VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Achtste verslag over de stand van de uitvoering en de uitvoeringsprogramma's (zoals voorgeschreven in artikel 17) van Richtlijn 91/271/EEG inzake de behandeling van stedelijk afvalwater

1.

Tekst

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 4.3.2016

COM(2016) 105 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Achtste verslag over de stand van de uitvoering en de uitvoeringsprogramma's (zoals voorgeschreven in artikel 17) van Richtlijn 91/271/EEG inzake de behandeling van stedelijk afvalwater

{SWD(2016) 45 final}

Achtste verslag over de stand van de uitvoering en de uitvoeringsprogramma's (zoals voorgeschreven in artikel 7) van Richtlijn 91/271/EEG inzake de behandeling van stedelijk afvalwater

  • 1. 
    Beleidscontext    
  • 2. 
    Algemene beoordeling van de naleving    

2.1. Opvangsystemen en afzonderlijke of andere passende systemen (artikel 3)    

2.2. Secundaire of biologische behandeling (artikel 4)    

2.3. Ingrijpendere of tertiaire behandeling en kwetsbare gebieden (artikel 5)    

2.4. Grote steden/grote lozers    

2.5. Tendensen in de naleving    

2.6. Nalevingsinformatie op het regionale niveau    

2.7. Resterende uitdagingen    

  • 3. 
    Maatregelen ter bevordering van de naleving    

3.1 Financieringsprogramma’s    

3.2 Uitvoeringsprogramma's (artikel 17)    

3.3 Het beheer en de verspreiding van gegevens verbeteren    

3.4 Rechtshandhaving    

  • 4. 
    Banen en groei scheppen door te investeren in infrastructuur voor waterdiensten    
  • 5. 
    Innovatie: van essentieel belang om het efficiënte gebruik van hulpbronnen en de groei te ondersteunen    
  • 6. 
    Conclusies    
  • 1. 
    Beleidscontext

Het niet opgevangen en onbehandelde afvalwater dat wordt voortgebracht door de 500 miljoen inwoners van de EU vormt een belangrijke bron van verontreiniging, die de kwaliteit van de zoete 1 en mariene wateren 2 aantast en een risico inhoudt voor de menselijke gezondheid en de biodiversiteit.

In de Richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater 3 zijn minimumeisen vastgesteld voor de opvang en behandeling van stedelijk afvalwater. Het is een van de belangrijkste beleidsinstrumenten van het EU-acquis op watergebied. De tenuitvoerlegging van de Richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater heeft sinds de aanname ervan in 1991 met name geleid tot een aanzienlijke afname 4 van de lozingen van belangrijke verontreinigende stoffen zoals de organische belasting en nutriënten, die de grootste oorzaak zijn van eutrofiëring van wateren. De tenuitvoerlegging is echter nog lang niet voltooid. In sommige lidstaten die in 2004 of daarna tot de EU zijn toegetreden, bestaan er grote tekortkomingen in de naleving.

Vanwege de financiële en planningsaspecten van de aanleg van afvalwaterinfrastructuur vormt de tenuitvoerlegging een hele uitdaging. Om deze tot een goed einde te helpen brengen, heeft de EU aanzienlijke financiering vrijgemaakt uit de fondsen voor het cohesiebeleid van de EU (17,8 miljard euro in de programmeringsperiode 2007-2013, die nog steeds gewijzigd kan worden). Investeringen in infrastructuur leiden rechtstreeks en onrechtstreeks tot economische groei en werkgelegenheid en dragen zo bij tot een van de kernprioriteiten van de huidige Commissie: het stimuleren van banen, groei en investeringen 5 .

In dit verslag worden voor het eerst door de lidstaten verstrekte gegevens over de opvang en behandeling van stedelijk afvalwater 6 en over de uitvoeringsprogramma's 7 gebundeld. Dit geeft een duidelijk beeld van de tekortkomingen in de naleving en de maatregelen die de lidstaten denken te treffen om die tekortkomingen weg te werken, en van de geraamde investeringsbehoeften en het tijdsschema om eraan tegemoet te komen.

Het is van essentieel belang dat de inspanningen om de naleving van de richtlijn stedelijk afvalwater te verbeteren en te handhaven worden voortgezet. Dit werd ook erkend in het 7e milieuactieprogramma 8 , waarin wordt gesteld dat het natuurlijke kapitaal van de Unie alleen beschermd, behouden en verbeterd kan worden als het effect van de druk op overgangs- en kustwateren en zoet water tegen 2020 aanzienlijk en in overstemming met de KRW wordt teruggebracht.

Hoogwaardige waterbehandelingsdiensten zijn ook een belangrijk punt van zorg voor de burgers van de EU, zoals is gebleken uit het Europese burgerinitiatief "Right2Water". De Commissie heeft dat erkend 9 en heeft beloofd om stappen te ondernemen om tegemoet te komen aan de geuite zorgen. Zo zal zij de tenuitvoerlegging versterken, maatregelen nemen om de transparantie van het beheer van watergegevens te verbeteren en een meer gestructureerde dialoog opzetten tussen de belanghebbenden 10 .

