Alomvattende benadering van het onderwijzen en leren van talen - EU monitor

EU monitor
Maandag 18 november 2019
kalender

1.

Wettekst

5.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 189/15

 

AANBEVELING VAN DE RAAD

van 22 mei 2019

inzake een alomvattende benadering van het onderwijzen en leren van talen

(2019/C 189/03)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 165 en 166,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

In de mededeling „De Europese identiteit versterken via onderwijs en cultuur” (1) presenteert de Europese Commissie de visie van een Europese onderwijsruimte waar kwalitatief hoogwaardige en inclusieve voorzieningen voor onderwijs, opleiding en onderzoek niet door grenzen worden belemmerd; waar het standaardpraktijk is geworden om in een andere lidstaat te studeren, te leren of te werken; waar veel meer mensen naast hun moedertaal nog twee andere talen spreken, en de mensen een sterk gevoel hebben van hun identiteit als Europeanen, evenals een besef van het gedeeld cultureel en taalkundig erfgoed en de verscheidenheid van Europa.

 

(2)

Tijdens de informele werkvergadering op de top van Göteborg voor eerlijke banen en groei hebben de staatshoofden en regeringsleiders een debat gevoerd over de rol van onderwijs en cultuur voor de toekomst van Europa. In de conclusies van de Europese Raad van 14 december 2017 (2) wordt de lidstaten, de Raad en de Commissie verzocht om, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, verder te werken op dit terrein.

 

(3)

In de op 15 en 16 maart 2002 in Barcelona aangenomen conclusies van de Europese Raad wordt aangedrongen op verdere onderwijsmaatregelen ter „verbetering van de beheersing van basisvaardigheden, met name door het onderwijs van ten minste twee vreemde talen vanaf zeer jonge leeftijd”.

 

(4)

Geletterdheid en meertaligheid (competentie in meerdere talen) behoren tot de acht sleutelcompetenties in de aanbeveling van de Raad inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren (3).

 

(5)

In de visie van een Europese onderwijsruimte staat meertaligheid (4) (als competentie) centraal. Gelet op de toenemende mobiliteit op het gebied van onderwijs, opleiding en werk in de Unie, de toenemende migratie uit derde landen naar de Unie, en de samenwerking in de wereld in het algemeen, moeten onderwijs- en opleidingsstelsels zich opnieuw beraden op de uitdagingen bij het onderwijzen en leren van talen en op de kansen die de taalverscheidenheid in Europa biedt.

 

(6)

Door het leren en het onderwijzen van talen te verbeteren en te intensiveren, kunnen onderwijs en opleiding een sterkere Europese dimensie krijgen. Het kan de ontwikkeling van een Europese identiteit in al haar diversiteit bevorderen — in aanvulling op lokale, regionale en nationale identiteiten en tradities — en meer begrip kweken voor de Unie en haar lidstaten. Competentie in meerdere talen leidt tot een beter begrip van andere culturen en draagt op die manier bij tot de ontwikkeling van burgerschaps- en democratische competenties.

 

(7)

Bijna de helft van de Europeanen (5) geeft aan dat zij geen gesprek in een andere taal dan hun eerste taal kunnen voeren (6). Onvoldoende competentie in meerdere talen veroorzaakt problemen en bemoeilijkt — vooral in grensgebieden — zinvolle grensoverschrijdende contacten tussen overheden en burgers (7).

 

(8)

Slechts vier op de tien leerlingen in het middelbaar onderwijs bereikt het niveau van „onafhankelijk gebruiker” in hun eerste vreemde taal, oftewel het vermogen om een eenvoudig gesprek te voeren. Slechts een kwart bereikt dit niveau in hun tweede vreemde taal (8). Een vergelijkend onderzoek van de talen die in onderwijs en opleiding worden onderwezen, heeft aangetoond dat de meeste lidstaten problemen hebben om op het gebied van talen goede leerresultaten te bewerkstelligen. Hoewel de moeilijkheden zich in alle onderwijssectoren voordoen, zijn zij met name acuut in het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding, waar minder nadruk wordt gelegd op het leren van talen.

