Memorie van toelichting - Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2021

Deze memorie van toelichting i is onder nr. 2 toegevoegd aan wetsvoorstel 35570 A - Vaststelling begroting Infrastructuurfonds 2021 i.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2021; Memorie van toelichting; Memorie van toelichting
Document­datum 15-09-2020
Publicatie­datum 15-09-2020
Nummer KST35570A2
Kenmerk 35570 A, nr. 2
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2020

2021

35 570 A

Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2021

Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

Ontvangen 15 september 2020

INHOUDSOPGAVE

Geraamde uitgaven en geraamde ontvangsten verdeeld over productartikelen en niet-productartikelen    2

3.1    Artikel 12 Hoofdwegennet    16

3.2    Artikel 13 Spoorwegen    31

3.3    Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur    39

3.3    Artikel 15 Hoofdvaarwegennet    43

3.3    Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer    54

3.3    Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten    64

3.3    Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk    67

3.3    Artikel 20 Verkenningen, reserveringen en

investeringsruimte    68

Bijlage 1: Voeding van het Infrastructuurfonds en begrotingsstaat per productartikelonderdeel    81

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage    86

Bijlage 3: Overzichtsconstructie Kustwacht    131

Bijlage 4: Instandhouding    134

Bijlage 5: ProRail    152

Bijlage 6: DBFM-conversies    155

Bijlage 7: Tol    156

Bijlage 8: Lijst van afkortingen    160

GERAAMDE UITGAVEN EN GERAAMDE ONTVANGSTEN VERDEELD OVER PRODUCTARTIKELEN EN NIET-PRODUCTARTIKELEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven van het infrastructuurfonds 2021 (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 13.804.440

,,,,

0    2.500    5.000    7500    10.000

  • 12. 
    Hoofdwegennet 2.879
  • 13. 
    Spoorwegen 9.072
  • 14. 
    Regionaal, lokale infrastructuur 84
  • 15. 
    Hoofdvaarwegennet 1.315
  • 17. 
    Megaprojecten Verkeer en Vervoer 219
  • 18. 
    Overige uitgaven en ontvangsten 20. Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte 235

Figuur 2 Geraamde ontvangsten van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 13.804.440

  • 12. 
    Hoofdwegennet 137
  • 13. 
    Spoorwegen 199
  • 14. 
    Regionaal, lokale infrastructuur
  • 15. 
    Hoofdvaarwegennet 91

17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer 65

  • 19. 
    Bijdragen andere begrotingen Rijk 13.313

Figuur 3 Geraamde uitgaven van het Infrastructuurfonds voor 2021 naar soort (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 13.804.440

Aanleg 1.965

Beheer, onderhoud en vervanging 2.716

Geïntegreerde contractvormen / PPS 910 Omvormingskosten zbo 7147

Investeringsruimte

Management Infrasystemen 14

Netwerkgebonden kosten 1.052

2.000

4.000

6.000 8.000

Figuur 4 Onderstaand zijn de gemiddelde jaarlijkse uitgaven per productartikel in de periode 2020-2034 gepresenteerd (bedragen x € 1 miljoen). Totaal gemiddeld € 6.940.048

  • 12. 
    Hoofdwegennet 2.496
  • 13. 
    Spoorwegen 2.327
  • 14. 
    Regionaal, lokale infrastructuur 30
  • 15. 
    Hoofdvaarwegennet 907

17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer 448

  • 18. 
    Overige uitgaven en ontvangsten 100 120. Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte 631

3.000

Figuur 5 Onderstaand zijn de gemiddelde jaarlijkse ontvangsten per productartikel in de periode 2020-2034 gepresenteerd (bedragen x € 1 miljoen). Totaal gemiddeld € 6.940.048

  • 12. 
    Hoofdwegennet 65
  • 13. 
    Spoorwegen 217
  • 14. 
    Regionaal, lokale infrastructuur 0
  • 15. 
    Hoofdvaarwegennet 18

17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer 41 18. Overige uitgaven en ontvangsten 5 19. Bijdragen andere

begr?0ir%erkeRihknge9i!

reserveringen en investeringsruimte 3

8.000

0    2.000    4.000    6.000

  • A. 
    ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat

  • C. 
    van Nieuwenhuizen Wijbenga
  • B. 
    BEGROTINGSTOELICHTING

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (lenW) heeft drie begrotingen:

  • 1. 
    de beleidsbegroting (Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting);
  • 2. 
    de begroting van het Infrastructuurfonds (Hoofdstuk A van de Rijksbegroting);
  • 3. 
    de begroting van het Deltafonds (Hoofdstuk J van de Rijksbegroting).

Voor u ligt de begroting van het Infrastructuurfonds.

Door een apart fonds voor infrastructuur kan beter invulling worden gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in de wet op het Infrastructuurfonds, te weten het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur. Zo mag het fonds jaarlijkse saldi (meer of minder uitgaven in enig jaar) overhevelen - in tegenstelling tot de beleidsbegroting van IenW - waardoor (kasmatige) vertragingen en versnellingen van projecten niet hoeven te leiden tot budgettaire knelpunten.

Het Infrastructuurfonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de begroting Hoofdstuk XII (artikelonderdeel 26.01). Daarnaast worden voor een aantal projecten uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, decentrale overheden, buitenlandse overheidsinstanties en de Europese Unie.

  • 1. 
    Leeswijzer

Structuur

De opzet en de structuur van de begroting voor het Infrastructuurfonds zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. De begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd.

  • 1. 
    Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Infrastructuurfonds voor het jaar 2021 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld.
  • 2. 
    In de infrastructuuragenda is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2021 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2021 begint.
  • 3. 
    Het laatste onderdeel van de agenda, «Begroting op hoofdlijnen», verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.
  • 4. 
    In de artikelgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel zijn de MIRT tabellen met de realisatieprojecten alsmede de verkenningen en planuitwerkin-gprogramma's opgenomen waarin de begrotingsmutaties op project-niveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT tabellen zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is:
  • van een wijziging (anders dan door de verwerking van prijsbijstelling) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan

€ 10 miljoen;

  • van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project. De stand «vorig» betreft de stand in de eerste suppletoire begroting 2020. Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden, kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 2020. Voor de projecten in de MIRT tabellen is waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht.
  • 5. 
    In de verdiepingsbijlage is door middel van een meerjarige mutatietabel op artikelonderdeelniveau de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds.
  • 6. 
    De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting of betreffen overzichtsconstructies.

Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op de rijksbegrotingsvoorschriften de onderstaande punten in deze begroting verwerkt:

  • 1. 
    Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015-2016, 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotingsartikelen op het Infrastructuurfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen. De norm voor het toelichten van de begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel is hiermee als volgt:

Tabel 1 Norm bij te verklaren verschillen

Norm bij te verklaren verschillen

Beleidsmatige    Technische

Omvang begrotingsartikel (stand Ontwerpbegroting in mutaties    mutaties

€ miljoen)    (ondergrens in    (ondergrens in

€ miljoen)    € miljoen)

 

< 50

1

2

> 50 en < 200

2

4

> 200 < 1000

5

5

> 1000

5

5

  • 2. 
    In bijlage 1 zijn de uitgaven per modaliteit weergegeven. Daarbij is het verschil met artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen van de begroting Hoofdstuk XII uitgewerkt. Dit verschil betreft de overige ontvangsten van het fonds.
  • 3. 
    Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extracomptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel eergegeven voor de looptijd tot en met 2034.
  • 4. 
    Significante kasschuiven en begrotingsmutaties op de beschikbare budgetten worden in de verdiepingsbijlage op hetzelfde detailniveau (artikelonderdeel) tot en met 2033 toegelicht. Dit rekening houdend met de norm zoals hierboven is aangegeven.
  • 5. 
    Voor beheer, onderhoud en vervanging is een aparte bijlage opgenomen. Specifiek voor Spoorwegen (artikelonderdeel 13.02) geldt dat een meer uitgebreide inhoudelijke toelichting is opgenomen op de aanwending van de bijdrage aan ProRail. In deze begroting is een specificatie van de uitgaven opgenomen, conform de specificatie zoals opgenomen in het beheerplan en de jaarrekening van ProRail.
  • 6. 
    Er is een zichtbare aansluiting tussen de uitgaven op het Infrastructuurfonds en de uitgaven van ProRail. Dit is gedaan door de middelen voor ProRail apart zichtbaar te maken bij artikelonderdeel 13.03 Aanleg en door het opnemen van het grafische schema met de financiële stromen (bijlage 5 ProRail).

In het Wetgevingsoverleg begrotingsonderzoek van 12 oktober 2016 is uitgebreid met uw Kamer gesproken over kasschuiven op de fondsbegrotingen. In het kader van de informatievoorziening wordt hieronder aangegeven waarom deze kasschuiven worden doorgevoerd op de fondsbegrotingen en op welke plek de in de begroting 2020 doorgevoerde kasschuiven worden toegelicht.

Op de begrotingen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds vinden jaarlijks kasschuiven plaats. Middels kasschuiven wordt ervoor gezorgd dat de beschikbare kas per jaar en per modaliteit blijft aansluiten op de in de begroting geactualiseerde programmering. Kasschuiven zijn altijd budget-neutraal, hetgeen betekent dat de hoeveelheid middelen die meerjarig beschikbaar is niet wijzigt als gevolg van de kasschuif. In de verdiepings-bijlage van de begrotingen van het Infrastructuurfonds en Deltafonds zijn de significante kasschuiven in de begroting 2020 over de gehele looptijd van de begroting inzichtelijk gemaakt en toegelicht. Indien sprake is van politiek relevante kasschuiven dan worden deze tevens opgenomen en toegelicht in de begroting op hoofdlijnen. De begroting op hoofdlijnen treft u in de infrastructuuragenda van deze begroting.

De apparaatsuitgaven en apparaatsontvangsten van het kerndepartement worden geraamd op artikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement van de begroting Hoofdstuk XII.

Groeiparagraaf

In reactie op moties Kröger en van Eijs (kamerstuk 35 300 XII nr.6) wordt het instrument overprogrammering zoveel mogelijk ingezet en wordt de informatievoorziening uitgebreid. In deze begroting is hiermee een start gemaakt. In de infrastructuuragende wordt de oveprogrammering per jaar inzichtelijk gemaakt voor de begrotingsperiode (2020-2025) en wordt onderverdeeld naar MIRT-fase.

Het voornemen is om ProRail met ingang van 1 juli 2021 om te vormen tot zbo. Over de specifieke gevolgen van de omvorming voor de begroting van het Infrastructuurfonds zijn passages opgenomen bij de toelichtingen op artikelonderdelen 13.02, 13.04 en 13.07 De mutaties worden nader toegelicht in de verdiepingsbijlage.

  • 2. 
    Infrastructuuragenda

In de Infrastructuuragenda wordt de agenda op projectniveau gepresenteerd met aandacht voor de mijlpalen in het lopende infrastructuur-programma. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2021 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2021 begint. Daarna volgt een toelichting op de begroting op hoofdlijnen.

2.1 Mijlpalen en resultaten 2021

Hieronder wordt ingegaan op de mijlpalen in het lopende programma. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2021 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2021 start.

Beheer, onderhoud en vervanging

In 2021 wil IenW onder meer de volgende activiteiten in het kader van beheer, onderhoud en vervanging uitvoeren.

 

Tabel 2 Beheer, onderhoud en vervanging

Mijlpaal

Project

Hoofdwegen    -

Verkeersmanagement waaronder inzet weginspecteurs bij incidenten, het op alle bemeten wegvakken inwinnen van betrouwbare route- en reisinformatie. Deze informatie tijdig aan de NDW te leveren, het realiseren van benuttingsmaatregelen en connecting mobility.

 

Beheer en onderhoud waaronder verhardingsonderhoud, onderhoud aan kunstwerken en onderhoud aan Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) systemen.

-

Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder het programma Stalen Bruggen.

Spoorwegen    -

Verkeersleiding en capaciteitsmanagement

 

Regulier beheer en onderhoud, waaronder het inspecteren en schouwen van de infrastructuur, functieherstel bij verstoringen, het saneren van geluidsschermen en het onderhouden en schoonmaken van stations.

-

Groot onderhoud, waaronder het slijpen van spoorstaven en het seizoenbestendig houden van de sporen.

 

Het vervangen van spoorstaven, dwarsliggers en wissels en de vervanging van andere systemen, zoals energie, transfer en treinbeveiliging en treinbeheersing.

Hoofdvaarwegen -

Verkeersmanagement waaronder activiteiten in het kader van verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering.

 

Beheer en onderhoud maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven en maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen blijvend te laten functioneren.

-

Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties en afronding «NoMo AOV» achterstallig onderhoud vaarwegen programma.

Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van beheer, onderhoud en vervanging wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT Projectenoverzicht 2021.

Aanleg

Hieronder volgen de mijlpalen die IenW in 2021 wil halen per modaliteit.

Tabel 3 Hoofdwegennet

Mijlpaal

Openstelling    -

A15 Papendrecht-Sliedrecht

-

A1 Apeldoorn-Azelo: fase 1 en fase 2a

Start realisatie -

A73 Zaarderheiken

Tabel 4 Spoorwegen

 

Mijlpaal

 

Indienststelling

  • Be- en bijsturing toekomst (onderdeel Beter en Meer)
  • Zwolle Meppel: Tractiemaatregelen/overwegmaatregelen
  • Zwolle-Herfte
  • Diverse deelprojecten bij landelijke programma's (o.a. Fietsparkeren, Toegankelijkheid Stations, Kleine Functiewijzigingen, Overwegenaanpak en Meerjarenprogramma Geluidsanering Spoor)
  • ATB-EG/-Vv Maastricht Randwyck-Belgische grens
  • Programma aanpak suïcidepreventie
  • ERTMS: diverse deelprojecten

Start realisatie

  • Diverse deelprojecten bij landelijke programma's (o.a. Fietsparkeren, Toegankelijkheid Stations, Kleine Functiewijzigingen, Overwegenaanpak, Meerjarenprogramma Geluidsanering Spoor en Behandelen, Opstellen Reizigerstreinen en Spoorcapaciteit 2030)
  • Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, diverse deelprojecten
  • ERTMS, diverse deelprojecten

Tabel 5 Hoofdvaarwegennet

Mijlpaal

 

Openstelling

  • Ligplaatsen Merwedes: de aanleg van 4 extra ligplaatsen in de bestaande vluchthaven bij Gorinchem

Start realisatie

  • Twentekanalen, verruiming (fase 2)
  • Wilhelminakanaal Sluis II
  • Verwijderen baggerspecie Averijhaven (onderdeel van Lichteren Buitenhaven IJmuiden)

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor het lopende programma wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT Projectenoverzicht 2021.

Regionale/lokale infrastructuur

Voor de grote regionale en lokale infrastructuurprojecten (kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger dan € 225 miljoen voor projecten die geheel of gedeeltelijk worden gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden, waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen, of € 112,5 miljoen indien het project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd) ligt de verantwoordelijkheid voor voorbereiding, aanleg, beheer en onderhoud en exploitatie bij de betreffende regionale of lokale overheid. lenW is dus niet zelf verantwoordelijk, maar kan een bijdrage leveren in de aanleg-kosten van een dergelijk project als nut en noodzaak zijn aangetoond en het project van (boven)regionaal belang is. Op artikelonderdeel 14.01 zijn de grote regionale/lokale projecten nader aangeduid.

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor de lopende programma's wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen, de voortgangsrapportages aan de Tweede Kamer en het MIRT Projectenoverzicht 2021.

2.2 Begroting op hoofdlijnen

De onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en ontvangsten aan ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2020. Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in de verdiepings-bijlage.

Tabel 6 Belangrijkste mutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)

 
 

art.

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026-2033

2034

Stand ontwerpbegroting

2020

 

6.545.954

6.973.143

6.742.872

7.264.347

7.234.911

6.765.962

47.892.739

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

 
  • 276.922
  • 555.256
  • 511.826
  • 207.281
  • 96.377

201.614

1.883.221

 

Stand na 1e suppletoire begroting 2020

 

6.269.032

6.417.887

6.231.046

7.057.066

7.138.534

6.967.576

49.775.960

 

Mutaties incidentele suppletoire begroting 2020

 
  • 166.876
             

Stand na incidentele suppletoire begroting 2020

 

6.102.156

6.417.887

6.231.046

7.057.066

7.138.534

6.967.576

49.775.960

 

Belangrijkste mutaties

Infrastructuurfonds

 

134.708

7.386.553

483.282

637.247

119.965

142.413

  • - 
    611.850

6.118.178

Kaderrelevante mutaties hoofdstuk IF

                 

1 Bijdragen derden

                 
  • Hoofdwegennet

12

1.359

  • 6.556

1.094

  • 19.793
  • 22.145

2.280

7.061

820

  • Spoorwegen

13/20

19.590

       

3.385

27.080

 
  • Hoofdvaarwegennet

15/20

5.885

693

3.150

2.234

211

100

   
  • Megaprojecten

17

26.528

547

           

2 Extrapolatie

                 
  • Bijdrage aan IF
               

5.801.740

  • Ontvangsten derden
               

254.061

3 Loon- en prijsbijstelling

 

129.125

82.020

90.159

118.598

123.679

120.784

951.416

118.927

4 Omvorming ProRail

13

 

7.130.300

  • 40.000
  • 40.000
  • 40.000
  • 40.000
  • 320.000
  • 40.000

5 Versnellingen

5 investeringen

12

 

35.000

129.800

159.800

84.800

84.800

  • 477.200
  • 17.000
 

13

 

39.325

270.435

396.065

   
  • 705.825
 
 

15

   

23.000

23.000

23.000

23.000

  • 92.000
 
 

20

 

100.000

   
  • 50.000
  • 50.000
   

6 Innovatieregeling Bouw

6 GWW

12

5.000

10.000

10.000

         

7 HXII: Snelfietsroutes

12

  • 15.481
  • 6.806
           

8 HXII: Afgeroomd eigen

8 vermogen RWS

18

  • 39.364
             

9 Overige overboekingen

9 HXII

divers

  • 4.639

30

  • 5.356
  • 2.657

420

  • 1.936
  • 4.460
  • 370

10 Overboekingen ministeries

12/15

6.705

2.000

1.000

         

11 Technische mutatie

             

2.078

 

Mutaties binnen kader hoofdstuk IF

Actualisatie

                 

12 programmering artikel

12

  • 68.584
  • 72.733
  • 84.595
  • 100.214
  • 87.631
  • 79.431

493.188

 

20

13

15.742

  • 24.831
  • 4.378

43.005

25.893

17.614

  • 253.571

180.526

 

15

  • 14.870
  • 5.287
  • 14.939
  • 29.174
  • 36.203
  • 24.303

77.446

47.330

 

17

12.000

  • 19.000
  • 6.000

5.000

7.000

1.000

   
 

20

55.712

121.851

109.912

81.383

90.941

85.120

  • 317.063
  • 227.856

13 Actualisatie

13 programmering aanleg

12

  • 28.590

83.394

 
  • 54.804
       
 

13

45.010

  • 45.010
           
 

14

  • 45.010

45.010

           
 

17

28.590

  • 83.394
 

54.804

       

14 Capaciteit RWS

12

12.023

27.035

38.531

48.626

53.797

62.822

   
 

15

3.436

5.339

12.423

19.287

33.872

34.531

   
 

20

  • 15.459
  • 32.374
  • 50.954
  • 67.913
  • 87.669
  • 97.353
   

15 Instandhouding

12

           

339.200

 
 

13

           

1.396.000

 
 

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021

, 35 570 A, nr. 2

92.000

20.01000

 

20

           
  • 1.827200
  • 20.000

6.236.864 13.804.440 6.714.328 7.694.313 7.258.499 7.109.989 49.164.110 6.118.178

Stand ontwerpbegroting

2021

Toelichting

  • 1. 
    Dit betreft de verwerking van diverse bijdragen van derden aan het Infrastructuurfonds. De belangrijkste bijdragen zijn:
  • Afrekening voorschotten ProRail: (€ 43,5 miljoen);
  • Indexatie HSL-heffing (€ 30,5 miljoen).
  • 2. 
    Bij de begroting 2021 wordt de looptijd van het Infrastructuurfonds met een jaar verlengd tot en met 2034. Het niveau van extrapolatie is gelijk aan het jaar 2033 stand begroting 2020 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken. Met de verlenging tot en met 2034 komt in totaal -inclusief structurele ontvangsten - een ruimte van circa € 5,8 miljard beschikbaar op het Infrastructuurfonds. Deze ruimte wordt bij voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die benodigd zijn voor de instandhouding van het huidige areaal. Hiervoor is in 2034 circa € 4,4 miljard benodigd. De ruimte die in 2034 resteert na aftrek van de doorlopende verplichtingen bedraagt circa € 1,4 miljard en wordt toegevoegd aan de generieke investeringsruimte.
  • 3. 
    Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling voor het jaar 2020. De middelen die bij de eerste suppletoire begroting 2020 voor de loon- en prijsbijstelling aan de begroting Hoofdstuk XII zijn toegevoegd, worden toebedeeld naar diverse artikelen op de begroting Hoofdstuk XII en de investeringsfondsen.
  • 4. 
    De omvorming van ProRail tot zbo zal een aantal incidentele en structurele fiscale gevolgen hebben die in deze begroting zijn verwerkt. De incidentele fiscale gevolgen zijn benoemd onder artikel 13.07 Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de verdiepingsbijlage. Deze fiscale afrekeningen zijn voor de Staat als geheel budget neutraal: de uitgaven op het Infrastructuurfonds leiden tot even hoge ontvangsten voor de Belastingdienst. Na correctie is er geen effect op het Infrastructuurfonds, zodat de omvorming geen effecten heeft op de investeringen op het spoor. De structurele kosten van de omvorming zullen ten laste komen van artikel 13.02.
  • 5. 
    Het kabinet haalt investeringen naar voren om de economie te ondersteunen. De komende jaren worden investeringen ter waarde van ruim € 1,5 miljard euro naar voren gehaald, op het terrein van BZK en IenW. Voorbeelden hiervan zijn onderhoud aan het spoor en (vaarwegen)wegen en maatregelen om de veiligheid van (fiets)infra-structuur te verbeteren. Deze versnellingen ondersteunen de economie op korte termijn en dragen bij aan beleidsdoelen voor de lange termijn, zoals duurzaamheid en bereikbaarheid. Deze investeringen voldoen daarmee aan de door het kabinet gehanteerde drieslag 'tijdig, tijdelijk en gericht'.
  • 6. 
    Voor de innovatieregeling voor de bouwsector GWW is € 25 miljoen beschikbaar gesteld. Deze maatregel ziet toe op gebiedsgerichte pilots in de periode 2020-2022 op het gebied van zero-emissie mobiele werktuigen.

7 Dit betreft de overboeking van de middelen voor de subsidieregeling snelfietsroutes (€ 22,3 miljoen) voor 2020 en 2021 naar artikel 14 op Hoofdstuk XII.

  • 8. 
    Het surplus aan eigen vermogen van RWS dat de afgelopen drie jaar is afgeroomd (totaal € 39,3 mln.) is overgeboekt naar HXII en wordt ingezet voor IenW-brede apparaatsproblematiek.
  • 9. 
    Voor diverse onderwerpen worden middelen overgeboekt naar de beleidsbegroting van IenW: Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting. In de verdiepingsbijlage zijn de mutaties nader inzichtelijk gemaakt.
  • 10. 
    Er zijn voor diverse onderwerpen middelen overgeboekt naar het Infrastructuurfonds vanuit andere Ministeries. In de verdiepingsbijlage zijn de mutaties nader inzichtelijk gemaakt.
  • 11. 
    Dit betreft een technische correctie op de extrapolatiesystematiek van de afgelopen jaren. De begroting van het Infrastructuurfonds is afgelopen jaren te laag geëxtrapoleerd met € 2 miljoen.
  • 12. 
    Om de middelen op artikel 20 in het juiste ritme te zetten voor uitname naar de artikelen zijn budgetneutrale schuiven verwerkt met als tegen-boeking de aanlegartikelonderdelen 12.03, 13.03, 15.03, 1707 en 1710. Deze schuiven hebben tot gevolg dat de overprogrammering toeneemt tot het niveau van ca. € 3 miljard in de begrotingsperiode.
  • 13. 
    Als gevolg van de actualisatie van de projectramingen op artikel 14 en 17 zijn er budgetneutrale schuiven verwerkt met als tegenboeking de aanlegartikelonderdelen 12.03 en 13.03. De actualisaties vinden plaats op de projecten Rotterdamsebaan en Zuidasdok. Bij de artikelgewijze toelichting worden deze actualisaties nader toegelicht.
  • 14. 
    Jaarlijks herijkt RWS de capaciteitsbehoefte aan de hand van de meerjarige productieopgave. Hieruit volgt dit jaar een toenemende capaciteitsbehoefte als gevolg van een groei van de productieopgave, met name voor instandhouding van de infrastructuur. Daarom wordt de capaciteit van RWS verder opgebouwd. De middelen hiervoor worden vanuit de investeringsruimte Wegen en Vaarwegen toegevoegd aan de budgetten voor netwerkgebonden kosten (12.06 en 15.06; totaal € 351,7 miljoen).
  • 15. 
    Op de artikelonderdelen beheer en onderhoud (artikelonderdeel 12.02 en 15.02) en beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/m 2025. Daarom zijn afgelopen jaren reserveringen getroffen op artikelonderdeel 20.05. Uit een uitvoeringstoets door ProRail en RWS blijkt dat er in de periode 2022-2025 extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom worden de reserveringen nu ingezet en toegevoegd aan de budgetten voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen de reserveringen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen.

2.3 Aanvullende middelen Infrastructuurfonds volgend uit het regeerakkoord kabinet-Rutte III

Volgend uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III is bij de Eerste suppletoire begroting 2018 meerjarig € 3,1 miljard aanvullend beschikbaar gesteld aan het Infrastructuurfonds. Met uitzondering van eenmalig € 100 miljoen voor fietsinfrastructuur en € 5 miljoen per jaar voor de exploitatie van infrastructuur op Caribisch Nederland, zijn deze middelen conform de bestaande verdeelsleutel1 tussen Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet verdeeld. Vanaf het jaar 2030 wordt de jaarlijkse ophoging niet meer verdeeld naar modaliteit, maar toegevoegd aan de generieke investeringsruimte ten behoeve van de vorming van het Mobiliteitsfonds.

In de 1e suppletoire begroting 2020 en de ontwerpbegroting 2021 is naar aanleiding van bestuurlijke besluitvorming in het MIRT wederom een deel van de inzet van deze middelen verwerkt en toebedeeld aan de specifiek e artikelonderdelen op het Infrastructuurfonds.

Bij hoofdwegnnet gaat het om middelen voor de A7/A8 Coentunnel (€ 20 miljoen), A4 Ringvaartaquaduct (€ 40 miljoen), A4 Burgerveen-N14 (€ 53 miljoen) en middelen voor de BOA-taak bij RWS (€ 1 miljoen). Bij spoorwegen gaat het om middelen voor OV en wonen Utrecht (€ 150 miljoen), overwegenaanpak ( € 25 milljoen), HOV Eindhoven (€ 13 miljoen) en toevoegingen aan diverse projecten en programma's (€ 33 miljoen). Bij vaarwegen gaat het om middelen voor het programma Beter Bediend (€ 5 miljoen).

De inzet van middelen aan nieuwe projecten en programma's geschiedt via het MIRT-spelregelkader. In het MIRT Overzicht en de productartikelen van het Infrastructuurfonds treft u nadere informatie aan over bovengenoemde projecten en programma's.

2.4 Overprogrammering

Het instrument overprogrammering wordt door het kabinet ingezet om te zorgen dat de beschikbare budgetten voor het investeringsprogramma zo veel mogelijk tot besteding komen in de jaren waarin deze beschikbaar zijn gesteld. Infrastructuurprojecten kunnen vertragen ten opzichte van de planning, bijvoorbeeld door complexiteit, onvoorziene omstandigheden of een hoog ambitieniveau in de afgegeven mijlpalen. Door inzet van het instrument overprogrammering leiden vertragingen bij individuele projecten niet automatisch tot onderuitputting. Het instrument overprogrammering heeft enkel betrekking op reguliere ramingsonzekerheden binnen projectgrenzen. Onzekerheden van exogene aard kunnen slechts in beperkte mate worden opgevangen met het instrument overprogrammering.

Conform de reactie op de moties Kröger en Van Eijs (kamerstuk 35 300 XII nr.6) wordt het instrument overprogrammering zoveel mogelijk benut en is de informatievoorziening uitgebreid. In de begrotingsperiode tot en met 2025 is per saldo sprake van een overprogrammering van circa € 2,97 miljard op het IF De totale overprogrammering over DF en IF is circa € 3 miljard. In de onderstaande tabel is de overprogrammering per artikel uitgesplitst naar planvorming en realisatie opgenomen. De grafiek geeft weer hoe de (over) programmering zich verhoud tot het budgettair kader van het Infrastructuurfonds.

Tabel 7 Overprogrammering Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000)

 

Artikel

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2020-2025

2026-2034

12 Hoofdwegennet

  • - 
    142
  • - 
    363
  • - 
    340
  • - 
    371
  • - 
    264
  • - 
    297
  • - 
    1777

1.777

  • Realisatie
  • 123
  • 139
  • 113

123

139

113

0

-

  • Planuitwerking en verkenning
  • 19
  • 224
  • 227
  • 494
  • 403
  • 410
  • 1777

1.777

13 Spoorwegen

  • - 
    261
  • - 
    170
  • - 
    45
  • - 
    76

11

33

  • - 
    508

508

  • Realisatie
  • 241
  • 126
  • 17
  • 85
  • 3

7

  • 465

465

  • Planuitwerking en verkenning
  • 20
  • 44
  • 29

9

14

26

  • 44

44

15 Hoofvaarwegennet

  • - 
    63
  • - 
    51
  • - 
    58
  • - 
    4
  • - 
    38
  • - 
    46
  • - 
    260

260

  • Realisatie
  • 36
  • 43
  • 47

34

49

43

0

0

  • Planuitwerking en verkenning
  • 27
  • 8
  • 11
  • 38
  • 87
  • 89
  • 260

260

17 Megaprojecten

  • - 
    68
  • - 
    134
  • - 
    90
  • - 
    120
  • - 
    81

66

  • - 
    427

427

  • Realisatie
  • 68
  • 134
  • 90
  • 120
  • 81

66

  • 427

427

Totale overprogrammering

  • - 
    534
  • - 
    718
  • - 
    533
  • - 
    571
  • - 
    372
  • - 
    244
  • - 
    2972

2972

Tabel 8 Totale overprogrammering fondsen (bedragen x € 1.000)

 

Fonds

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2020-2025

2026-2034

Infrastructuurfonds

  • - 
    534
  • - 
    718
  • - 
    533
  • - 
    571
  • - 
    372
  • - 
    244
  • - 
    2972

2972

Deltafonds

  • - 
    66
  • - 
    45
  • - 
    57

45

41

24

  • - 
    58

58

Totale overprogrammering

  • - 
    600
  • - 
    763
  • - 
    590
  • - 
    526
  • - 
    331
  • - 
    220
  • - 
    3.030

3.030

In de bovenstaande grafiek wordt het investeringsprogramma over 14 jaar weergegeven, onderverdeeld naar de MIRT-categorieën. De categorieën geïntegreerd (DBFM-contracten), planuitwerking/verkenning en realisatie vallen onder de budgetten voor aanleg. De categorie vervanging valt onder de budgetten voor beheer, onderhoud en vervanging. Deze categorieën vormen het investeringsprogramma binnen het Infrastructuurfonds. De onderliggende projecten komen middels het kas-verplichtingenstelsel tot betaling. Het instrument overprogrammering wordt toegepast op het investeringsprogramma, omdat er sprake kan zijn van kasversnellingen en kasvertragingen als gevolg van geactualiseerde projectramingen. Op het onderhoudsprogramma vindt geen overprogrammering plaats, omdat kasversnellingen en -vertragingen hierop worden opgevangen binnen de begroting van de uitvoeringsorganisaties.

