Brief regering; Voorjaarsnota 2021 - Voorjaarsnota 2021

Deze brief is onder nr. 1 toegevoegd aan dossier 35850 - Voorjaarsnota 2021.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Voorjaarsnota 2021; Brief regering; Voorjaarsnota 2021
Document­datum 28-05-2021
Publicatie­datum 28-05-2021
Nummer KST358501
Kenmerk 35850, nr. 1
Commissie(s) Financiën (FIN)
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2020

2021

35 850

Voorjaarsnota 2021

Nr. 1

BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Ontvangen 28 mei 2021

INHOUDSOPGAVE

Voorjaarsnota    3

1    Inleiding    3

2    Economisch    beeld    5

3    Uitgaven    8

4    Inkomsten    24

5    Overheidssaldo en overheidsschuld    26

Bijlagen    29

Bijlage 1:    Meerjarig beeld    29

Bijlage 2:    Steunmaatregelen corona    34

Bijlage 3:    Belasting- en premieontvangsten    36

Bijlage 4:    Overzicht aanvullende post    38

Bijlage 5:    Overzicht uitgekeerde eindejaarsmarges    40

Bijlage 6:    Budgettaire verwerking Groningen    40

Bijlage 7:    Verticale toelichting    50

1 Inleiding

De Voorjaarsnota 2021 is de eerste rapportage van het demissionaire kabinet over de uitvoering van de begroting van het lopende jaar. Het kabinet geeft hierin een overzicht van de wijzigingen van de begroting voor het lopende begrotingsjaar ten opzichte van de Miljoenennota 2021. Deze bijstellingen zijn gebaseerd op de economische ramingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2021 van het Centraal Planbureau (CPB) en inzichten over de begrotingsuitvoering van alle ministeries.

Na een loodzwaar jaar voor onze hele economie en samenleving, gloort er licht aan het einde van de tunnel. In een fase waarin beperkingen stapsgewijs kunnen worden afgeschaald en het maatschappelijk leven weer doorgang krijgt, komt ook het moment dat de economie weer op eigen kracht kan gaan draaien. De economische rationale voor de steunpakketten wordt daardoor ook steeds kleiner, zo laten de analyses van onder andere het CPB zien. De terugkeer naar een gezonde economie, met een normale economische dynamiek, is van groot belang voor het verdienvermogen van Nederland. Tegelijkertijd zijn de onzekerheden op dit moment nog groot. Daarom blijft het steun- en herstelpakket ook in het derde kwartaal van 2021 beschikbaar. Naarmate bedrijven weer omzet kunnen maken, zal het steunpakket de komende periode overbodig worden. Het kabinet heeft er daarom vertrouwen in dat deze steun in het licht van de oplevende economie het bedrijfsleven er weer bovenop helpt. De verwachte budgettaire omvang van het pakket is met circa 6 miljard euro wederom groot, maar dit bedrag kan mee- of tegenvallen gezien de grote onzekerheden.

Voorts stelt het demissionaire kabinet middelen beschikbaar voor een aantal maatschappelijke opgaven waarover besluitvorming niet kan wachten op een nieuw kabinet. Ten eerste maakt het kabinet naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK)

1,2 miljard euro extra vrij voor de compensatie van Toeslagengedupeerden. Ook is 0,9 miljard euro aan additionele middelen gereserveerd voor het kwijtschelden van publieke en private schulden van gedupeerden. Tevens komt structureel 0,8 miljard extra beschikbaar voor verbetering van de informatiehuishouding en de dienstverlening. Ten tweede heeft het kabinet op 6 november 2020 bestuurlijke afspraken gemaakt met de provincie Groningen en de zeven gemeenten in het aardbevingsgebied over de versnelling en verbetering van de hersteloperatie. Hiervoor heeft het Rijk in totaal 1,5 miljard uitgetrokken. Daarnaast zijn de budgettaire ramingen van de schade- en hersteloperaties geactualiseerd. De kosten hiervoor worden geraamd op 8,8 miljard euro in de periode tot 2027. Van deze kosten slaat 2,7 miljard euro als tegenvaller op de Rijksbegroting.

