7

Jaarlijkse actieprogramma's

  • 1. 
    De Commissie keurt jaarlijkse actieprogramma's goed die zijn opgesteld op basis van de in artikel 4 bedoelde strategiedocumenten en meerjarige indicatieve programma's.

In uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer een jaarlijks actieprogramma nog niet is goedgekeurd, kan de Commissie op basis van de strategiedocumenten en meerjarige indicatieve programma's volgens dezelfde regels en procedures maatregelen buiten de jaarlijkse actieprogramma's om goedkeuren.

  • 2. 
    De jaarlijkse actieprogramma's worden opgesteld door de Commissie samen met het partnerland of de partnerregio, met betrokkenheid van de lokaal vertegenwoordigde lidstaten en waar dienstig in coördinatie met andere donoren, met name bij gezamenlijke programmering, en het EIB. De jaarlijkse actieprogramma's omschrijven de algemene context en beoordelen de communautaire bijstand en de opgedane ervaring, ook wat betreft begrotingssteun, met name op basis van de jaarlijkse operationele evaluaties bedoeld in artikel 5, lid 3. In de programma's worden de doelstellingen, de gebieden waarop maatregelen worden genomen, het totale bedrag van de geplande financiering en de bedragen die voor elke activiteit worden toegewezen, vermeld. Zij omvatten onder meer gedetailleerde individuele fiches voor elke voorgenomen activiteit, die een analyse bevatten van de specifieke context van de sector, een omschrijving van de te financieren maatregelen, de voornaamste belanghebbenden, de verwachte resultaten op basis van kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren, een indicatief tijdschema voor de uitvoering en, in geval van begrotingssteun, de criteria voor uitbetaling, met inbegrip van mogelijke variabele schijven. De doelstellingen zijn objectief, meetbaar, realistisch en hebben ijkpunten in de tijd, en worden zoveel mogelijk afgestemd op de eigen doelstellingen en ijkpunten van het partnerland of de partnerregio. Zij vermelden hoe rekening is gehouden met lopende of voorgenomen EIB-activiteiten.
  • 3. 
    De jaarlijkse actieprogramma''s worden door de Commissie goedgekeurd volgens de in artikel 11, lid 3, van deze verordening bedoelde beheersprocedures. Elke lidstaat mag vragen dat een project of programma uit het jaarlijkse actieprogramma verwijderd wordt. Indien dit verzoek wordt gesteund door een blokkerende minderheid van lidstaten, zoals bepaald in artikel 8, lid 3, in samenhang met artikel 8, lid 2, van het Intern Akkoord, wordt het jaarlijkse actieprogramma zonder het betrokken project of programma door de Commissie goedgekeurd volgens de beheersprocedures van artikel 11, lid 3, van deze verordening. Het verwijderde project of programma wordt, in een later stadium, opnieuw aan het EOF-comité voorgelegd buiten het jaarlijkse actieprogramma om zoals bepaald in lid 1, tweede alinea, van dit artikel, in de vorm van een financieringsvoorstel dat vervolgens door de Commissie goedgekeurd wordt volgens de in artikel 11, lid 3, van deze verordening bedoelde beheersprocedure.
  • 4. 
    Wijzigingen in jaarlijkse actieprogramma's of in maatregelen waarin niet is voorzien in de jaarlijkse actieprogramma's worden aangenomen volgens de in artikel 11, lid 3, van deze verordening bedoelde beheersprocedure. Als de wijzigingen in een jaarlijks actieprogramma of in maatregelen waarin niet is voorzien in de jaarlijkse actieprogramma's niet meer dan 20 % van de oorspronkelijke projecten, programma's of de geconsolideerde toewijzing daarvan betreffen, maar niet meer dan 10 miljoen EUR bedragen, worden deze door de Commissie goedgekeurd, voor zover de wijziging de oorspronkelijke, in het besluit van de Commissie vastgestelde doelstellingen onverlet laat. De Commissie stelt het EOF-comité binnen een maand van een dergelijke wijziging op de hoogte.
  • 5. 
    Specifieke actieprogramma's worden door de Commissie goedgekeurd volgens de beheersprocedure van artikel 11, lid 3, waar het gaat om ondersteunende uitgaven als bedoeld in artikel 6, lid 2, van het Intern Akkoord die niet onder de meerjarige indicatieve programma's vallen. Wijzigingen van de actieprogramma's voor ondersteunende uitgaven worden goedgekeurd volgens het bepaalde in lid 4 van dit artikel.
  • 6. 
    De in het land of de regio vertegenwoordigde lidstaten, andere belanghebbende lidstaten, en waar dienstig, de EIB, worden door de Commissie regelmatig op de hoogte gesteld van de tenuitvoerlegging van de communautaire projecten en programma's. De lidstaten en de EIB stellen de Commissie regelmatig op nationaal of regionaal niveau op de hoogte van de samenwerkingsactiviteiten die zij uitvoeren of programmeren, in elk specifiek land of elke specifieke regio.
  • 7. 
    Overeenkomstig artikel 11, lid 4, van deze verordening, kan elke lidstaat op ieder ogenblik verzoeken om op de agenda van het EOF-comité een gedachtewisseling over tenuitvoerleggingskwesties op te nemen met betrekking tot een specifiek project of programma dat door de Commissie wordt beheerd. Die gedachtewisseling mag ook gaan over de manier waarop de Commissie de criteria voor uitbetaling van de in lid 2 van dit artikel bedoelde begrotingssteun toepast.