De zwarte lijn geeft het totale beschikbare budget weer en geldt als het vastgestelde budgettaire uitgavenplafond. De grafiek laat zien dat het investeringsprogramma in de eerste jaren hoger ligt dan het beschikbare budget; er is sprake van overprogrammering. Vanaf 2027 is sprake van de omgekeerde situatie en ligt het beschikbare budget hoger dan het investeringsprogramma; er is sprake van onderprogrammering. Het totale programma en budget over de looptijd van het fonds zijn hiermee aan elkaar gelijk, zodat het investeringsprogramma volledig budgettair gedekt is.

2.5 Flexnorm

In de begroting 2018 is de flexnorm geïntroduceerd, waarmee het inzicht in de meerjarige hardheid van de bestuurlijke afspraken is aangescherpt. De flexnorm is een percentage dat aangeeft welk aandeel van de aanlegbud-getten (inclusief investeringsruimte) naar mening van het kabinet flexibel is om bij nieuwe planvorming te betrekken. Het betreft de ruimte binnen de begroting waar nog geen definitieve oplossing is bepaald en gekozen kan worden voor een alternatieve aanwending of oplossing. Overigens geldt ook dat waar wél bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, maar er nog geen juridische verplichtingen zijn aangegaan, de budgetten nog altijd onverminderd door de Tweede Kamer te amenderen zijn.

In de begroting 2019 zijn alle planflexibele budgetten van het Infrastructuurfonds overgeheveld naar een nieuw artikel, namelijk artikel 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte. Hiermee wordt het inzicht in de flexnorm verder verbeterd.

In onderstaande tabel is weergegeven welke budgetten in de begroting 2021 conform hierboven geschetste flexnorm flexibel zijn om bij nieuwe planvorming te betrekken.

 

Tabel 9 Flexnorm

Artikel onderdeel

Omschrijving

Budgetten t/m 2034 (x € miljoen)

20.01

Verkenningen

1.281

20.02

Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

10

20.03

Reserveringen

1.625

20.04

Generieke investeringsruimte

6.282

20.05

Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit

271

Totaal

 

9.469

Als percentage van de budgetten (inclusief investeringsruimte)

9,7%

  • 3. 
    Productartikelen

3.1 Artikel 12 Hoofdwegennet

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van rijkswegen verantwoord. Dit betreft de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, geïntegreerde contractvormen/PPS, netwerkgebonden kosten. Deze producten zijn gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten zoals beschreven in beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid op de begroting Hoofdstuk XII.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 12 Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)

 
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

3.149.433

4.060.227

2.526.575

2.172.553

2.823.262

3.061.822

3.361.495

Uitgaven

2.400.171

2.595.304

2.879.349

2.761.789

3.534.685

3.501.098

3.269.874

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

96%

       

12.01 Verkeersmanagement

3.812

4.109

3.871

3.868

3.867

3.866

3.864

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

3.812

4.109

3.871

3.868

3.867

3.866

3.864

12.02 Beheer onderhoud en vervanging

638.953

713.293

823.681

868.907

892.002

902.386

850.825

12.02.01 Beheer en onderhoud

577.089

597.022

629.657

558.822

535.451

524.688

552.166

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

577.089

597.022

629.657

558.822

535.451

524.688

552.166

12.02.04 Vervanging

61.864

116.271

194.024

310.085

356.551

377.698

298.659

12.03 Aanleg

551.171

579.557

883.367

783.294

1.288.246

1.391.179

1.196.371

12.03.01 Realisatie

509.012

401.046

729.471

404.578

569.626

459.821

589.569

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

15.399

19.411

31.569

6.156

1.000

   

12.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

42.159

178.511

153.896

378.716

718.620

931.358

606.802

  • - 
    Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

18.013

24.470

23.854

17.348

12.964

12.964

12.964

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

544.906

620.196

476.835

457.786

708.646

586.776

596.771

12.06 Netwerkgebonden kosten HWN

661.329

678.149

691.595

647.934

641.924

616.891

622.043

12.06.01 Apparaatskosten RWS

492.731

525.665

539.755

530.642

532.576

521.703

526.748

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

492.731

525.665

539.755

530.642

532.576

521.703

526.748

12.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

168.598

152.484

151.840

117.292

109.348

95.188

95.295

  • - 
    Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

159.998

143.884

143.240

108.792

100.848

95.188

95.295

Ontvangsten

115.453

113.989

137.433

39.971

31.870

98.880

56.008

12.09 Ontvangsten

115.453

113.989

137.433

39.971

31.870

98.880

56.008

12.09.01 Ontvangsten

 

113.989

137.433

39.971

31.870

53.628

10.756

12.09.02 Tolopgave

         

45.252

45.252

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenningen en planuitwerkingen, zijn de budgetten in 2021 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2021.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2034 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2034.

Tabel 11 Artikel 12 Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)

 
   

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

12

Hoofdwegennet Uitgaven

2.595.304

2.879.349

2.761.789

3.534.685

3.501.098

3.269.874

2.825.859

2.330.116

12.01

Verkeersmanagement

4.109

3.871

3.868

3.867

3.866

3.864

3.864

3.864

   

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

 

Beheer

               

12.02

onderhoud en vervanging

713.293

823.681

868.907

892.002

902.386

850.825

776.685

518.349

12.03

Aanleg

579.557

883.367

783.294

1.288.246

1.391.179

1.196.371

859.556

620.680

12.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

620.196

476.835

457.786

708.646

586.776

596.771

628.603

635.173

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

678.149

691.595

647.934

641.924

616.891

622.043

557.151

552.050

12

Hoofdwegennet Ontvangsten

113.989

137.433

39.971

31.870

98.880

56.008

48.899

45.252

12.09

Ontvangsten

113.989

137.433

39.971

31.870

98.880

56.008

48.899

45.252

 

Vervolg (bedragen x € 1.000)

   

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

12

Hoofdwegennet Uitgaven

2.287.894

2.023.329

2.603.241

1.735.096

1.820.764

1.556.754

1.713.592

37.438.744

12.01

Verkeersmanagement

3.872

3.872

3.872

3.872

3.872

3.872

3.872

58.277

 

Beheer

               

12.02

onderhoud en vervanging

554.961

600.793

635.944

602.832

490.236

492.597

499.480

10.222.971

12.03

Aanleg

646.162

266.817

893.529

67.577

270.958

215.371

233.146

10.195.810

12.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

524.265

597.613

515.662

506.581

501.489

290.705

422.407

8.069.508

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

558.634

554.234

554.234

554.234

554.209

554.209

554.687

8.892.178

12

Hoofdwegennet Ontvangsten

55.452

45.252

45.252

45.254

45.252

115.003

50.277

974.044

12.09

Ontvangsten

55.452

45.252

45.252

45.254

45.252

115.003

50.277

974.044

  • C. 
    Toelichting

12.01 Verkeersmanagement

Motivering

Met verkeersmanagement streeft lenW naar een veilig en optimaal gebruik van de beschikbare weginfrastructuur en het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur op de meest duurzame manier en met oog voor de leefomgeving. Daarmee worden de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid in Nederland bevorderd.

Producten

Verkeersmanagement

De uitgaven voor verkeersmanagement hebben betrekking op het verzamelen en verspreiden van verkeersdata en op besturingssoftware voor informatiepanelen en andere apparatuur. Samen met de weginspecteurs van Rijkswaterstaat resulteert dit in:

  • Verkeersgeleiding bij grote drukte, inclusief grootschalige evenementen en crisissituaties zoals bij een weeralarm;
  • Hulpverlening, bevorderen doorstroming en informatievoorziening bij pech en ongevallen (incidentmanagement);
  • Maatregelen ter bevordering van gedisciplineerd en sociaal weggedrag, bijvoorbeeld ter voorkoming van het negeren van rode kruizen en vlucht-strookparkeren;
  • Voorlichting over rijkswegen, zoals voorlichting over de gevolgen van wegwerkzaamheden.

De meeste van deze maatregelen zijn ingezet vanuit vijf regionale verkeers-centrales en een landelijke verkeerscentrale. Hierbij wordt het rijkswegennet in samenhang met het regionale wegennet beschouwd door toepassing van gebiedsgericht verkeersmanagement waarbij wordt ingezet op regionale samenwerking.

De activiteiten die door Rijkswaterstaat (RWS) centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit het budget voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 'Instandhouding' bij deze begroting.

Meetbare gegevens

 

Tabel 12 Specificatie bedieningsareaal m.b.t. verkeersmanagement

Areaalomschrijving

Realisatie Eenheid    2019

2020

2021

Verkeerssignalering

j op    2.839

rijbaan

2.854

2.859

Verkeerscentrales

aantal    6

6

6

Spitsstroken

km    310

309

309

Toelichting

Voor de verkeerssignalering, dit zijn met name matrixborden, is in 2021 een kleine toename voorzien op de parallelstructuur op de A4 en A44 bij Leiden, ter hoogte van de toekomstige aansluitingen van de Rijnlandroute.

Voor de spitsstroken zijn voor 2021 geen wijzigingen voorzien.

Tabel 13 Indicator verkeersmanagement

Realisatie Realisatie 2018    2019

Streef waarde

2020

Streef waarde

2021

Levering verkeersgegevens: op alle bemeten wegvakken wordt betrouwbare reis en routeinformatie ingewonnen en tijdig geleverd aan de serviceproviders

 
  • 1. 
    beschikbaarheid data voor derden: % van de RWS-meetlocaties dat goed functioneert

92%

93%

> 90%

> 90%

  • 2. 
    actualiteit data voor derden: % van de gegevens van een meetminuut, dat binnen 75 sec. daarna door RWS wordt geleverd aan NDW

99%

97%

> 95%

> 95%

Toelichting

Deze indicator geeft aan in welke mate RWS intensiteit- en snelheidsge-gevens van de meetlocaties beschikbaar heeft en ze tijdig doorgeeft aan de Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW).

De indicator kent twee aspecten, namelijk:

  • 1. 
    de mate van beschikbaarheid van de RWS meetlocaties (aantal x tijd);
  • 2. 
    de mate waarin meetgegevens tijdig (binnen 75 seconden) verstuurd zijn naar de NDW.

De percentages worden berekend ten opzichte van de totalen.

12.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Het rijkswegennet en de onmiddellijke omgeving daarvan in een dusdanige staat houden dat het vervullen van de primaire functie gewaarborgd is: het faciliteren van veilig, vlot en comfortabel vervoer van personen en goederen, onder de randvoorwaarde van een kwalitatief hoogwaardig milieu. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen regulier beheer en onderhoud enerzijds en vervangingen en renovaties anderzijds.

Producten

Het regulier beheer en onderhoud van rijkswegen omvat maatregelen aan verhardingen, kunstwerken (zoals bruggen, tunnels en viaducten), verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement (zoals signalering en verkeerscentrales).

In bijlage 4 'Instandhouding' van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vallen.

12.02.01 Beheer en Onderhoud

Voor het gebruik van het wegennet zet lenW in op een optimale veiligheid, beschikbaarheid en betrouwbaarheid en over de levenscyclus van de infrastructuur van wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrix-borden, verkeerscentrales en verkeersvoorzieningen. Daarbij gelden de eisen ten aanzien van het landschap en het milieu rond de rijkswegen als randvoorwaarden. Zowel het preventief als het correctief onderhoud vallen onder het beheer en onderhoud.

De uitgaven voor het beheer en onderhoud bestaan hoofdzakelijk uit:

  • • 
    Uitgaven voor onderhoud van verhardingen waaronder het herstel van vorstschade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan;
  • • 
    Uitgaven voor onderhoud van kunstwerken;
  • • 
    Uitgaven voor onderhoud aan DVM-systemen zoals matrixborden, informatiepanelen en verkeerscentrales;
  • • 
    Klein variabel en vast onderhoud aan verkeersvoorzieningen, zoals onderhoud aan bermen, geleiderail, bewegwijzering, geluidsschermen en verlichting;
  • • 
    Uitgaven voor geluidmaatregelen (landschap en milieu) als gevolg van naleving van geluidproductieplafonds voor zover geen onderdeel van een aanlegproject.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor verhardingen, kunstwerken (bruggen en viaducten), DVM, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu. Deze percentages zijn gebaseerd op een langjarig gemiddelde.

Figuur 7

Tabel 14 Areaal rijkswegen

 
 

Eenheid

Realisatie

2019

2020

2021

Rijbaanlengte

Hoofdrijbaan    km

5.843

5.834

5.834

 

Verbindingswegen

     

Rijbaanlengte

en op- en    km afritten

1.745

1.763

1.771

Areaal asfalt

Hoofdrijbaan    km2

76,9

77,1

77,1

 

Verbindingswegen

     

Areaal asfalt

en op- en    km2

afritten

15,1

15,3

15,4

Groen areaal

km2

182

182

182

Toelichting

Voor 2021 zijn geen wijzigingen voorzien in de lengte hoofdrijbaan en voor groen areaal

Het areaal asfalt van de hoofdrijbaan zal in 2021 minimaal toenemen door de verbreding van de A1-Oost tussen Rijssen en Azelo.

De op- en afritten en verbindingswegen zullen in 2021 naar verwachting iets toenemen doordat de nieuwe parallelstructuren op de A4 en de A44 beschikbaar komen bij Leiden, ter hoogte van de toekomstige aansluitingen van de Rijnlandroute.

Tabel 15 Omvang areaal

Areaal

Eenheid    Omvang 2021

Budget

Wegen

Oppervlakte wegdek

(Exclusief verzorgingsbanen)

km2    92,5

629.657

Toelichting

In deze tabel wordt het totale areaal exclusief verzorgingsbanen weergegeven. In 2021 betreft dit in totaal 92,5 km2.

 

Technische Beschikbaarheid:

deel van lengte en tijd (%) dat de weg veilig beschikbaar is, zonder dat rij- of vluchtstroken zijn afgesloten als gevolg van aanleg of geplande onderhoudswerkzaamheden

99%

99%

> 97%

> 97%

Veiligheid (2):

  • a. 
    voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming)

99,80%

99,80%

> 99,7%

> 99,7%

  • b. 
    voldoen aan norm gladheidbestrijding (binnen 2 uur preventief strooien).

97%

98%

> 95%

> 95%

Tabel 16 Indicatoren Beheer en Onderhoud

 

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Streefwaarde

2020 Streefwaarde 2021

Files door Werk in Uitvoering, als gevolg van aanleg en gepland onderhoud (1):

2%

3%

< 10% < 10%

Toelichting Ad 1.

Deze indicator betreft de verhouding 'Files door aanleg, beheer en onderhoud' ten opzichte van 'Alle files'.

Hierbij worden alleen de files meegeteld die een snelheid hebben lager dan 50 km/uur en een lengte van minstens 2 km. De overige vertragingen, namelijk die met een snelheid tussen 50 en 100 km/uur en/of over korte lengte, worden niet benoemd als files, maar als congestie.

Vanaf 2018 wordt deze indicator uitgedrukt in een percentage van het totale 'reistijdverlies' (eenheid voertuigverliesuren). Daarvoor werd het uitgedrukt in een percentage van de totale «filezwaarte» (eenheid kilometerminuten).

Ad 2.

De indicator kent twee aspecten, namelijk:

  • • 
    Het voldoen aan de veiligheidsnormen: dit wordt gemonitord aan de hand van de schadekenmerken stroefheid en spoorvorming.
  • • 
    Het tijdig bestrijden van wintergladheid: dit wordt gemonitord aan de hand van de situaties waarin tijdig preventief dient te worden gestrooid.

12.02.04 Vervanging

Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het Hoofdwegennet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door het intensieve gebruik vanaf de jaren '60 van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk toeneemt. Op basis van onderzoek wordt een analyse gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is.

Op dit artikel staat het merendeel van de beschikbare budgetten voor Vervanging en Renovatie van het Hoofdwegennet. Op begrotingsartikel 18 staan de VenR middelen voor 2031 t/m 2034, die nog moeten worden toebedeeld. In het MIRT projectenoverzicht2 worden onderliggende projecten inzichtelijk gemaakt. RWS bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtperiode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar, maar wordt de invulling van het programma in latere jaren concreet.

Deze werkwijze staat verder toegelicht in bijlage 4 Instandhouding.

12.03 Aanleg

Motivering

Door middel van voorbereiding en uitvoering van infrastructuurprojecten wordt bereikt dat de noodzakelijke capaciteit beschikbaar is en komt, met als doel om de verwachte verkeersgroei te faciliteren en een betrouwbaar netwerk te realiseren met voorspelbare reistijden. Daarbij wordt rekening gehouden met de kaders van veiligheid en leefbaarheid.

12.03.01 Realisatie

Producten

Mijlpalen Realisatieprojecten

In 2021 wil lenW de volgende mijlpalen realiseren:

 

Tabel 17 Mijlpalen Realisatieprojecten

Mijlpaal

Project

Openstelling

  • A15 Papendrecht-Sliedrecht
  • A1 Apeldoorn-Azelo: fase 1 en fase 2a

Start realisatie

  • A73 Zaarderheiken

Overige maatregelen Meer veilig

In het kader van Meer Veilig worden maatregelen gerealiseerd voor de drie programma's Meer Veilig 3, Veilige Bermen Rijkswegen en aanpak veiligheid N-wegen in beheer van het Rijk.

In het programma Meer Veilig 3 wordt gewerkt aan het realiseren van kosteneffectieve maatregelen, waarmee locaties met een relatief hoog veiligheidsrisico worden aangepakt. Concrete voorbeelden van maatregelen zijn het aanleggen van een rotonde, het plaatsen van geleiderail of het aanpassen van invoegers, uitvoegers en de belijning. Van de derde tranche van het servicepakket Meer Veilig zijn tot en met 2019 van de 62 maatregelen 46 maatregelen gerealiseerd. Er worden nog 16 maatregelen uitgevoerd, waarvan er 4 in uitvoering en 12 in voorbereiding zijn.

Het programma Veilige Bermen richt zich volledig op het veiliger maken van de bermen langs autosnelwegen door obstakels in de berm te verwijderen, verplaatsen of af te schermen. Dit met als doel om het relatief grote aantal eenzijdige ongevallen met ernstige afloop, als gevolg van een botsing met een obstakel in de berm terug te dringen. Voor de uitvoering van het programma is € 40 miljoen gereserveerd. Het programma wordt in drie tranches uitgevoerd in de periode 2018-2022.

Bij het BO MIRT in het najaar van 2017 is aangekondigd dat er € 50 miljoen beschikbaar wordt gesteld voor de aanpak van N-wegen, voortkomend uit het regeerakkoord Rutte III. Daarvan is € 25 miljoen beschikbaar voor de aanpak van N-wegen in beheer van het Rijk en € 25 miljoen voor maatregelen op Provinciale N-wegen. De Tweede Kamer is op 23 april 2018 geïnformeerd over de inzet van deze middelen (TK 34775-A nr. 64). De financiële middelen voor N-wegen in beheer van het Rijk ad € 25 miljoen zijn toegevoegd aan het Meer Veilig programma. Het budget wordt ingezet voor maatregelen op de N7, N14, N31, N33, N35, N36 en N48.

Maatregelpakket Verzorgingsplaatsen

Dit pakket was gericht op het oplossen van de meest acute kwantitatieve en kwalitatieve knelpunten op verzorgingsplaatsen langs (inter)nationale vrachtcorridors en is geheel afgerond behoudens de maatregel grensem-placement Venlo. Allereerst zijn om en nabij de 190 extra parkeerplaatsen aangelegd op de internationale corridors. Daarnaast zijn op of in de nabijheid van internationale corridors circa 410 extra parkeerplaatsen gehuurd. Verder is op elf locaties de capaciteit van de bestaande verzorgingsplaatsen uitgebreid met ongeveer 130 parkeerplaatsen. Aanvullend daarop is op circa zeventien locaties de kwaliteit van de verzorgingsplaatsen verbeterd.

MJPO

Dit pakket betreft het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO). Een voorbeeld van een ontsnipperingsmaatregel is het plaatsen van een ecoduct of een wildtunnel onder de (spoor)weg door. Hierdoor kunnen dieren zich weer bewegen tussen twee natuurgebieden die gescheiden zijn geraakt (versnipperd) door de aanleg van Rijksinfrastructuur. Tevens wordthierdoor het aantal aanrijdingen met dieren beperkt. Het programma is in 2020 formeel afgesloten. Een aantal maatregelen wordt in de periode 2021-2024 uitgevoerd, omdat deze zijn gecombineerd met grotere infrastructurele projecten (werk met werk maken). Hiertoe zijn nadere bestuurlijke en/ of projectafspraken gemaakt. Uitgebreide informatie over de voortgang is te vinden op www.mjpo.nl. In 2020 is ter afsluiting van het

MJPO een eindboek opgesteld. Dit eindboek is aangeboden aan de Tweede

Kamer en is eveneens te vinden op www.mjpo.nl.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • • 
    A4 Burgerveen-Leiden: Het projectbudget is met € 9 miljoen afgenomen vanwege een positief projectresultaat na decharge. Er hebben zich minder risico's voorgedaan dan verwacht.
  • • 
    N57/59 EuroRAP (verkeersveiligheid): Het projectbudget is € 5 miljoen toegenomen door aanvullende middelen voor de korte termijn file-aanpak.
  • • 
    A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere: Naast een verhoging van het projectbudget met toegekende prijsbijstelling, is het budget verlaagd met € 80 miljoen als gevolg van een meevaller na herijking van de risico's en de daaraan gekoppelde risicoreservering. Daarnaast bestaat het uit aanbestedingsmeevallers binnen het programma.
  • • 
    A12-A15 Ressen - Oudenbroeken: Naast een verhoging van het projectbudget met toegekende prijsbijstelling, is het budget verhoogd met

€ 8 miljoen als meevaller uit het project A12 Ede-Grijsoord.

  • • 
    A1 Apeldoorn Zuid-Beekbergen: Het projectbudget is met € 3 miljoen verlaagd door een positief projectresultaat na afronding van het project.
  • • 
    A2 Passage Maastricht: Het projectbudget is verhoogd met € 5 miljoen vanwege beleidswijzigingen rondom Rode Diesel en het BTW-percentage.
  • • 
    A4 Dinteloord-Bergen op Zoom: Het projectbudget is verhoogd met

€ 3 miljoen vanwege een tegenvaller als gevolg van ingediende claims voor nadeelcompensatie.

  • • 
    De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsbijstellingen.

Tabel 18 Projectoverzicht behorende bij 12.03.01: Realisatie Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

 
 

Projectbudget

     

Kasbudget

     

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Kleine projecten / Afronding projecten

37

43

 

2

2

 

0

0

4

29

   

Programma

Snelheidsaanpassing

55

54

35

19

1

             

Programma aansluitingen

118

117

81

25

10

3

           

Quick Wins Wegen

12

12

11

1

               

ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding)

1.488

1.488

1.475

2

1

       

11

2016

2016

Projecten Noordwest-Nederland

                       

A10 Amsterdam praktijk-proef FES

55

54

35

2

1

16

       

2018

2018

A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel (Zuidas)

314

309

41

12

1

43

73

21

6

116

2032

2036

2028

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere

1.228

1.291

869

27

28

31

28

26

213

4

2025

2027

2025

2027

A1 Bunschoten-Knooppunt Hoevelaken

20

20

19

 

1

         

2015

2015

A28 Knooppunt Hoevelaken

796

785

128

13

6

6

87

138

226

193

2030

2023

2025

A2 Holendrecht-Oudenrijn

1.210

1.210

1.209

1

           

2012

2012

A9 Badhoevedorp

322

321

272

4

   

46

     

2017

2017

N50 Ens-Emmeloord

19

20

19

0

           

2016

2016

Projecten Zuidwest-Nederland

                       
 

Projectbudget

     

Kasbudget

     

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig

vorig

A15 Papendrecht-Sliedrecht

16

16

1

6

7

3

       

2020

2021

2021

A4/A44 Rijnlandroute

581

575

174

60

134

133

80

     

Regio

Regio

A4 Burgerveen - Leiden

541

550

541

0

0

         

2015

2015

A4 Delft - Schiedam

642

641

642

0

           

2015

2015

A4 Vlietland / N14

16

16

14

2

           

2020

2022

2020

2022

N57/59 EuroRAP (verkeersveiligheid)

17

12

1

3

6

6

       

2022

2022

N61 Hoek-Schoondijke

Projecten Zuid-Nederland

111

111

110

1

       

1

 

2015

2015

A2 Passage Maastricht

685

680

676

1

1

1

1

5

 

1

2016

2016

A4 Dinteloord-Bergen op Zoom

263

260

258

0

1

       

3

2014

2014

A76 Aansluiting Nuth

60

59

45

 

14

         

Regio

Regio

Projecten Oost-Nederland

A12-A15 Ressen -Oudenbroeken

701

683

102

46

378

64

38

64

8

1

2022

2024

 

A1 Apeldoorn-Azelo: fase 1 en

2a

258

256

95

114

25

24

     

0

2023

2025

 

A1 Apeldoorn Zuid-Beekbergen

29

32

29

0

     

0

   

2017

2017

A50 Ewijk - Valburg

269

269

269

0

           

2017

2017

N35 Combiplan Nijverdal

319

319

316

2

0

1

       

2015

2015

N35 Wijthmen - Nijverdal

21

21

1

3

6

7

5

     

2018

2018

N35 Zwolle - Wijthmen

Projecten Noord-Nederland

50

49

39

11

           

2018

2018

A7 Zuidelijke Ringweg

Groningen fase 2

714

706

243

85

117

104

64

48

13

41

2024

2024

N31 Leeuwarden (De Haak)

220

219

218

2

0

         

2014

2014

Overige maatregelen

Fileaanpak

54

54

14

19

18

4

           

Meer kwaliteit leefomgeving

150

150

150

                 

Meer veilig

55

50

38

1

14

2

1

         

Afrondingen

 

1

 

1

               

Totaal uitvoeringsprogramma

11.445

11.452

8.170

463

769

449

423

302

471

399

   

Realisatie uitgaven op IF

12.03.01 mbt planuitwerking

     

61

99

69

24

18

5

6

   

Programma Realisatie

     

524

868

518

447

320

476

405

   

Budget Realisatie (IF 12.03.01)

     

401

729

405

570

460

590

405

   

Overprogrammering (-)

     
  • - 
    123
  • - 
    139
  • - 
    113

123

139

113

0

   

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

In kamerbrief van 23 juli (Kamerstukken II 2018-2019, 27840, nr.1) is de kamer geïnformeerd over de actuele stand van zaken op het project Zuidasdok

12.03.02 Verkenningen en Planuitwerkingen Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • • 
    Reserveringen voor Life Cycle Costs (LCC): deze reserveringen zijn geactualiseerd voor de verlenging van het Infrastructuurfonds van 2033 naar 2034.
  • • 
    Snelfietsroutes: Ten behoeve van een specifieke uitkering aan medeoverheden conform de opgestelde regeling zijn middelen overgeboekt naar het betreffende financiële instrument van artikel 14 op de beleidsbegroting.
  • • 
    Geluidsanering - Weg: ProRail en RWS zijn bezig met de uitvoering van Fase 1 van het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG) en inmiddels ook gestart met Fase 2. Vanuit de ervaringen met Fase 1 en de opgave voor Fase 2 is de recente stand van de budgetspanning in beeld gebracht. De eerder berekende budgetspanning is aanzienlijk verminderd, maar duidelijk is dat deze niet verder omlaag gebracht kan worden zonder het pakket aan geluidmaatregelen te verminderen. Daarmee zouden de hoogbelaste woningen minder worden beschermd dan in de Wet milieubeheer is toegezegd. Om die reden is de budgetspanning eenmalig verlaagd en is vanuit de investeringsruimte Hoofdwegennet (IF 20.05) € 81 miljoen toegevoegd aan het projectbudget.
  • • 
    A15 Papendrecht - Sliedrecht: Het project A15 Papendrecht - Sliedrecht is overgegaan naar de realisatiefase en is opgenomen bij artikel 12.03.01 Realisatie.
  • • 
    A4 Haaglanden - N14: Het taakstellend budget voor de A4 Haaglanden-N14 is met € 200 miljoen verhoogd naar € 667 miljoen Er is € 145 miljoen aan het projectbudget toegevoegd vanuit de investeringsruimte wegen (hiervan was € 80 miljoen reeds vorig jaar als reservering uit de investeringsruimte onttrokken en toegevoegd aan het planuitwerkingspro-gramma), voornamelijk ten behoeve van de vervanging/aanpassing van de spoorviaducten bij Rijswijk en Leidschendam-Voorburg, zodat de aanwezige vluchtstroken ter plaatse in de toekomst kunnen worden behouden (in plaats van deze te benutten als rijstrook). Aanvullend hierop is in 2020 € 55 miljoen extra toegevoegd vanuit de budgetten voor Beheer & Onderhoud en Vervanging & Renovatie, omdat in het kader van dit project werkzaamheden op dit gebied worden uitgevoerd, zoals vervanging van bestaande geluidschermen, verlichting en DVM-systemen en aanbrengen van nieuw asfalt over het gehele traject.
  • • 
    N59 Verkeersveiligheid: Het project is overgeboekt van planuitwerking naar realisatie en wordt met ingang van deze begroting verantwoord op artikel 12.03.01.
  • • 
    N65 Vught - Haaren: Dit betreft de wijzigingen die voortvloeien uit de gewijzigde bestuursovereenkomst voor de aanpassingen aan de N65 Vught-Haaren met de betrokken partijen in Noord-Brabant. Hierbij is afgesproken dat de provincie Noord-Brabant de opdrachtgever wordt van de werkzaamheden. De rijksbijdrage en de in 2017 reeds ontvangen bijdrage van de gemeente 's-Hertogenbosch (in totaal: € 93,3 miljoen) worden via een specifieke uitkering aan de provincie overgemaakt. Vanwege de gewijzigde afspraken worden de geraamde ontvangsten van de andere regionale partijen teruggedraaid.
  • • 
    Ten slotte zijn de aanlegprojecten in de planuitwerkingsfase geïndexeerd naar prijspeil 2020.
 

