Verordening 2013/1297 - Wijziging van Verordening 1083/2006 wat betreft sommige bepalingen in verband met het financiële beheer voor bepaalde lidstaten die ten aanzien van hun financiële stabiliteit ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden, met de regels inzake doorhaling voor bepaalde lidstaten, en met de regels inzake saldobetalingen

1.

Wettekst

20.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 347/253

 

VERORDENING (EU) Nr. 1297/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 11 december 2013

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad wat betreft sommige bepalingen in verband met het financiële beheer voor bepaalde lidstaten die ten aanzien van hun financiële stabiliteit ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden, met de regels inzake doorhaling voor bepaalde lidstaten, en met de regels inzake saldobetalingen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikel 177,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

De ongekende langdurige wereldwijde financiële crisis en recessie hebben de economische groei en de financiële stabiliteit ernstig geschaad en een aanzienlijke verslechtering van de financiële, economische en sociale omstandigheden in de lidstaten tot gevolg gehad. In het bijzonder zijn er bepaalde lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden, met name wat hun economische groei en financiële stabiliteit betreft, en die een oplopend tekort en een verslechterende schuldenpositie kennen, mede als gevolg van het internationale economische en financiële klimaat.

 

(2)

Hoewel reeds belangrijke maatregelen zijn genomen om de negatieve effecten van de financiële crisis op te vangen, waaronder wijzigingen van het wetgevend kader, doen de gevolgen van die crisis voor de reële economie, de arbeidsmarkt en de burgers zich op grote schaal voelen. De druk op de nationale financiële middelen neemt toe en er moeten dringend verdere stappen worden genomen om die druk te verlichten door maximaal en optimaal gebruik te maken van de financiering in het kader van de structuurfondsen en het Cohesiefonds (de „Fondsen”). In het licht van de aanhoudende financiële moeilijkheden dient de toepassing van de maatregelen die zijn vastgesteld bij Wijzigingsverordening (EU) nr. 1311/2011 van het Europees Parlement en de Raad te worden verlengd (3). Deze maatregelen zijn vastgesteld op grond van artikel 122, lid 2, en de artikelen 136 en 143 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

 

(3)

Om het beheer van de EU-financiering te vergemakkelijken, om bij te dragen tot snellere investeringen in de lidstaten en de regio's en om de beschikbaarheid van financiering voor de economie te verbeteren, is Verordening (EG) nr. 1083/2006 (4) gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1311/2011, teneinde het mogelijk te maken om tussentijdse betalingen uit de Fondsen voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden wat hun financiële stabiliteit betreft en die hebben verzocht om voor deze maatregel in aanmerking te komen, te verhogen met een bedrag dat overeenkomt met tien procentpunten bovenop het bestaande medefinancieringspercentage voor elke prioritaire as.

 

(4)

Artikel 77, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 staat de toepassing van een hoger medefinancieringspercentage toe tot en met 31 december 2013. Aangezien de lidstaten evenwel nog steeds te maken hebben met ernstige moeilijkheden ten aanzien van hun financiële stabiliteit, moet de duur van de toepassing van een hoger medefinancieringspercentage niet worden beperkt tot 31 december 2013.

 

(5)

Overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van 7-8 februari 2013 en zoals bepaald in artikel 22 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5), zal de verhoging van het medefinancieringspercentage met tien procentpunten van toepassing zijn voor de programmeringsperiode 2014-2020 tot en met 30 juni 2016, moment waarop de mogelijkheid van de verhoging opnieuw moet worden bekeken. Aangezien de programmeringsperioden 2007-2013 en 2014-2020 elkaar overlappen, moet worden toegezien op een coherente en eenvormige behandeling van de lidstaten die tijdens de twee perioden financiële bijstand ontvangen. Derhalve dienen de lidstaten die financiële bijstand ontvangen ook tot het einde van de subsidiabiliteitsperiode in aanmerking te komen voor het verhoogde medefinancieringspercentage en moeten zij die verhoging kunnen verzoeken in hun aanvragen tot betaling van het eindsaldo, zelfs als er geen financiële bijstand meer wordt verleend.

 

(6)

Verordening (EU) nr. 1303/2013 heeft tot doel bij te dragen tot een passende concentratie van middelen uit het Cohesiefonds op de minst ontwikkelde regio's en lidstaten. Om de verschillen in de gemiddelde steunintensiteit per inwoner te helpen verminderen, is het de bedoeling dat het plafond voor overdrachten (plafonnering) uit de fondsen aan elke afzonderlijke lidstaat overeenkomstig de toekomstige verordening moet worden vastgesteld op 2,35 % van het bbp van de lidstaat. De plafonnering wordt op jaarbasis toegepast en zal in voorkomend geval alle overdrachten aan de betrokken lidstaat (behalve voor de meer ontwikkelde regio's en de doelstelling „Europese territoriale samenwerking”) evenredig verminderen om uit te komen op de maximumoverdracht. Voor de lidstaten die vóór 2013 tot de Unie zijn toegetreden en waarvan de gemiddelde reële bbp-groei in 2008-2010 kleiner was dan – 1 %, moet het plafond voor overdrachten 2,59 % van hun bbp bedragen.

 

(7)

Volgens Verordening (EU) nr 1303/2013 mogen de toewijzingen per lidstaat niet hoger zijn dan 110 % van het niveau ervan in reële termen voor de periode 2007-2013. De lidstaten die door deze plafonnering worden geraakt, moeten beter worden beschermd tegen het gevaar van ambtshalve te verrichten doorhaling van toewijzingen in de periode 2007-2013.

