Geactualiseerde EU-Schengencatalogus inzake controle van de buitengrenzen, terugkeer en overname - EU monitor

EU monitor
Woensdag 16 januari 2019
kalender

1.

Tekst

RAAD VAN Brussel, 19 maart 2009 (15.05)

DE EUROPESE UNIE (OR. en)

7864/09

SCH-EVAL 48 FRONT 21 COMIX 252

NOTA

van: de Redactiegroep voor het actualiseren van de Schengencatalogus: controle van de buitengrenzen, terugkeer en overname

aan: de Groep Schengenevaluatie

Betreft: Geactualiseerde EU-Schengencatalogus inzake controle van de buitengrenzen, terugkeer en overname

NL

EU

Schengencatalogus

Controle van de buitengrenzen

Terugkeer en overname

Aanbevelingen en beste praktijken

NL

INHOUDSOPGAVE

  • 1. 
    INLEIDING ................................................................................................................................5
  • 2. 
    EERSTE DEEL: CONTROLES VAN DE BUITENGRENZEN...............................................8

A. GeÔntegreerd grensbeheer (IBM).....................................................................................................8 1. Concept geÔntegreerd grensbeheer .........................................................................................8 2. Kernelementen voor de correcte toepassing van geÔntegreerd grensbeheer..........................8 2.1 Grenstoezicht (controle en bewaking) als gedefinieerd in de

Schengengrenscode, met inbegrip van de desbetreffende risicoanalyse en criminele inlichtingen ...........................................................................................12

2.2 Opsporing van en onderzoek naar grensoverschrijdende criminaliteit in samenwerking met alle bevoegde rechtshandhavingsinstanties ............................13

2.3 Het vierledige toegangscontrolemodel (maatregelen in derde landen, samenwerking met buurlanden, grenstoezicht, controlemaatregelen binnen de ruimte van vrij verkeer, met inbegrip van terugkeer)........................................13

2.4 Samenwerking tussen instanties met het oog op grensbeheer (grenswacht, douane, politie, nationale veiligheid en andere bevoegde autoriteiten) en internationale samenwerking .................................................................................15

2.5 CoŲrdinatie en samenhang van de activiteiten van de lidstaten en de instellingen en andere organen van de Gemeenschap en de Unie. ........................16

  • 3. 
    Ontwikkeling van grensbeheer op het niveau van de Europese Unie...................................17

B. Aanbevelingen en beste praktijken................................................................................................18 1. Strategie en organisatiestructuur .........................................................................................18 2. Personeel en opleiding..........................................................................................................21 3. Grenscontroles......................................................................................................................23 3.1 Algemeen...................................................................................................................23 3.2 Landgrenzen ..............................................................................................................28 3.3 Zeegrenzen ................................................................................................................32 3.4 Luchthavens...............................................................................................................34

  • 4. 
    Grensbewaking .....................................................................................................................35 4.1 Algemeen...................................................................................................................35 4.2. Landgrenzen .............................................................................................................36 4.3. Zeegrenzen ...............................................................................................................37 4.4 Luchthavens...............................................................................................................38
  • 5. 
    Risicoanalyse en criminele inlichtingen ...............................................................................38 6. Opsporing van en onderzoek naar grensoverschrijdende criminaliteit in samenwerking met alle bevoegde rechtshandhavingsinstanties......................................39 7. Maatregelen in derde landen van doorreis en herkomst .....................................................40 8. Samenwerking met derde buurlanden...................................................................................41 9. Controlemaatregelen binnen de ruimte van vrij verkeer, met inbegrip van terugkeer ........42 10. Samenwerking tussen instanties met het oog op grensbeheer (grenswacht, douane, politie, nationale veiligheid en andere bevoegde autoriteiten) .......................................42 11. Samenwerking tussen de lidstaten ......................................................................................43 12. CoŲrdinatie en samenhang van de activiteiten van de lidstaten en de instellingen en andere organen van de Gemeenschap en de Unie ..........................................................43 13. Voorkoming van corruptie ..................................................................................................44

    NL

  • 3. 
    DEEL TWEE: TERUGKEER EN OVERNAME ...................................................................45

A. Inleiding - terugkeer- en overnamemaatregelen ter bestrijding van illegale migratie ..............45

B. Aanbevelingen en beste praktijken ...........................................................................................48 1. Overzicht van toepasselijke internationale en communautaire wetgevingsbesluiten......48 2. Bescherming tegen verwijdering.....................................................................................50 3. Procedures voor speciale categorieŽn onderdanen van derde landen..............................51 4. Terugkeerbesluiten ..........................................................................................................53 5. Aanhouding van een onderdaan van een derde land .......................................................54 6. Vasthouden van onderdanen van derde landen in detentiecentra....................................55 7. Vaststellen identiteit en afgifte van voorlopige reisdocumenten ....................................57 8. Overnameovereenkomsten ..............................................................................................59 9. Verwijdering....................................................................................................................60 10. Faciliteren van begeleide vrijwillige terugkeer. ..............................................................61 11. Samenwerking met niet-gouvernementele organisaties (NGO's)....................................62 12. Rechtsbijstand/juridisch advies voor onderdanen van derde landen ...............................62

*

* *

NL

  • 1. 
    INLEIDING

Op 17 juli 2008 heeft de Groep Schengenevaluatie zich tot doel gesteld de Schengencatalogi van

aanbevelingen en beste praktijken, waaronder de Schengencatalogus voor controle van de

buitengrenzen, verwijdering en overname, die in februari 2002 is uitgebracht, te herzien en te

actualiseren. Sedert de eerste uitgave van de catalogus zijn verscheidene wetgevingsinstrumenten en

andere documenten betreffende grensbeheer van kracht geworden. Voorts zijn de ontwikkelingen

op het gebied van Europees grensbeheer in relatief snel tempo verlopen.

Bij de herziening van de catalogus van 2002 zijn met name de volgende documenten in aanmerking

genomen:

  • Richtlijn 2004/38/EG†i van de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer

    en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden;

    • Richtlijn 2004/82/EG†i van de Raad van 29 april 2004 betreffende de verplichting voor

      vervoerders om passagiersgegevens door te geven;

  • Verordening nr. 2007/2004/EG†i van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een

    Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie;

  • Verordening nr. 562/2006/EG†i van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006

    tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen, en de wijzigingen daarin;

tot vaststelling van regels inzake klein grensverkeer aan de landbuitengrenzen van de

lidstaten en tot wijziging van de bepalingen van de Schengenuitvoeringsovereenkomst;

  • Aanbeveling van de Commissie van 6 november 2006 tot vaststelling van een

    gemeenschappelijk "Praktisch handboek voor grenswachters (Schengenhandboek)" voor gebruik door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij de uitvoering van grenstoezicht op personen (C(2006) 5186 def.), en de wijziging daarin C (2008) 2976 def.;

  • Conclusies van de Raad van 4-5 december 2006 over geÔntegreerd grensbeheer (2768e

    zitting van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in Brussel);

  • Verordening 863/2007/EG†i van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot

    instelling van een mechanisme voor de oprichting van snelle-grensinterventieteams en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2007/2004†i van de Raad wat betreft dat mechanisme en de regeling van de taken en bevoegdheden van uitgezonden ambtenaren;

    • Mededelingen van de Commissie over "het pakket grensbeleid" van 13 februari 2008; - Conclusies van de Raad van 5 en 6 juni 2008 over het beheer van de buitengrenzen van de

      lidstaten van de Europese Unie (2873e zitting van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in Luxemburg);

1 Deze verordening vervalt zodra de verordening inzake een communautaire visumcode, die

momenteel in behandeling is bij de Groep visa, van toepassing wordt.

NL

  • Verordening nr. 767/2008/EG†i van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008

    betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf;

  • Richtlijn 2003/110/EG†i van de Raad van 25 november 2003 betreffende de ondersteuning bij

    doorgeleiding in het kader van maatregelen tot verwijdering door de lucht;

  • Beschikking 2004/191/EG†i van de Raad van 23 februari 2004 tot vaststelling van de criteria

    en uitvoeringsvoorschriften voor de compensatie van de verstoringen van het financiŽle evenwicht die voortvloeien uit de toepassing van Richtlijn 2001/40/EG†i betreffende de onderlinge erkenning van besluiten inzake de verwijdering van onderdanen van derde landen;

    • Beschikking 2004/573/EG†i van de Raad van 29 april 2004 inzake het organiseren van

      gezamenlijke vluchten voor de verwijdering van onderdanen van derde landen tegen wie individuele verwijderingsmaatregelen zijn genomen van het grondgebied van twee of meer lidstaten;

  • de door het Comitť van Ministers van de Raad van Europa op 4 mei 2005 goedgekeurde

    20 leidende beginselen over gedwongen terugkeer;

  • Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad (goedgekeurd, niet gepubliceerd) over

    gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven.

Doel van de catalogus is aanbevelingen te doen en de beste praktijken voor de uitvoering van

bovengenoemde regelingen en andere documenten te belichten; hiertoe worden voorbeelden

gegeven die zowel de Schengenlanden als de landen die tot Schengen willen toetreden moeten

helpen om het Schengenacquis correct toe te passen.

De catalogus houdt rekening met de beste praktijken die in de rapporten van de Groep

Schengenevaluatie zijn omschreven, naar aanleiding van de toetsing van de mate waarin de lidstaten

gereed zijn om het Schengenacquis toe te passen.

De catalogus bestaat uit twee delen: controle van de buitengrenzen en terugkeer en overname. In

een algemeen deel worden de basisconcepten van het beleid en de ontwikkelingen die op EU-niveau

gaande zijn omschreven. Daarna volgen een aantal aanbevelingen en beste praktijken in tabelvorm,

met de aanbevelingen aan de linker- en de beste praktijken aan de rechterkant.

In de catalogus staan in dit verband de volgende definities:

  • Aanbevelingen: een niet-limitatieve reeks van maatregelen die de grondslag moeten vormen

    voor de juiste toepassing van het Schengenacquis en het toezicht daarop;

  • Beste praktijken: een niet-limitatief geheel van werkmethodes en modelmaatregelen die

    moeten worden beschouwd als de optimale toepassing van het Schengenacquis, met dien verstande dat voor elk specifiek gedeelte van de Schengensamenwerking verschillende beste praktijken mogelijk zijn.

    NL

In zijn zitting van 4-5 december 2006 heeft de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken de reikwijdte

van geÔntegreerd grensbeheer (IBM) omschreven. Het concept "geÔntegreerd grensbeheer" is een

hoeksteen van het grensbeheer van de lidstaten. Dit voor ogen houdend, worden de aanbevelingen

en de beste praktijken van de catalogus in deel 1 ingedeeld in punten en subpunten, die de tekst

inzake het geÔntegreerd grensbeheer weerspiegelen.

Het oplossen van het probleem van de illegale immigratie van onderdanen van derde landen is een

van de belangrijkste doelen van het gemeenschappelijke beleid in het kader van de ruimte van

vrijheid, veiligheid en recht. Een van de middelen om dat verschijnsel aan te pakken is een efficiŽnt

terugkeerbeleid tot stand te brengen, inclusief overnameovereenkomsten. Het tweede deel van de

catalogus gaat over de belangrijkste punten in verband met de praktische regelingen voor terugkeer.

Er wordt ingegaan op procedurekwesties, technische regelingen en de omvang van de rechten

waarop onderdanen van derde landen aanspraak kunnen maken voordat zij terugkeren. Ook wordt

de rol beklemtoond van andere actoren dan de bevoegde overheidsinstellingen bij het ontwikkelen

van een efficiŽnt terugkeersysteem dat de mensenrechten respecteert. Gelet op het feit dat het

terugkeerbeleid aan belang wint, is het cruciaal om gemeenschappelijke regels te omschrijven voor

de Schengenlanden.

De gebruikte definities zijn die van de toepasselijke regelingen.

De aanbevelingen zijn genummerd om de catalogus gebruiksvriendelijker te maken.

De catalogus zal dienen als ijkpunt voor toekomstige evaluaties in de kandidaat-lidstaten en om toe

te zien op de correcte toepassing van het Schengenacquis door de lidstaten.

De catalogus moet indien nodig geactualiseerd worden.

NL

  • 2. 
    EERSTE DEEL: CONTROLES VAN DE BUITENGRENZEN

A. G EŌNTEGREERD GRENSBEHEER (IBM)

  • 1. 
    Concept geÔntegreerd grensbeheer

Een alomvattend model voor Europees grensbeheer is een belangrijk instrument om de

binnenlandse veiligheid van de lidstaten te waarborgen en met name illegale immigratie en de

daarmee verband houdende criminaliteit, alsmede andere grensoverschrijdende criminaliteit, te

voorkomen en aan het licht te brengen.

 Tijdens de 2768e zitting van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 4-5 december 2006 in

Brussel zijn de volgende conclusies getrokken:

GeÔntegreerd grensbeheer (IBM) is een concept dat de volgende dimensies omvat:

− Grenstoezicht (controle en bewaking) als gedefinieerd in de Schengengrenscode, met inbegrip van de desbetreffende risicoanalyse en criminele inlichtingen

− Opsporing van en onderzoek naar grensoverschrijdende criminaliteit in samenwerking met alle bevoegde wetshandhavingsinstanties

− Het vierledige toegangscontrolemodel (maatregelen in derde landen, samenwerking met buurlanden, grenstoezicht, controlemaatregelen binnen de ruimte van vrij verkeer, met

inbegrip van terugkeer)

− Samenwerking tussen instanties met het oog op grensbeheer (grenswacht, douane, politie, nationale veiligheid en andere bevoegde autoriteiten) en internationale samenwerking

− CoŲrdinatie en samenhang van de activiteiten van de lidstaten en de instellingen en andere organen van de Gemeenschap en de Unie.

De samenhang tussen deze dimensies en de wijze waarop ze door de Schengenstaten worden

toegepast is van cruciaal belang voor het succes van het concept geÔntegreerd grensbeheer.

  • 2. 
    Kernelementen voor de correcte toepassing van geÔntegreerd grensbeheer

Grenstoezicht is niet alleen in het belang van de Schengenlidstaten aan de buitengrenzen waarvan

het wordt uitgeoefend, maar ook in het belang van alle lidstaten die grenstoezicht aan hun

binnengrenzen hebben afgeschaft of zullen afschaffen. Bij de implementatie van het grensbeheer

moet daarom voor ogen gehouden worden dat de lidstaten hun buitengrenzen niet alleen voor

zichzelf, maar ook voor andere Schengenlidstaten controleren (solidariteitsbeginsel). Er moet

constant efficiŽnt grenstoezicht plaatsvinden, en dit moet alle illegale handelingen omvatten, ook

die welke geen effect hebben op de lokale veiligheid.

NL

In die zin moet controle van de buitengrenzen voldoende aandacht krijgen van alle bevoegde lidstaten.

Om te voorkomen dat er een voortdurend tekort aan middelen is in gebieden waar de lokale veiligheidseisen

op gespannen voet staan met die van het Schengengebied in zijn geheel, moet grenstoezicht, met

inbegrip van risicoanalyse en misdaadonderzoek, de belangrijkste taak blijven van de bevoegde

operationele eenheden.

Grensbeheer vereist een hoog professioneel niveau. Eťn orgaan (niet-militair) moet de belangrijkste

bevoegde overheidsinstantie zijn voor de uitvoering van het IBM-concept in elke lidstaat, vooral met

betrekking tot grenstoezicht - waar het een noodzaak is - met als doel illegale immigratie te voorkomen

aan de buitengrenzen en te bestrijden op het grondgebied van de lidstaten. Bevel, controle, toezicht en

instructies moeten gecentraliseerd worden, met name voor grenstoezicht, risicoanalyse en misdaadonderzoek,

en ook voor samenwerking tussen instanties en internationale samenwerking met het oog op

het voorkomen en bestrijden van illegale immigratie.

De bevoegde instantie, doorgaans de grenswacht of de grenspolitie, moet worden gecentraliseerd en

duidelijk gestructureerd. Er moet een directe commandoketen zijn tussen de eenheden van de bevoegde

instantie op centraal, regionaal en lokaal niveau, waarbij gezorgd wordt voor een gezamenlijke aanpak

van grenstoezicht, ťťn plannings- en opleidingssysteem en een uitgebreide en snelle gegevensstroom op

alle niveaus van de organisatie.

De belangrijkste rechtsgrond voor grensbeheer is te vinden in de voornoemde communautaire

wetgeving. Toch is aanvullende wetgeving op nationaal niveau noodzakelijk, onder meer wetgeving

inzake de grenswacht, vreemdelingen- en immigratiewetgeving en wetgeving inzake gegevensbescherming,

om het IBM-concept volledig te kunnen implementeren. Er moet ook een rechtsgrond zijn

die vlotte internationale samenwerking en samenwerking tussen instanties en informatie-uitwisseling

mogelijk maakt. Met aangrenzende derde landen en landen van herkomst moeten overeenkomsten

gesloten worden, zoals grensovereenkomsten, overeenkomsten inzake klein grensverkeer en overnameovereenkomsten.

