Uitvoeringsverordening 2013/409 - Definitie van gemeenschappelijke projecten, de vaststelling van governance en de identificatie van stimulansen ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van het Europees masterplan inzake luchtverkeersbeheer

1.

Wettekst

4.5.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 123/1

 

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 409/2013 VAN DE COMMISSIE

van 3 mei 2013

inzake de definitie van gemeenschappelijke projecten, de vaststelling van governance en de identificatie van stimulansen ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van het Europees masterplan inzake luchtverkeersbeheer

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim (1), en met name artikel 15 bis,

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Het regelgevingskader voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim omvat de maatregelen die vermeld zijn in artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad (2).

 

(2)

De toepassing van het regelgevingskader voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim laat de verantwoordelijkheden van de lidstaten overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 549/2004 onverlet.

 

(3)

In haar mededeling van 22 december 2011 (3) heeft de Commissie aangekondigd dat zij voornemens is governance- en stimuleringsmechanismen vast te stellen voor de uitrol van Sesar (Single European Sky Air Traffic Management Research and development), op basis van artikel 15 bis van Verordening (EG) nr. 550/2004. Deze mechanismen omvatten gemeenschappelijke projecten, die moeten helpen om het Europees masterplan inzake luchtverkeersbeheer (het ATM-masterplan) succesvol ten uitvoer te leggen, richtsnoeren voor gemeenschappelijke projecten, die een bindend kader moeten vormen voor de wijze waarop gemeenschappelijke projecten de tenuitvoerlegging van het ATM-masterplan kunnen ondersteunen, en governancemechanismen, die moeten zorgen voor de tijdige, gecoördineerde en gesynchroniseerde uitrol van Sesar, door een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden onder de belanghebbenden.

 

(4)

Het doel van Verordening (EG) nr. 550/2004 is luchtruimgebruikers en verleners van luchtvaartnavigatiediensten te helpen bij de verbetering van de collectieve infrastructuur voor luchtvaartnavigatie, de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en de benutting van het luchtruim, door samen te werken in het kader van gemeenschappelijke projecten. Voorts heeft deze verordening tot doel de uitrol van Sesar te versnellen.

 

(5)

Sesar is het project dat is opgezet om het Europees systeem voor luchtverkeersbeheer te moderniseren. Het vormt de technologische pijler van het gemeenschappelijk Europees luchtruim.

 

(6)

Sesar valt uiteen in drie fasen: de definitiefase, waarin de inhoud van de ATM-systemen van de volgende generatie wordt vastgesteld; de ontwikkelingsfase, waarin de technologische systemen, onderdelen en operationele procedures van de nieuwe generatie worden ontwikkeld en gevalideerd; de uitrolfase, die de industrialisering en tenuitvoerlegging van de nieuwe systemen voor luchtverkeersbeheer omvat.

 

(7)

Het ATM-masterplan dat tijdens de definitiefase van Sesar is opgesteld, vormt het overeengekomen stappenplan, dat van onderzoek en ontwikkeling op het gebied van luchtverkeersbeheer tot de uiteindelijke uitrol moet leiden.

 

(8)

In dat masterplan wordt uiteengezet welke essentiële operationele wijzigingen moeten worden doorgevoerd om de prestatiedoelstellingen van het gemeenschappelijk Europees luchtruim te helpen verwezenlijken. Het is een essentieel instrument voor de uitrol van Sesar en vormt de basis voor de tijdige, gecoördineerde en gesynchroniseerde uitrol van de nieuwe ATM-functies.

 

(9)

Bij de vaststelling van de doelstellingen en prioriteiten voor de uitrol moet ook rekening worden gehouden met aspecten van netwerkactiviteiten die zijn gedefinieerd in enerzijds het strategische netwerkplan, zoals de prestatiedoelstellingen die in overeenstemming zijn met de EU-wijde prestatiedoelstellingen en de acties die gepland zijn om deze doelstellingen te verwezenlijken, en anderzijds in het operationele netwerkplan, dat is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 677/2011 van de Commissie (4).

