Beleid ontwikkelingssamenwerking - EU monitor

EU monitor
Vrijdag 15 november 2019
kalender
Met dank overgenomen van Europa Nu.

Het ontwikkelingsbeleid van de EU is erop gericht om hulp te bieden en handel te drijven. Achtergebleven bevolkingsgroepen moeten weer controle krijgen over hun eigen ontwikkeling. Deze ontwikkeling moet op duurzame wijze en in onderlinge samenwerking plaatsvinden.

Het grootste deel van de Europese ontwikkelingshulp is bestemd voor het Europees Ontwikkelingsfonds i. Dit fonds wordt beheerd door de lidstaten en maakt geen deel uit van de Europese begroting. Ook kunnen organisaties met projecten in ontwikkelingslanden goedkope leningen afsluiten bij de Europese Investeringsbank i. De uitvoering van de ontwikkelingssamenwerking ligt bij de Europese Commissie i. Er is een afzonderlijke commissaris voor het beleid humanitaire hulp en rampenbestrijding i.

De aanpak van klimaatverandering en migratie staan tegenwoordig hoog op de agenda van dit beleidsterrein. In grote lijnen sluit het EU-ontwikkelingsbeleid aan bij de VN-Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling. Dit is een mondiaal programma met als doel armoede uit te bannen.

1.

Staand beleid

Budget

De Europese Unie en haar lidstaten besteden jaarlijks zo'n 75 miljard euro aan overheidssteun voor ontwikkelingslanden. De EU-lidstaten zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van het budget. Voor de periode 2014-2020 is ruim 30 miljard vrijgemaakt voor het Europese Ontwikkelingsfonds. De begroting van het fonds valt buiten de EU-begroting en wordt apart door de lidstaten bekostigd. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een vaste verdeelsleutel.

Vanaf 2021 treedt ook het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI i) in werking. Het doel van dit instrument is het wereldwijd hooghouden en uitdragen van de waarden en belangen van de Unie om zo de doelstellingen van de Unie te verwezenlijken. De Commissie heeft 89.2 miljard voor het NDICI vrijgemaakt.

Hulpverlening

De Europese Unie is samen met haar lidstaten de grootste donor van ontwikkelingsgelden ter wereld. Samen zijn zij verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle niet-particuliere internationale hulpverlening. Het ontwikkelingsbeleid van de EU gaat uit van twee pijlers: handel en hulp. De EU ziet handel als een stimulans voor economische groei en productiecapaciteit in arme landen. Zo krijgen ontwikkelingslanden in sommige gevallen gemakkelijker toegang tot de Europese markt dan andere landen. Vooral met gebieden dichtbij de EU en voormalige koloniën bestaan actieve samenwerkingsverbanden. Het bieden van hulp wordt gedaan via het Europese Ontwikkelingsfonds en door leningen die door ontwikkelingsorganisaties kunnen worden aangevraagd bij de Europese Investeringsbank.

Doelstellingen VN

De Agenda 2030, van de VN, het vervolg op de Millenniumdoelen, kent vijf hoofddoelen, namelijk:

  • Mensen (People): het beëindigen van armoede en honger in de wereld in alle vormen en dimensies.
  • Planeet (Planet): het beschermen van de aarde tegen verwaarlozing door verduurzaming van wereldwijde productie en consumptie.
  • Welvaart (Prosperity): ieder mens moet ten volle van welvaart, dat in evenwicht met de planeet is, kunnen genieten.
  • Vrede (Peace): er wordt gestreefd naar inclusieve, vreedzame samenlevingen zonder oorlog en geweld.
  • Partnerschap (Partnership): wereldwijd moet iedereen gemobiliseerd worden om de bovenstaande doelen te bereiken.