Daarnaast moeten illegale grensoverschrijdingen strafbaar worden, en moet

vervoerders van illegale immigranten een boete worden opgelegd, en moeten zij verplicht worden de

terugreis te verzorgen.

Er moet een nationale grensbeheerstrategie worden opgesteld waarin taken, zoals evaluaties, duidelijk

worden toegewezen, om richtsnoeren te kunnen geven inzake ontwikkeling en planning in de bevoegde

eenheden op nationaal, regionaal en lokaal niveau. De strategie moet evaluaties omvatten van het

arbeidsmilieu, risico's en bedreigingen, analyses van de benodigde middelen, en actie- en

ontwikkelingsplannen.

NL

In de regel moeten de taken van de grenswacht worden uitgevoerd door speciaal daarvoor opgeleid

beroepspersoneel. Dit personeel kan zich, alleen voor ondersteunende taken, tijdelijk laten bijstaan door

assistenten met minder ervaring. Uitzonderingen zijn niet toegestaan in het geval van werkzaamheden

waarbij gebruik wordt gemaakt van persoonsgegevens, vertrouwelijke bestanden worden geraadpleegd

of besluiten worden genomen die gevolgen hebben voor de fysieke integriteit of de vrijheid van een

individu.

Risicoanalyse en grensbeheer moet worden ondersteund door het stelselmatig verzamelen van

inlichtingen. Met behulp van de grensbeheerssystemen moeten inlichtingen kunnen worden verzameld

en geanalyseerd en de resultaten moeten in de praktijk te gebruiken zijn. In het integraal risicoanalysemodel

voor grenstoezicht worden inlichtingen, risicoanalyse en grensbeheer op alle niveaus met elkaar

in verband gebracht. Strategische inlichtingenvergaring houdt in dat alle informatie gestructureerd wordt

en vervolgens gebruikt om een strategische situatieschets te maken (met belangrijke verschijnselen en

onderliggende factoren) en om statistieken en trends uit af te leiden en kwalitatieve beschrijvingen op te

stellen. Bij strategische risicoanalyse wordt belangrijke strategische informatie geanalyseerd. Er wordt

gewezen op potentiŽle veranderingen en er worden beleidsinitiatieven voorgesteld. Analisten moeten

volledig op de hoogte zijn van de fundamentele modellen, belangen, bedreigingen en risico's.

Strategisch beheer is het beheren van de organisatie via belangrijke strategische doelstellingen (korte

termijn) en via omvorming (lange termijn).

Bij operationele inlichtingenvergaring wordt operationele informatie "uit het veld" gekoppeld aan

strategische informatie (input en output in beide richtingen) in een operationeel opzicht deugdelijke

context. Bij operationele risicoanalyse gaat het om kwalitatieve en kwantitatieve analyses van het

operationele milieu, actieve doelen en de resultaten van de eigen activiteiten. Doel is geldige informatie

te verkrijgen over de situatie zoals ze is. De informatie moet gebruikt worden om de middelen optimaal

in te zetten. Speciale aandacht moet uitgaan naar lacunes, d.w.z. punten waar het systeem tekortschiet.

Operationeel beheer betekent middelen- en behoeftenbeheer binnen verstrekte opdrachten en budgettaire

kaders, en binnen de grenzen van de middelen en bevoegdheden. Die functie is verbonden aan

organisatorische eenheden die afgebakende bevoegdheden hebben, bijvoorbeeld een regionale

jurisdictie. Operationele risicoanalyse levert ook risico-indicatoren en -profielen voor het tactische

niveau op.

Tactisch inlichtingenwerk (op veldniveau) betekent dat operationele veldwerkers in hun dagelijkse

bezigheden in contact zijn met het informatiesysteem. Dit betekent dat er een gegevensstroom in twee

richtingen ontstaat (input en output). In de praktijk houdt dat in dat de te controleren personen,

voertuigen, vaartuigen of vluchten worden beoordeeld. Deze beoordeling vindt plaats in het kader van

een reŽle tactische situatie. Er kan derhalve gesproken worden van tactische risicoanalyse.

NL

Om grensoverschrijdende criminaliteit te kunnen ontdekken moet bijzondere nadruk worden gelegd op

de procedure voor de detectie van verdachte personen en voorwerpen. Het personeel moet een opleiding

krijgen met betrekking tot risico-indicatoren, risicoprofielen en de typische werkwijzen van

grensoverschrijdende criminaliteit. Het personeel moet ook weet hebben van met name genoemde

objecten die in het bijzonder gecontroleerd en bewaakt moeten worden.

Gerichte risicoanalyse betekent dat bepaalde verschijnselen of zaken met elkaar in verband worden

gebracht. Gerichte risicoanalyse is een onmiddellijke reactie op concrete zaken die aan de grens aan het

licht komen. Het voornaamste doel is andere structuren informatie over risico-indicatoren te

verschaffen.

Situatiekennis bepaalt in hoeverre de autoriteiten grensoverschrijdingen kunnen ontdekken en gegrond

tot controlemaatregelen kunnen overgaan. In de praktijk kunnen de autoriteiten op basis van hun

situatiekennis bepalen hoeveel tijd en ruimte zij nodig hebben voor drie taken: detectie van

verplaatsingen die mogelijk pogingen zijn tot illegale grensoverschrijding, identificatie van de ontdekte

objecten en tijdige analyse van eerder geÔdentificeerde objecten.

Om grenscontroleactiviteiten te kunnen beheren en het geÔntegreerd grensbeheer effectief te kunnen

implementeren, moet voortdurende aandacht worden besteed aan de beoordeling van de situatie. Het

grensbeheerssysteem moet langs alle grenzen worden aangepast aan de omstandigheden ter plekke.

Voor een permanente evaluatie, mogelijkerwijs samen met andere Schengenstaten, moeten correcte en

betrouwbare gegevens worden gebruikt. Om tot een goede situatiekennis te komen, om een betrouwbaar

totaalbeeld van de situatie te verkrijgen en te behouden, moet de risicoanalyse gecentraliseerd en

duidelijk gestructureerd worden op alle niveaus van de organisatie die verantwoordelijk is voor het

grensbeheer.

Het reactievermogen aan de (lucht-, zee- en land)grenzen geeft aan hoeveel tijd nodig is om te reageren

op pogingen tot illegale activiteiten langs de grens, alsmede de snelheid waarmee en de wijze waarop

wordt gereageerd op ongebruikelijke omstandigheden. Bij het grensbeheer moet het reactievermogen

van dien aard zijn dat de toewijzing van middelen wanneer nodig kan worden aangepast. Er moeten

reserves, personeel en uitrusting beschikbaar zijn om te reageren op veranderingen langs de grenzen en

aan grensdoorlaatposten. Ook moeten plannen worden opgesteld om plotse grootschalige illegale

immigratie aan te pakken.

Alle leiders en hoofden ter plekke en personen die het grensbeheer evalueren moeten het niveau van de

situatiekennis en de reactiecapaciteit kunnen beoordelen.

NL

2.1 Grenstoezicht (controle en bewaking) als gedefinieerd in de Schengengrenscode, met inbegrip van de desbetreffende risicoanalyse en criminele inlichtingen

De kern van een algemene grensstrategie is een goed functionerend grensbeheer bestaande uit

grenscontroles en -bewaking, op basis van een risicoanalyse. Grenstoezicht is een kernelement bij

het bestrijden van illegale immigratie en mensenhandel en het voorkomen van bedreigingen van de

binnenlandse veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid en de internationale betrekkingen

van de lidstaten. Het is een multidisciplinaire rechtshandhavingsactiviteit die van

gemeenschappelijk belang is voor de lidstaten.

Grenstoezicht moet worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 562/2006†i van het

Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de

overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode); Bij het uitoefenen van hun

taken moeten grenswachten de aanbevelingen en instructies van het "Praktisch handboek voor

grenswachters (Schengenhandboek)" van de Commissie opvolgen.

De essentiŽle onderdelen van grensbeheer zijn systematische controle van alle personen die de

buitengrenzen overschrijden en effectieve grensbewaking tussen grensdoorlaatposten. In dit

verband moeten alle passende maatregelen worden genomen om de binnenlandse veiligheid te

waarborgen en illegale immigratie te voorkomen.

De middelen voor grenstoezicht moeten worden toegesneden op de omvang en het profiel van de

passagiersstroom, en op dreigings- en risicoanalyses. Wat de infrastructuur betreft, moeten passende

faciliteiten voor de uitvoering van grenscontroles en -bewaking beschikbaar zijn. Adequate

personele middelen zijn nodig. Wat precies nodig is voor grenscontrole, hangt af van verschillende

factoren, met name illegale migratiedruk, geografische situatie, passagiersprofiel en omvang van het

grensverkeer. Aan de bijzondere vereisten voor de drie verschillende soorten grenzen (lucht, zee,

land), met inbegrip van het klein grensverkeer, moet worden voldaan.

Een lidstaat moet in staat zijn en over plannen beschikken om de grenscontroles tijdelijk te

intensiveren. Alle niveaus moeten een duidelijk beeld van mogelijke dreigingen hebben, alsmede

plannen om het niveau van de controles te verhogen. Grenscontroles moeten gradueel

geÔntensiveerd kunnen worden, afhankelijk van de dreiging en de vereiste maatregelen.

NL

De grenzen moeten worden bewaakt met gebruikmaking van vaste en mobiele eenheden, die op als

gevoelig bekend staande plaatsen toezicht houden en patrouilleren, ondersteund door technische en

elektronische middelen. Grensbewaking moet gebaseerd zijn op een systeem van relevante

risicoanalyses. Uitrusting en middelen moeten aangepast zijn aan de grenssituatie.

De met deze taken belaste ambtenaren moeten professioneel en speciaal opgeleid zijn. Voorts

moeten (basis- en vervolg)opleiding gebaseerd zijn op een duidelijk concept wat betreft

operationele vaardigheden, kennis van de wetgeving, talen, enz.

2.2 Opsporing van en onderzoek naar grensoverschrijdende criminaliteit in samenwerking met alle bevoegde rechtshandhavingsinstanties

Bij het uitoefenen van hun taken krijgen grenswachten te maken met grensgerelateerde

criminaliteit, onder meer met mensenhandel en smokkel van mensen, goederen, drugs en wapens,

met valse of vervalste reisdocumenten, gestolen goederen, gestolen voertuigen, enz. Om waarde toe

te voegen aan de interne veiligheid van de lidstaten en de capaciteit te vergroten om illegale

handelingen te ontdekken, moet de grensbeheersinstantie een rol spelen bij het onderzoek naar

dergelijke vormen van criminaliteit. Deelname aan dergelijke onderzoeken vergroot de kennis van

de grenswacht over werkwijzen en illegale immigratieroutes en het vergemakkelijkt het opstellen

van risico-indicatoren en risicoprofielen.

Het onderzoek van illegale grensoverschrijdingen, valse reisdocumenten, mensensmokkel en

mensenhandel moeten met name tot het takenpakket van de grensbeheersinstantie behoren. Bij het

onderzoeken van grensoverschrijdende criminaliteit, moet zeer nauw worden samengewerkt tussen

instanties. Manieren om op dit terrein samen te werken zijn bijvoorbeeld het uitwisselen van

inlichtingen en het opzetten van gezamenlijke onderzoeksgroepen, gemeenschappelijke databanken

en vlotte informatie-uitwisseling.

2.3 Het vierledige toegangscontrolemodel (maatregelen in derde landen, samenwerking met buurlanden, grenstoezicht, controlemaatregelen binnen de ruimte van vrij verkeer, met inbegrip van terugkeer)

Het vierledige toegangscontrolemodel vormt de kern van het geÔntegreerde grensbeheer. Eenvoudig

gesteld vereist het model dat in elk van de vier categorieŽn een aantal complementaire maatregelen

wordt uitgevoerd.

NL

Maatregelen van de eerste categorie worden genomen in derde landen, met name landen van

herkomst en doorreis. Deze maatregelen omvatten advies en opleiding van verbindingsambtenaren

en documentdeskundigen met betrekking tot het visumproces voor consulaire ambtenaren op

consulaire posten en voor personeel van vervoersbedrijven in derde landen van herkomst of

doorreis die risico's opleveren op het gebied van illegale immigratie.

De tweede categorie maatregelen bestaat uit samenwerking met buurlanden. Samenwerkingsakkoorden

inzake grensbeheer met buurlanden vormen een doeltreffend instrument om de

grensbeveiliging te verbeteren. Samenwerking kan vorm krijgen via het vaststellen van passende

werkwijzen zoals uitwisseling van informatie, het opzetten van geschikte communicatiekanalen,

centrale, regionale en lokale contactpunten, noodprocedures, objectieve aanpak van incidenten met

het oogmerk politieke geschillen te voorkomen enz. In maritieme gebieden dienen tevens regionale,

de buitengrenzen overschrijdende, samenwerkingsstructuren te worden opgezet. Bij deze

initiatieven moeten alle landen in de regio worden betrokken.

Grenstoezicht, de derde categorie van het model, waarborgt systematische grenscontroles voor ieder

die het Schengengebied inreist of uitgaat. Het zorgt er ook voor dat er een adequaat niveau gehaald

wordt qua detectie van illegale grensoverschrijdingen - met gebruik van valse documenten of door

zich in vervoermiddelen te verstoppen - in gebieden tussen de grensdoorlaatposten of via de zee.

Grenstoezicht is onderdeel van de nationale criminaliteitspreventie, omdat het mensensmokkel,

gestolen goederen en andere grensoverschrijdende en grensgerelateerde criminaliteit aan het licht

brengt en bijdraagt tot het opsporen van ernstige criminaliteit.

De vierde categorie omvat controlemaatregelen binnen de ruimte van vrij verkeer, met inbegrip van

terugkeer. Die maatregelen zorgen ervoor dat illegale immigratie en grensoverschrijdende

criminaliteit op het grondgebied van de Schengenstaten worden voorkomen door betere doorzoekingen,

controles en bewaking op basis van nationale gegevens en in overeenstemming met de

nationale wetgeving. Illegale immigranten die worden ontdekt op het Schengengrondgebied worden

onder de controle van de autoriteiten gebracht. Zij moeten worden geregistreerd, en indien er geen

redenen voor verblijf zijn noch obstakels wegens dwingende humanitaire redenen of op grond van

het internationale recht, moeten zij worden gerepatrieerd naar hun land van herkomst. De lidstaten

moeten minimumnormen vaststellen om binnen hun grondgebied samen met andere bevoegde

autoriteiten maatregelen te nemen ter controle van plaatsen waarvan bekend is dat ze kwetsbaar zijn

voor illegaal verblijvende derdelanders, grensoverschrijdende vervoersverbindingen, enz.

NL

2.4 Samenwerking tussen instanties met het oog op grensbeheer (grenswacht, douane, politie, nationale veiligheid en andere bevoegde autoriteiten) en internationale samenwerking

Samenwerking tussen instanties is noodzakelijk op alle niveaus (nationaal, regionaal en lokaal), voor

alle instanties die bevoegd zijn voor het voorkomen en bestrijden van illegale immigratie en

grensoverschrijdende criminaliteit. In geen enkele situatie mag er twijfel zijn over de vraag welke

instantie bevoegd is.

Samenwerking tussen instanties moet worden omschreven tijdens vergaderingen van de hoofden van de

instanties die betrokken zijn bij grensbeheer en het voorkomen van grensoverschrijdende criminaliteit.

Het plannen van deze samenwerking kan op alle niveaus plaatsvinden (nationaal, regionaal en lokaal).

De samenwerking kan gepland worden op basis van een gemeenschappelijk begrip van de situatie

(gezamenlijke analyse van risico's en bedreigingen). Met name is de uitwisseling van informatie en

inlichtingen tussen de bevoegde autoriteiten essentieel, waarbij ook een mechanisme nodig is om

bevoegdheidsconflicten tussen de autoriteiten op te lossen. Voorts moet de samenwerking zich ook tot

operationele kwesties uitstrekken, bijvoorbeeld het gebruik van compatibele communicatieapparatuur,

het regelen van gezamenlijke operaties en de deelname aan gezamenlijke opleiding en oefeningen.

De samenwerking tussen lidstaten moet ten minste op alle buurlanden betrekking hebben. Ook is

samenwerking tussen de lidstaten in het kader van FRONTEX essentieel. Voor de afzonderlijke

lidstaten heeft deelname aan door FRONTEX gecoŲrdineerde samenwerking tot doel andere lidstaten

die te maken hebben met illegale migratiedruk te ondersteunen, beste praktijken voor grensbeheer te

ontwikkelen en tegelijk het eigen personeel professioneler te maken.

De lidstaten die te maken hebben met toenemende migratiedruk kunnen FRONTEX verzoeken ofwel

een gezamenlijke operatie te starten, ofwel een RABIT (snelle-grensinterventieteam) in te zetten op

plaatsen waar de druk het grootst is. Het vermogen om die teams te ontvangen en ambtenaren in

teamverband naar het buitenland uit te zenden moet worden ontwikkeld. Indien nodig moet de

noodzakelijke nationale wetgeving worden aangenomen om die procedures mogelijk te maken.

