Sociale pijler van Europa - EU monitor

EU monitor
Vrijdag 28 februari 2020
kalender
Met dank overgenomen van Europa Nu.
 
Valdis Dombrovskis, vicevoorzitter van de Europese Commissie en Eurocommissaris voor een Economie die werkt voor de mensen
Bron: European Commission

De sociale pijler van Europa is een initiatief van de Europese Commissie i om de rechten van burgers op het gebied van werkgelegenheid en sociale zekerheid te versterken. Ook is de pijler ontwikkeld om regelgeving in verschillende lidstaten i op dit beleidsterrein beter op elkaar af te stemmen. Traditioneel gezien valt sociaal beleid buiten het toepassingsgebied i van de EU. De voorgestelde beginselen bieden daarom vooral een maatstaf om de prestaties van het sociaal en werkgelegenheidsbeleid in de lidstaten te vergelijken, te verbeteren en de lidstaten te stimuleren om de sociale rechten in hun land te versterken. De sociale pijler is gericht op de landen binnen de Eurozone i, maar andere EU-lidstaten i kunnen ook meedoen als ze dat willen.

Voormalig Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker i kondigde de pijler in 2015 aan in zijn 'State of the Union'. De Commissie gelooft dat nationale arbeidsmarkten en sociale zekerheidsstelsels beter functioneren als landen in de eurozone hun regelgeving op elkaar afstemmen. Hierdoor kunnen economische crises makkelijker worden opgevangen. Op 17 november 2017 ondertekenden het Europees Parlement i, de Raad i en de Commissie i gezamenlijk de sociale pijler tijdens de 'Sociale Top voor eerlijke banen en groei' in het Zweedse Göteborg.

De huidige Commissievoorzitter, Ursula von der Leyen i, kondigde in haar speech voor het Europees Parlement in juli 2019 aan de sociale pijler verder te willen ontwikkelen. Ook gaf zij onder het tweede speerpunt in haar werkprogramma i - een economie die werkt voor de burger - aan dat de nadruk van de sociale markteconomie meer op het 'sociale' element moet komen te liggen. Ook in het kader van de Green Deal i is de sociale pijler van groot belang: de Commissie wil ervoor waken dat de transitie naar een duurzame economie op een rechtvaardige manier gebeurt, waarbij geen burgers of regio's achterblijven.

1.

Burgers beschermen tegen de gevolgen van transities

De sociale pijler komt voort uit de veronderstelling dat er de laatste tijd grote veranderingen plaatsvinden in de Europese samenleving en dat het van groot belang is dat er geen burgers achterblijven door deze veranderingen. Vooral de vernieuwde convergentie in de Eurozone zorgt voor nieuwe uitdagingen, maar de sociale pijler richt zich ook op lidstaten die (nog) geen lid zijn van de Eurozone. De sociale pijler richt zich op het bestrijden van drie hoofdproblemen: ongelijke kansen op de arbeidsmarkt, slechte arbeidsomstandigheden en een gebrek aan sociale bescherming en integratie.

De Commissie-Von der Leyen i heeft tot doel om twee grote transities te verwezenlijken: een groene en een sociale transitie. De Commissie erkent dat zulke ingrijpende veranderingen risico's met zich meebrengen: bepaalde burgers of regio's zouden er op achteruit kunnen gaan wanneer zij niet ondersteund worden in het maken van de transities. Eurocommissaris voor een Economie die werkt voor de burger, Valdis Dombrovskis i, geeft aan dat het succesvol implementeren van de sociale pijler door de EU en de lidstaten een grote bijdrage kan leveren aan het voorkomen van deze negatieve gevolgen van de door te voeren veranderingen. Daarom staat de sociale pijler dan ook hoog op de agenda van de Commissie.

2.

Voorgestelde oplossingen

De basis van de pijler bestaat uit twintig beginselen, onderverdeeld over drie hoofdstukken die gekoppeld zijn aan de hierboven geschetste problemen:

Hoofdstuk I: Gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt

  • 1. 
    Onderwijs, opleiding en een leven lang leren voor iedereen
  • 2. 
    Gelijkheid van mannen en vrouwen
  • 3. 
    Gelijke kansen op het gebied van werkgelegenheid, sociale bescherming en onderwijs, ongeacht gender, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid
  • 4. 
    Actieve ondersteuning bij het vinden van werk

Hoofdstuk II: Billijke arbeidsvoorwaarden

  • 5. 
    Veilige en flexibele werkgelegenheid voor iedereen
  • 6. 
    Voor iedereen een loon waarmee een fatsoenlijke levensstandaard onderhouden kan worden
  • 7. 
    Informatie over arbeidsvoorwaarden en bescherming bij ontslag
  • 8. 
    Sociale dialoog tussen werkgevers en werknemers en betrokkenheid van werknemers
  • 9. 
    Evenwicht tussen werk en privéleven
  • 10. 
    Een gezonde, veilige en goed aangepaste werkomgeving en gegevensbescherming

Hoofdstuk III: Sociale bescherming en inclusie

  • 11. 
    Kinderopvang en hulp aan kinderen
  • 12. 
    Sociale bescherming van werknemers
  • 13. 
    Werkloosheidsuitkeringen
  • 14. 
    Een minimuminkomen voor Europeanen
  • 15. 
    Een waardig inkomen voor ouderen
  • 16. 
    Toegang tot goede gezondheidszorg voor iedereen
  • 17. 
    Inclusie van personen met een handicap
  • 18. 
    Langdurige zorg voor iedereen
  • 19. 
    Huisvesting en ondersteuning voor daklozen
  • 20. 
    Toegang tot essentiële diensten voor iedereen

De nieuwe Commissie wil voortbouwen op deze beginselen, maar geeft ook aan dat er niet alleen op Europees niveau actie moet worden ondernomen. Daarom verzoekt de Commissie alle EU-landen, regio's en partners om hun mening te geven over welke doelstellingen in de pijler verwerkt moeten worden. Dit zal bijdragen aan de voorbereiding van een in 2021 te publiceren actieplan dat alle bijdragen moet weerspiegelen en dat zal worden voorgelegd op het hoogste politieke niveau.

3.

Consultatie over minimumloon

In het kader van de sociale pijler publiceerde de Commissie in januari 2020 een consultatie over het voorstel om het minimuminkomen op Europees niveau te reguleren. De Commissie gaf hierbij wel aan dat het niet gaat om het gelijktrekken van het minimumloon in heel Europa. Het gaat om de vraag of werkgevers en vakbonden voordelen zien in Europese controle dat in elk land sprake is van een minimuminkomen dat rechtvaardig is, de verschillen tussen het beleid van lidstaten daargelaten.

 

4.

Meer informatie