Richtlijn 2014/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (herschikking) Voor de EER relevante tekst

1.

Tekst

29.3.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 96/357

 

RICHTLIJN 2014/35/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 26 februari 2014

betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen

(herschikking)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Richtlijn 2006/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (3) moet op verscheidene punten worden gewijzigd. Ter wille van de duidelijkheid van de tekst dient tot herschikking van deze richtlijn te worden overgegaan.

 

(2)

Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten (4) stelt regels vast inzake de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties, verschaft een kader voor het markttoezicht op producten en voor de controle van producten uit derde landen, en voorziet in de algemene beginselen inzake CE-markering.

 

(3)

Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten (5) stelt gemeenschappelijke beginselen en referentiebepalingen vast die bedoeld zijn om in alle sectorale wetgeving te worden toegepast, zodat een coherente basis voor de herziening of herschikking van die wetgeving wordt gelegd. Richtlijn 2006/95/EG moet derhalve aan dat besluit worden aangepast.

 

(4)

Deze richtlijn is van toepassing op elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen en dat nieuw is op de markt van de Unie wanneer het in de handel wordt gebracht. Dit houdt in dat het ofwel nieuw elektrisch materiaal is gemaakt door een in de Unie gevestigde fabrikant, ofwel elektrisch materiaal, nieuw of tweedehands, dat wordt ingevoerd uit een derde land.

 

(5)

Deze richtlijn moet van toepassing zijn op alle leveringsvormen, inclusief verkoop op afstand.

 

(6)

Het is de verantwoordelijkheid van de marktdeelnemers dat elektrisch materiaal in overeenstemming is met deze richtlijn, gelet op de respectievelijke rol die zij vervullen in de toeleveringsketen, teneinde algemene belangen zoals gezondheid en veiligheid van personen, van huisdieren en goederen een hoge mate van bescherming te bieden en eerlijke mededinging op de markt van de Unie te waarborgen.

 

(7)

Alle marktdeelnemers die een rol vervullen in de toeleverings- en distributieketen moeten passende maatregelen nemen om te waarborgen dat zij uitsluitend elektrisch materiaal op de markt aanbieden dat aan deze richtlijn voldoet. Er moet worden gezorgd voor een duidelijke en evenredige verdeling van de verplichtingen overeenkomstig de rol van iedere marktdeelnemer in de toeleverings- en distributieketen.

 

(8)

Om de communicatie tussen marktdeelnemers, markttoezichtautoriteiten en consumenten te vergemakkelijken, moeten de lidstaten de marktdeelnemers ertoe aansporen om naast hun postadres ook een webadres te vermelden.

 

(9)

De fabrikant, die op de hoogte is van de details van het ontwerp- en productieproces, is het best in staat om de conformiteitsbeoordelingsprocedure uit te voeren. De verplichting voor de conformiteitsbeoordeling moet daarom uitsluitend op de fabrikant blijven rusten. Voor geen van de in deze richtlijn beschreven conformiteitsbeoordelingsprocedures is de tussenkomst van een aangemelde instantie vereist.

 

(10)

Er moet worden gewaarborgd dat elektrisch materiaal dat vanuit derde landen in de Unie in de handel komt, aan deze richtlijn voldoet, en met name dat de fabrikanten de conformiteitsbeoordelingsprocedures met betrekking tot dit elektrisch materiaal juist hebben uitgevoerd. Bijgevolg moet worden bepaald dat importeurs erop toezien dat het elektrisch materiaal dat zij in de handel brengen aan deze richtlijn voldoet en dat zij geen elektrisch materiaal in de handel brengen dat niet aan deze eisen voldoet of een risico inhoudt. Er moet eveneens worden bepaald dat importeurs erop toezien dat er conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn uitgevoerd en dat markering van elektrisch materiaal en documenten die de fabrikanten opstellen beschikbaar zijn voor de bevoegde nationale autoriteiten.

 

(11)

Iedere importeur die elektrisch materiaal in de handel brengt, moet zijn naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerd handelsmerk en het postadres waarop contact met hem kan worden opgenomen op het elektrisch materiaal vermelden. Er dient te worden voorzien in uitzonderingen hierop wanneer dit door de omvang of aard van het elektrisch materiaal niet mogelijk is. Een dergelijk geval is bijvoorbeeld wanneer de importeur de verpakking zou moeten openen om zijn naam en adres op het elektrisch materiaal te vermelden.

 

(12)

De distributeur biedt elektrisch materiaal pas aan op de markt nadat het door de fabrikant of de importeur in de handel is gebracht, en hij moet de nodige zorgvuldigheid betrachten om ervoor te zorgen dat de wijze waarop hij met het elektrisch materiaal omgaat geen negatieve invloed heeft op de conformiteit van het elektrisch materiaal.

 

(13)

Wanneer een marktdeelnemer elektrisch materiaal onder zijn eigen naam of handelsmerk in de handel brengt of elektrisch materiaal zodanig wijzigt dat de conformiteit met deze richtlijn in het gedrang kan komen, moet hij als fabrikant worden beschouwd en de verplichtingen van de fabrikant op zich nemen.

 

(14)

Omdat distributeurs en importeurs dicht bij de markt staan, moeten zij worden betrokken bij de markttoezichttaken van de bevoegde nationale autoriteiten, en moeten zij bereid zijn actief medewerking te verlenen door die autoriteiten alle nodige informatie over het elektrisch materiaal te verstrekken.

 

(15)

Het markttoezicht wordt eenvoudiger en doeltreffender wanneer gewaarborgd wordt dat elektrisch materiaal in de hele toeleveringsketen traceerbaar is. Een efficiënt traceringssysteem verlicht de taak van de markttoezichtautoriteiten wanneer zij marktdeelnemers moeten opsporen die niet-conform elektrisch materiaal op de markt hebben aangeboden. Van de marktdeelnemers mag niet gevraagd worden dat zij, wanneer zij de bij deze richtlijn voorgeschreven gegevens voor de identificatie van andere marktdeelnemers bewaren, die gegevens bijwerken voor wat betreft andere marktdeelnemers die elektrisch materiaal aan hen hebben geleverd of aan wie zij elektrisch materiaal hebben geleverd.

 

(16)

Deze richtlijn moet beperkt blijven tot het formuleren van veiligheidsdoeleinden. Om de beoordeling van de conformiteit met die doeleinden te faciliteren, moet worden voorzien in een vermoeden van conformiteit voor elektrisch materiaal dat voldoet aan geharmoniseerde normen die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie (6) zijn vastgesteld om die doeleinden in gedetailleerde technische specificaties om te zetten.