Ten derde stelt het kabinet dit jaar 0,6 miljard euro beschikbaar voor acute problematiek in de jeugdzorg. Het is noodzakelijk de beheersbaarheid van het jeugdstelsel ingrijpend te vergroten, zowel door effectievere en meer doelmatige sturing door (samenwerkende) gemeenten, als door aanpassingen in het stelsel. Gemeenten en het Rijk erkennen deze opgave. Ten vierde heeft het kabinet als onderdeel van de corona-noodmaatregelen besloten tot een Nationaal Programma Onderwijs (NPOa) gericht op het herstel van het onderwijs tijdens en na corona. Hiervoor is in totaal 8,5 miljard euro beschikbaar. Ook is structureel 0,8 miljard euro uitgetrokken voor budgettaire tegenvallers in de leerlingen- en studentenraming en de studiefinancieringraming. De Tweede Kamer is eerder via verschillende brieven van de betreffende ministers en/of incidentele suppletoire begrotingen op de hoogte gesteld van de extra middelen die voor de vier hierboven genoemde dossiers zijn uitgetrokken.

In de Voorjaarsnota worden ook een aantal budgettaire tegenvallers verwerkt. Deze tegenvallers doen zich onder andere voor op de huurtoeslag, de compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid, de nacalculatie van de overheveling van de ggz naar de Wlz en in de verwachte kosten van de justitiële ketens. De kosten van de maatschappelijke opgaven en de budgettaire tegenvallers op lopende zaken zorgen gezamenlijk voor een overschrijding van het uitgavenplafond met 4,3 miljard euro in 2021.

Dit voorjaar heeft de beoordeling van de eerste ronde van het Nationaal Groeifonds (NGF) plaatsgevonden. Naar aanleiding van de eerste ronde heeft het kabinet, op advies van de beoordelingsadviescommissie, aan verschillende projecten middelen toegekend. Deze eerste bekostiging van investeringsvoorstellen uit het NGF wordt budgettair verwerkt in de voorliggende Voorjaarsnota. Meer informatie over de projecten is te vinden in de eerste suppletoire begroting van het NGF.

De Voorjaarsnota geeft ook een update van het gebruik van het bestaande pakket aan coronamaatregelen en bevat de budgettaire verwerking van de meest recente besluitvorming over het nieuwe pakket. De coronacrisis duurt inmiddels meer dan een jaar. Momenteel zijn de macro-economische vooruitzichten positief, maar de epidemiologische situatie brengt nog altijd onzekerheid met zich mee. Via de ingestelde nood- en steunmaatregelen zoals de NOW en de TOZO beperkt het demissionaire kabinet de impact van de coronacrisis voor werkenden, ondernemers en bedrijven zo veel mogelijk. De kosten van deze steunmaatregelen zijn aanvullend op de reguliere uitgaven en hebben daarmee een grote impact op de Rijksbegroting. Er is bewust voor gekozen om deze uitgaven buiten de reguliere plafondsystematiek te plaatsen omdat het kabinet het niet wenselijk acht om voor deze economische nood- en steunmaatregelen andere uitgaven te verminderen.

Na verwerking van de uitgavenmutaties en de nieuwe inkomstenraming komt het EMU-tekort dit jaar naar verwachting uit op 62,5 miljard euro, oftewel 7,5 procent bbp. De EMU-schuld komt eind dit jaar naar verwachting uit op 60,0 procent bbp. Ten behoeve van de formatievoorbereidingen is er in bijlage 1 een meerjarig beeld weergegeven van de overheidsfinanciën. Hier worden ook de belangrijkste verschillen ten opzichte van de CEP-raming van het CPB toegelicht. Na 2021 loopt het tekort geleidelijk terug tot een EMU-saldo van - 0,8 procent bbp in 2025. De EMU-schuld piekt in 2021 en daalt daarna geleidelijk naar 58,0 procent bbp in 2025. Deze daling van de EMU-schuld over de jaren wordt vooral veroorzaakt door een toenemende omvang van de economie (het zogenaamde noemereffect) en de afwezigheid van grote corona-nooduitgaven vanaf 2022. De ontwikkeling van corona blijft echter onzeker, wat ook leidt tot onzekerheid over het herstel van de economie en het verloop van de overheidsfinanciën.