 

(9)

Beperkte competentie in meerdere talen blijft een van de grootste belemmeringen om te kunnen profiteren van de kansen die de Europese programma’s voor onderwijs, opleiding en jongeren te bieden hebben. Een betere competentie in meerdere talen daarentegen stelt personen in staat om meer profijt te trekken van de kansen die de interne markt biedt — zoals het vrije verkeer van werknemers — en om met meer kennis van zaken de juiste keuzes te maken over mogelijkheden in ander EU-landen.

 

(10)

Competentie in meerdere talen versterkt de concurrentiepositie van ondernemingen en werkzoekenden — zolang die competentie maar deel uitmaakt van een breder scala aan nuttige vaardigheden. Er bestaat een rechtstreeks verband tussen de beheersing van vreemde talen en de kans op een baan. Uit de resultaten van de meest recente enquête voortgezette beroepsopleiding (CVTS 2016) blijkt echter dat slechts 7,9 % van de ondernemingen die opleidingen aanbieden aan hun werknemers, hun werknemers ook naar taalcursussen sturen (variërend van 22,1 % in Slowakije tot 0,5 % in Ierland).

 

(11)

In het licht van de samenleving en het werk van morgen kunnen de huidige levensstandaard en een hoge arbeidsparticipatie alleen worden behouden en kan sociale cohesie alleen worden gestimuleerd als mensen beschikken over de juiste vaardigheden en competenties. Door betere competentie in meerdere talen kunnen mobiliteit en samenwerking binnen de Unie worden bevorderd. Dit is tevens cruciaal voor de volledige integratie van migrantenkinderen, studenten en volwassenen.

 

(12)

Er moeten nieuwe manieren van leren worden onderzocht voor een maatschappij die steeds mobieler en digitaler wordt. Met name digitale ontwikkelingen bieden kansen om meer talen te leren buiten het klaslokaal of lesprogramma’s. In de huidige beoordelingsprocedures wordt niet volledig rekening gehouden met deze ontwikkelingen.

 

(13)

Het eerste beginsel van de Europese pijler van sociale rechten bepaalt dat iedereen recht heeft op hoogwaardige en inclusieve voorzieningen voor onderwijs, opleiding en een leven lang leren om de vaardigheden te verwerven en te onderhouden die nodig zijn om ten volle aan het maatschappelijk leven te kunnen deelnemen en overgangen op de arbeidsmarkt met succes te kunnen opvangen. Competentie in meerdere talen is een van de sleutelcompetenties die inzetbaarheid, zelfontplooiing, actief burgerschap, intercultureel begrip en sociale inclusie kunnen stimuleren; onder competentie in meerdere talen wordt het vermogen verstaan verschillende talen doeltreffend en passend te gebruiken om te communiceren.

 

(14)

In meer dan de helft van de lidstaten worden regionale of minderheidstalen erkend voor juridische of administratieve doeleinden, met inbegrip van nationale gebarentalen. Een aantal van die regionale of minderheidstalen wordt in meer dan één land gesproken. De talen van immigranten en vluchtelingen vervolledigen het Europese taallandschap.

 

(15)

Scholen zien steeds beter in dat alle kinderen, ongeacht hun achtergrond en eerste taal, een zeer goed niveau van de onderwijstaal moet worden bijgebracht, indien nodig met behulp van specifieke ondersteunende maatregelen. Dat draagt immers bij tot gelijkheid en gelijke kansen voor iedereen, en beperkt het risico dat leerlingen het onderwijs voortijdig verlaten.

 

(16)

Talenbewustzijn in scholen kan onder meer betekenen dat de school zich bewust is van en inzicht heeft in de geletterdheid en de competentie in meerdere talen van alle leerlingen, alsook van kennis van talen die niet op school worden onderwezen. Scholen kunnen een onderscheid maken tussen verschillende niveaus van competentie in meerdere talen, naargelang de context en het doel waarvoor zij nodig zijn en in overeenstemming met de omstandigheden, behoeften, capaciteiten en interesse van de leerders.