 

(17)

Verordening (EU) nr. 1025/2012 voorziet in een procedure voor bezwaren tegen geharmoniseerde normen die niet volledig aan de in deze richtlijn vastgestelde veiligheidsdoeleinden voldoen.

 

(18)

De voor deze richtlijn relevante geharmoniseerde normen moeten ook het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (7) in acht nemen.

 

(19)

Voor elektrisch materiaal waarvoor nog geen geharmoniseerde normen bestaan, moet het vrije handelsverkeer tot stand worden gebracht door het toepassen van veiligheidsvoorschriften van de internationale normen die door de „International Electrotechnical Commission” (Internationale Elektrotechnische Commissie) zijn uitgewerkt, of door nationale normen toe te passen.

 

(20)

Er moet worden gezorgd voor conformiteitsbeoordelingsprocedures waardoor marktdeelnemers in staat worden gesteld om aan te tonen en de bevoegde autoriteiten kunnen verzekeren dat op de markt aangeboden elektrisch materiaal aan de veiligheidsdoeleinden voldoet. Besluit nr. 768/2008/EG stelt modules voor conformiteitsbeoordelingsprocedures vast, uiteenlopend van de minst tot de meest stringente procedure, afhankelijk van de hoogte van het risico en het vereiste veiligheidsniveau. Om voor coherentie tussen de sectoren te zorgen en ad-hocvarianten te voorkomen, moeten conformiteitsbeoordelingsprocedures uit die modules worden gekozen.

 

(21)

Fabrikanten moeten een EU-conformiteitsverklaring opstellen waarin zij de bij deze richtlijn voorgeschreven informatie verstrekken over de conformiteit van het elektrisch materiaal met deze richtlijn en die van andere relevante harmonisatiewetgeving van de Unie.

 

(22)

Om effectieve toegang tot informatie voor markttoezichtdoeleinden te waarborgen, moet de informatie die vereist is om alle toepasselijke handelingen van de Unie te identificeren in één EU-conformiteitsverklaring beschikbaar zijn. Om de administratieve lasten voor de marktdeelnemers te verkleinen, mag die EU-conformiteitsverklaring bestaan uit een dossier van afzonderlijke relevante conformiteitsverklaringen.

 

(23)

De CE-markering, waarmee de conformiteit van elektrisch materiaal wordt aangegeven, is de zichtbare uitkomst van het proces van conformiteitsbeoordeling in brede zin. In Verordening (EG) nr. 765/2008 zijn algemene beginselen voor het gebruik van de CE-markering vastgesteld. In deze richtlijn moeten voorschriften met betrekking tot het aanbrengen van de CE-markering worden vastgesteld.

 

(24)

Om rechtszekerheid te waarborgen, moet duidelijk worden gemaakt dat de in Verordening (EG) nr. 765/2008 vastgestelde voorschriften inzake markttoezicht in de Unie en controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen, op elektrisch materiaal van toepassing zijn. Deze richtlijn mag de lidstaten niet beletten te kiezen welke autoriteiten voor de uitvoering van die taken bevoegd zijn.

 

(25)

De lidstaten moeten alle passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat elektrisch materiaal alleen op de markt mag worden aangeboden indien het, wanneer het naar behoren wordt opgeslagen en wordt gebruikt overeenkomstig hun bestemming of onder gebruiksomstandigheden die redelijkerwijs kunnen worden voorzien, de gezondheid en veiligheid van personen niet in gevaar brengt. Elektrisch materiaal moet slechts als niet in overeenstemming met de in deze richtlijn neergelegde veiligheidsdoeleinden worden beschouwd als het gebruikt wordt in omstandigheden die redelijkerwijs te voorzien zijn, d.w.z. gebruik dat het gevolg zou kunnen zijn van rechtmatig en gemakkelijk voorspelbaar menselijk gedrag.

 

(26)

In Richtlijn 2006/95/EG is al een vrijwaringsprocedure opgenomen, die uitsluitend wordt toegepast wanneer de lidstaten het niet eens zijn over de door een lidstaat genomen maatregelen. Om de transparantie te vergroten en tijdverlies te beperken, moet de bestaande vrijwaringsprocedure worden verbeterd teneinde de efficiëntie te vergroten en van de deskundigheid in de lidstaten te profiteren.

 

(27)

Het bestaande systeem moet worden aangevuld met een procedure om belanghebbenden te informeren over voorgenomen maatregelen tegen elektrisch materiaal dat een risico meebrengt voor de gezondheid of veiligheid van personen of huisdieren, of voor goederen. Deze procedure moet ook markttoezichtautoriteiten in staat stellen samen met de betrokken marktdeelnemers in een vroeger stadium tegen dergelijk elektrisch materiaal op te treden.

 

(28)

Indien de lidstaten en de Commissie het eens zijn dat een maatregel van een lidstaat gerechtvaardigd is, is nadere betrokkenheid van de Commissie hierbij niet nodig, behalve wanneer de niet-conformiteit kan worden toegeschreven aan tekortkomingen van de geharmoniseerde norm.

 

(29)

Om uniforme voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze richtlijn, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (8).

 

(30)

Voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen met betrekking tot conform elektrisch materiaal dat een gevaar oplevert voor de gezondheid of veiligheid van personen of tot andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang moet de onderzoeksprocedure worden toegepast.

 

(31)

De Commissie moet onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen indien dit, in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met conform elektrisch materiaal dat een gevaar oplevert voor de gezondheid of veiligheid van personen, voor huisdieren of voor goederen, om dwingende redenen van urgentie vereist is.

 

(32)

In overeenstemming met de bestaande praktijk kan het bij deze richtlijn ingestelde comité overeenkomstig zijn reglement van orde een nuttige rol spelen bij het onderzoeken van kwesties in verband met de toepassing van deze richtlijn die door zijn voorzitter of door een vertegenwoordiger van een lidstaat aan de orde worden gesteld.

 

(33)

Wanneer kwesties die verband houden met deze richtlijn, andere dan de uitvoering ervan of inbreuken erop, onderzocht worden, zoals bijvoorbeeld in een deskundigenvergadering van de Commissie, moet het Europees Parlement overeenkomstig de heersende praktijk, volledige informatie en documentatie ontvangen, alsook, voor zover passend, een uitnodiging om dergelijke vergaderingen bij te wonen.

 

(34)

De Commissie moet, door middel van uitvoeringshandelingen en, gezien het bijzondere karakter ervan, zonder Verordening (EU) nr. 182/2011 toe te passen, bepalen of de maatregelen die de lidstaten hebben getroffen met betrekking tot niet-conform elektrisch materiaal gerechtvaardigd zijn of niet.