Tabel 19 Projectoverzicht behorende bij 12.03.02: x € 1 miljoen)

Verkenningen en planu

itwerkingen Hoofdwegennet (bedragen

Projectomschrijving

Budget huidig

vorig

Planning

TB

Openstelling

Realisatie uitgaven op IF 12.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

  • 573
  • 539

nvt

nvt

Projecten Nationaal

       

Beter Benutten

106

105

 

nvt

Geluidsaneringprogramma - weg

341

267

 

nvt

Kosten voorbereiding tol

15

14

 

nvt

 

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

TB

Openstelling

Lucht - weg (NSL hoofdwegennet)

3

3

 

nvt

Reservering voor LCC

329

306

 

nvt

Snelfietsroutes

5

27

 

nvt

Tolreservering Blankenburgverbinding en ViA15

114

112

 

nvt

Vervolgprogramma Meer Veilig

56

55

 

nvt

Voorbereiding vrachtheffing

29

30

 

nvt

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

Projecten Noordwest-Nederland

167

184

 

nvt

A12/A27 Ring Utrecht

1.225

1.206

2017

 

A7/A8 Corridor Amsterdam-Hoorn

330

325

2022

 

Landzijdige Bereikbaarheid Lelystad Airport: Verbreding A6

55

54

2020

2025

Rijksbijdrage aan de Noordelijke Randweg Utrecht

182

179

nvt

Regio

Stedelijke Bereikbaarheid Almere

Projecten Zuidwest-Nederland

28

27

nvt

Regio

A15 Papendrecht - Sliedrecht

 

16

   

A20 Nieuwerkerk a/d IJssel - Gouda

135

133

2022

2026- 2028

A4 Leiden/Knooppunt Burgerveen - N14

231

226

2023

 

A4 Haaglanden - N14

676

467

2021

2026- 2028

N59 Verkeersveiligheid

Projecten Zuid-Nederland

 

10

nvt

nvt

A2 't Vonderen - Kerensheide

278

273

2019

2025- 2027

A27 Houten - Hooipolder

1.470

1.447

2019

Zuid: 2027- 2029

       

Noord: 2028- 2030

A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken

4

4

2020

2021-2022

Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport

27

26

nvt

Regio

N65 Vught - Haaren

94

125

nvt

Regio

Programma SmartwayZ.NL: A67 Leenderheide-Geldrop

157

154

2020

 

Programma SmartwayZ.NL: InnovA58

440

432

2021

2023- 2026 / 20252029

Programma SmartwayZ.NL: ITS en Smart Mobility

32

31

nvt

nvt

Reservering N65

0

4

   

SmartWayZ.NL programmaorganisatie

Projecten Oost-Nederland

2

2

   

A1 Apeldoorn - Azelo: fase 2b

195

191

2018

2026- 2028

A1/A30 Barneveld

42

42

2023

 

N35 Nijverdal - Wierden

117

116

2018

2023- 2025

N35 Raalte

13

13

nvt

Regio

N50 Kampen - Kampen Zuid

5

5

2021

2022- 2024

Reservering terugbetaling voorfinanciering A1 Apeldoorn - Azelo

30

30

nvt

nvt

Projecten Noord-Nederland

N33 Zuidbroek-Appingedam

102

100

2021

2026

Overige projecten en reserveringen

Projecten in voorbereiding

Projecten Nationaal

Studiebudget Verkenningen / MIRT onderzoeken

Programma DUMO

Programma Fiets

Strategisch plan Verkeersveiligheid

162

256

   

Afrondingen

 

3

   

Totaal programma planuitwerking en verkenning

6.622

6.461

   

Begroting (IF 12.03.02)

6.622

6.461

   

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private Opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na openstelling van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de Opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de weg wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting, van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.

De verplichting aan de DBFM-Opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze wegvakken terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 12.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging).

Producten

Bij de projecten N18 Varsseveld - Enschede, N31 Leeuwarden-Drachten, N33 Assen-Zuidbroek, 2e Coentunnel, A12 Lunetten-Veenendaal, A12 Veenendaal - Ede - Grijsoord, A15 Maasvlakte-Vaanplein, A1/A6 Diemen-Almere Havendreef A27/A1 Utrecht Noord-Eemnes-Bunschoten, A6 Almere en A9 Holendrecht-Diemen (Gaasperdammerweg) is sprake van volledige beschikbaarheidsvergoedingen. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.

De projecten A16 Rotterdam en A24 Blankenburgverbinding, A9 Badhoe-vedorp - Holendrecht en A12/A15 Ressen Oudbroeken (Via15) verkeren in de bouwfase en kennen een partiële beschikbaarheidsvergoeding. De volledige beschikbaarheidsvergoeding wordt na openstelling betaald.

Op het moment zijn er geen DBFM-projecten meer in aanbesteding.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • • 
    A12 Ede-Grijsoord: Naast een verhoging van het projectbudget met toegekende prijsbijstelling, is het budget verlaagd met € 8 miljoen door een meevaller op het project.

Tolgefinancierde uitgaven A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15): naast de prijsbijstelling is het projectbudget toegenomen door de extrapolatie van de verwachte tolopbrengsten.

  • • 
    Tolgefinancierde uitgaven A24 Blankenburgtunnel: de resterende tolopbrengsten van € 5 miljoen zijn overgeboekt naar het project A24 Blanken-burgtunnelverbinding. De inpassing van het DBFM-contract heeft reeds plaatsgevonden.
  • • 
    De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsbijstellingen.

Tabel 20 Projectoverzicht behorende bij 12.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

 
 

Projectbudget

     

Kasbudget

     

Openstelling

Eind contract

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Later

Huidg Vorig

 

Projecten Noordwest-Nederland

                         

A10 Tweede Coentunnel

2.172

2.152

1.230

55

56

54

54

54

54

614

2013

2013

2037

A12 Lunetten-Veenendaal

691

684

371

25

26

26

26

26

26

167

2012

2012

2033

A1/A6/A9 SA

Badhoevedorp-Holendrecht

1.242

1.232

 

32

30

27

25

23

20

1.084

2026

2026

2040

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (deeltraject A1/A6)

1.845

1.822

621

67

64

61

60

60

66

845

2019

2019

2042

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (deeltraject A6 Almere)

374

369

62

22

22

17

17

17

20

198

2019

2019

2040

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (deeltraject A9 Gaasperdammerweg)

1.160

1.144

317

56

54

61

52

49

49

522

2020

2020

2038

A27/A1 Utrecht-Eemnes-Bunschoten

362

360

55

17

15

15

15

14

14

217

2019

2018

2020

2044

Aflossing tunnels

954

950

706

48

48

36

28

28

28

32

     

Projecten Zuidwest-Nederland

                         

A15 Maasvlakte-Vaanplein

2.271

2.252

1.397

114

60

56

56

56

56

476

2015

2015

2035

A16 Rotterdam

1.521

1.498

129

36

27

27

171

88

72

970

2022

2024

 

2043

A24

Blankenburgtunnelverbinding

Projecten Zuid-Nederland

1.909

1.875

201

55

30

29

170

114

130

1.180

2024

 

2043

A59 Rosmalen-Geffen

272

272

270

1

1

       

0

2005

2005

2020

Projecten Oost-Nederland

                         

A12-A15 Ressen -

37

36

 

37

           

2022-

2022-

 

Oudenbroeken

             

2024

2024

 

A12 Ede-Grijsoord

179

184

53

17

13

9

9

9

9

57

2016

2016

2032

N18 Varsseveld-Enschede

463

459

230

16

10

19

10

10

12

155

2018

2018

2043

Projecten Noord-Nederland

                         

N31 Leeuwarden - Drachten

168

168

143

6

6

6

2

   

4

2007

2007

2022

N33 Assen - Zuidbroek

344

340

129

14

14

14

14

14

14

131

2014

2014

2034

Tolgefinancierde uitgaven (NCW)

 
 

Projectbudget

   

Kasbudget

     

Openstelling

Eind contract

Projectomschrijving

huidig

vorig t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Later

Huidg Vorig

 

Tolgefinancierde uitgaven A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15)

Tolgefinancierde uitgaven A24 Blankenburgtunnel Afrondingen

497

460

5

       

25

25

447

   

Totaal

16.461

16.264    5.914

620

477

458

709

587

597

7.100

   

Begroting (IF 12.04)

   

620

477

458

709

587

597

7.100

   

12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan verkeersmanagement, beheer, onderhoud, vervanging, aanleg en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT-systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

Voor cybersecurity is er voor 2020 en 2021 een impulspakket vastgesteld. In totaal is er € 33,6 miljoen aan capaciteit- en programma middelen toegekend voor cybersecurity en hiervan is € 17,4 miljoen beschikbaar voor het hoofdweggennet. Hiervoor is een pakket aan maatregelen vastgesteld om de ARK-aanbevelingen versneld op te pakken, BWR-restmaatregelen uit te voeren en de cyberweerbaarheid te vergroten. Daarmee worden de prestaties op de netwerken die in beheer van RWS zijn preventief beschermd, aanvallen gedetecteerd en verholpen.

12.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden aan de producten op het gebied van Rijkswegen, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.

Producten

Totaal geraamde inkomsten tol

Met de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15, die op 15 maart 2016 in werking is getreden, is vastgelegd dat bij de projecten A24 Blankenburgverbinding en A12/A15 Ressen - Oudbroeken (ViA15) tol geheven kan worden. De toekomstige tolontvangsten zijn geraamd op artikel 12.09. Bij tolheffing wordt uitgegaan van een periode van 25 jaar. Als de tolopgave op een wegdeel eerder wordt gerealiseerd, dan zal de tolheffing op dat wegdeel worden beëindigd en vice versa. Voor een overzicht van de totaal geraamde inkomsten tol wordt verwezen naar bijlage 7 Tol.

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten in de investeringen van Rijkswegenprojecten.

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Bijdragen van derden

114

144

40

52

77

9

Totaal geraamde inkomsten tol

       

45

45

Totaal

114

144

40

52

121

54

Ten opzichte van de eerste suppletoire wet 2020 zijn de ontvangsten toegenomen als gevolg van:

  • A12/15 Ressen: in 2022 wordt voor dit project een Ten-T subsidie ontvangen van € 1,1 miljoen.
  • N31 Leeuwarden Haak: In totaal wordt € 1,1 miljoen extra ontvangen in 2020. Dit betreft € 0,4 miljoen van de provincie in verband met zoute kwel. € 0,7 miljoen betreft de verkoop van gronden.
  • Bij een aantal projecten zijn ontvangsten aangepast voor de prijsbijstelling 2020 (€ 1,1 miljoen).

3.2 Artikel 13 Spoorwegen

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord. Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII over 2021 bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering

Tabel 22 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 13 Spoorwegen (bedragen x € 1.000)

 
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

1.849.882

1.915.808

8.792.639

2.147.727

2.099.569

1.502.081

1.392.733

Uitgaven

1.931.571

1.942.460

9.072.039

2.069.538

2.289.958

1.940.920

1.770.336

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

98%

       

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

1.457.826

1.510.448

1.497.541

1.507.430

1.714.909

1.357.711

1.275.840

13.03 Aanleg

319.486

233.680

262.627

395.284

406.630

411.742

322.857

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer

280.745

143.616

206.487

291.856

220.366

233.348

181.243

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer

17.486

23.504

12.897

19.769

20.516

20.579

54.125

13.03.04 Verk. en planuitw. personenvervoer

20.952

51.410

38.383

60.643

126.119

108.812

75.456

13.03.05 Verk. en planuitw. goederenvervoer

303

15.150

4.860

23.016

39.629

49.003

12.033

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

144.269

188.342

164.871

166.824

168.419

171.467

171.639

13.07 Rente en aflossing

9.990

9.990

7.147.000

0

0

0

0

Ontvangsten

203.626

248.098

198.538

208.458

213.339

216.430

329.108

13.09 Ontvangsten

203.626

248.098

198.538

208.458

213.339

216.430

329.108

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2021 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2021.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2034 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2034.

Tabel 23 Artikel 13 Spoorwegen (bedragen x € 1.000)

 
     

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

13

Spoorwegen

Beheer,

Uitgaven

1.942.460

9.072.039

2.069.538

2.289.958

1.940.920

1.770.336

1.933.248

2.041.775

13.02

onderhoud en vervanging

 

1.510.448

1.497.541

1.507.430

1.714.909

1.357.711

1.275.840

1.460.533

1.520.790

13.03

Aanleg

 

233.680

262.627

395.284

406.630

411.742

322.857

299.770

344.676

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

188.342

164.871

166.824

168.419

171.467

171.639

172.945

176.309

13.07

Rente en aflossing

 

9.990

7.147.000

0

0

0

0

0

0

13

Spoorwegen

Ontvangsten

248.098

198.538

208.458

213.339

216.430

329.108

203.784

203.784

13.09

Ontvangsten

 

248.098

198.538

208.458

213.339

216.430

329.108

203.784

203.784

 

Vervolg (bedragen x € 1.000)

     

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

13

Spoorwegen

Uitgaven

1.612.486

1.590.698

1.750.464

1.628.046

1.697.533

1.696.628

1.867.890

34.904.019

     

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

 

Beheer,

                 

13.02

onderhoud en vervanging

 

1.327.921

1.352.007

1.464.083

1.494.242

1.532.375

1.696.467

1.847.681

22.559.978

13.03

Aanleg

 

127.575

149.370

196.897

91.503

165.158

161

20.209

3.428.139

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

156.990

89.321

89.484

42.301

0

0

0

1.758.912

13.07

Rente en aflossing

 

0

0

0

0

0

0

0

7.156.990

13

Spoorwegen

Ontvangsten

203.784

203.784

203.784

203.784

203.784

203.784

203.784

3.248.027

13.09

Ontvangsten

 

203.784

203.784

203.784

203.784

203.784

203.784

203.784

3.248.027

  • C. 
    Toelichting

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Op grond van richtlijn 91/440/EEG i van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 kan een beheerder voor de spoorweginfrastructuur worden aangewezen en kunnen lidstaten financiële middelen verstrekken aan de beheerder om te voldoen aan zijn taken. De Minister van IenW heeft op 14 december 2014 aan ProRail een concessie verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur in de periode 2015 tot en met 2024. In de beheerconcessie staan de afspraken tussen de overheid en ProRail over het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze afspraken gaan onder meer over de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur en de daarmee samenhangende voorzieningen, maar ook over de kwaliteit van de informatievoorziening. Jaarlijks wordt aan ProRail subsidie verstrekt voor de instandhouding van de hoofdspoorweginfrastructuur, overeenkomstig het bepaalde in de Wet en het Besluit Infrastructuurfonds.

De beheerconcessie geeft invulling aan de beleidsambities uit de Lange Termijn Spooragenda deel 2 (LTSA 2), namelijk scherpere sturing door de concessieverlener. Hiertoe bevat de concessie instrumenten als prestatie-indicatoren, programma's en maatregelen, audits en reviews, verplichtingen om informatie aan IenW te verstrekken en/of besluiten voor te leggen en verplichtingen met betrekking tot samenwerking en transparantie. De ruggengraat van de concessie is de jaarcyclus waarmee in het beheerplan jaarlijks afspraken worden gemaakt tussen de Minister van IenW en ProRail over de te bereiken prestaties en de te nemen maatregelen. De Minister van IenW geeft jaarlijks in de beleidsprioriteitenbrief aan welke prestaties het komende jaar van ProRail worden verwacht. ProRail stelt op basis van de beleidsprioriteitenbrief een beheerplan op en consulteert belanghebbenden over de hoofdlijnen van het ontwerp beheerplan. Vervolgens legt ProRail het beheerplan ter instemming voor aan de Minister van IenW.

Nadat de Minister van IenW heeft ingestemd met het beheerplan, wordt deze toegezonden aan de Tweede Kamer. Na afloop van het jaar legt ProRail op grond van de Concessie verantwoording af in de jaarrapportage en op grond van het Besluit Infrastructuurfonds in het jaarverslag en de jaarrekening. Zodra deze documenten zijn vastgesteld worden ook deze aan de Tweede Kamer toegezonden.

Het voornemen is om ProRail met ingang van 1 juli 2021 om te vormen tot zbo. Dit heeft onder andere tot gevolg dat bovengenoemde 'instrumenten' zoals de beheerconcessie, het beheerplan, de subsidie en de beleidsprioriteitenbrief zullen worden vervangen door de instellingswet, het meerjarenplan, de begrotingsbijdrage en de jaarbrief.

Producten

De beheer-, onderhoud- en vervangingsactiviteiten zijn gericht op het realiseren van de in het beheerplan opgenomen prestaties per prestatie-gebied zoals opgenomen in de beheerconcessie. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met verkeersleiding en capaci-teitsmanagement. In het beheerplan zelf wordt jaarlijks een uitgebreide beschrijving opgenomen van de belangrijkste activiteiten die voor dat jaar zijn gepland. ProRail ontvangt voor de uit te voeren activiteiten een subsidie van het Rijk. Bij de vaststelling van de subsidie voor beheer, onderhoud en vervanging wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiks-vergoeding die ProRail ontvangt van de vervoerders en eventuele bijdragen van andere partijen voor onderhoudsactiviteiten.

Aan de beschikbare middelen is in totaal € 1,4 miljard toegevoegd vanuit de investeringsruimte spoor om de druk op de budgetten tot en met 2025 te verlichten. Hier wordt in de bijlage 4 'Instandhouding' nader bij stilgestaan.

De omvorming van ProRail tot zbo zal een aantal incidentele en structurele fiscale gevolgen hebben die in deze begroting zijn verwerkt. Overal waar kostenverhogingen of verlagingen als gevolg van de genoemde fiscale effecten optreden, ontstaan even grote verhogingen of verlagingen voor de belastingopbrengsten. Dat maakt verrekening via plafondcorrecties mogelijk. Deze fiscale verrekeningen worden op basis van ex ante ramingen verwerkt. De structurele fiscale gevolgen worden verwerkt op dit artikelonderdeel. De incidentele fiscale gevolgen worden verwerkt op artikel 13.07 .Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de verdiepingsbijlage.

Naast bovenvermelde effecten zijn er twee fiscale effecten die nu nog niet verwerkt kunnen worden. Dit betreft de structurele btw-gevolgen voor derden bij cofinanciering en de incidentele fiscale gevolgen bij het Theemswegtracé. De benodigde informatie is niet tijdig beschikbaar voor verwerking in deze begroting. Voor deze twee posten wordt afgeweken van de afspraak dat alle financiële gevolgen in de ontwerpbegroting 2021 worden verwerkt. Deze zullen worden opgenomen in de ontwerpbegroting 2022.

13.03 Aanleg Spoor lenW is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:

  • • 
    door ProRail uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;
  • • 
    door lenW uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;
  • • 
    voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;
  • • 
    uitvoering van deze projecten.

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer spoor Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Geluidsanering Spoorwegen

ProRail en RWS zijn bezig met de uitvoering van Fase 1 van het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG) en inmiddels ook gestart met Fase 2. Vanuit de ervaringen met Fase 1 en de opgave voor Fase 2 is de recente stand van de budgetspanning in beeld gebracht. De eerder berekende budgetspanning is aanzienlijk verminderd, maar duidelijk is dat deze niet verder omlaag gebracht kan worden zonder het pakket aan geluidmaatre-gelen te verminderen. Door de toevoeging van G 81 miljoen vanuit de investeringsruimte spoor (IF 20.05) is de budgetspanning eenmalig verlaagd en kunnen de hoogbelaste woningen beter worden beschermd waarmee wordt voldaan aan hetgeen in de Wet milieubeheer is toegezegd.

Nazorg gereedgekomen lijnen en halten

Voor de bij Voorjaarsnota 2020 onder de post Nazorg ondergebrachte deelprojecten Vleuten - Geldermalsen en Ontsnippering bleek in totaal € 4,3 miljoen minder benodigd voor de uitvoering van de nazorg-werkzaam-heden. Deze vrijval is toegevoegd aan de investeringsruimte Spoor (IF 20.05).

Tabel 24 Projectoverzicht behorende bij 13.03.01: Realisatieprogramma Spoorwegen personenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)

Projectbudget    Kasbudget Indienststelling

Projectomschrijving    huidig vorig t/m 2019    2020    2021    2022    2023    2024    2025 later huidig vorig

Projecten Nationaal

Be- en bijsturing toekomst Geluidsanering Spoorwegen Programma Behandelen en Opstellen

Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE) Verbeteraanpak stations

Verbeteraanpak trein Spoorcapaciteit 2030

Stations en stationsaanpassingen

Kleine stations Toegankelijkheid stations

Overige projecten/lijndelen etc.

Aanleg ATBvv

Booggeluid

Fietsparkeren bij stations

Kleine projecten personenvervoer

Nazorg gereedgekomen lijnen/ halten

Overwegenaanpak

Ontsnippering

Programma aanpak suïcidepreventie

Programma kleine functiewijzigingen Projecten Noordwest-Nederland

Amsterdam CS, Cuypershal

 

16

15

8

5

699

609

73

19

155

152

11

8

27

27

13

-

11

11

4

2

43

43

38

3

138

135

0

31

18

18

 

13

500

496

259

42

70

69

7

2

3

3

1

1

418

416

139

48

23

23

 

5

30

35

 

11

759

728

424

36

81

80

61

7

10

10

5

3

383

380

219

17

27

26

17

1

 

12

2

43

1

39

49

23

34

36

19

1

3

1

1

1

1

1

1

-

-

-

2

36

16

22

17

35

0

34

5

16

16

13

16

15

18

1

-

1

0

65

62

53

24

10

4

2

1

5

28

7

35

9

66

66

6

3

2

1

2

-

-

-

22

18

18

18

6

3

1

 
 
 

-

2021

2019

70

395

divers

divers

7

17

divers

divers

   

2011/

2011/

3

5

2018-

2018-

   

2024

2024

1

3

2020

2020

   

2018/

2018/

   

2019

2019

7

8

divers

divers

 
 

-

divers

divers

7

91

divers

divers

-

-

divers

divers

-

0

divers

divers

16

10

divers

divers

0

1

divers

divers

  • 0

-

divers

divers

52

52

divers

divers

1

 

divers

divers

 

-

2021

2021

18

52

divers

divers

   

2022

2020

 
 

Projectbudget

           

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig

vorig

OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)

408

408

407

0

0

0

1

     

2016

2016

Vleuten - Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS)

Projecten Zuidwest-Nederland

888

888

887

1

0

-

       

divers

divers

Den Haag CS perronsporen 11 en 12

66

65

11

2

3

3

21

21

6

 

2023 - 2025

2023 - 2025

Rijswijk - Schiedam incl.

608

607

597

7

3

         

2023

2023

spoorcorridor Delft

Projecten Oost Nederland

         
  • 2025
  • 2025
         

Traject Oost

240

239

167

22

6

13

16

10

3

3

divers

divers

Projecten Noord Nederland

216

214

102

68

36

9

1

     

2017/

2017/

Zwolle - Herfte

     

2021

2021

Sporendriehoek Noord-Nederland

140

139

64

27

28

14

7

     

divers

divers

Afrondingen

-

-

  • 1

1

1

  • 2

2

-

  • 1

-

   

Totaal ProRail projecten

5977

5837

3512

381

342

316

334

264

190

637

   

Totaal overige (niet ProRail) projecten

0

0

0

0

0

0

0

   

0

   

Totaal uitvoeringsprogramma

5977

5837

3512

381

342

316

334

264

190

637

   

Planuitwerkingsuitgaven binnen het realisatieprogramma

150

148

 

5

               

Afrekening voorschotten

158

145

145

14

0

0

0

   

0

   

Programma Realisatie

6.285

6.130

3.657

400

333

308

305

236

174

637

   

Realisatieuitgaven binnen het planuitwerkingsprogramma

     
  • 15
  • 9
  • 8
  • 29
  • 28
  • 16
     

Budget Realisatie (IF 13.03.01)

6.294

6.161

3.663

144

198

283

191

205

165

1.102

   

Overprogrammering (-)

     
  • - 
    241
  • - 
    126
  • - 
    17
  • - 
    85
  • - 
    3

7

465

   

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer spoor

Tabel 25 Projectoverzicht behorende bij 13.03.02: Realisatieprog

ramma

Spoorwegen goederenvervoer (bedragen

x € 1 miljoen)

                       
 

Projectbudget

           

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig

vorig

ProRail Projecten

Projecten Nationaal

                       

Kleine projecten goederenvervoer

2

2

 

2

               

Optimalisering

Goederencorridor Rotterdam-Genua

170

170

155

2

1

4

1

2

2

3

divers

divers

PAGE risico reductie

19

19

10

-

1

3

3

3

   

divers

divers

Programma Emplacementen op orde

61

60

9

7

2

6

6

6

6

19

divers

divers

Projecten Zuidwest-Nederland

                       

Calandbrug

162

161

118

1

1

10

21

6

5

 

2020/

2025

2020/

2021

Geluidmaatregelen Zeeuwselijn

24

24

19

1

0

1

2

     

divers

divers

Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding

227

225

72

1

-

9

18

42

50

35

divers

divers

Projecten Zuid-Nederland

                       

Projecten Oost Nederland

                       

Uitv.progr Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNov)

137

136

98

9

9

4

5

8

3

2

divers

divers

Overige projecten

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig    vorig

Nazorg gereedgekomen projecten

8

8

 

2

-

2

3

1

-

-

divers    divers

Afrondingen

     
  • 1

1

           

Totaal uitvoeringsprgramma

810

805

480

24

15

39

59

68

66

59

 

Planuitwerkingsuitgaven binnen het realisatieprogramma

268

266

                 

Afrekening voorschotten

17

16

16

1

             

Programma Realisatie

1095

1087

496

25

15

39

59

68

66

59

 

Realisatieuitgaven binnen het planuitwerkingsprogramma

     
  • 2
  • 2
  • 19
  • 39
  • 48
  • 12
   

Budget Realisatie (IF 13.03.02)

1096

1087

507

23

13

20

20

20

54

59

 

Overprogrammering (-)

13.03.04 Planuitwerking personenvervoer spoor

Tabel 26 Projectoverzicht behorende bij 13.03.04: Verkenningen en planuitwerkingen Spoorwegen personenvervoer (bedragen x € 1 miljoen.)

 
 

Budget

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig PB of TB Indienststelling

Projecten Nationaal

Beter Benutten Decentraal Spoor (fase 2)

14

14

divers

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

71

71

divers

Kleine projecten Personenvervoer

10

9

divers

Reizigersfonds

3

3

nvt

Geluidsmaatregelen HSL-Zuid

70

69

divers

Prestatieverbetering HSL-Zuid

70

62

divers

Regionale Knelpunten

Projecten Zuid-Nederland

32

31

divers

Maaslijn

44

37

2024

Projecten Zuidwest-Nederland

Sporen Schiedam-Rotterdam

Projecten Oost-Nederland

1

1

 

Quick scan decentraal spoor Gelderland

Projecten Noordwest-Nederland

18

17

divers

Multimodale knoop Schiphol

258

254

divers

Overige projecten en reserveringen

     

Studie en innovatiebudget

32

31

 

Totaal programma planuitwerking en verkenning

610

599

 

Begroting (IF 13.03.04)

610

599

 

Legenda:

PB = Projectbesluit TB = Tracébesluit

13.03.05 Planuitwerkingsprogramma Goederenvervoer

Tabel 27 Projectoverzicht behorende bij 13.03.05: Verkenningen en planuitwerkingen Spoorwegen goederenvervoer (bedragen x € 1 miljoen.)

Budget    Planning

Projectomschrijving    huidig    vorig PB of TB Indienststelling

00

22    22    nvt divers

Planuitwerkingskosten van realisatieprogramma IF 13.03.02 Projecten Nationaal Kleine projecten Goederenvervoer Overige projecten en reserveringen Projecten in voorbereiding Overige projecten in voorbereiding Gesignaleerde Risico's

Totaal programma planuitwerking en verkenning

Begroting (IF 13.03.05)    22    22

Legenda:

PB = Projectbesluit TB = Tracébesluit

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

De Staat betaalt volgens de contractuele overeenkomst met Infraspeed voor de beschikbaarheid van de HSL-Zuid infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw) tot en met 2031. Het contract-beheer wordt uitgevoerd door ProRail, onder regie van IenW. Het voornemen is om ProRail met ingang van 1 juli 2021 om te vormen tot zbo en om dan ook de betalingen aan Infraspeed over te dragen van IenW aan ProRail. ProRail ontvangt hiervoor dan een begrotingsbijdrage van IenW. Er wordt nog bezien hoe de begrotingsbijdrage van IenW eruit zal zien en welke posten deze zal omvatten.

Producten

Tabel 28 Projectoverzicht behorende bij 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS Spoorwegennet (bedragen x € 1 miljoen.)

Projectbudget    Kasbudget Indienststelling

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig

vorig

Beschikbaarheidsvergoeding1

3.636

3.642

1.945

192

163

165

166

169

170

713

2006

2031

Rente- en

                       

belastingaanpassingen2

  • 91
  • 91
  • 112
  • 4

2

2

2

2

2

15

   

Totaal

3.545

3.551

1.833

188

165

167

168

171

172

728

   

Begroting (IF 13.04)

3593

3593

1852

188

165

167

168

171

172

728

   

13.07 Rente en aflossing

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de eenmalige uitgaven verantwoord die samenhangen met de afrekeningen van de incidentele Vennootschapsbelasting, dividendbelasting en BTW tussen ProRail en de Belastingdienst als gevolg van de voorgenomen omvorming van ProRail tot zbo per 1 juli 2021. Over de achtergrond hiervan is de Kamer geïnformeerd bij de brief van 17 februari 2020 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 35 396, nr. 5).

Vanaf de begroting 2021 maakt de rente op leningen van ProRail onderdeel uit van artikel 13.02 'beheer, onderhoud en vervanging'. Deze wijziging houdt eveneens verband met de voorgenomen omvorming van ProRail tot zbo per 1 juli 2021.

Producten

13.09 Ontvangsten

Motivering

Dit artikelonderdeel bevat de verantwoording van de bijdragen van derde partijen rechtstreeks aan lenW voor spooruitgaven. ProRail int de gebruiks-vergoeding van vervoerders en het grootste deel van de onderhoudsbijdragen van derde partijen, deze zijn daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting onder artikelonderdeel 13.02.

Producten

Concessievergoeding NS

Dit betreft de concessieprijs die NS betaalt voor de vervoerconcessie hoofd-railnet (artikel 66 van de Concessie HRN 2015-2025) en de HSL-heffing die NS betaalt ter dekking van de uitgaven voor de aanleg van de HSL-Zuid infrastructuur (Besluit HSL-heffing 2015), alsmede de betaling van de uitgestelde concessievergoeding HSL-Zuid 2009-2014 (Onderhandelak-koord tussen lenW en de NS in 2011) en de boetes die NS moet betalen wanneer de afgesproken prestaties niet zijn behaald.

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten en onderhoud.

Tabel 29 Ontvangsten artikel 13 Spoorwegen (bedragen x € 1 miljoen)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Concessievergoedingen

178

198

208

212

215

328

Prestatieboetes

           

Terugbetaling voorschotten

62

         

Bijdragen van derden

8

1

1

1

1

1

Ontvangsten spoor

248

199

209

213

216

329

3.3 Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering
 

Tabel 30 Budgettaire gevolgen van uitvoering art.