 

(10)

De tijdige, gecoördineerde en gesynchroniseerde uitrol van Sesar is van essentieel belang om de prestatiedoelstellingen van het gemeenschappelijk Europees luchtruim te verwezenlijken en om de economische voordelen die van de modernisering van het luchtverkeersbeheer worden verwacht, ook daadwerkelijk tot stand te brengen.

 

(11)

De gemeenschappelijke projecten als bedoeld in artikel 15 bis van Verordening (EG) nr. 550/2004 moeten de prestaties van het Europees ATM-netwerk (EATMN) helpen opkrikken en aantonen dat de kosten-batenanalyse positief is, eventuele negatieve gevolgen voor specifieke regio’s of belanghebbenden indachtig.

 

(12)

Om te garanderen dat de gemeenschappelijke projecten op tijdige, gecoördineerde en gesynchroniseerde wijze ten uitvoer worden gelegd, optimaal gebruik makend van de instrumenten en organen die in het kader van het Europees gemeenschappelijk luchtruim zijn geïdentificeerd, moet een governance voor de uitrol van Sesar worden vastgesteld.

 

(13)

Om de uitrol van Sesar effectief te kunnen beheren en de geloofwaardigheid van het uitrolproces te garanderen, moeten de operationele belanghebbenden die verantwoordelijk zijn voor de prestaties van het ATM-systeem bij de governance van de uitrol worden betrokken.

 

(14)

Operationele belanghebbenden die in de uitrol van Sesar investeren, moeten een leidende rol spelen in het beheer en de uitvoering van de uitrolactiviteiten, bij voorkeur via één entiteit, en moeten belangenconflicten vermijden.

 

(15)

De industrie dient een adviserende rol te spelen bij de uitrol van Sesar om de samenhang met de industrialisering en de tijdige beschikbaarheid van de apparatuur te garanderen.

 

(16)

De Commissie dient erop toe te zien dat de uitrolactiviteiten in de lijn liggen van de doelstellingen van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en het openbare belang door passende rapporterings- en monitoringmechanismen vast te stellen. Daarbij moet zo goed mogelijk gebruik worden gemaakt van bestaande instrumenten, zoals het European Single Sky ImPlementation Plan (plan en verslag) en het Local Single Sky ImPlementation Plan (documenten).

 

(17)

De Commissie dient het Comité inzake het gemeenschappelijk luchtruim volledig te informeren over de selectie van de uitrolbeheerder, de goedkeuring van het uitrolprogramma en de selectie van tenuitvoerleggingsprojecten. Het Comité inzake het gemeenschappelijk luchtruim moet over deze thema’s worden geraadpleegd, onverminderd de regels en procedures die zijn vastgesteld in de relevante financieringsprogramma’s van de Unie.

 

(18)

De Europese organisatie voor burgerluchtvaartapparatuur (Eurocae), die technisch materiaal opstelt en voorbereidende en aanvullende werkzaamheden uitvoert in verband met Europese normalisering, dient de Commissie te helpen met de monitoring, de normaliseringsprocessen vooruit helpen en het gebruik van Europese normen bevorderen.

 

(19)

De betrokken staten blijven verantwoordelijk voor de links tussen de uitrol van Sesar-projecten en de militaire sector, maar er moet coördinatie plaatsvinden met de militaire sector om negatieve gevolgen voor de defensiecapaciteit te vermijden.

 

(20)

Om belanghebbenden aan te moedigen in een vroeg stadium te investeren en verzachtende maatregelen te treffen voor de aspecten van de uitrol waarvoor de kostenbatenanalyse minder positief is, moeten tenuitvoerleggingsprojecten die tot doel hebben gemeenschappelijk projecten uit te voeren, in aanmerking komen voor financiering van de Unie en andere stimulansen, overeenkomstig de regels en procedures van de financieringsprogramma’s en stimuleringsregelingen van de Unie.

 

(21)

Er moeten zoveel mogelijk synergieën worden nagestreefd tussen de uitrol van Sesar en de functionele luchtruimblokken.