  • 2. 
    Algemene beoordeling van de naleving

De nalevingsbeoordeling wordt verricht op basis van de methode voor gegevensevaluatie die beschikbaar is op Reportnet van het EMA 11 .

Alle 28 lidstaten hebben gegevensreeksen ingediend in het kader van deze verslaglegging. Het gaat hoofdzakelijk om gegevens voor het jaar 2012 en in uitzonderlijke, gemotiveerde gevallen voor 2011 (CY, HU en LT).

De gegevens van slechts 25 lidstaten werden beoordeeld. De kwaliteit van de gegevens die door IT en PL werden verstrekt, was onvoldoende. Voor HR gold in 2012 geen nalevingsverplichting.

Het 8e uitvoeringsverslag beslaat meer dan 19 000 gemeenten en steden ("agglomeraties") met meer dan 2 000 inwoners, die een verontreiniging voortbrengen die overeenkomt met 495 miljoen zogeheten inwonerequivalenten (i.e.) 12 . In vergelijking met het vorige verslag werd een daling met ongeveer 100 miljoen i.e. opgemerkt, die hoofdzakelijk te verklaren is door de herberekening van de grootte van de agglomeraties op basis van nieuwe gegevens uit volkstellingen, toerisme en industrie in CZ, ES, HU en RO, en door het feit dat de demografische gegevens van IT en PL niet werden meegerekend.

Nagenoeg 15 000 dorpen en steden (86 % van de totale verontreinigingsbelasting in de EU) bevinden zich in de 15 lidstaten waaruit de EU tot 2004 bestond. De overige liggen in de 13 lidstaten die in 2004, 2007 en 2013 tot de EU toetraden 13 . Voor vele agglomeraties in verschillende van die lidstaten (BG, CY, LV, HU, RO SI en SK) gelden langere termijnen voor de naleving dan 2011/2012. Zij zijn bijgevolg nog niet beoordeeld in dit verslag.

De nalevingspercentages op het niveau van de EU15 waren globaal genomen erg hoog. Op het niveau van de individuele lidstaten kwamen nalevingspercentages van 95-100 % relatief vaak voor. In de EU13 waren de resultaten veel lager, vooral in kwetsbare gebieden. Wel is er aanzienlijke vooruitgang geboekt sinds het laatste verslag (SWD(2013) 298 final).

De resultaten voor de EU28 in haar geheel zijn echter nog steeds erg hoog, doordat het aandeel van de jaarlijkse verontreinigingsbelasting voortgebracht door de EU13 relatief beperkt is (14 %).

 

Een nieuwe aanpak: de niet-nalevingskloof

Om een ruimer beeld te krijgen van de situatie in de lidstaten met betrekking tot het streefdoel voor de opvang en behandeling van afvalwater, bevat dit verslag voor het eerst een beoordeling van de tekortkomingen ten aanzien van het werkelijk correct opgevangen, aangesloten en behandelde afvalwater. Deze aanpak vormt een aanvulling op de officiële nalevingsbeoordeling die wordt gebruikt om de naleving van de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de richtlijn stedelijk afvalwater, te beoordelen. De methode en de resultaten worden toegelicht in de bijlage 14 en kunnen als volgt worden samengevat 15 :

Hoewel er nog een lange weg af te leggen is om de volledige naleving van de richtlijn stedelijk afvalwater te verzekeren, is er al veel vooruitgang geboekt en ondergaat een groot deel van het Europese stedelijke afvalwater een passende behandeling voordat het opnieuw in het milieu terechtkomt.

Om tot volledige naleving te komen, moet er actie worden ondernomen om de bestaande tekortkomingen weg te werken:

  • • 
    11 miljoen i.e. (2 %) moeten worden aangesloten en behandeld, of worden verwerkt via afzonderlijke of andere passende systemen;
  • • 
    48 miljoen i.e. (9 %) van het stedelijk afvalwater dat reeds is aangesloten, moet een secundaire behandeling ondergaan; en
  • • 
    39 miljoen p.e. (12 %) van het stedelijk afvalwater dat reeds is aangesloten, moet een ingrijpendere behandeling ondergaan.

2.1. Opvangsystemen en afzonderlijke of andere passende systemen (artikel 3)

De meeste lidstaten vangen een aanzienlijk deel van hun afvalwater op, met een gemiddelde naleving van 98 % (tegenover 94 % in het vorige verslag). 20 lidstaten behaalden een nalevingspercentage van 100 %. Alle lidstaten hebben hun vorige resultaten geëvenaard of verbeterd, behalve BG. In slechts twee lidstaten bedroeg het nalevingspercentage nog steeds minder dan 60 % (BG en SI). Er zijn nog altijd landen waar het afvalwater slechts gedeeltelijk wordt opgevangen en waar relatief vaak afzonderlijke of andere passende systemen 16 worden toegepast (meer dan 20 %). Dit is het geval in EL, HU, LV, LT en SK.