 

(8)

In zijn conclusies van 8 februari 2013 heeft de Europese Raad de Commissie verzocht praktische oplossingen te zoeken ten aanzien van het inperken van het gevaar van ambtshalve te verrichten doorhaling van de vastgelegde kredieten uit het nationale totaalbedrag voor de periode 2007-2013 voor Roemenië en Slowakije, onder meer door wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006.

 

(9)

De Europese Raad heeft tevens met nadruk gewezen op de noodzaak om te zorgen voor een beheersbaar niveau en profiel voor de betalingen in alle rubrieken teneinde de niet-afgewikkelde begrotingsvastleggingen te beperken, met name door de toepassing van de bepalingen inzake ambtshalve te verrichten doorhalingen in alle rubrieken. Bijgevolg dienen de voorschriften tot versoepeling van de bepalingen inzake doorhaling voor de lidstaten die worden geraakt door de plafonnering als vastgesteld in Verordening (EU) nr 1303/2013 te worden afgewogen tegen de gevolgen ervan voor de niet-afgewikkelde begrotingsvastleggingen.

 

(10)

De termijn voor berekening van de ambtshalve te verrichten doorhaling van de jaarlijkse begrotingsvastleggingen voor de jaren 2011 en 2012 moet met één jaar worden verlengd, maar de begrotingsvastlegging voor 2012 die op 31 december 2015 nog openstaat, moet uiterlijk op die dag worden verantwoord. Deze verlenging moet bijdragen tot een betere absorptie van de middelen die zijn vastgelegd voor de operationele programma's in de lidstaten die worden geraakt door de plafonnering van hun toekomstige toewijzingen in het kader van het cohesiebeleid op 110 % van het niveau ervan in reële termen voor de periode 2007-2013. Die flexibiliteit is noodzakelijk om de programma's aan te pakken die minder snel dan verwacht worden uitgevoerd en voor die lidstaten in het bijzonder gevolgen hebben.

 

(11)

Het maximale bedrag aan bijstand uit de Fondsen moet voor elke prioritaire as in beperkte mate worden aangepast wanneer het bedrag van de saldobetaling dat moet worden betaald voor de operationele programma's om de absorptie van de Fondsen te verbeteren, wordt vastgesteld.

 

(12)

Gezien de ongekende aard van de crisis is een snelle vaststelling van ondersteuningsmaatregelen nodig en is het derhalve wenselijk dat deze verordening in werking treedt op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

 

(13)

Verordening (EG) nr. 1083/2006 dient dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1083/2006 wordt als volgt gewijzigd:

 

(1)

Artikel 77 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

„2.   In afwijking van artikel 53, lid 2, en artikel 53, lid 4, tweede zin, alsmede van de in bijlage III vastgestelde maxima, worden tussentijdse betalingen en saldobetalingen verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan tien procentpunten meer dan het voor elke prioritaire as geldende medefinancieringspercentage, zonder meer dan honderd percent te mogen bedragen, en dat wordt toegepast op het bedrag van de subsidiabele uitgaven die recent zijn gedeclareerd in elke gecertificeerde uitgavenstaat die een lidstaat indient voor het eind van de programmeringsperiode wanneer, na 21 december 2013, een lidstaat aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

 

a)

hij ontvangt financiële bijstand overeenkomstig Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad (6) of hij ontvangt vóór de inwerkingtreding van die verordening financiële bijstand van andere lidstaten uit de eurozone;

 

b)

de lidstaat ontvangt financiële bijstand op middellange termijn overeenkomstig Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad (7);

 

c)

hij ontvangt financiële bijstand overeenkomstig het Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme na de inwerkingtreding ervan.

  • (6) 
    Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2011 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme (PB L 118 van 12.5.2010, blz. 11)."
  • (7) 
    Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (PB L 53 van 23.2.2002, blz. 1).”;"
 

b)

Lid 6 wordt geschrapt;

 

c)

Het volgende lid wordt toegevoegd:

„12.   In afwijking van lid 10 is de bijdrage van de Unie in de vorm van saldobetalingen voor elke prioritaire as niet meer dan 10% hoger dan het maximumbedrag van de bijstand uit de fondsen voor elke prioritaire as als bepaald in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het operationele programma. De bijdrage van de Unie in de vorm van saldobetalingen is evenwel niet hoger dan de overheidsbijdrage en het maximale bedrag aan bijstand uit de fondsen voor elke prioritaire as zoals bepaald in de beschikking van de Commissie tot goedkeuring van het operationele programma.”;

 

(2)

Artikel 93 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

Het volgende lid wordt ingevoegd:

„2 ter.   In afwijking van lid 1, eerste alinea, en lid 2, is voor lidstaten waarvan de toewijzingen in het kader van het cohesiebeleid in de programmeringsperiode 2014-2020 worden geplafonneerd op 110 % van het niveau ervan in reële termen voor de periode 2007-2013, de in lid 1 bedoelde termijn 31 december van het derde jaar na het jaar waarin de jaarlijkse vastlegging voor hun operationele programma is verricht in de periode van 2007 tot en met 2012.”;

 

b)

In lid 3 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De eerste alinea laat de toepassing van de in lid 2 ter vastgestelde termijn op de begrotingsvastlegging voor 2012 voor de in dat lid bedoelde lidstaten onverlet.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 11 december 2013.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

  • M. 
    SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

  • V. 
    LEŠKEVIČIUS
 

  • (2) 
    Standpunt van het Europees Parlement van 20 november 2013 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 5 december 2013.
  • (3) 
    Verordening (EU) nr. 1311/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad, met betrekking tot een aantal bepalingen betreffende het financieel beheer ten aanzien van bepaalde lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden op het gebied van financiële stabiliteit (PB L 337 van 20.12.2011, blz. 5).
  • (4) 
    Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25).
  • (5) 
    Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 (Zie bladzijde 320 van dit Publicatieblad).
 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.