 

(22)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor het gemeenschappelijk luchtruim,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 1

Voorwerp en toepassingsgebied

  • 1. 
    In deze verordening worden gemeenschappelijke projecten gedefinieerd, zoals vermeld in artikel 15 bis van Verordening (EG) nr. 550/2004, wordt toegelicht hoe deze zullen worden beheerd en wordt nagegaan hoe de uitvoering ervan kan worden gestimuleerd.
  • 2. 
    Deze verordening is van toepassing op het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer (EATMN).

Artikel 2

Definities

Met het oog op de toepassing van deze verordening zijn de definities van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 549/2004 en van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 677/2011 van toepassing.

Daarnaast gelden de volgende definities:

  • 1. 
    „Gemeenschappelijke Onderneming Sesar”: het bij Verordening (EG) nr. 219/2007 van de Raad (5) opgerichte orgaan dat tot taak heeft de ontwikkelingsfase van het Sesar-project te beheren en te coördineren;
  • 2. 
    „heffingsregeling”: de bij Verordening (EG) nr. 1794/2006 van de Commissie (6) vastgestelde regeling;
  • 3. 
    „ATM-functionaliteit”: een groep van operationele ATM-functies of -diensten die verband houden met traject-, luchtruim- of oppervlaktebeheer of met informatie-uitwisseling tussen de operationele omgevingen „en-route”, „terminal”, „luchthaven” of „netwerk”;
  • 4. 
    „de uitrol van Sesar”: de activiteiten en processen die verband houden met de grootschalige productie en tenuitvoerlegging van de in het ATM-masterplan vermelde ATM-functionaliteiten;
  • 5. 
    „industrialisering” van ATM-functionaliteiten: de activiteiten en processen die volgen op de validering, waaronder de normalisering, certificering en productie door de industrie (fabrikanten van grond- en boordapparatuur);
  • 6. 
    „tenuitvoerlegging” van ATM-functionaliteiten: de aankoop, installatie en ingebruikname van apparatuur en systemen, inclusief bijbehorende operationele procedures, door operationele belanghebbenden;
  • 7. 
    „essentiële operationele wijziging”: een operationele wijziging in het luchtverkeersbeheer die aanzienlijke verbeteringen van de prestaties van het netwerk oplevert voor de operationele belanghebbenden, zoals vermeld in het ATM-masterplan;
  • 8. 
    „prestatieregeling”: een bij Verordening (EU) nr. 691/2010 van de Commissie (7) vastgestelde regeling;
  • 9. 
    „EU-wijde prestatiedoelstellingen”: de in artikel 9 van Verordening (EU) nr. 691/2010 bedoelde doelstellingen;
  • 10. 
    „operationele belanghebbenden”: civiele en militaire luchtruimgebruikers, verleners van luchtruimnavigatiediensten en luchthavenexploitanten.

Artikel 3

ATM-masterplan

  • 1. 
    Het ATM-masterplan is het stappenplan voor de modernisering van het Europees ATM-systeem dat van Sesar-onderzoek en -ontwikkeling tot de uiteindelijke uitrol moet leiden. Het vormt het essentiële SES-instrument voor de naadloze werking van het EATMN en de tijdige, gecoördineerde en gesynchroniseerde uitrol van Sesar.
  • 2. 
    De updates van het ATM-masterplan dragen bij tot de verwezenlijking van de EU-wijde prestatiedoelstellingen en zorgen voor de samenhang tussen deze doelstellingen, de uitrol van Sesar en de onderzoeks-, ontwikkelings-, innovatie- en valideringsactiviteiten op het gebied van Sesar. Bij de updates van het ATM-masterplan moet dan ook rekening worden gehouden met het strategisch netwerkplan en het operationeel netwerkplan.

HOOFDSTUK II

GEMEENSCHAPPELIJKE PROJECTEN

Artikel 4

Doel en inhoud

  • 1. 
    De gemeenschappelijke projecten hebben tot doel te zorgen voor de tijdige, gecoördineerde en gesynchroniseerde tenuitvoerlegging van ATM-functionaliteiten die de essentiële operationele wijzigingen tot stand zullen brengen.
  • 2. 
    De gemeenschappelijke projecten moeten sporen met en bijdragen tot de EU-wijde prestatiedoelstellingen.
  • 3. 
    In de gemeenschappelijke projecten worden de ATM-functionaliteiten geïdentificeerd die:
 

a)

zodra ze een passend industrialiseringsniveau hebben bereikt, klaar zijn voor tenuitvoerlegging;

 

b)

een gesynchroniseerde uitrol vergen.

