Sociale dimensie interne markt - EU monitor

EU monitor
Vrijdag 15 november 2019
kalender
Met dank overgenomen van Europa Nu.
Marianne Thyssen
Bron: European Commission

Op de sociale top van Gotenburg in november 2017 hebben de Europese instellingen de Europese Pijler van Sociale Grondrechten i ondertekend. De Europese Commissie wilde hiermee benadrukken dat EU-lidstaten sociale rechten niet uit het oog mogen verliezen tegen de achtergrond van een alsmaar veranderende arbeidsmarkt en verdergaande Europese samenwerking. De sociale dimensie is hiermee een prominenter onderdeel van Europees beleid geworden.

Inmiddels zijn de uitgangspunten van de sociale pijler vertaald in meerdere wetgevende initiatieven, die gedurende het mandaat van de Commissie Juncker i zijn voorgelegd aan de Raad i en het Europees Parlement i. Een belangrijke ontwikkeling voor Nederland was de herziening van de detacheringsrichtlijn i, die inmiddels is aangenomen. Die richtlijn zorgt ervoor dat werknemers uit andere landen slechts voor een beperkte tijd als detaché werkzaam mogen zijn in het buitenland.

In de laatste actieve fase van de Commissie Juncker zijn er nog verschillende ontwikkelingen op sociaal terrein voltrokken. Zo is er Europese wetgeving aangenomen op het gebied van vaderschapsverlof en is de Europese arbeidsautoriteit opgericht. Over andere onderdelen van sociale wetgeving wordt nog onderhandeld, waaronder het zogenoemde 'pakket inzake sociale rechtvaardigheid'. Ook heeft de Raad in deze periode geconcludeerd dat lidstaten moeten onderzoeken hoe zij een gelijke beloning tussen mannen en vrouwen kunnen realiseren.

1.

Sociale Pijler

De sociale pijler van Europa is een initiatief van de Europese Commissie i om de rechten van burgers op het gebied van werkgelegenheid en sociale zekerheid te versterken. Ook is de pijler ontwikkeld om regelgeving in de lidstaten op dit beleidsterrein beter op elkaar af te stemmen.

2.

Pakket inzake Sociale Rechtvaardigheid

Het Pakket inzake Sociale Rechtvaardigheid bevat de volgende onderdelen, waarbij eerlijke arbeidsmobiliteit centraal staat:

Richtlijn over transparante arbeidsvoorwaarden.

Over het voorstel voor betere informatievoorziening over nationale arbeidsvoorwaarden wordt nu tussen de Raad en het Europees Parlement onderhandeld. De commissie Werkgelegenheid i van het Parlement heeft het voorstel reeds behandeld. In februari 2019 werd bekend dat er een voorlopig akkoord is tussen het Europees Parlement en de Raad. Een formele stemming volgt nog. In Nederland heeft de Eerste Kamer het voorstel prioritair verklaard.

Oprichting van een Europese Arbeidsautoriteit

De Europese Arbeidsautoriteit (ELA) i is opgericht om eerlijke arbeidsmobiliteit binnen de EU te bevorderen. De autoriteit, gevestigd in Bratislava (Slowakije), houdt toezicht op de handhaving van Europese regels voor grensoverschrijdende arbeid. Hiermee wil de EU oneerlijke concurrentie, uitbuiting en fraude tegengaan. De ELA stimuleert betere samenwerking tussen nationale arbeidsinspecties. Ook informeert ze de ruim 17 miljoen werknemers die momenteel in een andere lidstaat werken over hun rechten en plichten met betrekking tot arbeidsmobiliteit. In geval van grensoverschrijdende geschillen bemiddelt de ELA tussen nationale autoriteiten.

Sociale bescherming van zelfstandigen en oproepkrachten.

In april 2019 heeft het Europees Parlement nieuwe regels aangenomen om oproepkrachten, zelfstandigen en flexwerkers te beschermen. Werkgevers mogen zelfstandigen die zij aannemen voor korte opdrachten niet belemmeren als zij ook bij een andere werkgever aan de slag willen. Verder moeten werkgevers afspraken maken met oproepkrachten over de werktijden en mogen deze werknemers opdrachten weigeren die buiten de afgesproken uren vallen. Ook mag een proeftijd niet langer dan 6 maanden duren. In 2022 moeten de lidstaten de richtlijn hebben omgezet in nationale wetgeving.

3.

Europese regelgeving over vader- en ouderschapsverlof

De duur van het vader- en ouderschapsverlof verschilt sterk tussen de EU-lidstaten i. Deze verschillen kunnen leiden tot oneerlijke concurrentie, omdat werkgevers in de ene lidstaat meer geld kwijt zijn aan verlof dan in andere. Bovendien doet de EU haar best om discriminatie te bestrijden i en deelneming van vrouwen aan de arbeidsmarkt te stimuleren.

