Toetreding ServiŽ tot de Europese Unie - EU monitor

EU monitor
Dinsdag 17 september 2019
kalender
Met dank overgenomen van Europa Nu.

ServiŽ onderhandelt sinds 21 januari 2014 met de EU over toetreding tot de Europese Unie. Deze toetredingsonderhandelingen gaan niet zonder slag of stoot, omdat de geschiedenis van het land een zware stempel op de huidige politiek drukt. Desalniettemin heeft het land al enkele belangrijke stappen gezet en zijn de onderhandelingen nog steeds open.

Een sleutelmoment in de onderhandelingen was de inzet van ServiŽ om oorlogsmisdadigers voor het JoegoslaviŽ-Tribunaal in Den Haag te krijgen. Dit was in de ogen van de EU een zeer positieve stap. Een groot struikelblok blijft echter de normalisatie van de relatie met Kosovo. De twee buurlanden staan op gespannen voet met elkaar, maar willen allebei toetreden tot de EU. De landen zullen elkaars onafhankelijkheid moeten erkennen voor zij kunnen toetreden.

Sinds 2012 is er een Stabilisatie- en Associatie-overeenkomst†i van kracht tussen de Europese Unie en ServiŽ. Hierdoor werd het ook een officiŽle kandidaat-lidstaat†i. Het land hoopt in 2020 tot de EU te kunnen toe treden. Uit het voortgangsrapport van de Europese Commissie in 2019 bleek dat die doelstelling wel erg ambitieus is. Vooral op het gebied van corruptieaanpak, grondrechten en economische ontwikkelingen moet ServiŽ de komende periode nog grote stappen zetten.

1.

Voorgeschiedenis

JoegoslaviŽ

Om internationaal sterker te staan, vormden KroatiŽ, ServiŽ en SloveniŽ na de Eerste Wereldoorlog het koninkrijk JoegoslaviŽ. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen de communisten aan de macht en werd Josip Tito leider. Deze richtte het zogenaamde tweede JoegoslaviŽ op: een mengelmoes van meerdere nationaliteiten.

Na de dood van Tito stak het nationalisme weer de kop op in de verschillende naties die samen JoegoslaviŽ vormden. De naties binnen JoegoslaviŽ, waaronder ServiŽ, raakten in oorlog met elkaar. Milosevic werd president van ServiŽ. Hij zette aan tot haat tegenover andere bevolkingsgroepen en isoleerde ServiŽ. Onder zijn leiderschap was een Servisch EU-lidmaatschap ondenkbaar. In een reeks akkoorden en verdragen werd tussen ServiŽ en andere balkanstaten vrede gesloten. Een belangrijke stap was de vrede in AlbaniŽ in 2001 bij het Akkoord van Ohrid.

Nadat in 2000 verkiezingen hadden plaatsgevonden in ServiŽ, trad Milosevic in oktober dat jaar af. Een maand later werd al een handelsverdrag tussen ServiŽ en de EU gesloten. In 2001 begon de EU politieke en economische gesprekken met ServiŽ en in 2003 werd het land erkend als potentiŽle kandidaat-lidstaat.

In 2005 begon de EU met onderhandelingen over een Stabilisatie- en Associatieovereenkomst, maar deze werden in 2006 weer afgeblazen omdat ServiŽ weigerde mee te werken aan de vervolging van oorlogsmisdadigers door het JoegoslaviŽ-Tribunaal. In 2008 werd wel een associatieovereenkomst gesloten, en deze trad in 2013 in werking.

2.

Struikelblokken

De grootste struikelblokken voor een Europees lidmaatschap zijn de erfenissen van de oorlogen die ServiŽ voerde na het uiteenvallen van JoegoslaviŽ. Een strenge eis van de EU was dat ServiŽ zich zou inzetten om oorlogsmisdadigers door het JoegoslaviŽ-Tribunaal te laten berechten. Dit tribunaal werd in 1993 opgericht om de verantwoordelijken van de oorlogsmisdaden in voormalig JoegoslaviŽ te straffen. Lange tijd hield ServiŽ zich hier afzijdig van, maar onder internationale druk is het uiteindelijk toch gaan meewerken aan vervolging.

Daarnaast kent ServiŽ een autonome regio in het noorden, Vojvodina. Het Europees Parlement maakt zich zorgen over de bescherming van de mensenrechten door ServiŽ in deze regio. Minderheden worden gediscrimineerd en de politie treedt hier niet hard genoeg tegen op. De regio staat ook direct in contact met de EU en heeft aangegeven dezelfde doelstellingen te willen halen die staan weergegeven in de 2020-strategie van de Europese Unie desnoods zonder de hulp van ServiŽ.

Relatie ServiŽ-Kosovo

Het grootste internationale probleem dat ServiŽ heeft, is de relatie met Kosovo. In een wanhopige poging zijn macht te redden besloot Milosevic de regio Kosovo, bestaande uit voornamelijk voor onafhankelijkheid strijdende Albanezen, binnen te vallen.

Dit resulteerde volgens de internationale gemeenschap in een etnische zuivering. De Verenigde Naties†i grepen in en zetten de UNMIK-missie op. Deze missie maakte Kosovo praktisch onafhankelijk. In 2008 riep Kosovo definitief onafhankelijkheid uit en dit werd erkend door het Internationaal Gerechtshof†i. Wil ServiŽ lid worden van de EU, dan zal het Kosovo dan ook als een onafhankelijke staat moeten erkennen. Dat is tot nu toe nog niet gebeurd.