 

(17)

Het gebrek aan leerkrachten voor bepaalde vakken, onder meer moderne vreemde talen, wordt in meer dan de helft van de onderwijsstelsels van de Europese Unie als problematisch beschouwd en diverse lidstaten hebben hervormingen of stimulansen doorgevoerd voor het aanpakken van tekorten aan taalleerkrachten. Deze hervormingen en stimulansen omvatten onder meer beurzen om mensen die een talenstudie hebben afgerond maar andere beroepservaring hebben opgedaan, aan te trekken in het onderwijsvak, en hervormingen van lerarenopleidingen.

 

(18)

Door initiatieven ter verbetering van sleutelcompetenties in het schoolonderwijs — bijvoorbeeld het beter koppelen van formeel leren aan concrete ervaringen, het gebruik van digitale technologieën en het ondersteunen van innovatie in scholen — ligt er nu een sterkere nadruk op leerresultaten. Daarnaast bevorderden deze initiatieven het verwerven van competentie in meerdere talen.

 

(19)

Het onderwijzen van vakken in een vreemde taal (Content and Language Integrated Learning) is voor verschillende categorieën leerders efficiënt gebleken, evenals digitale en online-instrumenten voor het leren van talen. Taalleerkrachten in heel Europa zouden voordeel kunnen trekken van bij- en nascholing om hun digitale competentie op niveau te houden en te leren hoe zij hun lespraktijk het beste kunnen ondersteunen met andere methoden en nieuwe technologieën. Een overzicht van open leermiddelen (Open Educational Resources) kan hen hierbij helpen, rekening houdend met het werk van de Raad van Europa.

 

(20)

Er zijn meerdere initiatieven in Europa die de definitie en ontwikkeling van competentie in meerdere talen ondersteunen. Het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen is een transparant, samenhangend en compleet referentiekader voor het beoordelen en vergelijken van vaardigheidsniveaus dat het leren en onderwijzen van alle talen ondersteunt. Het maakt onderscheid tussen de niveaus „basisgebruiker”, „onafhankelijke gebruiker” en „vaardige gebruiker”; laatstgenoemde kan werken en studeren in de beoordeelde taal. In 2018 is het kader aangevuld met nieuwe beschrijvingen voor bemiddeling, gebarentalen en andere gebieden alsook met collaties van descriptoren voor jonge leerders, met als doel het kader toegankelijk te maken voor een groter publiek.

 

(21)

Het Europass-taalpaspoort is een gestandaardiseerd zelfbeoordelingsmodel voor taalvaardigheden, dat gebruikmaakt van het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen. Het is een hulpmiddel voor burgers die hun taalvaardigheden kenbaar willen maken tijdens een mobiliteitsperiode, voor onderwijsdoeleinden, werkgelegenheid of opleiding, en dat tegelijkertijd ook werkgevers helpt de taalvaardigheden van de werknemers in te schatten.

 

(22)

Het Europees Talenlabel (9) beloont excellentie en innovatie in het taalonderwijs in alle deelnemende landen. Het spoort scholen en andere instellingen aan tot het gebruik van nieuwe methoden en strategieën voor het verwezenlijken van lokale, regionale, nationale of Europese prioriteiten. Voorts heeft het meer bekendheid aan de Europese samenwerking op het gebied van het onderwijzen en leren van talen gegeven en de meertaligheidsdynamiek in verschillende onderwijssectoren vergroot.

 

(23)

Alle lidstaten zijn het erover eens dat de meertaligheid moet worden verbeterd en dat competentie in meerdere talen in de Unie verder moet worden ontwikkeld. De Europese Commissie zal werk maken van een voorstel voor een nieuwe reeks Europese benchmarks voor onderwijs en opleiding, met inbegrip van opties voor het verzamelen van gegevens, waarbij een Europees benchmark betreffende taalcompetenties kan zijn inbegrepen, teneinde een nauwkeuriger beeld te krijgen van competentie in meerdere talen in de Unie. De Raad zal deze benchmarks bespreken en er een besluit over nemen in het kader van het opstellen van een nieuw strategisch kader op het gebied van onderwijs en opleiding na 2020.

 

(24)

Hoewel het bij competentie in meerdere talen gaat om een levenslang leerproces en er dus in alle levensfases kansen moeten worden geboden, betreft deze aanbeveling in het bijzonder basis- en secundair onderwijs en opleiding, waar mogelijk met inbegrip van voor- en vroegschoolse educatie en opvang en initieel beroepsonderwijs en -opleiding.

