Buitenlands beleid (GBVB)

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Wereldbol voor EU-vlag
Bron: (c) European Union

Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de EU is onder andere gericht op het wereldwijd bevorderen van democratie en mensenrechten, het stimuleren van vrije en eerlijke internationale handel, en het garanderen van vrede en veiligheid i. Daarom vinden regelmatig bijeenkomsten plaats tussen de ministers van Buitenlandse Zaken van Europese lidstaten i. De Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO), onder leiding van de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor een sterker Europa in de wereld i Joseph Borrell i, vertegenwoordigt de EU in de rest van de wereld.

De bevoegdheden van de Europese Unie zijn beperkt op het gebied van buitenlands beleid. Elke lidstaat heeft een veto wanneer er in de Raad i gestemd wordt over dit beleidsterrein. Een belangrijke oorzaak van de moeizame Europese samenwerking op dit gebied is de weerstand van lidstaten om bevoegdheden op dit terrein aan de EU over te dragen. Het buitenlands beleid wordt beschouwd als kernonderdeel van de nationale soevereiniteit i. In de laatste jaren is de druk op de EU om zich sterker te presenteren echter gegroeid door het isolationisme van de VS tijdens het presidentschap van Trump en de opkomst van China als speler op het wereldtoneel.

De EU heeft waarden als mensenrechten, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat hoog in het vaandel staan en wil deze in de wereld bevorderen. Sinds 2016 is de Integrale EU-strategie (EUGS) i van kracht. In deze strategie staan geloofwaardigheid, snel en effectief ingrijpen en een geïntegreerde aanpak met andere beleidsterreinen centraal. In het uitvoeren van zijn visie zijn voor de EU de belangrijkste instrumenten van beleid gezamenlijke verklaringen, demarches aan landen om signalen af te geven en sancties zoals wapenembargo's of het bevriezen van tegoeden. Door de grote omvang van de Europese economie is de Europese Unie i een factor van betekenis in de wereld.

1.

Mijlpalen

Eerdere initiatieven

Door de jaren heen zijn er verschillende pogingen gedaan om een gezamenlijk buitenlands en veiligheidsbeleid te ontwikkelen. Zo probeerde men in 1954 een Europese Defensiegemeenschap i op te richten. Dit mislukte echter op het laatste moment. In 1970 werd de Europese Politieke Samenwerking i (EPS) in informele vorm tot stand gebracht.

Verdrag van Maastricht

Het beginsel van een gemeenschappelijk buitenlands beleid en het daarbij behorende veiligheidsbeleid is het Verdrag van Maastricht i van 1992. Lidstaten besloten dat samenwerking op dit gebied sterker moest worden en de EU meer met één stem moest gaan spreken op het wereldtoneel.

Verdrag van Lissabon

Met het Verdrag van Lissabon (2009) i zijn er een aantal veranderingen in het Europees buitenlands beleid aangebracht. Er werden twee nieuwe functies in het leven geroepen: een Voorzitter van de Europese Raad i en een Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor een sterker Europa in de wereld i. Daarnaast werd ook een diplomatieke dienst opgericht, de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO). De institutionele vernieuwingen hadden als doel een versterking van het buitenlands beleid door de EU meer invloed en zichtbaarheid te geven op het internationale toneel.

EU Global Strategy

In juni 2016 maakte de toenmalige Hoge Vertegenwoordiger Federica Mogherini i haar voorstel voor de nieuwe EU-strategie voor buitenlands en veiligheidsbeleid de 'Integrale EU-strategie (EUGS) i' bekend.

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit terrein spelen de Europese Commissie i, de Raad i, de Europese Raad i, de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor een sterker Europa in de wereld i en het Europees Parlement i een rol.

Voor het vaststellen van algemene richtsnoeren geldt dat zowel de Europese Raad als de Raad van de Europese Unie besluit met eenparigheid van stemmen i. Voor het vaststellen van standpunten of strategieën gebaseerd op de richtsnoeren van de Europese Raad i geldt dat de Raad i besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen i. In deze gevallen kan in de Raad een noodremprocedure i (zie hieronder) worden ingezet.

Voor het sluiten van internationale overeenkomsten i geldt dat de Raad de Europese Commissie machtigt om te onderhandelen. Bij overeenkomsten op het terrein van buitenlands en veiligheidsbeleid beslist de Raad met unanimiteit i.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor een sterker Europa in de wereld i

Eurocommissaris voor Internationale Partnerschappen i

Europese Raad

Charles Michel i, de vaste voorzitter van de Europese Raad i

Nederlandse vertegenwoordiger Europese Raad

Mark Rutte i (VVD), de minister van Algemene Zaken

Parlementaire commissie Europees Parlement i

Parlementaire commissie Buitenlandse Zaken i

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie/Raad van Ministers i

Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) i

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Ben Knapen i (CDA), minister van Buitenlandse Zaken

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden i. Als een derde van de nationale parlementen vindt dat het voorstel niet tot de bevoegdheden van de EU behoort, moet de Europese Commissie het voorstel heroverwegen. De Commissie ontvangt dan de zogenaamde 'gele kaart i.'

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (BuZa) i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingsorganisaties (BDO) i

Betrokken bij uitvoering

 

Betrokken instantie EU/internationaal

Verantwoordelijke

Dienst

EDEO i

Agentschap

Europees Instituut voor Veiligheidsstudies i

Organisatie

VN i

Organisatie

OVSE i

Organisatie

Raad van Europa i

Raad van Europa en OVSE

De Raad van Europa i wil de eenheid tussen de 45 Europese lidstaten versterken, met name door onderlinge verdragen te sluiten. Het belangrijkste daarvan is het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) i, dat door alle lidstaten is getekend. Ook bewaakt deze organisatie de uitvoering van verdragen die martelingen moeten voorkomen.

De Raad van Europa zet verder programma's op die zijn gericht op versterking van democratische structuren en de rechtsstaat in met name Oost- en Zuidoost-Europa.

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa i (OVSE) verenigt 55 landen in Europa, Centraal-Azië en Noord-Amerika. De lidstaten onderschrijven de beginselen van democratie, economische vrijheid, sociale rechtvaardigheid en het recht op veiligheid. Hierdoor is de OVSE in staat om lidstaten aan te spreken op (mogelijke) schendingen van mensenrechten.

Verder gebruikt de OVSE preventieve diplomatie als instrument om conflicten te voorkomen of te beperken. Na een conflict verleent de organisatie bijstand bij de (weder)opbouw van democratie en rechtsorde. Voor het beheersen en oplossen van conflicten vestigt de OVSE kantoren in de gebieden ter plekke.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

portaal: Buitenlands en Veiligheidsbeleid

Europese Unie

NL

portaal: Buitenlandse Betrekkingen

Raad van Europa

EN

Officiële homepage

OVSE

EN

Officiële homepage

3.

Juridisch kader

Het buitenlands beleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) i en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) i:

  • beginselen en basis: VEU titel V (artikelen 21 t/m 46)
  • internationale overeenkomsten en organisaties: vijfde deel VwEU titel V (artikelen 216-219), vijfde deel VwEU titel VI (artikelen 220-221)

4.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Statistieken