Uitvoeringsbesluit 2021/86 - 22 januari 2021 Machtiging van Litouwen af te wijken van artikel 287 van de btw-richtlijn

1.

Wettekst

28.1.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 30/2

 

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2021/86 VAN DE RAAD

van 22 januari 2021

waarbij de Republiek Litouwen wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name artikel 395, lid 1, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Uit hoofde van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG kan Litouwen vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde (“btw”) verlenen aan belastingplichtigen met een jaaromzet die ten hoogste gelijk is aan de tegenwaarde van 29 000 EUR in de nationale munteenheid tegen de op de dag van zijn toetreding tot de Unie geldende omrekeningskoers. Bij Uitvoeringsbesluit 2011/335/EU van de Raad (2) werd Litouwen gemachtigd belastingplichtigen met een jaaromzet van niet meer dan de tegenwaarde van 45 000 EUR in de nationale munteenheid tegen de op de dag van zijn toetreding tot de Unie geldende omrekeningskoers, tot en met 31 december 2020, van de btw vrij te stellen.

 

(2)

Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 18 juni 2020, heeft Litouwen verzocht om machtiging tot het blijven toepassen van een bijzondere maatregel die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG (de derogatiemaatregel), van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2024, en tot het verhogen van de drempel van deze vrijstelling tot 55 000 EUR. Uiterlijk op 31 december 2024 moeten de lidstaten de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vaststellen en bekendmaken om te voldoen aan artikel 1 van Richtlijn (EU) 2020/285 van de Raad (3), waarbij vereenvoudigde btw-regels voor kleine ondernemingen worden vastgesteld en, onder meer, artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG met ingang van 1 januari 2025 wordt ingetrokken.

 

(3)

Op grond van de derogatiemaatregel zullen belastingplichtigen met een jaaromzet die ten hoogste gelijk is aan 55 000 EUR van sommige of alle in titel XI, hoofdstukken 2 tot en met 6, van Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde btw-verplichtingen worden vrijgesteld.

 

(4)

Een hogere drempel voor de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen, die is vastgesteld in de artikelen 281 tot en met 294 van Richtlijn 2006/112/EG, komt neer op een vereenvoudiging, omdat dit de btw-verplichtingen voor kleine ondernemingen aanzienlijk kan verminderen. De gevraagde verhoogde drempel is conform artikel 284 van Richtlijn 2006/112/EG.

 

(5)

Overeenkomstig artikel 395, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/EG, heeft de Commissie het verzoek van Litouwen aan de overige lidstaten toegezonden, bij brieven van 10 en 11 augustus 2020. Bij brief van 12 augustus 2020 heeft de Commissie Litouwen meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek.

 

(6)

De derogatiemaatregel is facultatief voor de belastingplichtigen die nog altijd voor het normale btw-stelsel zullen kunnen kiezen overeenkomstig artikel 290 van Richtlijn 2006/112/EG.

 

(7)

Volgens de door Litouwen verstrekte gegevens zal de derogatiemaatregel geen noemenswaardige invloed hebben op de totale belastingopbrengst in het stadium van het eindverbruik.

 

(8)

De derogatiemaatregel zal geen negatieve gevolgen hebben voor de eigen middelen van de Unie uit de btw omdat Litouwen een compensatieberekening zal verrichten overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad (4).

 

(9)

Aangezien de verhoogde drempel naar verwachting zal leiden tot lagere btw-verplichtingen en dus tot lagere nalevingskosten voor kleine ondernemingen en minder administratieve lasten voor de belastingautoriteiten, en aangezien het effect op de totale btw-inkomsten verwaarloosbaar is, moet Litouwen worden gemachtigd de derogatiemaatregel te blijven toepassen.

 

(10)

De machtiging voor de toepassing van de derogatiemaatregel moet in de tijd worden beperkt. De periode moet lang genoeg zijn om te kunnen evalueren of de verhoogde drempel doeltreffend en passend is. Bovendien moeten de lidstaten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2020/285 uiterlijk op 31 december 2024 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vaststellen en bekendmaken om aan artikel 1 van die richtlijn te voldoen en moeten zij deze bepalingen met ingang van 1 januari 2025 toepassen. Litouwen kan daarom worden gemachtigd de derogatiemaatregel voor een beperkte periode verder toe te passen tot en met 31 december 2024.

 

(11)

Door de moeilijkheden die werden veroorzaakt door de COVID-19 pandemie heeft het proces van verlenging van de derogatiemaatregel meer tijd gekost dan verwacht en was niet afgerond op 31 december 2020. Zonder terugwerkende kracht van dit besluit zouden kleine bedrijven economische verliezen lijden. Het is daarom passend dit besluit met terugwerkende kracht toe te passen met ingang van 1 januari 2021, om de juridische continuiteit van de derogatiemaatregel te verzekeren,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG wordt de Republiek Litouwen gemachtigd om belastingplichtigen met een jaaromzet van niet meer dan 55 000 EUR van de belasting over de toegevoegde waarde vrij te stellen.

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op de datum van kennisgeving.

Het is van toepassing van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2024.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de Republiek Litouwen.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

A.P. ZACARIAS

 

  • (2) 
    Uitvoeringsbesluit 2011/335/EU van de Raad van 30 mei 2011 waarbij de Republiek Litouwen wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 150 van 9.6.2011, blz. 6).
  • (3) 
    Richtlijn (EU) 2020/285 van de Raad van 18 februari 2020 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen en Verordening (EU) nr. 904/2010 betreffende de administratieve samenwerking en uitwisseling van inlichtingen voor doeleinden van toezicht op de juiste uitvoering van de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen (PB L 62 van 2.3.2020, blz. 13).
  • (4) 
    Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad van 29 mei 1989 betreffende de definitieve uniforme regeling voor de inning van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 155 van 7.6.1989, blz. 9).
 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.