 

(25)

Deze aanbeveling is volledig in overeenstemming met de beginselen subsidiariteit en evenredigheid,

BEVEELT DE LIDSTATEN AAN:

in overeenstemming met nationale en Europese wetgeving, beschikbare middelen en nationale omstandigheden, en in nauwe samenwerking met alle belanghebbenden:

 
 

1.

manieren te vinden om alle jongeren te helpen vóór het einde van hun hoger secundair onderwijs en opleiding — naast de onderwijstalen — indien mogelijk in ten minste één andere Europese taal een competentieniveau te verwerven dat hen in staat stelt de taal op effectieve wijze te gebruiken voor maatschappelijke, beroeps- of leerdoeleinden, en om het verwerven van een extra (derde) taal aan te moedigen op een niveau dat de leerders in staat stelt deel te nemen aan een vloeiend gesprek (10);

 
 

2.

alomvattende benaderingen te hanteren voor het verbeteren van het onderwijzen en leren van talen op nationaal, regionaal, lokaal of schoolniveau, naargelang het geval, waarbij waar nodig gebruik wordt gemaakt van de beleidsvoorbeelden in de bijlage;

 
 

3.

ervoor te zorgen dat alle sectoren van het basis- en secundair onderwijs aan bod komen en daarbij zo vroeg mogelijk te beginnen, met inbegrip van het initiële beroepsonderwijs en de initiële beroepsopleiding;

 
 

4.

ondersteuning te bieden, als onderdeel van die alomvattende benaderingen, voor de ontwikkeling van talenbewustzijn in scholen en instellingen voor beroepsonderwijs en -opleiding door:

a)

de mobiliteit van leerders en leerkrachten actief te ondersteunen en te erkennen, onder meer door de mogelijkheden van de betrokken EU-financieringsprogramma’s te benutten;

 

b)

de competentie in de onderwijstalen te versterken als basis voor verdere scholing en onderwijsprestaties op school voor alle leerders, en in het bijzonder voor leerders met een migranten- of vluchtelingenachtergrond of uit kansarme milieus;

 

c)

leerders te helpen bij de uitbreiding van hun competenties in de onderwijstalen door leerkrachten te ondersteunen bij het overdragen van kennis over taalgebruik dat typisch is voor hun vakgebied, en bij het bewustmaken van verschillende taalregisters en specifieke woordenschat;

 

d)

continuïteit in talenonderwijs tussen de verschillende schoolniveaus te bevorderen;

 

e)

de taaldiversiteit van leerders te waarderen en als leermiddel te benutten, onder meer door de ouders, andere verzorgers en de bredere lokale gemeenschap bij het talenonderwijs te betrekken;

 

f)

zich te beraden op mogelijkheden voor het beoordelen en valideren van taalcompetenties die geen deel uitmaken van het onderwijsprogramma, maar het resultaat zijn van informeel leren (bijvoorbeeld in het geval van leerders met een migranten- of vluchtelingenachtergrond of uit tweetalige milieus) of van onderwijs in een formeel schoolsysteem van een ander land waar de leerder eerder heeft gewoond, door bijvoorbeeld uitbreiding van het aantal talen dat aan het schooldiploma van een leerder kan worden toegevoegd;

 

g)

het gebruik van het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen te versterken, vooral als inspiratiebron voor verdere ontwikkelingen in taalleerplannen, taaltests en de beoordeling van talenkennis;

 

h)

steun te verlenen aan scholen om hun eigen benadering van taalleren te bepalen, met respect voor nationale wetgeving, en scholen te helpen om hun taalverscheidenheid op een actieve manier te waarderen en te gebruiken;

 

i)

scholen en opleidingscentra mogelijkheden te bieden om hun Europees perspectief te versterken door bijvoorbeeld de toekenning van het Europees Talenlabel voort te zetten, schoollabels met een specifiek Europees perspectief te ontwikkelen en door de organisatie van nationale evenementen rond taaldiversiteit;

 
 

5.