2.2. Secundaire of biologische behandeling (artikel 4)

92 % van het afvalwater in de EU kreeg een secundaire behandeling in overeenstemming met de bepalingen van de richtlijn stedelijk afvalwater, 10 procentpunten meer dan in het vorige verslag. 16 lidstaten behaalden een naleving van 90-100 %, in 5 andere lidstaten lag de naleving tussen 50 en 90 % (CY, CZ, ES FR en PT) en in 3 lidstaten (BG, MT, SI) lag het nalevingspercentage lager. Hoewel de nalevingspercentages in de lidstaten van de EU-13 nog steeds achterlopen, is er met een globaal percentage van 68 % aanzienlijke vooruitgang geboekt in vergelijking met het vorige verslag, toen slechts 39 % van het afvalwater een passende secundaire behandeling kreeg.

2.3. Ingrijpendere of tertiaire behandeling en kwetsbare gebieden (artikel 5)

Nagenoeg 75 % van het grondgebied in de EU is ondertussen aangemerkt als kwetsbaar gebied. 15 lidstaten hebben hun volledige grondgebied als dusdanig aangemerkt, terwijl 13 lidstaten slechts voor bepaalde waterlichamen hebben aangegeven dat zij "kwetsbaar" zijn. HU en SI hebben zich ertoe verbonden in de toekomst een ingrijpendere behandeling toe te passen in het deel van hun grondgebied dat zich in het stroomgebied van de Donau bevindt en dat niet onder dergelijke behandelingsverplichtingen viel uit hoofde van hun respectieve Toetredingsverdragen. Meer informatie over kwetsbare gebieden is te vinden in de Data Viewer van het EMA 17 .

Met een globaal nalevingspercentage van 88 % zijn er grote vorderingen gemaakt sinds het vorige verslag: het nalevingspercentage is met 11 procentpunten gestegen. Vanwege vertragingen bij de tenuitvoerlegging van een ingrijpendere behandeling in lidstaten van de EU-13 bedraagt het gemiddelde nalevingspercentage in die lidstaten evenwel maar 32 %. Globaal genomen bereikten 9 lidstaten een nalevingspercentage van minder dan 50 %. In nog eens 4 lidstaten bedroegen de percentages 50-90 %. Positiever is dat 12 lidstaten een nalevingspercentage van 90-100 % haalden. De volledige naleving wordt onder meer bemoeilijkt door de hoge investeringsbehoeften, problemen bij het vrijmaken van de nodige financiering en de lange en complexe procedures voor het aanleggen van nieuwe infrastructuur en het verbeteren van de bestaande infrastructuur.

Figuur 1: Nalevingsresultaten op het niveau van de EU-28, EU-15 en EU-13 voor artikel 3 (opvang), artikel 4 (secundaire behandeling) en artikel 5 (ingrijpendere behandeling). Deze waarden zijn gemiddelde waarden, gewogen naar de door elke lidstaat voortgebrachte verontreinigingsbelasting.

Figuur 2: Nalevingsresultaten per lidstaat voor de artikelen 3 (opvang), 4 (secundaire behandeling) en 5 (ingrijpendere behandeling) van de richtlijn stedelijk afvalwater. De lidstaten zijn van links naar rechts geordend in oplopende volgorde van de mate waarin zij artikel 5 naleven. De nalevingsresultaten voor artikel 5 in LV bedroegen 0 %, omdat LV gemeld had dat geen enkele zuiveringsinstallatie een ingrijpendere behandeling toepaste, hoewel de prestaties voor N en P voldoen aan de voorschriften van de richtlijn stedelijk afvalwater. De percentages naleving van artikel 4 kunnen lager zijn dan die voor artikel 5, omdat artikel 5 enkel betrekking heeft op kwetsbare gebieden. De nalevingspercentages in RO zijn berekend op basis van het percentage van de totale belasting waarvan werd vastgesteld dat het voldeed aan de artikelen 3, 4 en 5 volgens de voorschriften van het Toetredingsverdrag, en niet op basis van het percentage van de belasting dat betrekking heeft op agglomeraties die de voorschriften volledig naleven (er waren geen gegevens beschikbaar over de lijst van agglomeraties verbonden aan de in het Toetredingsverdrag voorgeschreven nalevingspercentages).