  • 4. 
    De maturiteit van ATM-functionaliteiten wordt onder meer aangetoond op basis van de resultaten van valideringen die door de Gemeenschappelijke Onderneming Sesar worden uitgevoerd, de status van de normaliserings- en certificeringsprocessen en een beoordeling van de interoperabiliteit ervan, ook wat de banden met het ICAO Global Air Navigation Plan en relevant materiaal van de ICAO betreft.
  • 5. 
    De behoefte aan gesynchroniseerde uitrol van ATM-functionaliteiten wordt beoordeeld op basis van:
 

a)

een definitie van hun geografisch toepassingsgebied en hun planning, inclusief streefdata voor de uitrol;

 

b)

een identificatie van de operationele belanghebbenden die ze moeten uitrollen;

 

c)

overgangsmaatregelen voor de geleidelijke uitrol ervan.

  • 6. 
    Gemeenschappelijke projecten moeten ook:
 

a)

een positief effect hebben op het EATMN, op basis van een onafhankelijke kostenbatenanalyse. Voorts moeten zij inzicht verschaffen in de potentiële lokale of regionale negatieve effecten voor specifieke categorieën operationele belanghebbenden;

 

b)

stimulansen voor de uitrol definiëren, zoals vermeld in deel 3 van hoofdstuk III, met name om negatieve gevolgen voor een specifiek geografisch gebied of een specifieke categorie operationele belanghebbenden te verzachten;

 

c)

verwijzen naar de tenuitvoerleggingsregels voor interoperabiliteit en veiligheid als vermeld in Verordening (EG) nr. 552/2004 van het Europees Parlement en de Raad (8) en Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (9). Er moet met name worden verwezen naar communautaire specificaties in Verordening (EG) nr. 552/2004 en naar aanvaardbare wijzen van naleving en certificeringsspecificaties in Verordening (EG) nr. 216/2008;

 

d)

nagaan of er behoefte is aan nieuwe tenuitvoerleggingsregels voor interoperabiliteit en veiligheid, communautaire specificaties en civiele normen ter ondersteuning van de uitrol van de gemeenschappelijke projecten en de toepasselijkheid ervan op de militaire sector, rekening houdend met de gelijkwaardigheid tussen civiele en militaire systemen, en

 

e)

rekening houden met de relevante elementen van de uitrol die gespecificeerd zijn in het strategisch netwerkplan en het operationeel netwerkplan van de netwerkbeheerder.

Artikel 5

Opstelling, vaststelling en tenuitvoerlegging

  • 1. 
    De Commissie stelt voorstellen op voor gemeenschappelijke projecten, overeenkomstig de eisen van artikel 4.
  • 2. 
    De Commissie wordt bijgestaan door de netwerkbeheerder, het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart en het prestatiebeoordelingsorgaan, in hun rol en met hun bevoegdheid die gedefinieerd zijn in het regelgevend kader voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim, en door de Gemeenschappelijke Onderneming Sesar, Eurocontrol, de Europese normaliseringsorganisaties, Eurocae en de uitrolbeheerder. Deze organen betrekken de operationele belanghebbenden en de industrie bij hun werkzaamheden.
  • 3. 
    Overeenkomstig de artikelen 6 en 10 van Verordening (EG) nr. 549/2004 raadpleegt de Commissie de belanghebbenden over haar voorstellen voor gemeenschappelijke projecten, onder meer via het Europees Defensieagentschap, binnen zijn bevoegdheid om de coördinatie van militaire standpunten te vergemakkelijken, en via de raadgevende deskundigengroep inzake de sociale dimensie van het gemeenschappelijk Europees luchtruim.
  • 4. 
    De Commissie ziet erop toe dat voorstellen voor gemeenschappelijke projecten worden bekrachtigd door de luchtruimgebruikers en de operationele belanghebbenden op de grond die een specifiek gemeenschappelijk project ten uitvoer moeten leggen. Daartoe richten de luchtruimgebruikers een groep op die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de luchtruimgebruikers.
  • 5. 
    De Commissie stelt gemeenschappelijke projecten en eventuele wijzigingen daarvan vast overeenkomstig de procedure die vermeld is in artikel 15 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 550/2004.
  • 6. 
    De gemeenschappelijke projecten worden ten uitvoer gelegd via tenuitvoerleggingsprojecten en in overeenstemming met het uitrolprogramma dat is vastgesteld in hoofdstuk III, deel 2.