leerkrachten, opleiders, inspecteurs en schoolleiders te ondersteunen bij het ontwikkelen van talenbewustzijn door:

a)

waar nodig te investeren in de initiële en vervolgopleiding van taalleerkrachten om hun competenties te verbeteren en om personeel aan te trekken en vast te houden opdat in basis- en secundair onderwijs en opleiding een breed talenaanbod behouden blijft;

 

b)

vrijwillige samenwerking tussen instellingen voor de initiële en vervolgopleiding van taalleerkrachten te intensiveren;

 

c)

voorbereiding op taaldiversiteit in de klas op te nemen in de initiële opleiding en de bij- en nascholing van leerkrachten en schoolleiders;

 

d)

studenten die een onderwijsdiploma willen behalen, te stimuleren een tijd in het buitenland te gaan studeren, en mobiliteit voor alle leerkrachten, opleiders, inspecteurs en schoolleiders aan te moedigen;

 

e)

de integratie en erkenning van leermobiliteit in de opleiding van taalleerkrachten te bevorderen, zodat pas afgestudeerde taalleerkrachten voordeel kunnen trekken van een buitenlandse leer- of onderwijservaring van bij voorkeur één semester, in het bijzonder via het programma Erasmus+;

 

f)

het gebruik van eTwinning (11) en andere vormen van virtuele samenwerking alsook van rechtstreekse netwerkvorming te bevorderen, om de leerervaringen in scholen te verrijken en de competentie in meerdere talen van leerkrachten en leerlingen verder te ontwikkelen;

 

g)

taalleerkrachten en leerkrachten van andere vakken te stimuleren om gezamenlijk les te geven;

 
 

6.

onderzoek naar en gebruik van innovatieve, inclusieve en meertalige onderwijsmethoden aan te moedigen, met inbegrip van bijvoorbeeld het gebruik van digitale instrumenten, wederzijds begrijpen en manieren om vakken in een vreemde taal te onderwijzen (Content and Language Integrated Learning), evenals een innovatieve eerste opleiding van onderwijsgevenden;

 
 

7.

ervoor te zorgen dat de in verschillende stadia van onderwijs en opleiding verworven taalcompetenties worden gemonitord, als aanvulling op bestaande informatie over taalleren;

 
 

8.

verslag uit te brengen, via bestaande regelingen en instrumenten, over ervaringen en vooruitgang met het bevorderen van taalleren;

IS INGENOMEN MET HET VOORNEMEN VAN DE COMMISSIE OM:

 
 

9.

de follow-up van deze aanbeveling te ondersteunen door wederzijds leren tussen lidstaten te faciliteren en door samen met de lidstaten meertalige instrumenten en hulpmiddelen te ontwikkelen, zoals:

a)

richtsnoeren voor het koppelen van taalonderwijs en -beoordeling aan het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen (12);

 

b)

op feitenmateriaal gebaseerde richtsnoeren over nieuwe vormen van leren en ondersteunende benaderingen, ook voor talen die geen deel uitmaken van het onderwijsprogramma;

 

c)

digitale tools voor het leren van talen en de professionele ontwikkeling van onderwijspersoneel, op het gebied van taalleren, zoals open onlinecursussen voor een groot publiek (moocs), instrumenten voor zelfbeoordeling (13) en netwerken, zoals eTwinning en Teacher Academy van de School Education Gateway;

 

d)

methodologieën en instrumenten voor het monitoren van competentie in meerdere talen in de Unie;

 
 

10.

de mobiliteit van scholieren, leerders in beroepsonderwijs en -opleiding en leerkrachten, opleiders, inspecteurs en schoolleiders binnen het programma Erasmus+ te versterken en algemene ondersteuning te bieden aan het gebruik van Uniefinanciering, zoals Erasmus+, Horizon 2020, het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF) of Europese structuur- en investeringsfondsen, indien nodig voor de uitvoering van deze aanbeveling en de bijlage erbij, zonder vooruit te lopen op de onderhandelingen over het volgend meerjarig financieel kader;

 
 

11.

de samenwerking met de Raad van Europa en het Europees Centrum voor moderne talen te versterken op het gebied van taalleren, om innovatieve methoden voor het onderwijzen en leren van talen te bevorderen en het bewustzijn omtrent de cruciale rol van taalleren in moderne samenlevingen te vergroten;

 
 

12.

verslag uit te brengen, voornamelijk via bestaande kaders en instrumenten, over de follow-up van de uitvoering van de aanbeveling.