2.4. Grote steden/grote lozers

Dit verslag bevat gegevens over 463 grote steden (> 150 000 inwoners). Dat zijn er meer dan 100 minder dan in het vorige verslag, voornamelijk omdat de Italiaanse en Poolse gegevens niet werden meegenomen. De verontreinigingsbelasting die wordt voortgebracht door grote steden vertegenwoordigt 46 % van de totale voortgebrachte belasting. Ongeveer 89 % van deze belasting ondergaat een behandeling die verder gaat dan wat is voorgeschreven in de richtlijn stedelijk afvalwater. Het percentage van de belasting afkomstig uit niet opgevangen of opgevangen en niet behandeld afvalwater is gedaald van 5 % naar 2,2 % sinds het vorige verslag. De nalevingsgraad in de grote steden varieert echter sterk van stad tot stad. Zo kan van slechts 14 van de 28 hoofdsteden 18 van de EU-lidstaten worden gezegd dat zij de voorschriften volledig naleefden in 2011/2012, al zijn dat er nog altijd 3 meer dan ten tijde van het vorige verslag.

2.5. Tendensen in de naleving

De nalevingsresultaten van de afgelopen jaren vertonen een positieve trend, met uitzondering van de daling in 2007/08 ten opzichte van 2005/06, die te wijten was aan het feit dat sommige landen met slechtere resultaten geen gegevens verstrekten in 2005/06. De trends op de lange termijn moeten met de nodige omzichtigheid worden bekeken, omdat de gemelde gegevens om verschillende redenen niet altijd betrekking hadden op dezelfde lidstaten/agglomeraties, bijvoorbeeld vanwege IT-systemen die in het begin suboptimaal waren, het geleidelijke verstrijken van de overgangstermijnen voor de EU-13 of gebrekkige verslaglegging door sommige lidstaten.

Het onderhavige verslag bevat enerzijds nieuwe gegevens over CY, EE, LV, HU, SI, SK en RO, aangezien er nieuwe termijnen zijn verstreken die nieuwe nalevingsverplichtingen met zich hebben gebracht. Anderzijds konden er in de berekening van de resultaten voor de EU geen gegevens worden meegenomen voor IT, PL, HR.

Figuur 3: Evolutie van de nalevingspercentages sinds het referentiejaar 1998 (gebaseerd op de beschikbare, onvolledige gegevensreeksen).

2.6. Nalevingsinformatie op het regionale niveau

In dit verslag heeft de Commissie voor het eerst resultaten op het regionale niveau verwerkt en meegenomen. Daardoor kan een nauwkeuriger en meer genuanceerd overzicht worden verkregen van de tenuitvoerlegging in de lidstaten, aangezien globale cijfers niet altijd nuttig zijn.

In lidstaten met een hoog nalevingspercentage op het nationale niveau is vaak een soortgelijke trend te zien in de regio's. Lagere nalevingspercentages op het nationale niveau zijn echter vaak te wijten aan de slechte prestaties van sommige regio's (dat was bijvoorbeeld het geval in BG, SI, PT, ES, IE).

De regio's zijn ingedeeld in "landelijke", "stedelijke" of "evenwichtige" regio's naargelang van de verdeling van hun bevolking over hoofdzakelijk "kleine" agglomeraties, hoofdzakelijk "grote" agglomeraties of een evenwichtige verdeling over beide soorten agglomeraties.

Het aandeel regio's met een hoog nalevingspercentage (90-100 %) voor de artikelen 3, 4 en 5 (indien van toepassing) geeft aan dat de zogeheten "stedelijke" regio's betere resultaten boeken, op de voet gevolgd door de "evenwichtige" regio's, en dat de "landelijke" regio's lagere percentages vertonen. Dat kan worden verklaard door de langere nalevingstermijnen voor kleinere agglomeraties.

Figuur 4: Percentage regio's (stedelijk, landelijk of evenwichtig) waarin het nalevingspercentage 90 tot 100 % bedroeg voor de artikelen 3, 4 en 5.

2.7. Resterende uitdagingen

Ondanks de betere naleving van de richtlijn stedelijk afvalwater, wacht er toch nog een aantal uitdagingen:

  • De tijdige verstrekking van kwaliteitsvolle en volledige gegevensreeksen door alle lidstaten, waardoor de nalevingsresultaten betrouwbaarder zouden worden. De ontwikkeling van de gestructureerde tenuitvoerleggings- en informatiekaders (structured information and implementation frameworks, hierna "SIIF's" genoemd) zou een manier kunnen zijn om de informatie die vereist is uit hoofde van de richtlijn stedelijk afvalwater op een doeltreffendere en meer gestroomlijnde manier te verstrekken.
  • Sommige lidstaten van de EU13 hebben een aanzienlijke achterstand op hun huidige nalevingsverplichtingen, in het bijzonder op het gebied van afvalwaterbehandeling, vooral wat de ingrijpendere behandeling betreft. De lidstaten van de EU13 waarvoor de termijn nog niet is verstreken, moeten ervoor zorgen dat voor het einde van de overgangsperiode de nodige stappen worden genomen om de naleving te verzekeren. Daartoe is het van essentieel belang dat de prioriteiten op het gebied van infrastructuur goed worden gepland en dat de nodige investeringen worden aangeworven.
  • Het verbeteren van de lage nalevingspercentages in bepaalde lidstaten en regio's van de EU15 waarvoor de nalevingstermijnen al jaren geleden zijn verstreken, vormt eveneens een prioriteit.
  • De naleving in de grote steden is erop vooruitgegaan, maar een aanzienlijk aantal steden die in kwetsbare gebieden lozen, past nog steeds geen ingrijpendere behandeling toe. Dat is in het bijzonder verontrustend vanwege de druk die zij uitoefenen op het aquatische milieu.
  • 3. 
    Maatregelen ter bevordering van de naleving