 

(35)

De lidstaten moeten regels voor sancties op overtredingen van de ingevolge deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen vaststellen en ervoor zorgen dat die regels worden gehandhaafd. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

 

(36)

Er moet in een redelijke overgangsregeling worden voorzien waardoor elektrisch materiaal dat vóór de datum van toepassing van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn al overeenkomstig Richtlijn 2006/95/EG in de handel is gebracht, op de markt kan worden aangeboden zonder dat het aan verdere productvereisten hoeft te voldoen. Distributeurs moeten derhalve elektrisch materiaal dat vóór de toepassingsdatum van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn in de handel is gebracht, m.a.w. voorraden die zich reeds in de distributieketen bevinden, kunnen leveren.

 

(37)

Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk waarborgen dat elektrisch materiaal op de markt aan de veiligheidsdoeleinden voldoet die een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en veiligheid van personen en van huisdieren en goederen bieden zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de werking van de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar derhalve vanwege de omvang en gevolgen ervan beter op Unieniveau kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

 

(38)

De verplichting tot omzetting van deze richtlijn in nationaal recht dient te worden beperkt tot de bepalingen die ten opzichte van de vorige richtlijn materieel zijn gewijzigd. De verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeit voort uit de vorige richtlijn.

 

(39)

Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage V genoemde termijnen voor omzetting in intern recht en de toepassingsdata van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Deze richtlijn heeft tot doel te waarborgen dat elektrisch materiaal op de markt aan de eisen voldoet die een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en veiligheid van personen en van huisdieren en goederen bieden, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de werking van de interne markt.

Deze richtlijn is van toepassing op elektrisch materiaal bestemd voor een nominale wisselspanning tussen 50 V en 1 000 V en een nominale gelijkspanning tussen 75 V en 1 500 V, met uitzondering van het materiaal en de verschijnselen opgenomen in bijlage II.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

  • 1. 
    „op de markt aanbieden”: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van elektrisch materiaal met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;
  • 2. 
    „in de handel brengen”: het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van elektrisch materiaal;
  • 3. 
    „fabrikant”: een natuurlijke of rechtspersoon die elektrisch materiaal vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen, en het onder zijn naam of handelsmerk verhandelt;
  • 4. 
    „gemachtigde”: een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door een fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;
  • 5. 
    „importeur”: een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die elektrisch materiaal uit een derde land in de Unie in de handel brengt;
  • 6. 
    „distributeur”: een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, verschillend van de fabrikant of de importeur, die elektrisch materiaal op de markt aanbiedt;
  • 7. 
    „marktdeelnemers”: de fabrikant, de gemachtigde, de importeur en de distributeur;
  • 8. 
    „technische specificatie”: een document dat de technische eisen voorschrijft waaraan elektrisch materiaal moet voldoen;
  • 9. 
    „geharmoniseerde norm”: een geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;
  • 10. 
    „conformiteitsbeoordeling”: het proces waarin wordt aangetoond of voldaan is aan de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden voor elektrisch materiaal;
  • 11. 
    „terugroepen”: elke maatregel waarmee wordt beoogd elektrisch materiaal te doen terugkeren dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld;
  • 12. 
    „uit de handel nemen”: elke maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat elektrisch materiaal dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden;
  • 13. 
    „harmonisatiewetgeving van de Unie”: alle wetgeving van de Unie die de voorwaarden voor het verhandelen van producten harmoniseert;
  • 14. 
    „CE-markering”: een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het elektrisch materiaal in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de harmonisatiewetgeving van de Unie die in het aanbrengen ervan voorziet.

Artikel 3

Het op de markt aanbieden en veiligheidsdoeleinden

Elektrisch materiaal kan slechts op de markt van de Unie worden aangeboden indien het, vervaardigd volgens de regels van goed vakmanschap op het gebied van de veiligheid die in de Unie gelden, bij correcte installatie en degelijk onderhoud en bij gebruik overeenkomstig de bestemming, de gezondheid en veiligheid van mensen en huisdieren of goederen niet in gevaar brengt.

In bijlage I zijn de voornaamste elementen betreffende veiligheidsdoeleinden samengevat.

Artikel 4

Vrij verkeer

De lidstaten mogen het op de markt aanbieden van elektrisch materiaal dat voldoet aan deze richtlijn niet belemmeren omwille van de onder deze richtlijn vallende aspecten.

Artikel 5

Stroomvoorziening

De lidstaten zien erop toe dat de distributiebedrijven de aansluiting op het net en de stroomvoorziening aan de verbruikers, voor elektrisch materiaal niet afhankelijk stellen van strengere veiligheidseisen dan de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden.

HOOFDSTUK 2

VERPLICHTINGEN VAN MARKTDEELNEMERS

Artikel 6

Verplichtingen van fabrikanten

  • 1. 
    Wanneer zij hun elektrisch materiaal in de handel brengen, waarborgen fabrikanten dat dit werd ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden.
  • 2. 
    Fabrikanten stellen de in bijlage III bedoelde technische documentatie op en voeren de in bijlage III bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedure uit of laten deze uitvoeren.

Wanneer met de in de eerste alinea bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedure is aangetoond dat het elektrisch materiaal aan de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden voldoet, stellen fabrikanten een EU-conformiteitsverklaring op en brengen zij de CE-markering aan.

  • 3. 
    Fabrikanten bewaren de technische documentatie en de in bijlage III bedoelde EU-conformiteitsverklaring gedurende tien jaar nadat het elektrisch materiaal in de handel is gebracht.
  • 4. 
    Fabrikanten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures om de conformiteit van hun serieproductie met deze richtlijn te blijven waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp of in de kenmerken van het elektrisch materiaal en met veranderingen in de in artikel 12 bedoelde geharmoniseerde normen, de in de artikelen 13 en 14 bedoelde internationale of nationale normen, of in overige technische specificaties waarnaar in de conformiteitsverklaring van het elektrisch materiaal is verwezen.

Indien dit rekening houdend met de risico’s van elektrisch materiaal passend wordt geacht, voeren fabrikanten met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten steekproeven uit op elektrisch materiaal dat op de markt is aangeboden, onderzoeken zij klachten, niet-conform elektrisch materiaal en teruggeroepen elektrisch materiaal en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dergelijk toezicht.

