Interview

Met dank overgenomen van R.J. (Rudmer) Heerema i, gepubliceerd op maandag 1 augustus 2016, 3:09.

KRIJGT KIPPENVEL VAN HET KIJKEN

NAAR SPORTPRESTATIES

PARLEMENTSLID RUDMER HEEREMA

Rudmer Heerema (1978) is een sportman in hart en spieren. Een fervent hardloper, ‘echt

een verademing om door de prachtige natuurgebieden rond Alkmaar te kunnen rennen.’

Tijdens de Olympische Spelen is hij niet weg te slaan bij de buis. In de Kamer is hij op alle

sportonderdelen bezig. Of het nu topsport is, matchfixing, doping, buurtsportcoaches, gehandicaptensport,

financiering van de sport of evenementenorganisatie. Partijgenote Erica

Terpstra (VVD) is zijn grote voorbeeld. ’Ik wil in haar voetsporen treden als hét aanspreekpunt

voor sport in de Tweede Kamer.’ Reden voor een gesprek.

GERDA

PREUSTING

Op je website lees ik dat sport altijd de rode

draad in je leven is geweest. Kom je uit een

sportief ‘nest’, ik bedoel: is bewegen je met

de paplepel ingegeven of vanzelf komen aanwaaien?

‘Ik kom niet uit een bijzonder sportief nest.

Mijn ouders hebben mij tijdens mijn actieve

sportperiode wel altijd volledig ondersteund

met het rijden naar wedstrijden en het laten

deelnemen aan trainingskampen. De interesse

voor sport komt bij mij echt uit mezelf, ik vind

het echt heerlijk om zelf te sporten en kan

kippenvel krijgen van het kijken naar unieke

sportprestaties. De mooiste twee weken van

mijn leven waren waarschijnlijk ook de weken

dat ik rondliep op de Olympische Spelen van

Londen, waar ik 24 uur per dag bezig kon zijn

met sport. Ik heb zelf atletiek en zwemmen

gedaan toen ik jonger was. Met atletiek ben ik

gestopt toen ik steeds meer ging trainen voor

zwemmen.’

Je was een succesvol zwemmer, is dat de

sport die je nog steeds het meest aan het hart

ligt en/of beoefen je die nu nog steeds of wellicht

een andere sport?

‘De zwemsport ligt mij nog steeds na aan

het hart. Ik ga regelmatig in Amsterdam of

Eindhoven kijken bij de swimcups die daar

worden georganiseerd en als er zwemmen op

de televisie is zet ik hem ook altijd even aan.

Ik zwem echter zelf al een flink aantal jaren niet

meer, ik vind hardlopen nu een veel leukere

sport. Dat komt denk ik ook omdat ik zo vaak

de tegeltjes in het zwembad heb geteld, dat

ik het echt een verademing vind om door de

prachtige natuurgebieden rond Alkmaar te

kunnen rennen.’

Je hebt als zwemmer deel uitgemaakt van de

nationale jeugdselectie, wat was de

reden om met de zwemsport te stoppen?

‘Ik ben geblesseerd geraakt tijdens krachttraining.

Ik heb toen met bankdrukken drie

ribben uit mijn borstbeen gescheurd. Een

subluxatie zoals dat heet. Daarna heb ik jaren

niet kunnen sporten en na vier jaar kon ik voor

het eerst weer een keer de sportzaal in.’

Je bent een generatiegenoot van Pieter van

de Hoogenband. Wel eens met/tegen hem

gezwommen?

‘Ik heb een aantal jaren tegen én met hem

gezwommen. Hij was uiteraard als grootste

zwemtalent ooit in Nederland vrijwel ongenaakbaar.

Toch heb ik hem twee keer verslagen.

Één keer op een heel lullige manier, omdat hij

een dubbele valse start maakte op de 1500m

vrij. Ik werd toen Nederlands Kampioen.

Een tweede keer in een rechtstreeks duel op

de 200m vlinderslagen. Dat was een duidelijke

overwinning voor mij.’

Je bent woordvoerder sport in de Tweede

Kamer. Hoe kwam die portefeuille bij jou,

vanwege je sportieve opleiding? Wat zijn je

hoofdwerkzaamheden in de Kamer? Op de

site lees ik dat je de topsport nog verder op de

kaart wilt zetten. Kun je aan de lezers uitleggen

waaruit dat blijkt?