Doel van het FRONTEX-initiatief EPN (Europees patrouillenetwerk), is samenwerking tussen de

lidstaten te faciliteren. In de praktijk betekent dit dat aangrenzende lidstaten meewerken aan maritiem

toezicht door hun patrouilles in maritieme gebieden samen te plannen. Dit is ook een concept dat

meerwaarde zou kunnen bieden voor alle lidstaten met zeegrenzen.

NL

De internationale samenwerking op het gebied van geÔntegreerd grensbeheer kan worden

onderverdeeld in multilaterale, bilaterale, regionale en plaatselijke samenwerking. Samenwerking

met derde landen moet zich uitstrekken tot alle buurlanden en tot de belangrijkste landen van

herkomst en doorreis voor illegale immigratie naar de betrokken lidstaat. Wat samenwerking met

aangrenzende landen betreft, wordt het nodig geacht dat doorreislanden actieve bijstand verlenen

door ervoor te zorgen dat hun grenzen volledig beveiligd zijn en door andere dan grensgerelateerde

maatregelen te nemen, bv. een consequente repatriŽringspraktijk.

2.5 CoŲrdinatie en samenhang van de activiteiten van de lidstaten en de instellingen en andere organen van de Gemeenschap en de Unie

De groepen van de Raad die hierover gaan, onder meer de Groepen Grenzen, Schengenevaluatie,

CIBGGI, Migratie en verwijdering en Visa, en andere organen zoals SCIFA en CATS, bespreken

de ontwikkelingen, nieuwe initiatieven en voorstellen tot wijziging van de wetgeving betreffende

het geÔntegreerde grensbeheer van de Europese Unie. Uniformiteit en een gemeenschappelijk begrip

van grensbeheer vergroten de transparantie en het wederzijds vertrouwen onder de lidstaten.

Daarom voegt actieve deelname aan de ontwikkeling van grensbeheer in het kader van de

permanente werkgroepen van de Raad, de tijdelijke werkgroepen van de Commissie en FRONTEX-

initiatieven waarde toe aan het grensbeheer van de lidstaten.

De lidstaten moeten gemeenschappelijke instrumenten voor hun grensbeheer gebruiken, zoals het

Schengenhandboek voor opleiding en uitvoering van de controle aan de grenzen, het CIRAM-

model voor het opstellen van risicoanalyses, het gemeenschappelijke kerncurriculum en het

gemeenschappelijk curriculum op intermediair niveau voor het plannen van opleiding.

Het Schengenevaluatiesysteem is een essentieel element om correcte toepassing van het

Schengenacquis en adequate uitvoering van IBM te bewerkstelligen en het nationaal grensbeheer

transparanter te maken. Deelname aan evaluatiemissies zorgt er gewoonlijk voor dat de lidstaten

hun kennis over het ontwikkelen van beste praktijken inzake grensbeheer vergroten. Tijdens een

evaluatiemissie kan het hele IBM-systeem van een Schengenlidstaat of -kandidaat-lidstaat uitvoerig

geÔnspecteerd worden, waaronder het leidinggevende of coŲrdinerende orgaan voor grenscontrole

op nationaal niveau, de verschillende soorten grenzen en andere betrokken eenheden, met inbegrip

van risicoanalyse-eenheden en nationale coŲrdinatiecentra.

NL

  • 3. 
    Ontwikkeling van grensbeheer op het niveau van de Europese Unie

Bij de uitvoering van het IBM-concept van de Europese Unie en de ontwikkeling van het

grensbeheer in de lidstaten en de Schengenkandidaat-lidstaten, moet een regeling worden getroffen

voor toekomstige ontwikkelingen op het gebied van EU-grensbeheer.

De Europese Commissie heeft op 13 februari 2008 drie mededelingen gepubliceerd, die tezamen

bekend staan als het grenspakket: 1) een verslag over de evaluatie en de toekomstige ontwikkeling

van het FRONTEX-agentschap, 2) het Europees grensbewakingssysteem (EUROSUR) en 3)

toekomstige uitdagingen voor het beheer van de buitengrenzen van de EU. Er zijn stappen gedaan

om de meeste van de in de mededelingen gedane voorstellen ten uitvoer te leggen. Deze

vooruitgang - op EU-niveau - moet tot uiting komen in de ontwikkeling van het grensbeheer van de

lidstaten en de kandidaat-lidstaten.

NL

B. A ANBEVELINGEN EN BESTE PRAKTIJKEN

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 1. 
    Strategie en organisatiestructuur
  • 1. 
    Op maat gesneden en functionele ministeriŽle

    bevoegdheden inzake grensbeheer.

  • 2. 
    Gecentraliseerde middelenvoorziening, leiding

    en instructies inzake grenstoezicht onder auspiciŽn van het ministerie dat bevoegd is voor justitie en binnenlandse zaken.

  • 3. 
    Duidelijke en effectieve coŲrdinatie van het Duidelijk omschreven IBM-begroting voor alle

    concept geÔntegreerd grensbeheer (IBM) en niveaus van de betrokken autoriteiten. toepassing ervan op nationaal, regionaal en lokaal niveau.

  • 4. 
    Gecentraliseerde en duidelijk gestructureerde

    bevoegde overheidsinstanties met een Eťn instantie gaat over alle dimensies van het

    rechtstreekse commandoketen tussen de IBM.

    grenswachteenheden op nationaal, regionaal en

    lokaal niveau, waarbij gezorgd wordt voor een

    gezamenlijke aanpak van grenstoezicht, ťťn De bevoegde overheidsinstantie is een

    planningssysteem en een uitgebreide en snelle gespecialiseerde grenswacht of grenspolitiedienst

    gegevensstroom op alle niveaus van de (geen legeronderdeel)

    organisatie.

  • 5. 
    Grenstoezicht op lokaal niveau mag alleen

    door gespecialiseerde grenswachteenheden worden uitgevoerd.

  • 6. 
    Nationaal document voor meerjarenstrategie De strategie is beschikbaar voor bevoegde

als basis voor de ontwikkeling van ambtenaren op alle niveaus. De inhoud van de grensbeheer. strategie is bekend bij het personeel. Strategie

bevat grondslag en richtsnoeren voor planning.

  • 7. 
    Gecentraliseerde nationale planning voor Op nationaal en regionaal niveau:

    grensbeheer behelst richtsnoeren en een

    opsomming van eisen voor regionaal niveau. −

      Glijdende meerjarenplanning

    Op regionaal niveau, een plan of −

      Jaarlijks werkprogramma Jaarplan voor activiteiten en gebruik van

werkprogramma dat richtsnoeren en een − middelen (niet-openbaar of gerubriceerd)

opsomming van eisen voor het lokale niveau

bevat. − Jaarplan voor opleiding

Op lokaal niveau:

− Jaarlijks werkprogramma

− Jaar-/maandplan voor activiteiten en gebruik van middelen (niet-openbaar of gerubriceerd)

− Jaarplan voor opleiding

NL

  • 8. 
    Coherente nationale wetgeving en

    overeenkomsten die effectieve uitvoering van het IBM-concept mogelijk maken, bv.

    − Grenswet en/of Grensbewakingswet. − Vreemdelingen- of immigratiewet. − Wet gegevensbescherming.

    − Wet/voorschriften samenwerking tussen instanties.

    − Regels inzake sancties voor illegale grensoverschrijding en het faciliteren van

    illegale immigranten.

    − Voorschriften aansprakelijkheid vervoerder; bv. opleggen van boete voor vervoerders

    van illegale immigranten en verplichting om vervoer voor de terugkeer te regelen en aansprakelijkheid voor de kosten van het verblijf tot vervoer voor de terugkeer beschikbaar is.

    − Grensovereenkomsten met buurlanden.

    − Overnameovereenkomsten met derde buurlanden en landen van herkomst en

    doorreis.

    − Overeenkomsten inzake klein grensverkeer met derde buurlanden.

  • 9. 
    Aanneming van maatregelen die noodzakelijk Complementaire nationale voorschriften en

zijn voor de correcte toepassing van EU- regelingen voor de volledige benutting van wetgeving. communautaire instrumenten betreffende het ontvangen en inzetten van uitgezonden ambtenaren, leden van de snellegrensinterventieteams en uitrusting in door

FRONTEX gecoŲrdineerde operaties.

Nationale regels voor het detacheren van nationale

deskundigen bij FRONTEX.

  • 10. 
    Internationale wetgevingsinstrumenten die van

    toepassing zijn op het grensbeheer moeten in aanmerking worden genomen bij het uitvoeren van grenstoezicht.

  • 11. 
    Samenwerking en coŲrdinatie van de Gezamenlijke strategie tussen overheidsdiensten

verantwoordelijkheden van de verschillende betreffende het voorkomen van organen en instanties moeten in wetgeving en grensoverschrijdende criminaliteit en illegale

samenwerkingsovereenkomsten worden immigratie. geregeld (bv. convenant). Overeenkomsten, besluiten of regels bestrijken het hele spectrum van de samenwerking tussen instanties op alle niveaus:

− informatie-uitwisseling − gezamenlijke risicoanalyse − uitwisseling van ervaringen − samenwerking bij opleiding

NL

− samenwerking inzake inlichtingen en onderzoek

− gemeenschappelijk gebruik van databanken − gezamenlijke operaties − contactpunten tussen instanties.

  • 12. 
    Uitvoering van het VN-Verdrag tegen Plan om mensenhandelaars aan te pakken en

    grensoverschrijdende georganiseerde misdaad slachtoffers te identificeren in samenwerking met

    en de bijbehorende Protocollen inzake andere bevoegde autoriteiten.

    mensenhandel, tegen het smokkelen van

    migranten over land, zee en door de lucht en Opleiding, gerichte risicoanalyses, profilering en

    tegen de illegale handel in vuurwapens, hun operationele instructies voor grenswachten om

    onderdelen, componenten en munitie. slachtoffers van mensenhandel te identificeren.

  • 13. 
    Adequate uitvoering van bilaterale Deze overeenkomsten/besluiten bestrijken het

    overeenkomsten betreffende samenwerking bij hele spectrum van de grensoverschrijdende

    grensbeheer op internationaal niveau samenwerking.

    − uitwisseling van informatie, − gezamenlijke risicoanalyse, − uitwisseling van ervaringen, − procedures voor urgente situaties, − gezamenlijke activiteiten, − enz.

  • 14. 
    Strategische planning, toewijzing van Inlichtingengestuurde planning en activiteiten

    personeel en technische middelen op basis van inzake grensbeheer. een constante analyse van omgeving en dreiging

  • 15. 
    Voortdurend geactualiseerd alomvattend Situatiebeeld bestaat op alle niveaus uit informatie

    situatiebeeld op nationaal niveau met alle over:

informatie betreffende nationaal grensbeheer. − grensoverschrijdend verkeer (in totaal en per

grensdoorlaatpost, nationaliteit, aantal van en redenen voor tweedelijnscontroles, weigering toegang, ontdekte illegale handelingen, modus

operandi, rijen enz.)

− situatie langs groene en blauwe grens (aantal illegale grensoverschrijdingen, nationaliteit,

modus operandi, ontdekte routes, enz.

− illegale immigranten die zijn opgespoord binnen het grondgebied, uitgewezen personen,

asielzoekers enz.)

− beeld van situatie vůůr de grens (situatie

  • 16. 
    Situatiebeeld op regionaal en lokaal niveau, zo inzake grensbeheer in buurlanden en landen

    reŽel mogelijk, om het reactievermogen te van herkomst en doorreis)

    vergroten, de situatiekennis te verbeteren en

    het vermogen om de operationele activiteiten te en ook op regionaal (of lokaal) niveau:

coŲrdineren, te verbeteren. − beschikbare middelen, aantal en plaats patrouilles, vaartuigen, luchtvaartuigen en

technische middelen

− naam en taken ploegchefs, enz. − objecten op zee − andere relevante zaken.

NL

  • 17. 
    Er moet op nationaal niveau 24 uur per dag en Eťn nationaal coŲrdinatiecentrum (NCC), dat 24

7 dagen per week situatiekennis voorhanden uur per dag en 7 dagen per week de activiteiten zijn met betrekking tot buitengrenzen. coŲrdineert van alle nationale autoriteiten die taken in verband met het toezicht aan de

  • 18. 
    Elke lidstaat moet ťťn centraal aanspreekpunt buitengrenzen (monitoring, opsporing,

voor andere lidstaten hebben voor alles wat identificatie, volgen en onderschepping) verband houdt met grensbeheer, FRONTEX en uitvoeren, en dat informatie met de centra in de andere tegenhangers bij instanties en in andere lidstaten en binnen FRONTEX kan

internationaal verband. uitwisselen;

Het NCC is belast met:

− Dagelijkse, wekelijkse en adhocsituatierapporten − Onmiddellijke feitelijke informatie over situaties, ter ondersteuning van het

besluitvormingsproces

− Vroegtijdige waarschuwing.

Alle informatie wordt uitgewisseld via elektronische technieken voor

gegevensverwerking en gegevensoverdracht.

  • 19. 
    Adequaat aantal regionale en lokale Regionale/lokale commando- en controlecentra

    commando- en coŲrdinatiecentra om te zorgen staan onder het bevel van regionale/lokale

    voor operationeel communicatieen hoofdkwartieren.

    informatiebeheer.

    Permanent vermogen voor:

    − Monitoring van de situatie

− CoŲrdinatie en facilitering van operationele activiteiten

− Starten van acties in urgente situaties − Kennis over en ondersteuning van missies.

  • 20. 
    Toewijzing van reserves, personeel en Plannen voor verschillende scenario's op alle

apparatuur om te reageren op incidenten en niveaus (doelen, beschikbaarheid, locatie, illegale verplaatsingen langs de grenzen en aan bevoegdheid, enz.) behelzen de mogelijke inzet grensdoorlaatposten. van een RABIT en plannen bij grootschalige

illegale immigratie.

  • 21. 
    Een lidstaat moet het vermogen hebben om Plannen op verschillende niveaus voor versterking

    grenstoezicht te versterken op basis van van grenstoezicht op basis van verschillende

    risicobeoordeling en -analyse. scenario's.

  • 2. 
    Personeel en opleiding
  • 22. 
    Voor effectieve grenscontroles en -bewaking is Vergelijkbare situaties in andere Schengenlanden

    voldoende personeel nodig, onder meer bestuderen die tot voorbeeld kunnen dienen. afhankelijk van de risicobeoordeling en -analyse.

  • 23. 
    Selectiecriteria voor het aanwerven van nieuw De selectie wordt verricht door de grenswacht of

    personeel, op basis van schriftelijke regels. althans onder toezicht van de grenswacht. Vereist onderwijsniveau en vereiste fysieke geschiktheid moeten worden getest en het aangeworven personeel moet aan morele en juridische vereisten (strafblad/strafregister, enz.) voldoen.

NL

  • 24. 
    Regelen van regelmatige evaluatie waarbij Motiveringsprogramma dat bijdraagt tot stabiliteit

    onder meer arbeidsvoldoening, effectiviteit, en hoog professioneel niveau bij de grenswachten.

    sociale omstandigheden en aansprakelijkheid

    worden gemeten. …ťn nationaal formulier voor de evaluatievragenlijst.

  • 25. 
    Hoog professioneel niveau op basis van Opzetten van speciale opleidingsen

    succesvol afgeronde opleiding. ontwikkelingsprogramma's over relevante kwesties (bijvoorbeeld in het kader van een politie- of grenswachtacademie).

  • 26. 
    Operationeel personeel moet met goed gevolg Rouleren van personeel tussen

een basisopleiding over de toekomstige taken grenswachteenheden en/of -activiteiten. Dit wordt hebben afgerond. geacht aan het begin van de loopbaan het meeste

nut te hebben.

  • 27. 
    Grenswachters moeten in verschillende Communiceren in vreemde talen met betrekking

    vreemde talen kunnen communiceren. tot dagelijkse taken van grenswachten.

Voldoende kennis van de talen van de buurlanden.

Personeel aanmoedigen om andere talen die zij voor hun werk nodig hebben aan te leren (talen van buurlanden, landen van herkomst en talen afhankelijk van de samenstelling van de

passagiers).

  • 28. 
    Een opleidingsprogramma voor ambtenaren Op kennisbehoud gerichte programma's voor

    met regelmatige opleidingse-leren, en opfriscursussen. /voorlichtingsmomenten binnen de werktijd. Continue opleiding en adequate opleidingsdocumenten ter plaatse.

Voorlichting over recente ontwikkelingen na vakanties en herhalingscursussen na lange periodes tijdens welke andere taken zijn

uitgevoerd.

Ten minste ťťn keer per jaar een opfriscursus voor elke grenswacht.

Taalcursussen voor grenswachten.