De Commissie hoopt door een minimum te stellen aan de duur van het vader- en ouderschapsverlof bij te dragen aan gelijkheid tussen man en vrouw in de EU. De Raad en het Europees Parlement zijn akkoord met de maatregelen, waarmee het besluitvormingsproces in juni 2019 is afgerond. De lidstaten van de EU hebben nu drie jaar de tijd om de volgende vier maatregelen om te zetten in nationale wetgeving. Concreet houdt dit in:

  • Vaders krijgen het recht op tien verlofdagen rondom de geboorte van hun kind. Zij moeten hierbij minimaal het salaris ontvangen dat normaliter wordt uitgekeerd bij ziekte
  • Ouders hebben recht op vijf dagen zorgverlof, tegen een percentage van het brutoloon
  • Ouders hebben recht op vier maanden ouderschapsverlof, waarvan twee betaald. De eerste twee maanden kunnen niet worden overgedragen tussen ouders
  • Er moeten meer mogelijkheden zijn tot flexibel werken, zoals werken op afstand

Nederland was het fel oneens met deze maatregel. Na de publicatie van het voorstel in april 2017 heeft Nederland overwogen om de gele kaart procedure i in te zetten. Een meerderheid van de partijen in de Tweede Kamer vond dat het ouderschapsverlof een nationale kwestie is. Aangezien Nederland niet veel bijval kreeg van andere nationale parlementen, ging de behandeling van het wetsvoorstel echter gewoon door.

4.

Coördinatie socialezekerheidsstelsels

Door vrij verkeer van personen is het voor EU-burgers makkelijk om ergens anders te gaan wonen, werken en/of te gaan reizen. Hierdoor is het volgens de Europese Commissie noodzakelijk dat overal in de EU dezelfde regels gelden wat betreft de sociale zekerheid.

De wetgeving rond socialezekerheidsstelsels heeft haken en ogen. Het komt voor dat burgers uit lidstaten met minder sociale zekerheid, zoals Roemenië en Bulgarije, naar andere lidstaten vertrekken om daar een uitkering aan te vragen. Dit staat ook wel bekend als uitkeringstoerisme. Om dit misbruik tegen te gaan is de Europese Commissie in december 2016 met een nieuw voorstel gekomen. Het voorstel bestaat uit de volgende onderdelen:

  • 1. 
    EU-burgers met een WW-uitkering die in een andere lidstaat een baan zoeken houden zes maanden recht op een uitkering uit het thuisland.
  • 2. 
    Wanneer EU-burgers minstens drie maanden in een andere lidstaat hebben gewerkt krijgen zij daar het recht om een werkloosheidsuitkering op te bouwen. Dit plan is inmiddels gewijzigd naar een periode van één maand.
  • 3. 
    Werkende buitenlanders hebben recht op dezelfde kinderbijslag als werkenden in hun nieuwe woonland.
  • 4. 
    Mensen die wonen en werken rond de grenzen krijgen bij ontslag een uitkering van de lidstaat waar zij werkten.

Het voorstel geldt niet voor werknemers die in tijdelijke dienst door hun werkgever naar het buitenland worden gestuurd. Volgens EU-wetgeving vallen zij onder de detacheringsrichtlijn i.

Er vinden nu informele onderhandelingen plaats tussen de Raad, de Commissie en het Europees Parlement. De stemming in het Europees Parlement over het pakket aan maatregelen, waar de controversiële WW-export onderdeel van uitmaakt, is tot nader order uitgesteld. Volgens een meerderheid van de Europarlementariërs die hun stem hebben uitgebracht, is er meer tijd nodig.

WW-uitkeringen

Over de WW-uitkering in een andere lidstaat, een omstreden onderdeel van dit bredere voorstel, is inmiddels politieke overeenstemming. De Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement hebben een informeel akkoord bereikt.

5.

Bescherming werknemers tegen kankerverwekkende stoffen

Op 5 april 2018 heeft de Commissie een voorstel gedaan over bescherming van werknemers tegen kankerverwekkende stoffen op het werk. Dit voorstel is gericht op de volgende punten:

  • 1. 
    De gezondheid van werknemers beter beschermen door de beroepsmatige blootstelling aan vijf kankerverwekkende stoffen te verminderen.
  • 2. 
    Meer duidelijkheid verschaffen voor werknemers, werkgevers en handhavinginstanties.
  • 3. 
    Bij dragen aan een gelijk speelveld voor marktdeelnemers.

Daarnaast is het de bedoeling om voor andere kankerverwekkende stoffen bindende grenswaarden voor te stellen.

Op 19 september 2018 heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité advies uitgebracht.

6.

Meer informatie