Artikel 8

Vaststelling van bijzondere maatregelen

  • 1. 
    In de in artikel 5, lid 4, bedoelde gevallen kan de Commissie bijzondere maatregelen vaststellen waarin de strategiedocumenten of de meerjarige indicatieve programma's niet voorzien, overeenkomstig artikel 2, lid 5.
  • 2. 
    Voor bijzondere maatregelen worden de doelstellingen, de terreinen waarop maatregelen worden getroffen, de beoogde begunstigden, de verwachte resultaten, de beheersprocedures en het totale bedrag van de financiering vastgesteld. Zij bevatten een beschrijving van de te financieren acties, een indicatie van de overeenkomstige bedragen van de financiering en het indicatief tijdschema voor de uitvoering. Zij bevatten een definitie van het soort prestatie-indicatoren die tijdens de uitvoering van de bijzondere maatregelen moeten worden gevolgd. Die indicatoren houden waar dienstig rekening met de monitoringsystemen van het partnerland of de partnerregio.
  • 3. 
    Bijzondere maatregelen van meer dan 10 miljoen EUR worden door de Commissie volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde beheersprocedure goedgekeurd. In het geval van bijzondere maatregelen die minder dan 10 miljoen EUR kosten, wordt het EOF-comité binnen een maand na goedkeuring door de Commissie ingelicht. Overeenkomstig artikel 11, lid 4, kan elke lidstaat op ieder ogenblik verzoeken om op de agenda van het EOF-comité een gedachtewisseling over deze maatregelen op te nemen. Die gedachtewisseling kan leiden tot het formuleren van aanbevelingen waarmee de Commissie rekening zal houden.
  • 4. 
    Wijziging van de bijzondere maatregelen, zoals technische aanpassing, verlenging van de uitvoeringstermijn, herschikking van de kredieten binnen de begroting, verhoging of verlaging van de begroting met een bedrag van minder dan 20 % van de oorspronkelijke begroting, maar met maximaal 10 miljoen EUR, hoeft niet volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde beheersprocedure te geschieden, voor zover de wijziging de oorspronkelijke, in het besluit van de Commissie vastgestelde doelstellingen onverlet laat. Dergelijke technische aanpassingen worden binnen één maand ter kennis van de lidstaten gebracht.
  • 5. 
    Over die speciale maatregelen wordt jaarlijks op basis van een door de Commissie opgesteld rapport van gedachten gewisseld in het EOF-comité.

Artikel 9

Medefinanciering en aanvullende bijdragen van de lidstaten

  • 1. 
    Van medefinanciering is sprake wanneer een project of programma uit verschillende bronnen wordt gefinancierd.
 

a)

In geval van parallelle medefinanciering wordt het project of programma in een aantal duidelijk te onderscheiden componenten opgedeeld, die elk worden gefinancierd door de verschillende partners die de medefinanciering verstrekken, en wel zo dat de bestemming van de financiering altijd traceerbaar is.

 

b)

In geval van gemeenschappelijke medefinanciering worden de totale kosten van het project of programma verdeeld tussen de partners die de medefinanciering verstrekken en worden de geldmiddelen gemeenschappelijk ingebracht, en wel zo dat het niet mogelijk is de financieringsbron van een specifieke activiteit in het kader van het project of programma na te gaan.

