Besluit 2019/668 - Standpunt EU op de negende vergadering van de Conferentie van de partijen wat betreft de opneming van bepaalde chemische stoffen in bijlage III bij het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel

1.

Wettekst

29.4.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 113/4

 

BESLUIT (EU) 2019/668 VAN DE RAAD

van 15 april 2019

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt op de negende vergadering van de Conferentie van de partijen wat betreft de opneming van bepaalde chemische stoffen in bijlage III bij het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, en artikel 207, lid 3 en lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel (het "Verdrag") is op 24 februari 2004 in werking getreden en door de Unie bij Besluit 2006/730/EG van de Raad gesloten (1).

 

(2)

Het Verdrag is in de Unie uitgevoerd bij Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2).

 

(3)

Overeenkomstig artikel 7 van het Verdrag kan de Conferentie van de partijen, op aanbeveling van de Commissie ter beoordeling van chemische stoffen chemische stoffen in bijlage III bij het Verdrag opnemen.

 

(4)

Om ervoor te zorgen dat invoerende partijen de bescherming genieten waarin het Verdrag voorziet, en aangezien aan alle relevante criteria van het Verdrag is voldaan, is het noodzakelijk en passend de aanbeveling van de Commissie ter beoordeling van chemische stoffen te steunen wat betreft de opneming in bijlage III bij het Verdrag van: acetochloor; carbosulfan; wit asbest (chrysotiel); fenthion (ULV-formuleringen (Ultra Low Volume) met 640 g werkzame stof/liter of meer); hexabroomcyclododecaan; foraat; en vloeibare formuleringen (emulgeerbaar concentraat en oplosbaar concentraat) die paraquatdichloride in een concentratie van 276 g/liter of meer bevatten, wat overeenkomt met een concentratie van paraquat-ion van 200 g/liter of meer. Bovendien zijn die chemische stoffen in de Unie reeds verboden of strikt beperkt en voor de uitvoer ervan gelden krachtens Verordening (EU) nr. 649/2012 strengere voorschriften dan die waarin het Verdrag voorziet.

 

(5)

Op haar negende vergadering zal de Conferentie van de partijen naar verwachting besluiten of die chemische stoffen in bijlage III moeten worden opgenomen.

 

(6)

Het is passend het standpunt te bepalen dat in de negende vergadering van de Conferentie van de partijen namens de Unie moet worden ingenomen met betrekking tot de opneming van bepaalde chemische stoffen in bijlage III bij het Verdrag, aangezien die opneming bindend zal zijn voor de Unie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat op de negende vergadering van de Conferentie van de partijen bij het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel (het "Verdrag") namens de Unie moet worden ingenomen, is het steunen van de opneming in bijlage III van het Verdrag van: acetochloor; carbosulfan; wit asbest (chrysotiel); fenthion (ULV-formuleringen (Ultra Low Volume) met 640 g werkzame stof/liter of meer); hexabroomcyclododecaan; foraat; en vloeibare formuleringen (emulgeerbaar concentraat en oplosbaar concentraat) die paraquatdichloride in een concentratie van 276 g/liter of meer bevatten, wat overeenkomt met een concentratie van paraquat-ion van 200 g/liter of meer.

Artikel 2

In het licht van ontwikkelingen op de negende vergadering van de Conferentie van de partijen kunnen kleine wijzigingen van het in artikel 1 bedoelde standpunt door vertegenwoordigers van de Unie worden goedgekeurd, in overleg met de lidstaten, tijdens coördinatievergaderingen ter plaatse, zonder nader besluit van de Raad.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 15 april 2019.

Voor de Raad

De voorzitter

  • P. 
    DAEA
 

  • (1) 
    Besluit 2006/730/EG van de Raad van 25 september 2006 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel (PB L 299 van 28.10.2006, blz. 23).
  • (2) 
    Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 60).
 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.