Artikel 6

Monitoring

  • 1. 
    Aan de hand van specifieke rapporteringsvoorschriften houdt de Commissie toezicht op de tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke projecten en het effect ervan op de prestaties van het EATMN. Deze voorschriften worden door de Commissie uiteengezet in het kaderpartnerschap als vermeld in artikel 9, lid 5.
  • 2. 
    Bij het toezicht op de effectieve bijdrage van gemeenschappelijke projecten tot de prestaties van het EATMN maakt de Commissie optimaal gebruik van bestaande monitoring- en rapporteringsinstrumenten en wordt zij met name bijgestaan door de netwerkbeheerder en het prestatiebeoordelingsorgaan, overeenkomstig Verordeningen (EU) nr. 677/2011 en (EU) nr. 691/2010, en door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, voor wat de veiligheidsaspecten betreft.
  • 3. 
    Het Comité inzake het gemeenschappelijk luchtruim wordt op de hoogte gehouden van de tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke projecten.

HOOFDSTUK III

GOVERNANCE VAN DE UITROL EN STIMULANSEN

DEEL 1

Governance van de uitrol

Artikel 7

Algemene beginselen

  • 1. 
    Governance van de uitrol zorgt ervoor dat de gemeenschappelijke projecten tijdig, gecoördineerd en gesynchroniseerd ten uitvoer worden gelegd, en dat overleg wordt gepleegd met de industrie en de industrialisering wordt vergemakkelijkt.
  • 2. 
    Governance van de uitrol valt uiteen in drie niveaus: het beleidsniveau, het beheersniveau en het tenuitvoerleggingsniveau.

Artikel 8

Beleidsniveau

  • 1. 
    Het beleidsniveau is verantwoordelijk voor het toezicht op de uitrol van Sesar en garandeert dat dit toezicht overeenkomstig het regelgevingskader voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim plaatsvindt en het openbaar belang beschermt.
  • 2. 
    De Commissie is verantwoordelijk voor het beleidsniveau, met name:
 

a)

het opzetten en vaststellen van gemeenschappelijke projecten, overeenkomstig artikel 5;

 

b)

het selecteren van de uitrolbeheerder, het vaststellen van het uitrolprogramma en het selecteren van de tenuitvoerleggingsprojecten;

 

c)

het beheren van de EU-fondsen ter ondersteuning van de uitrolbeheerder en de tenuitvoerleggingsprojecten;

 

d)

het identificeren van stimulansen voor de uitrol van Sesar en het handhaven van de overeenkomstig artikel 9, lid 5, met de uitrolbeheerder gesloten kaderpartnerschapsovereenkomst en alle overeenkomsten die relevant zijn voor tenuitvoerleggingprojecten;

 

e)

het bevorderen van de deelname van de civiele en militaire belanghebbenden;

 

f)

het uitbouwen van samenwerking en coördinatie met derde landen;

 

g)

het totstandbrengen van coördinatie met normaliserings- en certificeringsorganisaties en -organen teneinde de industrialisering van ATM-functionaliteiten te vergemakkelijken en de interoperabiliteit ervan te bevorderen;

 

h)

het toezien op de uitvoering van gemeenschappelijke projecten en de bijdrage ervan tot de verwezenlijking van de EU-wijde prestatiedoelstellingen;

 

i)

het uitbrengen van aanbevelingen aan operationele belanghebbenden en lidstaten.