14 Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1.000)

 
 

2019

2020

2021

2022

 

2023

2024

2025

Verplichtingen

56.127

47.074

8.256

48.397

 

1.606

1.606

9.336

Uitgaven

154.962

103.812

84.083

90.007

 

33.232

34.351

40.962

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

98%

         

14.01 Grote regionaal/lokale projecten

103.974

73.296

84.082

42.531

 

33.232

34.351

40.962

14.01.02 Planuitw. Progr. Reg/lok

0

3.710

1.606

1.606

 

1.606

1.606

9.336

14.01.03 Realisatieprogr. Reg/lok

103.974

69.586

82.476

40.925

 

31.626

32.745

31.626

14.02 Regionale Mob. Fondsen

0

0

0

0

 

0

0

0

14.03 RSP-ZZL: Pakket Bereikbaarheid

50.988

30.516

1

47.476

 

0

0

0

14.03.01 RSP-ZZL: RB projecten

1.254

25.408

1

0

 

0

0

0

14.03.02 RSP-ZZL: mob. Fondsen

49.734

0

0

47.476

 

0

0

0

14.03.03 RSP-ZZL: REP

0

5.108

0

0

 

0

0

0

Ontvangsten

3.778

46

           

14.09 Ontvangsten

3.778

46

           
 

Budgetflexibiliteit

           
 

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2021 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2021. Omschrijving van

 

de samenhang in het beleid Budgetflexibiliteit.

   
 

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2034 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepings-bijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de

 

periode tot en met 2034.

         

Tabel 31 Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1.000)

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Regionaal, lokale

14    Uitgaven infrastructuur

103.812

84.083

90.007

33.232

34.351

40.962

41.543

16.729

14 01    Grote regionaal/

lokale projecten

73.296

84.082

42.531

33.232

34.351

40.962

41.543

16.729

14.02    Regionale Mob.

14.02    Fondsen

14.03    RSP-ZZL: Pakket

Bereikbaarheid

0

30.516

0

1

0

47.476

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Regionaal, lokale

14    Ontvangsten    46

infrastructuur

0

0

0

0

0

0

0

14.09    Ontvangsten

46

0

0

0

0

0

0

0

Vervolg (bedragen x € 1.000)

 
     

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

12.491

0

0

0

0

0

0

457.210

14.01

Grote regionaal/ lokale projecten

 

12.491

0

0

0

0

0

0

379.217

14.02

Regionale Mob. Fondsen

 

0

0

0

0

0

0

0

0

14.03

RSP-ZZL: Pakket Bereikbaarheid

 

0

0

0

0

0

0

0

77.993

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

46

14.09

Ontvangsten

 

0

0

0

0

0

0

0

46

  • C. 
    Toelichting

14.01 Grote regionale/lokale projecten

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten, waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan € 225 miljoen indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden, waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen, of € 112,5 miljoen, indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. Het project moet passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid, zoals verwoord in de begroting HXII beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor, de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) en het Toekomstbeeld OV.

Producten

Algemeen

Regionale lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de decentrale overheid. lenW levert een bijdrage aan de aanleg-kosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.

Verkenningen

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart verkenningenprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De verkenningen worden onder verantwoordelijkheid van de decentrale overheid uitgevoerd en pas na toetsing en besluitvorming door IenW al dan niet opgenomen in het planuit-werkingsprogramma.

14.01.02 Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokaal

Tabel 32 Projectoverzicht behorende bij 14.01.02:

Planuitwerkingsprogramma Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x

 

€ 1 miljoen)

Projectomschrijving

Budget huidig

Planning vorig PB of TB Indienststelling

Overige projecten en reserveringen

Projecten in voorbereiding

Overige projecten in voorbereiding

50

49

nvt

Gesignaleerde risico's

 

Totaal programma planuitwerking en verkenning

50

49

Begroting (IF 14.01.02)

50

49

Legenda:

PB = Projectbesluit TB = Tracébesluit

De beschikbare middelen betreffen een reservering voor de extra onderhoudskosten door areaalgroei bij het project HOV-NET Zuid-Holland.

14.01.03 Realisatieprogramma Regionaal/lokaal

Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Tabel 33 Projectoverzicht behorende bij 14.01.03: Realisatieprogramma Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1 miljoen.)

 
 

Projectbudget

           

Kasbudget Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later huidig    vorig

Projecten Noordwest-Nederland

                   

Amstelveenlijn

81

80

38

16

 

27

     

2020/

2022

Utrecht, tram naar de Uithof

113

112

82

0

31

0

0

   

0    2019

Projecten Zuidwest-Nederland

HOV-NET Zuid-Holland Noord (vh Rijn-Gouwelijn)

213

211

57

0

6

14

32

33

32

40 divers

Rotterdamsebaan

286

285

187

53

46

0

0

   

regio

Afrondingen

                   

Totaal

693

687

365

70

82

41

32

33

32

40

Begroting (IF 14.01.03)

   

104

70

82

41

32

33

32

 

14.02 Regionale mobiliteitsfondsen

Motivering

Over heel Nederland worden verschillende Regionale Mobiliteitsfondsen (RMf) gebruikt. Deze fondsen zijn gevoed op basis van de volgende impulsen:

  • • 
    Bereikbaarheidsoffensief Randstad;
  • • 
    Amendement Dijsselbloem;
  • • 
    Amendement Van der Staaij;
  • • 
    Regionale bereikbaarheid (Kwartje van Kok);
  • • 
    Amendement Van Hijum;
  • • 
    Quick Wins NWA eerste en tweede tranche;
  • • 
    Sluiskiltunnel

14.03 RSP Zuiderzeelijn, pakket Regionale Bereikbaarheid

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen begroot n.a.v. het convenant Regio Specifiek Pakket Zuiderzeelijn tussenRijk-Regio (Kamerstukken II 2007-2008, 27 658, nr. 43). Het pakket omvat projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid in Noord-Nederland (concrete bereikbaarheidsprojecten en regionaal mobiliteitsfonds) en een Ruimtelijk-economisch programma (REP), tevens ten behoeve van Noord-Nederland. De voorwaarden voor het RSP zijn beschreven in het op 23 juni 2008 ondertekende convenant Rijk-Regio (Kamerstukken II 2008-2009, 31 700 A, nr. 19). Over de voortgang wordt de Tweede Kamer jaarlijks met een voortgangsrapportage (in het najaar) geïnformeerd.

Binnen de projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid gaat het in totaal om vijf concrete bereikbaarheidsprojecten, zie 14.03.01.

In 2009 is het Regionaal Mobiliteitsfonds (RMf) RSP opgericht voor Noord-Nederland (zie Regionale Mobiliteit in tabel). Het totale budget RMf RSP is € 970 miljoen. Dit bestaat uit € 500 miljoen bijdrage van het Rijk en € 470 miljoen bijdrage van de regio. Binnen het RMf RSP is € 100 miljoen gereserveerd als bijdrage aan de concrete projecten; zie 14.03.02. Deze bijdrage vervalt als na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is en blijft beschikbaar voor het RMf RSP. De inzet van middelen uit het RMf RSP is een decentrale verantwoordelijkheid. Het RMf RSP is beschikbaar voor projecten, die kunnen worden gerealiseerd vóór 2020. Enkele projecten lopen langer door dan 2020, zoals ook eerder is gemeld in de voortgangsrapportages van het Regio specifiek pakket Zuiderzeelijn.

Binnen het Ruimtelijk-economisch Programma (REP) wordt onderscheid gemaakt tussen een rijksdeel (€ 150 miljoen) en een regionaal deel (€ 250 miljoen). Het rijksdeel valt onder regie van het ministerie van EZK. Het betreffende rijksbudget werd tot en met 2012 verantwoord op de EZ-begroting, daarna is in 2012 het resterende deel via het Provinciefonds gedecentraliseerd. Het regionale deel, in totaal € 250 miljoen, valt onder regie van de regio. De rijksbijdrage voor het regionale deel, € 150 miljoen, is opgenomen op de begroting Infrastructuurfonds; zie 14.03.03. Deze bijdrage wordt in jaartranches overgeboekt via het provinciefonds naar de regio. Van de oorspronkelijke € 150 miljoen vanuit het Rijk is nog € 50 miljoen niet uitgekeerd. Dat zal naar verwachting de komende jaren plaatsvinden. Ook de regio heeft € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor het regionale deel van het REP.

 

Tabel 34 Projectoverzicht behorende bij 14.03: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (bedragen x € 1

miljoen)

 

Projectbudget

         

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024    2025    later

huidig    vorig

14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten

72

71

46

25

         

14.03.02 Regionaal Mobiliteitsprojecten

588

587

541

0

 

47

     

14.03.03 Ruimtelijke economisch programma

5

5

 

5

         

Afrekening voorschotten

4

4

4

           

Begroting (IF 14.03)

669

667

591

30

 

47

     

LMCA Spoor: sporendriehoek (IF 13.03.01)

140

139

64

27

28

14

7

   

Totale rijksbijdrage Noord-Nederland

809

806

655

57

28

61

7

   

3.3 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, geïntegreerde contractvormen/PPS, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte.

De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII en vinden hun oorsprong in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de Nota Mobiliteit (NoMo) (Kamerstukken II 2004-2005, 29 644, nr. 6).

Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de begroting Hoofdstuk XII.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering

Tabel 35 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)

 
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

821.049

1.213.069

883.918

854.845

871.329

1.006.393

959.237

Uitgaven

940.693

1.047.788

1.315.532

1.145.728

1.046.417

1.025.286

1.011.317

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

98%

       

15.01 Verkeersmanagement

8.830

11.010

10.501

9.993

9.332

9.129

8.976

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

8.830

11.010

10.501

9.993

9.332

9.129

8.976

15.02 Beheer onderhoud en vervanging

353.574

409.792

380.629

342.691

363.130

394.368

400.723

15.02.01 Beheer en onderhoud

313.815

356.314

283.760

242.768

139.935

115.409

80.789

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

309.713

335.809

279.633

238.641

135.808

112.812

74.980

15.02.04 Vervanging

39.759

53.478

96.869

97.501

138.893

172.050

177.698

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

0

0

1

1

1

1

1

15.03 Aanleg

195.446

214.655

296.156

331.684

249.356

207.832

197.106

15.03.01 Realisatieprogramma

194.340

193.882

239.686

242.768

139.935

115.409

80.789

15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

1.106

20.773

56.470

88.916

109.421

92.423

116.317

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

343

1.275

339

1.403

1.588

1.588

1.078

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

51.994

57.319

267.985

98.029

63.555

53.707

53.830

15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN

330.849

355.012

360.261

363.331

361.044

360.250

350.682

15.06.01 Apparaatskosten RWS

297.755

320.780

325.724

332.841

330.630

329.481

320.238

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

297.755

320.780

325.724

332.841

330.630

329.481

320.238

15.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

33.094

34.232

34.537

30.490

30.414

30.769

30.444

  • - 
    Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

33.094

34.232

34.537

30.490

30.414

30.769

30.444

Ontvangsten

130.509

141.359

90.877

23.860

2.404

9131

3.698

15.09 Ontvangsten

130.509

141.359

90.877

23.860

2.404

9131

3.698

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2021 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2021.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2034 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2034.

Tabel 36 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)

 
     

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

15

Hoofdvaarwegennet

Uitgaven

1.047.788

1.315.532

1.145.728

1.046.417

1.025.286

1.011.317

1.006.141

862.264

15.01

Verkeersmanagement

 

11.010

10.501

9.993

9.332

9.129

8.976

8.976

8.976

15.02

Beheer onderhoud en vervanging

 

409.792

380.629

342.691

363.130

394.368

400.723

359.924

262.303

15.03

Aanleg

 

214.655

296.156

331.684

249.356

207.832

197.106

265.761

219.487

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

57.319

267.985

98.029

63.555

53.707

53.830

54.857

53.529

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

 

355.012

360.261

363.331

361.044

360.250

350.682

316.623

317.969

15

Hoofdvaarwegennet    Ontvangsten

141.359

90.877

23.860

2.404

9.131

3.698

1.091

0

15.09

Ontvangsten

 

141.359

90.877

23.860

2.404

9.131

3.698

1.091

0

 

Vervolg (bedragen x € 1.000)

     

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

15

Hoofdvaarwegennet

Uitgaven

830.074

781.805

768.360

731.826

708.544

701.455

628.451

13.610.988

15.01

Verkeersmanagement

 

8.976

8.976

8.976

8.976

8.976

8.976

8.976

139.725

15.02

Beheer onderhoud en vervanging

 

257.716

243.005

254.326

216.219

237.973

229.702

229.702

4.582.203

15.03

Aanleg

 

180.357

155.665

126.919

98.393

92.937

100.937

28.000

2.765.245

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

62.323

53.455

57.435

87.534

47.954

41.136

41.069

1.093.717

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

 

320.702

320.704

320.704

320.704

320.704

320.704

320.704

5.030.098

15

Hoofdvaarwegennet    Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

272.420

15.09

Ontvangsten

 

0

0

0

0

0

0

0

272.420

  • C. 
    Toelichting

15.01 Verkeersmanagement

Motivering

De activiteiten binnen verkeersmanagement worden uitgevoerd om een vlot, betrouwbaar en veilig scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet te realiseren. Er zijn met RWS ten behoeve van het verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud prestatieafspraken gemaakt en er zijn indicatoren opgesteld om aan te sluiten op de beleidsdoelen.

Producten

Bij verkeersmanagement gaat het voornamelijk om de volgende activiteiten:

  • Verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;
  • Monitoring en informatieverstrekking;
  • Vergunningverlening en handhaving;
  • Crisisbeheersing en preventie.

In het goederenvervoer over water is een groei voorzien (NMCA goederenvervoer integraal 2017), die deels met verkeersmanagement wordt gefaci-liteerd. Daarnaast dient de betrouwbaarheid en reistijd op orde te worden gebracht. Beleidsdoelstellingen op het gebied van verkeersmanagement zijn:

  • Het zoveel mogelijk beperken van de gemiddelde structurele wachttijd bij sluizen in de hoofdvaarwegen;
  • Het afstemmen van de bediening van bruggen en sluizen op de vraag vanuit de markt.

Vanaf 2014 wordt in overleg met de sector gewerkt aan het zo goed mogelijk vormgeven van de bediening van sluizen en beweegbare bruggen. De Kamer is geïnformeerd over de wijze waarop RWS en haar collega vaarweg-beheerders dit vormgeven, via het stuk «vergezicht bediening sluizen en bruggen» (Kamerstukken II 2015-2016, 34 300 A, nr. 56). In 2019 is de Kamer geïnformeerd welke maatregelen Rijkswaterstaat samen met de sector heeft geselecteerd om de betrouwbaarheid van reistijden te verbeteren in het kader van Beter Bediend (Kamerstukken, 2018-2019, 31 409, nr. 219).

Met het toezicht op het water dat door RWS (onder andere samen met de Politie) wordt uitgevoerd, wordt beoogd de veiligheid voor de gebruikers te borgen. Dit toezicht heeft ook een preventieve werking. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Binnenvaartwet is meer nadruk komen te liggen op bestuursrechtelijke handhaving door lenW (in plaats van strafrechtelijke handhaving door de Politie). In geval van calamiteiten, zoals schade en verontreinigingen, wordt hierover bericht en adequaat opgetreden. Hiervoor is een calamiteitenorganisatie operationeel.

 

Tabel 37 Specificatie bedieningsareaal

Areaalomschrijving

Eenheid

2019

2020

2021

Begeleide vaarweg

km

592

592

592

Bediende objecten

stuks

242

244

244

Toelichting

Alleen de vaarwegen die vanuit vaste verkeersposten worden begeleid, zijn in het hierboven opgenomen areaal meegeteld. De vaarwegen in beheer bij RWS die met patrouillevaartuigen worden bestreken zijn derhalve niet meegerekend. Er zijn in 2021 voor deze indicatoren geen veranderingen voorzien.

De indicator passeertijden sluizen is opgenomen bij beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens in de begroting Hoofdstuk XII.

15.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd om het hoofdvaarwegennet in een staat te houden die noodzakelijk is voor het faciliteren van vlot, betrouwbaar, veilig en duurzaam vervoer van goederen.

Producten

Het regulier beheer en onderhoud van rijksvaarwegen omvat maatregelen aan bodems, oevers, kunstwerken zoals sluizen en bruggen, verkeersvoor-zieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement, zoals verkeerscentrales.

In bijlage 4 'Instandhouding' van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vallen.

15.02.01 Beheer en Onderhoud

Een voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de bedrijfszekerheid van de infrastructuur van de vaarwegen.

De activiteiten zijn erop gericht, om de scheepvaart (beroeps- en recreatie-vaart) zo goed mogelijk te faciliteren. Het betreft maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven. Daarnaast betreft het maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te laten functioneren.

Om verkeersoverlast tot een minimum te beperken, worden zowel de werkzaamheden binnen beheer en onderhoud als werkzaamheden die voortkomen uit het aanlegprogramma goed afgestemd. Binnen beheer en onderhoud vallen zowel het preventief als het correctief onderhoud

Kustwacht

De Kustwacht Nederland is een organisatie met eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De directeur Kustwacht maakt jaarlijks een Activiteitenplan en Begroting (APB) en legt dit voor aan de raad voor de kustwacht. De ministerraad stelt het APB vervolgens vast. De directeur Kustwacht beschikt over een informatiecentrum, schepen, surveillance-vliegtuigen en helikopters.

De Minister van IenW is als coördinerend minister voor Noordzee-aangele-genheden verantwoordelijk voor totstandkoming van geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De Minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht. De overzichtsconstructie Kustwacht is als bijlage 3 'Overzichts-constructie Kustwacht' aan deze begroting toegevoegd.

Overdracht Brokx-Nat

De nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-Nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans, op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd (Kamerstukken II 2002-2003, 28 600 XII, nr. 17). Op dit artikel wordt o.a. de betaling aan provincies en gemeenten voor het onderhoud aan kanalen in Drenthe en wegen en paden Texel verantwoord.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken oevers, bodems en verkeersvoorzieningen. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.

Figuur 8 Verdeling BenO-kosten (in percentages)

Kunstwerken HVWN 42%

Tabel 38 Areaal Beheer en Onderhoud

Eenheid    Omvang 2021 Budget x € 1.000 2021

Vaarwegen    km    7.071    283.760

Toelichting

Het totale areaal is een optelling hoofdtransportassen, hoofdvaarwegen en overige vaarwegen van in totaal afgerond 3.426 kilometer en van zeecor-ridors en zeetoegangsgeulen van in totaal afgerond 3.646 kilometer. Tezamen is dit afgerond 7071 kilometer. Er worden in 2021 geen veranderingen voorzien.

 

Tabel 39 Indicatoren Beheer en Onderhoud

Indicator

2018

2019

Streefwaarde

2020

Streefwaarde

2021

Geplande stremmingen (gehele areaal)

0,8%

Niet beschikbaar

0,8%

0,8%

Ongeplande stremmingen (gehele areaal)

0,4%

Niet beschikbaar

0,2%

0,2%

Toelichting

De geplande en ongeplande stremmingen geven een beeld van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de sluizen en bruggen op de vaarwegen. De percentages zijn berekend door de gestremde uren voor het maatgevend schip af te zetten tegen de totale bedientijd van deze objecten. De streefwaarden betreffen de afgesproken maximale waarden. Door uitgesteld onderhoud, ouderdom en intensiever gebruik neemt de kans op ongeplande uitval van objecten toe.

In 2019 zijn door de overgang naar een nieuw scheepvaartinformatie-systeem en onderzoek naar de datakwaliteit een aantal problemen geconstateerd omtrent aanlevering en kwaliteit van stremmingsgegevens. Hierdoor was het niet mogelijk om valide stremmingsgegevens over 2019 te rapporteren. In 2019 zijn de benodigde acties ingezet om de geconstateerde problemen op te lossen, waardoor de levering van stremmingsgegevens naar verwachting in 2020 wordt hersteld.

15.02.04 Vervanging

Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het Hoofdvaarwegennet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de jaren '60 van de vorige eeuw is de vervangingsopgave toegenomen. Op basis van onderzoek wordt concreet gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is. De projecten behorende bij deze opgave zijn opgenomen in het MIIRT overzicht. Het totaal van de opgave wordt in de instandhoudingsbijlage toegelicht.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid van het Hoofdvaarwegennet. De projecten in het programma Vervanging en Renovatie verlengen de levensduur van de kunstwerken, zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

15.03 Aanleg

Motivering

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de aanleg- en planuitwerking activiteiten bij het hoofdvaarwegennet.

15.03.01 Realisatie

Producten

In 2021 wil IenW de volgende mijlpalen realiseren:

 

Tabel 40 Mijlpalen Hoofdvaarwegennet 2021

Mijlpaal

Project

Openstelling

  • Ligplaatsen Merwedes: de aanleg van 4 extra ligplaatsen in de bestaande vluchthaven bij Gorinchem

Start realisatie

  • Twentekanalen, verruiming (fase 2)
  • Wilhelminakanaal Sluis II
  • Verwijderen baggerspecie Averijhaven (onderdeel Lichteren buitenhaven IJmuiden)

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Nieuwe Sluis Terneuzen: het projectbudget is verhoogd met € 32 miljoen en de openstelling is vertraagd naar 2023. De minister heeft in verband met de vervuilde onderlaag Schependijk het besluit genomen om de kosten tussen Nederland en Vlaanderen gelijk te verdelen. In 2020 is het eerste deel van de Nederlandse bijdrage (€ 20 miljoen) aan het projectbudget toegevoegd (Kamerstukken II, 35 300 A, nr. 57). Daarnaast zijn de ontvangsten van € 7 miljoen van derden toegevoegd aan het projectbudget. De overige € 5 miljoen is de toevoeging van de prijsbijstelling 2020. De vertraging is veroorzaakt door omstandigheden op de bouwplaats (zie ook kamerbrief Waalbrug Nijmegen en Nieuwe Sluis Terneuzen d.d. 20-07-2020).
  • Het project Vaarweg Meppel- Ramspol (keersluis Zwartsluis) is afgerond met een positief saldo van € 5,8 miljoen. Deze meevaller wordt teruggeboekt naar de investeringsruimte Vaarwegen.
  • De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van de prijsbijstelling 2020.
 

Tabel 41 Projectoverzicht behorende bij 15.03.01: € 1 miljoen)

Realisatieprog

ramma

Hoofdvaarwegennet (bedragen x

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Beter Benutten

16

16

16

0

           

-

-

Impuls Dynamisch Verkeersmanagement

Vaarwegen

101

101

98

2

         

1

2018

2018

Walradarsystemen

26

26

24

1

         

2

divers

divers

Projecten Noordwest-Nederland

                       

De Zaan (Wilhelminasluis) Projecten Zuidwest-Nederland

13

13

10

   

3

       

2020

2020

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek

13

13

1

2

1

8

2

     

2022

2022

Capaciteitsuitbreiding overnachtingsplaatsen

Merwedes

9

9

1

4

2

3

       

2021

2021

Nieuwe Sluis Terneuzen

987

955

361

193

168

148

42

38

37

 

2023

2022

Projecten Zuid-Nederland

Maasroute, modernisering fase

2

642

641

586

9

13

12

10

12

   

2023

2023

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig

vorig

Wilhelminakanaal Tilburg

99

99

95

 

1

     

1

1

2019

2019

Wilhelminakanaal Sluis II

5

5

1

1

2

1

       

2023

2023

Zuid-Willemsvaart; aanleg Maximakanaal en opwaardering tot Veghel

431

431

424

           

6

2015

2015

Projecten Oost Nederland

                       

Toekomstvisie Waal

134

133

33

8

30

26

26

12

   

2022

2024

Vaarweg Meppel-Ramspol (keersluis Zwartsluis)

59

65

59

1

           

2017

2017

Verruiming Twentekanalen fase

2

172

169

10

6

61

81

14

     

2023

2023

Projecten Noord-Nederland

                       

Vaarweg Lemmer - Delfzijl fase

1; verbetering tot klasse Va

284

284

280

 

4

         

2019

2019

Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee

39

39

37

           

2

2017

2017

Overige projecten

                       

Kleine projecten / Afronding projecten

1

1

                   

Afrondingen

3

   
  • 1
 

2

           

Totaal uitvoeringsprogramma

3.034

3.000

2.036

226

282

284

94

62

38

12

   

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwerking

   

6

4

1

6

12

4

0

0

   

Programma Realisatie

     

230

283

290

106

66

38

12

   

Budget Realisatie (IF 15.03.01)

     

194

240

243

140

115

81

12

   

Overprogrammering (-)

     
  • - 
    36
  • - 
    43
  • - 
    47

34

49

43

0

   

15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Bijdrage aan agentschap RWS: door de extrapolatie naar 2034 en prijsbijstelling over 2020 is de bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen met € 4 miljoen toegenomen;
  • Reservering Life Cycle Costs (LCC): door de extrapolatie naar 2034 en prijsbijstelling over 2020 is de reservering voor LCC met € 26 miljoen toegenomen;
  • Voor doelrealisatie programma Maasroute 2: nauw verbonden aan het MIRT-project Maasroute fase 2 (mijlpaal december 2023) worden een aantal maatregelen voor de veiligheid voorzien die niet in de huidige scope zitten. Hiervoor wordt € 75 miljoen gereserveerd.
  • Voor de voortzetting van de Topsector Logistiek in 2021-2023 wordt € 29 miljoen gereserveerd;
  • Nieuwe Sluis Terneuzen: De Minister heeft in verband met de vervuilde onderlaag Schependijk het besluit genomen de kosten tussen Nederland en Vlaanderen 50/50 te verdelen. In 2020 is het eerste deel van de Nederlandse bijdrage (€ 20 miljoen) overgeboekt naar het projectbudget op artikel 15.03.01;
  • De reserveringen voor de Kustwacht worden overgeheveld van artikel 20.03 naar artikel 15.03.02. Er is € 108 miljoen voor Search and Rescue-helikopters (SAR) en € 43 miljoen voor Emergency Towing Vessels (ETV) gereserveerd;
  • Wind op Zee scheepvaartveiligheid: EZK en lenW hebben een afspraak gemaakt over de dekking van de kosten die moeten worden gemaakt om de risico's te mitigeren die optreden voor de scheepvaartveiligheid door de aanleg van de windmolenparken van de routekaart 2030 Wind op Zee. EZK heeft € 241 miljoen overgeboekt naar lenW voor de no-regret kosten voor de windenergiegebieden Borssele en Hollandse Kust voor de periode 2020 tot en met 2029. Hiervan heeft lenW € 18 miljoen overgeboekt naar Defensie voor de personele kosten samenhangend met de taakintensivering Kustwacht maatregelen scheepvaartveiligheid Wind op Zee voor de periode 2020 tot en met 2029. De overige middelen zijn gereserveerd op artikel 15.03.02 voor de implementatie van de maatregelen;
  • Het project Sluiscomplex Kornwerderzand wordt nieuw opgenomen in onderstaande tabel. Voor dit project wordt € 95 miljoen gereserveerd op artikel 15.03.02. Hiervan is € 9 miljoen afkomstig van het project Vaarweg IJsselmeer-Meppel voor de verdieping van de vaargeul;
  • Vaarweg Lemmer-Delfzijl, fase 2: de openstelling is vertraagd van 2023-2025 naar 2024-2028. In 2019 is de planvorming van alle projecten van de provincies overgegaan naar Rijkswaterstaat. Dit heeft ertoe geleid dat de planvorming van de Gerrit Krolbrug en Paddepoelsterbrug niet voldoet aan de MIRT-systematiek. Dit wordt nu aangepakt, met vertraging in de planning tot gevolg. Daarnaast is het project Gerrit Krolbrug teruggezet naar de MIRT-planuitwerking;
  • Capaciteit Volkeraksluizen: In 2017 zijn quick-wins om de wachttijd te verminderen gerealiseerd. Sindsdien wordt tevens de ontwikkeling van de wachttijden gemonitord. Zodra de wachttijden gaan oplopen, kan er een extra scheepvaartkolk voor de beroepsvaart worden gebouwd. Vooralsnog zijn er geen indicaties dat dit nodig is, daarom wordt de planning met een jaar aangepast;
  • Ligplaatsen IJssel: Door het wegvallen van de PAS-regeling is vertraging van de planning van het project opgetreden. De opstelling wordt verwacht in 2023-2024 in plaats van 2021-2022;
  • De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsbijstelling 2020.
 

Tabel 42 Projectoverzicht behorende bij 15.03.02: (bedragen x € 1 miljoen)

Verkenningen en planuitwerkingen Hoofdvaarwegennet

Projectomschrijving

Budget huidig

vorig

TB

Planning

Openstelling

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

  • 34
  • 33

nvt

nvt

Projecten Nationaal

       

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

16

11

nvt

nvt

Reservering voor LCC

276

250

nvt

nvt

Projecten Noordwest-Nederland

       

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam-Lemmer

6

6

 

2025- 2027

Lichteren buitenhaven IJmuiden en Energiehaven

66

65

nnb

nnb

Vaarweg IJsselmeer-Meppel

27

27

 

2023

Projecten Zuidwest-Nederland

       

Capaciteit Volkeraksluizen

154

151

 

2025- 2027

Verkeerssituatie splitsing Hollandsch Diep-Dordtsche Kil

10

10

2016

2025- 2027

Projecten Oost-Nederland

       

Bovenloop IJssel (IJsselkop tot Zutphen)

37

36

 

2026- 2028

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel

28

27

2019

2023- 2024

Projecten Noord-Nederland

       

Verbreding sluiscomplex Kornwerderzand

951

   

2025- 2028

Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2

105

103

2017

2024- 2028

Overige projecten en reserveringen    956    786

Projecten in voorbereiding Projecten Noordwest-Nederland

Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2; reservering verkenning bruggen (AP)

Projecten Zuidwest-Nederland

Kreekraksluizen    2026- 2028

Projecten Oost-Nederland

 
 

Budget

   

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

TB

Openstelling

Verkenning IJssel fase 2

Overige projecten in voorbereiding

Gesignaleerde risico's

afrondingen

  • - 
    1
   

2028

Totaal programma planuitwerking en verkenning

1.741

1.439

   

Begroting (IF 15.03.02)

1.741

1.439

   

1 In totaal betreft de Rijksbijdrage voor Sluiscomplex Kornwerderzand € 111 miljoen. Naast het budget op 15.03.02 staat er € 16 miljoen op artikel 12.02.04 IF Zie ook het betreffende projectblad in het MIRT overzicht.

Legenda:

  • PB = Projectbesluit
  • TB = Tracébesluit

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, financiering en onderhoud) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-Opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding), als sprake is van de uitbreiding van een bestaande sluis die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor de scheepvaart. Bij openstelling van de sluis wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting, van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.

De verplichting aan de DBFM-Opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze vaarwegdelen en/of objecten terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 15.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging).

Producten

De projecten Sluis Limmel, 3e Kolk Beatrixsluis en sluis Eefde zijn opengesteld. Er is sprake van een volledige beschikbaarheidsvergoeding. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.

Zeetoegang IJmond verkeert in de bouwfase en kent een partiële beschik-baarheidsvergoeding. De volledige beschikbaarheidsvergoeding wordt na openstelling betaald. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • De afgelopen jaren was de werkelijke toegekende prijsbijstelling op de projecten 3e kolk Beatrixsluis, Capaciteitsuitbreiding Eefde en Keersluis Limmel lager dan waarmee met de budgettaire inpassing van de DBFM projecten rekening is gehouden. Hierdoor sloten de projectkosten tot einde looptijd niet meer volledig aan bij het beschikbare budget. Deze spanning is opgelost door een overboeking vanuit de Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet. Concreet betekent dit een verhoging van het projectbudget van € 7,3 miljoen op het project 3e kolk Beatrixsluis,

€ 1,3 miljoen op Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde en € 1 miljoen op Keersluis Limmel en een verlaging van € 0,8 miljoen op Zeetoegang IJmond;

  • De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van de prijsbijstelling 2020.