  • 2. 
    Wanneer de Commissie bij een regeling voor gemeenschappelijke medefinanciering betrokken is, wordt de uitvoeringsregeling voor de middelen, waar dienstig met inbegrip van een gemeenschappelijke evaluatie en de dekking van de eventuele administratieve uitgaven van de instantie die met het beheer van de bijeengebrachte middelen belast is, vastgelegd in een financieringsovereenkomst volgens de regels en procedures van het financieel reglement, bedoeld in artikel 10, lid 2, van het Intern Akkoord.

Wanneer de Commissie middelen ontvangt en beheert namens

 

a)

de lidstaten en hun regionale en lokale overheden, in het bijzonder overheids- of semioverheidsinstanties,

 

b)

andere donorlanden, met name hun overheids- en semioverheidsinstanties,

 

c)

internationale en regionale organisaties, met name internationale en regionale financiële instellingen,

voor de uitvoering van gezamenlijke maatregelen, worden die middelen overeenkomstig het in artikel 10, lid 2, van het Intern Akkoord bedoelde financieel reglement behandeld als bestemmingsontvangsten en als zodanig in de jaarlijkse actieprogramma's opgenomen. Er wordt toegezien op de zichtbaarheid van de bijdragen van de lidstaten.

Wanneer de Commissie de in lid 2, onder a), bedoelde entiteiten middelen toevertrouwt met het oog op de financiering van overheidstaken, en met name de uitvoering van het EOF, wordt de medefinanciering in de jaarlijkse actieprogramma's vermeld en gemotiveerd en wordt voor de zichtbaarheid van de EOF-bijdrage gezorgd.

  • 3. 
    Wanneer de EIB wordt aangewezen om een regeling voor gemeenschappelijke medefinanciering te beheren, wordt de uitvoeringsregeling die op de betrokken middelen van toepassing is, met inbegrip, waar dienstig, van de dekking van de administratieve uitgaven van de EIB, opgesteld overeenkomstig de statuten en het intern reglement van de EIB.
  • 4. 
    Teneinde de doelstellingen van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst te helpen verwezenlijken, kunnen de lidstaten de Commissie of de EIB op eigen initiatief vrijwillige bijdragen verstrekken overeenkomstig artikel 1, lid 9, van het Intern Akkoord, buiten de medefinancieringsregelingen om. Die bijdragen laten de algemene middelentoewijzing uit hoofde van het 10e EOF onverlet en het reserveren van middelen geschiedt alleen indien de omstandigheden zulks rechtvaardigen, bijvoorbeeld als reactie op de uitzonderlijke omstandigheden bedoeld in artikel 5, lid 4. De aanvullende middelen worden opgenomen in de programmerings- en evaluatieprocessen en in de jaarlijkse actieprogramma's bedoeld in deze verordening en doen recht aan de eigen inbreng van partnerlanden of -regio's. Vrijwillige bijdragen die aan de Commissie zijn verstrekt, worden overeenkomstig het in artikel 10, lid 2, van het Intern Akkoord bedoelde financieel reglement behandeld als bestemmingsontvangsten. Zij worden op dezelfde manier behandeld als de gewone bijdragen bedoeld in artikel 1, lid 2, van het Intern Akkoord, behalve wat betreft de bepalingen in de artikelen 6 en 7 van het Intern Akkoord, waarvoor specifieke regelingen kunnen worden vastgesteld in een bilaterale bijdrageovereenkomst.
  • 5. 
    Lidstaten die de Commissie of de EIB vrijwillige aanvullende bijdragen verstrekken om de doelstellingen van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst te helpen verwezenlijken, stellen de Raad en het EOF-comité tevoren van hun voornemen in kennis. Het reserveren van middelen wordt naar behoren verantwoord en alle daaruit voortvloeiende wijzigingen van de jaarlijkse actieprogramma's of de ondersteuningsstrategieën worden door de Commissie goedgekeurd volgens de beheersprocedures van artikel 11, lid 3.