Om de lidstaten te helpen om de doelstellingen van de richtlijn stedelijk afvalwater te verwezenlijken, wordt een aantal stappen ondernomen, zoals bilaterale dialogen, de ontwikkeling van uitvoeringsprogramma's, het aanwerven van investeringen via de Europese Structurele en Investeringsfondsen en de verbetering van het beheer en de verspreiding van gegevens over de tenuitvoerlegging. Bij aanhoudende niet-naleving start de Commissie een formele procedure voor inbreuken op het EU-recht.

3.1 Financieringsprogramma’s

De aanleg van infrastructuur voor de opvang en behandeling van afvalwater vergt grote investeringen, waarvoor de EU financieringsmogelijkheden aanbiedt in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen. Deze fondsen hebben de afgelopen programmeringsperioden een cruciale rol gespeeld, doordat zij de lidstaten in staat stellen om de nodige investeringen te doen om aan de bepalingen van de richtlijn stedelijk afvalwater te voldoen. In de programmeringsperiode 2007-2013 werd tot nu toe zo'n 17,8 miljard euro uit de fondsen van het cohesiebeleid toegewezen aan dergelijke infrastructuur in 22 lidstaten. De onderhandelingen over de operationele programma's voor de periode 2014-2020 worden momenteel afgerond. Voor deze periode moet aan bepaalde ex-antevoorwaarden worden voldaan. Zo moet voor investeringen in waterdiensten een waterprijsstellingsbeleid worden uitgewerkt. Dat mechanisme biedt passende prikkels om de waterreserves efficiënt te gebruiken en verzekert een passende bijdrage van de verschillende watergebruikers in de terugwinning van de kosten van waterdiensten, tegen een tarief dat is vastgesteld in de stroomgebiedbeheerplannen die zijn uitgewerkt uit hoofde van de KRW. Het zorgt er eveneens voor dat investeringen in een strategisch kader passen en dat de financiering de tenuitvoerlegging van het milieuacquis van de EU ten goede komt.

3.2 Uitvoeringsprogramma's (artikel 17)

De lidstaten hebben in 2014 informatie verstrekt over hun uitvoeringsprogramma's uit hoofde van artikel 17 van de richtlijn stedelijk afvalwater 19 . De follow-up van dit artikel is "gereactiveerd" door de "waterblauwdruk" 20 , die de nalevingspercentages moet verbeteren. Door de informatie over de naleving te combineren met informatie over geplande en lopende uitvoeringsprogramma's kan worden nagegaan of de beoogde maatregelen zullen volstaan om de naleving binnen een redelijke termijn en met de juiste prioriteiten te waarborgen. De uitvoeringsprogramma's bevatten ook waardevolle informatie over de financiële planning en de benodigde middelen.

De lidstaten 21 brachten verslag uit over 8600 projecten 22 met betrekking tot infrastructuur voor de opvang en behandeling van afvalwater en afzonderlijke of andere passende systemen, die moesten worden uitgevoerd tussen 2014 en 2027; de meeste projecten waarover verslag werd uitgebracht, zullen tegen 2018 rond zijn. De meeste projecten (70 %) moeten de mate van niet-naleving van reeds toepasselijke voorschriften beperken of wegwerken, terwijl een kleiner deel van de projecten (30 %) de naleving moet helpen verzekeren voordat de lopende termijnen verstrijken. 37 % van de projecten behelst investeringen in opvangsystemen en 63 % houdt verband met zuiveringsinstallaties.

De meeste projecten zijn gepland in de EU13. De overige projecten hebben betrekking op lidstaten waar nog een langere weg is af te leggen om de doelstellingen te halen (bv. IT en ES), lidstaten met lopende termijnen voor de recentelijk aangewezen kwetsbare gebieden (bv. FR) of lidstaten met infrastructuur die in het verleden aan de voorschriften voldeed maar moet worden vernieuwd. De geplande infrastructuur voor afvalwaterbehandeling vertegenwoordigt 7 % (43 miljoen i.e.) van de totale verontreinigingsbelasting in de EU.

Figuur 5: Aantal geplande werkzaamheden voor opvangsystemen en zuiveringsinstallaties voor stedelijk afvalwater.

De totale voorspelde investeringen die nodig zijn om nieuwe projecten uit te werken om de volledige naleving van de richtlijn stedelijk afvalwater te verzekeren, worden op 22 miljard euro 23 geraamd, evenredig verdeeld over opvang- en behandelingsinfrastructuur. De geplande cofinanciering van de EU is goed voor 25 % van de totale investeringsbehoeften.