Tabel 43 Projectoverzicht behorende bij 15.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

 
 

Projectbudget

           

Kasbudget

Openstelling

Eind contract

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig

vorig

 

Projecten Noordwest-Nederland

                         

Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/ uitbreiding ligplaatsen

436

422

64

23

15

15

15

15

15

273

2019

2019

2046

Zeetoegang IJmond

1.039

1.021

95

19

241

75

39

31

31

509

2022

2022

2045

Projecten Zuid-Nederland

                         

Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde

161

157

25

12

9

5

6

5

5

93

2020

2020

2047

Keersluis Limmel

90

87

22

3

3

3

3

3

3

49

2018

2018

2048

Afrondingen

  • 1
 

1

     

1

   
  • 1
     

Totaal

1.725

1.687

207

57

268

98

64

54

54

923

     

Begroting (IF 15.04)

     

57

268

98

64

54

54

       

15.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdvaarwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan verkeersmanagement, beheer, onderhoud, vervanging, aanleg en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT-systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

Voor cybersecurity is er voor 2020 en 2021 een impulspakket vastgesteld. In totaal is er 33,6 miljoen aan capaciteit- en programma middelen toegekend voor cybersecurity en hiervan is 4,8 miljoen beschikbaar voor het hoofdvaarwegennetwerk. Hiervoor is een pakket aan maatregelen vastgesteld om de ARK-aanbevelingen versneld op te pakken, BWR-restmaatregelen uit te voeren en de cyberweerbaarheid te vergroten. Daarmee worden de prestaties op de netwerken die in beheer van RWS zijn preventief beschermd, aanvallen gedetecteerd en verholpen.

Rijksrederij

De Rijksbrede Civiele Rijksrederij is een organisatie die nautische diensten levert aan andere overheden zoals het Ministerie van EZK, Financiën (Douane), IenW en de Kustwacht. De Rijksrederij valt onder de verantwoordelijkheid van RWS. De kerntaken van de Rijksrederij zijn:

  • Het ter beschikking stellen van vaartuigen voor een bepaalde tijdsduur (al dan niet met nautische bemanning) met een door de opdrachtgever gespecificeerd dienstverleningsniveau;
  • Het leveren van kennisintensief advies aan overheidsinstellingen bij beheer, ontwerp en aanbesteding van vaartuigen;
  • Het leveren van kennisintensief advies op het gebied van eisen aan bemanningen, veiligheidsmanagement en scheepsuitrustingen.

15.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden aan de producten op het gebied van Rijksvaarwegen, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.

Producten

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten.

Tabel 44 Ontvangsten artikel 15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Bijdragen van derden

141.359

90.877

23.860

2.404

9.131

3.698

Ontvangsten Vaarwegen

141.359

90.877

23.860

2.404

9.131

3.698

3.3 Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Megaprojecten zijn door de Tweede Kamer aangewezen grote projecten (grootprojectstatus). De aanwijzing van grote projecten gebeurt op basis van artikel 2 van de Regeling Grote Projecten. De grootprojectstatus behelst dat de Regeling Grote Projecten van toepassing is, die voorschrijft dat de Minister zich ten minste halfjaarlijks tegenover de Tweede Kamer verantwoordt over de voortgang via een Voortgangsrapportage.

Onder dit artikel vallen de megaprojecten Verkeer en Vervoer:

  • • 
    Hogesnelheidslijn-Zuid;
  • • 
    Project Mainportontwikkeling Rotterdam;
  • • 
    ERTMS ;
  • • 
    Zuidasdok;
  • • 
    Programma Hoogfrequent Spoorvervoer.

Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 14 Wegen en Verkeersveiligheid, 16 Spoor en 18 Scheepvaart en havens op de begroting Hoofdstuk XII.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering

Tabel 45 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 17 Megaprojecten verkeer en vervoer (bedragen x € 1.000)

 
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

256.308

926.204

1.879.158

213.295

521.586

304.797

783.489

Uitgaven

333.324

382.638

218.763

548.624

680.069

675.270

783.719

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

71%

       

17.02 Betuweroute

1.094

0

0

0

0

0

0

17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid

54

4.420

3.116

0

0

0

0

17.03.01 Realisatie HSL-zuid

54

4.420

3.116

0

0

0

0

17.06 Project Mainportontwikkeling

Rotterdam

16.186

10.749

460

663

663

663

663

17.07 ERTMS

63.243

78.855

49.033

147.758

134.596

148.059

280.237

17.07.01 Realisatieprogramma ERTMS

49.628

75.080

42.830

147.758

134.596

148.059

280.237

17.07.02 Verkenning en planuitwerking

ERTMS

13.615

3.775

6.203

0

0

0

0

17.08 Zuidasdok

90.791

85.732

25.576

172.575

281.065

174.189

89.682

17.10 Programma Hoogfrequent

Spoorvervoer

161.956

202.882

140.578

227.628

263.745

352.359

413.137

17.10.01 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer; realisatieprogramma

129.514

181.668

86.619

87.460

15.177

15.978

14.257

17.10.02 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer; Planuitwerking

32.442

21.214

53.959

140.168

248.568

336.381

398.880

Ontvangsten

26.381

60.930

64.739

71.235

57.494

174.928

83.439

17.09 Ontvangsten

26.381

60.930

64.739

71.235

57.494

174.928

83.439

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2021 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2021. Omschrijving van de samenhang in het beleid Budgetflexibiliteit

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2034 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepings-bijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2034.

Tabel 46 Artikel 17 Megaprojecten verkeer en vervoer (bedragen x € 1.000)

 
   

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

 

Megaprojecten

               

17

Verkeer en    Uitgaven

Vervoer

382.638

218.763

548.624

680.069

675.270

783.719

836.613

687.895

17.02

Betuweroute

0

0

0

0

0

0

0

0

17.03

Hogesnelheidslijn

Zuid

4.420

3.116

0

0

0

0

0

0

 

Project

               

17.06

Mainportontwikkeling

Rotterdam

10.749

460

663

663

663

663

663

663

17.07

ERTMS

78.855

49.033

147.758

134.596

148.059

280.237

250.228

208.638

17.08

Zuidasdok

85.732

25.576

172.575

281.065

174.189

89.682

63.255

60.344

 

Programma

               

17.10

Hoogfrequent

Spoorvervoer

202.882

140.578

227.628

263.745

352.359

413.137

522.467

418.250

 

Megaprojecten

               

17

Verkeer en    Ontvangsten

Vervoer

60.930

64.739

71.235

57.494

174.928

83.439

16.151

18.857

17.09

Ontvangsten

60.930

64.739

71.235

57.494

174.928

83.439

16.151

18.857

Vervolg (bedragen x € 1.000)

   

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

17

Megaprojecten

Verkeer en    Uitgaven

Vervoer

397.266

683.496

341.453

209.792

218.502

50.792

10.000

6.724.892

17.02

Betuweroute

0

0

0

0

0

0

0

0

17.03

Hogesnelheidslijn

Zuid

0

0

0

0

0

0

0

7.536

17.06

Project

Mainportontwikkeling

Rotterdam

663

663

663

663

663

50.792

0

69.294

17.07

ERTMS

200.682

163.533

221.456

206.956

217.839

0

10.000

2.317.870

17.08

Zuidasdok

17.491

332.030

0

0

0

0

0

1.301.939

17.10

Programma

Hoogfrequent

Spoorvervoer

178.430

187.270

119.334

2.173

0

0

0

3.028.253

17

Megaprojecten

Verkeer en    Ontvangsten

Vervoer

7.877

65.430

0

0

0

0

0

621.080

17.09

Ontvangsten

7.877

65.430

0

0

0

0

0

621.080

  • C. 
    Toelichting

17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid

Motivering

De HSL-Zuid corridor is een 125 kilometer lange, tweesporige hogesnel-heidsspoorlijn tussen Amsterdam en de Belgische grens bij Breda die exclusief bestemd is voor het personenvervoer. De HSL-Zuid corridor kan ruwweg opgedeeld worden in enerzijds de nieuw aangelegde hogesnel-heidsinfrastructuur tussen Hoofddorp en Rotterdam, tussen Barendrecht en de Belgische grens en de aftakking naar Breda en anderzijds het bestaande conventionele spoor tussen Amsterdam en Hoofddorp en tussen Rotterdam en Barendrecht. Op de HSL-Zuid zijn op de delen met hogesnelheidsinfra-structuur ERTMS en 25kV in bedrijf. De bovenbouw van de hogesnelheids-infrastructuur is in 2006 en 2007 opgeleverd. Het traject tussen Amsterdam en Rotterdam is per 7 september 2009 officieel in gebruik genomen, het traject tussen Rotterdam en Antwerpen per 13 december 2009 en de aftakkingen naar Breda per 3 april 2011 en 9 april 2018. Naar aanleiding van het rapport van de parlementaire enquêtecommissie Fyra (Kamerstukken II 2015-2016, 33 678, nr. 16) zet het kabinet in op een betere benutting van de HSL-Zuid met kortere reistijd voor de reizigers en een betrouwbare dienstverlening. In 2018 is met de introductie van de IC Amsterdam-Brussel en de Eurostar over de HSL, het alternatieve aanbod zoals overeengekomen na de Fyra gerealiseerd.

Eindevaluatie grootprojectstatus

Op 30 januari 2020 is de Eindevaluatie grootprojectstatus HSL-Zuid aangeboden aan de Tweede Kamer. Op 8 april 2020 zijn de feitelijke vragen van de Vaste Commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hierover beantwoord. De hoofdboodschap van de eindevaluatie en de begeleidende Kamerbrief is dat het projectdoel en alle beoogde activiteiten van het aanlegproject HSL-Zuid zijn gerealiseerd, het projectbudget vrijwel geheel is besteed en het resterende risicoprofiel in verhouding tot het projectbudget zeer beperkt is. Daarmee lijkt aan de belangrijkste criteria voldaan om over te gaan tot beëindiging van de grootprojectstatus.

De achterliggende beleidsdoelstellingen van het groot project zijn destijds niet nader geconcretiseerd: 1) het versterken van de economische positie van Nederland en de Randstad; en 2) treinverkeer als vervanging voor auto-en vliegverkeer. Dat neemt niet weg dat wel degelijk duidelijk is dat het gebruik door (internationale) reizigers de afgelopen jaren is toegenomen. Dit wordt geconcludeerd op basis van het aantal reizigerskilometers zoals opgenomen in de voortgangsrapportages van het groot project. Op 28 april 2020 heeft de Vaste Commissie desalniettemin verzocht om de Tweede Kamer op basis van aanvullend onderzoek te informeren over de mate waarin de oorspronkelijke maatschappelijke doelstellingen van de aanleg van de HSL-Zuid zijn verwezenlijkt. Er wordt nog bepaald hoe - gegeven de eerder genoemde kanttekeningen - invulling wordt gegeven aan dit verzoek van de Vaste Commissie.

Producten

De bouwwerkzaamheden aan het tracé zijn gereed. Er resteren nog enkele restpunten met een beperkt risicoprofiel, te weten de afhandeling van grondverwerving en schades en uit te voeren evaluaties. De geschatte einddatum is 2021. het Schadeschap HSL-Zuid handelt uiteindelijk de schadeverzoeken ten aanzien van ervaren geluidshinder af. Vanwege de samenloop met het geluidsmaatregelenpakket HSL-Zuid, is het waarschijnlijk nodig om de Gemeenschappelijke Regeling voor het Schadeschap te verlengen tot en met 2025. Dit heeft geen invloed op het beschikbaar gestelde budget.

Projectoverzicht behorende bij 17.03 Hogesnelheidslijn Zuid (bedragen x € 1 miljoen)

Tabel 47 Projectoverzicht behorende bij 17.03 HSL-Zuid(bedragen x € 1 miljoen)

 
 

Projectbudget

     

Kasbudget

 

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022    2023

2024

2025    later huidig    vorig

HSL-Zuid (IF 17.03.01)

6.145

6.145

6.137

4

3

   

2009    2009

HSL-Zuid hoofdwegen (IF 17.03.03)

1.012

1.012

1.012

         

HSL-Zuid hoofdwegen (IF 17.03.02)

115

115

115

         

Begroting (IF 17.03)

7.272

7.272

7.265

4

3

0 0

0

0

17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

Motivering

Het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) heeft een tweeledige doelstelling:

  • • 
    het versterken van de positie van de mainport Rotterdam, en
  • • 
    het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond.

In drie deelprojecten wordt deze dubbele doelstelling verwezenlijkt. Dat zijn «Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)» (uitgevoerd door de gemeente Rotterdam), «750 hectare natuur- en recreatiegebied» (uitgevoerd door de provincie Zuid-Holland) en «Landaanwinning» (uitgevoerd door Havenbedrijf Rotterdam NV (HbR)). In samenhang met de Landaanwinning dient voldoende natuurcompensatie te worden gerealiseerd.

IenW beschouwt PMR als een bijdrageproject, waarbij de verantwoordelijkheid en risico's voor de uitvoering bij andere partijen zijn belegd. Uitzondering vormt de natuurcompensatie waarmee RWS is belast met de uitvoering. LNV is het aan te spreken ministerie voor de 750 hectare, IenW voor de landaanwinning en BZK voor BRG.

IenW is in het kader van de Procedureregeling Grote Projecten (Kamerstukken II 2006-2007, 30 351, nr. 3) aangewezen als coördinerend project-ministerie. Als zodanig is de Minister van IenW verantwoordelijk voor de overall-projectbeheersing. De projectbeheersing is zodanig ingericht dat zij adequaat kan rapporteren over de processen die leiden tot de realisatie van de deelprojecten en sturing kan geven aan de uitvoering van het deelproject Natuurcompensatie dat rechtstreeks onder haar verantwoordelijkheid valt. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer heeft op voorstel van de minister (Kamerstukken II 2015-2016,

24 691, nr. 125), vanwege de fase waarin PMR zich bevindt, ingestemd met een eenvoudiger governance structuur en ermee ingestemd dat de voortgangsrapportage voortaan bestaat uit toezending van de jaarlijkse monitor-informatie van de Tafel van Borging (de zogenoemde Integrale rapportage Visie en Vertrouwen). De laatste reguliere Voortgangsrapportage betreft de veertiende Voortgangsrapportage (Kamerstukken II 2015-2016,

24 691, nr. 123/124).

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer heeft op 25 september 2018 in een brief aan de minister van IenW aangegeven de procedure te zijn gestart die zal leiden tot de beëindiging van de grootprojectstatus. De commissie heeft daarin de minister van IenW verzocht een eindevaluatie op te stellen, zoals bedoeld in artikel 15 van de Regeling Grote Projecten. Deze eindevaluatie is Q2 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden.

Producten

In 2006 heeft het parlement de herstelde PKB PMR vastgesteld en ingestemd met het Bestuursakkoord (juni 2004) en de Uitwerkingsovereen-komsten van de afzonderlijke deelprojecten (september 2005). De PKB PMR (deel 4: de definitieve tekst na parlementaire instemming) is uitgebracht (Staatscourant nr. 247, 2006). De eerste fase van het deelproject landaanwinning is gereed, de tweede fase is gestart, de natuurcompensatie is aangelegd en wordt gemonitord en van het BRG-programma is meer dan de helft van de projecten uitgevoerd. Van het deelproject 750 hectare zijn onderdelen Schiezone en Vlinderstreek vrijwel gereed, het onderdeel Buytenland van Rhoon is in uitvoering nadat het nieuwe streefbeeld in 2018 is vastgesteld.

De volgende producten worden onderscheiden:

  • • 
    Uitvoeringsorganisatie: betreft de kosten die samenhangen met de coördinatie van het project en de projectbeheersing;
  • • 
    750 hectare Natuur- en recreatiegebied: betreft de vaste bijdrage van het Rijk voor de omvorming van agrarisch gebied naar natuurgebied met recreatief medegebruik en tot openluchtrecreatiegebied met natuurwaarden. De deelbijdrage van IenW is in 2006 volledig betaald aan de Stichting Nationaal Groenfonds;
  • • 
    Groene Verbinding: betreft de kosten voor een verbinding tussen Midden-IJsselmonde en het stedelijk gebied van Rotterdam-Zuid. Dit is een gemaximeerde IenW-bijdrage;
  • • 
    BRG: dit bevat een serie projecten om het bestaande havengebied beter te benutten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren;
  • • 
    Natuurcompensatie: betreft de instelling van een Bodembeschermings-gebied, de aanleg van de Duincompensatie Delfland en het Monitorings-en Evaluatieprogramma. Voorts zijn uit dit budget de Stimuleringsregelingen recreatie en toerisme en visserij en wordt de planschade/ nadeelcompensatie gefinancierd;
  • • 
    Landaanwinning: betreft de vaste bijdrage van de rijksoverheid in de kosten van de aanleg van de buitencontour;
  • • 
    Btw Buitencontour: betreft de niet-compensabele btw over de buitencontour naar rato van de overheidsbijdrage;
  • • 
    Onvoorzien: dient onder voorwaarden ter bekostiging van onvoorziene uitgaven aan PMR. Als gevolg van de verbreding van het Breeddiep is een aanvulling op de uitwerkingsovereenkomst met het Havenbedrijf Rotterdam afgesloten. Dit was reeds als scopewijziging aangekondigd in de 13e Voortgangsrapportage PMR (Kamerstukken II 2014-2015,

24 691, nr. 121 en Kamerstukken II 2014-2015, 24 691, nr. 122). De dekking van de bijdrage van IenW wordt gevonden in de Post Onvoorzien.

  • • 
    Voor de verdieping van de Nieuwe Waterweg als concurrentieverster-kende maatregel voor de mainport Rotterdam heeft IenW € 35 miljoen beschikbaar gesteld (Kamerstukken II 2015-2016, 34 003, nr. 25). De dekking van de bijdrage van IenW is gevonden in de post onvoorzien. Wegens opgetreden projectrisico's (zoals aangetroffen kabels en leidingen en extra baggerinspanningen) is de post onvoorzien verder aangesproken, zodat de verdieping in totaal € 44 miljoen heeft gekost. Met het Havenbedrijf Rotterdam is een addendum op de Uitwerkingsovereenkomst (UWO) Landaanwinning PMR overeengekomen.

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

  • • 
    2009 Procedures met betrekking tot landaanwinning en natuurcompensatie afgerond;
  • • 
    2010 Uitvoering Duincompensatie Delfland gereed;
  • • 
    2011 Eerste terreinuitgifte Maasvlakte II;
  • • 
    2011 Afronding procedure bestemmingsplanprocedures 750 hectare;
  • • 
    2012 Bestemmingsplannen 750 hectareonherroepelijk;
  • • 
    2013 Landaanwinning eerste fase gereed;
  • • 
    2014 Groene Verbinding opgeleverd en in gebruik genomen;
  • • 
    2014 Laatste infrastructurele projecten voor aansluiting Maasvlakte II op Maasvlakte I gereed;
  • • 
    2015 Officiële opening eerste terminal Maasvlakte II;
  • • 
    2016 De verbreding van het Breeddiep is toegevoegd aan het project en gerealiseerd;
  • • 
    2018 De verdieping van de Nieuwe Waterweg is toegevoegd aan het project;
  • • 
    2018 Deelproject 750 hectare natuur- en recreatieterrein: nieuw streefbeeld onderdeel Buytenland van Rhoon (650 ha) gereed;
  • • 
    2019 Verdieping van de Nieuwe Waterweg gereed;
  • • 
    2020 Eindevaluatie PMR volgens Regeling Grote Projecten naar Tweede Kamer;
  • • 
    2021 Deelprojecten BRG en 750 hectare natuur- en recreatieterrein, onderdelen Vlinderstrik en Schiezone afgerond;
  • • 
    2026 Deelproject 750 hectare natuur- en recreatieterrein, onderdeel Buytenland van Rhoon (650 ha) afgerond;
  • • 
    Voor 2040 Terreinen Tweede Maasvlakte volledig uitgegeven.

Belangrijkste budgettaire aanpassingen

Vanwege de afronding van de werkzaamheden wordt het restantbudget van de natuurcompensatie en de uitvoeringsorganisatie Project Mainportont-wikkeling Rotterdam overgeboekt naar het budget onvoorzien.

Tabel 48 Projectoverzicht behorende bij 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam (bedragen x € 1 miljoen.)

 
 

Projectbudget

     

Kasbudget

     

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig

vorig

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

                       

Uitvoeringsorganisatie1

20

20

18

           

1

nnb

nnb

750 ha

30

30

30

             

nnb

nnb

Groene verbinding

31

31

31

             

2011

2011

Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)

Landaanwinning

                   

2021

2021

Voorfinanciering FES monitoringsprogramma

2

0

2

             

2007

2007

Voorfinanciering FES natuurcompensatie

103

103

90

2

0

1

1

1

1

6

nnb

nnb

Landaanwinning

742

742

742

             

2013

2013

BTW Buitencontour

138

138

138

             

2013

2013

Onvoorzien

100

99

44

8

         

48

nnb

nnb

Afrondingsverschillen

  • 1

1

1

1

               

Programma

1.165

1.164

1.096

11

0

1

1

1

1

55

   

Begroting (IF 17.06)

     

11

0

1

1

1

1

55

   

1 Als gevolg van een uitspraak van de Raad van State van 26 januari 2005 inzake de PKB+ heeft in 2005 en 2006 een hersteltraject gelopen. De kosten hiervan zijn opgenomen onder de uitvoeringsorganisatie.

17.07 European Rail Traffic Management System (ERTMS)

Motivering

Het hoofddoel van het Rijk in de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) voor het spoorsysteem is de kwaliteit van het spoor als vervoersproduct te verbeteren zodat de reizigers en verladers de trein in toenemende mate als een aantrekkelijke vervoersoptie zien en gaan/blijven gebruiken. Om in Nederland een stap voorwaarts te kunnen zetten in de prestaties van het spoorsysteem, zal ERTMS ingezet worden als (onderdeel van) het verkeers-managementsysteem. ERTMS is in de eerste plaats bedoeld ter vervanging van het beveiligingssysteem, de verhoging van de spoorwegveiligheid en de interoperabiliteit. In de tweede plaats moet voldaan worden aan de Europese eisen ten aanzien van de invoering van ERTMS voor de EU-TEN-corridors.

De doelstellingen van (de invoering van) ERTMS zijn:

  • • 
    Verhogen van de veiligheid van het spoorsysteem;
  • • 
    Verhogen van de interoperabiliteit van het spoorsysteem;
  • • 
    Vergroten van de capaciteit van het spoorsysteem;
  • • 
    Verhogen van de snelheid van de treinen;

Verhogen van de betrouwbaarheid van het spoorsysteem.

Producten

Op 17 mei 2019 heeft het Kabinet de programmabeslissing ERTMS (Kamerstukken II 2018-2019, 33 652, nr. 65) genomen. Hiermee is het programma overgegaan van de planuitwerkingsfase naar de realisatiefase. In deze fase tot en met 2030 worden door ProRail en vervoerders de komende jaren tientallen werkprocessen aangepast om treinen te kunnen laten rijden, circa 1.300 treinen en locomotieven omgebouwd of opgewaardeerd naar ERTMS en ten minste 15.000 gebruikers opgeleid. Ook zal het systeem en de operatie worden beproefd en uiteindelijk 345 km spoor op zeven baanvakken van ERTMS voorzien. Het Kabinet heeft in 2019 tevens besloten structureel middelen te reserveren voor de uitrol van ERTMS in de rest van Nederland in de periode 2030-2050. Hiervoor zijn middelen gereserveerd op artikelonderdeel 20.03.

De jaren 2020 en 2021 staan in het teken van de aanbesteding voor de infrastructuur en het materieel. Het ketenbeheer wordt opgezet als eerste migra-tiestap. Bij ProRail en de vervoerders worden de bedrijfsvoering en de centrale ICT-systemen voorbereid op de komst van ERTMS.

Het programma ERTMS is door de Kamer aangewezen als Groot Project. De Kamer wordt daarom twee keer per jaar door middel van een voortgangsrapportage geïnformeerd. De laatste voortgangsrapportage van de staatssecretaris van IenW betreft de twaalfde voortgangsrapportage (Kamerstukken II 2019-2020, 33 652, nr. 75).

Tabel 49 Projectoverzicht behorende bij 17.07 ERTMS (bedragen x € 1 miljoen.)

Projectbudget    Kasbudget    Openstelling

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later huidig

vorig

ERTMS

                     

Realisatiefase

2.384

2.347

89

96

105

191

183

183

229

1.309

 

Planuitwerkingsfase

95

95

                 

Programma

2.479

2.442

89

96

105

191

183

183

229

1.309

 

Afrekening voorschotten

20

7

7

12

0

0

0

0

0

0

 

Begroting (IF 17.07.01)

2.499

2.450

96

75

42

148

135

148

280

1.479

 

Overprogrammering (-)

     
  • - 
    33
  • - 
    63
  • - 
    43
  • - 
    48
  • - 
    35

51

170

 

17.08 Zuidasdok

Motivering

De ruimtelijke ontwikkelingen in de corridor Haarlemmermeer-Almere en op de Zuidas versterken de toename van reizigers en verkeer. Door opening van de Noord-Zuidlijn, Hanzelijn en ov-SAAL neemt het aantal reizigers op station Amsterdam-Zuid toe. De vergroting en kwalitatieve opwaardering van de stations capaciteit is nodig om de groeiende reizigersstromen te accommoderen en te voldoen aan de NSP-kwaliteitsnorm. Om ruimte te bieden aan de uitbreiding van de ov-terminal en de wegcapaciteit te vergroten, wordt de A10 ondergronds gebracht en verbreed. Een investering in de ruimtelijke kwaliteit van de Zuidas draagt verder bij aan de versterking van een internationale toplocatie. In kamerbrief van 23 juli (Kamerstukken II 2019-2020, 32668, nr. 15) is de Kamer geïnformeerd over de actuele stand van zaken op het project.

Producten

  • • 
    Projectorganisatie en voorbereiding (inclusief Knopen);
  • • 
    Uitbreiding van de ov-terminal (inclusief keersporen, regionaal ov en ketenmobiliteit);
  • • 
    Tunnel en uitbreiding van A10;
  • • 
    Inrichting van de openbare ruimte en generieke uitgaven.

Overzicht van de bijdragen:

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de financiering van het project. Deze middelen kunnen tijdens de realisatieperiode integraal aan alle productuitgaven worden besteed. Tussentijds en achteraf zal inzichtelijk worden gemaakt waaraan de middelen zijn besteed (verantwoording).

Tabel 50 Overzicht van de bijdragen (bedragen x € 1 miljoen)

Kasbudget

 

Projectomschrijving

Totaal

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

Bijdragen Rijk

1.113

260

49

  • 22

101

224

130

6

365

Bijdrage gemeente Amsterdam

224

54

5

12

25

33

25

8

62

Bijdrage Vervoersregio Amsterdam

168

41

4

9

19

24

19

7

46

Bijdrage Provincie Noord Holland

83

 

28

28

28

       

EU-ontvangsten

3

3

             

Bijdrage derden

101

32

         

68

1

Programma

1.692

390

86

26

173

281

174

90

473

Begroting (IF 17.08)

1.692

390

86

26

173

281

174

90

473

Overzicht van de uitgaven:

Om in de begroting de totale uitgaven van het project weer te geven, zijn de uitgekeerde bedragen via de BDU en de betalingen van Amsterdam voor het project Zuidasdok in het verleden in de begroting en het integrale overzicht opgenomen. Het projectbudget van de Zuidasdok is met € 21 miljoen toegenomen als gevolg van prijsindexering 2020.

Tabel 51 Projectoverzicht behorende bij 17.08 Zuidasdok (bedragen x € 1 miljoen)

Projectbudget    Kasbudget    Openstelling

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later huidig    vorig

Zuidasdok

                   

Projectorganisatie en voorbereiding

177

176

69

12

0

4

8

13

8

62

OVT incl. keerspoor

285

282

148

10

13

18

24

18

18

35

Tunnel en A10

835

823

70

28

1

109

204

134

55

233

Generiek en ruimtelijke inrichting

395

390

102

36

12

41

45

8

8

142

Afrondingen

                   

Programma

1.692

1.671

390

86

26

173

281

174

90

2032-    2032473 2036    2036

Begroting (IF 17.08)

1.692

1.671

390

86

26

173

281

174

90

473

17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

Motivering

Vanaf 2018 heeft het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer de status van groot project. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven van PHS verantwoord. De basisrapportage, die voortvloeit uit de status van groot project, is in april 2019 naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2018-2019, 32 404, nr. 92).

Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van het openbaar vervoer. Ook het spoorgoederenvervoer neemt toe. Dat vraagt om een aanpak om meer capaciteit te bieden en een hoogwaardig spoorvervoer mogelijk te maken.

Het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) heeft tot doel op de drukste trajecten in het land te komen tot hoogfrequent spoorvervoer en een toekomst vaste routering van het goederenvervoer met zo intensief mogelijk gebruik van de Betuweroute. Er gaan meer treinen rijden in de drukste delen van het land en er komt extra ruimte voor goederenvervoer op het spoor naast maatregelen om het gebruik van de Betuweroute nog extra te stimuleren.

Het gaat om de volgende corridors en frequenties:

  • • 
    Alkmaar-Amsterdam (6 intercity's en 6 sprinters);
  • • 
    Amsterdam-Utrecht-Eindhoven (6 intercity's op de corridor en 6 sprinters tussen Utrecht en Geldermalsen);
  • • 
    Schiphol-Utrecht-Arnhem/Nijmegen (6 intercity's op de corridor en 4 sprinters tussen Breukelen en Driebergen-Zeist);
  • • 
    Den Haag-Rotterdam-Breda (8 intercity's en 6 sprinters tussen Den Haag en Rotterdam en 4 intercity's tussen Rotterdam en Breda);
  • • 
    Breda-Eindhoven (4 intercity's en 4 sprinters Breda-Tilburg);
  • • 
    Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (OV SAAL) (6 intercity's en 6 sprinters, 4 IC's Amsterdam Centraal naar Almere en 2 sprinters Almere-Hilversum-Utrecht;
  • • 
    Goederenroutering Zuid-Nederland.

Het PHS-programma en de diverse projecten die hier onderdeel van uit maken moeten de gewenste treinaantallen mogelijk maken in combinatie met een zo goed mogelijke dienstregeling (goede verdeling van de treinen over het uur, goede aansluitingen, combinatie met goederenvervoer e.d.). Daarbij is een belangrijk aandachtspunt dat de PHS-corridors onderdeel vormen van een samenhangend spoorwegnet en treindienstregeling, waarbij er vele afhankelijkheden bestaan en er in de loop der tijd rekening moet worden gehouden met nieuwe inzichten en ontwikkelingen. De uiteindelijke dienstregeling wordt conform de vervoerconcessie van IenW aan NS opgesteld door NS. NS stelt deze vast op basis van de daadwerkelijk beschikbare infrastructuur, de daadwerkelijk marktvraag per traject, overleg met betrokken overheden en consumentenorganisaties. De scope, planning en financiële stand van zaken (peildatum eind 2018) zijn opgenomen in de basisrapportage PHS; deze dient als referentie voor de opeenvolgende voortgangsrapportages over PHS die elk half jaar verschijnen.