  • 29. 
    De organisatie moet programma's en Ontwikkelen van nieuwe opleidingsprogramma's

    faciliteiten op centraal en lokaal niveau met de steun van landen met meer ervaring en beschikbaar stellen om ambtenaren tijdens hun facilitering door FRONTEX. carriŤre begeleiding te bieden in de vorm van

    onderwijs en opleiding betreffende −

  Opleiding op middenniveau voor

leidinggevenden op basis van het

aangelegenheden die voor hun werk van belang kerncurriculum voor het middenniveau zijn. (CMC). Ė Basisopleiding conform gemeenschappelijk kerncurriculum voor de opleiding van Sturen van ambtenaren naar speciale

NL

grenswachten (CCC). opleidingscursussen die door FRONTEX of CEPOL georganiseerd worden.

  • 30. 
    Er moeten gespecialiseerde en geavanceerde

    cursussen ontwikkeld worden voor:

    − tweedelijnscontroles − criminele inlichtingen

    − risicoanalyse en -profilering Speciaal opleidingsprogramma voor honden van

    − opsporen van gestolen voertuigen grenswachten

    − detectie van valse en vervalste reisdocumenten

− detectie, met de nieuwste apparatuur, van mensen die zich in voertuigen verstopt Speciaal opleidingsprogramma voor

hebben helikopterpiloten en bemanning van schepen

− hondengeleiders, enz. − mensenrechten en omgaan met asielzoekers

  • 31. 
    Indien nodig, moet opleiding in met

    grensbeheer verband houdende activiteiten, bv. zoek- en reddingsacties, beschikbaar komen

  • 32. 
    Adequate inleidende voorlichting voor nieuwe Ervaren grenswachten als mentor

    ambtenaren

  • 3. 
    Grenscontroles

3.1 Algemeen

  • 33. 
    Grenscontroles moeten worden uitgevoerd Ambtenaren die grenscontroles uitvoeren hebben

conform de Schengengrenscode (SBC) en het daartoe geschikte uniformen uit materialen die Schengenhandboek. aangepast zijn aan de weersen klimaatomstandigheden (geen camouflagekleuren) en met onderscheidingstekens of insignes waaruit

blijkt dat zij grenswachten zijn.

  • 34. 
    Bij de planning van grenscontroles moet Er zijn nationale criteria voor de berekening van

    rekening worden gehouden met de de criminaliteitscijfers vastgesteld bescherming die grenstoezicht biedt tegen grensoverschrijdende criminaliteit. Beoordeling biedt een basis voor tactische eisen voor grenscontroles zoals inlichtingenvergaring en -analyse, profilering, percentage grondige tweedelijnscontroles, gebruik van gespecialiseerde apparatuur, enz.

NL

  • 35. 
    Infrastructuur bij grensdoorlaatposten, onder Ontwikkelingsplan waarin alle functies, instanties

    meer het aantal hokjes en rijen, lokalen (ook de en andere belanghebbenden bij elke faciliteiten voor personen die de toegang wordt grensdoorlaatpost aan de orde komen. geweigerd), moeten worden afgestemd op de passagiersstroom (kwantiteit en kwaliteit), rekening houdend met de beoordeling van toekomstige ontwikkelingen.

  • 36. 
    Grenswacht moet verantwoordelijk zijn voor Beheer van regeling aan grensdoorlaatposten en

    openbare orde en veiligheid bij toezicht op de toepassing ervan valt onder de

    grensdoorlaatposten. bevoegdheid van de grenswacht

  • 37. 
    Controlehokjes moeten met de voorkant naar

    de passagiers gericht zijn, en hoger staan, om profilering te vergemakkelijken, en over alle nodige apparatuur en goede verlichting beschikken. Zij moeten rechtstreekse communicatie hebben met het tweedelijnsbureau (met inbegrip van het situatiecentrum en het bureau van de ploegchef).

  • 38. 
    Er worden maatregelen genomen om de Installatie van deuren met sloten die door de

    toegang via de controlehokjes buiten de grenswacht gecontroleerd worden. werkuren te verbieden.

  • 39. 
    Personen die de toegang geweigerd wordt en in

    speciaal daartoe bestemde faciliteiten ondergebracht zijn (die alleen voor hen bedoeld zijn) moeten onder permanent toezicht staan, met gebruik van technische of personele middelen. De faciliteiten voor die personen moeten zowel aan beveiligings- als aan sociale voorwaarden voldoen.

  • 40. 
    Er moeten extra faciliteiten aanwezig zijn voor

    asielzoekers.

  • 41. 
    Er moet een adequaat aantal ambtenaren en Ploeg bij grensdoorlaatpost, die afhankelijk van de

    voldoende grenscontroleapparatuur ingezet grootte van die post, bestaat uit: worden om de passagiersstromen te controleren

    en te reageren als uit de beoordeling een reŽel −

      ploegchef;

    risico blijkt. −

      eerstelijnsambtenaren

    − tweedelijnsambtenaren

Een adequaat aantal hangt onder meer af van: − ambtenaren criminele inlichtingen − ander gespecialiseerd personeel

− permanente controle van passagiersstromen; (documentdeskundigen, buitencontroleurs,

− tijd van de dag, grenssituatie en voertuigexperts, hondengeleiders, specialisten dreigingsniveau

transportidentificatie, operateurs

− beschikbare apparatuur videobewaking enz.)

− omgeving (dreiging van pandemie enz.) − zowel mannelijke als vrouwelijke ambtenaren

NL

Lange wachttijden voor passagiers in de rijen Ambtenaren met passende talenkennis in elke

voor de controlehokjes moeten worden shift.

voorkomen.

Shifts met overlappende werktijden, zodat er

voldoende tijd is voor briefing en uitwisseling van

informatie.

  • 42. 
    De ploegchef is belast met het toezicht op de De ploegchef neemt in overleg met de

taken die aan de eenheid grenscontrole zijn grenswachten de nodige administratieve besluiten toegewezen. De ploegchef heeft als betreffende de grenscontroles. De ploegchef zorgt verantwoordelijke voor de acties en ervoor dat in alle omstandigheden alle maatregelen kennis van de gebeurtenissen aan noodzakelijke maatregelen en inspecties worden de grensdoorlaatpost en de acties die door de uitgevoerd. Alle incidenten en/of buitengewone grenswachten ondernomen worden. De situaties moeten aan de ploegchef gemeld worden, ploegchef houdt toezicht op de fysieke en zodat deze zo nodig de gelegenheid heeft de mentale conditie van het personeel vůůr en effectieve uitvoering en het resultaat van de tijdens de shift. grenscontroles te beÔnvloeden. Alle maatregelen met het oog op de grenscontroles moeten zo goed mogelijk voorbereid worden en gefundeerd zijn, zodat zij een voldoende basis voor besluitvorming

bieden.

  • 43. 
    Naast de uitvoering van grenscontroles Systematische raadpleging van nationale

conform de Schengengrenscode, moet het doel databanken, met inbegrip van de databanken voor voor eerstelijnscontroles zijn passagiers te onderdanen van derde landen van andere

profileren en er verdachten uit te halen voor bevoegde instanties. grondige tweedelijnscontroles. Gegevensoverdracht van voldoende hoge

  • 44. 
    Bij binnenkomst en vertrek moet in de eerste snelheid, met inbegrip van mobiele apparaten.

    lijn aan de grensdoorlaatposten toegang tot de volgende uitrusting bestaan: Elektronische beschikbaarheid van het

− terminal voor de raadpleging van SIS, VIS Schengenhandboek en de bijlagen daarbij en de en nationale databanken. nationale instructies.

− indien nodig, draagbare terminal

− instrument voor het onderzoeken van documenten, met variabel ultraviolet licht,

wit strijklicht, doorvallend licht, enz. Toegang tot nationale databanken voor valse

− vergrootglas van tenminste x 10 of documenten. monomicroscoop met variabele zoom

− retroreflecterende lamp

− in- en uitreisstempels van Schengen (omschreven in Schengengrenscode)

− Schengengrenscode en Schengenhandboek met bijlagen

− continu geactualiseerde risico-indicatoren en risicoprofielen

Voor de aanvang van elke shift, verstrekt de

− beschikbare elektronische voorbeelden van documenten en andere informatie die dienstdoende ambtenaar informatie over risicoindicatoren

en risicoprofielen. noodzakelijk is voor het uitvoeren van grenscontroles

NL

  • 45. 
    Het doel van grondige tweedelijnscontroles is Tweedelijnsfaciliteiten bevinden zich dicht bij de

    ervoor te zorgen dat risicopassagiers met bv. eerstelijnsvoorzieningen, bij voorkeur dichtbij de

    valse reisdocumenten op adequate wijze plaats waar de controle bij aankomst plaatsvindt.

    kunnen worden ontdekt, en

    mensensmokkelaars en andere personen die de Adequaat aantal tweedelijnskantoren met

    interne veiligheid van de lidstaten in gevaar voldoende ruimte, bij voorkeur met gescheiden

    zouden kunnen brengen, gearresteerd kunnen kantoren om interviews af te nemen.

    worden. (Inreiscontroles zijn prioritair.)

    Aanvullende taken voor tweede lijn: indien nodig

  • 46. 
    Aan grensdoorlaatposten met zeer veel verkeer regelmatig en op ad-hocbasis feedback geven en

    is een tweedelijnskantoor met de volgende nieuwe kennis (briefing) meedelen aan apparatuur nodig: eerstelijnsambtenaren.

    − zelfde apparatuur als in eerstelijnskantoor

− bevragen van Systeem voor het Er worden bulletins voor frauduleuze documenten onderzoeken van documenten ter controle voor nationaal en internationaal gebruik opgesteld

van de echtheid van reisdocumenten ten behoeve van opleiding en risicoanalyse.

− video spectral comparator (met infrarood en ultraviolet licht, filters, wit scheerlicht, IPI-decoder (onzichtbare persoonsgegevens).

doorvallend licht enz.)

− stereo zoommicroscoop van ten minste x Aanvullende databanken voor valse documenten 40 enz.

− controleapparaat "anti-Stokes" inkt

− identificatie-uitrusting en -materiaal Nationaal contactpunt voor Schengenhandboek op (waaronder sjabloon voor de vergelijking CIRCA.

van stempels) Gebruik van apparaten voor het herkennen van

− Schengengrenscode en Schengenhandboek met bijlagen vingerafdrukken, vingerafdruklezers. − handboek met echte en valse paspoorten en identiteitsdocumenten Gebruik van gespecialiseerde voertuigen met

apparatuur voor het onderzoek van

− toegang tot iFADO en FADO reisdocumenten en toegang tot databanken.

− apparatuur voor toegang tot en/of het doen van een verzoek aan EURODAC, nationale

AFIS, VIS en desbetreffende nationale databanken

  • 47. 
    Voor grondige tweedelijnscontroles kan

    geavanceerde apparatuur voor onderzoek van reisdocumenten te gelegener tijd beschikbaar worden gesteld van grensdoorlaatposten (bv. bij de dichtstbijzijnde grensdoorlaatpost).

  • 48. 
    Passagiersstromen moeten worden Videobewaking (CCTV-systemen) wordt gebruikt

    geobserveerd door grenswachters. om passagiersstromen te profileren, bijvoorbeeld om personen te selecteren voor tweedelijnscontrole. (Bewaren van de beelden is mogelijk conform de nationale wetten inzake gegevensbescherming.)

Spiegels op plafonds/muren om een passagier die aan eerstelijnscontrole onderworpen wordt goed te

kunnen zien.

NL

  • 49. 
    Bij eerstelijnscontrole moeten geÔntegreerde Gegevens van onderdanen van derde landen

paspoortlezers gebruikt worden (mobiele en worden automatisch opgeslagen in nationale vaste lezers) bij grensdoorlaatposten met veel databank bij binnenkomst en uitreis, conform de verkeer. Automatische bevraging van SIS, VIS nationale wetgeving. Systeem is beschikbaar bij

(zodra dit operationeel is) en desbetreffende alle grensdoorlaatposten. nationale databanken met betrekking tot onderdanen van derde landen die niet het Gebruik van document- en vingerafdruklezers met communautaire recht van vrij verkeer genieten. computerondersteunde beveiligingskenmerken en analysecapaciteit.

Automatische systemen voor grenstoezicht combineren het lezen en controleren van elektronische paspoorten met functie voor het

beoordelen van biometrische gegevens.

  • 50. 
    Persoonlijke communicatie tussen Passagiers die een grenscontrolepost naderen

    grenswachters en passagiers bij grenscontrole worden tegengehouden aan een controlehokje via

    (behalve bij geautomatiseerde grenscontrole duidelijke zichtbare markeringen.

    voor EU-burgers).

  • 51. 
    Veilige opslag van in- en uitreisstempels in Persoonlijke stempels.

    kluizen in beveiligde kamers met beperkte toegang tussen shifts. Er moeten duidelijke Eigen afsluitbare compartimenten in kluizen. bevoegdheden en instructies zijn met betrekking tot de distributie en het gebruik van Stempels worden verspreid voor gebruik door stempels. Voor informatie over ploegchef. Dit wordt geregistreerd. beveiligingscodes op in- en uitreisstempels moet een speciale regeling gelden. Bij de grensdoorlaatpost zijn alleen de grenswachters die grenscontroles uitvoeren op de hoogte van de beveiligingscodes op in- en uitreisstempels, en het aantal codes is beperkt.

Informatie over veranderingen in een beveiligingscode voor een bepaalde periode wordt pas aan de grenswachter verstrekt wanneer die

veranderingen plaatsvinden.

Binnen de structuur van de grenswacht wordt slechts ťťn nationaal contactpunt aangewezen voor de uitwisseling van informatie over beveiligingscodes aan alle grensdoorlaatposten en ook voor de uitwisseling van informatie met

contactpunten van andere lidstaten.

  • 52. 
    Overeenkomstig de nationale wetgeving

    moeten de volgende gegevens worden bijgehouden om de situatiekennis te verbeteren en de analyse aan de grensdoorlaatpost te vergemakkelijken: Er worden gegevens bijgehouden over het aantal

− de nationaliteit van de passagiers tweedelijnscontroles en de redenen daarvoor.

− gemiddelde wachttijd

− opgespoorde valse documenten De gegevens worden opgeslagen in een nationale

− gearresteerde mensensmokkelaars databank.

− basisinformatie van de andere instanties die aan de grensdoorlaatpost werkzaam zijn Opzetten van een intranet-databank voor de

− andere onregelmatigheden en relevante grenswacht. informatie

− informatie die nodig is voor het CIBGGI.

NL

  • 53. 
    De grenswachters moeten bij het verrichten Gemeenschappelijke briefing bij het begin van

    van hun taak over alle relevante informatie elke shift. beschikken. Uitwisseling van informatie tussen de vorige en de volgende shift.

  • 54. 
    Ongeoorloofde waarnemingen (met name van Het glas in de hokjes is met een laag folie bedekt.

    computerschermen) moeten worden voorkomen.

  • 55. 
    Blanco visa moeten in een kluis bewaard

    worden. Het besluit tot afgifte van een visum wordt

  • 56. 
    Er moet een register van de afgifte van visa genomen door een hogere ambtenaar of door een

    worden aangelegd. ambtenaar van een hogere instantie

3.2. Landgrenzen

3.2.1 Grensdoorlaatpost langs de weg

  • 57. 
    Borden aan de grens geven aan dat men een

    lidstaat en de EU binnenkomt.

  • 58. 
    Radioactieve sensoren langs baanvak tussen de Mobiel meetapparaat of vaste rŲntgenpoorten.

    grens en de grensdoorlaatpost.

  • 59. 
    Aparte doorgangen voor EU, EER en Zwitserse Mogelijkheid om borden die doorgangen

    burgers en onderdanen van derde landen. aanduiden te verwisselen, afhankelijk van de samenstelling van de passagiersstromen (elektronische borden).

Fysieke scheiding van binnenkomende en uitgaande verkeersstromen aan grensdoorlaatposten langs de weg met veel

verkeer.

  • 60. 
    Op grensdoorlaatposten en het omliggende Op de grensstrook wordt toezicht gehouden met

    gebied moet toezicht worden gehouden met camera's en sensoren. technische middelen, en er moet verlichting zijn voor grenscontrole en -bewaking. Als algemene regel moet er een afscheiding rond de grensdoorlaatpost staan (uitzonderingen kunnen worden toegestaan voor grensdoorlaatposten voor klein grensverkeer).

  • 61. 
    Slagbomen aan doorgangen (zowel bij vertrek Camera-/videobewakingssysteem voor het hele

    als bij aankomst) met mogelijkheid van gebied van de grensdoorlaatpost. elektronische controle door eerstelijnsambtenaren.

  • 62. 
    Adequate controles om personen die zich in Voertuigen worden gecontroleerd op basis van

    voertuigen verschuilen te vinden. geactualiseerde risico-indicatoren en -profielen, en ook op willekeurige basis:

− mobiele/vaste rŲntgenapparatuur (volgens nationale wetgeving)

− hartslagdetectoren

NL

− CO2-detectoren

− speurhonden om verstekelingen in voertuigen te ontdekken − andere apparatuur volgens de nieuwste technologie − rŲntgen-, drugsen andere detectieapparatuur

Systeem voor de herkenning van kentekenplaten met automatische controle in SIS en nationale

databanken

  • 63. 
    Observatie van passagiersstromen en controles Gecombineerde controles worden uitgeoefend

    op doorgangen door een ambtenaar aan de doorgang en een in het hokje (met name bij doorgangen voor niet-EU onderdanen).

