Besluit 2019/274 - Ondertekening van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU en Euratom (Voor de EER relevante tekst.) - EU monitor

EU monitor
Woensdag 20 november 2019
kalender

1.

Wettekst

19.2.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

LI 47/1

 

BESLUIT (EU) 2019/274 VAN DE RAAD

van 11 januari 2019

betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 50,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk de Europese Raad kennis gegeven van zijn voornemen zich terug te trekken uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna „Euratom” genoemd), overeenkomstig artikel 50 VEU, dat krachtens artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie op Euratom van toepassing is.

 

(2)

Op 22 mei 2017 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen te beginnen met het Verenigd Koninkrijk over een akkoord over de voorwaarden voor zijn terugtrekking, waarbij rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen van die staat met de Unie.

 

(3)

De onderhandelingen zijn gevoerd in het licht van de richtsnoeren van de Europese Raad van 29 april en 15 december 2017 en 23 maart 2018, met als algemene doelstelling een ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie en Euratom te waarborgen.

 

(4)

Op 25 november 2018 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna „het akkoord” genoemd).

 

(5)

Nu de onderhandelingen zijn afgerond, moet het akkoord namens de Unie worden ondertekend, onder voorbehoud van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de sluiting ervan op een latere datum.

 

(6)

Overeenkomstig artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, is artikel 50 VEU van toepassing op Euratom.

 

(7)

Het akkoord voorziet in een overgangsperiode waarin — in weerwil van alle gevolgen van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie wat betreft de deelname van het Verenigd Koninkrijk aan de instellingen, organen en instanties van de Unie — het recht van de Unie, met inbegrip van internationale overeenkomsten, op en in het Verenigd Koninkrijk van toepassing zal zijn. De Commissie moet derhalve de andere partijen bij die overeenkomsten namens de Unie en Euratom ervan in kennis stellen dat het Verenigd Koninkrijk tijdens de overgangsperiode voor de doelstellingen van die overeenkomsten als een lidstaat wordt behandeld.

 

(8)

In artikel 185, tweede alinea, van het akkoord is bepaald dat bij het doen van de schriftelijke kennisgeving dat de nodige interne procedures voltooid zijn, de Unie ten aanzien van een lidstaat die redenen heeft aangevoerd in verband met de fundamentele beginselen van het nationale recht van die lidstaat, kan verklaren dat gedurende de overgangsperiode, naast de gronden voor weigering van de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel bedoeld in Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad (1), de uitvoerende gerechtelijke autoriteiten van die lidstaat kunnen weigeren eigen onderdanen op grond van een Europees aanhoudingsbevel over te leveren aan het Verenigd Koninkrijk. Het is derhalve passend om een termijn vast te stellen binnen welke lidstaten die voornemens zijn van deze mogelijkheid gebruik te maken de Commissie en het Secretariaat-generaal van de Raad daarvan in kennis dienen te stellen.

 

(9)

Overeenkomstig artikel 50, lid 4, VEU heeft het Verenigd Koninkrijk niet deelgenomen aan de beraadslagingen van de Raad over dit besluit, noch aan de goedkeuring ervan,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt machtiging verleend voor de ondertekening, namens de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, onder voorbehoud van de sluiting van dat akkoord.

De tekst van het akkoord is aan dit besluit gehecht (2).

Artikel 2

De voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Commissie worden hierbij gemachtigd het akkoord namens de Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie te ondertekenen.

Artikel 3

Onmiddellijk na de ondertekening van het akkoord stelt de Commissie de andere partijen bij de internationale overeenkomsten als bedoeld in artikel 2, onder a), iv), van het akkoord ervan in kennis dat, onder voorbehoud van inwerkingtreding van het akkoord, het Verenigd Koninkrijk voor de doelstellingen van die internationale overeenkomsten tijdens de overgangsperiode als een lidstaat moet worden behandeld.

Artikel 4

De lidstaten die voornemens zijn gebruik te maken van de mogelijkheid waarin artikel 185, tweede alinea, van het akkoord voorziet, geven de Commissie en het Secretariaat-generaal van de Raad uiterlijk 15 februari 2019 kennis van hun voornemen daartoe.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 11 januari 2019.

Voor de Raad

De voorzitter

  • G. 
    CIAMBA
 

  • (1) 
    Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).
 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.