Artikel 10

Deelname van een derde land of een derde regio

Met het oog op de samenhang en de doeltreffendheid van de communautaire bijstand kan de Commissie besluiten dat ontwikkelingslanden die geen ACS-staat zijn, en organisaties voor regionale samenwerking en integratie waaraan ACS-staten deelnemen, indien zij in aanmerking komen voor communautaire bijstand uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1905/2006, Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (14), alsmede LGO die in aanmerking komen voor communautaire bijstand uit hoofde van Besluit 2001/822/EG, en de ultraperifere gebieden van de Gemeenschap, in aanmerking komen voor de middelen bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), i), van het Intern Akkoord, wanneer het betrokken project of programma van regionale of grensoverschrijdende aard is en voldoet aan artikel 6 van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst. In de strategiedocumenten en meerjarige indicatieve programma's en bij de in artikel 8 bedoelde bijzondere maatregelen kan in deze financieringsmogelijkheid worden voorzien. De financieringsmogelijkheden worden opgenomen in de jaarlijkse actieprogramma's.

TITEL IV

BESLUITVORMINGSPROCEDURES

Artikel 11

Taken van het EOF-comité

  • 1. 
    Het overeenkomstig artikel 8 van het Intern Akkoord ingestelde EOF-comité brengt volgens de beheersprocedures van lid 3 van dit artikel advies uit over inhoudelijke kwesties ten aanzien van de ontwikkelingssamenwerking op het niveau van landen en regio's en het intra-ACS-niveau die gefinancierd wordt uit het tiende EOF en de andere communautaire financieringsbronnen, bedoeld in artikel 4, lid 3.
  • 2. 
    De taken van het EOF-comité hebben betrekking op de taken die in titel II en titel III van deze verordening uiteengezet worden:
 

a)

programmering van de steun van de Gemeenschap in het kader van het tiende EOF en evaluatie daarvan, waarbij met name wordt gelet op de nationale, regionale en intra-ACS-strategieën; en

 

b)

toezicht op de uitvoering van de steun van de Gemeenschap, met inbegrip van onder meer het effect van hulp op de terugdringing van armoede, sectorale aspecten, transsectorale kwesties, de wijze waarop de coördinatie met de lidstaten en andere donoren in het veld functioneert en de vooruitgang inzake de in artikel 1 bedoelde algemene beginselen van doeltreffendheid van hulp.

  • 3. 
    In de gevallen waarin het EOF-comité advies moet uitbrengen, legt de vertegenwoordiger van de Commissie binnen de termijnen vastgesteld in het besluit van de Raad over het reglement van orde van het EOF-comité bedoeld in artikel 8, lid 5, van het Intern Akkoord, het comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het EOF-comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de voorzitter naar gelang van de urgentie van de aangelegenheid kan vaststellen, maar die ten hoogste 30 dagen mag bedragen. Ook de EIB neemt aan de gedachtewisseling deel. Het advies wordt uitgebracht met de gekwalificeerde meerderheid van stemmen als voorgeschreven in artikel 8, lid 3, van het Intern Akkoord, waarbij de stemmen van de lidstaten worden gewogen als vastgesteld in artikel 8, lid 2, van het Intern Akkoord.

Wanneer het EOF-comité advies heeft uitgebracht, stelt de Commissie maatregelen vast, die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien deze maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies dat het EOF-comité heeft uitgebracht, worden zij onverwijld door de Commissie ter kennis van de Raad gebracht. In dat geval stelt de Commissie de toepassing van de maatregelen uit voor een maximale termijn van in beginsel 30 dagen na deze kennisgeving, die in uitzonderlijke omstandigheden met maximaal 30 dagen kan worden verlengd. De Raad kan binnen deze termijn met dezelfde gekwalificeerde meerderheid van stemmen als die welke voor het EOF-comité geldt, een andersluidend besluit nemen.

  • 4. 
    Het EOF-comité wisselt van gedachten over de algemene conclusies van de jaarlijkse operationele evaluaties en van het jaarverslag, bedoeld in artikel 14, lid 3. Elke lidstaat kan ook verzoeken om een gedachtewisseling over de evaluaties bedoeld in artikel 15, lid 2.

Elke lidstaat kan de Commissie te allen tijde verzoeken het EOF-comité informatie te verstrekken en een gedachtewisseling te houden over kwesties die betrekking hebben op de in lid 2 omschreven taken.

Die gedachtewisselingen kunnen ertoe leiden dat lidstaten aanbevelingen formuleren waarmee de Commissie rekening zal houden.

  • 5. 
    Het EOF-comité bespreekt op basis van de conclusies van de Commissie ook de samenhang en complementariteit van de steun van de Gemeenschap en die van de lidstaten, en in voorkomend geval van andere donoren, overeenkomstig de artikelen 1 en 2.