Gedaan te Brussel, 22 mei 2019.

Voor de Raad

De voorzitter

  • C. 
    B. MATEI
 

  • (1) 
    COM(2017) 673 final.
  • (2) 
    EUCO 19/1/17 VER 1.
  • (4) 
    Hoewel de Raad van Europa de term „veeltaligheid” gebruikt om de meertalige taalcompetenties van personen te beschrijven, wordt in de officiële documenten van de Europese Unie de term „meertaligheid” gehanteerd om zowel individuele competenties als maatschappelijke situaties te beschrijven. Dit komt ten dele omdat het in andere talen dan Engels en Frans soms moeilijk is een onderscheid te maken tussen veeltalig en meertalig.
  • (5) 
    Europeans and their languages (De Europeanen en hun talen) — samenvatting van het speciaal verslag van de Eurobarometer (2012).
  • (6) 
    Eerste taal: in de vroege kinderjaren (vóór de leeftijd van twee of drie jaar ongeveer) verworven en gebruikte taalvariëteit(en) waarin het menselijke vermogen tot taalverwerving voor het eerst tot uiting komt. Deze term wordt verkozen boven de term moedertaal, die vaak oneigenlijk wordt gebruikt aangezien de eerste taal niet noodzakelijk alleen de taal van de moeder is.
  • (7) 
    Mededeling van de Commissie — Groei en cohesie stimuleren in grensregio’s van de EU, COM(2017) 534.
  • (8) 
    Europese Commissie (2012) — First European Survey on language competences (eerste Europese onderzoek over taalvaardigheden), samenvatting.
  • (9) 
    Het Europees Talenlabel wordt op nationaal niveau toegekend en wordt ondersteund door het programma Erasmus+.
  • Het verwerven van klassieke talen als Oudgrieks en Latijn kan ook deel uitmaken van het taalrepertoire van de leerder.
  • eTwinning is een community van leerkrachten van het kleuteronderwijs tot het hoger secundair onderwijs, die wordt gehost op een beveiligd internetplatform.
  • Op basis van de ervaringen en expertise van de Raad van Europa inzake het opzetten en actualiseren van het kader, en van het Europees Centrum voor moderne talen en de Europese Commissie inzake het toepassen van deze werkzaamheden op de lerarenopleiding via gezamenlijk gefinancierde projecten.
  • Europass biedt momenteel een zelfbeoordelingsinstrument voor taalcompetentie; het functioneren en de doeltreffendheid hiervan zullen worden geëvalueerd in het kader van de uitvoering van het Europass-besluit.
 

BIJLAGE

Talenbewustzijn in scholen — het ontwikkelen van alomvattende benaderingen van het leren van talen

Alomvattende taalbenaderingen kunnen de uitvoering van de aanbeveling over taalleren ondersteunen. Deze bijlage bevat een aantal pedagogische beginselen en goede praktijken die ertoe strekken het algemene talenbewustzijn in scholen te vergroten, met betere resultaten op het gebied van taalleren als uiteindelijk doel.

Het onderwijzen van taal is een belangrijk element voor alle studievakken, gezien de verschillende manieren waarop taal in de klas wordt gebruikt en de cruciale rol die taal speelt bij het leren en begrijpen van de inhoud van studievakken. Een goede beheersing van het betrokken taalregister gaat hand in hand met de ontwikkeling van kennis van en inzicht in studievakken.

Talenbewustzijn in scholen en instellingen voor beroepsonderwijs en -opleidingen kan bevorderlijk zijn voor de opvatting dat het leren van talen een dynamisch proces en een continuüm is — de verwerving van de eerste taal en haar verschillende registers en stijlen is een permanent proces en is zeer nauw verbonden met het leren van andere talen, op verschillende vaardigheidsniveaus, en volgens de omstandigheden, behoeften en interesses van de individuele leerder.

Talenbewustzijn in scholen en instellingen voor beroepsonderwijs en -opleidingen kan bevorderlijk zijn voor reflecties over de taaldimensie op alle niveaus van de schoolorganisatie, het onderwijs en de lespraktijk: bij de ontwikkeling van geletterdheid, het leren van vreemde talen, het onderwijzen van studievakken, voor de erkenning van andere talen die door leerlingen worden geïntroduceerd, bij de communicatie met ouders en met de bredere schoolomgeving enz.