Het verrichten van grenscontroles buiten het controlehokje wanneer passagiers in het voertuig blijven tijdens de controles. Technische apparatuur wordt gestuurd en geÔnstalleerd zodat de controles ook buiten de hokjes kunnen worden

uitgevoerd.

Er worden specifieke patrouilles ingezet voor het

uitvoeren van inspecties bij doorgangen:

− om voertuigen te controleren − om te profileren

− met gebruik van honden en technische middelen.

  • 64. 
    Faciliteiten voor het uitvoeren van grondige De faciliteiten worden relatief dicht bij de

    controles voor voertuigen die uit de rij worden controleplaats ingericht. gehaald.

  • 65. 
    De grenscontroles van de reisdocumenten van Afgescheiden zone in de terminal voor

    buspassagiers worden uitgevoerd met mobiele grenscontroles van buspassagiers. apparatuur. Aan grensdoorlaatposten met veel verkeer, of waar technische apparatuur gebruikt moet worden, kunnen grenscontroles voor buspassagiers worden uitgevoerd in een passagiersterminal of passagiersdoorgangen, op basis van risicoanalyse.

  • 66. 
    Indien een gemeenschappelijke

    grensdoorlaatpost tussen een lidstaat en een derde land wordt ingericht, moet ervoor gezorgd worden dat de communautaire wetgeving volledig wordt nageleefd (bv. maatregelen die moeten worden genomen na signalering in het SIS, bescherming van persoonsgegevens, beveiliging, asiel, aanduidingsborden, enz.).

    Bilaterale overeenkomsten moeten voorzien in

NL

de mogelijkheid van grenswachters van andere EU-lidstaten (bijvoorbeeld in het kader van gezamenlijke operaties in FRONTEX-verband) die grenscontroles uitvoeren aan grensdoorlaatposten die zich op het grondgebied van derde landen bevinden.

Relevante en alle nodige statistische, feitelijke, analytische of andere informatie wordt verzameld, ook al bevindt de grensdoorlaatpost zich op het grondgebied van een derde land.

De uitvoerende bevoegdheden moeten worden opgesomd in bilaterale overeenkomsten waar alle bevoegde instanties bij betrokken zijn.

De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van grenscontroles conform het acquis ligt volledig bij de instanties van een lidstaat.

3.2.2 Grensdoorlaatpost langs de spoorweg

  • 67. 
    Bewaking en fysieke maatregelen om te Video- en sensorbewakingssysteem tussen grens

    voorkomen dat personen uit de trein stappen en grensdoorlaatpost in samenwerking met

    vůůr de grenscontroles. spoorwegautoriteiten/-bedrijven.

Omheining en een patrouilleweg langs beide zijden van de sporen van de grens tot aan de

grensdoorlaatpost.

  • 68. 
    Samenwerking met spoorweginstanties en Gemeenschappelijke opleiding in bv.

    spoorwegmaatschappijen om voldoende beveiligingskwesties. informatie voor het uitvoeren van controles te verkrijgen alsmede permanente informatie over Volgens de nationale wetgeving en bilaterale treinverkeer. overeenkomsten worden passagierslijsten vooraf gecontroleerd zodat grondige controles kunnen worden uitgevoerd op grond van risico

  • 69. 
    Samenwerking met spoorwegpolitie en indicatoren en risicoprofielen.

    veiligheidsdiensten van de spoorwegen. Bevraging van SIS, VIS en desbetreffende nationale databanken voorafgaand aan de controle met betrekking tot personen die niet het communautaire recht van vrij verkeer genieten.

    Gebruik van elektronische passagierslijst.

Samenwerking en opleiding van spoorwegpersoneel op het gebied van reisdocumenten ten einde vervalsingen te ontdekken en voorafgaande informatie te

verkrijgen.

  • 70. 
    Adequate controles om personen te ontdekken Controles worden vergemakkelijkt door

    die grenscontrole proberen te ontlopen. speurhonden.

NL

Grenscontroles op rijdende treinen met mobiele apparatuur en online toegang tot de noodzakelijke

databanken.

Controles op rijdende treinen samen met de

bevoegde autoriteiten van de aangrenzende EU-

lidstaten die nog geen Schengenlidstaat zijn,

conform bilaterale overeenkomsten.

  • 71. 
    Controles op goederentreinen. Specifieke teams met douaneambtenaren.
  • 72. 
    Noodzakelijke technische apparatuur en Afgescheiden controlezone voor goederentreinen,

    infrastructuur ter ondersteuning van controles met bewakingscamera's. op treinen. Alle goederentreinen worden gecontroleerd door vaste sensoren terwijl de treinen in beweging zijn.

3.2.3 Grensdoorlaatpost voor klein grensverkeer

  • 73. 
    Grenscontroles aan grensdoorlaatposten voor Bij grensdoorlaatposten voor klein grensverkeer

    klein grensverkeer moeten worden uitgevoerd met zeer weinig verkeer, worden grenscontroles

    conform de regelingen voor klein grensverkeer. uitgevoerd met behulp van mobiele apparatuur.

  • 74. 
    Tweedelijnsgrenscontroles moeten mogelijk

    zijn binnen een redelijke termijn.

  • 75. 
    Nationale databank die gegevens over

    vergunningen voor klein grensverkeer bevat moet kunnen worden geraadpleegd.

3.2.4 Grensdoorlaatpost aan binnenwateren

  • 76. 
    Grenscontroles moeten algemeen gesproken op

    dezelfde manier worden uitgevoerd als aan de zeegrenzen.

  • 77. 
    Grenswachten moeten met het oog op het

    uitvoeren van grenscontroles vooraf toegang hebben tot relevante informatie.

  • 78. 
    Controle op vaartuigen met mobiele Afgescheiden controlezones en systeem van

    apparatuur; wanneer passagiers van boord gaan videobewaking dat het hele havengebied moet de controle in de haven worden overziet. uitgevoerd.

  • 79. 
    Fysieke of administratieve scheiding van Aan grensdoorlaatposten met veel verkeer

    passagiersstromen volgens dichtheid. scheiding van inkomende en uitgaande passagiers met slagbomen.

    Beveiligingsmaatregelen: verlichting, omheining

    rond het havengebied.

NL

  • 80. 
    Noodzakelijke controleapparatuur en kamers Technische middelen voor controle van

    (lokalen). gevaarlijke of radioactieve materialen.

    Veterinaire en fytosanitaire controle op aangewezen plaatsen.

3.3. Zeegrenzen

  • 81. 
    Rond havengebied moet een omheining staan. Videobewakingssysteem dat havengebied

    overziet.

  • 82. 
    Passagiers- en bemanningslijsten moeten Computerprogramma voor het controleren van

    vooraf gecontroleerd worden zodat er grondige passagierslijsten via SIS en desbetreffende

    controles kunnen worden uitgevoerd op grond nationale databanken met betrekking tot niet-EU-

    van risico-indicatoren. burgers (die niet het communautaire recht van vrij

    verkeer genieten).

Samenwerking met reders en opleiding van maritiem personeel op het gebied van reisdocumenten om vervalsingen op te sporen en

voorafgaande informatie te verkrijgen.

  • 83. 
    Vrachtschepen moeten bemanningsen

    passagierslijsten en andere relevante informatie (inschepen, ontschepen) 24 uur voor aankomst doorsturen.

  • 84. 
    Veerboten moeten bemanningsen

    passagierslijsten doorsturen na vertrek uit haven van derde land.

Noodzakelijke mobiele technische apparatuur en online toegang tot noodzakelijke databasis voor

het uitvoeren van grenscontroles.

  • 85. 
    Passagiersstromen van niet-Schengen- en De havenautoriteiten zijn wettelijk verplicht

Schengenvaartuigen moeten met fysieke terminals uit te rusten met de nodige technische middelen gescheiden worden. apparatuur, en de nodige materiŽle regelingen te

treffen om de Schengenen niet In kleine havens waar het verkeersvolume dat Schengenpassagiersstromen te scheiden. De toelaat, mogen passagiersstromen gescheiden grenswachters moeten toezicht op deze scheiding worden door middel van systematische houden. controle en begeleiding.

  • 86. 
    Maatregelen voor de effectieve beveiliging van

    vracht en uitrusting in de internationale zone van de haven.

  • 87. 
    Procedures om bezoekers en bemanning

    gemakkelijker toegang tot het vaartuig te verlenen.

NL

  • 88. 
    Samenwerking tussen grenswacht,

    scheepsagenten en kapiteins zodat vooraf risicoanalyses kunnen worden uitgevoerd en passende maatregelen genomen om passagiers en bemanning snel te laten passeren.

  • 89. 
    De havenadministratie moet ťťn loket bieden

    voor grenswachtambtenaren met informatie over aankomst, vertrek en verblijf in de haven van alle vaartuigen.

  • 90. 
    De grenswacht moet van de scheepsagent alle Gebruik van het gewone standaardmodel voor

    informatie en schriftelijke garanties eisen garanties. betreffende het inschepen en ontschepen van bemanningsleden en van alles wat verband houdt met de situatie van het vaartuig in de haven.

  • 91. 
    Scheepsagenten moeten sancties opgelegd

    krijgen wanneer een vaartuig vertrekt zonder vereist grenstoezicht.

  • 92. 
    Situaties van weigering van vergunning om aan

    land te gaan, weigering van toegang, poging tot ontscheping voor illegale doeleinden, verstekelingen, asielverzoeken en andere relevante situaties, moeten worden doorgegeven aan de volgende aanleghaven van een lidstaat.

  • 93. 
    Voor de ontscheping van de bemanning met

    het oog op overplaatsing naar een vaartuig in een haven van een andere lidstaat, is informatie-uitwisseling tussen de grenswacht van de betrokken lidstaten nodig, zodat de aanwezigheid of aankomst van een vaartuig bevestigd kan worden.

  • 94. 
    Er moet een databank van verdachte Een internationale databank met

vaartuigen, scheepsagenten en reders worden identiteitsdocumenten van zeevarenden wordt aangelegd. aangelegd omdat voorbeelddocumenten niet

gemakkelijk verkrijgbaar zijn.

Als grenscontroles worden uitgevoerd aan boord van een vaartuig tussen aanleghavens kunnen de grenscontroles bij aankomst worden uitgevoerd

zonder de ontscheping te vertragen.

NL

3.4 Luchthavens

  • 95. 
    Passagiersstromen van niet-Schengen- en Transitzone voor niet-Schengenvluchten.

    Schengenvluchten moeten met fysieke middelen worden gescheiden. Afzonderlijke en speciale niveaus voor Schengenen niet-Schengenverkeer.

  • 96. 
    De luchthavenexploitant moet de nodige

    maatregelen nemen om de passagiersstromen Fysieke afscheiding (hermetische afsluiting) is van niet-Schengenvluchten fysiek te scheiden mogelijk met behulp van muren, glas, metalen van de passagiersstromen van andere vluchten. roosters, enz. van vloer tot plafond.

  • 97. 
    Luchthavens met veel internationaal verkeer De luchthavenautoriteiten zijn wettelijk verplicht

moeten fysiek verdeeld worden in Schengenterminals uit te rusten met de nodige technische en niet-Schengenzones om te voorkomen dat apparatuur, en de nodige materiŽle regelingen te

personen of bezittingen (met inbegrip van treffen om de Schengenen nietdocumenten) van de ene zone in de andere Schengenpassagiersstromen te scheiden. De kunnen geraken. grenswachters moeten toezicht op deze scheiding houden.

Samenwerking en opleiding van luchtvaartmaatschappij- en luchthavenpersoneel op het gebied van reisdocumenten om vervalsingen op te sporen en voorafgaande informatie over verdachte passagiers te verkrijgen.

 Op luchthavens met veel internationaal verkeer moet voor gescheiden doorgangen voor grenscontroles van bemanningsleden worden

gezorgd.

  • 98. 
    In secundaire luchthavens, kleine luchthavens Voor grensdoorlaatposten in luchthavens die niet

en terminals waar het verkeersvolume dat continu bemand zijn, wordt informatie over toelaat, moeten passagiersstromen gescheiden vluchten buiten het Schengengebied naar de worden door middel van systematische dichtstbijzijnde grenswachteenheid/ het

controle en begeleiding. dichtstbijzijnde coŲrdinatiecentrum gestuurd.

Alle luchthavens met inkomende commerciŽle vluchten van buiten het Schengengebied worden

als internationale luchthaven beschouwd.

  • 99. 
    Vliegtuigpassagiers moeten in- of uitstappen Begeleid door getraind personeel van de

    per bus of via een slurf. Bij uitstappen per bus, afhandelaar bij uitstappen via een bus. worden de passagiers rechtstreeks naar de zone (of de gang die ernaartoe leidt) gebracht waar de grenscontrole plaatsvindt. Bij uitstappen via een slurf, volgen de passagiers de gangen tot zij de grenscontrole bereiken.

  • 100. 
    Afhankelijk van de risicobeoordeling, moet Informatie die via API wordt verstrekt, wordt

    Advance Passenger Information (API) gebruikt verwerkt door een ambtenaar criminele worden. inlichtingen.

NL

  • 101. 
    Controle aan de gates bij risicovluchten (op Om de efficiŽntie van de grenscontroles te

    basis van risicoanalyse). vergroten, worden ook willekeurige controles aan de gates uitgevoerd.

Videobewakings- en videoregistratiesysteem dat alle niet-Schengenaankomstgates overziet (bv. om te achterhalen op welke vlucht illegale

immigranten zijn aangekomen).

Op grond van de risicoanalyse worden voorafgaande controles in vliegtuigen uitgevoerd om mogelijke illegale immigranten en hun stoelen te identificeren (nuttig achteraf, bijvoorbeeld wanneer naar verborgen reisdocumenten wordt

gezocht).

Op grond van de risicoanalyse worden vliegtuigen doorzocht na het uitstappen om bijvoorbeeld

verborgen reisdocumenten te vinden.

  • 102. 
    Samenwerking tussen de grenswacht, Luchtvaartmaatschappijen en

    luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartexploitanten verstrekken de benodigde

    luchtvaartexploitanten om ervoor te zorgen dat informatie langs elektronische weg.

    er in elke shift voldoende grenswachters

    aanwezig zijn.

  • 4. 
    Grensbewaking

4.1 Algemeen

  • 103. 
    Grensbewaking moet worden uitgevoerd Ambtenaren die grenscontroles uitvoeren hebben

conform de Schengengrenscode (SBC) en het gepaste uniformen uit materialen die geschikt zijn Schengenhandboek. voor de weers- en klimaatomstandigheden en met onderscheidingstekens of insignes waaruit blijkt

dat zij grenswachters zijn.

  • 104. 
    Grensbewaking moet worden beoordeeld aan

    de hand van twee sleutelparameters, nl. situatiekennis en reactievermogen.

− Situatiekennis meet de mate waarin eenheden aan de gang zijnde of voltooide De grens wordt constant bewaakt. Tactische

illegale grensoverschrijdingen (of bewakingscentra zijn de klok rond actief, en smokkelactiviteiten) kunnen ontdekken in houden toezicht op het grens- of zeegebied met de betreffende planningsperiode. Daarbij bewakingsapparatuur en patrouilles. Het centrum worden de eisen op tactisch niveau in beeld stuurt informatie over verplaatsingen actief door gebracht (bewakingstijden en -zones, naar inlichtingenambtenaren (risico-indicatoren, detectiepercentage, identificatiemethoden registers) en analyseert de aard van de en profilering van objecten). Ook is het verplaatsingen om abnormale situaties aan het aantal en de richting van de patrouilles licht te brengen. Ook worden willekeurige

langs de blauwe en de groene grens van controles uitgevoerd. belang.

− Reactievermogen meet de mate waarin de eenheden in staat zijn te reageren, nl. door Patrouilles staan constant paraat. Het tactisch

gedetecteerde personen aan te houden en te bewakingscentrum is in staat om onmiddellijk

fouilleren of een verdachte illegale patrouilles te sturen.

activiteit tijdens de planningsperiode te onderzoeken. Hierbij worden de eisen op

NL

tactisch niveau in beeld gebracht (frequentie en uitrusting van patrouilles, concentratie en paraatheid van speciale interventie-eenheden, beschikbaarheid van vliegtuigen en helikopters enz).

  • 105. 
    Op basis van risicoanalyse moeten adequaat

    uitgeruste patrouilles (land-, zee- en luchtpatrouilles) paraat worden gehouden met het oog op achtervolging, aanhouding en/of controle van gedetecteerde verplaatsingen en inkomend of uitgaand transport.

  • 106. 
    Functionele communicatie tussen Gebruik van TETRA-radio's of andere

    patrouilles, vaartuigen, vliegtuigen en versleutelde communicatiemiddelen. commando-/controlecentra.