De investeringsplannen 24 gaan nog verder en bevatten ook ramingen voor de uitbreiding en vernieuwing van bestaande systemen. Daaruit blijkt dat de jaarlijkse investeringspercentages zullen blijven stijgen met 14 % in vergelijking met de huidige situatie 25 , tot gemiddeld bijna 25 miljard euro per jaar: tussen 2015 en 2018 zal ongeveer 100 miljard euro worden geïnvesteerd in afvalwaterinfrastructuur.

Figuur 6: Huidige tegenover verwachte investeringen in opvangsystemen en zuiveringsinstallaties voor stedelijk afvalwater.

Het geïnvesteerde bedrag komt de komende jaren overeen met 50 euro per inwoner.

Figuur 7: Investeringen in opvangsystemen en zuiveringsinstallaties voor stedelijk afvalwater per hoofd van de bevolking.

De tendensen in de lidstaten lopen echter uiteen: in sommige landen zullen de investeringen toenemen of stabiel blijven, terwijl ze in andere landen zullen afnemen, zoals te zien in onderstaande figuur.

 

Figuur 8: Huidige tegenover verwachte jaarlijkse investeringen in opvangsystemen en zuiveringsinstallaties voor stedelijk afvalwater.

3.3 Het beheer en de verspreiding van gegevens verbeteren

Sinds 2012 voert de Europese Commissie een proefprogramma uit in het kader van de richtlijn stedelijk afvalwater om de lidstaten te helpen om de verslagleggingsprocessen en de verspreiding van de gegevens onder de bevolking te verbeteren door SIIF's uit te werken. Het concept werd voor het eerst voorgesteld in de mededeling 26 inzake meer voordelen door EU-milieumaatregelen. Een beter gegevensbeheer zal de tenuitvoerlegging van de richtlijn stedelijk afvalwater ten goede komen en de administratieve lasten verlagen, onder meer door het mogelijk te maken om op efficiënte wijze te voldoen aan de voorschriften van de INSPIRE-richtlijn 2007/2/EG 27 en Richtlijn 2003/4/EG 28 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie. Tot dusver werkten vier lidstaten (CY, LT, SI en IE) mee aan de ontwikkeling van nationale SIIF's, die tevens verbeterde IT-systemen en websites 29 met gegevens over afvalwater 30 omvatten. In de volgende fase zullen daar nog drie lidstaten bijkomen (HR, PL en RO). De Commissie werkt ook nauw samen met het EEA om de organisatie en verspreiding van informatie op EU-niveau te verbeteren 31 . Het resultaat van het SIIF-proefprogramma zal worden gebruikt om operationele SIIF's uit te werken voor andere lidstaten en belanghebbenden in de EU.

3.4 Rechtshandhaving

De Commissie heeft de naleving van de richtlijn stedelijk afvalwater door de lidstaten tot nu toe hoofdzakelijk verzekerd via voortdurende dialoog en maatregelen om de naleving te bevorderen, maar waar nodig ook door bilaterale dialogen aan te knopen en inbreukprocedures in te stellen tegen lidstaten die de regelgeving niet naleven. Dit gebeurde gewoonlijk via "horizontale" zaken die betrekking hadden op meerdere agglomeraties die onder dezelfde nalevingsverplichtingen 32 vallen, voor de "oudere" lidstaten sinds het verstrijken van de desbetreffende termijnen in de richtlijn stedelijk afvalwater, en voor de "nieuwere" lidstaten geleidelijk aan naarmate de nalevingstermijnen verstrijken.

Voor de eerste groep heeft het Hof van Justitie van de EU sinds begin 2013 zeven arresten uitgevaardigd, waarvan er drie op artikel 260 van het Verdrag betreffende de werking van de EU waren gebaseerd, wat wil zeggen dat het Hof een forfaitaire som en dwangsom oplegde aan de drie betrokken lidstaten (BE 33 , LU 34 en EL 35 ) wegens niet-naleving van eerdere arresten uit 2004, 2006 en 2007. Dit zijn de eerste zaken waarin het Hof een boete heeft opgelegd wegens niet-naleving van de richtlijn stedelijk afvalwater. Vijf zaken zijn momenteel in behandeling bij het Hof.

De Commissie heeft sinds 2012 ook een aantal horizontale zaken aanhangig gemaakt die betrekking hadden op verschillende honderden agglomeraties in een enkele lidstaat.

Voor de "nieuwere" lidstaten zijn tot slot specifieke tussentijdse termijnen vastgesteld in de respectieve Toetredingsverdragen, waarvan er ondertussen al enkele zijn verstreken. De Commissie controleert de naleving van deze tussentijdse termijnen door de lidstaten hoofdzakelijk via de gewone verslaglegging.

De Commissie is op basis van het 7e verslag (2009-2010) bilaterale dialogen aangegaan met 10 lidstaten. De vermoede inbreuken variëren van lidstaat tot lidstaat, aangezien niet alle tussentijdse termijnen dezelfde zijn.