  • 3. 
    De Commissie wordt bijgestaan door het Comité inzake het gemeenschappelijk luchtruim, het Raadgevend orgaan voor de luchtvaart, de raadgevende deskundigengroep inzake de sociale dimensie van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, de nationale toezichthoudende autoriteiten en het prestatiebeoordelingsorgaan, binnen hun respectieve rollen en bevoegdheden, zoals vastgesteld in het regelgevingskader voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim. De Commissie kan het Comité inzake het gemeenschappelijk luchtruim voor elke andere vraag in verband met de toepassing van deze verordening raadplegen.
  • 4. 
    De volgende organisaties worden door de Commissie bij het beleidsniveau betrokken, binnen hun respectieve bevoegdheden en rollen:
 

a)

Eurocontrol, via samenwerkingsregelingen tussen Eurocontrol en de Unie, teneinde de deskundigheid en de civiel-militaire en pan-Europese bevoegdheden van Eurocontrol volledig te benutten;

 

b)

het Europees Defensieagentschap, teneinde de coördinatie van de militaire standpunten van en ter ondersteuning van de lidstaten en de relevante internationale militaire organisaties over de uitrol van Sesar te vergemakkelijken en de militaire planningsmechanismen in kennis te stellen van de eisen die voortvloeien uit de uitrol van Sesar;

 

c)

het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, teneinde te garanderen dat bij de tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke projecten rekening wordt gehouden met veiligheidskwesties, met name bij de ontwikkeling van de vereiste technische regels, zoals de regels met betrekking tot het ontwerp, de productie en het onderhoud van systemen en onderdelen voor luchtverkeersbeheers- en luchtvaartnavigatiediensten, en voor het personeel en de organisaties die daarbij betrokken zijn;

 

d)

de Gemeenschappelijke Onderneming Sesar, teneinde te zorgen voor een permanente koppeling tussen onderzoeks-, ontwikkelings-, innovatie- en valideringsactiviteiten op het gebied van Sesar en de uitrol van Sesar, en teneinde te garanderen dat de gemeenschappelijke projecten en het uitrolprogramma in de lijn liggen van het ATM-masterplan;

 

e)

de Europese normaliseringsorganisaties en Eurocae; deze laatste met name om industriële normaliseringsprocessen en het gebruik van de daaruit voortvloeiende normen te faciliteren en te monitoren.

Artikel 9

Beheersniveau

  • 1. 
    De uitrolbeheerder is verantwoordelijk voor het beheersniveau.
  • 2. 
    De uitrolbeheerder is met name verantwoordelijk voor:
 

a)

het opstellen, voorstellen, onderhouden en uitvoeren van het uitrolprogramma, overeenkomstig deel 2;

 

b)

het verenigen van de operationele belanghebbenden die gemeenschappelijke projecten ten uitvoer moeten leggen;

 

c)

het vaststellen van mechanismen en besluitvormingsprocessen die garanderen dat de tenuitvoerleggingprojecten en bijbehorende investeringen efficiënt worden gesynchroniseerd en gecoördineerd, overeenkomstig het uitrolprogramma;

 

d)

het effectieve beheer van risico’s en belangenconflicten;

 

e)

het adviseren van de Commissie over kwesties die verband houden met de tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke projecten en met de opstelling van nieuwe gemeenschappelijke projecten;

 

f)

het uitvoeren van besluiten van de Commissie en het garanderen van en toezien op de tenuitvoerlegging ervan volgens het tenuitvoerleggingsniveau;

 

g)

het identificeren van de meest geschikte financieringsmechanismen, waarbij publieke en private financiering moeten worden gecombineerd;

 

h)

het toezien op de tenuitvoerlegging van het uitrolprogramma;

 

i)

de verslaglegging aan de Commissie;

 

j)

het garanderen van passende coördinatie met de nationale toezichthoudende autoriteiten.

  • 3. 
    De uitrolbeheerder wordt samengesteld uit groepen van operationele belanghebbenden of individuele operationele belanghebbenden, ook uit derde landen, onder de voorwaarden die in de relevante financieringsprogramma’s van de Unie zijn vastgesteld. De operationele belanghebbenden mogen via de structuren van functionele luchtruimblokken deelnemen aan de uitrolbeheerder.
  • 4. 
    De uitrolbeheerder dient aan te tonen dat hij onder meer in staat is om:
 

a)

de operationele belanghebbenden die gemeenschappelijke projecten ten uitvoer moeten leggen, te vertegenwoordigen;

 

b)

multinationale tenuitvoerleggingsprogramma’s te beheren;

 

c)

de financieringsmechanismen en het beheer van financiële programma’s te begrijpen, en

 

d)

gebruik te maken van bestaande structuren om alle operationele belanghebbenden bij de uitrol te betrekken.