Nauwe samenwerking tussen de verschillende leden van de schoolgemeenschap, idealiter in een kader met de school als leerorganisatie of in het kader van een schoolbrede aanpak, kan deze visie op talenbewustzijn bevorderen.

Ter ondersteuning van het talenbewustzijn in instellingen voor beroepsonderwijs en -opleidingen worden de onderstaande voorbeelden van goede praktijken vermeld.

  • 1. 
    Meertaligheid in scholen en instellingen voor beroepsonderwijs en -opleidingen
 

Een positieve attitude ten aanzien van taalverscheidenheid kan bijdragen tot een taalvriendelijk klimaat waarin het leren en gebruiken van meerdere talen als een rijkdom en een instrument wordt beschouwd. Het bewustzijn omtrent het belang van taalleren, en omtrent de educatieve, cognitieve, sociale, interculturele, professionele en economische voordelen van een breder gebruik van talen, kan worden vergroot en aangemoedigd.

 

De ontwikkeling van taalcompetentie en taalkundig bewustzijn kan transversaal in de leerplannen worden geïntegreerd. Door talen en andere vakken te integreren, kunnen authentiekere, op concrete situaties afgestemde leermethoden worden aangeboden.

 

De motivatie om talen te leren kan worden vergroot door onderwijsinhoud te koppelen aan de leefwereld en interesses van leerders, waarbij informeel leren in aanmerking wordt genomen en synergieën met buitenschoolse activiteiten worden aangemoedigd. Verbanden tussen het alledaagse gebruik van taal en scholen of instellingen voor beroepsonderwijs en -opleidingen kunnen worden versterkt door eerder opgedane talenkennis te erkennen en toevoeging aan het schooldiploma mogelijk te maken van competentie in meerdere talen die het resultaat is van informeel leren (bijvoorbeeld in het geval van leerders met een migranten- of vluchtelingenachtergrond of uit tweetalige milieus) of van onderwijs in een formeel schoolsysteem van een ander land waar de leerder eerder heeft gewoond.

 

Het volledige taalkundige repertoire van leerders kan naar waarde worden geschat en op school worden ondersteund, en kan tevens als pedagogisch instrument worden gebruikt voor het verdere leerproces van alle leerders. Leerlingen kunnen elkaar helpen leren, hun eigen taal of talen aan anderen uitleggen en talen met elkaar vergelijken.

 

Scholen zouden meer talen kunnen aanbieden naast de voornaamste wereldtalen. De populariteit van talen kan verschillen indien een land twee of meer officiële talen heeft of indien er duidelijke belangstelling is om het leren van de taal van een buurland aan te moedigen.

 

Door partnerschappen op te zetten tussen scholen en instellingen die voor- en vroegschoolse educatie en opvang aanbieden in grensgebieden, zullen kinderen worden aangemoedigd om vanaf jonge leeftijd de taal van hun buren te leren en zullen taalbarrières in grensoverschrijdende regio’s afnemen.

 

Scholen en instellingen voor beroepsonderwijs en -opleidingen kunnen worden aangemoedigd om gebruik te maken van de Europese Dag van de Talen en het Europees Talenlabel teneinde het leren van talen en taalverscheidenheid te bevorderen. Een Europees perspectief voor scholen en opleidingscentra kan worden gestimuleerd met schoollabels met een specifieke Europese dimensie.

  • 2. 
    Efficiënt en innovatief onderwijs voor het beter leren van talen
 

Het potentieel van digitale instrumenten kan volledig worden benut om het leren en onderwijzen van talen en het beoordelen van talenkennis te verbeteren. Technologie kan enorm veel steun geven bij het verruimen van het talenaanbod, kansen bieden voor contact met talen, en zeer nuttig zijn voor het ondersteunen van talen die niet in scholen worden onderwezen. De ontwikkeling van kritisch denken en mediageletterdheid en een passend en veilig gebruik van technologie kunnen in dit verband een essentieel onderdeel van het leerproces uitmaken.