  • 4. 
    Banen en groei scheppen door te investeren in infrastructuur voor waterdiensten

De aanleg van infrastructuur om kwaliteitsvolle afvalwaterdiensten te verstrekken vergt grote investeringen en werkzaamheden, die een belangrijke bijdrage leveren aan de werkgelegenheid en groei in de watersector.

De industriële sector 36 is op zichzelf al goed voor een meerwaarde van ongeveer 15 miljard euro per jaar.

Figuur 9: Evolutie van de meerwaarde van de afvalwaterindustrie in de EU-28 tussen 2008 en 2012.

Als we het ruimere plaatje bekijken, valt op dat het beheer van afvalwater in de goederen- en dienstensector 37 goed is voor meer dan 600 000 banen, een jaarlijkse productiewaarde van meer dan 100 miljard euro en een jaarlijkse meerwaarde van ongeveer 42 miljard euro (investeringen, onderhoud, exploitatie, uitvoer van technologie en kennis).

Figuur 10: Evolutie van de werkgelegenheid uitgedrukt in voltijdequivalenten en van de productiewaarde in het beheer van afvalwater in de EU-28 tussen 2003 en 2012.

Zoals hierboven aangegeven zal de afvalwatersector blijven groeien.

De tenuitvoerlegging van de richtlijn stedelijk afvalwater draagt dus niet enkel bij aan de verwezenlijking van de milieudoelstellingen, maar biedt ook een belangrijke stimulans voor de werkgelegenheid, de groei en investeringen 38 . Verschillende projecten die werden geselecteerd voor steun uit het investeringsplan van de Commissie 39 hebben betrekking op investeringen in afval- en drinkwaterinfrastructuur.

  • 5. 
    Innovatie: van essentieel belang om het efficiënte gebruik van hulpbronnen en de groei te ondersteunen

Om de burgers op een zo kosteneffectief mogelijke manier van hoogwaardige waterdiensten te voorzien, is het van essentieel belang dat er wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling en grootschalige toepassing van innovatieve oplossingen om het efficiënte gebruik van hulpbronnen te bevorderen, zoals oplossingen voor de terugwinning van energie, de terugwinning van nutriënten en de verwerking ervan tot verhandelbare producten en het hergebruik van water. Innovatie is bovendien een belangrijke factor om het concurrentievermogen te verhogen, banen te scheppen en economische groei te creëren.

Het Europees Innovatiepartnerschap (EIP) voor water 40 moet de ontwikkeling van innovatieve oplossingen bevorderen en kansen creëren op de markt, zowel in de EU als daarbuiten. Er zijn 8 prioritaire gebieden vastgesteld, namelijk hergebruik en recycling van water, water- en afvalwaterzuivering, met inbegrip van de terugwinning van hulpbronnen, het verband tussen water en energie, de beheersing van de risico's van overstromingen en droogte, ecosysteemdiensten, waterbeheer, systemen ter ondersteuning van de besluitvorming en monitoring, slimme technologieën en financiering voor innovatie. Het EIP water wordt gedragen door 29 vrijwillige multi-stakeholderactiegroepen. Hun partners ontwikkelen, testen, verruimen, verspreiden en stimuleren de toepassing van innovaties op de markt en in de samenleving voor belangrijke uitdagingen in verband met water. Er zijn al verschillende projecten opgezet. Die vormen een centraal element van de tenuitvoerleggingsfase van het EIP voor water. Innovatieve oplossingen zijn ook van essentieel belang om de nadelige effecten op het milieu te beperken in erg dichtbevolkte gebieden en om die gebieden te veranderen in "slimme steden".

Het belang van onderzoek en ontwikkeling voor water is voorts erkend in Horizon 2020, het EU-financieringsprogramma voor onderzoek en innovatie voor 2014-2020. Water is in de context van het werkprogramma 2014-2015 van Horizon 2020 aangemerkt als aandachtsgebied, met de bedoeling innovatieve wateroplossingen op de markt te brengen en de tenuitvoerlegging van het EIP en de gezamenlijke programmeringsinitiatieven van de lidstaten rond water te ondersteunen. Er werd onder meer bijzondere aandacht geschonken aan demonstratie- en markttoepassingsprojecten om de kloof tussen innovatieve wateroplossingen en hun markttoepassing te dichten. Bovendien werd in het werkprogramma 2016-2017 van Horizon 2020 in de volledige Horizon 2020-structuur aandacht besteed aan waterkwesties met het oog op de voortzetting van de in 2014-2015 geleverde inspanningen. De maatregelen om waterinnovatie te stimuleren in Europa en daarbuiten zijn voornamelijk gericht op de domeinen kringloopeconomie, duurzame steden, klimaatdiensten, territoriale veerkracht enzovoort. De maatschappelijke uitdaging van "klimaatactie, efficiënt gebruik van hulpbronnen, en grondstoffen" van Horizon 2020 pleit meer in het bijzonder voor een systematische aanpak op basis van grootschalige demonstratie-/proefprojecten, die voldoende vernieuwend moeten zijn en voldoende vooruitgang moeten inhouden ten aanzien van de stand van de techniek. Deze projecten moeten tot doel hebben nieuwe technologische en niet-technologische oplossingen toe te passen en te testen. Ze moeten ook belangstelling wekken onder innovatoren en innovatiegebruikers (bv. bedrijfstakken, financiële spelers, academici, onderzoekers, particuliere of publieke instanties, regio's, steden, burgers en hun organisaties enz.) om zo aanvullende publieke/particuliere investeringen in de watersector te helpen aantrekken en de synergieën met andere relevante EU-financieringsmechanismen, zoals de Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESIF), te helpen versterken, in het bijzonder in het kader van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO).

