Richtlijn 2008/24 - Wijziging van Richtlijn 2006/48/EG betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen, wat de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden betreft

1.

Wettekst

20.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/38

 

RICHTLIJN 2008/24/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 11 maart 2008

tot wijziging van Richtlijn 2006/48/EG betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen, wat de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden betreft

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 47, lid 2, eerste en derde zin,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (2),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) bepaalt dat een aantal maatregelen dient te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (5).

 

(2)

Besluit 1999/468/EG is gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG, waardoor de regelgevingsprocedure met toetsing is ingevoerd voor de aanneming van maatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van een volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen basisbesluit, onder meer door sommige van deze niet-essentiële onderdelen te schrappen of door het besluit aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen.

 

(3)

Opdat de regelgevingsprocedure met toetsing kan worden toegepast op op grond van de procedure van artikel 251 van het Verdrag vastgestelde, reeds geldende besluiten, moeten, overeenkomstig de verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (6) betreffende Besluit 2006/512/EG, deze besluiten volgens de geldende procedures worden aangepast.

 

(4)

De Commissie moet de bevoegdheid worden gegeven om technische aanpassingen en uitvoeringsmaatregelen vast te stellen teneinde onder meer rekening te houden met technische ontwikkelingen op de financiële markten en een eenvormige toepassing van Richtlijn 2006/48/EG te waarborgen. Deze maatregelen hebben de volgende doelstellingen: verduidelijking van definities; wijziging van het toepassingsgebied van vrijstellingen; nadere uitwerking of aanvulling van de bepalingen van die richtlijn door middel van technische aanpassingen op het gebied van de bepaling van het eigen vermogen en op het gebied van de organisatie, berekening en beoordeling van risico’s en risicoposities. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2006/48/EG, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing.

 

(5)

Overeenkomstig Richtlijn 2006/48/EG zijn de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden beperkt in de tijd. In hun verklaring betreffende Besluit 2006/512/EG hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie gesteld dat Besluit 2006/512/EG een bevredigende horizontale oplossing biedt voor het verzoek van het Europees Parlement de uitvoering van de volgens de medebeslissingsprocedure aangenomen wetgevingsbesluiten te toetsen en dat aan de Commissie derhalve uitvoeringsbevoegdheden van onbeperkte duur moeten worden verleend. Het Europees Parlement en de Raad hebben ook verklaard erop te zullen toezien dat de voorstellen tot intrekking van bepalingen van besluiten die voorzien in een beperking in de tijd van de delegatie van de uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie met de grootste spoed worden aangenomen. Als gevolg van de invoering van de regelgevingsprocedure met toetsing, moet de bepaling van Richtlijn 2006/48/EG waarin een dergelijke beperking in de tijd is opgenomen, worden geschrapt.

 

(6)

De Commissie dient op gezette tijden de werking te controleren van de bepalingen betreffende de aan haar verleende uitvoeringsbevoegdheden, teneinde het Europees Parlement en de Raad in staat te stellen na te gaan of de reikwijdte van deze bevoegdheden en de aan de Commissie opgelegde procedurele vereisten adequaat zijn en borg staan voor doelmatigheid en democratische verantwoording.

 

(7)

Derhalve dient Richtlijn 2006/48/EG dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

 

(8)

Daar de bij deze richtlijn aan Richtlijn 2006/48/EG aangebrachte wijzigingen van technische aard zijn en alleen betrekking hebben op de comitéprocedure, dienen zij niet te worden omgezet door de lidstaten. Het is derhalve niet nodig daartoe bepalingen vast te stellen,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen

Richtlijn 2006/48/EG wordt als volgt gewijzigd:

 

1.

Artikel 150 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

het inleidende zinsdeel van lid 1 wordt vervangen door:

„1.   Onverminderd het voorstel dat de Commissie ingevolge artikel 62 zal indienen, worden wat betreft het eigen vermogen de op de onderstaande gebieden aan te brengen technische aanpassingen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn vastgesteld volgens de in artikel 151, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

 

b)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

 

i)

in het inleidende zinsdeel worden de woorden „volgens de in artikel 151, lid 2, bedoelde procedure” geschrapt;

 

ii)

de volgende alinea wordt toegevoegd:

„De maatregelen bedoeld in de punten a), b), c) en f), die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 151, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. De maatregelen bedoeld in de punten d) en e) worden vastgesteld volgens de procedure bedoeld in artikel 151, lid 2 bis.”;

 

c)

leden 3 en 4 worden geschrapt.

 

2.

Artikel 151 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.”;

 

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

„2 bis.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.”;

 

c)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   Uiterlijk op 31 december 2010, en vervolgens ten minste om de drie jaar, toetst de Commissie de bepalingen betreffende haar uitvoeringsbevoegdheden en dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de werking van deze bevoegdheden. In dit verslag wordt met name onderzocht of het noodzakelijk is dat de Commissie op deze richtlijn wijzigingen voorstelt teneinde een passende reikwijdte van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden te waarborgen. De conclusie volgens welke een wijziging al dan niet noodzakelijk is, wordt nader gemotiveerd. Indien noodzakelijk gaat het verslag vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging van de bepalingen betreffende de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden.”.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 11 maart 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

  • J. 
    LENARČIČ
 

  • (3) 
    Advies van het Europees Parlement van 14 november 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 3 maart 2008.
 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.