Artikel 12

De vredesfaciliteit voor Afrika

In vervolg op de conclusies van de Raad van 11 april 2006 om de vredesfaciliteit voor Afrika voor de eerste periode (2008-2010) te financieren voor een bedrag van 300 miljoen EUR uit het tiende EOF, worden in het kader van het indicatieve programma voor intra-ACS-samenwerking middelen uitgetrokken voor de vredesfaciliteit voor Afrika. Daarvoor gelden specifieke beheersprocedures.

 

a)

Op verzoek van de Afrikaanse Unie wordt met de instemming van het ACS-EG-Comité van ambassadeurs door de Commissie een actieprogramma opgesteld voor de periode van 2008 tot en met 2010. In het actieprogramma worden onder meer de doelstellingen, de aard en de reikwijdte van mogelijke maatregelen en de uitvoeringsregelingen vastgesteld, alsmede een overeengekomen vorm voor referentiedocumenten, verzoeken en verslagen. In een bijlage bij het actieprogramma worden de specifieke besluitvormingsprocedures voor elke mogelijke maatregel omschreven, naar gelang van de aard, omvang en urgentie ervan.

 

b)

Dit actieprogramma, met inbegrip van de onder a) bedoelde bijlage, en alle wijzigingen daarin, wordt besproken door de bevoegde voorbereidende werkgroepen van de Raad en het Politiek en Veiligheidscomité, en goedgekeurd door het Coreper met gekwalificeerde meerderheid van stemmen als bepaald in artikel 8, lid 3, van het Intern Akkoord, en vervolgens aangenomen door de Commissie volgens de beheersprocedures van artikel 11, lid 3, van deze verordening.

 

c)

Het actieprogramma, met uitzondering van de onder a) bedoelde bijlage, is de basis voor de financieringsovereenkomst die tussen de Commissie en de Afrikaanse Unie zal worden gesloten.

 

d)

Elke maatregel die uit hoofde van de financieringsovereenkomst wordt uitgevoerd, wordt van tevoren goedgekeurd door het Comité voor politieke en veiligheidsvraagstukken; de bevoegde voorbereidende werkgroepen van de Raad worden ruim op tijd voordat de maatregelen worden voorgelegd aan het Politiek en Veiligheidscomité ingelicht en geraadpleegd, volgens de specifieke besluitvormingsprocedures bedoeld onder a), om ervoor te zorgen dat, afgezien van de militaire en de veiligheidsdimensie, ook de ontwikkelingsaspecten van de voorgenomen maatregelen in acht worden genomen. Speciale aandacht wordt daarbij geschonken aan activiteiten die worden erkend als officiële ontwikkelingshulp (ODA).

 

e)

De Commissie brengt ter informatie van het EOF-comité en de Raad jaarlijks, en op verzoek van een van beide, een activiteitenverslag uit over het gebruik van de middelen, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen met ODA en niet met ODA verband houdende verplichtingen en uitbetalingen.

 

f)

In 2010 wordt een evaluatie verricht van de procedures van de vredesfaciliteit voor Afrika en de mogelijkheden voor toekomstige alternatieve financieringsbronnen, waaronder financiering in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

Artikel 13

Het IF-comité

  • 1. 
    Het overeenkomstig artikel 9 van het Intern Akkoord onder auspiciën van de EIB ingestelde IF-comité, is samengesteld uit vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten en een vertegenwoordiger van de Commissie. Iedere regering benoemt één vertegenwoordiger en wijst één plaatsvervanger aan. De Commissie gaat voor haar vertegenwoordiger op dezelfde wijze te werk. Met het oog op de continuïteit wordt de voorzitter van het IF-comité gekozen door en onder de leden van het IF-comité voor een periode van twee jaar. De EIB verzorgt het secretariaat en de ondersteunende dienstverlening van het comité. Slechts de door de lidstaten benoemde leden van het IF-comité of hun plaatsvervangers hebben stemrecht.

De Raad stelt met eenparigheid van stemmen het reglement van orde van het IF-comité vast op basis van een door de EIB na raadpleging van de Commissie opgesteld voorstel.

Het IF-comité besluit bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen. De stemmen worden gewogen zoals bepaald in artikel 8 van het Intern Akkoord.

Het IF-comité komt ten minste viermaal per jaar bijeen. Daarnaast kan het bijeenkomen op verzoek van de EIB of van leden van het comité, zoals bepaald in het reglement van orde. Voorts kan het IF-comité schriftelijk advies uitbrengen, onder de in zijn intern reglement vastgestelde voorwaarden.

