Stop de ranglijsten in het onderwijs - EU monitor

EU monitor
Zaterdag 24 oktober 2020
kalender

Stop de ranglijsten in het onderwijs

Met dank overgenomen van J.F. (Jesse) Klaver i, gepubliceerd op dinsdag 12 maart 2013.

Toen staatssecretaris Dekker afgelopen week aankondigde naar aanleiding van een WOB-verzoek van RTL per school die gemiddelde citoscore te publiceren, buitelden de politieke partijen over elkaar heen om op de gevaren te wijzen. Politici van links tot rechts zitten niet te wachten op een ranglijst van alle Nederlandse scholen gebaseerd op prestaties van leerlingen. Terecht bestaat de vrees dat veel ouders op deze smalle basis een keuze zullen maken voor een basisschool.

Basisschoolkeuze op basis van gemiddelde citoscores van de school is inderdaad een gevaarlijke ontwikkeling. Het stimuleert scholen om hun kinderen op basis van een bepaald “veelbelovend” profiel te zoeken, bijvoorbeeld kinderen van hoog opgeleide ouders uit welgestelde buurten. Hogere gemiddelden zullen een rechtvaardigingsgrond zijn voor hogere ouderlijke bijdragen, wat armere ouders weer af zal schrikken. Al met al versterkt dit de segregatie op basis van inkomen en opleiding, die in veel steden al bestaat.

De citotoets is een hulpmiddel om in te schatten welk vervolgonderwijs een kind aan kan, maar cito geeft ook zelf aan dat hun toets geen goede maatsaf is om een school te beoordelen. Goed basisonderwijs gaat om veel meer dan de taalvaardigheid en rekensommen die door cito worden getoetst. Daar hoort ook bij dat kinderen leren samenwerken, zich kunstzinnig ontwikkellen en het eigen intiatief en de verbeeldingskracht van kinderen wordt gestimuleerd. Als er door ouders (en scholen) teveel waarde gehecht wordt aan de gemiddelde citoscore dreigt de ruimte voor bildung en brede ontwikkeling uit ons onderwijs te verdwijnen.

Toch zijn niet de ouders maar juist politici de drijvende kracht achter ranglijstjes tussen scholen. Partijen als PvdA, VVD, D66 en CDA hebben juist steeds geijverd voor meer sturing op basis van toetsing. De wet centrale eindtoets, die binnenkort door de Tweede Kamer behandeld wordt, is daarin een mijlpaal. Deze wet verplicht scholen de citotoets te gebruiken. Nu kunnen scholen nog kiezen voor een alternatief voor de citotoets. Schoolbesturen die moeite hebben om op basis van hun gemiddelde cito-score te worden vergeleken met andere scholen zouden er voor kunnen kiezen om een andere toets of leerlingvolgsysteem te nemen om niet deel te nemen aan de ranglijst. Na invoering van de wet centrale eindtoets kan dit niet meer.

Dankzij deze wet krijgt het ministerie een eenvoudig overzicht over de prestaties van schoolkinderen op elke school. Daarmee kan het ministerie prijzen uitdelen aan scorende scholen en de zwakkere scholen aanzetten extra lessen te geven in de door cito getoetste vakken. In navolging van de vorige minister laat ook staatssecretaris zich afrekenen op een verhoging van de citoscores. Maar zelfs leraren, die eigenlijk zelf zeggenschap zouden moeten hebben over hun lessen, hebben beperkte invloed op de leerprestaties van kinderen. Laat staan dat een minister daar met beleid in één kabinetsperiode iets aan zou kunnen veranderen.

De informatie die ons landsbestuur verzamelt zou in principe ook beschikbaar moet zijn voor anderen. De partijen die nu roepen dat een openbaar ranglijst van scholen niet zou moeten, hebben wel steeds toegewerkt aan het opstellen van een hiërarchie door de onderwijsinspectie

Het probleem ligt dan ook niet zo zeer bij het openbaar maken, het ligt bij de politieke nadruk op toetsing. Dit komt door de kwalijke neiging van politici om competitie aan te wakkeren tussen scholen. Maar basisonderwijs wordt niet beter van wedstrijdjes en marktwerking. Daarom roep ik de partijen die perverse prikkels willen voorkomen door cijfers niet openbaar te willen maken niet het symptoom aan te pakken: verwijs de wet centrale eindtoets naar de prullenbak.

Jesse Klaver