Beleid uitbreiding Europese Unie - EU monitor

EU monitor
Dinsdag 22 oktober 2019
kalender
Met dank overgenomen van Europa Nu.
Lidstaten EU

Sinds de oprichting van de Europese Unie†i zijn geleidelijk aan steeds meer landen tot de Unie toegetreden. Het beleid voor uitbreiding bepaalt aan welke criteria landen moeten voldoen om toe te treden. Inmiddels telt de EU 28 lidstaten.

Wanneer een land wil toetreden, kan het bij de Raad†i een verzoek indienen. Het Europees Parlement†i moet instemmen met het openen van de onderhandelingen en de Europese Commissie†i wordt geraadpleegd. Vervolgens moeten alle lidstaten van de EU instemmen om het proces van toetreding te starten.

Landen moeten aan een aantal voorwaarden voldoen om lid te worden van de Unie: de Kopenhagen-criteria†i. Een toekomstig lid moet bijvoorbeeld een democratische regering hebben, waar goed wordt omgegaan met mensenrechten. Ook moeten minderheden worden beschermd en moet de economie goed functioneren. Tot slot moeten nieuwe lidstaten de Europese regels overnemen.

1.

Staand beleid

Budget

Voor pre-accessiesteun is in 2019 ruim 2,5 miljard vrijgemaakt op de begroting. Ongeveer zeventien procent hiervan gaat naar politieke hervormingen in de (potentieel-)kandidaatlidstaten. Iets meer dan de helft van het budget gaat naar steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling.

Toetredingscriteria

Landen kunnen niet zomaar toetreden tot de Europese Unie; zij moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze criteria zijn opgesteld door de regeringsleiders van de EU-lidstaten†i in Kopenhagen in juni 1993. Een toekomstig lid moet:

  • 1. 
    Een stabiele democratie hebben die de rechtsstaat, de eerbiediging van de mensenrechten en de bescherming van de minderheden waarborgt
  • 2. 
    Over een goed functionerende markteconomie beschikken
  • 3. 
    De gemeenschappelijke regels, normen en beleidsmaatregelen aanvaarden die de basis van de EU-wetgeving vormen

In 2006 is daaraan toegevoegd:

  • 4. 
    Toetreding van een land mag het functioneren en ontwikkelen van de EU niet onder druk zetten

Wanneer een land wil toetreden, kan het bij de Raad†i een verzoek indienen. Het Europees Parlement†i moet instemmen met het openen van de onderhandelingen en de Europese Commissie†i wordt geraadpleegd. Vervolgens moeten alle lidstaten van de EU instemmen om het proces van toetreding te starten. De Europese Commissie onderhandelt namens de EU met de kandidaat en evalueert de voortgang van het land bij het vervullen van de criteria.

FinanciŽle steun aan kandidaat-lidstaten

In de aanloop naar de toetreding hebben de Europese Unie en de kandidaat-lidstaten een strategie uitgestippeld die hen moet voorbereiden op toetreding. De Unie geeft de lidstaten financiŽle steun om te kunnen voldoen aan de eisen voor het lidmaatschap. De Europese Investeringsbank (EIB)†i en de Wereldbank†i verlenen doorgaans goedkope kredieten om toetredingseisen te financieren.

Voor de 10 lidstaten die in 2004 tot de EU toetraden was de hoogte van deze steun vastgesteld op miljarden euro's per jaar, voor de periode 2000-2006 (via de PHARE -, SAPARD- en ISPA programma's). De kandidaat-lidstaten gebruiken dit geld mede om te zorgen dat de wetgeving en het overheidsapparaat aan Europese eisen gaan voldoen. Speciale aandacht gaat naar hervormingen om de overgang naar de Europese landbouwregels en de interne markt te garanderen. Vanaf 2007 lopen al deze middelen via het nieuwe instrument voor pre-toetreding IPA.

Actuele toetredingsonderhandelingen

In de Balkan zijn Noord-MacedoniŽ, ServiŽ, Montenegro en AlbaniŽ kandidaat-lidstaten. Kosovo en BosniŽ en Herzegovina hebben de status van potentieel kandidaat-lidstaat. Voordat deze landen lid kunnen worden, moeten ze hun grensgeschillen bijleggen en meer doen om corruptie en misdaad te bestrijden.

Turkije vroeg in 1987 al het EU-lidmaatschap aan. De officiŽle onderhandelingen werden pas in 2005 geopend, maar de onderhandelingen bleven lange tijd stilliggen.

De actuele stand van zaken wat de toetredingsonderhandelingen betreft, is via onderstaande weg te volgen.

Kandidaat-lidstaat

Aanvraag kandidaat-lidmaatschap

Kandidaat-lidmaatschap officieel aanvaard

Toetredingtraject gestart

1987

1999

2005

2004

2005

-

2008

2010

2012

2009

2014

-

2009

2012

2014

PotentiŽle kandidaat-lidstaat

Start onderhandelingen SAO

Inwerkingtreding SAO

2005

2015

2013

2016

2.