  • 5. 
    Fabrikanten zorgen ervoor dat op elektrisch materiaal dat ze in de handel hebben gebracht een type-, partij- of serienummer, dan wel een ander identificatiemiddel is aangebracht, of wanneer dit door de omvang of aard van het elektrisch materiaal niet mogelijk is, dat de vereiste informatie op de verpakking ervan of in een bij het elektrisch materiaal gevoegd document is vermeld.
  • 6. 
    Fabrikanten vermelden op het elektrisch materiaal hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen of, wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking ervan of in een bij het elektrisch materiaal gevoegd document. Het adres vermeldt één enkel punt waar contact met de fabrikant opgenomen kan worden. De contactgegevens worden gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal.
  • 7. 
    Fabrikanten zien erop toe dat het elektrisch materiaal vergezeld gaat van instructies en informatie aangaande de veiligheid, in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen. Die instructies en informatie aangaande de veiligheid, alsmede eventuele etikettering, zijn duidelijk en begrijpelijk.
  • 8. 
    Fabrikanten die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat door hen in de handel gebracht elektrisch materiaal niet conform is met deze richtlijn, nemen onmiddellijk de corrigerende maatregelen die nodig zijn om het elektrisch materiaal conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen fabrikanten, indien het elektrisch materiaal een risico vertoont, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij het elektrisch materiaal op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.
  • 9. 
    Fabrikanten verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het elektrisch materiaal met deze richtlijn aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico’s van het door hen in de handel gebrachte elektrisch materiaal.

Artikel 7

Gemachtigden

  • 1. 
    Een fabrikant kan via een schriftelijk mandaat een gemachtigde aanstellen.

De verplichtingen uit hoofde van artikel 6, lid 1, en de in artikel 6, lid 2, bedoelde verplichting om technische documentatie op te stellen maken geen deel uit van het mandaat van de gemachtigde.

  • 2. 
    Een gemachtigde vertegenwoordiger voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat dat hij van de fabrikant heeft ontvangen. Het mandaat stelt de gemachtigde in staat ten minste de volgende taken te verrichten:
 

a)

hij houdt de EU-conformiteitsverklaring en de technische documentatie gedurende tien jaar nadat het elektrisch materiaal in de handel is gebracht, ter beschikking van de nationale markttoezichtautoriteiten;

 

b)

hij verstrekt een bevoegde nationale autoriteit op grond van een met redenen omkleed verzoek alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het elektrisch materiaal aan te tonen;

 

c)

hij verleent op verzoek van de bevoegde nationale autoriteiten medewerking aan eventueel genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico’s van elektrisch materiaal dat onder het mandaat van de gemachtigde valt.

Artikel 8

Verplichtingen van importeurs

  • 1. 
    Importeurs brengen alleen elektrisch materiaal in de handel dat aan de gestelde eisen voldoet.
  • 2. 
    Alvorens elektrisch materiaal in de handel te brengen, zien importeurs erop toe dat de fabrikant de juiste conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd. Zij zorgen ervoor dat de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld, dat het elektrisch materiaal voorzien is van de CE-markering en vergezeld gaat van de vereiste documenten, en dat de fabrikant aan de eisen in artikel 6, leden 5 en 6, heeft voldaan.

Wanneer een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat elektrisch materiaal niet conform is met de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden, mag hij het elektrisch materiaal niet in de handel brengen alvorens het conform is gemaakt. Wanneer het elektrisch materiaal een risico vertoont, brengt de importeur de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan bovendien op de hoogte.

  • 3. 
    Importeurs vermelden op het elektrisch materiaal hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen of, wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking ervan of in een bij het elektrisch materiaal gevoegd document. De contactgegevens worden gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal.
  • 4. 
    Importeurs zien erop toe dat het elektrisch materiaal vergezeld gaat van instructies en informatie aangaande de veiligheid, in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen.
  • 5. 
    Importeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor elektrisch materiaal verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden voor het elektrisch materiaal dat de conformiteit ervan met de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden niet in het gedrang komt.
  • 6. 
    Indien dit rekening houdend met de risico’s van elektrisch materiaal passend wordt geacht, voeren importeurs met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten, steekproeven uit op elektrisch materiaal dat op de markt is aangeboden, onderzoeken zij klachten, niet-conform elektrisch materiaal en teruggeroepen elektrisch materiaal en houden daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dergelijk toezicht.
  • 7. 
    Importeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat door hen in de handel gebracht elektrisch materiaal niet conform is met deze richtlijn, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het elektrisch materiaal conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen importeurs, indien het elektrisch materiaal een risico vertoont, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij het elektrisch materiaal op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.
  • 8. 
    Importeurs houden gedurende tien jaar nadat het elektrisch materiaal in de handel is gebracht, een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten en zorgen ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt.
  • 9. 
    Importeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het elektrisch materiaal aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico’s van het door hen in de handel gebrachte elektrisch materiaal.

Artikel 9

Verplichtingen van distributeurs

  • 1. 
    Distributeurs die elektrisch materiaal op de markt aanbieden, betrachten de nodige zorgvuldigheid in verband met deze richtlijn.
  • 2. 
    Alvorens elektrisch materiaal op de markt aan te bieden, controleren distributeurs of het elektrisch materiaal voorzien is van de CE-markering en vergezeld gaat van de vereiste documenten en van de instructies en informatie aangaande de veiligheid, in een taal die de consumenten en andere eindgebruikers in de lidstaat waar het elektrisch materiaal op de markt wordt aangeboden, gemakkelijk kunnen begrijpen, en of de fabrikant en de importeur aan de eisen in respectievelijk artikel 6, leden 5 en 6, en artikel 8, lid 3, hebben voldaan.

Wanneer een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat elektrisch materiaal niet conform is met de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden, mag hij het elektrisch materiaal pas op de markt aanbieden nadat het conform is gemaakt. Wanneer het elektrisch materiaal een risico vertoont, brengt de distributeur de fabrikant of de importeur hiervan bovendien op de hoogte, evenals de markttoezichtautoriteiten.

  • 3. 
    Distributeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor elektrisch materiaal verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden voor het elektrisch materiaal dat de conformiteit ervan met de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden niet in het gedrang komt.
  • 4. 
    Distributeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat door hen op de markt aangeboden elektrisch materiaal niet conform is met deze richtlijn, zien erop toe dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om dat materiaal conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen distributeurs, indien het elektrisch materiaal een risico vertoont, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij het elektrisch materiaal op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.
  • 5. 
    Distributeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van elektrisch materiaal aan te tonen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico’s van het door hen op de markt aangeboden elektrisch materiaal.

Artikel 10

Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs

Een importeur of distributeur wordt voor de toepassing van deze richtlijn als een fabrikant beschouwd en hij moet aan de in artikel 6 vermelde verplichtingen van de fabrikant voldoen wanneer hij elektrisch materiaal onder zijn eigen naam of merknaam in de handel brengt of reeds in de handel gebracht elektrisch materiaal zodanig wijzigt dat de conformiteit met deze richtlijn in het gedrang kan komen.