‘Toen ik net in de Kamer kwam, kreeg ik eerst

twee onderwerpen waarop ik mij moest bewijzen

voordat ik de portefeuille kreeg die ik het

liefste wilde hebben.

Ik heb dus anderhalf jaar lang keihard gewerkt

aan de nieuwe Natuurwet en aan het verbeteren

van Dierenwelzijn.

Blijkbaar heb ik dat goed gedaan, want na

anderhalf jaar kreeg ik sport erbij. Fantastisch,

want ik vind dat het allermooiste onderwerp.

In de Kamer ben ik op alle sportonderdelen

bezig. Of het nu topsport is, matchfixing, doping,

buurtsportcoaches, gehandicaptensport,

financiering van de sport of evenementenorganisatie.

Op dit moment ben ik bezig met

vakleerkrachten voor bewegingsonderwijs op

basisscholen. Ik heb daar een initiatiefnota

voor geschreven, omdat ik vind dat alle kinderen

in Nederland goed

bewegingsonderwijs zouden moeten krijgen.

Dat is nu op teveel scholen niet het geval.

Ik heb uiteraard goede banden met NOC*NSF,

maar wat ik ook gedaan heb toen ik woordvoerder

sport werd, was om juist de contacten

met de sportbonden aan te halen. Dan kan ik

nog beter horen hoe het met een sportbond

gaat, waar ze tegenaan lopen en waar ik

eventueel kan helpen.’

Hoe ziet de sportbegroting er uit en hoe

verhoudt die zich in relatie tot het het

perspectief van de volksvertegenwoordiging?

Vind je dat de Rijksoverheid voldoende financiën

uittrekt voor sport of kan het beter/meer?

‘De sportbegroting is één van de kleinste

onderdelen van de rijksbegroting. Er gaat

landelijk gezien 128,8 miljoen euro in om,

waarvan het grootste gedeelte bestemd is voor

de buurtsportcoaches. Maar dat neemt niet

weg dat ik sport ondanks de bescheiden rol in

de begroting juist het belangrijkste onderdeel

van mijn portefeuille vind.

Sport is na taal het tweede bindmiddel in onze

samenleving, het heeft zoveel raakvlakken met

andere beleidsterreinen en sport als middel

zorgt juist voor lagere zorgkosten, minder

hangjongeren en economische ontwikkeling

rondom evenementen. Ik ben van mening dat

we door meer middelen vrij te maken voor

sport meer winst op andere onderdelen van de

begroting kunnen boeken. In plaats van hoge

zorgkosten door gebrek aan beweging, sport

als middel preventief inzetten aan de voorkant

van het traject. Dat betekent dus dat er wat mij

betreft best wat bij mag op de sportbegroting.’

Bij de politie is het topsportproject wegens

bezuiniging al jaren geleden opgeheven.

De huidige politiesporters mogen echter wel

hun carrière binnen de politie afronden.

Een van hen is Bas Verwijlen die als topschermer

een ticket heeft veroverd voor Rio. Ooit

van hem gehoord?

Volg je überhaupt straks in Rio de eventuele

Nederlandse successen?

‘Natuurlijk ken ik Bas Verwijlen. Heel knap hoe

hij zich op eigen kracht heeft gekwalificeerd.

Zijn naam hangt sinds zijn kwalificatie dan ook

op mijn muur, waar ik de namen van alle

gekwalificeerden verzamel. Het is gaaf om te

zien dat die namenlijst elke week groeit. Ik ben

nu al bezig met Rio en volg zoveel mogelijk

sporters tijdens hun kwalificatiemomenten.

Tijdens de Olympische Spelen ben ik ook echt

niet weg te slaan bij de televisie. Daarnaast

ben ik van plan om de Olympic Experience in

Scheveningen, een soort van Holland Heineken

House in Nederland, vaak te bezoeken om

samen met andere sportliefhebbers te genieten

van absolute topsport.’