De Voorjaarsnota begint in paragraaf 2 met het huidige economisch beeld. Vervolgens geeft paragraaf 3 de ontwikkeling van de uitgaven (zowel corona als regulier) en plafondtoetsen weer. Ook wordt in paragraaf 3 ingegaan op de dossiers Kabinetsreactie POK en Schade en Versterken Groningen.

Paragraaf 4 bevat een overzicht van de belasting- en premie-inkomsten. In paragraaf 5 worden ontwikkelingen omtrent de overheidsschuld en het overheidssaldo benoemd.

De Voorjaarsnota kent zeven bijlagen. Bijlage 1 geeft het meerjarig beeld van de overheidsfinanciën weer. Bijlage 2 bevat een overzicht van de coronagerelateerde uitgavenmaatregelen. Bijlage 3 vermeldt de geraamde belasting- en premieontvangsten van 2021. In bijlage 4 zit een overzicht van de overboekingen van Regeerakkoordmiddelen van de aanvullende post. De omvang van de uitgekeerde eindejaarsmarge per begrotingshoofdstuk wordt weergegeven in bijlage 5. Bijlage 6 bevat een budgettair overzicht van de dossiers rond de schade- en versterkingsoperatie in Groningen. Ten slotte bevat bijlage 7 voor iedere begroting een cijfermatig overzicht van budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de Miljoenennota 2021. Dit is de zogeheten verticale toelichting.

2 Economisch beeld

Het economisch beeld 2021

De coronacrisis heeft ook in 2021 grote gevolgen voor de brede welvaart, naast de directe gevolgen voor de volksgezondheid. Zo is en wordt de economie fors geraakt door de gevolgen van het virus en de maatregelen die nodig zijn om verspreiding van het virus tegen te gaan. De economische cijfers in deze Voorjaarsnota schetsen een beeld van deze effecten. Tegelijkertijd dient te worden opgemerkt dat niet alles van waarde meetbaar is. De coronacrisis heeft bijvoorbeeld gevolgen op het gebied van sociaal contact en onderwijsachterstanden. Deze bredere aspecten zijn maatschappelijk van groot belang. Het coronabeleid van het kabinet blijft dus ook hier oog voor houden.

In de recente raming van het CPB herstelt de Nederlandse economie zich in 2021. Het bbp groeit naar verwachting met 2,2 procent, de uitvoer stijgt met 2,6 procent en de investeringen stijgen met 2,3 procent (tabel 2.1). De geraamde werkloosheid is in 2021 4,4 procent van de beroepsbevolking en blijft daarmee op een opvallend laag niveau, net onder het structurele niveau van 4,5 procent. Terwijl in de marktsector 131,7 duizend banen naar verwachting verloren gaan in 2021, komen er 75,9 duizend banen bij in de zorg en 37,2 duizend bij de overheid. De arbeidsmarkt blijft daarmee krap, wat een opwaarts effect heeft op de contractlonen. Deze stijgen in de raming met 1,7 procent in 2021.

In de raming onderliggend aan de Miljoenennota werd een groei van 3,5 procent voorspeld onder de veronderstelling dat er geen tweede golf aan besmettingen zou komen; een hogere verwachte groei dan de 2,2 procent in de CEP-raming. De CEP-raming neemt de gevolgen van de tweede golf wel mee. Daarnaast wordt verondersteld dat de contactbeperkende restricties in de loop van 2021 worden opgeheven en de steunpakketten vanaf 1 juli 2021 niet worden verlengd. Onder deze aannames is het geraamde economische herstel voorspoedig. De verlenging van de steunpakketten in het derde kwartaal en lagere realisatiecijfer van de economisch krimp dan in de raming van het CPB (-0,5 procent ten opzichte van - 1,9 procent) zal vermoedelijk tot een opwaartse bijstelling van het groeicijfer leiden.