  • 2. 
    Het IF-comité hecht zijn goedkeuring aan:
 

a)

richtsnoeren voor de implementatie van de Investeringsfaciliteit, het kader voor de beoordeling van het effect op de ontwikkeling voorstellen voor de herziening ervan;

 

b)

de investeringsstrategieën en de bedrijfsplannen van de Investeringsfaciliteit, met inbegrip van prestatie-indicatoren, overeenkomstig de doelstellingen van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en de algemene beginselen van het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap;

 

c)

de jaarverslagen van de Investeringsfaciliteit;

 

d)

alle algemene beleidsdocumenten, met inbegrip van evaluatierapporten, betreffende de Investeringsfaciliteit.

  • 3. 
    Voorts brengt het IF-comité advies uit over:
 

a)

voorstellen voor de toekenning van rentesubsidie uit hoofde van artikel 2, lid 7, en artikel 4, lid 2, van bijlage II bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst. In dergelijke gevallen brengt het IF-comité tevens advies uit over het gebruik van deze rentesubsidie. Om het goedkeuringsproces voor kleine interventies te stroomlijnen, kan het IF-comité gunstig advies uitbrengen over voorstellen van de EIB voor een algemene toewijzing van rentesubsidies die vervolgens, zonder dat nader advies van het IF-comité en/of de Commissie nodig is, door het EIB specifiek worden toegewezen aan individuele projecten volgens in de algemene toewijzing bepaalde criteria, met inbegrip van de maximale toewijzing van rentesubsidie per project;

 

b)

voorstellen voor een IF-investering voor projecten waarvoor de Commissie een negatief advies heeft uitgebracht;

 

c)

andere voorstellen betreffende de Investeringsfaciliteit, op basis van de algemene beginselen zoals vastgelegd in de operationele richtsnoeren.

De bestuursorganen van de EIB kunnen voorts van tijd tot tijd het IF-comité verzoeken advies uit te brengen over alle financieringsvoorstellen of bepaalde categorieën financieringsvoorstellen.

  • 4. 
    Het is de taak van de EIB om iedere kwestie waarvoor de goedkeuring of het advies van het IF-comité is vereist, zoals bepaald in de leden 1, 2 en 3, tijdig aan het IF-comité voor te leggen. De voorstellen die voor advies aan het comité worden voorgelegd, moeten worden gedaan overeenkomstig de desbetreffende criteria en beginselen die in de operationele richtsnoeren zijn vastgelegd.
  • 5. 
    De EIB werkt nauw samen met de Commissie en coördineert, indien van toepassing, zijn optreden met dat van andere donoren. In het bijzonder geldt het volgende:
 

a)

samen met de Commissie stelt de EIB de richtsnoeren op, en herziet zij deze, voor de in lid 2, onder a), bedoelde implementatie van de Investeringsfaciliteit. De EIB is verantwoordelijk voor de naleving van de richtsnoeren en draagt er zorg voor dat bij de projecten die zij steunt de internationale normen op sociaal en milieugebied worden nageleefd en dat zij sporen met de doelstellingen van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en de algemene beginselen van het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap en met de betrokken samenwerkingsstrategie voor het land of de regio;

 

b)

de EIB vraagt de Commissie van tevoren om advies over investeringsstrategieën, bedrijfsplannen en algemene beleidsdocumenten;

 

c)

de EIB stelt de Commissie, overeenkomstig artikel 14, lid 2, in kennis van de projecten die zij steunt en vraagt de Commissie in de fase van de beoordeling van een project om advies over de conformiteit van projecten met de samenwerkingsstrategie voor het land of de regio of, in voorkomend geval, de algemene doelstellingen van de Investeringsfaciliteit;

 

d)

met uitzondering van de rentesubsidies die onder de algemene toewijzing, bedoeld in lid 3, onder a), vallen, verzoekt de EIB de Commissie in de fase van de beoordeling van een project tevens om instemming betreffende aan het IF-comité gedane voorstellen voor rentesubsidie, wat de overeenstemming ervan betreft met artikel 2, lid 7, en artikel 4, lid 2, van bijlage II bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en met de in de operationele richtsnoeren van de Investeringsfaciliteit vastgestelde criteria.