Deze doelen probeert de EU te bereiken door zich bij het verlenen van ontwikkelingshulp vooral te richten op de volgende gebieden:

  • handel en regionale integratie
  • milieu en duurzaam management van natuurlijke hulpbronnen
  • infrastructuur, communicatie en transport
  • water
  • energie
  • plattelandsontwikkeling, territoriale planning, landbouw en voedselveiligheid
  • bestuur, democratie, mensenrechten en steun voor economische en institutionele hervormingen
  • conflictpreventie en instabiele staten
  • menselijke ontwikkeling (onderwijs, gelijke rechten tussen man en vrouw etc.)
  • sociale cohesie en werkgelegenheid

Samenwerkingsverbanden

De EU heeft een speciaal samenwerkingsverband met de landen van Afrika ten zuiden van de Sahara, de Caraïben en de Stille Oceaan (de ACS-landen i). De samenwerking, die tegenwoordig gebaseerd is op de Cotonou-overeenkomst i, bestaat al sinds het ontstaan van de Europese Gemeenschap. De overeenkomst omvat handelsafspraken, programma's voor armoedebestrijding en bepalingen voor goed bestuur (corruptiebestrijding). Ook besteed de overeenkomst aandacht aan het bestrijden van terrorisme i, het tegengaan van verspreiding van massavernietigingswapens, en deelname aan het Internationaal Strafhof (ICC).

Naast het actieve samenwerkingsverband met de ACS-landen, bestaat er ook nauwe samenwerking met de overzeese gebieden die onderdeel uitmaken van Denemarken, Frankrijk, Nederland en Groot Brittannië en zo verbonden zijn met de Europese Unie. Verder wordt er samengewerkt met de landen in het zuidelijk en oostelijk gedeelte van het Middellandse Zeegebied, landen in Midden- en Oost-Europa en voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azië.

De Europese Unie koppelt steun voor landen in Afrika en het Midden-Oosten aan medewerking bij het in de eigen regio te houden of weer opnemen van migranten, met als doel de migratiestromen in te perken en het aantal mensen dat tijdens hun reis omkomt, terug te dringen.

2.

Mijlpalen

In 1975 werd de relatie tussen de ACS-landen en de Europese Unie geregeld in de overeenkomst van Lomé. 25 jaar later werd dit opnieuw gedaan door de Cotonou-overeenkomst, die in 2005 werd herzien. Sindsdien wordt gewerkt met de herziene overeenkomst.

In oktober 2011 is het beleid van de EU voor ontwikkelingssamenwerking hervormd. Doel van deze hervormingen was Europese ontwikkelingshulp meer te richten op regio's, landen en staten die de hulp het meest kunnen gebruiken. Landen en regio's die zelf over genoeg middelen beschikken, ontvangen geen subsidies meer, maar zullen profiteren van hulp in de vorm van partnerschappen met de Unie.

De Europese Commissie heeft destijds negen financiële instrumenten ingevoerd voor het uitvoeren van het beleid ontwikkelingssamenwerking. De Europese Unie sluit daarbij met ieder land dat ontwikkelingshulp ontvangt een verdrag over een 'nationaal indicatief programma' (NIP). Daarin worden per land specifieke doelen vastgelegd die met de steun van de EU bereikt moeten worden. In 2014 werden de eerste NIP-akkoorden gesloten, gebaseerd op analyses van het hulpbehoevende land en het overheidsbeleid.

Ook sloot de Europese Commissie zich in 2011 aan bij het Global Partnership voor effectieve ontwikkelingssamenwerking om administratieve rompslomp en versnippering van ontwikkelingsgelden tegen te gaan. Eerder werd namelijk vastgesteld dat naar schatting zo'n 10 a 15 procent van de gelden verloren ging aan administratie.

3.

Wie doet wat

De uitvoering van het Europese ontwikkelingsbeleid, de gunning van contracten en de onderhandelingen met (bijvoorbeeld) Afrikaanse overheden over de besteding van ontwikkelingsgelden berust bij de Europese Commissie i. Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie i, de Raad i en het Europees Parlement i een rol. De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure i.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Ontwikkeling

Parlementaire commissie Europees Parlement

parlementaire commissie Ontwikkelingssamenwerking i

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Er zitten geen Nederlandse leden in deze commissie

Raad van de Europese Unie

Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) i

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Sigrid Kaag i (D66), minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden i.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederland orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BuHaOS) i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) i

Betrokken bij uitvoering

 

Betrokken instantie EU/internationaal

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Europese Civiele Bescherming en Humanitaire Operaties i

Organisatie

Europese Investeringsbank (EIB) i

4.

Juridisch kader

De juridische basis voor ontwikkelingssamenwerking is terug te vinden in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VwEU) i:

  • beleidsmatige aspecten: derde deel VwEU titel III hoofdstuk 1 (artikelen 208 t/m 211)

5.

Meer informatie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Ontwikkelingssamenwerking

Statistieken

Betrokken instanties internationaal