De oorzaken van de lagere groeiverwachting voor 2021 in het CEP zijn met name de neerwaarts bijgestelde raming van de particuliere consumptie en de uitvoer. De particuliere consumptie blijft langer gedempt door de tweede golf aan coronabesmettingen. Tegelijkertijd zorgt de sterke toename van de overheidsuitgaven voor een stimulerend effect, zowel via hogere inkomensoverdrachten, hogere subsidies aan bedrijven als meer overheidsconsumptie. De investeringen blijven naar verwachting toenemen, maar minder sterk dan eerder geraamd. De werkloosheid stijgt in 2021 minder hard dan verwacht ten tijde van de Miljoenennota 2021, namelijk tot 4,4 procent in plaats van tot 5,9 procent. De schade van de coronacrisis is in dit opzicht veel minder groot dan eerder voorspeld: de Nederlandse economie blijkt inherent veerkrachtig.

 

Tabel 2.1 Macro-economische kerngegevens

2021 (mutaties per jaar in %)

Miljoenennota

Voorjaarsnota 2021

 

2021

     

Volume bbp en bestedingen

Bruto binnenlands product

3,5

 

2,2

 

Consumptie huishoudens

4,4

 

0,6

 

Consumptie overheid

1,9

 

5,7

 

Investeringen (incl. voorraden)

6,9

 

2,3

 

Uitvoer van goederen en diensten

i 4,7

 

2,6

 

Invoer van goederen en diensten

5,8

 

3,0

 

Inflatie (hicp)

1,4

 

1,4

 

Lange rente Nederland (niveau in %)- 0,3

 
  • 0,2

Relevante wereldhandelsvolume

6,8

 

6,0

 

Werkloosheid (% beroepsbevolking) 5,9

 

4,4

 

Contractloon marktsector

1,4

 

1,7

 

Epidemiologische scenario's

       

De ontwikkeling van het COVID-19 virus blijft onzeker, wat leidt tot onzekerheid over het economisch herstel. Vanwege deze onzekerheid bevat de raming, naast het hierboven omschreven basispad, ook een optimistisch

en pessimistisch scenario (tabel 2.2).

     

Tabel 2.2 Epidemiologische scenario's

 

2021 2022

2021

2022

2021 2022

 

Basisraming Optimistisch

Pessimistisch

   

scenario

 

scenario

Bruto binnenlands product (bbp, economische groei, %)

2,2    3,5

2,6

5,1

  • 0,8 0,8

Consumptie huishoudens (volume in %)

0,6 6,1

1,2

8,9

  • 3,3    1,6

Investeringen (inclusief voorraden, volume in %)

2,3    2,8

3,1

5,8

  • 3,0    - 2,0

Uitvoer van goederen en diensten (volume in %)

2,6    5,2

2,9

6,9

  • 1,0 0,8

Werkloze beroepsbevolking (niveau in % beroepsbevolking)

4,4    4,7

4,4

4,2

4,6    6,1

Werkgelegen-heid (in uren, mutatie in %)

2,0    1,5

2,1

2,2

0,1 - 1,8

EMU-saldo (niveau in % bbp)

  • 5,9 - 1,7
  • 5,7
  • 0,9
  • 7,8    - 5,7

EMU-schuld (ultimo jaar, niveau in % bbp)

58,6    56,9

58,2

54,7

62,2    66,7

In het optimistische scenario zal het opheffen van de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus de economie snel laten terugveren. In dit scenario zal het consumenten- en producentenvertrouwen sterk stijgen en zetten huishoudens eerdere besparingen in voor extra consumptie. Bedrijven investeren meer, mede door de lage financieringskosten. In het optimistische scenario herstellen ook andere Europese landen voorspoedig en neemt als gevolg de export sterk toe. De werkgelegenheid en de lonen nemen toe, wat de consumptie en daarmee de economische groei vergroot. Het bbp groeit in dit scenario met 2,6 procent in 2021, terwijl de geraamde werkloosheid net als in de basisraming 4,4 procent bedraagt.