Wat vind je van de huidige conditie van de

gemiddelde politieman/vrouw? Denk je dat het

beter kan? Percentage deelnemers aan de

verplichte FVT (Fysieke Vaardigheids Toets) is

de afgelopen jaren flink toegenomen; van 63

procent in 2013 naar 70 procent vorig jaar.

‘Toen ik nog in de gemeenteraad van Alkmaar

zat heb ik wel eens een dienst van de politie

meegedraaid. Dat was ontzettend leerzaam

en ik merkte dat die agenten in goede conditie

waren. Maar ik ben topsporter genoeg om te

zeggen dat er altijd winst te behalen valt. Als jij

zegt dat er een grote stijging is van deelname

aan de FVT van 63 naar 70 procent, dan vraag

ik mij als eerste af waarom er 30 procent nog

niet meedoet.’

Ken je de FVT, wel eens over gehoord of gezien

hoe de toets wordt afgelegd?

‘Ik ken het begrip wel, maar ik heb hem nog

nooit gedaan. Misschien moeten we dat een

keer gaan doen! Ik heb op de ALO wel

regelmatig brandweerlieden in onze zalen zien

oefenen ter voorbereiding op de test voor de

brandweer, wellicht ligt dat in dezelfde lijn?’

‘Sport is na taal het tweede

bindmiddel in onze

samenleving, het heeft zoveel

raakvlakken met andere

beleidsterreinen en sport als

middel zorgt juist voor lagere

zorgkosten, minder hangjongeren

en economische ontwikkeling

rondom evenementen’

Heb je wel eens contact met politiemedewerkers,

zo ja, komt het onderwerp sport dan ook

aan de orde?

‘Ik heb regelmatig contact gehad met politiemedewerkers,

maar dat contact beperkt zich

vaak tot inzet bij uitgaansgebieden of de werkwijze

rondom evenementen. Ik heb geen politie

in mijn portefeuille zitten en in onze fractie is de

woordvoerder echt het eerste aanspreekpunt.’

Het aantal hardlopende politiemensen is de

laatste jaren gigantisch toegenomen.

De Stichting Nederlandse Politie Sportbond

faciliteert een stukje deelname. Resultaat:

Marikenloop en Zeven Heuvelenloop, al jaren

de politie op het erepodium.

De rugbyers wonnen in 2015 de Warriorscup

en onlangs liep een politievrouw haar 150ste

marathon. Zo zijn er meer successen te noemen.

Positieve ontwikkeling?

‘Wat vind ik dit mooi om te horen! Hardlopen

maakt landelijk een enorme groei door. Er zijn

steeds meer mensen die hardlopen en als je op

een weekenddag kijkt, dan zie je om de haverklap

hardloopshirtjes voorbij komen. Heel gaaf!

Ik vind het ook prachtig om te horen dat er heel

bewust aangemoedigd wordt om sportief te

zijn. Het past bij de politie en je laat daarmee

goed zien midden in de maatschappij te staan.

Maar breder kijkend dan alleen de politie is het

natuurlijk fantastisch om te zien dat er steeds

meer mensen genieten van zelf sporten, of het

nu hardlopen is of crossfit. Fit is het nieuwe

slank en bij die levenshouding voel ik me thuis.’

Wat vind je van het belang van sport in zijn

algemeenheid?

‘Ik kan het belang niet genoeg benadrukken. Ik

heb al eerder gezegd dat sport zo ontzettend

veel raakvlakken heeft met andere delen van

het leven. Sport is niet alleen heel leuk om te

doen, het is vooral ook gezond, zorgt voor

binding in de samenleving, helpt bij integratie

en zorgt ervoor dat onze buurten veiliger

worden. Daarnaast heeft topsport een voorbeeldfunctie

en daar zullen we komende zomer

weer een paar prachtige voorbeelden van gaan

zien.’

Wat zijn je toekomstplannen, nog lang in de

Kamer?

‘Ik zit nu tweeëneenhalf jaar in de Kamer en

ik zou graag de volgende periode door willen

gaan. Op het gebied van sport merk ik dat er

echt behoefte is aan een type zoals Erica Terpstra

dat was. Zij is mijn voorbeeld en ik wil in

haar voetsporen treden als hét aanspreekpunt

voor sport in de Tweede Kamer.’

Bijlagen

interview-rudmer-heerema (pdf, 0.27 MB)