Artikel 11

Identificatie van marktdeelnemers

Marktdeelnemers delen, op verzoek, aan de markttoezichtautoriteiten mee:

 

a)

welke marktdeelnemer elektrisch materiaal aan hen heeft geleverd;

 

b)

aan welke marktdeelnemer zij elektrisch materiaal hebben geleverd.

Marktdeelnemers moeten tot tien jaar nadat het elektrisch materiaal aan hen is geleverd en tot tien jaar nadat zij het elektrisch materiaal hebben geleverd, de in de eerste alinea bedoelde informatie kunnen verstrekken.

HOOFDSTUK 3

CONFORMITEIT VAN HET ELEKTRISCH MATERIAAL

Artikel 12

Vermoeden van conformiteit op grond van geharmoniseerde normen

Elektrisch materiaal dat in overeenstemming is met geharmoniseerde normen of delen daarvan waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht in overeenstemming te zijn met de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden die door die normen of delen daarvan worden bestreken.

Artikel 13

Vermoeden van conformiteit op grond van internationale normen

  • 1. 
    Voor zover er geen geharmoniseerde normen in de zin van artikel 12 zijn vastgesteld en gepubliceerd, nemen de lidstaten de nodige maatregelen opdat hun ter zake bevoegde instanties met het oog op het in artikel 3 bedoelde op de markt aanbieden of het in artikel 4 bedoelde in het vrije verkeer brengen, eveneens als beantwoordende aan de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden beschouwen, het elektrisch materiaal dat beantwoordt aan de veiligheidsvoorschriften van de internationale normen die zijn vastgesteld door de „International Electrotechnical Commission” (IEC) (Internationale Elektrotechnische Commissie), ten aanzien waarvan de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde publicatieprocedure is gevolgd.
  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde veiligheidsvoorschriften worden door de Commissie aan de lidstaten medegedeeld. De Commissie vermeldt, na overleg met de lidstaten, de veiligheidsvoorschriften, en met name de varianten daarvan waarvan zij bekendmaking aanbeveelt.
  • 3. 
    Binnen drie maanden stellen de lidstaten de Commissie in kennis van hun eventuele bezwaren tegen de overeenkomstig lid 2 medegedeelde veiligheidsvoorschriften waarbij zij vermelden om welke veiligheidsredenen zij een bepaald voorschrift niet kunnen aanvaarden.

De referenties van de veiligheidsvoorschriften waartegen geen bezwaar werd gemaakt, worden ter informatie bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 14

Vermoeden van conformiteit op grond van nationale normen

Voor zover er nog geen geharmoniseerde normen in de zin van artikel 12 zijn opgesteld en bekendgemaakt, noch internationale normen in de zin van artikel 13zijn bekendgemaakt, nemen de lidstaten de nodige maatregelen opdat hun ter zake bevoegde instanties met het oog op het in artikel 3 bedoelde op de markt aanbieden of het in artikel 4 bedoelde in het vrije verkeer brengen, eveneens als beantwoordende aan de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden beschouwen, het elektrisch materiaal dat is gefabriceerd overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften van de in de lidstaat waarin het is vervaardigd geldende normen, indien dit materiaal een even grote veiligheid biedt als die welke op hun eigen grondgebied is vereist.

Artikel 15

EU-conformiteitsverklaring

  • 1. 
    In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat aangetoond is dat aan de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden is voldaan.
  • 2. 
    De EU-conformiteitsverklaring komt qua structuur overeen met het model in bijlage IV, bevat de in module A van bijlage III vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt. Zij wordt vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het elektrisch materiaal in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.
  • 3. 
    Indien voor elektrisch materiaal uit hoofde van meer dan één handeling van de Unie een EU-conformiteitsverklaring vereist is, wordt één EU-conformiteitsverklaring met betrekking tot al die handelingen van de Unie opgesteld. In die verklaring moet duidelijk worden aangegeven om welke handelingen van de Unie het gaat, met vermelding van de publicatiereferenties ervan.
  • 4. 
    Door de EU-conformiteitsverklaring op te stellen, neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid voor de conformiteit van het elektrisch materiaal met de vereisten van deze richtlijn op zich.

Artikel 16

Algemene beginselen van de CE-markering

De CE-markering is onderworpen aan de algemene beginselen die zijn vastgesteld in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008.

Artikel 17

Voorschriften en voorwaarden voor het aanbrengen van de CE-markering

  • 1. 
    De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar op het elektrisch materiaal of op het gegevensplaatje aangebracht. Wanneer dit gezien de aard van het elektrisch materiaal niet mogelijk of niet gerechtvaardigd is, wordt de CE-markering aangebracht op de verpakking en in de begeleidende documenten.
  • 2. 
    De CE-markering wordt aangebracht voordat het elektrisch materiaal in de handel wordt gebracht.
  • 3. 
    De lidstaten bouwen voort op bestaande mechanismen om te zorgen voor een juiste toepassing van de voorschriften voor de CE-markering en nemen passende maatregelen in geval van oneigenlijk gebruik van die markering.

HOOFDSTUK 4

MARKTTOEZICHT IN DE UNIE, CONTROLE VAN ELEKTRISCH MATERIAAL DAT DE MARKT VAN DE UNIE BINNENKOMT, EN VRIJWARINGSPROCEDURE VAN DE UNIE

Artikel 18

Markttoezicht in de Unie en controle van elektrisch materiaal dat de markt van de Unie binnenkomt

Artikel 15, lid 3, en de artikelen 16 tot en met 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008 zijn van toepassing op elektrisch materiaal.

Artikel 19

Procedure voor elektrisch materiaal dat op nationaal niveau een risico vertoont

  • 1. 
    Wanneer de markttoezichtautoriteiten van een lidstaat voldoende redenen hebben om aan te nemen dat onder deze richtlijn vallend elektrisch materiaal een risico voor de gezondheid of veiligheid van personen of huisdieren of voor goederen vormt, voeren zij een beoordeling van het elektrisch materiaal uit in het licht van alle relevante in deze richtlijn vastgestelde eisen. De desbetreffende marktdeelnemers werken hiertoe op elke vereiste wijze met de markttoezichtautoriteiten samen.

Wanneer de markttoezichtautoriteiten bij de in de eerste alinea bedoelde beoordeling vaststellen dat het elektrisch materiaal niet aan deze richtlijn voldoet, verlangen zij onverwijld van de betrokken marktdeelnemer dat hij passende corrigerende maatregelen neemt om het elektrisch materiaal met deze eisen conform te maken of binnen een door hen vast te stellen redelijke termijn, die evenredig is met de aard van het risico, uit de handel te nemen of terug te roepen.