Producten

Op 4 juni 2010 (Kamerstukken II 2009-2010, 32 404, nr. 1) heeft het kabinet een voorkeursbeslissing genomen over PHS. Sinds begin 2011 loopt de planuitwerking. PHS is een samenhangend en langlopend programma en wordt stap voor stap gerealiseerd tot en met 2028. Fasegewijs zullen de frequenties worden verhoogd, als de benodigde infrastructuur dat mogelijk maakt.

Inmiddels is een aantal projecten uitgevoerd en gaat PHS steeds verder in realisatie en worden onderdelen vastgelegd in subsidiebeschikkingen. In het MIRT overzicht is per onderdeel in realisatie een MIRT-blad opgenomen en is de voortgang van de diverse PHS onderdelen aangegeven. Elk halfjaar wordt in de opeenvolgende voortgangsrapportages PS de inhoudelijke en financiële voortgang van PHS en de diverse corridors aangegeven.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Planuitwerkingsfase PHS

Naast de toevoeging van de prijsbijstelling 2020 (€ 49 miljoen) is vanuit het planuitwerkingsbudget PHS € 23 mln overgeboekt naar het realisatie-project PHS Meteren Boxtel ter dekking van de voorbereidingskosten van de aanbesteding.

Tabel 52 Projectoverzicht behorende bij 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (bedragen x € 1 miljoen)

 
 

Projectbudget

     

Kasbudget

     

lndienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig

vorig

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

                     

Realisatiefase

1.786

1.742

1.039

204

159

135

87

62

49

52

   

PHS: Doorstroomstation Utrecht

263

263

248

3

1

1

4

6

 

0

2017

2017

PHS: Spooromgeving Geldermalsen

140

138

37

58

23

8

13

     

2021

2021

PHS: Meteren - Boxtel

77

53

23

16

21

4

4

2

2

5

2028

2029

2026

2028

PHS: Rijswijk - Rotterdam

356

351

42

62

57

52

36

30

30

47

2023

2025

2023

2025

PHS Ede

52

48

3

2

6

23

7

7

4

 

2021

 

PHS Amsterdam

138

136

10

23

30

27

18

18

13

0

   

OV-SAAL korte termijn

630

630

630

0

0

0

0

0

 

0

2016

2016

OV-SAAL middellange termijn

65

64

28

23

6

8

0

0

 

0

2026

2028

2026

2028

PHS: Overige maatregelen (projecten < € 50 miljoen)

65

59

18

17

13

11

5

0

0

0

   

Afrondingen

Planuitwerkingsfase

2.521

2.516

     

1

 
  • - 
    1
       

Corridor Alkmaar-Amsterdam Corridor Amsterdam-Utrecht-Eindhoven

Corridor Schiphol-Utrecht-Arnhem/Nijmegen Corridor Breda-Eindhoven Corridor Den Haag- Rotterdam

Corridor OV SAAL middellange termijn

Routering goederenvervoer

Zuid-Nederland

Overige (planstudiekosten)

Afrondingen    1

 

Programma

4.307

4.258

1.039

204

158

134

87

63

49

52

   

Afrekening voorschotten

37

24

24

13

               

Begroting (IF 17.10)

4.343

4.281

1.062

182

86

87

15

16

14

359

0

0

Overprogrammering (-)

     
  • - 
    36
  • - 
    72
  • - 
    47
  • - 
    72
  • - 
    47
  • - 
    35

307

   

17.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden voor de realisatie van de Megaprojecten verkeer en vervoer, die rechtstreeks aan lenW worden betaald, verantwoord.

3.3 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.

Het projectartikel is gerelateerd aan het beleidsartikel 22 Omgevingsvei-ligheid en milieurisico's (Externe veiligheid) van de begroting Hoofdstuk XII.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering
 

Tabel 53 Budgettaire gevolgen van uitvoering art.

18 Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)

 
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

36

5.742

0

0

0

0

0

Uitgaven

39

5.644

0

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

0%

       

18.06 Externe veiligheid

39

5.644

0

0

0

0

0

18.08 Netwerkoverstijgende kosten

0

0

0

0

0

0

0

18.08.01 Apparaatskosten RWS

0

0

0

0

0

0

0

18.08.02 Overige netwerkoverstijgende kosten

0

0

0

0

0

0

0

18.08.03 Afroming eigen vermogen Rijkswaterstaat

0

0

0

0

0

0

0

18.12 Nader toe te wijzen beheer, onderhoud en vervanging

0

0

0

0

0

0

0

18.12.01 Beheer en onderhoud

0

0

0

0

0

0

0

18.12.02 Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

196.549

74.526

0

0

0

0

0

18.09 Ontvangsten

1.043

25.945

0

0

0

0

0

18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen

195.506

48.581

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

De budgetten zijn in 2021 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2021.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2034 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2034.

 

Tabel 54 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)

   

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

18

Overige uitgaven

Uitgaven en ontvangsten

5.644

0

0

0

0

0

0

0

18.06

Externe veiligheid

5.644

0

0

0

0

0

0

0

18.08

Netwerkoverstijgende kosten

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nader toe te

               

18.12

wijzen beheer, onderhoud en

0

0

0

0

0

0

0

0

 

vervanging

               

18

Overige uitgaven

Ontvangsten en ontvangsten

74.526

0

0

0

0

0

0

0

18.09

Ontvangsten

25.945

0

0

0

0

0

0

0

 

Saldo van de

               

18.10

afgesloten rekeningen

48.581

0

0

0

0

0

0

0

Vervolg (bedragen x € 1.000)

 
   

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

18

Overige uitgaven en ontvangsten    g

0

0

10.706

345.458

345.457

393.907

393.907

1.495.079

18.06

Externe veiligheid

0

0

0

0

0

0

0

5.644

18.08

Netwerkoverstijgende kosten

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nader toe te

               

18.12

wijzen beheer, onderhoud en

   

10.706

345.458

345.457

393.907

393.907

1.489.435

 

vervanging

               

18

Overige uitgaven

Ontvangsten en ontvangsten

0

0

0

0

 

0

0

74.526

18.09

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

25.945

 

Saldo van de

               

18.10

afgesloten rekeningen

0

0

0

0

0

0

0

48.581

  • C. 
    Toelichting

18.06 Externe Veiligheid

Motivering

Het budget is bestemd voor het oplossen van externe veiligheidsknelpunten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS) (Kamerstukken II 2005-2006, 30 373, nr. 2). De opgenomen kasreeks heeft betrekking op het RWS-programma «aankopen en saneren van kwetsbare objecten in het kader van basisnet.

18.08 Netwerkgebonden kosten

Motivering

Dit betreft de afdracht van het surplus aan eigen vermogen van Rijkswaterstaat. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. De maximale omvang van het eigen vermogen is door Rijkswaterstaat in 2018 overschreden. Conform de Regeling agentschappen is het surplus eigen vermogen afgedragen aan de eigenaar (lenW). Voor het surplus eigen vermogen van Rijkswaterstaat geldt dat - in lijn met het zwaartepunt van de herkomst - deze middelen zijn toegevoegd aan het Infrastructuurfonds. De middelen worden in afwachting van nadere bestemming toegevoegd aan artikelonderdeel 18.08 Netwerkgebonden kosten.

Budgettaire wijziging

Het surplus aan eigen vermogen dat de afgelopen jaren is afgeroomd (totaal € 39,3 miljoen euro) is overgeboekt naar HXII (artikel 99) en wordt ingezet voor IenW-brede apparaatsproblematiek.

18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn noodzakelijke middelen opgenomen voor Vervanging en Renovatie vanaf 2030. Deze middelen worden nog niet toegewezen aan de afzonderlijke netwerken. Op een later moment worden deze middelen toegewezen aan het artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds. Toewijzing van deze middelen zal geschieden op grond van een nadere onderbouwing van de onderhouds- en vervangingsbehoefte per netwerk (inclusief Deltafonds). In de instandhoudingsbijlage wordt nader ingegaan op de vervangings-opgave.

Het budget voor Vervanging en Renovatie is op het niveau van 2030 doorgetrokken, maar wordt voorlopig centraal gereserveerd op artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen Beheer, Onderhoud en Vervanging en nog niet toebedeeld aan de modaliteiten (exclusief Spoor). Voor Spoor zijn de middelen die gereserveerd zijn bij de begroting 2020 reeds toegevoegd aan artikelonderdeel 13.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging Spoor.

Budgettaire wijziging

De middelen zijn geëxtrapoleerd naar 2034.

18.09 Ontvangsten

Motivering

Dit betreft de afdracht van het surplus aan eigen vermogen van Rijkswaterstaat. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. De maximale omvang van het eigen vermogen is door Rijkswaterstaat in 2019 overschreden. Conform de Regeling agentschappen is het surplus eigen vermogen afgedragen aan de eigenaar (IenW). Voor het surplus eigen vermogen van Rijkswaterstaat geldt dat - in lijn met het zwaartepunt van de herkomst - deze middelen zijn toegevoegd aan het Infrastructuurfonds. De middelen zijn in afwachting van nadere bestemming toegevoegd aan artikelonderdeel 18.08 Netwerkgebonden kosten.

3.3 Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord die ten laste van de begroting Hoofdstuk XII komen. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII.

Het productartikel is gerelateerd aan artikel 26 Bijdragen aan de Investe-ringsfondsen op de begroting Hoofdstuk XII.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering

Tabel 55 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk (bedragen x € 1.000)

 
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Ontvangsten

5.133.045

5.597.916

13.312.853

6.370.804

7.371.706

6.729.130

6.637.736

19.09 Ten laste van begroting IenW

5.133.045

5.597.916

13.312.853

6.370.804

7.371.706

6.729.130

6.637.736

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2034 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepings-bijlage bij de begroting op hetzelfde detailniveau tot en met 2034 toegelicht.

 

Tabel 56 Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk (bedragen x € 1.000)

   

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

19

Bijdragen andere _ ^

Ontvangsten begrotingen Rijk

5.597.916

13.312.853

6.370.804

7.371.706

6.729.130

6.637.736

6.721.499

5.993.467

19.09

Ten laste van begroting IenW

5.597.916

13.312.853

6.370.804

7.371.706

6.729.130

6.637.736

6.721.499

5.993.467

 

Vervolg (bedragen x € 1.000)

   

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

19

Bijdragen andere

Ontvangsten begrotingen Rijk

5.392.439

5.244.773

5.955.117

6.030.669

6.087.049

5.553.803

5.864.117

98.863.078

19.09

Ten laste van begroting IenW

5.392.439

5.244.773

5.955.117

6.030.669

6.087.049

5.553.803

5.864.117

98.863.078

  • C. 
    Toelichting

19.09 Bijdragen ten laste van begroting Hoofdstuk XII

Motivering

Dit begrotingsartikel is technisch van aard.

3.3 Artikel 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Met het artikel 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte wordt invulling gegeven aan een meer flexibele planning van infrastructuur zoals toegezegd in de kabinetsreactie op IBO Flexibiliteit (Kamerstukken II 2016-2017, 34 550 A, nr. 5).

Het artikel bevat alle (plan)flexibele budgetten die gereserveerd zijn voor het verbeteren van de bereikbaarheid en gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII en de SVIR <<vlot, veilig en leefbaar». De planflexibele budgetten zijn de budgetten welke naar mening van het kabinet flexibel zijn om bij (nieuwe) planvorming te betrekken. Het gaat om de (beschikbare) investeringsruimte, reserveringen die worden aangehouden en om de projectbudgetten gedurende de verken-ningsfase. Over deze budgetten zijn nog geen (definitieve) bestuurlijke afspraken gemaakt en zijn niet-juridisch verplicht. Door deze budgetten bijeen te plaatsen in één artikel zijn alle flexibele budgetten overzichtelijk gepresenteerd en worden na besluitvorming, zoals een voorkeursbeslissing, ingezet bij de betreffende modaliteit. Het gaat om algemene reserveringen, de investeringsruimte, verkenningen naar bereikbaarheidsopgaven en reserveringen voor korte termijn mobiliteits-maatregelen. De budgetten op artikel 20 zijn de basis voor het berekenen van de flexnorm in de infrastructuuragenda.

In dit artikel staan ook de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan deze verkenningen is dat ze - indien mogelijk - modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking maar dat een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. Dit is zo vastgelegd in de MIRT-werkwijze. In deze werkwijze staat het opgavengericht werken voorop. Samen met bestuurlijke partners wordt steeds bezien welke maatregel op welk schaalniveau, op de korte en op de lange termijn het meest bijdraagt aan de opgave bereikbaarheid. Zo ontstaat een mix van maatregelen die samen met andere partners over een langere periode worden uitgevoerd.

Zodra er bestuurlijke afspraken worden gemaakt bijvoorbeeld door vaststelling van een voorkeursbeslissing worden de budgetten gemuteerd naar het betreffende productartikel.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering
 

Tabel 57 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 20 Verkenningen, reserveringen (bedragen x € 1.000)

en investeringsruimte

 
 

2019    2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

162.592

231.300

98.642

109.952

81.574

233.781

Uitgaven

159.218

234.674

98.642

109.952

81.574

233.781

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

 

0%

       

20.01 Verkenningen

11.212

1.695

0

29.989

76.574

183.576

20.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

0

0

10.394

0

0

0

20.03 Reserveringen

148.006

232.979

88.248

79.914

5.000

5.000

20.03.01 Programma's

36.500

25.574

14.000

13.934

   

20.03.02 Overige reserveringen

111.506

207.405

74.248

65.980

5.000

5.000

20.04 Generieke investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

20.05 Investeringsruimte toebedeeld modaliteit

0

0

0

49

0

45.205

20.05.01 Investeringsruimte Hoofdwegennet

0

0

0

0

0

45.205

20.05.02 Investeringsruimte Spoorwegen

0

0

0

49

0

0

20.05.03 Investeringsruimte

Hoofdvaarwegen

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

0

0

0

17.500

30.000

0

20.09 Ontvangsten

0

0

0

17.500

30.000

0

Budgetflexibiliteit

De budgetten zijn in 2021 niet juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2021.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2034 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2034.

Tabel 58 Artikel 20 Verkenningen, reserverinen en investeringsruimte (bedragen x € 1.000)

 
   

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

 

Verkenningen,

               

20

reserveringen en Uitgaven investeringsruimte

159.218

234.674

98.642

109.952

81.574

233.781

348.020

322.581

20.01

Verkenningen

11.212

1.695

0

29.989

76.574

183.576

260.662

222.843

20.02

Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

0

0

10.394

0

0

0

0

0

20.03

Reserveringen

148.006

232.979

88.248

79.914

5.000

5.000

55.000

55.000

20.04

Generieke investeringsruimte

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

20.05

toebedeeld modaliteit

0

0

0

49

0

45.205

32.358

44.738

 

Verkenningen,

               

20

reserveringen en Ontvangsten investeringsruimte

0

0

0

17.500

30.000

0

0

0

20.09

Ontvangsten

0

0

0

17.500

30.000

0

0

0

Vervolg (bedragen x € 1.000)

               
   

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

20

Verkenningen, reserveringen en Uitgaven

519.341

479.911

729.929

1.629.489

1.545.285

1.473.054

1.504.338

9.469.789

20.01

investeringsruimte

Verkenningen

289.394

205.218

0

0

0

0

0

1.281.163

   

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

20.02

Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

0

0

0

0

0

0

0

10.394

20.03

Reserveringen

156.400

252.500

105.000

105.000

124.000

106.700

106.050

1.624.797

20.04

Generieke investeringsruimte

Investeringsruimte

0

0

623.833

1.474.296

1.420.996

1.366.150

1.397.080

6.282.355

20.05

toebedeeld modaliteit

73.547

22.193

1.096

50.193

289

204

1.208

271.080

 

Verkenningen,

               

20

reserveringen en Ontvangsten investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

47.500

20.09

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

47.500

  • C. 
    Toelichting

20.01 Verkenningen

Motivering

In dit artikel staan de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan de verkenningen nieuwe stijl is dat ze - indien mogelijk - modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking maar een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. De verkenningen op dit artikel dragen bij aan de bereikbaarheidsdoelstellingen uit de SVIR.

Producten

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • • 
    A50 Bankhoef-Paalgraven: Voor deze opgave is een verkenning gestart;
  • • 
    Korte termijnmaatregelen A2 Den Bosch-Deil: De middelen zijn ten behoeve van de realisatie van de infrastructurele maatregelen overgeboekt naar artikel 12 Hoofdwegennet.;
  • • 
    Overige mutaties zijn prijsbijstellingen naar prijspeil 2020.
 

Tabel 59 Projectoverzicht behorende bij 20.01: € 1 miljoen.)

Verkenningen (bedragen x

Projectomschrijving

Budget huidig

vorig

Planning

Voorkeurs beslissing

Projecten Noordwest-Nederland

A9 Rottepolderplein

31

31

2020

Amsterdam Zuid 5e en 6e spoor

168

165

nnb

OV en Wonen Utrecht

152

150

nnb

Projecten Zuidwest-Nederland

A15 Papendrecht-Gorinchem

342

337

2021

Projecten Zuid-Nederland

A2 Den Bosch-Deil

464

462

2020

A58 Breda-Tilburg

55

54

2021

Projecten Oost-Nederland

A50 Bankhoef-Paalgraven

Totaal verkenningsprogramma

69

1.281

1.199

nnb

Begroting (IF 20.01)

1.281

1.199

 

20.02 Maatregelen doelmatig gebruik Infrastructuur

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen gereserveerd voor planflexibele korte termijn mobiliteitsmaatregelen. Met het programma Beter Benutten is de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan door met kleine en/of slimme maatregelen mobiliteitsvraagstukken aan te pakken. De gereserveerde middelen op dit artikel zijn nog niet specifiek toegewezen aan decentrale overheden of specifieke uitvoeringsmaatregelen. Daarmee zijn deze budgetten ook nog planflexibel.

Producten

Er zijn nog geen middelen gereserveerd voor aanvullende mobiliteitsmaat-regelen na het lopende programma Beter Benutten. Om de toekomstige bereikbaarheidsopgaven aan te pakken is naast aanleg van infrastructuur ook noodzakelijk om in te zetten op innovatie en benutting. Op dit artikelonderdeel kunnen specifiek voor deze onderdelen middelen worden gereserveerd.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Korte termijn aanpak files: Bij het BO MIRT najaar 2017 is aangekondigd € 100 miljoen te reserveren voor de korte termijn aanpak files. Met de Kamerbrief van 17 maart 2018 (Kamerstukken II 2017-2018, 31 305, nr. 240) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de eerste tranche van de inzet van de korte termijn aanpak. Ook is de Tweede Kamer middels Kamerstukken II 2018-2019, 31 305, nr. 270 geïnformeerd over de tweede tranche. Een groot gedeelte van het budget is inmiddels in uitvoering gegeven.

De resterende € 10 miljoen is bestemd voor maatregelen op het gebied van Minder Hinder en aanvullende projecten op het gebied van 'infra klaar voor de toekomst'. Naar verwachting wordt de concrete invulling hiervan gedurende 2020 bekend.

Tabel 60 Projectoverzicht behorende bij 20.02: Korte termijn maatregelen

 

(bedragen x € 1 miljoen.)

Projectoverzicht behorende bij 20.02: Korte termijn maatregelen (bedragen x € 1 miljoen.)

 

Budget

 

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

Voorkeursbeslissing

Projecten Nationaal

Korte termijn aanpak files

10

10

nvt

Totaal korte termijn maatregelen

10

10

 

Begroting (IF 20.02)

10

10

 

20.03 Reserveringen

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen gereserveerd voor beleidsprioriteiten of voorziene omstandigheden waarbij nog geen sprake is van een formele verkenning of gedragen uitwerking. Deze middelen zijn bestemd voor specifieke toekomstige opgaven. Dit zijn bijvoorbeeld de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma's. In deze gebiedsgerichte bereikbaarheidspro-gramma's wordt de bereikbaarheidsopgave in deze gebieden adaptief en integraal opgepakt. Daarbij wordt nauw samengewerkt met de verschillende decentrale overheden. Wanneer duidelijk is hoe en wanneer de opgaven worden aangepakt, bijvoorbeeld met een verkenning of ander soortige (korte termijn) maatregelen worden de gereserveerde middelen overgeboekt naar het betreffende productartikel of artikelonderdeel op artikel 20.

Producten

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • • 
    Klimaatneutrale netwerken: Teneinde invulling te geven aan de ambitie om te komen tot Klimaatneutrale netwerken heeft IenW voor het komende jaar in totaal € 50 miljoen gereserveerd. De verdeling heeft plaatsgevonden op basis van de CO2-footprint. Op het Infrastructuurfonds wordt € 37,5 miljoen gereserveerd en op het Deltafonds

€ 12,5 miljoen. De dekking is gevonden op de vrije investeringsruimte van de verschillende modaliteiten.;

  • • 
    Bij de reserveringen ERTMS en Caribisch Nederland is het extrapola-tiejaar 2034 aan het budget toegevoegd;
  • • 
    Kustwacht SAR/ETV : De reserveringen voor de SAR en ETV zijn overgeheveld naar artikel 15 Hoofdvaarwegennet;
  • • 
    Abusievelijk is in de tabel bij de 1e suppletoire begroting 2020 de ophoging van € 7 miljoen toegevoegd aan Stedelijk Openbaar Vervoer Utrecht in plaats van Stedelijk Openbaar Vervoer Den Haag-Rotterdam. Dit wordt in deze begroting gecorrigeerd;
  • • 
    Compensatiepakket Zeeland: Met de brief van 26 juni 2020 (Kamerstukken 2019-2020, 33358 nr. 28) bent u door de minister van BZK geinformeerd over het besluit om de marinierskazerne niet in Vlissingen te bouwen en anderzijds het besluit voor een compensatiepakket met een cumulatieve omvang van ca. € 650 miljoen in de periode van 2020 tot en met 2030. Onderdeel van het compensatiepakket zijn ook verschillende maatregelen op het gebied van OV en spoor. Een van deze maatregelen binnen de bestuursovereenkomst is de introductie van een versnelde intercitydienst Vlissingen-Rotterdam. Via een zogenoemde additionele dienst wordt deze versnelde intercity, die naar verwachting vanaf eind 2021 kan worden gereden, in aanvulling op de HRN-concessie ingekocht bij NS. Op basis van een toets van het voorziene exploitatietekort wordt een separate subsidie aan NS verstrekt om deze kosten af te dekken. De wijze waarop de intercity-dienst na 2025 financieel wordt vormgegeven is onderwerp van de uitwerking van de nieuwe HRN-concessie. Verder komt voor Smart Mobility € 5 miljoen beschikbaar om daarmee een boost te geven aan de ambitie van Zeeland 'Living Lab' te worden en € 15 miljoen voor de eerste stap in de adaptieve ontwikkelstrategie voor Rail Gent Terneuzen. Een deel van de bedragen is nog gereserveerd op de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën. In aanvulling van het compensatiepakket Zeeland wordt een reservering getroffen voor het aanpassen van de afrit 33 A58 met rotonde Nishoek (€ 6,3 miljoen).

Tabel 61 Projectoverzicht behorende bij 20.03: Reserveringen (bedragen x € 1 miljoen)

 

Projectomschrijving

Budget huidig

vorig

Planning

Voorkeurs beslissing

Gebiedsprogramma's

Projecten Noordwest-Nederland

Gebiedsprogramma Amsterdam

170

170

nnb

Stedelijk Openbaar Vervoer Utrecht

23

29

nnb

Projecten Zuidwest-Nederland

Gebiedsprogramma Rotterdam - Den Haag

200

200

nnb

Stedelijk Openbaar Vervoer Den Haag-Rotterdam

57

50

nnb

Reserveringen

Beheer en onderhoud Caribisch Nederland

81

52

nvt

ERTMS

400

300

nvt

Projectomschrijving

Budget huidig

vorig

Planning

Voorkeurs beslissing

Kustwacht SAR/ETV

0

138

nvt

Slimme en duurzame mobiliteit

73

73

nvt

Schone Lucht Akkoord

46

46

nvt

BioLNG

5

5

nvt

Strategisch Plan Verkeersveiligheid

500

500

nvt

Klimaatneutrale netwerken

38

 

nvt

Pakket Zeeland

33

 

nvt

Afrondingen

 
  • - 
    1
 

Overige reserveringen

     

Totaal reserveringen

1625

1562

 

Begroting (IF 20.03)

1625

1562

 

20.04 Generieke investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel is de generieke investeringsruimte tot en met 2034 begroot. Dit betreft de investeringsruimte waarvoor nog geen bestemming is aangegeven, en ook niet specifiek is toebedeeld aan een beleidsreser-vering, (gebieds)programma, verkenning of een modaliteit.

Deze generieke investeringsruimte is onder meer beschikbaar voor het kunnen opvangen van (toekomstige) risico's en nieuwe beleidswensen onder andere op basis van de SVIR, toekomstbeelden en de NMCA. Deze investeringsruimte wordt jaarlijks gevoed door de verlenging van het fonds. Na bestuurlijke overleggen MIRT informeert het kabinet de Tweede Kamer over de voorstellen om de voor het huidig kabinet beschikbare investeringsruimte in te zetten.

Dit kabinet heeft het voornemen om het Infrastructuurfonds om te vormen tot een Mobiliteitsfonds. Kern van dit fonds is dat niet langer de modaliteit, maar de mobiliteit centraal staat. Tot 2030 zijn de financiële middelen verdeeld tussen de traditionele modaliteiten: wegen, spoorwegen en water. Middelen vanaf 2030 zijn gereserveerd voor het Mobiliteitsfonds en zullen op basis van een nieuw afweegproces en spelregels worden verdeeld.

De in de begroting 2020 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2033 bedroeg € 5.442 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de begroting 2021 nu € 6.282 miljoen tot en met 2034.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • • 
    De extrapolatie van het Infrastructuurfonds naar 2034 na aftrek van de doorlopende verplichtingen 2034 (€ 1.382 miljoen);
  • • 
    De bestaande budgetten zijn op prijspeil 2020 gebracht, het resterende overschot is toegevoegd aan de generieke investeringsruimte

(€ 40 miljoen);

  • • 
    In december 2019 heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat bekend gemaakt tien jaar lang € 50 miljoen per jaar voor de impuls Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) te hebben vrijgemaakt binnen de begroting. In totaal is € 500 miljoen hiervoor onttrokken uit de generieke investeringsruimte en overgeboekt naar artikelonderdeel 20.03 Reserveringen. Deze mutatie is reeds verwerkt in de 1e suppletoire begroting 2020 (Voorjaarsnota 2020);
  • • 
    Om de tegenvallers op het programma beheer en onderhoud, de extra werkzaamheden voor instandhouding van het Hoofdvaarwegennet en de capaciteit van RWS op artikel 15 Hoofdvaarwegennet te bekostigen, wordt er € 92 miljoen toegevoegd vanuit de generieke investeringsruimte. Zie voor nadere toelichting artikelonderdeel 20.05 van de investeringsruimte vaarwegen (IF 20.05.03).
 

Tabel 62 20.04 Generieke

investeringsruimte (bedragen x €

1.000)

       
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

(vervolg) 20.04 Generieke investeringsruimte(bedragen x € 1.000)

 
 

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

Investeringsruimte

0

0

623.833

1.474.296

1.420.996

1.366.150

1.397.080

6.282.355

Totaal

0

0

623.833

1.474.296

1.420.996

1.366.150

1.397.080

6.282.355

20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit

Motivering

Op dit artikelonderdeel is investeringsruimte per modaliteit gereserveerd die beschikbaar is voor sectorspecifieke opgaven en risico's.

Producten

Hieronder is per modaliteit een toelichting opgenomen. Tot en met Ontwerpbegroting 2018 waren deze investeringsruimten weergegeven bij de modaliteitsartikelen op het Infrastructuurfonds. Voor de conversie naar artikel 20 is gekozen om de mutaties die bij deze begroting hebben plaatsgevonden toe te lichten bij de voormalige artikelen en daarna de budgetten over te hevelen naar artikel 20.

20.05.01 Wegen

Op dit artikelonderdeel wordt de beschikbare investeringsruimte voor de modaliteit wegen tot en met 2034 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan. Deze ruimte is onder meer beschikbaar voor risico's en (toekomstige) ambities.

De stand van de beschikbare investeringsruimte opgenomen in begroting 2020 tot en met 2033 bedroeg € 1.628 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen en de aanpassingen vermeld in de 1e suppletoire begroting 2020 bedraagt deze ruimte in de begroting 2021 nu € 217 miljoen tot en met 2034.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • • 
    Overboeking reserveringen lange termijn instandhouding (€ 319 miljoen): Op de artikelonderdelen beheer en onderhoud (artikelonderdeel 12.02 en 15.02) en beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/m 2025. Daarom zijn afgelopen jaren reserveringen getroffen op artikelonderdeel 20.05. Uit een uitvoeringstoets door ProRail en RWS blijkt dat er in de periode 2022-2025 extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom worden de reserveringen nu ingezet en toegevoegd aan de budgetten voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen de reserveringen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen;
  • • 
    Extra werkzaamheden instandhouding (- € 20 miljoen): Op de artikelonderdelen beheer en onderhoud (artikelonderdeel 12.02 en 15.02) en beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/ m 2025. Uit de uitvoeringstoets door ProRail en RWS blijkt dat extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom wordt - naast de overboeking van de reserveringen lange termijn instandhouding - aanvullend budget toegevoegd aan de artikelonderdelen voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen deze middelen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen;
  • • 
    Klimaatneutrale netwerken (- € 27,5 miljoen): Het kabinet heeft als onderdeel van het Klimaatakkoord zich verbonden om klimaatneutraal en circulair te werken bij rijksinfraprojecten. Hiertoe wordt € 50 miljoen vrijgemaakt. Op basis van de CO2-footprint (55%) bedraagt de bijdrage vanuit hoofdwegennet € 27,5 miljoen;
  • • 
    Aanvulling Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG) (€ 81 miljoen): Op het Meerjarenprogramma Geluidsanering wordt in totaal € 162 miljoen toegevoegd. De budgetspanning wordt verlaagd middels een toevoeging vanuit de investeringsruimte hoofdwegennet en vanuit de investeringsruimte spoorwegen ;
  • • 
    A50 Bankhoef-Paalgraven (- € 69 miljoen): In het BO MIRT is voor de A50 een samenhangende aanpak afgesproken. Rijk en regio hebben afgesproken dat er een MIRT-verkenning wordt gestart waarbij een wegverbreding naar 2x3 tussen Ewijk Bankhoef en Paalgraven als alternatief wordt meegenomen. Hiervoor wordt een bedrag van

€ 69 miljoen gereserveerd als rijksbijdrage voor het uit te werken project;

  • • 
    A4 Haaglanden-N14 (- € 145 miljoen): Aan het projectbudget is ten behoeve van de vervanging/aanpassing van de spoorviaducten bij Rijswijk en Leidschendam-Voorburg € 145 miljoen vanuit de investeringsruimte hoofdwegennet toegevoegd;
  • • 
    SWUNG (- € 25,5 miljoen) : De kosten van het naleven van de geluids-plafonds zijn geactualiseerd. Voor de periode 2020-2021 wordt een budget verhoging voorgesteld bestemd voor de uitvoering van de motie snelheidsverhoging A2 Amsterdam-Utrecht (zijn nu voorgefinancierd uit SLA budget). Geluidsmaatregelen aan de Coenbrug (€ 0,3 miljoen) en de actualisatie nalevingskosten;
  • • 
    Intelligente wegkantsystemen (IWKS) - € 243 miljoen: Ten behoeve van het vervangen van de Intelligente wegkantsystemen voor de periode 2020-2027 wordt € 243 miljoen onttrokken aan de investeringsruimte hoofdwegennet;
  • • 
    BenO aflopende DBFM-contracten Wijkertunnel (€ 27,3 miljoen) en tunnel De Noord (€ 44 miljoen): In 2023 en 2027 komen Tunnel de Noord en de Wijkertunnel in eigendom van RWS. Tot nu toe werden de onderhoudskosten hiervan betaald door de eigenaar van de tunnels (ING). Met ingang van de overgang zal de bekostiging plaats moeten vinden vanuit het BenO-budget dat aan RWS ter beschikking wordt gesteld. Dat zal dus hiervoor moeten worden opgehoogd. Het gaat dan om € 4 miljoen met ingang van 2023 voor Tunnel de Noord en € 3,9 miljoen met ingang van 2027 voor de Wijkertunnel;
  • • 
    Capaciteit RWS (- € 243 miljoen): Jaarlijks herijkt RWS de capaciteitsbe-hoefte aan de hand van de meerjarige productieopgave. Hieruit volgt dit jaar een toenemende capaciteitsbehoefte als gevolg van een groei van de productieopgave, met name voor instandhouding van de infrastructuur. Daarom wordt de capaciteit van RWS verder opgebouwd. De

middelen hiervoor worden vanuit de investeringsruimte hoofdwegennet en hoofdvaarwegennet toegevoegd aan de budgetten voor netwerkge-bonden kosten (12.06 en 15.06; totaal € 351,7 miljoen);

  • • 
    Compenserende maatregelen Zeeland (- € 11,3 miljoen): Voor het afgelasten van de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen, wordt Zeeland gecompenseerd met € 650 miljoen aan rijksinvesteringen in de provincie. Besloten is dat IenW ten behoeve van het maatregelenpakket Zeeland € 33 miljoen reserveert. Vanuit de investerinsgruimte hoofdwegennet wordt € 11,3 miljoen gereserveerd;
  • • 
    Charm (- € 29,6 miljoen): Voor de vervanging van verouderde verkeers-managementsystemen wordt voor de periode 2020-2023 extra budget toegekend;
  • • 
    Cybersecurity (- € 17,4 miljoen): De beveiliging van de primaire processen, door middel van de door RWS voorgestelde maatregelen is nodig om het cyberrisico te verlagen naar een acceptabel niveau voor RWS. Voor deze maatregelen om de organisatie te verstevigen en daarmee de prestaties op de netwerken die in beheer zijn van RWS preventief te wapenen tegen een toenemende dreiging en waar nodig aanvallen te detecteren en te verhelpen is € 17,4 miljoen overgeboekt naar RWS en € 9,5 miljoen gereserveerd;
  • • 
    Mee- en tegenvallers aanleg en onderhoudsprogramma (€ 91 miljoen): Dit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het hoofdwegennet;
  • • 
    Topsector Logistiek (- € 15,4 miljoen): Overboeking naar hoofdstuk XII ten behoeve van het uitvoeren van het programma Topsector Logistiek.
 

