Coördinatie nationale economieën

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Rekenmachine, papier, paperclip, balpen

De lidstaten van de Europese Unie i coördineren hun economisch en begrotingsbeleid om het af te stemmen op gemeenschappelijke doelstellingen en verantwoordelijkheden. Elke lidstaat is lid van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Deze monetaire unie streeft naar een optimale integratie van de nationale economieën, zodat economische groei en welvaart gestimuleerd worden. Negentien lidstaten van de Europese Unie nemen deel aan de laatste fase van de EMU. Zij gebruiken de euro i als betaalmiddel en stemmen hun economische en financiële politiek op elkaar af.

Naar aanleiding van de economische crisis die in 2008 begon, nam de Europese Unie een aantal maatregelen om de nationale economieën te versterken. Verder is in 2011 het Europees semester ingesteld, waardoor de EU de economische ontwikkelingen in de lidstaten strenger kan controleren, om zo economische en financiële problemen te voorkomen.

Naast de invoering van de euro hebben de lidstaten aanvullende afspraken gemaakt om de nationale economieën gezond te houden. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact i. De landen die meedoen aan de euro i zijn gebonden aan extra afspraken. Overheidstekorten mogen niet verder oplopen dan 3% van het nationale inkomen. Bij crisissituaties kan worden afgeweken van deze afspraken, zoals bij de coronacrisis het geval is. Zo wil de Europese Commissie i bijvoorbeeld dat in verband met de extra uitgaven rondom de coronacrisis de begrotingsregels pas in 2023 weer normaal in werking treden.

1.

Mijlpalen

EMU

In 1991 is de Economische en Monetaire Unie i (EMU) opgericht met als doel een gezamenlijke economische politiek op te zetten, de prijsstabiliteit te bevorderen en de werking van de interne markt te verbeteren. Het toezicht op de economieën van de lidstaten is sindsdien steeds verder uitgebreid.

Stabiliteits- en Groeipact

In 1997 hebben de lidstaten afspraken gemaakt over de evenwichtigheid van hun begrotingen. Regeringen mogen niet meer geld uitgeven dan ze ontvangen. Dit doel hoeft niet meteen bereikt te worden, maar de lidstaten moeten er wel naar toewerken. Het Stabiliteits- en Groeipact i kent twee eisen:

Eurocrisis

Naar aanleiding van de eurocrisis werden de afspraken aangescherpt. De controle op nationale begrotingen is verbeterd. Bij landen die te grote tekorten hebben kan de Commissie samen met de Raad van Ministers i voorstellen doen voor de begroting van die landen. En de regeringsleiders van de eurolanden i komen een aantal keer per jaar bijeen om hun economisch beleid beter op elkaar af te stemmen.

MIP

Met de procedure macro-economische onevenwichtigheden i (MIP) wil de EU voorkomen dat er problemen ontstaan in de economieën van de lidstaten. De Europese Commissie verzamelt gegevens over economisch ontwikkelingen en onderzoekt waar problemen kunnen ontstaan. Wanneer onevenwichtigheden worden gevonden, doet de EU voorstellen om die problemen aan te pakken. Als een lidstaat geen maatregelen neemt kan uiteindelijk een forse boete worden opgelegd.

Europees Semester

Via het in 2011 ingestelde Europees semester i worden voor iedere lidstaat specifieke aanbevelingen gedaan die de economische ontwikkeling van die lidstaat moeten stimuleren. De leidraad voor deze adviezen is de langetermijnstrategie die de Europese Raad i jaarlijks opstelt.

Hervormingen ESM

In december 2018 heeft de Eurogroep i een akkoord bereikt over de hervormingen in de eurozone. Deze hervormingen zijn bedoeld om de banken te versterken en de EU financieel beter te wapenen tegen nieuwe financiële crises. De gemaakte afspraken, zoals het versterken van het permanente noodfonds voor eurolanden (ESM i) treden geleidelijk in werking. Eind 2020 stemde de Europese Raad in met een hervorming van het ESM, waardoor het vanaf 2022 ook kan worden ingezet als vangnet voor probleembanken in de eurozone.

 

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie i, de Raad i, het Europees Parlement i, de Europese Raad i en de Europese Centrale Bank i en het Economisch en Financieel Comité een rol.

De besluitvorming over te hoge overheidstekorten in een lidstaat kent meerdere fasen. In eerste instantie stelt de Europese Commissie een verslag op. Het Economisch en Financieel Comité brengt daarover een advies uit. De Commissie stuurt op basis daarvan een advies naar de betrokken lidstaat en de Raad. Vervolgens kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen i, met uitsluiting van de betrokken lidstaat, een aanbeveling vaststellen. Daarnaast mogen de Raad en de Commissie samen advies over de gehele begroting van het land uitbrengen aan de lidstaat in kwestie. Indien de tekorten aanhouden kan de Raad op dezelfde wijze een aanmaning sturen, en ten slotte een boete opleggen. Tot slot informeert de Raad het Europees Parlement over de door haar genomen besluiten.

Voor het vaststellen van de definitie van buitensporige tekorten geldt dat de Raad met eenparigheid van stemmen i besluiten neemt, na raadpleging i van het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank. Bij onderwerpen waar de lidstaten op dit terrein samenwerken en hun beleid op elkaar afstemmen, maar niet direct op basis van de Europese verdragen i, vindt besluitvorming plaats volgens de open coördinatiemethode i.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Economie i

Eurocommissaris voor een Economie die werkt voor de mensen ... i

Parlementaire Commissie EP

Parlementaire commissie Economische en Monetaire zaken en de euro i

Nederlands lid Commissie EP

Ondervoorzitter(s)


Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Eurogroep i

Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin) i

Nederlandse afvaardiging Raad van de Europese Unie

Sigrid Kaag i (D66), minister van Financiën

Marnix van Rij i (CDA), Aukje de Vries i (VVD), staatssecretaris van Financiën

Micky Adriaansens i (VVD), minister van Economische Zaken en Klimaat

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten op basis van een subsidiariteitstoets i binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden i.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) - Tweede Kamer i

Vaste commissie voor Europese Zaken (EUZA) - Tweede Kamer i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) i

Eerste Kamercommissie voor Europese Zaken (EUZA) i

Betrokken bij wetgeving en uitvoering

 

Betrokken instantie

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Economische en financiële zaken i

3.

Juridisch kader

De coördinatie van het economische beleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) i en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) i:

  • beginselen: VEU titel I art. i lid 3, eerste deel VwEU titel I art. i lid 2, art. i
  • algemeen economisch beleid: derde deel VwEU titel VIII art. 119 i, derde deel VwEU titel VIII hoofdstuk 1 art. 120 i, 121 i
  • institutionele inkadering: derde deel VwEU titel VIII hoofdstuk 3 (artikelen 134 t/m 135)
  • solidariteitsclausule: derde deel VwEU titel VIII hoofdstuk 1 art. 122 i
  • relatie openbare lichamen en kredietfaciliteiten: derde deel VwEU titel VIII hoofdstuk 1 art. 123 i, 124 i, 125 i
  • overheidstekorten: derde deel VwEU titel VIII hoofdstuk 1 art. 126 i, afspraken tussen regeringsleiders vastgelegd in deze verklaring
  • relatie werkgelegenheidsbeleid: derde deel VwEU titel IX art. 146
  • externe economische relaties: vijfde deel VwEU titel III hoofdstuk 2 art. 212 i lid 1

4.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Statistieken Eurostat