Artikel 21 van Verordening (EG) nr. 765/2008 is van toepassing op de in de tweede alinea van dit lid genoemde maatregelen.

  • 2. 
    Wanneer de markttoezichtautoriteiten van mening zijn dat de niet-conformiteit niet tot hun nationale grondgebied beperkt is, brengen zij de Commissie en de andere lidstaten op de hoogte van de resultaten van de beoordeling en van de maatregelen die zij van de marktdeelnemer hebben verlangd.
  • 3. 
    De marktdeelnemer zorgt ervoor dat alle passende corrigerende maatregelen worden toegepast op het betrokken elektrisch materiaal dat hij in de Unie op de markt heeft aangeboden.
  • 4. 
    Wanneer de desbetreffende marktdeelnemer niet binnen de in lid 1, tweede alinea, bedoelde termijn doeltreffende corrigerende maatregelen neemt, nemen de markttoezichtautoriteiten alle passende voorlopige maatregelen om het op hun nationale markt aanbieden van het elektrisch materiaal te verbieden of te beperken, dan wel het elektrisch materiaal in de betrokken lidstaat uit de handel te nemen of terug te roepen.

De markttoezichtautoriteiten brengen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld van deze maatregelen op de hoogte.

  • 5. 
    De in de tweede alinea van lid 4 bedoelde informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het niet-conforme elektrisch materiaal te identificeren en om de oorsprong van het elektrisch materiaal, de aard van de beweerde niet-conformiteit en van het risico, en de aard en de duur van de genomen nationale maatregelen vast te stellen, evenals de argumenten die worden aangevoerd door de desbetreffende marktdeelnemer. De markttoezichtautoriteiten vermelden met name of de niet-conformiteit een van de volgende redenen heeft:
 

a)

het elektrisch materiaal voldoet niet aan de in artikel 3 bedoelde en in bijlage I vastgestelde veiligheidsdoeleinden met betrekking tot de gezondheid of veiligheid van personen of huisdieren, of met betrekking tot goederen, of

 

b)

tekortkomingen in de geharmoniseerde normen waarnaar in artikel 12 of in de in de artikelen 13 en 14 bedoelde internationale of nationale normen wordt verwezen als normen die een vermoeden van conformiteit vestigen.

  • 6. 
    De andere lidstaten dan die welke de procedure krachtens dit artikel in gang heeft gezet, brengen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld op de hoogte van door hen genomen maatregelen en van aanvullende informatie over de niet-conformiteit van het betrokken elektrisch materiaal waarover zij beschikken, en van hun bezwaren indien zij het niet eens zijn met de genomen nationale maatregel.
  • 7. 
    Indien binnen drie maanden na de ontvangst van de in lid 4, tweede alinea, bedoelde informatie geen bezwaar tegen een voorlopige maatregel van een lidstaat is ingebracht door een lidstaat of de Commissie, wordt die maatregel geacht gerechtvaardigd te zijn.
  • 8. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat ten aanzien van het betrokken elektrisch materiaal onverwijld passende beperkende maatregelen worden genomen, zoals het uit de handel nemen van het elektrisch materiaal.

Artikel 20

Vrijwaringsprocedure van de Unie

  • 1. 
    Wanneer na voltooiing van de procedure in artikel 19, leden 3 en 4, bezwaren tegen een maatregel van een lidstaat worden ingebracht of de Commissie van mening is dat de nationale maatregel in strijd is met de wetgeving van de Unie, treedt de Commissie onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en voert zij een evaluatie van de nationale maatregel uit. Aan de hand van die evaluatie stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast teneinde te bepalen of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is.

De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) er onmiddellijk van op de hoogte.

  • 2. 
    Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht, nemen alle lidstaten de nodige maatregelen om het niet-conforme elektrisch materiaal uit de handel te nemen, en zij stellen de Commissie daarvan in kennis. Indien de nationale maatregel niet gerechtvaardigd wordt geacht, trekt de betrokken lidstaat die maatregel in.
  • 3. 
    Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht en de niet-conformiteit van het elektrisch materiaal wordt toegeschreven aan tekortkomingen in de geharmoniseerde normen als bedoeld in artikel 19, lid 5, onder b), van deze richtlijn, past de Commissie de in artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 bedoelde procedure toe.

Artikel 21

Conform elektrisch materiaal dat een risico meebrengt

  • 1. 
    Wanneer een lidstaat na een beoordeling overeenkomstig artikel 19, lid 1, te hebben verricht, vaststelt dat elektrisch materiaal dat in overeenstemming is met deze richtlijn toch een risico voor de gezondheid of veiligheid van personen, of voor huisdieren of goederen meebrengt, verlangt deze lidstaat van de desbetreffende marktdeelnemer dat hij alle passende maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat het elektrisch materiaal dat risico niet meer meebrengt wanneer het in de handel wordt gebracht, of om het elektrisch materiaal binnen een door de lidstaat vast te stellen redelijke termijn, die evenredig is met de aard van het risico, uit de handel te nemen of terug te roepen.
  • 2. 
    De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de door hem genomen corrigerende maatregelen worden toegepast op alle betrokken elektrisch materiaal dat hij in de Unie op de markt heeft aangeboden.
  • 3. 
    De lidstaat brengt de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte. Die informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het elektrisch materiaal te identificeren en om de oorsprong en de toeleveringsketen van het elektrisch materiaal, de aard van het risico en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen.
  • 4. 
    De Commissie treedt onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en beoordeelt de nationale maatregelen die zijn genomen. Aan de hand van die beoordeling besluit de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is, en stelt zij zo nodig passende maatregelen voor.

De in de eerste alinea van dit lid bedoelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met de bescherming van de gezondheid en veiligheid van personen, of van huisdieren of goederen, stelt de Commissie volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde procedure onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast.

  • 5. 
    De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) er onmiddellijk van op de hoogte.

Artikel 22

Formele niet-conformiteit

  • 1. 
    Onverminderd artikel 19 verlangt een lidstaat, wanneer hij een van de volgende feiten vaststelt, van de betrokken marktdeelnemer dat deze een einde maakt aan de niet-conformiteit:
 

a)

de CE-markering is in strijd met artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 of artikel 17 van deze richtlijn aangebracht;

 

b)

de CE-markering is niet aangebracht;

 

c)

de EU-conformiteitsverklaring is niet opgesteld;

 

d)

de EU-conformiteitsverklaring is niet correct opgesteld;

 

e)

technische documentatie is niet beschikbaar of onvolledig;

 

f)

de gegevens als bedoeld in artikel 6, lid 6, of artikel 8, lid 3, ontbreken, zijn onjuist of zijn onvolledig;

 

g)

er is niet voldaan aan een ander administratief voorschrift van artikel 6 of artikel 8.