  • 107. 
    Activiteiten in de zone van bevoegdheid Mobiele patrouilles/vaartuigen hebben onlineworden

ondersteund door mobiele toegang tot databanken en voorbeelden van controleapparatuur. reisdocumenten (informatie over visa,

grensstempels enz.)

Mobiele patrouilles/vaartuigen hebben enige apparatuur om reisdocumenten te controleren (UV, vergrootglas van ten minste x 10 of

monomicroscoop met variabele zoom).

4.2. Landgrenzen

  • 108. 
    Illegale immigranten die de grens

    overschrijden moeten voldoende efficiŽnt gedetecteerd worden. Helikopters en vliegtuigen met vaste vleugels

  • 109. 
    Grensbewaking en arrestatie van illegale voeren bewaking uit en ondersteunen patrouilles

    immigranten moeten worden uitgevoerd met op de grond. mobiele en vaste patrouilles, ondersteund met technische middelen:

    − patrouilles per auto, motor, sneeuwmobiel, terreinwagen, te paard

    enz.

    − nachtzichtapparatuur en thermische camera's − vaste camera's en alarmsystemen met sensoren − draagbare infraroodalarm- en draagbare camera's en andere sensorsystemen

    − speurhonden in bosgebieden − motorboten op meren en rivieren

  • 110. 
    Middelen voor bewaking moeten Het grensgebied wordt verdeeld in

    hoofdzakelijk worden ingezet in gebieden sectoren/blokken. De bewakingstermijn voor elke

    die in de risicoanalyses als hoogrisicogebied sector hangt af van de risicoanalyse.

    worden aangemerkt.

NL

  • 111. 
    Grens bij grensdoorlaatpost moet onder Grens nabij grensdoorlaatpost wordt geobserveerd

    toezicht worden gehouden om personen die door camera's en/of een alarmsysteem. proberen de grensdoorlaatpost te vermijden, te detecteren.

  • 112. 
    Per grenssector moet de reactietijd die nodig Mobiele eenheden, snelleresponsteams,

    is om te beginnen met het opsporen van helikopters, motorboten, speurhonden enz. personen die illegaal de grens oversteken worden vastgesteld (op basis van Vooraf opgestelde plannen, met inbegrip van risicoanalyse). bemande punten, voor het opsporen van personen die illegaal de grens oversteken in verschillende grenssectoren/grensblokken.

  • 113. 
    Samenwerking van de grenswacht met de Permanente contacten tussen lokale bevolking en

    lokale bevolking. bevoegde instanties.

De grenspatrouilles en de leiders houden tijdens hun shifts regelmatig contact met de lokale

bewoners.

  • 114. 
    Verzamelen van al het relevante Vaste praktijken voor het inzamelen van bewijs in

    bewijsmateriaal om aan te tonen dat er verband met illegale grensoverschrijdingen, sprake is van het illegaal overschrijden van conform de bilaterale of EG- de staatsgrens, zodat derdelanders overnameovereenkomsten. overgenomen kunnen worden.

4.3. Zeegrenzen

  • 115. 
    Er moet een kustbewakingssysteem zijn dat GeÔntegreerd bewakingssysteem en

ondersteund wordt door een netwerk van gemeenschappelijke maritieme situatieschets met kustwachtposten die paraat zijn voor snelle alle bevoegde instanties (grenswacht, reactie. Het systeem moet ondersteund scheepvaartautoriteiten, marine, kustwacht enz.). worden door een offshore-eenheid, Alle gegevens worden opgeslagen en bewaard

offshore-patrouillevaartuigen, helikopters voor gebruik te gelegener tijd. en vliegtuigen met vaste vleugels en andere middelen. De situatie wordt geobserveerd in een adequaat aantal commando-/controlecentra. Situatieschets bestaat uit informatie van radars, offshorepatrouillevaartuigen, camerabewakingssystemen, helikopters en vliegtuigen met vaste vleugels.

  • 116. 
    Alle vaartuigen die de territoriale wateren Gebruik van AIS (Automatic Identification

binnenvaren moeten worden opgespoord en System), VTMS (Vessel Traffic Management geÔdentificeerd. De gegevens (namen) van System), VMS (Vessel Monitoring System for de vaartuigen moeten worden vergeleken fisheries), V-RMTC (Virtual Regional Maritime

met achtergrondinformatie betreffende Traffic Centre) en SSN (SafeSeaNet). risicovaartuigen.

  • 117. 
    Inkomende vaartuigen moeten worden De beoordeling wordt uitgevoerd in

    geŽvalueerd aan de hand van een regionale/tactische commando-/coŲrdinatiecentra

    risicoanalyse. door ambtenaren criminele inlichtingen.

  • 118. 
    Indien nodig moeten gecontroleerde Offshore-patrouillevaartuigen,

    vaartuigen op zee worden onderschept door kustpatrouillevaartuigen (CPV) of -patrouilleboten

    grenswachters. De noodzakelijke (CPB) van kustwachtposten.

    dwangmaatregelen worden uitgevoerd.

NL

  • 119. 
    Er moeten noodzakelijke maatregelen

    komen om ongeoorloofde toegang tot de havenfaciliteit, aangemeerde schepen en beperkt toegankelijke zones te voorkomen.

4.4 Luchthavens

  • 120. 
    De bewaking van de luchthaven moet

    worden uitgevoerd in samenwerking met de luchtvaartautoriteiten.

  • 121. 
    Het grondgebied en de omgeving van de

    luchthaven moeten worden overzien met behulp van een camerasysteem.

  • 122. 
    De grenswachters moeten het systeem

    controleren en toegang hebben tot camerabeelden. De gegevens zijn beschikbaar voor de grenswacht en worden gebruikt voor misdaadonderzoek enz.

  • 123. 
    Alle gegevens van het camerasysteem

    moeten worden opgeslagen en de informatie moet gedurende een passende termijn worden bewaard.

  • 124. 
    In het luchthavengebied moet worden

    gepatrouilleerd.

  • 125. 
    In de transitzone moet worden Patrouillering op advies van ambtenaar criminele

    gepatrouilleerd. inlichtingen (gericht op te controleren personen).

    Afhankelijk van de risicoanalyse wordt er ook in

    burger gepatrouilleerd.

  • 5. 
    Risicoanalyse en criminele inlichtingen
  • 126. 
    Strategisch inlichtingenwerk betekent dat Via een speciale e-omgeving worden systematisch

    alle informatie georganiseerd wordt en aan wekelijkse en maandelijkse risicoanalyserapporten

    de hand daarvan een strategische en praktijkstudies verstrekt aan grenswachters.

    situatieschets wordt gemaakt (belangrijke

    verschijnselen en onderliggende factoren). Er zijn procedures voor het maken en rapporteren

    Ook kunnen er statistieken en trends uit van statistieken op alle niveaus (centraal,

    worden afgeleid, en kwalitatieve regionaal en lokaal).

    beschrijvingen worden opgesteld.

  • 127. 
    Bij strategische risicoanalyse wordt Er wordt gebruik gemaakt van de

    belangrijke strategische informatie risicoanalyseproducten van FRONTEX. geanalyseerd. PotentiŽle veranderingen worden aan het licht gebracht en er worden beleidsinitiatieven voorgesteld. Analisten moeten volledig op de hoogte worden gesteld van de fundamentele paradigma's, belangen, bedreigingen, gevaren en risico's.

  • 128. 
    Operationeel inlichtenwerk betekent dat Met het oog op de inzet van patrouilles en

operationele veldinformatie wordt ambtenaren voor grenscontroles worden door gekoppeld aan strategische informatie (input speciaal opgeleide inlichtingenambtenaren en output in beide richtingen) in een praktische profielen en risico-indicatoren

operationeel gezien deugdelijke context. opgesteld.

NL

  • 129. 
    Kwalitatieve en kwantitatieve analyse van In regionale hoofdkwartieren wordt operationele

    het operationeel milieu, de analyse op grond van uniforme instructies en

    activiteitendoelen en de resultaten van de methodes gemaakt en bijgehouden.

    eigen activiteiten. De operationele analyse

    dient om geldige informatie over de

    bestaande situatie te verkrijgen teneinde de

    middelen optimaal te kunnen inzetten.

    Speciale aandacht moet uitgaan naar

    lacunes, d.w.z. waar het systeem

    tekortschiet.

  • 130. 
    Tactische inlichtingen (veldniveau) brengen Een netwerk voor criminele inlichtingen van de

    operationele veldwerkers in contact met het grenswacht onder gecentraliseerd toezicht. informatiesysteem. Er moet een gegevensstroom in twee richtingen zijn (input en output).

  • 131. 
    Bij profilering moeten activiteitendoelen

    gecategoriseerd worden met het oog op de optimale sturing en intensiteit van de lopende maatregelen op tactisch niveau.

  • 132. 
    Informatie over risico-indicatoren, De profielen worden bewaard in databanken (erisicoprofielen

 en typische modi operandi omgeving) en zijn op een bruikbare manier van grensoverschrijdende criminaliteit beschikbaar voor grenswachters. Bijvoorbeeld

moeten systematisch worden verstrekt aan "top 10-lijsten". de ambtenaren op lokaal niveau.

  • 133. 
    Er moet een risicoanalyse-eenheid zijn op Regelmatige vergaderingen en opleiding worden

    nationaal niveau en een risicoanalysesector gecoŲrdineerd op centraal niveau door de

    op regionaal niveau alsmede nationale eenheid voor risicoanalyse.

    inlichtingenambtenaren op lokaal niveau.

Grenswachters van grensdoorlaatposten in havens werken mee aan het in kaart brengen van mogelijke bedreigingen voor goederen en infrastructuur en de beoordeling van hun waarschijnlijkheid, met het oog op het vaststellen en prioriteren van beveiligingsmaatregelen op grond van de beveiligingsplannen voor havens

volgens de ISPS-Code.

  • 6. 
    Opsporing van en onderzoek naar grensoverschrijdende criminaliteit in coŲrdinatie met alle bevoegde rechtshandhavingsinstanties
  • 134. 
    Er moet worden samengewerkt bij de Gezamenlijke groepen voor criminele inlichtingen

    opsporing van en het onderzoek naar en crimineel onderzoek. grensoverschrijdende criminaliteit, illegale Gemeenschappelijk gebruik van databanken. migratie, smokkel van drugs, wapens en Gemeenschappelijke databanken. munitie, gestolen voertuigen en gestolen Gemeenschappelijke risicoanalyse op alle niveaus. goederen, en het gebruik van valse en Gemeenschappelijke vergaderingen en vervalste documenten. opleidingsprogramma's.

NL

  • 135. 
    Er moet een duidelijke verdeling komen van

    de belangrijkste bevoegde instanties bij ieder specifiek grensoverschrijdend misdrijf.

  • 136. 
    Ondervraging van alle ontdekte illegale

    immigranten kan worden uitgevoerd om routes, mensenhandelaars en -smokkelaars en andere relevante kwesties in kaart te brengen (bv. om te achterhalen welke prijs aan de mensensmokkelaars is betaald om illegale grensoverschrijdingen te organiseren).

  • 137. 
    Illegale immigranten moeten worden Met inbegrip van de opslag van biometrische

    geregistreerd voor eventuele weigering van gegevens. toegang of verwijderingsof overnamemaatregelen.

  • 7. 
    Maatregelen in derde landen van doorreis en herkomst
  • 138. 
    Er moet adequate bi- en multilaterale Jaarlijkse (of halfjaarlijkse) vergaderingen op het

    samenwerking zijn met de hoogste niveau. grenswachtinstanties in derde landen van doorreis en herkomst. De samenwerking behelst:

− uitwisseling van informatie over illegale immigratie

− vergaderingen van deskundigen

− gemeenschappelijke opleiding bv. voor documentdeskundigen

Vergaderingen en uitwisseling van informatie

tussen luchthavens en havens.

  • 139. 
    De ambtenaren van de consulaten van de De grenswacht plaatst verbindingsambtenaren (bv.

    lidstaten moeten worden opgeleid om valse als documentadviseurs) in belangrijke consulaten. reisdocumenten te herkennen en risicoindicatoren voor visumaanvragers in kaart Verbindingsambtenaren worden opgeleid in te brengen. profilering en het herkennen van valse documenten en krijgen geschikte apparatuur voor het onderzoeken van reisdocumenten.

Verbindingsambtenaren hebben toegang tot SIS, VIS en relevante nationale databanken overeenkomstig de nationale wetgeving en

conform hun verantwoordelijkheden.

De verbindingsambtenaren hebben de meeste actuele kennis en de nieuwste apparatuur voor

documentonderzoek gecentraliseerd.

NL

  • 140. 
    Er moet worden samengewerkt met de Opleiding en regelmatige

    desbetreffende luchtvaart-, zeevaart- en samenwerkingsvergaderingen met wegvervoersondernemingen. vervoersbedrijven en grenswacht.

  • 141. 
    Er moet worden samengewerkt met Netwerk van verbindingsambtenaren.

    verbindingsambtenaren van de lidstaten die in hetzelfde derde land of dezelfde regio gedetacheerd zijn.

  • 8. 
    Samenwerking met derde buurlanden
  • 142. 
    Doel van de samenwerking met derde Gezamenlijke/gemengde patrouilles met de

    buurlanden is verbetering van de bevoegde instanties in de derde buurlanden. grensbeveiliging. Nauwe samenwerking met instanties die belast zijn met grenscontroles in specifieke gebieden (bv. gelijktijdige controles in rijdende treinen) overeenkomstig EU- en nationale wetgeving.

  • 143. 
    Er moet worden samengewerkt met derde Concept grensafgevaardigde, d.w.z. bilaterale

    buurlanden op alle niveaus (centraal, samenwerking bij grensbeheer tussen de regionaal en lokaal). grenswachten van twee landen, op basis van officieel georganiseerde structuur en procedures.

  • 144. 
    Samenwerking kan vorm krijgen via het Dit concept omvat de volgende onderdelen:

    vaststellen van passende werkwijzen zoals

    uitwisseling van informatie, het opzetten −

      regionale hoofden die de taken van grensafgevaardigde uitvoeren

    van geschikte communicatiekanalen, lokale

    contactpunten, noodprocedures, objectieve − informatie-uitwisseling. aanpak van incidenten met het oogmerk − spontaan overleg

    politieke geschillen te voorkomen. − gezamenlijk onderzoek − gezamenlijke opleiding en operaties

    − enz.

    Jaarlijkse vergaderingen op het hoogste niveau.

    Deskundige permanente werkgroepen op regionaal niveau.

Regelmatige en ad-hocvergaderingen en gezamenlijke operaties en opleiding op lokaal

niveau (grensdoorlaatposten en groene grens).

  • 145. 
    Er moet informatie worden uitgewisseld Gezamenlijke dreigings- en risico-evaluaties

    over situatie inzake illegale grensoverschrijdingen of Gezamenlijke procedures voor verschillende grensoverschrijdende misdrijven. situaties die regelmatig getest worden.

NL

  • 9. 
    Controlemaatregelen binnen de ruimte van vrij verkeer, met inbegrip van terugkeer
  • 146. 
    Toezicht op onderdanen van derde landen Gezamenlijke risicoanalyse met bevoegde

    moet evenredig zijn en gepland worden op instanties (immigratie, belastingsen

    grond van de risicoanalyse. arbeidsinstanties, politie, douane, grenswacht).

  • 147. 
    Er moeten systematische en geplande

    maatregelen zijn om onderdanen van derde landen op te sporen die illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven.

  • 148. 
    Aangehouden illegale immigranten moeten

    systematisch behandeld worden:

− identificeren en registreren van Met inbegrip van het opslaan van immigranten vingerafdrukken.

− herkennen van slachtoffers van misdaad, mensenhandel en uitbuiting

− toereikende verwijderingsen uitzettingsmaatregelen

− ontvangen van asielaanvragen.

  • 10. 
    Samenwerking tussen instanties met het oog op grensbeheer (grenswacht, douane, politie, nationale veiligheid en andere bevoegde autoriteiten)
  • 149. 
    Er moet regelmatige coŲrdinatie Vaste raad voor de coŲrdinatie van de

    plaatsvinden voor samenwerking tussen samenwerking tussen instanties. Voorzitterschap

    instanties op alle niveaus. Er moeten rouleert tussen deelnemers.

    regelmatige vergaderingen plaatsvinden

    tussen de diensthoofden waar wordt beslist Gemeenschappelijke radiocommunicatie (bv.

    wat het aandachtspunt van het jaar is, waar TETRA).

    doelen worden vastgesteld en richtsnoeren Gezamenlijke risicoanalysecentra

    bepaald. Die besluiten worden nader Gezamenlijke risicoanalyse

    uitgewerkt tijdens geplande bijeenkomsten Gezamenlijke groepen voor criminele inlichtingen

    tussen de hoofden op regionaal niveau. Er en vooronderzoek.

    worden effectieve 'schema's voor Gemeenschappelijk gebruik van databanken.

    gezamenlijke operaties, activiteiten en Gezamenlijke patrouilles langs de groene en

    andere maatregelen uitgevoerd via blauwe grenzen.

    samenwerkingsvergaderingen tussen lokale Handhaving en verdere ontwikkeling van NCC's.

    hoofden.