De Commissie wordt geacht een positief advies te hebben uitgebracht of met het voorstel te hebben ingestemd, tenzij zij uiterlijk twee weken na de indiening van het voorstel een negatief advies uitbrengt. Wanneer de Commissie wordt gevraagd om advies over projecten in de overheidssector of de financiële sector of om instemming met rentesubsidies, kan zij verzoeken dat het definitieve projectvoorstel haar wordt voorgelegd twee weken voor het naar het IF-comité wordt gezonden.

  • 6. 
    De EIB onderneemt geen in lid 2 vermelde actie tenzij het IF-comité een positief advies heeft uitgebracht.

Indien het IF-comité een positief advies uitbrengt, besluit de EIB over het voorstel overeenkomstig haar eigen procedures. Meer bepaald kan zij besluiten het voorstel niet uit te voeren. De EIB stelt het IF-comité en de Commissie op gezette tijden in kennis van gevallen waarin zij heeft besloten een actie niet te ondernemen.

Voor leningen uit haar eigen middelen en voor IF-investeringen waarvoor het advies van het IF-comité niet is vereist, besluit de EIB overeenkomstig haar eigen procedures en, in het geval van de Investeringsfaciliteit, overeenkomstig de door het IF-comité goedgekeurde richtsnoeren en investeringsstrategieën.

Ondanks een negatief advies van het IF-comité betreffende een voorstel tot toekenning van een rentesubsidie, kan de EIB de desbetreffende lening zonder rentesubsidie toekennen. De EIB stelt het IF-comité en de Commissie op gezette tijden in kennis van de gevallen waarin zij hiertoe heeft besloten.

Onder voorbehoud van in de operationele richtsnoeren vastgestelde voorwaarden en op voorwaarde dat de hoofddoelstelling van de lening of IF-investering niet wordt gewijzigd, kan de EIB besluiten tot wijziging van de voorwaarden van een IF-lening of -investering waarover het IF-comité overeenkomstig lid 2 een positief advies heeft gegeven of een lening waarvoor het IF-comité een positief advies betreffende de rentesubsidie heeft uitgebracht. In het bijzonder kan de EIB besluiten het bedrag van de lening of de IF-investering met maximaal 20 % te verhogen.

Voor projecten met rentesubsidie die onder artikel 2, lid 7, van bijlage II bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst vallen, kan een dergelijke verhoging gepaard gaan met een proportionele verhoging van de waarde van de rentesubsidie. De EIB stelt het IF-comité en de Commissie op gezette tijden in kennis van de gevallen waarin zij hiertoe heeft besloten. Indien voor projecten die onder artikel 2, lid 7, van bijlage II bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst vallen, om verhoging van de waarde van de subsidie wordt verzocht, moet het IF-comité advies uitbrengen vóór de EIB deze afhandelt.

  • 7. 
    De EIB beheert de IF-investeringen en alle middelen die zij namens de Investeringsfaciliteit aanhoudt overeenkomstig de doelstellingen van de overeenkomst. Zij mag met name zitting hebben in de beheers- en toezichtsorganen van de rechtspersonen waarin door de Investeringsfaciliteit is geïnvesteerd en mag transigeren, kwijting verlenen en de rechten die zij namens de Investeringsfaciliteit houdt, wijzigen overeenkomstig de operationele richtsnoeren.

TITEL V

SLOTBEPALINGEN

Artikel 14

Monitoring en rapportage over de voortgang bij de implementatie van EOF-bijstand

  • 1. 
    De Commissie en de EIB houden, elk voor zover zij betrokken is, toezicht op het gebruik van de EOF-bijstand door de begunstigden.
  • 2. 
    De EIB houdt de Commissie regelmatig op de hoogte van de uitvoering van de projecten en programma's die uit de door haar beheerde middelen van het tiende EOF worden gefinancierd, overeenkomstig de procedures die zijn vastgesteld in de operationele richtsnoeren van de Investeringsfaciliteit.
  • 3. 
    De Commissie onderzoekt de vooruitgang bij de uitvoering van het tiende EOF en brengt aan de Raad jaarlijks verslag uit over de uitvoering en de resultaten en, voor zover mogelijk, de voornaamste resultaten en effecten van de hulp. Dit verslag wordt tevens toegezonden aan het EOF-comité met het oog op een gedachtewisseling, aan het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Het bevat gegevens met betrekking tot het voorafgaande jaar inzake de gefinancierde maatregelen, de resultaten van het toezicht en de evaluatie, de betrokkenheid van en de harmonisatie met de partners, onder meer uitvoering via gedelegeerde samenwerking als omschreven in het Financieel Reglement bedoeld in artikel 10, lid 2, van het Intern Akkoord, en de uitvoering van de vastleggings- en betalingskredieten per land en regio en per samenwerkingsterrein.