  • 2. 
    Wanneer de in lid 1 bedoelde niet-conformiteit voortduurt, neemt de betrokken lidstaat alle passende maatregelen om het op de markt aanbieden van het elektrisch materiaal te beperken of te verbieden, of het elektrisch materiaal terug te roepen of uit de handel te nemen.

HOOFDSTUK 5

COMITÉ, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 23

Comitéprocedure

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door het Comité voor elektrisch materiaal. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
  • 2. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
  • 3. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 daarvan, van toepassing.
  • 4. 
    Het comité wordt door de Commissie geraadpleegd over elke aangelegenheid waarvoor krachtens Verordening (EU) nr. 1025/2012 of andere wetgeving van de Unie raadpleging van deskundigen uit de sector vereist is.

Het comité kan voorts overeenkomstig zijn reglement van orde elke kwestie in verband met de toepassing van deze richtlijn onderzoeken, die door zijn voorzitter of door een vertegenwoordiger van een lidstaat aan de orde wordt gesteld.

Artikel 24

Sancties

De lidstaten stellen regels vast voor sancties op overtredingen door marktdeelnemers van de ingevolge deze richtlijn vastgestelde bepalingen van nationaal recht en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij worden toegepast. Deze regels kunnen strafrechtelijke sancties voor ernstige overtredingen omvatten.

Deze sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

Artikel 25

Overgangsbepalingen

De lidstaten belemmeren niet dat elektrisch materiaal dat onder Richtlijn 2006/95/EG valt en in overeenstemming met die richtlijn is, op de markt wordt aangeboden wanneer dat elektrisch materiaal vóór 20 april 2016 in de handel is gebracht.

Artikel 26

Omzetting

  • 1. 
    De lidstaten dienen uiterlijk op 19 april 2016 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan artikel 2, artikel 3, eerste alinea, artikel 4, de artikelen 6 tot en met 12, artikel 13, lid 1, de artikelen 14 tot en met 25 en de bijlagen II, III en IV te voldoen. Zij delen de tekst van die bepalingen onverwijld mede aan de Commissie.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van 20 april 2016.

Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. In de maatregelen wordt tevens vermeld dat verwijzingen in bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen naar de bij deze richtlijn ingetrokken richtlijn, gelden als verwijzingen naar deze richtlijn. De regels voor deze verwijzing en de formulering van deze vermelding worden vastgesteld door de lidstaten.

  • 2. 
    De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 27

Intrekking

Richtlijn 2006/95/EG wordt ingetrokken met ingang van 20 april 2016, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage V genoemde termijnen voor omzetting in intern recht en toepassingsdata van de aldaar genoemde richtlijn.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar deze richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage VI.

Artikel 28

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1, artikel 3, tweede alinea, artikel 5, artikel 13, leden 2 en 3, en de bijlagen I, V en VI zijn van toepassing met ingang van 20 april 2016.

Artikel 29

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 26 februari 2014.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

  • M. 
    SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

  • D. 
    KOURKOULAS
 

  • (2) 
    Standpunt van het Europees Parlement van 5 februari 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 20 februari 2014.
  • (3) 
    PB L 374 van 27.12.2006, blz. 10. Richtlijn 2006/95/EG is de codificatie van Richtlijn 73/23/EEG van de Raad van 19 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB L 77 van 26.3.1973, blz. 29).
  • (7) 
    Goedgekeurd bij Besluit 2010/48/EG van de Raad van 26 november 2009 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (PB L 23 van 27.1.2010, blz. 35).
 

BIJLAGE I

HOOFDELEMENTEN VAN DE VEILIGHEIDSDOELEINDEN VOOR ELEKTRISCH MATERIAAL, BESTEMD VOOR GEBRUIK BINNEN BEPAALDE SPANNINGSGRENZEN

  • 1. 
    Algemene eisen
 
 

a)

De voornaamste kenmerken waarvan bekendheid en inachtneming noodzakelijk zijn voor gebruik overeenkomstig de bestemming en zonder gevaar, zijn op het elektrisch materiaal aangegeven of, indien dit niet mogelijk is, op een bijgevoegd document.

 
 

b)

Het elektrisch materiaal alsmede de samenstellende delen daarvan zijn zodanig geconstrueerd dat zij veilig en behoorlijk in elkaar kunnen worden gezet en kunnen worden aangesloten.

 
 

c)

Het elektrisch materiaal is zodanig ontworpen en geconstrueerd dat, bij juist gebruik en behoorlijk onderhoud, de beveiliging tegen de gevaren beschreven in de punten 2 en 3, gewaarborgd is.

  • 2. 
    Beveiliging tegen gevaren die aan het elektrisch materiaal verbonden kunnen zijn

Er worden technische maatregelen overeenkomstig punt 1 vastgesteld opdat:

 

a)

personen en huisdieren afdoende worden beschermd tegen gevaar van verwonding of andere schade die kan worden toegebracht door directe of indirecte aanraking;

 

b)

geen temperaturen, boogontladingen of stralingen optreden die gevaar zouden kunnen opleveren;

 

c)

personen, huisdieren en voorwerpen afdoende worden beveiligd tegen gevaren van niet-elektrische aard die, naar de ervaring leert, door het elektrisch materiaal kunnen worden veroorzaakt;

 

d)

de isolatie berekend is op de te verwachten belastingen.

  • 3. 
    Bescherming tegen de gevaren die kunnen ontstaan door invloeden van buiten op elektrisch materiaal

Er worden technische maatregelen overeenkomstig punt 1 vastgesteld opdat het elektrisch materiaal:

 

a)

voldoet aan de gestelde mechanische eisen, zodat personen, huisdieren en voorwerpen geen gevaar lopen;

 

b)

bestand is tegen niet-mechanische invloeden in de te verwachten milieusituatie, zodat personen, huisdieren en voorwerpen geen gevaar lopen;

 

c)

personen, huisdieren en goederen niet in gevaar brengt bij de te verwachten overbelasting ervan.

 

BIJLAGE II

MATERIAAL EN VERSCHIJNSELEN DIE NIET ONDER DEZE RICHTLIJN VALLEN

Elektrisch materiaal bestemd voor gebruik in explosieve omgeving

Elektro-radiologisch en elektro-medisch materiaal

Elektrisch gedeelte van personen- en goederenliften

Elektriciteitsmeters

Contactdozen en contactstoppen voor huishoudelijk gebruik

Voedingen voor elektrische afrasteringen

Radio-elektrische storingen

Gespecialiseerd elektrisch materiaal bestemd om in schepen of vliegtuigen of bij de spoorwegen te worden gebruikt dat beantwoordt aan de veiligheidsvoorschriften die zijn vastgesteld door internationale instellingen waarbij de lidstaten zijn aangesloten.