Tabel 63 20.05.01 Investeringsruimte Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

45.205

32.275

44.545

Voorfinanciering vrachtwagenheffing

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

45.205

32.275

44.545

 

(vervolg) 20.05.01 Investeringsruimte Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)

 

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

Investeringsruimte

73.354

74.545

0

0

0

0

0

269.924

Voorfinanciering vrachtwagenheffing

0

  • - 
    52.649

0

0

0

0

0

  • - 
    52.649

Totaal

73.354

21.896

0

0

0

0

0

217.275

20.05.02 Spoorwegen

Op dit artikelonderdeel wordt de beschikbare investeringsruimte voor de modaliteit spoorwegen tot en met 2034 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan, en ook geen verkenningen gestart. Deze ruimte is ook beschikbaar voor risico's.

De stand van de beschikbare investeringsruimte opgenomen in de begroting 2020 tot en met 2033 bedroeg € 1.759 miljoen. Door de hieronder vermelde (belangrijkste) budgettaire aanpassingen en de aanpassingen vermeld in de 1e suppletoire begroting 2020, bedraagt deze ruimte in de begroting 2021 € 54 miljoen:

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • • 
    Overboeking reserveringen lange termijn instandhouding (€ 1.076 miljoen): Op het artikelonderdeleel beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbare budget voor de jaren 2022 t/m 2025. Daarom zijn afgelopen jaren reserveringen getroffen op artikelonderdeel 20.05. Uit een uitvoeringstoets door ProRail blijkt dat er in de periode 2022-2025 extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom worden de reserveringen nu ingezet en toegevoegd aan de budgetten voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen de reserveringen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen;
  • • 
    Extra werkzaamheden instandhouding (- € 340 miljoen): Op het artikelonderdeel beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/m 2025. Uit de uitvoeringstoets door ProRail blijkt dat extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom wordt - naast de overboeking van de reserveringen lange termijn instandhouding - aanvullend budget toegevoegd aan de artikelonderdelen voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen deze middelen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen;
  • • 
    De dekking voor de beschikbaarheidvergoeding OV komt uit de investeringsruimte spoorwegen (- € 167 miljoen). De beschikbaarheidsver-goeding is bij incidentele suppletoire begroting 2020 overgeboekt naar hoofdstuk XII vanuit artikel 13. De dekking voor deze overboeking vindt plaats vanuit de investeringsruimte spoorwegen, aangezien de conces-sieopbrengsten hier jaarlijks binnenkomen;
  • • 
    Aanvulling Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG) (€ 81 miljoen): Op het Meerjarenprogramma Geluidsanering wordt in totaal € 162 miljoen toegevoegd. De budgetspanning wordt verlaagd middels een toevoeging vanuit de investeringsruimte hoofdwegennet en vanuit de investeringsruimte spoorwegen;
  • • 
    Programma overwegenaanpak (- € 25 miljoen): aan het programma overwegenaanpak worden middelen toegevoegd om de Regeerakkoor-dambitie te verwezenlijken;
  • • 
    Compenserende maatregelen Zeeland (- € 21,8 miljoen): Voor het afgelasten van de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen, wordt Zeeland gecompenseerd met € 650 miljoen aan rijksinvesteringen in de provincie. Besloten is dat lenW ten behoeve van het maatregelenpakket Zeeland € 33 miljoen reserveert. Vanuit de investerinsgruimte spoorwegen wordt € 21,8 miljoen gereserveerd;
  • • 
    Topsector logistiek: Overboeking naar hoofdstuk XII ten behoeve van het uitvoeren van het programma Topsector Logistiek (- € 11,9 miljoen);
  • • 
    Klimaatneutrale Infrastructuur (- € 7,5 miljoen): vanuit de investeringsruimte spoor worden middelen vrijgemaakt ter stimulering van klimaatneutrale infrastructuurprojecten;
  • • 
    Toevoeging extrapolatie ontvangsten HSL-heffing en concessie HRN voor het jaar 2034 (€ 233 miljoen).

Tabel 64 20.05.02 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Investeringsruimte

0

0

0

49

0

0

83

193

Totaal

0

0

0

49

0

0

83

193

(vervolg) 20.05.02 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000)

 
 

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

Investeringsruimte

193

297

1.096

50.193

289

204

1.208

53.805

Totaal

193

297

1.096

50.193

289

204

1.208

53.805

20.05.03 Vaarwegen

Op dit artikelonderdeel wordt de beschikbare investeringsruimte voor de modaliteit vaarwegen tot en met 2034 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan, en ook geen verkenningen gestart. Deze ruimte is ook beschikbaar voor risico's en (toekomstige) ambities.

De in de begroting 2020 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2033 bedroeg € 40 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen en de aanpassingen vermeld in de 1e suppletoire begroting 2020, resteert er geen investeringsruimte vaarwegen in de begroting 2021 tot en met 2034.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • • 
    De toevoeging van het positieve saldo van meevallers op de projecten op het hoofdvaarwegennet aan de investeringsruimte (€ 13,5 miljoen). Hieronder vallen een meevaller en vrijval reservering op het project Wielingen van € 0,6 miljoen, een meevaller op het project vaarweg Meppel-Ramspol (keersluis Zwartsluis) van € 5,8 miljoen, ontvangsten VBS-tarief voor het walradarsysteem van € 4,9 miljoen, en de vrijval reservering garantie Twentekanalen van € 2 miljoen. De ontvangsten van het VBS-tarief worden toegevoegd aan de reservering Walradarsys-temen;
  • • 
    Extra werkzaamheden instandhouding (- € 20 miljoen): Op de artikelonderdelen beheer en onderhoud (artikelonderdeel 12.02 en 15.02) en beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/ m 2025. Uit de uitvoeringstoets door ProRail en RWS blijkt dat extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom wordt - naast de overboeking van de reserveringen lange termijn instandhouding - aanvullend budget toegevoegd aan de artikelonderdelen voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen deze middelen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen;
  • • 
    Overboeking reservering lange termijn instandhouding (- € 72 miljoen): Op de artikelonderdelen beheer en onderhoud (artikelonderdeel 12.02 en 15.02) en beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/m 2025. Daarom zijn afgelopen jaren reserveringen getroffen op artikelonderdeel 20.05. Uit een uitvoeringstoets door ProRail en RWS blijkt dat er in de periode 2022-2025 extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom worden de reserveringen nu ingezet en toegevoegd aan de budgetten voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen de reserveringen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen;
  • • 
    Capaciteit RWS (- € 109 miljoen): Jaarlijks herijkt RWS de capaciteitsbe-hoefte aan de hand van de meerjarige productieopgave. Hieruit volgt dit jaar een toenemende capaciteitsbehoefte als gevolg van een groei van de productieopgave, met name voor instandhouding van de infrastructuur. Daarom wordt de capaciteit van RWS verder opgebouwd. De

middelen hiervoor worden vanuit de investeringsruimte hoofdwegennet en hoofdvaarwegennet toegevoegd aan de budgetten voor netwerkge-bonden kosten (12.06 en 15.06; totaal € 351,7 miljoen);

  • • 
    Periodiek worden prestatieafspraken gemaakt met Rijkswaterstaat over beheer en onderhoud van het hoofdwegen- en hoofdvaarwegennet, zogenoemde Service Level Agreement (SLA) (- € 11 miljoen). Voor het hoofdvaarwegennet betreft dit dekking van kosten die RWS heeft gemaakt voor het opruimen van olie en het schoonmaken van vogels door de olielekkage van de BOW Jubail in de haven van Rotterdam (€ 5 miljoen), het realiseren van een tijdelijke oplossing voor de Padde-poelsterbrug (- € 1,5 miljoen) en bekostiging van het instrument Functionele Inspecties en Testen (FIT), zijnde een toestandsinspectie van het dynamische deel van een installatie (aandrijving, bewegingswerk, bediening en besturing) waarbij specifiek wordt gemaakt wat en hoe er geïnspecteerd en getest dient te worden (- € 4,5 miljoen);
  • • 
    Cyber security: de beveiliging van de primaire processen, door middel van de door RWS voorgestelde maatregelen, is nodig om het cyberrisico te verlagen naar een acceptabel niveau voor RWS. Voor deze maatregelen om de organisatie te verstevigen en daarmee de prestaties op de netwerken die in beheer zijn van RWS preventief te wapenen tegen een toenemende dreiging en waar nodig aanvallen te detecteren en te verhelpen is € 5 miljoen overgeboekt naar artikel 15 en € 10 miljoen gereserveerd;
  • • 
    Er is € 8,8 miljoen overgeboekt naar de reservering Kustwacht voor Search-and-Rescue (SAR) helikopters om de reservering te laten aansluiten bij de geraamde kosten;
  • • 
    Middels een incidentele subsidie van € 5,4 miljoen zal worden bijgedragen aan de aanschaf van batterijcontainers Modular Energy Concepts (MEC's), met als doel een versnelling te bewerkstelligen van de transitie naar een volledig elektrische binnenvaart. De uitvoering van het projectplan zal worden uitgevoerd door bedrijf Zero Emission Services (ZES). Ten behoeve van deze subsidie wordt € 5,4 miljoen overgeboekt naar artikel 18 van de begroting Hoofdstuk XII.;
  • • 
    Bijdrage voor de optimalisatie van de binnenvaarinfrastructuur (bovengemiddeld knooppunt Tilburg) in het kader van het project 'Wilhelmi-nakanaal fase 1,5'. Dit betreft trimodale ontwikkeling ten behoeve van het bereiken van een modal shift op de corridor naar Rotterdam en Venlo. Deze ontwikkeling kan bespoedigd worden door een rijksbijdrage van € 4,8 miljoen aan noodzakelijke maatregelen om de binnenvaartinfra-structuur daarvoor op het juiste niveau te brengen. Dit bedrag wordt overgeboekt naar artikel 18 van de begroting Hoofdstuk XII;
  • • 
    Voor het oplossen van de spanning op prijsbijstelling bij DBFM-contracten wordt € 8,8 miljoen overgeboekt naar artikel 15.04. De afgelopen jaren was de werkelijke toegekende prijsbijstelling op de projecten 3e kolk Beatrixsluis, Capaciteitsuitbreiding Eefde en Keersluis Limmel lager dan waarmee met de budgettaire inpassing van de DBFM-projecten rekening is gehouden. Hierdoor sloten de projectkosten tot einde looptijd niet meer volledig aan bij het beschikbare budget. Door de ontstane vertraging bij het project Zeetoegang IJmond, wordt langer prijsbijstelling ontvangen, dan waarmee ten tijde van de inpassing rekening is gehouden. Hiermee is de budgetspanning omgeslagen in een overschot. Dit wordt met deze mutatie gecorrigeerd;
  • • 
    Om de aanvullende kosten voor de verlenging van het baggercontract Eemsgeul financieel te dekken wordt een risicoreservering getroffen van € 11,2 miljoen;
  • • 
    Om de tegenvallers op het programma beheer en onderhoud, de extra werkzaamheden voor instandhouding van het Hoofdvaarwegennet en de capaciteit van RWS op artikel 15 Hoofdvaarwegennet te bekostigen, wordt er € 92 miljoen toegevoegd vanuit de generieke investeringsruimte;
  • • 
    Er wordt € 189,9 miljoen toegevoegd aan de investeringsruimte vaarwegen vanuit de loon- en prijsbijstelling 2020.

Tabel 65 20.05.03 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

(vervolg) 20.05.03 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)

 
 

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

  • 4. 
    Bijlagen

Bijlage 1: Voeding van het Infrastructuurfonds en begrotingsstaat per productartikelonderdeel

_ 'st

O

O

O

CM

O

CM

O

CM

CM

o

CM

CD

CM

O

CM

LD

CM

O

CM

'St

CM

O

CM

O

CM

 

2020

  • - 
    2034
 

2020 - 2034

457.210

 

379.217

 

77.993

 

'St

co

o

CM

 

oo

o

CM

           

co co

o

CM

 

00

00

o

CM

           

CM

co

o

CM

 

CM

00

o

CM

           

o

CM

 

CO

o

CM

           

o

co

o

CM

 

o

00

o

CM

           

co

CM

o

CM

 

CT>

CM

O

CM

           

00

CM

o

CM

 

CO

CM

O

CM

CT>

CM

 

03

'St

csi

     

CM

o

CM

 

r-

CM

O

CM

CT>

CM

r>

CO

 

03

CM

r--

     

co

CM

o

CM

 

CO

CM

O

CM

co

LO

 

03

'St

LO

5

     

LO

CM

o

CM

 

LO

CM

O

CM

CM

co

o>

6

 

CM

CO

03

Ö

'St

     

'St

CM

O

CM

 

't

CM

O

CM

LO

co

00

 

LO

CO

'St

CO

     

CO

CM

O

CM

 

CO

CM

O

CM

CM

00

CM

00

00

 

CM

CO

CM

co

     

CM

CM

O

CM

 

CM

CM

O

CM

r>

o

o

6

<j>

 

LO

CM

'St

 

co

"sT

r<

'St

 

CM

O

CM

 

CM

O

CM

co

00

o

00

 

CM

oo

o

'St

00

     

O

CM

O

CM

 

O

CM

O

CM

CM

00

00

o

 

co

03

CM

 

co

LO

ö

co

C

0

     

3

_    3

"cö    o

G    p

c h o S w '5> «tr o £

c

CD

>

03

03

5

1 1 2 £ 2 ’ö) JS O O 2 O Q.

CD

03    S

c    ®

O ¦ “ ¦— -Q cD ö) A C

CD ^ O

CC    LL

¦O

'CD

.c

03

(0

_ .Q

cL _i £ 2

0 N 03 CD CC N CL GO

CO

03

C

0

>

c

O

Bedragen € x 1.000

 

«§ 2 1 "5 x

OU <u>

   

o

'«t

CM

O

'«t

CO

O

'«t

 

.H, c -g

CQ > _c -

Ö) O ¦2 £

;§l£

O O CL

CD X CO <H>

_ 'St

pj o

o cn

r>

r>

r>

co

co

'St

'sf co

LO

¦a c -g e S > £ 3

S

0

‘o

CL o 0 0 ra -*

Él

ra .y

O =3

X N

0 E

t g

+->0-o

O Q. il .© C ©

2^o

CL .> X

CO O o

E g. £ E ••

CO £ C ra O) o

2 O o. X X cc

c

0

>

0

ra

5

0

"O

c

0

.ra

0

0

>

o x

m <u>

co

o

00

00

0

1

'o

0

ra

c

0

0

0

>

_c

00

 

2020

  • - 
    2034

LO

CO

'St

co

00

'St

     

25.945

48.581

 

co

LO

LO

ö

CM

'«t

 

2020

  • - 
    2034
   

00

o

00

co

00

 

i 03

o

cd co

03

 

2020

  • - 
    2034

03

00

r>

03

<£>

't

 

.281.163

'St

co

o

CM

o

co co

co co

           

o

co co

co co

 

co

o

CM

   

00

P3

d

co

00

 

03

1 2

d

co

03

 

CO

o

CM

03

CO

00

00

o

LO

   

co co

o

CM

o

co co

o

co

           

o

co co

o

co

 

00

co

o

CM

   

LO

oo

o

00

00

LO

LO

 

LO i CO

O

03

cd

LO

LO

 

00

00

o

CM

't

LO

O

cd

r>

   

CM

co

o

CM

LO

'sf

LO

CO

           

LO

'sf

LO

CO

 

CM

CO

o

CM

   

LO

03

'ct

O

r<

00

o

 

LO

1 §

O

r<

03

O

 

CM

00

o

CM

LO

CO

CM

LO

LO

   
 

00

LO

'St

           

00

LO

'St

       

cd

03

CO

cq

 

cd

i 03

co co

   

03

00

't

   

co

o

CM

LO

CO

           

LO

CO

 

CO

o

CM

   

d

00

o

 

o

co

o

 

00

o

CM

03

CM

CD

   

o

co

o

CM

co

o

ö

           

co

o

ö

 

O

CO

o

CM

   

cd

LO

LO

03

 

, d i r--

LO

LO

03

 

O

00

o

CM

03

CM

03

03

CM

r>

   

co

CM

o

CM

                 

03

CM

O

CM

   

CO

r*-»

'St

C\l

 

i CO

r--

'St

CM

 

03

CM

O

CM

03

03

r>

't

 

03

CM

id

o

CM

00

CM

o

CM

                 

CO

CM

O

CM

   

LO

03

CO

'St

CM

03

CO

 

LO i 03

CO

'«t

CM

O)

co

 

03

CM

O

CM

co

03

LO

 

'Ct

03

03

03

03

CM

CM

o

CM

                 

r-

CM

O

CM

   

LO

co

'St

cd

03

03

 

LO

i r--co 'St

cd

03

03

 

r*.

CM

O

CM

CO

LO

CM

CM

00

 

03

03

CM

CM

CM

co

CM

o

CM

                 

CD

CM

O

CM

   

LO

03

03

'St

CM

 

id

i 03

03

'«t

CM

 

CD

CM

O

CM

O

CM

O

cd

't

00

 

CM

CO

CO

O

co

CM

LO

CM

o

CM

                 

LO

CM

O

CM

   

cd co

co

r<

co co

 

cd i co co

r<

co co

 

LO

CM

O

CM

co

r>

cd

00

CM

 

co

LO

cd

03

'St

CM

O

CM

                 

't

CM

O

CM

   

cd

o

co

03

CM

 

cd i o co

03

CM

 

't

CM

O

CM

't

r>

LO

co

 

'sf

LO

cd

CO

CM

O

CM

                 

CO

CM

O

CM

   

cd co

o

r--

co

r<

 

. d

i co o r*-»

co

r<

 

CO

CM

O

CM

CM

LO

03

03

o

 

03

03

03

03

CM

CM

CM

O

CM

                 

CM

CM

O

CM

   

'St

o

oa

o

co

 

i 'Cf

o

03

O

co

 

CM

CM

O

CM

CM

CO

cd

03

 

O

CM

O

CM

                 

CM

O

CM

   

cd co

LO

00

CM

 

. d

i co

LO

03

CM

CO

 

CM

O

CM

s

CD

00

CM

 

LO

03

CO

O

CM

O

CM

     

c

0

LO

'St

CO

LO

CM

00

LO

00

'St

 

CM

00

00

00

co

 

O

CM

O

CM

 

c

0

cd ia

03

r<

03

LO

 

. cd

i «e

03

r<

03

LO

 

O

CM

O

CM

CO

CM

03

LO

 

CM

CM

 

ö)

c

£ 'öo

i_    c 0 c

0 £ © O 5 m N c c

51 fa 3

03

c

00

!n    m?    -i

.E    o

C    0

C    C/3

0 C k0 CC 0 ^

0

„ § co to e OO '0 c

§ •> CCD 03 C/3 C 0

cc O

C/3

03

c

CU

>

c

o

C

0

t/3

03

C

CU

>

c

O

11 CD O .E

O "O c/3 C "0-00

aif s

 

1

0 =

  • 5s

-a c -S e S > £ 3

   

c

0

c    o»

®    C

03 (D ‘+2 0 2

¦ö "O 03 Jé!

:=* c 0

Cü CU -D CC

C/3

03

C

0

>

c

O

LO

03

C

Uil®

 

LO

0 =

  • 5s

¦a c -S e S > £ 3

   

0

+¦>

£

cc    E

0 0 (/> 03 03    03

C c    c

lï    ®

1 £ SS ^ 0 0

5 s = >

> c 0 .E

c

0

>

0

03

5

C

0

03

C

d

c

0

Js4

1

Bedragen € x 1.000

CM

00

LO

00

co

00

 

co

o

00

o

00

     

«§ 2 1 "5 x

ca <u>

03

 

03

O

03

     

«§ 2 1 "5 x

ca <u>

o

CM

 

O

o

CM

_ 'St

pj o

o rsi

CN

O

CN

O

CN

o

CN

CQ Cjp

CN

O

Ö

CN

r--

O)

'St

03

CN

CD

E

d    o

CN    CN

CD

1

d

CO

  • O) 
    2 ^

LO

O

O

CN

O

CN

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage

In de verdiepingsbijlage is per productartikel een meerjarige begrotings-mutatietabel opgenomen op artikelonderdeelniveau met daarbij de aansluiting tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds. Bij het toelichten van de begrotingsmutaties wordt de normering die is opgenomen in de leeswijzer gehanteerd. Dit houdt in dat de begrotingsmutaties, waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht (tenzij beleidsmatig toch relevant). De begrotingsmutaties zijn in alfabetische volgorde in de tabellen opgenomen en worden ook in deze volgorde toegelicht.

Artikel 12

 
 

CO

CO

O

CM

3.809

 

3.809

   

co co

63

3.872

 

477.073

  • - 
    2.604

474.469

 

2.361

           

7.867

7.900

 

co

CM

co

492.597

 

CM

CO

o

CM

3.809

 

3.809

   

co co

co

«O

3.872

 

477.073

  • - 
    2.604

474.469

               

7.867

7.900

 

15.767

490.236

 

o

CM

3.809

 

3.809

   

co co

co

«O

3.872

 

477.073

108.156

585.229

               

9.703

7.900

 

17.603

602.832

 

o

co

o

CM

3.809

 

3.809

   

co co

co

«O

3.872

 

808.596

190.795

617.801

               

co

'St

CM

O

7.900

 

18.143

635.944

 

2029

3.809

 

3.809

   

co co

co

«O

3.872

 

774.913

190.794

584.119

O)

i

 

o

o

o

d

       

180.299

9.685

7.900

190.299

16.674

600.793

 

00

CM

o

CM

3.809

 

3.809

   

co co

co

«O

3.872

 

763.464

1 s

CM

LO

CM

548.190

  • - 
    13.750
 

o

o

o

o

     

3.532

138.901

680‘6

7.900

148.901

6.771

554.961

 

CM

o

CM

3.801

 

3.801

   

co co

co

«O

3.864

 

483.202

30.149

513.351

  • - 
    13.750
         

2.337

 

8.511

7.900

 

4.998

518.349

 

co

CM

o

CM

3.801

 

3.801

   

co co

co

«O

3.864

 

529.491

49.957

579.448

  • - 
    13.750
       

149.000

5.337

 

9.607

47.043

 

197.237

776.685

 

2025

3.801

 

3.801

   

co co

co

«O

3.864

 

604.455

153.377

757.832

  • - 
    13.750
       

o

o

o

'sl-

i

5.337

 

12.566

51.040

o

o

00

'St

00

92.993

850.825

 

'St

CM

O

CM

3.803

 

3.803

   

co co

co

«O

3.866

 

o

o

co

6

o

co

196.232

797.032

         
  • - 
    51.000

3.305

 

13.215

55.034

O

o

00

'St

00

105.354

902.386

 

CO

CM

O

CM

3.804

 

3.804

   

co co

co

«O

3.867

 

702.519

84.303

786.822

         
  • - 
    51.000

3.305

 

co

'St

O

CO

55.029

o

o

00

'St

00

o

co

LO

o

892.002

 

CM

CM

O

CM

3.805

 

3.805

   

co co

co

«O

3.868

 

710.491

27.059

737.550

           

LO

O

CO

 

12.229

co

CM

O

'St

CO

o

o

00

'St

00

131.357

868.907

O

o

o

CM

O

CM

3.808

 

3.808

   

co co

co

«O

3.871

 

820.509

CM

07

CM

1

791.295

       

o

o

o

CM

i

     

13.119

co

CM

CM

 

32.386

823.681

CnO

 

3.811

 

3.811

 

LO

CO

CM

co co

co

CT>

CM

4.109

 

080369

  • - 
    27.123

664.957

       
  • - 
    2.964
     

'St

CM

O

co

CM

o

'St

 

48.336

713.293

2 Hoofdwegennet (bedragen x <

O

CM

O

CM

                     

Totaal mutatie

Ontwerpbegroting 2020 artikelonderdeel 12.01 Verkeersmanagement

Mutaties Voorjaarsnota 2020

Stand eerste suppletoire wet 2020 artikelonderdeel 12.01 Verkeersmanagement

3.809

HXII: Verkeersbordendata en MaaS    235

LO

'St

07

Mutaties Miljoenennota 2021    4.989

Stand ontwerpbegroting 2021 artikelonderdeel

12.02 Beheer onderhoud en vervanging

 

Ontwerpbegroting 2020 artikelonderdeel 12.02

Beheer onderhoud en vervanging

Mutaties Voorjaarsnota 2020    - 9.175

Stand eerste suppletoire wet 2020 artikelonderdeel 12.02 Beheer onderhoud en vervanging

A4 Haaglanden-N14: ophoging na OTB    - 55.911

BenO component DBFM A12 Ede-Grijsoord    2.361

Extra werkzaamheden instandhouding HWN    20.000

co co

0D

'«t

Gewijzigde Bestuursovereenkomst N65 Vught-Haaren    - 4.964

Kasschuiven 2020 Hoofdwegennet    0

Nalevingskosten SWUNG    23.458

Overboeking reservering lange termijn instandhouding HWN    319.200

155.638

RWS Service Level Agreement (SLA)    366.912

Versnelling beheer en onderhoud RWS    0

Mutaties Miljoenennota 2021    1.366.318

Stand ontwerpbegroting 2021 artikelonderdeel

12.02 Beheer onderhoud en vervanging

Tabel 67 Artikel 1

12 Hoofdwegennet

Extrapolatie 2034

Prijsbijstelling 2020

 

Extrapolatie 2034

Prijsbijstelling 2020

 

LIV001

139.184

239.601

49.942

238.149

07

O

cd

00

CM

29.189

65.892

95.081

590.706

146.418

737.124

62.359

12.897

75.256

CM

O

o

N

O

CM

143.593

350.595

925.905

361.543

564.362

892.278

118.976

800.8561.329.684 1.437.7401.288.687 1.011.254

905.3181.226.1551.054.1211.464.8641.672.7941.512.254

223.567

235.054

135.180

253.265

397.051

o

07

CM

CO

245.343

659.975

Ontwerpbegroting 2020 artikelonderdeel 12.03

Aanleg

985.894

 

Mutaties Voorjaarsnota 2020

Stand eerste suppletoire wet 2020 artikelonderdeel 12.03 Aanleg

 

ra ra

o

CM

                           
  • - 
    7.900
       

O

co

     

O

O

O

r<

i

 
  • - 
    24.230

215.371

 

305.891

0

00

co

d

CM

1

285.511

   

CM

co

o

CM

                           

'St

co

ö

i

       

LO

C\i

     

0

0

0

r<

i

0

0

LO

r<

00

00

N

1

co

10

03

d

r>

CM

 

03

00

00

't

't

03

LO

CO

CO

co

't

r>

03

03

't

   

co

o

CM

                           

'St

co

ö

i

       

o

co co

     

0

0

0

ai

i

 

O

II)

N

CM

1

r>

r>

10

N

co

 

0

LO

d

co

't

LO

03

O

d

r>

LO

't

CM

d

O

LO

   

o

co

o

CM

                           

CM

LO

       

'St

03

CM

 

co

i

 

0

0

0

ra

i

 

LO

O

't

LO

03

CM

LO

03

CO

 

r>

0

co

CM

0

CM

03

CM

CM

r>

CM

CO

co

0

LO

   

co

CM

o

CM

o

o

o

LO

co

                       

ra

00

co

       

CM

CO

LO

'St

     

0

0

0

r<

i

 

CO

LO

03

r>

co co

co

CM

 

O

00

co co

't

CO

co

10

LO

LO

CO

03

CO

00

LO

   

00

CM

O

CM

o

LO

ra

                         

o

co

ö

CM

 

O

O

o

r<

CM

CM

CO

LO

i

 

CM

'si'

r^-

'St

     

0

0

0

r<

i

 

r>

co

LO

LO

03

CM

CM

CO

co co

 

co

0

co co

't

LO

03

N

CO

CM

CO

r>

LO

   

r''

CM

o

CM

o

LO

                         

ra

03

 

o

o

o

r<

CM

co co

C\i

i

 

ra

03

C\i

co

     

0

0

0

r<

i

 

CO

CO

co

LO

0

00

co

d

CM

CO

 

co

LO

't

cd

r>

0

co

00

CM

CO

   

co

CM

O

CM

o

LO

             

o

o

LO

i

         

i co

LO

03

00

 

o

o

o

r<

CM

co co

LO

i

 

co

'St

03

03

LO

03

C\i

   

0

0

0

r<

i

 

I co 03 co

LO

CO

10

LO

03

IO

CO

 

0

co

r*.

r>

0

co

LO

LO

't

0

CM

CO

N

co

   

2025

o

LO

             

O

o

LO

i

         

'«t

CM

co

i

   

co co

LO

i

o

o

CM

LO

CM

LO

LO

CM

O

ra

i

       

CO

co

CM

03

1

r>

co co

03

03

r>

03

co co

Tf

CM

cd

00

CM

't

03

CM

00

r>

 

co

r>

co

LO

IO

LO

r>

03

co

d

co

0

r>

0

co

00

LO

   

'St

CM

O

CM

             

O

CM

i

O

o

o

         

co co

co

i

   

LO

O

CO

i

o

o

'St

co

'St

CM

03

CO

C\i

1

       

CO

LO

CO

't

1

 

CO

IO

IO

N

co

co

03

CM

r>

1

LO

IO

CM

CO

r>

LO

   

CO

CM

O

CM

     

o

LO

     

O

o

'St

Ö

CM

i

           

i 00

o

'st-

o

   

LO

O

CO

i

co

03

co

LO

O

03

03

CO

co

1

   

0

0

0

LO

 

CO

co

1

 

't

r>

r>

cd

IO

r>

r>

03

co

c\i

co

1

r>

r>

q

co

03

CO

^i-

LO

 

CM

CM

O

CM

     

o

LO

ra

o

             

o

o

o

o

 

LO

O)

LO

'sf

00

i

   

LO

O

CO

i

ra

o

03

03

03

LO

03

     

0

0

0

LO

'St

 

CM

CO

10

N

1

 

LO

03

r>

r>

LO

't

c\i

CM

1

co

03

   

CM

O

CM

     

o

LO

     

O

O

r*-»

'«t

i

 

O

CM

i

co

o

00

i

 

o

o

o

o

 

5

co

ö

     

03

CM

ra

O

O

'st1

03

O

LO

r<

1

   

O

O

q

LO

CO

 

co co

CM

't

LO

r>

co co

00

co

 

CM

co

03

't

CO

't

CO

co

q

co

CO

0

cd co

Tf

   

O

CM

O

CM

   

00

00

LO

 

LO

o

o

o

LO

C\i

i

 

'St

co

C3

CM

   

ra

'«t

LO

i

o

o

co

i

o

o

o

LO

o

o

o

o

'sf

r<

03

i

O

o

LO

C\i

   

'St

(-*

LO

ra

CM

co

C\i

03

ra

i

 

LO

CM

   

CO

d

co

1

r>

IO

LO

03

r>

LO

 

CM

00

0

cd co

LO

LO

CO

CM

d

co

r>

co cd

co

   

Totaal mutatie

LO

LO

o

o

o

LO

co

00

00

LO

o

LO

CM

C\i

00

co

C\i

O

o

LO

C\i

i

co

'St

'St

CM

co

o

co

LO

'St

i

o

o

CM

i

ra

CM

C\i

CM

i

o

o

co

i

o

o

o

LO

CM

o

o

o

o

O

O

o

LO

C\i

o

o

o

ra

ra

LO

'sl-

CM

i

o

03

'St

03

CO

CO

CM

LO

ra ra

i

co

i

LO

CM

0

0

0

LO

r<

03

00

03

't

CM

't

     

r>

CM

CM

't

03

co

 

'Ct

LO

LO

q

12 Hoofdwegennet

co l—

O

03

C

O)

c

'co

o

-C

o.

o

z

c

CD

T3

c

p

03

cc

03

I

'sf

<

!n

o

o

¦O

03

£

o

o

Q.

to

Z

1 E TO 03

£ T3

O c O) £ 0 n

x -o

S 'CD

< -1

o

o

03

03

c

o

co

c

03

>

03

c

'"O

O

-Q

CD

ca

TJ

'CD

CD

-Q

co

#0

c

03

03

c

o

o

03

Q.