Mijlpalen

Toetredende landen

Sinds de oprichting is de Europese Unie stap voor stap verder uitgebreid en mogelijk treden in de toekomst meer Europese landen toe. Hieronder een overzicht van het verloop:

jaar

nieuwe verdragen

nieuwe deelnemers

aantal landen

1951

Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal†i

Start met: BelgiŽ†i, Duitsland†i, Frankrijk†i, ItaliŽ†i, Luxemburg†i, Nederland†i

6

1958

Europese Economische Gemeenschap†i, Euratom†i

 

 

1973

 

Denemarken†i, Ierland†i, Verenigd Koninkrijk†i

9

1981

 

Griekenland†i

10

1986

Europese Akte†i

Portugal†i, Spanje†i

12

1992

Europese Unie (Verdrag van Maastricht†i)

 

 

1995

 

Finland†i, Oostenrijk†i, Zweden†i

15

2000

Verdrag van Nice†i

 

 

2004

ontwerp Europese Grondwet†i

Estland†i, Letland†i, Litouwen†i, Polen†i, TsjechiŽ†i, Slowakije†i, Hongarije†i, SloveniŽ†i, Cyprus†i, Malta†i

25

2007

 

Bulgarije†i, RoemeniŽ†i

27

2009

Verdrag van Lissabon†i

 

 

2013

 

KroatiŽ†i

28

nnb: nog niet bekend

Verloop

De Europese Unie†i is door de jaren heen sterk gegroeid. De voorloper van de EU, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, is in 1951 opgericht door zes landen in West-Europa. Tussen 1973 en 2004 traden nog eens negen laden toe.

De uitbreiding van de Unie in 2004 was een ingrijpende gebeurtenis voor alle belangrijke EU-organen. De Europese Unie werd in 2004 uitgebreid van 15 naar 25 lidstaten. De tien nieuwe lidstaten waren: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, SloveniŽ, Slowakije en TsjechiŽ.

Naar aanleiding van de uitbreiding veranderde de personele samenstelling en het aantal leden van instellingen als het Europees Parlement†i, het Europees Hof van Justitie†i, de Europese Rekenkamer†i, het Economisch en Sociaal Comitť en het Comitť van de Regio's†i. Ook de stemverhoudingen in de Raad van de Europese Unie†i veranderden door de toetreding van nieuwe lidstaten. De uitbreiding had ook grote gevolgen voor Europese Commissie†i, omdat elke nieuwe lidstaat ook een eurocommissaris ging leveren.

Na deze uitbreiding lagen de prioriteiten vooral bij het verbeteren van de levensstandaard van de nieuwe lidstaten, die in alle gevallen onder het EU-gemiddelde lag. De economische gevolgen van de uitbreiding waren groot. Door de uitbreiding is de interne markt groter geworden, en dit gaf zowel de nieuwe als de oude lidstaten een impuls.

Bulgarije en RoemeniŽ zijn op 1 januari 2007 lid geworden van de EU. Zij waren in 2004 nog niet klaar om toe te treden. KroatiŽ werd op 1 juli 2013 lid van de Europese Unie.

Vastgelopen onderhandeling

IJsland vroeg in 2009 het lidmaatschap aan en de toetredingsonderhandelingen begonnen vrijwel meteen; in 2013 werden deze onderhandelingen echter gestopt door de regering van premier Gunnlaugsson. In navolging hierop, kondigde IJsland op 12 maart 2015 aan niet opnieuw te willen onderhandelen over toetreding tot de Europese Unie.

Verdrag van Nice

Met het groter worden van de EU, wordt het ook steeds moeilijker om het eens te worden over een gezamenlijke aanpak op bepaalde terreinen. Niet alle lidstaten zijn bereid om te wachten op de landen die meer tijd nodig hebben. Daarom is er besloten om een nauwere samenwerking tussen een beperkt aantal lidstaten mogelijk te maken. Sinds het Verdrag van Nice is dit mogelijk.

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie†i, de Raad†i, het Europees Parlement†i en de afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie†i een rol. De besluitvorming verloopt volgens de instemmingsprocedure†i.

Een land vraagt het lidmaatschap aan bij de Raad. Als er onderhandelingen over toetreding komen, worden deze gevoerd door de Commissie. De voorwaarden waaraan een kandidaat-lidstaat moet voldoen worden vastgelegd in een akkoord tussen de EU en de kandidaat-lidstaat. De Europese Raad heeft een aantal criteria voor toetreding†i vastgesteld waar een kandidaat-lidstaat in elk geval aan moet voldoen.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor uitbreiding en nabuurschapsbeleid†i

Parlementaire commissie Europees Parlement

parlementscommissie Buitenlandse Zaken†i

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Algemene Zaken (RAZ)†i

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Stef Blok†i (VVD), minister van Buitenlandse Zaken

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Europese Zaken (EUZA)†i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Europese Zaken (EUZA)†i

Omdat bij toetreding van een nieuwe lidstaat de verdragen moeten worden aangepast, moet elke lidstaat afzonderlijk de toetreding goedkeuren. Elke lidstaat volgt hierin de eigen gangbare procedure. In Nederland beslist het parlement.

Betrokken bij uitvoering

 

Betrokken instantie EU/internationaal

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Uitbreiding (ELARG)†i

4.

Juridisch kader

Uitbreiding van de Europese Unie vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)†i:

  • beleid uitbreiding: VEU titel VIII artikel 49†i

5.

Meer informatie

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Betrokken instanties