  • 5. 
    De Commissie selecteert de leden van de uitrolbeheerder door een kaderpartnerschap te gunnen op basis van een oproep tot het indienen van voorstellen overeenkomstig artikel 178 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (10) (uitvoeringsbepalingen). In de oproep tot het indienen van voorstellen worden de doelstellingen, eisen en criteria voor de selectie van de leden van de uitrolbeheerder vastgesteld, overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen. Het Comité inzake het gemeenschappelijk luchtruim wordt op de hoogte gehouden van het selectieproces van de uitrolbeheerder.
  • 6. 
    De leden van de uitrolbeheerder voeren minstens één tenuitvoerleggingsproject of een deel daarvan uit.
  • 7. 
    De uitrolbeheerder treft passende samenwerkingsregelingen met de netwerkbeheerder, de Gemeenschappelijke Onderneming Sesar en de militaire sector. Deze samenwerkingsregelingen worden ter goedkeuring bij de Commissie ingediend. De samenwerking geschiedt als volgt:
 

a)

de uitrolbeheerder en de netwerkbeheerder werken samen om te garanderen dat hun taken worden uitgevoerd zonder dubbel werk of onderlinge concurrentie, met name de aspecten van de uitrol die gevolgen hebben voor de netwerkinfrastructuur, de organisatie en de prestaties van het luchtruim en de samenhang met het strategisch netwerkplan en het operationeel netwerkplan; de netwerkbeheerder ondersteunt binnen de grenzen van zijn bevoegdheden ook de leden van de uitrolbeheerder, overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder i), en artikel 4, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 677/2011;

 

b)

de uitrolbeheerder werkt samen met de Gemeenschappelijke Onderneming Sesar om te zorgen voor de nodige links tussen onderzoeks-, ontwikkelings-, innovatie- en valideringsactiviteiten op het gebied van Sesar en de uitrol van Sesar, en overlegt met de Gemeenschappelijke Onderneming Sesar over de prioriteiten en de vooruitgang die tijdens de ontwikkelingsfase is geboekt op het gebied van kwesties die verband houden met industrialisering, teneinde de samenhang met het ATM-masterplan te garanderen;

 

c)

de uitrolbeheerder waarborgt de coördinatie met de militaire sector om negatieve gevolgen voor nationale en collectieve defensiemogelijkheden te vermijden.

  • 8. 
    Als de uitrolbeheerder beslissingen neemt die gevolgen hebben voor de activiteiten van de in lid 7 vermelde entiteiten, houdt hij rekening met de mening van die entiteiten.
  • 9. 
    Als de uitrolbeheerder en de in lid 7 vermelde entiteiten het oneens zijn, legt de uitrolbeheerder de kwestie voor aan de Commissie, die een beslissing dient te nemen. De uitrolbeheerder dient zich neer te leggen bij de beslissing van de Commissie.
  • 10. 
    De uitrolbeheerder vraagt bijstand van de industrie via samenwerkingsregelingen, die aan de Commissie moeten worden meegedeeld. De Commissie dient onder meer informatie te krijgen over de industrialisering van toepassingen.
  • 11. 
    Voor zover er financiële middelen beschikbaar zijn en de voorwaarden van het relevante financieringsprogramma van de Unie worden nageleefd, verleent de Commissie alleen financiële steun aan de uitrolbeheerder voor de uitvoering van de in lid 2 vermelde taken.