CO

#0

CD

03

O

o

c

c

CD

03

CD

5

TJ

O

O

I

C

CD

"O

0

TJ

C

0

03

O

TJ

03

1/3

>

0

_l

TJ

0

>

03

0

>

C

0

0

03

0

0

0

#0

O

0

O

o

'St

co

o

CM

#0

0

O

Q.

0

X

LU

.c

03

3

>

LO

CO

z

C/3

E

o

-ii

C

0

0

0

>

O

CO

O

o

C/3

0

CD

0

¦O

03

N C

:=* 0 ê 0 0 0 O I

03

c

TJ

*0

.Q

'3

w

0

ö

0

Q.

0

O

X

I

CM

O

CM

<

m

1 -£ <D

0 03 CO 0

0 g CC 5

.. .c — o X E x >

C/3

0

O

O

C/3

0

0

C

C/5

D

CL

C/5

X

X

03

c

q

0

-C

c

0

03

I

_C

O

0

>

X

X

5

5

tD 5

o

o

-Q

03

c

"0

03

0

0

0

>

O

c

c

o

X

<

CD

o

0

c

o

o

LL

CD

Q

03

c

C/3

V)

0

Q.

c

0

C

c

0

03

0

§

¦O

o

o

X

o

CM

o

CM

c

0

>

’o

o:

o

</)

C/3

£

"O

0

1/3

>

0

_l

TJ

0

>

03

0

>

C

0

0

03

0

0

0

(3

CL

“3

§

03

C

0

c

0

C/3

P

’o

0

<3

0

E

E

0

03

O

Q.

C

0

0 C 'L?0 03 0 0 5 5

CD z D <: C/5 1/3 o

C/3

Ö3

c

>

0

0

z

-C

Ö3

3

>

*0

Q

CM

<

%

-Q

-C

O

0

"O

Q.

O

O

CM

O

CM

03

c

p

C/3

!5

C/3

ol

0

c

c

0

03

0

£

P

O

o

X

C/3

0

"0

>

c

0

03

0

c

0

0

0

E

0

p

0

05

0

0

0

E

0

0:

0

w

’c

¦5

|2

>

CD

CD

0

E

E

0

03

O

Q.

C/3

0

"0

0

"0

>

C

0

03

|2

>•

!5

0

0

E

05

03

C

0

c

0)

1

c

0

0

0

£1

TJ

O

O

c

0

0)

0)

0

CC

LO

0

>

CM

O

CM

0

+¦>

O

C

c

0

c

0

p

i

V)

0

¦H

0

"0

0

P

0

¦ö

c

0

£

t

0

CM

O

CM

Ö3

c

O

Ö3

0

J2

Q.

0 03

5 ®

C -

X 0

0 <

1° ra ?

 

't

O

CM

"ÖJ

0

p

0 ra

p Ü_

10 E

V    0

ë Ë

0 O

° ^ S s

G3 C

c 0 ¦+: 0

p 0 o "2

0 0

_Q 0

Sr S. 0 0 5 ï

C 0

0 e?

0

CM

0

CM

0

+¦>

O

c

V)

0

0

0

5

V)

0

0

+¦>

s

0

§1

CM 03 +- 0

| : E

Is

0 s % 7 Ng-Q. «- 0.

CL_ ’-»«

3 0 C C/3 0 0

0 Y £ E-g 0 0 c £ 0 0 0

¦ö ¦qj 2 C JC +; 0 a_> E * t- O ra 0 0

0

C

c

0

Ö3

0

5

TJ

O

O

X

C

0

P

0

"O

c

0

03

0

P^

'Ct

ra

0

CN

0

0

O

o.

0

X

LU

     

'Ct

03

 

07

LD

O

r>

 

r>

CD

LD

O

LD

r>

CD

oo co

o

CM

   

LD

 

LD

o

CT>

CM

 

07

CO

LD

 

07

CO

LD

     

5"

CM

o

o

LD

r>

CT>

00

 

r>

CD

LD

O

LD

r>

CD

CM

co

o

CM

   

d

r<

1

 

o

LD

 

07

CO

LD

 

07

CO

LD

   

co

00

03

o

CM

 

CD

CO

CO

CO

LD

 

CM

CT>

LD

O

LD

CM

CD

co

o

CM

 

Csi

i

03

 

CD

CD

O

LD

 

07

CO

LD

 

07

CO

LD

     

LD

CO

CO

 

LD

CO

CO

CM

CD

CD

 

CM

o>

LD

O

LD

CM

CD

o

co

o

CM

   

03

 

CT>

LD

LD

 

07

CO

LD

 

07

CO

LD

07

CM

o

CM

   

O

O

o

 

O

O

r>

6

CO

CD

N

CT>

LD

 

CM

o>

LD

07

CO

LD

O

LD

CM

CD

07

CO

LD

     

co

o

LD

 

co

o

LD

LD

CD

CM

 

CO

CD

co

O

LD

CO

9

00

CM

o

CM

   

03

 

CT>

CM

LD

 

cd

LD

 

cd

LD

CM

o

CM

   

CO

öö

 

CO

CO

CO

r>

LD

co

CD

 

O

N

CO

LD

O

LD

O

LD

N

co

LD

     

co

0D

CM

 

co co

CM

co

o

CD

 

CO

CM

O

LD

CO

r>

co

CM

o

CM

         

cd

CM

CD

 

CM

LD

 

CM

LD

     

O

 

O

r>

r>

r>

 

CO

CM

O

LD

co

r>

2025

   

o

 

6

CD

o>

LD

 

LD

 

LD

     

CM

LD

 

CM

LD

CD

r>

r>

 

CO

LD

CM

O

LD

CO

O

CO

'St

CM

o

CM

   

O

 

6

CD

00

LD

 

6

LD

LD

 

6

LD

LD

     

LD

LD

 

CT>

CD

LD

CD

CD

 

LD

O

LD

O

LD

co

CM

o

CM

   

Csi

 

C\i

cd

o

r>

 

CD

r>

LD

 

CD

r>

LD

CM

CM

o

CM

   

CM

¦tf

'Ct

od

 

CM

o- cd

CD

00

r>

N

LD

 

O

00

co

CD

00

LD

O

LD

O

CO

07

CD

00

LD

     

0D

 

r*.

co

r>

LD

co co

 

O

CM

LD

r>

O

CO

CM

o

CM

   

od

 

cd

CD

r>

 

CD

CM

CD

1

CD

CM

CD

 

o

o

o

co co

CD

CD

LD

 

CT>

r*.

co

CD

07

 

O

CO

CD

CM

CM

r>

CD

o

CM

o

CM

d

i

       

6

CM

CD

 

cd

CM

CD

6

cd co

CD

0

o

o

o

o

CD

LD

CM

¦tf

i-*

o

o

LD

CT>

CD

o-

     

CD

r*.

 

03 fl3 2 £ E

o

i

Csi

i

LD

¦tf

r<

1

c\i

o

o-

   

CD

ö

 
 

O

X

<

co

03

c

c

03

O)

0)

5

T3

o

o

X

to

 

c

CM

O

CM

0

0

¦ö

0 C/5 ¦O CL

c 0.

O

0 E

v 0

ë i

0 o >

CM o 8 2

 

O

CM

"ÖJ

0

¦ö

0

¦ö

c

2 2 .sg

ë1

0 c

o

CM

o

CM

c

0

¦ö

c

o

° 0

O s>

CM ¦£

+- 0

^ 0

12 Hoofdwegennet

o

co

c

o

o

LL

co

Q

O)

c

co

«

co

Q

c

"cü

>

c

03

O)

03

c

03

03

0)

E

o

32

co

C/5

O

CM

O

CM

O)

c

15

to

!5

to ol

JS.C

03

0

-Q

TJ

0

9

c

03

0

0

0

CC

LD

<

>

CC

+¦>

o

c

c

CD

c

0

o

i

0

0

+¦>

0

+¦>

0

G> c

.E o o

2 ® u> "2

i 2

5 c +¦> .“

  • © O u ¦5 <t 0 9

c/5 ™

 

O 2 CM 0

O o

CM J*

ö> C C 0

V ¦a

2 o

ö) o 0 o

¦s °>

  • Q. 
    ^ 0 0

II

C 0

O 2

0

+¦>

O

c

0

0

0

o

5

0

0

+¦>

0

+¦>

0

S

£ 2 ‘ö CD

¦H> o

is

a _

3 0

0 0

  • O) 
    "2 7

2-ësï

S|ï

"D 0 m C 2 0^0 t r o c/5 0 JÉ

     

370

           

11.542

o

CM

'St

od

   

14.592

554.209

     

i

               
     

o

00

           

11.542

o

CM

¦sl ed

   

14.592

554.209

     

i

               
     

o

00

           

11.542

o

CM

¦sl ed

   

14.592

554.234

     

i

               
     

o

00

           

11.542

o

CM

¦sl ed

   

14.592

554.234

     

i

               
     

o

00

           

11.542

o

CM

¦sl ed

   

14.592

554.234

     

i

               
     

o

00

           

11.653

co

00

¦sl ed

   

14.721

558.634

     

i

               
     

o

00

           

11.456

'tf

CM

¦sl ed

   

14.510

552.050

     

i

               
     

o

00

           

11.611

CM

00

¦si- od

   

14.673

557.151

     

i

               

CM

CM

CO

C\i

co

   

o

00

i

           

11.675

LD

00

¦si- od

 

oo

77.565

622.043

53.797

   

o

00

     

'St

'si'

C\i

i

   

o

oo

00

CD

¦sl ed

 

co

66.583

616.891

   

i

             

co

CM

co cd

"sf

   

o

00

     

'St

'si'

C\i

i

   

12.234

3.560

 

3.514

65.420

641.924

   

i

           

38.531

   

o

00

i

 

5

i

 

'St

'si'

C\i

i

   

12.450

00

CM

CD

od

o

o

CM

o

CM

od

61.004

647.934

27.035

   

o

00

i

 

o

co

LD

1

 

'St

'sl-

C\i

i

 

5

oo

12.871

o

00

o

¦sT

o

o

00

23.659

65.182

691.595

12.023

 

3.696

o

00

 

LD

00

CM

CM

1

  • - 
    6.339

00

co

CM

LD

oo

00

CD

12.967

4.156

o

20.912

44.477

678.149

 

i

 

i

i

   

242.834

CM

00

o

o

'St

LD

3.696

  • - 
    5.550
 

CD

00

CM

od

1

  • - 
    6.339
  • - 
    9.489

CO

CM

LD

'tf

CM

O

o

o

od

53.136

o

56.217

1.051.782

 
  • : 
    Bijdrage RWS ten behoeve van het beheer

i

Stand ontwerpbegroting 2021 artikelonderdeel

12.06 Netwerkgebonden kosten HWN

     

ö)

o

N

0

03

TJ

C

0

0

0

0

c

0

0)

0

"O

0

CQ

 

Bijdrage RWS ten behoeve van OBS

"O

'0

0

>

o

c

0

Q.

o

0

E

E

0

03

0

Dl

       

RWS Service Level Agreement (SLA)

Capaciteit RWS

Extrapolatie 2034

Cf)

<:

cc

c

£

£

0

Q.

0

JC

0

"O

'0

<

SAP systeem

Maatwerk KNMI-RWS

Klimaatbestendige netwerken

Loonbijstelling 2020

Prijsbijstelling 2020

Regeerakkoord verlichting aan

Mutaties Miljoenennota 2021

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

r>

LD

r>

CD

CM

O

00

CM

LD

00

00

co

07

r>

o

CM

CM

CM

00

LD

O

CM

00

CD

9

CD

9

co

LD

O

CO

CM

00

LD

r>

o'

co

CM

CD

6

CM

CM

cd co

o

CM

LD

r>

cd

LD

5;

CD

o

LD

cd

CM

o>

o

N

CM

CO

CM

't

LD

9

cd

LD

o>

CD

CM

CD

r>

CM

2.580.7322.718.6682.578.4853.392.8913.365.1383.180.8682.754.3012.242.9141.961.2691.789.7392.404.7031.724.0061.805.7341.543.007

2.595.3042.844.3492.631.9893.374.8853.416.2983.185.0742.842.859 2.347.1162.453.7952.230.6282.621.2411.753.096 1.837.7641.573.754

 

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2020 Hoofdwegennet

Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet

2020 Hoofdwegennet

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2021 Hoofdwegennet

 

Ontwerpbegroting 2020 artikelonderdeel 12.09

Ontvangsten    116.173 115.998    52.714    66.451 123.081    54.255    45.707    45.013    49.213    44.513    44.513    44.515    40.370    49.458

 

OO

CO

o

CM

63.670

113.128

     

1.875

1.875

115.003

 

49.458

113.128

115.003

co

co

LO

     

09

09

09

CO

r>

CM

LO

CM

LO

 

o

r>

co

6

't

co

LO

't

CM

LO

CM

LO

't

CM

09

O

CM

 

LO

LO

't

     

O)

09

09

CO

r>

LO

CM

LO

 

LO

LO

't

LO

LO

't

't

't

LO

CM

LO

09

O

CM

 

CO

LO

't

     

09

09

09

co

r>

CM

LO

CM

LO

 

CO

LO

't

CO

LO

't

't

CM

LO

CM

LO

o

co

o

CM

 

CO

LO

't

     

09

09

09

co

r>

CM

LO

CM

LO

 

CO

LO

't

CO

LO

't

CM

LO

CM

LO

2029

o

o

LO

LO

CO

r>

LO

     

09

09

09

co

r>

CM

LO

LO

LO

 

CO

CM

09

CO

r>

LO

CM

LO

't

LO

LO

co

CM

o

CM

O

o

LO

co

LO

Tf

     

09

09

09

co

r>

CM

LO

CM

LO

 

CO

O

LO

co

LO

CM

LO

CM

LO

't

CM

o

CM

1

           

O

c\i

r>

cd

't

     

CM

LO

CM

LO

r>

09

o>

co cd

't

 

r>

o

r>

LO

r>

cd

't

09

09

CO

cd

't

co

CM

o

CM

r-

Csl

LO

co

CM

r>

cd

LO

     

o

0D

CM

C\i

o

co

CM

c\i

co

o

o

cd

LO

 

LO

LO

CM

LO

co

CM

r>

cd

LO

co

o

o

cd

LO

2025

1

co

LO

O

c\i

1

   

o

09

CM

i

 

LO

CM

O

CM

LO

CM

co

LO

c\i

CM

1

o

00

co cd

09

CO

O

cd

CM

LO

CM

O

CM

o

00

co cd

09

'St

CM

O

CM

     
 

co co

r>

1

CO

(O

co

LO

 

'Ct

LO

O

o

'Ct

ö

CM

i

09

LO

LO

co

09

r>

09

1

o

r>

co co

 

LO

cd

CO

CO

CO

co

LO

o

r>

co co

09

CM

O

CM

 

O

09

 

r>

co co

co

1

r>

r>

co cd

co

 

't

09

o

r>

09

09

co

r>

CM

LO

r>

r>

co cd

co

r>

09

09

co

CM

CM

O

CM

       

CM

O

CM

09

09

N

CM

09

00

09

cd

   

O

O

cd

i

'Ct

co

LO

LO

cd

1

co co

N

co

 

co

o>

09

id

09

00

9

cd

co co

N

co

 

CO

LO

CO

1

o

co co

CM

 

LO

o

 

CM

O

09

09

LO

CO

09

00

09

cd

 

co

r>

cd

o

co co

CM

09

00

9

cd

Totaal mutatie 2020

LO

,ct

09

'St

o

00

cd

LO

i

CO

09

r--

C\i

 

CO

09

't

cd co

 

CN

O)

CM

r>

r*.

LO

cd

       
         

12 Hoofdwegennet

o

CM

o

CM

cc

+¦>

o

c

(/>

CS

cc

o

5

c/>

®

+¦>

cc

+¦>

0

s

C

O ® CM +¦'

° |

i s

£ O

Ö 09 +¦> O

is

CL — 3 ® (/) ®

  • o) 
    Y « ®

® c ® o

"O qj

e ^ 5 t

(fi CS

'Ct

09

O

CN

#0

o

Q.

cc

X

LU

0

C

c

®

ö)

o

5

TJ

O

O

X

c

o

¦O

0

TJ

c

0

01

cc

;u

m

£

0)

0

>

LO

co

z

09

E

o

c

0

0

0

>

O

co

0

0

09

0

.Q

0

¦0

0)

'FM C :=* ® ê CC 0 0 O X

o

CM

O

CM

0)

c

15

_ C/9

!5

_ C/9

ol

CM

o

CM

0

+¦>

o

c

c

®

c

®

o

i

c/>

®

+¦>

+¦>

0

0

¦0

®

¦0

c

o

3

t

co

CM

o

CM

ö)

c

+¦>

o

S’ i

a «

® C

5 s = Ê O o ¦5 o>

® 9

w ™

 

o

c

o

ö)

0

_Q

Q.

0

S

+J

c

o

¦0

c

0

w %

c c ® c % ®

sl

+¦> ifl

C o O o

1 N

.o o

F CM

®

ö

+¦>

Q.

Q.

0

V)

®

®

®

  • = 
    1

cs E +-> c c/> ® c ö)

11 ëj

c o <5 o

5 =n

  • = 
    O O CM

_ o

® CM ¦2 % fi g

o>

c

o

ö)

0

J2

Q.

0

g

c

o

¦0

c

0

w %

c c ® c % ®

sl +* «*-C o O o — X

03

5 CM

,o o F CM

A4 Haaglanden-N14 : ophoging na OTB

Dit betreft de ophoging van het projectbudget vanwege het Ontwerp-Trace-besluit op 30 maart 2020 met € 55 miljoen (prijspeil 2019). De dekking wordt gevonden in de meekoppelkansen in het Beheer en Onderhoud budget (€ 12.5 miljoen) en de gereserveerde Vervanging en Renovatie (€ 42.5 miljoen). De prijsbijstelling 2020 is tevens ook in de mutatie meegenomen (€ 0,911 miljoen).

A4 Haaglanden - N14: spoorviaduct bij Leidschendam

Dit betreft het toevoegen van budget voor het Spoorviaduct Leidschendam van € 65 miljoen aan het project A4 Haaglanden-N14. De dekking vindt plaats uit de investeringsruimte van Hoofdwegennet.

Capaciteit RWS

Jaarlijks herijkt RWS de capaciteitsbehoefte aan de hand van de meerjarige productieopgave. Hieruit volgt dit jaar een toenemende capaciteitsbehoefte als gevolg van een groei van de productieopgave, met name voor instandhouding van de infrastructuur. Daarom wordt de capaciteit van RWS verder opgebouwd. De middelen hiervoor worden vanuit de investeringsruimte Wegen en Vaarwegen toegevoegd aan de budgetten voor netwerkge-bonden kosten (12.06 en 15.06; totaal € 351,7 miljoen).

Extrapolatie 2034

Conform vigerende werkwijze worden middelen die vrijkomen door de verlenging tot en met 2034 bij voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de agentschapsbijdrage aan Rijkswaterstaat en de DBFM contracten. De resterende ruimte wordt toegevoegd aan het artikelonderdeel 20.04 generieke investeringsruimte.

Extra werkzaamheden instandhouding

Op de artikelonderdelen beheer en onderhoud (artikelonderdeel 12.02 en 15.02) en beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/ m 2025. Uit de uitvoeringstoets door ProRail en RWS blijkt dat extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom wordt - naast de overboeking van de reserveringen lange termijn instandhouding - aanvullend budget toegevoegd aan de artikelonderdelen voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen deze middelen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen.

Gewijzigde bestuursovereenkomst N65 Vught-Haaren

Dit betreft de wijzigingen die voortvloeien uit de gewijzigde bestuursovereenkomst voor de aanpassingen aan de N65 Vught-Haaren met de betrokken partijen in Noord-Brabant. Hierbij is afgesproken dat de provincie Noord-Brabant de opdrachtgever wordt van de werkzaamheden. De rijksbijdrage en de in 2017 reeds ontvangen bijdrage van de gemeente 's-Herto-genbosch (in totaal: € 93,3 miljoen) worden via een specifieke uitkering aan de provincie overgemaakt. Vanwege de gewijzigde afspraken worden de geraamde ontvangsten van de andere regionale partijen teruggedraaid.

HXII: Bedrijfsgeneeskundige zorg

RWS voert de bedrijfsgeneeskundige zorg binnen lenW uit. In voorgaande jaren heeft RWS hiervoor via de begroting meerjarige bijdragen vanuit lenW ontvangen. Er is afgesproken dat vanaf 2020 RWS de kosten voor de bedrijfsgeneeskundige zorg middels facturatie per kwartaal bij lenW in rekening brengt. Dit betekent dat de eerder in de begroting verwerkte meerjarige bijdragen van lenW aan RWS van in totaal € 0,42 miljoen per jaar worden teruggedraaid.

HXII: Bijdrage RWS ten behoeve van OBS

Dit betreft het aandeel van RWS Opvolging Bedrijfsvoeringssysteem SAP (OBS).

HXII: Programma Open Overheid

Dit betreft een overboeking naar HXII ten behoeve van het programma Open Overheid.

HXII: SPUK Snelfietsroutes

Dit betreft de overboeking van de middelen voor de subsidieregeling snelfietsroutes naar HXII voor 2020 en 2021 van € 22,3 miljoen.

Innovatieregeling bouw GWW

Dit betreft het toevoegen van middelen ten behoeve van het bestedingsplan Innovatieregeling bouw GWW.

Inpassing DBFM contract BAHO

Dit betreft een overboeking van het tijdelijke budget (€ 10 miljoen) op 12.04 naar 12.03, omdat de inpassing van het DBFM contract is verwerkt 1e suppletoire begroting.

Kasschuiven 2020 Hoofdwegennet

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegpro-gramma noodzakelijk. De omvangrijkste kasschuiven doen zich voor op artikelonderdeel 20.05 Modaliteitspecifieke investeringsruimte Hoofdwegennet als gevolg van onttrekkingen uit de investeringsruimte. De investeringsruimte wordt grotendeels achterin de planhorizon van het Infrastructuurfonds geraamd.

Loonbijstelling 2020

Dit betreft de toegekende loonbijstelling tranche 2020 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar de investeringsruimte van het Infrastructuurfonds. Vanuit de investeringsruimte worden de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.

Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG) HWN

Ten behoeve van het programma MJGP in verband met een eenmalige verlaging van de budgetspanning draagt hoofdwegennet voor 50% bij (€ 81 miljoen).

Nalevingskosten SWUNG

Voor de kosten van de naleving SWUNG was binnen Planuitwerking en Verkenning budget gereserveerd. Deze middelen zijn in de begroting 2018 grotendeels toegevoegd aan Beheer en Onderhoud. Er resteert echter nog een budget van € 23,5 miljoen. Deze kan definitief worden toegevoegd aan Beheer en Onderhoud mede naar aanleiding van de actualisatie van de kosten van de naleving.

Opdrachtbrief A2 Deil-Vught

Ten behoeve van het pakket kleinschalige benuttingsmaatregelen programma A2 Deil-Vught wordt € 6,9 miljoen vanuit de investeringsruimte hoofdwegennet overgeheveld naar artikel 12.

Overboeking reservering lange termijn instandhouding HWN

Op de artikelonderdelen beheer en onderhoud (artikelonderdeel 12.02 en 15.02) en beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/ m 2025. Daarom zijn afgelopen jaren reserveringen getroffen op artikelonderdeel 20.05. Uit een uitvoeringstoets door ProRail en RWS blijkt dat er in de periode 2022-2025 extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom worden de reserveringen nu ingezet en toegevoegd aan de budgetten voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen de reserveringen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen.

Prijsbijstelling 2020

Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2020 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar de investeringsruimte van het Infrastructuurfonds. Vanuit de investeringsruimte worden de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.

RWS Service Level Agreement (SLA)

Periodiek worden prestatieafspraken gemaakt met Rijkswaterstaat over beheer en onderhoud van het hoofdwegen- en Hoofdvaarwegennet, zogenoemde Service Level Agreement (SLA). Er is sprake van diverse endogene en exogene ontwikkelingen waardoor hogere kosten worden gemaakt, zoals voor het opruimen van olie na schadevaring in de haven van Rotterdam, maatregelen in verband met spookrijders, brexit (truckpar-kings), cybersecurity en andere ICT-ontwikkelingen. Hiervoor worden ten laste van de investeringsruimte middelen toegevoegd aan de beheer- en onderhoudbudgetten van hoofdwegen- en hoofdvaarwegennet.

Saldo mee- en tegenvallers Hoofdwegennet

Dit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het hoofdwegennet (€ 91,3 miljoen).

Versnelling beheer en onderhoud RWS

Het kabinet haalt investeringen naar voren om de economie te ondersteunen. De komende jaren worden investeringen ter waarde van ruim € 1,5 miljard euro naar voren gehaald, op het terrein van BZK en IenW. Deze mutatie betreft het beheer en onderhoud uitgevoerd door RWS op het hoofdwegennet.

Versnelling Smart Mobility

Het kabinet haalt investeringen naar voren om de economie te ondersteunen. De komende jaren worden investeringen ter waarde van ruim € 1,5 miljard euro naar voren gehaald, op het terrein van BZK en IenW. Deze mutatie betreft een versnelling op het programma Smart Mobility. Binnen verschillende programma's is er budget gereserveerd voor korte termijn-maatregelen op het gebied van Smart Mobility. Deze maatregelen kunnen versneld ingevoerd worden.

Via15 Ressen-Oudbroeken

De meevaller op de A12 Ede-Grijsoord wordt overgeboekt naar het project Via15 Ressen-Oudbroeken (€ 7,5 miljoen).

Artikel 13

o

o

o

ö

CM

o

o

o

CD

r--

O

03

o

'St

O

o

o

co

o

o

o

co

O

o

o

co

o

o

o

co

o

o

o

co

o

o

o

co

«o

00

00

r>

cd

00

00

CM

r*.

«o

"O (D ir C ® 03 \p ^ ¦H L C (/) B O

o

o

o

co

o

o

o

co

o

o

o

co

o

o

o

co

o

o

o

co

o

o

o

co

CL ¦+=

__ C/3 03 03

.E © E

i— 01

O CD

o

o

o

'sf

'St

o

o

o

'sf

'St

o

o

o

'sf

'St

o

o

o

'sf

'St

o

o

o

'St

o

o

o

'sf

'St

o

o

o

'sf

'St

o

o

o

'sf

'St

o

o

o

'sf

'St

o

o

o

'St

o

o

o

'sf

'St

o

o

o

'sf

'St

o

o

o

'sf

'St

o

o

r--

od

o

o

r--

d

I

E

_03

E

O

o

?

t/3

o

al

O)

c

'E

o

>

E

o

o

o

LD

o

o

LD

co

_03

E 3

O Q-

o >¦

E 03 -s .E

c o c £

o o

c c o >

©

LD

CD CD -03 o

E °

_TO Q_

03 ^ c 03

o

CM

o

CM

03

B

_ C/3

E

C/3

al

CD

TJ

o

cd

ÜQ .! CM o cd

"C3

CD

o

¦ö

c

o

t

co

cd

00

r>

o

o

CM

o

6

o

r>

't

r>

o

co

't

s

o

LD

't

LD

N

 
         

i [¦"

o

CD

   

180.526

 

105.098

105.098

         

106.346

6.129

199.308

205.437

 

17.276

     
  • - 
    94.321

7.130

123.783

130.913

 

o

o

o

od

     

OOO’OS-

31.177

141.726

172.903

 

o

o

o

LD

CM

     
  • - 
    2.904