Op maat gemaakte evaluatiepaketten die bestemd zijn voor professionals en die uitsluitend gebruikt worden voor onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden in inrichtingen die zich bezighouden met onderzoek en ontwikkeling.

 

BIJLAGE III

MODULE A

Interne productiecontrole

  • 1. 
    Met „interne productiecontrole” wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2, 3 en 4 nakomt en op eigen verantwoording garandeert en verklaart dat het betrokken elektrisch materiaal aan de toepasselijke eisen van deze richtlijn voldoet.
  • 2. 
    Technische documentatie

De fabrikant stelt de technische documentatie samen. Aan de hand van deze documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het elektrisch materiaal aan de relevante eisen voldoet; zij omvat een adequate risicoanalyse en -beoordeling. In de technische documentatie worden de toepasselijke eisen vermeld; zij heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de fabricage en de werking van het elektrisch materiaal. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

 

a)

een algemene beschrijving van het elektrisch materiaal;

 

b)

ontwerp- en fabricagetekeningen, alsmede schema’s van componenten, onderdelen, circuits enz.;

 

c)

beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van die tekeningen en schema’s en van de werking van het elektrisch materiaal;

 

d)

een lijst van de geheel of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt of internationale of nationale normen als bedoeld in de artikelen 13 en 14, en indien de geharmoniseerde normen of internationale of nationale normen niet zijn toegepast, een beschrijving van de wijze waarop aan de veiligheidsdoeleinden van deze richtlijn is voldaan, inclusief een lijst van andere relevante technische specificaties die zijn toegepast. Bij gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen of internationale of nationale normen als bedoeld in de artikelen 13 en 14 wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast;

 

e)

de resultaten van uitgevoerde ontwerpberekeningen, onderzoeken enz., en

 

f)

testverslagen.

  • 3. 
    Fabricage

De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricage- en controleproces waarborgt dat het vervaardigde elektrisch materiaal conform is met de in punt 2 bedoelde technische documentatie en met de toepasselijke eisen van deze richtlijn.

  • 4. 
    CE-markering en EU-conformiteitsverklaring
 
 

4.1.

De fabrikant brengt de CE-markering aan op elk afzonderlijk elektrisch toestel dat voldoet aan de toepasselijke eisen van deze richtlijn.

 
 

4.2.

De fabrikant stelt voor een productmodel een EU-conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring, samen met de technische documentatie, tot tien jaar na het in de handel brengen van het elektrisch materiaal ter beschikking van de nationale markttoezichtautoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt het elektrisch materiaal beschreven.

Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante markttoezichtautoriteiten verstrekt.

  • 5. 
    Gevolmachtigde

De in punt 4 vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid worden vervuld door zijn gemachtigde, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

 

BIJLAGE IV

EU-CONFORMITEITSVERKLARING (Nr. XXXX) (1)

 
 

1.

Product (product-, type-, partij- of serienummer):

 
 

2.

Naam en adres van de fabrikant of zijn gemachtigde:

 
 

3.

Deze conformiteitsverklaring wordt verstrekt onder volledige verantwoordelijkheid van de fabrikant.

 
 

4.

Voorwerp van de verklaring (beschrijving aan de hand waarvan het elektrisch materiaal kan worden getraceerd. Wanneer dat voor de identificatie van het elektrisch apparaat noodzakelijk is, mag er een voldoende duidelijke afbeelding in kleur worden toegevoegd):

 
 

5.

Het hierboven beschreven voorwerp is in overeenstemming met de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Unie:

 
 

6.

Vermelding van de toegepaste relevante geharmoniseerde normen of van de overige technische specificaties waarop de conformiteitsverklaring betrekking heeft:

 
 

7.

Aanvullende informatie:

Ondertekend voor en namens:

(plaats en datum van afgifte):

(naam, functie) (handtekening):

 

  • (1) 
    De toekenning van een nummer aan de conformiteitsverklaring door de fabrikant is facultatief.
 

BIJLAGE V

Termijnen voor omzetting in intern recht en toepassingsdata van de in deel B van bijlage V bij Richtlijn 2006/95/EG genoemde richtlijnen

(bedoeld in artikel 27)

 

Richtlijn

Omzettingstermijn

Toepassingsdatum

73/23/EEG

21 augustus 1974 (1)

93/68/EEG

1 juli 1994

1 januari 1995 (2)

 

  • (1) 
    Voor Denemarken was de omzettingstermijn tot vijf jaar verlengd, d.w.z. tot 21 februari 1978 (zie artikel 13, lid 1, van Richtlijn 73/23/EEG).
  • (2) 
    De lidstaten dienden tot 1 januari 1997 het in de handel brengen en het gebruik toe te staan van de producten die in overeenstemming waren met de markeringsregelingen welke vóór 1 januari 1995 van kracht waren. Zie artikel 14, lid 2, van Richtlijn 93/68/EEG.
 

BIJLAGE VI

CONCORDANTIETABEL

 

Richtlijn 2006/95/EG

Deze richtlijn

Artikel 1

Artikel 1, tweede alinea

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5

Artikel 12

Artikel 6

Artikel 13

Artikel 7

Artikel 14

Artikel 8, lid 1

Artikelen 16 en 17

Artikel 8, lid 2

Artikel 8, lid 3

Artikel 9

Artikelen 18 tot en met 20

Artikel 10

Artikelen 16 en 17

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 26, lid 2

Artikel 14

Artikel 27

Artikel 15

Artikel 28

Bijlage I

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage II

Bijlage III

Artikelen 15 en 16 en bijlage IV

Bijlage IV

Bijlage III

Bijlage V

Bijlage V

 

VERKLARING VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Het Europees Parlement is van mening dat slechts wanneer en in zoverre uitvoeringshandelingen in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 in vergaderingen van comités worden besproken, deze comités kunnen worden opgevat als „comitéprocedure-comités” als bedoeld in bijlage I bij het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie. Vergaderingen van comités vallen binnen het toepassingsgebied van punt 15 van het Kaderakkoord wanneer en in zoverre andere aangelegenheden besproken worden.

 

2.

Verwante dossiers

 
 

3.

Uitgebreide versie

Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met de juridische context.

De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de EU Monitor van PDC Informatie Architectuur.

4.

EU Monitor

Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.

De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.