Interne problemen

Qua politieke cultuur, ambtelijk apparaat, democratie, rechtsstaat en economie is ServiŽ als land ver verwijderd van de standaard die de EU hanteert bij de toetreding van lidstaten. Er zijn verschillende problemen die het land aan moet pakken om lid te kunnen worden van de EU. Voorbeelden zijn:

  • Een gebrek aan een fatsoenlijke bureaucratie leidt in het land tot willekeur en corruptie. ServiŽ moet stappen maken op het gebied van het ambtenarenapparaat en overheidshandelen op basis van wetgeving.
  • Het rechtssysteem voldoet niet aan de eisen van de EU. De onafhankelijkheid van rechters is niet gegarandeerd.
  • ServiŽ heeft te maken met een hoge mate van corruptie. Dat is een voornaam probleem dat het land moet aanpakken.
  • ServiŽ kent verschillende problemen met georganiseerde misdaad en een onmachtig politieoptreden daartegen.
  • In het verleden kende ServiŽ een communistische economie. De transitie naar een markteconomie is wel gemaakt, maar draait (nog) niet op het niveau van de Europese standaard.

3.

Overzicht mijlpalen

Uitleveren oorlogsmisdadigers

In zijn toetredingsproces heeft ServiŽ al vele mijlpalen weten te bereiken. Een belangrijke stap werd gezet in 2010, toen het Servische Parlement de massamoord erkende die in 1995 in Srebrenica plaatsvond. In 2011 leverde het land de militair Goran Hadzic uit aan het JoegoslaviŽ-Tribunaal, wat een volgende mijlpaal was. Hiermee liet ServiŽ volgens politici namelijk zien dat het Tribunaal serieus genomen werd. Tot dan toe had ServiŽ, ondanks de uitlevering van Milosevic in 2001, maar weinig meegewerkt aan dit strafhof.

Kosovo

In de relatie met Kosovo heeft ServiŽ vooruitgang geboekt. De EU heeft meerdere keren aangegeven dat zowel Kosovo als ServiŽ uitzicht hebben op lidmaatschap en faciliteert daarom onderhandelingsgesprekken tussen beide landen. Nadat de toenmalige Servische president Nikolic zich in 2012 fel tegen erkenning van Kosovo keerde, wees toenmalig voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy†i ServiŽ er nogmaals op dat erkenning van Kosovo nodig is om lid te kunnen worden.

Onder leiding van Catherine Ashton†i, de toenmalige EU-buitenlandvertegenwoordiger, werd in 2013 een akkoord tussen ServiŽ en Kosovo gesloten. Dit maakte voor ServiŽ de weg naar Europees lidmaatschap vrij en was voor de Kosovaarse premier ThaÁi een teken van Servische erkenning.

In 2015 bereikten ServiŽ en Kosovo opnieuw een akkoord, waarin vooral de rechten van de Servische gemeenschap in Kosovo werden vastgelegd. De Servische premier Vucic sprak van een doorbraak die het pad naar de Europese Unie definitief opende en ook EU-Hoge Vertegenwoordiger Mogherini†i noemde het akkoord een mijlpaal.

4.

Voortgangsrapport

Jaarlijks brengt de EU een voortgangsrapport uit over de toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten. Het voortgangsrapport van de Europese Commissie voor ServiŽ was in 2019 gematigd positief. De Commissie was redelijk tevreden met de stappen die ServiŽ heeft gezet en drong aan op het doorzetten van de hervormingen. Toch zijn er ook enkele problemen die te weinig aandacht krijgen op dit moment van de Servische regering.

Zo wordt met enige waardering gesproken over de regeringshervormingen, verbetering van het juridisch systeem en het gevecht tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Ook qua economie heeft ServiŽ goede stappen gezet. De financiŽle sector is steeds stabieler en de loon/prijsverhouding lijkt stabiel.

De Europese Commissie is zeer tevreden over de garantie van grondrechten. De belangrijkste basis is compleet, maar de manier waarop de grondrechten in praktijk functioneren moet zich nog ontwikkelen. De EU erkent dat dit tijd nodig heeft.

Op het terrein van vrijheid van meningsuiting is echter geen voortgang geboekt. Dit is een bron van groeiende zorg voor de Commissie.

In het verbeteren van de relatie met Kosovo zijn stappen gezet, maar ServiŽ moet daar nog meer inspanningen leveren. Het doel moet een bilateraal verdrag over de toekomstige relaties zijn, maar een dergelijk verdrag is nog ver weg.

5.

Nederlandse Insteek

Nederland stond lange tijd erg kritisch tegenover een Servisch EU-lidmaatschap. Dit kwam vooral doordat dat land niet voldoende meewerkte aan de arrestatie en uitlevering van oorlogsmisdadigers aan het JoegoslaviŽ-Tribunaal. Die zorgen heeft ServiŽ inmiddels weg kunnen nemen. Nadat in 2011 de militair Hadzic was uitgeleverd, vielen de Nederlandse zorgen over weinig meewerking met het Tribunaal weg.

Desondanks blijft Nederland bezorgd om de aanhoudende corruptie en de matige mensenrechtensituatie. De Nederlandse regering erkent de vooruitgang, maar volgt de ontwikkelingen met een kritische blik, zo is de officiŽle lezing.

6.

Meer Informatie