 

Virtuele samenwerking tussen scholen via eTwinning en andere vormen van virtuele samenwerking kunnen jongeren in staat stellen beter talen te leren, met jongeren uit andere landen samen te werken en zich voor te bereiden op mobiliteit om in het buitenland te studeren, een opleiding te volgen of vrijwilligerswerk te doen.

 

Mobiliteit van leerlingen, onder meer via Erasmus +, kan uitgroeien tot een regulier onderdeel van het leerproces. Dit dient ook te gelden voor de virtuele en bredere mobiliteit van personeel.

 

Leerkrachten, opleiders en leerders kunnen een mix van diagnostische, formatieve en summatieve beoordelingsmethoden gebruiken om taalontwikkeling te monitoren en te evalueren; individuele taalportfolio’s worden gebruikt om de vooruitgang te volgen, bijvoorbeeld via het Europees Taalportfolio of het Europass-taalpaspoort.

  • 3. 
    Ondersteuning van leerkrachten en opleiders
 

Leerkrachten moderne talen kunnen worden aangemoedigd deel te nemen aan uitwisselingen met landen waar hun doeltaal wordt gesproken, als onderdeel van hun initiële opleiding en/of verdere professionele ontwikkeling. Elke pas afgestudeerde taalleerkracht zou bij voorkeur één semester in het buitenland kunnen hebben gestudeerd of lesgegeven.

 

Leerkrachten en opleiders voor andere vakken dan moderne talen kunnen talenbewustzijn ontwikkelen, kennis van taaldidactiek opdoen en strategieën ter ondersteuning van leerders aanleren.

 

Taalassistenten kunnen bij het talenonderwijs worden betrokken, gebruikmakend van de mogelijkheden van uitwisselingsregelingen tussen de lidstaten.

 

Mogelijkheden voor verdere professionele ontwikkeling kunnen worden geboden aan leerkrachten (via netwerken, praktijkgemeenschappen, grootschalige online taalcursussen, expertisecentra, samenwerkend online leren, gezamenlijk actieonderzoek („collaborative action research”) enz.) teneinde hen op de hoogte te houden van de meest recente pedagogische innovaties en hen bij te scholen.

  • 4. 
    Partnerschappen en verbanden in de bredere schoolomgeving ter ondersteuning van het leren van talen
 

Scholen en instellingen voor beroepsonderwijs en -opleidingen kunnen samen met ouders manieren zoeken om hun kinderen te ondersteunen bij het leren van talen, in het bijzonder wanneer kinderen opgroeien met meerdere talen of thuis een andere taal spreken dan de onderwijstaal.

 

Scholen en instellingen voor beroepsonderwijs en -opleidingen kunnen partnerschappen ontwikkelen met talencentra/talenpractica, openbare bibliotheken, culturele centra of andere culturele verenigingen, universiteiten en onderzoekscentra om aantrekkelijkere leeromgevingen tot stand te brengen, het aanleren van talen te verrijken en de lespraktijk te verbeteren en te vernieuwen.

 

Scholen, instellingen voor beroepsonderwijs en -opleidingen en gemeenten kunnen middelen bundelen om talencentra met een groter talenaanbod op te zetten, met het oog op het behoud van minder gesproken talen en/of talen die niet op school worden onderwezen.

 

Samenwerking met werkgevers in de regio of daarbuiten kan bijdragen tot een beter begrip van het belang van competentie in meerdere talen in het beroepsleven en kan er mede voor zorgen dat daadwerkelijk verworven competentie in meerdere talen de inzetbaarheid bevordert.

 

Grensoverschrijdende partnerschappen tussen onderwijs- en opleidingsinstellingen in grensregio’s kunnen worden aangemoedigd. De mobiliteit van studenten, leerkrachten, opleiders en administratief personeel, alsmede promovendi en onderzoekers kan worden gefaciliteerd door informatie en cursussen aan te bieden in de talen die in het buurland worden gesproken. De bevordering van meertaligheid in deze grensoverschrijdende partnerschappen kan afgestudeerden voorbereiden op de arbeidsmarkt aan weerszijden van de grens.

 

Samenwerking tussen instellingen voor lerarenopleidingen kan worden bevorderd.

 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.