Voor de afvalwatersector zijn innovatieve oplossingen voor het hergebruik van water en de mogelijke belangrijke bijdrage daarvan aan het efficiënte gebruik van hulpbronnen erg relevant. In het kader van de follow-up van de waterblauwdruk 41 bekijkt de Commissie momenteel of er op EU-niveau een instrument kan worden ingesteld om het hergebruik van water te stimuleren, zoals voorgeschreven in artikel 12 van de richtlijn stedelijk afvalwater.

  • 6. 
    Conclusies
    • • 
      De tenuitvoerlegging van de richtlijn stedelijk afvalwater heeft de lozingen van verontreinigingsbelasting uit organisch materiaal en nutriënten in de EU aanzienlijk teruggedrongen en speelt dan ook een belangrijke rol in het bereiken van een goede milieutoestand van mariene en zoete wateren.
    • • 
      Hoewel er nog uitdagingen wachten, zoals de aanzienlijke investeringsbehoeften en de langetermijnplanning, werden in de EU-15 reeds hoge nalevingspercentages bereikt. In de EU-13 zijn er echter nog aanzienlijke tekortkomingen in de naleving op te merken, in het bijzonder wat de behandeling van afvalwater betreft. Er zijn krachtiger maatregelen en meer investeringen nodig om binnen een redelijke termijn tot volledige naleving te komen.
    • • 
      Uit de uitvoeringsprogramma's blijkt dat de lidstaten grote investeringen plannen om de tekortkomingen in de naleving weg te werken door afvalwaterinfrastructuur aan te leggen. De lidstaten moeten de nodige informatie blijven verzamelen om toekomstige investeringsbehoeften en operationele kosten tijdig te identificeren en om de prestaties van hun huidige systemen te verbeteren of te handhaven.
    • • 
      Er zijn bijkomende inspanningen nodig om de kwaliteit en de tijdigheid van de overgelegde gegevens over de tenuitvoerlegging van de richtlijn stedelijk afvalwater te verbeteren. Daartoe worden momenteel processen en instrumenten herzien en ontwikkeld door de Commissie, in samenwerking met het EMA en de lidstaten.
    • • 
      De watersector levert een belangrijke bijdrage aan de economische groei en de werkgelegenheid. Investeringen die de volledige naleving van de EU-regelgeving helpen verzekeren, hebben een aanzienlijk potentieel om nieuwe banen en groei te scheppen.
    • • 
      Investeringen in innovatieve technologie zijn van essentieel belang om het efficiënte gebruik van hulpbronnen in de watersector te bevorderen en dragen bovendien bij tot de werkgelegenheid en de economische groei.

(12)

De term "inwonerequivalenten" of i.e., die wordt gebruikt in de richtlijn stedelijk afvalwater, heeft betrekking op de organische verontreiniging die wordt voortgebracht door de inwoners van een stad/dorp en door andere bronnen zoals de niet-ingezeten bevolking en de landbouw- en voedingssector.

  • In het 8e verslag worden de termen EU-13, EU-15 en EU-28 gebruikt, waarvan de betekenis op EU-niveau duidelijk is, ook al hebben zij voor de cijfers voor de tenuitvoerlegging betrekking op respectievelijk 11, 14 en 25 lidstaten, aangezien de gegevens van HR, IT en PL niet zijn verwerkt.
  • Zie de bijlage.
  • PL en HR zijn niet opgenomen in de berekening, IT slechts gedeeltelijk. De percentages hebben betrekking op de voortgebrachte i.e.-belasting en zijn onderhevig aan respectievelijk de verstreken en de lopende termijnen.

(16)

 Afzonderlijke of andere passende systemen die dezelfde mate van milieubescherming bieden als opvangsystemen.

(36)

Eurostat (NACE Rev. 2, B-E) http://ec.europa.eu/eurostat/data/database

(37)

Eurostat http://ec.europa.eu/eurostat/web/environment/environmental-goods-and-services-sector/database

 
 

2.

Uitgebreide versie

Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met de juridische context.

De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de EU Monitor van PDC Informatie Architectuur.

3.

EU Monitor

Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.

De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.