Artikel 10

Tenuitvoerleggingsniveau

  • 1. 
    Het tenuitvoerleggingsniveau bestaat uit de tenuitvoerleggingsprojecten die door de Commissie zijn geselecteerd om de gemeenschappelijke projecten in overeenstemming met het uitrolprogramma uit te voeren.
  • 2. 
    De tenuitvoerleggingsprojecten worden door de Commissie geselecteerd via oproepen tot het indienen van voorstellen ter uitvoering van het uitrolprogramma en in overeenstemming met de regels en procedures van de relevante financieringsprogramma’s van de Unie.
  • 3. 
    In de voorstellen voor tenuitvoerleggingsprojecten moet rekening worden gehouden met de maturiteit van de industrialiseringsprocessen, op basis van informatie die door de industrie is verstrekt, met name wat betreft het effect van de tenuitvoerleggingsprojecten op het bestaande ATM-systeem, de technische haalbaarheid, de kostenramingen en de stappenplannen voor technische oplossingen.
  • 4. 
    De tenuitvoerleggingsprojecten en de uitvoering ervan moeten beantwoorden aan de voorwaarden die met de Commissie zijn overeengekomen.

DEEL 2

Uitrolprogramma

Artikel 11

Doel

  • 1. 
    Het uitrolprogramma bevat een uitgebreid en gestructureerd werkplan van alle activiteiten die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de technologieën, procedures en beste praktijken die vereist zijn om de gemeenschappelijke projecten ten uitvoer te leggen. In het uitrolprogramma worden deze activiteiten ingedeeld in tenuitvoerleggingsprojecten, met vaststelling van de bijbehorende risico’s en verzachtende maatregelen, het geografische toepassingsgebied, het tijdschema en de operationele belanghebbenden die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de tenuitvoerleggingsprojecten.
  • 2. 
    Het uitrolprogramma vormt de referentie voor de werkzaamheden van de beheers- en tenuitvoerleggingsniveaus.
  • 3. 
    Het uitrolprogramma maakt deel uit van de kaderpartnerschapsovereenkomst en de leden van de uitrolbeheerder verbinden zich tot de uitvoering ervan.

Artikel 12

Vaststelling en tenuitvoerlegging

  • 1. 
    De uitrolbeheerder dient het voorstel voor het uitrolprogramma en eventuele voorstellen tot wijziging ervan ter goedkeuring in bij de Commissie.
  • 2. 
    Bij de voorbereiding van het voorstel voor het uitrolprogramma of voorstellen tot wijziging ervan pleegt de uitrolbeheerder overeenkomstig artikel 9, lid 7, overleg met de netwerkbeheerder, de Gemeenschappelijke Onderneming Sesar en de militaire sector.
  • 3. 
    Bij de vaststelling van elk gemeenschappelijk project vraagt de Commissie de uitrolbeheerder om het uitrolprogramma aan te passen.

DEEL 3

Stimulansen

Artikel 13

Financiering van de Unie

  • 1. 
    De financiering van de Unie ter ondersteuning van de uitrol van Sesar is vooral gericht op de in artikel 10 vermelde tenuitvoerleggingsprojecten, die voor financiering van de Unie worden geselecteerd overeenkomstig de regels en procedures van de relevante financieringsprogramma’s van de Unie.
  • 2. 
    De Commissie stelt contractuele regelingen op voor de tenuitvoerleggingsprojecten die geselecteerd zijn om financiering van de Unie te ontvangen. In deze regelingen worden boeten voor niet-uitvoering van het uitrolprogramma en niet-uitvoering van de tenuitvoerleggingsprojecten vastgesteld.

Artikel 14

Andere stimulansen

  • 1. 
    Bij de vaststelling van gemeenschappelijke projecten kunnen stimulansen voor de uitrol van Sesar worden bepaald overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1794/2006 en Verordening (EU) nr. 691/2010.
  • 2. 
    Financiering van de Unie die verleend wordt overeenkomstig artikel 13 wordt beschouwd als „andere inkomsten” overeenkomstig artikel 2, onder k), van Verordening (EG) nr. 1794/2006.

HOOFDSTUK IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 15

Beoordeling

De Commissie zal de tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke projecten beoordelen tegen het einde van de tweede referentieperiode die in artikel 7 van Verordening (EU) nr. 691/2010 is vastgesteld.

Artikel 16

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 mei 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO

 

  • (3) 
    COM(2011) 923 final.
 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.