  • 150. 
    Taakverdeling tussen instanties moet

    worden verduidelijkt. Dubbel werk moet worden voorkomen.

  • 151. 
    Gezamenlijke werkregelingen bij Eenloketbeginsel aan grensdoorlaatposten bij de

    grensdoorlaatposten moeten worden landsgrens. (Grenswacht en douaneambtenaar

    toegepast. werken samen).

    Deelnemen aan voorlichting van shifts bij andere

    instanties.

NL

  • 11. 
    Samenwerking tussen de lidstaten
  • 152. 
    Er moet praktische en pragmatische bi- en Gezamenlijke groepen/centra voor het vergaren

    multilaterale samenwerking zijn tussen van criminele inlichtingen en risicoanalyse tussen

    aangrenzende lidstaten, met inbegrip van aangrenzende lidstaten.

    concrete analyse, plannen en acties om

    illegale immigratie en grensoverschrijdende Concrete jaarlijkse actieplannen, niet alleen tussen

    criminaliteit aan te pakken. centrale instanties maar ook tussen regionale en

    lokale instanties.

  • 153. 
    Samenwerking tussen aangrenzende Uitvoering van concept Europees

    lidstaten betreffende maritiem toezicht moet patrouillenetwerk (EPN). worden geÔmplementeerd.

  • 154. 
    Grenswachters moeten deelnemen aan Actieve deelneming aan gecoŲrdineerde

    samenwerking met en in het kader van activiteiten FRONTEX.

FRONTEX. − Deelneming aan gezamenlijke operaties

− Instelling, handhaving en verdere uitbouw aan de land- en zeegrenzen en in luchthavens. van een nationaal FRONTEX-contactpunt.

− Gebruik van resultaten van projecten

− Deelneming aan vergaderingen raad van i.v.m. beste praktijken uitgevoerd door bestuur FRONTEX. FRONTEX en lidstaten. − Instelling en verdere uitbouw van RABIT- pool. − Deelneming aan verschillende vergaderingen; FRAN, PRN, Onderzoek en

Ontwikkeling, enz.

− Implementatie van een gemeenschappelijk kerncurriculum en een EU-opleidingsdag. − Inzetten van gedetacheerde nationale deskundigen bij FRONTEX. − Opnemen van uitrusting in centraal register van beschikbare technische uitrusting

(CRATE).

− Instellen en handhaven van FJST-pool.

− Inzetten van ambtenaren die zijn uitgezonden naar de contactpunten van de

lidstaten.

− Voorzien in contactpunt(en) in eigen land.

  • 12. 
    CoŲrdinatie en samenhang van de activiteiten van de lidstaten en de instellingen en andere organen van de Gemeenschap en de Unie
  • 155. 
    In elke lidstaat moet een duidelijke Bewerkstelligen dat het operationele standpunt in

    verdeling zijn van taken betreffende aanmerking wordt genomen in de bevoegde

    samenwerking met en in het kader van EU- werkgroepen van de Raad.

    organen en belanghebbenden.

NL

  • 13. 
    Voorkoming van corruptie
  • 156. 
    Corruptiebestrijdingsmaatregelen moeten Concurrerende salarissen voor grenswachters.

    worden uitgevoerd conform nationale corruptiebestrijdingsstrategieŽn. Hoofden rouleren van post naar post.

    Er wordt gezorgd voor aanvullende

    werkgelegenheid buiten de grenswacht.

  • 157. 
    Het mag op geen enkel niveau mogelijk zijn

    grondige controles van bepaalde personen, profielen, vervoersondernemingen enz. te voorkomen.

  • 158. 
    Mobiele eenheden moeten

    onaangekondigde operaties kunnen uitvoeren, onafhankelijk van de lokale leiding, in gebieden waar corruptie gemeengoed is.

  • 159. 
    Als algemene regel zouden er bij elke Grenscontroles worden gemonitord en

grensdoorlaatpost ten minste twee geregistreerd. Die registers kunnen worden ambtenaren aanwezig moeten zijn, inclusief gebruikt bij een strafrechtelijk onderzoek, bv. bij bij grensdoorlaatposten voor klein het vervolgen van passagiers wegens poging tot

grensverkeer (bv. een grenswachter en een omkoping. douanefunctionaris). De passagiers kunnen de rij niet kiezen op grond van de identiteit van de functionaris in het hokje (bv. donkergetinte ramen).

De grenswachters kennen hun precieze taak niet

vůůr hun shift.

Van tijd tot tijd rouleren tussen shifts.

  • 160. 
    Er moet een eenheid interne audit voor de Er worden onaangekondigde inspectiebezoeken

    grenswacht zijn. afgelegd.

  • 161. 
    Gedragscode voor grenswachters, bv. om Regelen van opleiding inzake de gedragscode.

    situaties van (potentiŽle) corruptie te voorkomen.

NL

  • 3. 
    DEEL TWEE: TERUGKEER EN OVERNAME

A. I NLEIDING - TERUGKEER - EN OVERNAMEMAATREGELEN TER BESTRIJDING VAN ILLEGALE

MIGRATIE

Het oplossen van het probleem van de illegale immigratie van onderdanen van derde landen is van

meet af aan een van de fundamentele uitgangspunten van het gemeenschappelijke migratiebeleid

geweest.

Onderdanen van derde landen komen het grondgebied van de lidstaten binnen door illegaal land-,

zee- of luchtgrenzen over te steken. Zij maken dikwijls gebruik van valse documenten of worden

geholpen door mensensmokkelaars. Er is echter een tweede categorie derdelanders, die legaal het

Schengengebied binnenkomen met geldige visa of via visumvrij grensverkeer en dan hun verblijf

illegaal verlengen of hun doel wijzigen zonder medeweten of toestemming van de betrokken

autoriteiten. De derde categorie illegale migranten bestaat uit onderdanen van derde landen die de

vluchtelingenstatus aanvragen in een Schengenland en daar vervolgens illegaal verblijven ook al is

hun aanvraag definitief verworpen door de bevoegde nationale autoriteiten.

De geloofwaardigheid van het gemeenschappelijk migratiebeleid moet worden gehandhaafd door

tegen bovengenoemde categorieŽn migranten steeds effectievere maatregelen te nemen wat

definitieve terugkeer naar hun landen van herkomst of verblijf betreft, zolang tegen hen een

wettelijk inreisverbod geldt.

De uitbreiding van het Schengengebied creŽert een situatie waarin de last van de bestrijding van

illegale migratie, dat wil zeggen alle activiteiten die verband houden met terugkeer- en

overnameprocedures, op de schouders van de landen met Schengenbuitengrenzen drukt. Dit

betekent dat solidariteit, wederzijds vertrouwen en effectieve samenwerking tussen de respectieve

autoriteiten van de lidstaten de fundamenten moeten zijn voor een effectieve bestrijding van illegale

migratie in een dergelijk groot gebied zonder controle aan de binnengrenzen. De financiŽle

middelen uit de verschillende financiŽle instrumenten van de EU moeten worden ingezet om de

samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van het terugkeerbeleid te vergemakkelijken.

Voorts moet FRONTEX binnen zijn mandaat alle mogelijke steun aan dit soort initiatieven

verlenen.

NL

Bij het nemen van besluiten en het kiezen van maatregelen ter bestrijding van illegale migratie mag

niet uit het oog worden verloren dat illegale migranten op een menselijke en respectvolle manier

moeten worden behandeld, vooral wanneer zij slachtoffer zijn van mensenhandel en vervolgens zijn

misbruikt door hun werkgevers. Daarom zijn de inachtneming van basisrechten en het beginsel van

non-refoulement prioriteiten van het gemeenschappelijk migratiebeleid.

Bij de tenuitvoerlegging van het terugkeerbeleid is het ook zeer belangrijk dat vrijwillige terugkeer,

met name in het kader van de verschillende daartoe opgezette programma's, prioritair blijft in de

plaats van verwijdering, dat het laatste middel moet zijn. Daarom is het zo belangrijk dat alle

betrokken partijen zoveel mogelijk informatie krijgen over de beschikbaarheid van steun die de

organisaties die in die aangelegenheden gespecialiseerd zijn, bijvoorbeeld de IOM, kunnen verlenen

aan degenen die besluiten om terug te keren. Op de lange termijn geldt dat hoe vaker dit soort

terugkeer ten uitvoer wordt gelegd, hoe efficiŽnter het zal zijn.

Een andere uiterst belangrijke factor voor een effectief terugkeerbeleid is de onweerlegbare

vaststelling, via alle mogelijke wettelijke middelen, van de nationaliteit en de identiteit van

personen die voor terugkeer in aanmerking komen maar niet over de juiste reisdocumenten

beschikken. Een Europees reisdocument voor personen die zullen worden verwijderd, is een

oplossing die kan worden gebruikt om de terugkeerprocedure te vereenvoudigen.

De lidstaten, de Raad en het Europees Parlement hebben gewerkt aan normen op dit gebied. In de

periode 2005 - 2008 werd gewerkt aan een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad die

voor alle lidstaten gemeenschappelijke normen en verwijderingsprocedures vaststelt voor

onderdanen van derde landen die illegaal op het grondgebied van de Unie verblijven. De richtlijn is

gericht op het instellen van gemeenschappelijke regels inzake terugkeer, verwijdering, het gebruik

van redelijke dwang, alle detentiemiddelen, en de invoering van een inreisverbod voor illegale

migranten.

Om de op terugkeer gerichte activiteiten effectiever te maken, zet de Europese Commissie conform

de mandaten van de Raad haar inspanningen voort om nog meer overnameovereenkomsten met

derde landen te sluiten, met inbegrip van landen die aan het grondgebied van de Europese Unie

grenzen, of landen met een hoge migratiedruk.

NL

Doel van het hierna volgende materiaal is een overzicht te geven van de ervaringen die de lidstaten

tot dusver hebben opgedaan met terugkeer en overname, en de beste praktijken op dit gebied te

beschrijven. Dit zal helpen om de procedures in verband met het regelen van de terugkeer van

illegale migranten eenvormig en de terugkeer zelf effectiever te maken.

De inhoud van dit deel van de Schengencatalogus betreft de kwesties die vallen onder de richtlijn

van het Europees Parlement en de Raad over gemeenschappelijke normen en procedures in de

lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied

verblijven. Dit doet geenszins afbreuk aan de uitlegging en de omzetting van het bepaalde in deze

richtlijn en loopt niet vooruit op de resultaten van de toekomstige sturingsdocumenten van de

Commissie die kunnen worden uitgewerkt inzake kwesties die onder deze richtlijn vallen. Gezien

de opstelling van deze sturingsdocumenten deelt de Commissie de inhoud van de huidige

aanbevelingen en beste praktijken niet.

NL

B. A ANBEVELINGEN EN BESTE PRAKTIJKEN

  • 1. 
    O VERZICHT VAN TOEPASSELIJKE INTERNATIONALE EN COMMUNAUTAIRE

WETGEVINGSBESLUITEN

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 1. 
    Terugkeermaatregelen moeten in

    overeenstemming blijven met het toepasselijke recht en worden toegepast op grond van het bepaalde in de volgende internationale wetgevingsbesluiten:

    • het Europees Verdrag tot bescherming

      van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950 te Rome

    • Het VN-Verdrag betreffende de status

      van vluchtelingen van 28 juli 1951, ondertekend te GenŤve, en het Protocol van 31 januari 1967, ondertekend te New York, ter aanvulling van het Verdrag

    • het VN-Verdrag inzake de Rechten van

      het Kind van 20 november 1989

    • het Handvest van de grondrechten van de

      Europese Unie van 7 december 2000

    • de door het Comitť van Ministers van de

      Raad van Europa op 4 mei 2005 goedgekeurde leidende beginselen

    • het VN-Verdrag tegen foltering en

      andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 10 december 1984

    • de overeenkomst ter uitvoering van het

      tussen de Regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, van de Bondsrepubliek Duitsland, en van de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen

    • Verordening (EG) nr. 767/2008†i van het

      Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening)

    • Richtlijn 2003/110/EG†i van de Raad van

      25 november 2003 betreffende de ondersteuning bij doorgeleiding in het kader van maatregelen tot verwijdering door de lucht

7864/09 gar/JEL/dm 48

NL

erkenning van besluiten inzake de verwijdering van onderdanen van derde landen

  • Richtlijn 2008/115/EG†i van het Europees

    Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven

  • Beschikking 2004/573/EG†i van de Raad

    van 29 april 2004 inzake het organiseren van gezamenlijke vluchten voor de verwijdering van onderdanen van derde landen tegen wie individuele verwijderingsmaatregelen zijn genomen van het grondgebied van twee of meer lidstaten

  • Beschikking 2004/191/EG†i van de Raad

    van 23 februari 2004 tot vaststelling van de criteria en uitvoeringsvoorschriften voor de compensatie van de verstoringen van het financiŽle evenwicht die voortvloeien uit de toepassing van Richtlijn 2001/40/EG†i betreffende de onderlinge erkenning van besluiten inzake de verwijdering van onderdanen van derde landen.

De toepassing van maatregelen en procedures is onontbeerlijk voor de terugkeer van illegale immigranten op basis van de wettelijke bepalingen waarnaar rechtstreeks wordt verwezen of, in voorkomende gevallen, van in nationaal recht omgezette bepalingen.

De bepalingen van het Schengenacquis moeten binnen de in die bepalingen vastgelegde termijnen in voldoende mate in het nationale recht worden opgenomen

NL

  • 2. 
    B ESCHERMING TEGEN VERWIJDERING

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 2. 
    Toepassing van het beginsel van non Snel in kaart brengen van gevallen van

    refoulement voor de bescherming van personen die terecht een beroep kunnen doen personen, over het algemeen vluchtelingen, op het beginsel van non-refoulement. tegen hun terugkeer naar plaatsen waar hun leven of vrijheid in gevaar zou kunnen zijn. Voortdurend in het oog houden van situatie in derde landen.

  • 3. 
    Eerbiedigen van recht om bescherming te In acht nemen van nagetrokken verklaringen

    vragen. van onderdanen van derde landen die bescherming vragen.

  • 4. 
    Respecteren van waarborgen inzake CreŽren van passende voorwaarden in

    mensenrechten tijdens de detentieperiode gespecialiseerde detentiefaciliteiten. en het terugkeerproces van illegale migranten. Voorzien in de mogelijkheid om contact op te nemen met bevoegde internationale en nietgouvernementele organisaties die zich bezighouden met illegaal verblijvende derdelanders.

NL

  • 3. 
    P ROCEDURES VOOR SPECIALE CATEGORIEňN ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 5. 
    Het beginsel van de eenheid van het gezin Bij het uitvoeren van een terugkeer van

    moet in acht worden genomen. gezinnen naar het land van herkomst wordt de integriteit van het gezin in acht genomen.

  • 6. 
    Bij het uitvoeren van de procedure Bij het uitvoeren van een procedure van

betreffende illegaal verblijvende terugkeer van een derdelander, wordt

derdelanders die uitmondt in een besluit tot aanbevolen om een onderhoud te hebben met

terugkeer naar het land van herkomst of personen uit risicogroepen om aanwijzingen te

vast verblijf, moet deze persoon speciale vinden dat die personen het slachtoffer van

bijstand krijgen indien er aanwijzingen zijn mensenhandel zijn geweest.

dat hij het slachtoffer was van

mensenhandel. Voorzien in speciale programma's voor

slachtoffers van mensenhandel, met inbegrip

van bijstand, bescherming en psychologische

ondersteuning door beroepsmensen.

Het is belangrijk deze personen vůůr hun terugkeer niet onder te brengen in detentiecentra, tenzij dit absoluut noodzakelijk geacht wordt.

Samenwerking tot stand brengen met instellingen die slachtoffers van mensenhandel helpen.

  • 7. 
    Personen wier psychisch-fysieke Verlenen van onmiddellijke hulp aan een

gesteldheid doet vermoeden dat zij dergelijke categorie derdelanders, die onder

mogelijkerwijs traumatische ervaringen meer toegang moeten hebben tot adequate

hebben gehad, moeten bijzondere aandacht medische en psychologische zorg.

krijgen.

Passende aandacht schenken aan de detentie

van deze categorie personen en indien zij in

hechtenis zitten, bescherming bieden.

  • 8. 
    Bij procedures voor gehandicapten moeten Detentiecentra moeten worden aangepast aan

    de behoeften die voortkomen uit hun de behoeften van gehandicapten. gezondheidstoestand in aanmerking genomen worden. Speciale hulp en medische zorg verlenen aan gehandicapte derdelanders.

    De noodzakelijke zorg verlenen tijdens de terugkeerprocedure, en het land van herkomst op de hoogte brengen van de terugkeer.

NL

  • 9. 
    Bij de procedure met niet-begeleide Derdelanders die zich als minderjarig voordoen

    minderjarigen moet aandacht worden om te verhullen dat zij niet langer minderjarig geschonken aan de speciale situatie van zijn, grondig onderzoeken. deze categorie derdelanders. Een niet-begeleide minderjarige onder de hoede van een voogd plaatsen.