In het verslag worden de resultaten die de hulp heeft opgeleverd voor het uitroeien van armoede beoordeeld, voor zover mogelijk aan de hand van specifieke en meetbare indicatoren van de rol die de hulp heeft gespeeld bij het bereiken van de doelstellingen van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst. Die indicatoren zullen worden afgestemd op de toezichtsystemen van het partnerland of de partnerregio en op de indicatoren voor de monitoring van hun ontwikkelingsstrategie die de donorgemeenschap en het partnerland of de partnerregio gemeenschappelijk hebben.

Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de geboekte vooruitgang met betrekking tot de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.

De verslagen zullen ook ingaan op de vooruitgang bij de implementatie van de in artikel 1 van deze verordening genoemde beginselen van coördinatie, eigen inbreng en doeltreffendheid van hulp en op de begeleidende maatregelen van de economische partnerschapsovereenkomsten.

  • 4. 
    De EIB verstrekt het IF-comité informatie over de vooruitgang die is geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de Investeringsfaciliteit. Overeenkomstig artikel 6 ter van bijlage II bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst worden de algehele prestaties van de Investeringsfaciliteit halverwege de looptijd en aan het einde van de looptijd van het tiende EOF gezamenlijk getoetst. De tussentijdse evaluatie wordt uitgevoerd door onafhankelijke externe deskundigen, in samenwerking met de EIB en wordt ter beschikking gesteld van het IF-comité.
  • 5. 
    De Commissie legt de Raad in 2010 een voorstel voor over een algemene evaluatie van de prestaties die samen met de ACS zal worden gemaakt op basis van lid 7 van bijlage I b van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst. Bij die evaluatie worden de financiële prestaties beoordeeld, met name in welke mate de vastleggingen en betalingen zijn gerealiseerd, en de kwantitatieve en kwalitatieve prestaties, met name de resultaten en effecten, afgemeten aan de vooruitgang die is geboekt in de richting van verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. In de evaluatie zal worden nagegaan of de communautaire steun aan de ACS-landen beter kan worden afgestemd op de bestaande strategieën en programmerings- en begrotingscycli van partnerlanden of regio's, en of verdere harmonisatie tussen donoren mogelijk is, en zullen aanbevelingen worden gedaan over de wijze waarop dit moet gebeuren.

Artikel 15

Beoordeling

  • 1. 
    De Commissie en de EIB onderwerpen de resultaten van de toepassing van de geografische en thematische beleidslijnen en programma's en het sectoraal beleid en de doeltreffendheid van de programmering inzake de uitroeiing van armoede, eventueel door middel van externe onafhankelijke evaluaties, geregeld aan een beoordeling, om na te gaan of de doelstellingen zijn verwezenlijkt en om aanbevelingen voor verbeteringen in toekomstige maatregelen te kunnen doen. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de samenhang met het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap en de geboekte vooruitgang met betrekking tot de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.
  • 2. 
    Deze beoordelingen worden uitgevoerd in samenwerking met het partnerland of de partnerregio en in toenemende mate in coördinatie met de lokaal vertegenwoordigde lidstaten. Andere belangstellende lidstaten en, indien van toepassing, ook andere donoren worden hierbij betrokken. De Commissie streeft naar uitvoering van de aanbevelingen inzake de effectiviteit van de hulp met betrekking tot gezamenlijke beoordelingen.
  • 3. 
    De Commissie zendt de beoordelingsverslagen over landen en regio's ter informatie toe aan de Raad, het EOF-comité en de EIB. Overeenkomstig artikel 11, lid 4, mogen de lidstaten te allen tijde verzoeken dat specifieke evaluaties in het EOF-comité worden besproken. De resultaten zullen worden meegenomen in het ontwerp van de programma's en de toewijzing van middelen, donorcoördinatie en de effectiviteit van hulp.
  • 4. 
    Alle belanghebbenden, ook niet-overheidsactoren, worden door de Commissie bij de beoordeling van de bijstand van de Gemeenschap betrokken.

Artikel 16

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het geldt voor dezelfde periode als het Intern Akkoord.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 mei 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

F.-W. STEINMEIER

 

 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.