    Minderjarigen voor hun terugkeer niet in detentiecentra plaatsen, als voorkeur boven andere beschermingsmiddelen voor het uitvoeren van de terugkeerprocedure, met inbegrip van uitvoering van het genomen besluit.

    Het is beter de bovengenoemde minderjarigen onder te brengen in adequate onderkomens die door bevoegde instellingen worden gerund.

  • 10. 
    Er moeten passende maatregelen worden Ervoor zorgen dat minderjarigen bijstand

    genomen om afdoende zorg en krijgen van een aangewezen voogd tijdens hun bescherming te bieden aan niet-begeleide terugkeer, of voordat zij terugkeren contact minderjarigen. opnemen met hun familie.

    InitiŽren en/of voortzetten van samenwerking met niet-gouvernementele organisaties en instellingen die zich bezighouden met nietbegeleide minderjarigen.

    Speciale opleidingscursussen en seminars voor vertegenwoordigers van bevoegde instellingen die zich bezighouden met de bescherming van en de zorg voor niet-begeleide minderjarigen zijn nuttig.

NL

  • 4. 
    T ERUGKEERBESLUITEN

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 11. 
    Terugkeerbesluiten moeten in schriftelijke Conform de vereisten van het Schengenacquis,

    vorm afgegeven worden, de rechtsgrond en overeenkomstig algemeen toepasselijke vermelden en een motivering bevatten bepalingen, nauwkeurig gedetailleerde regels waarin de huidige situatie van de vaststellen betreffende de procedures, betrokkene wordt omschreven, en waarbij beginselen, voorwaarden en effecten van de vermeld wordt dat in beroep kan worden afgifte van terugkeerbesluiten, en aangeven dat gegaan tegen de beslissing. illegaal verblijvenden daarvoor niet in aanmerking komen.

  • 12. 
    Vrijwillige uitvoering van Uitvoering van besluiten inzake vrijwillige

    terugkeerbesluiten binnen vastgestelde terugkeer van derdelanders, met inbegrip van termijnen moet worden gewaarborgd, met steun en bijstand uit speciale programma's en mogelijke uitzonderingen, met name instellingen. wanneer er een risico is voor de staatsveiligheid of de openbare orde.

  • 13. 
    De inhoud van het terugkeerbesluit kan de Bij de uitvoering van terugkeerbesluiten alle

    geraamde kosten in verband met de wettige middelen gebruiken om werkgevers die terugkeer van de betrokkene omvatten. In immigranten illegaal tewerkstellen, of personen het terugkeerbesluit moet worden of instellingen die hen uitnodigen, vervoerders aangegeven wie die kosten moet dragen. of de derdelanders zelf de kosten voor De terugvordering van de kosten kan het terugkeer te doen dragen. onderwerp zijn van een afzonderlijke procedure.

  • 14. 
    De derdelander ten aanzien van wie een Vaststellen welke taal de persoon zou kunnen

terugkeerbesluit genomen is, moet op de begrijpen of redelijkerwijs geacht wordt te

hoogte worden gesteld van de inhoud van begrijpen tijdens de terugkeer- of iedere andere

een terugkeerbesluit in een taal die hij procedure.

begrijpt of redelijkerwijs geacht wordt te

begrijpen. Het opstellen van gestandaardiseerde

formulieren voor terugkeerbesluiten in de

belangrijkste talen van illegaal verblijvende

derdelanders is nuttig.

  • 15. 
    Terugkeerbesluiten omvatten ook sancties Verschaffen van passende instrumenten die

in de vorm van een inreisverbod voor een voortvloeien uit nationale en/of EU-wetgeving

bepaalde termijn, afhankelijk van de om de sancties uit te voeren, zoals een voor

redenen voor dat verbod. grens-, politiŽle, justitiŽle en migratieinstanties

beschikbaar informatiesysteem

waarin personen zijn opgenomen voor wie een

inreisverbod geldt.

Inreisverbod als geÔmplementeerd door andere lidstaten terdege toepassen om te voorkomen dat identieke redenen voor een inreisverbod tot een sterk variŽrende duur van die verboden leidt.

NL

  • 5. 
    A ANHOUDING VAN ONDERDANEN VAN EEN DERDE LAND

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 16. 
    Illegaal verblijvende derdelanders moeten Garanderen dat aangehouden personen

    worden aangehouden met inachtneming informatie krijgen over hun rechten en plichten van hun waardigheid en hun grondrechten. in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs geacht worden te begrijpen.

    Onmiddellijk informatie verschaffen over de wettelijke grond voor aanhouding.

    Indien nodig en/of wettelijk vereist onmiddellijk een medisch onderzoek uitvoeren of medische zorg verstrekken.

    Aangehouden personen in speciaal aangepaste en ontworpen kamers onderbrengen die voldoen aan beveiligings- en hygiŽnische normen.

NL

  • 6. 
    V ASTHOUDEN VAN ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN IN DETENTIECENTRA

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 17. 
    Het verblijf van een derdelander in een Een instantie die gemachtigd is om detentie te

    detentiecentrum, met het oog op de bevelen en/of een rechter moeten de enige uitvoering van de terugkeer, moet als instanties zijn die de opname van een laatste middel worden beschouwd en zo derdelander in een detentiecentrum kunnen kort mogelijk zijn; het moet worden bevelen. uitgevoerd, indien nodig geacht, als de meest effectieve manier om het Ieder geval wordt afzonderlijk bestudeerd. verwijderingsproces voor te bereiden en uit te voeren of het eerder genomen Derdelanders genieten het recht in beroep te terugkeerbesluit uit te voeren. De detentie gaan tegen het besluit van de rechter of een mag niet als straf worden beschouwd. andere bevoegde instantie.

    Het besluit van de rechter of de instantie moet onmiddellijk worden herzien indien het terugkeerbesluit niet kan worden uitgevoerd wegens juridische, technische of andere redenen.

  • 18. 
    Derdelanders die in detentiecentra Derdelanders informeren over hun rechten en

    opgenomen zijn, moeten toegang krijgen plichten en hen de wettelijke voorschriften tot informatie op het gebied van inzake detentie in dergelijke centra rechtsbijstand en met betrekking tot andere verstrekken, in een taal die zij begrijpen of rechten, gedurende de volledige duur van geacht worden te begrijpen. Die informatie hun verblijf in een detentiecentrum. Zij onmiddellijk bij aankomst in dergelijke centra moeten ook informatie krijgen over hun verstrekken . plichten.

    Voorzien in regelmatige bezoeken door nietgouvernementele organisaties die rechtsbijstand verlenen aan detentiecentra en derdelanders informeren over de mogelijkheid om deze te raadplegen.

  • 19. 
    Derdelanders die op verwijdering wachten Detentiecentra voor zover mogelijk

    behoren niet samen met veroordeelden of onderbrengen in daartoe bestemde gebouwen. verdachten van een misdrijf in hechtenis te worden gehouden.

  • 20. 
    De normen en voorwaarden die aan de De normen en voorwaarden die aan de

    detentiecentra worden gesteld en de detentiecentra worden gesteld en de detentieomstandigheden moeten detentieomstandigheden moeten voor zover gestandaardiseerd worden. mogelijk krachtens het nationale recht gedefinieerd worden.

NL

  • 21. 
    Minderjarigen, met name niet-begeleide In de centra afzonderlijke kamers bestemmen

    minderjarigen, mogen alleen in dergelijke voor niet-begeleide minderjarigen om contact centra worden opgenomen als er geen met niet-verwante volwassenen te voorkomen. andere mogelijkheid is om de terugkeerprocedure effectief uit te voeren Minderjarigen in detentiecentra krijgen onder gegarandeerde voorwaarden. toegang tot basisonderwijs.

    Binnen de infrastructuur van de detentiecentra ruimtes voor onderwijs, recreatie, sport en andere vrijetijdsactiviteiten inrichten.

NL

  • 7. 
    V ASTSTELLEN IDENTITEIT EN AFGIFTE VAN VOORLOPIGE REISDOCUMENTEN

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 22. 
    Er moeten andere methoden worden Het is nuttig nauwe samenwerking te starten en

gevonden dan het traditionele contact met voort te zetten met de autoriteiten die bevoegd

de diplomatieke missies van de landen van zijn voor deze kwesties in het land van waaruit

herkomst van de illegale immigranten om de illegale immigranten naar hier zijn gekomen

de nationaliteit en de identiteit van en/of dat hun land van herkomst is.

derdelanders die moeten worden

verwijderd te controleren. Bezoeken regelen van deskundigen uit de

bovengenoemde landen om de nationaliteit en

de identiteit van de derdelanders die op

verwijdering wachten te controleren.

Zorgen voor samenwerking met diplomatieke missies in het land van herkomst, met het oog op het controleren van de nationaliteit en de identiteit.

Precontrole-procedures instellen voor de nationaliteit en de identiteit die door derdelanders wordt opgegeven, door gesprekken te regelen met taalen cultuurdeskundigen die de verklaringen van derdelanders kunnen controleren.

Een databank aanleggen met informatie die nodig is om de nationaliteit van illegaal verblijvende derdelanders te controleren is nuttig.

Oplossingen uitwerken met de autoriteiten van derde landen betreffende het mogelijke gebruik van Europese reisdocumenten indien het burgerschap van de persoon onomstotelijk vaststaat en een gedetailleerde controle kan plaatsvinden aan de grens in het land van terugkeer.

  • 23. 
    Intensivering van de samenwerking op het ICONET-netwerk gebruiken als

    gebied van nationaliteit en identiteit van de werkinstrument op het gebied van terugkeer, teruggekeerde personen. met inbegrip van gezamenlijke terugkeeroperaties.

    Actieve deelneming aan het netwerk van directe contactpunten over terugkeeraangelegenheden die zich bezighouden met het verkrijgen van reisdocumenten en met verwijderingen, gecoŲrdineerd door FRONTEX.

    Gezamenlijke, uniforme aanpak vaststellen voor door derde landen toegepaste procedures

NL

ter bevestiging van de nationaliteit en de identiteit van de teruggekeerde personen.

Organiseren van en deelnemen aan gemeenschappelijke missies naar derde landen die gericht zijn op het uitwerken van effectieve procedures voor de controle van de nationaliteit en de identiteit en die ook meegefinancierd worden door de EU.

Samenwerking met andere lidstaten op het gebied van het organiseren van bezoeken van deskundigen (op etnisch gebied) aan derde landen, die kunnen helpen bij het bevestigen van de nationaliteit en de identiteit van illegale immigranten.

NL

  • 8. 
    O VERNAMEOVEREENKOMSTEN

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 24. 
    InitiŽren en intensiveren van bilaterale en Sluiten van overnameovereenkomsten of

    multilaterale (EU-)samenwerking, met -regelingen op werkniveau (bv. convenanten), name met de landen van herkomst van die de effectiviteit van de terugkeer helpen illegale immigranten of doorreislanden, ten vergroten. einde de procedures voor de verwijdering van derdelanders te vergemakkelijken.

  • 25. 
    Introduceren van nieuwe methoden voor de Instellen van rechtstreekse samenwerking op

effectieve uitvoering van werkniveau met autoriteiten van derde landen,

overnameovereenkomsten of -regelingen. belast met migratiekwesties, zou een effectief

middel zijn om overnameovereenkomsten uit te

voeren.

Bezoeken van deskundigen uit landen die gebonden zijn door overnameovereenkomsten of -regelingen, met als doel de nationaliteit en de identiteit te controleren van derdelanders die voor verwijdering in aanmerking komen.

  • 26. 
    Constante monitoring van de haalbaarheid Regelmatige vergaderingen op werkniveau

    van de vigerende overeenkomsten. voor de evaluatie van bepalingen van de overeenkomsten of regelingen.

    Volledige benutting van bestaande werkgroepen of andere fora voor de uitwisseling van informatie over deze aangelegenheden.

NL

  • 9. 
    V ERWIJDERING

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 27. 
    Verwijdering moet het laatste middel zijn Instellen van contactpunten in het doorreisland

    om een terugkeerbesluit uitgevoerd te voor het vergemakkelijken van verwijderingen, krijgen. zowel per vliegtuig als over land.

    Uitvoering van dergelijke operaties door personeel dat opgeleid is in het gebruik van dwangmaatregelen en in mensenrechten, met inbegrip van enige basiskennis van vreemde talen.

    Gebruik van beste praktijken voor de verwijdering, door de bevoegde autoriteiten, van illegaal verblijvende derdelanders die geÔdentificeerd zijn door FRONTEX, met inbegrip van veiligheidsregelingen.

    Nauwe samenwerking met burgerluchtvaartondernemingen is essentieel.

  • 28. 
    Verwijdering moet worden geschraagd Gezamenlijke terugkeeroperaties zijn nuttig om

    door internationale samenwerking. de effectiviteit van de verwijdering te verhogen.

    Intensieve samenwerking met FRONTEX.

    Gebruik van ICONET voor informatieuitwisseling is essentieel voor het handhaven van effectieve samenwerking.

    Instellen van contactpunten binnen de lidstaten.

  • 29. 
    Verwijderingsoperaties moeten worden Ontwikkeling en intensivering van

    uitgevoerd met inachtneming van de opleidingscursussen voor begeleidend mensenrechten en de menselijke personeel, met benadrukking van de aspecten waardigheid. mensenrechten en menselijke waardigheid.

    Terdege in acht nemen van aspecten culturele en religieuze verscheidenheid.

NL

  • 10. 
    F ACILITEREN VAN BEGELEIDE VRIJWILLIGE TERUGKEER

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 30. 
    Begeleide vrijwillige terugkeer moet een De verspreiding van informatie onder

    optie zijn voor de terugkeer van derdelanders betreffende de regels en de derdelanders. beginselen van begeleide vrijwillige terugkeer is essentieel.

    Instelling van programma's gericht op het organiseren en uitvoeren van begeleide vrijwillige terugkeer in samenwerking met internationale en niet-gouvernementele organisaties met gebruik van de nodige EU- financiering.

    Samenwerking met internationale of nietgouvernementele organisaties ter bevordering van begeleide vrijwillige terugkeer.

    Voeren van een informatiecampagne ter bevordering van begeleide vrijwillige terugkeer, met inbegrip van vergaderingen met vertegenwoordigers van de diaspora en de diplomatieke missies van het land van herkomst van illegale immigranten, via relevante organisaties.

    Seminars en workshops die georganiseerd worden door vertegenwoordigers die met die zaken belast zijn, zijn goede fora voor de uitwisseling van ervaringen en standpunten.

    Vergemakkelijking van begeleide vrijwillige terugkeer door het creŽren van legale oplossingen om de gevolgen van illegaal verblijf zo gering mogelijk te houden.

  • 31. 
    Vergroting van de duurzaamheid van Ondersteuning van derdelanders die kiezen

begeleide vrijwillige terugkeer door het voor begeleide vrijwillige terugkeer met

starten van activiteiten die gericht zijn op aanvullende middelen voor het beginnen van

het tot stand brengen van een een economische activiteit na terugkeer.

langetermijnperspectief.

Verstrekking van beroepsopleiding vůůr de

begeleide vrijwillige terugkeer of na de

terugkeer naar het land van herkomst kan

terugkeerders voorbereiden op werk in

bepaalde beroepen.

NL

  • 11. 
    S AMENWERKING MET NIET - GOUVERNEMENTELE ORGANISATIES (NGO' S )

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 32. 
    Onderhouden van contacten tussen Het creŽren van informatiekanalen en het

nationale overheidsinstanties, NGO's en beleggen van periodieke vergaderingen tussen

internationale organisaties die werkzaam verantwoordelijke personen en organisaties.

zijn op het gebied van terugkeer en het Uitwisseling van informatie omvat toetsing en

omgaan met derdelanders. beoordeling van terugkeerprocedures en -

programma's en de toepassing van beste

praktijken.

Organisatie van gezamenlijke seminars, opleiding, workshops en het verspreiden van beste praktijken.

  • 33. 
    CreŽren van een monitoringsysteem op het Sluiten van regelingen met de betrokken

    gebied van terugkeer. autoriteiten waarin de behoeften en methoden voor monitoringmaatregelen worden opgesomd.

  • 12. 
    R ECHTSBIJSTAND / JURIDISCH ADVIES VOOR ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN

AANBEVELINGEN BESTE PRAKTIJKEN

  • 34. 
    Mogelijkheid om gratis juridisch advies, Geven van relevante informatie in de taal die

vertegenwoordiging in rechte en, indien hij begrijpt of redelijkerwijs geacht wordt te

nodig, bijstand van een tolk te verkrijgen. begrijpen, onder meer voorwaarden voor het

verkrijgen van gratis juridisch advies of

vertegenwoordiging in rechte.

Tolken ter beschikking stellen van nationale instellingen.

____________

NL

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 
 
 

3.

EU Monitor

Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in ťťn oogopslag van elk lopend voorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.

Als u meer wilt weten over de EU Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@eumonitor.eu.