In het pessimistische scenario zal het coronavirus blijven muteren en vaccinaties ineffectief maken. Een nieuwe uitbraak van het virus leidt in dit scenario tot een nieuwe economische recessie. Huishoudens en bedrijven zullen voorzichtiger en onzeker worden, waardoor consumptie en investeringen afnemen. De overheid blijft verstrekkende maatregelen nemen om verspreiding van het virus tegen te gaan, waardoor consumptie verder afneemt. De bbp-ontwikkeling is - 0,8 procent in 2021 en de werkloosheid stijgt tot 4,6 procent in 2021.

Steun- en herstelpakketten

Het kabinet zet zich sinds de uitbraak van de het coronavirus in om de negatieve gevolgen van de crisis te verzachten. Nederland heeft in internationaal opzicht relatief weinig economische schade geleden, mede dankzij de steunpakketten en automatische stabilisatoren. De bbp-krimp van 3,7 procent in 2020 was een van de laagste krimpcijfers in de Europese Unie. Ter vergelijking: de economie van Duitsland kromp 4,0 procent, de economie van Frankrijk 8,1 procent en de economie van het Verenigd Koninkrijk met 9,9 procent in 2020. De steunpakketten hebben de schade van de crisis beperkt, maar zijn ten laste van het EMU-saldo gegaan en hebben daarmee de overheidsschuld vergroot.

De werkloosheidcijfers en het aantal faillissementen zijn bijzonder laag gegeven de omvang van de crisis. Het geraamde werkloosheidspercentage van 4,4 procent in 2021 en het aantal faillissementen van minder dan 200 per maand sinds medio 2020 liggen significant onder het langjarige gemiddelde. Daarnaast valt de gerealiseerde economische krimp in het eerste kwartaal van 2021 (-0,5%) veel lager uit dan initieel geraamd door het CPB (-1,9%). De economie heeft zich dus beter staande gehouden dan werd voorzien. Het kabinet verwacht aantrekkende bedrijvigheid als de economie weer open kan, net als in het derde kwartaal van 2020 het geval was. De vooruitzichten voor de economie op korte termijn zijn gunstig zijn, maar wel met onzekerheid omgeven.

De verschillende sectoren in de Nederlandse economie zijn niet in gelijke mate geraakt door de coronacrisis. Veel ondernemers die hard getroffen zijn door de crisis, zullen de gevolgen daarvan nog blijven merken. Dit brengt het risico met zich mee dat bedrijven die in de kern gezond zijn, alsnog failliet gaan. Dat zou kunnen leiden tot een toename van het aantal faillissementen en oplopende werkloosheid. Vanaf het eerste steunpakket heeft het kabinet moeten manoeuvreren om zo veel mogelijk onnodige faillissementen te voorkomen en tegelijkertijd de gezonde dynamiek in de economie, waar onder normale omstandigheden faillissementen aan bijdragen, zo min mogelijk te hinderen. Het kabinet heeft zich zo veel mogelijk willen richten op schade door corona; ook tijdens normale economische tijden hebben bedrijven tenslotte te maken met omzetfluc-tuaties. Steun die te lang wordt doorgezet, zal het potentieel van de Nederlandse economie op de langere termijn schaden.

In deze context wil het kabinet het steunpakket in het derde kwartaal van dit jaar behouden. Daarnaast zijn enkele maatregelen genomen die significant bijdragen aan de solvabiliteit van bedrijven en daarmee het toekomstperspectief voor Nederlandse bedrijven verbeteren.

3 Uitgaven

3.1 Ontwikkeling uitgaven kabinetsperiode Rutte III

De jaren 2020 en 2021 worden getekend door de corona-uitbraak, met forse gevolgen voor de Nederlandse begroting. De economische neergang leidt tot lagere belastinginkomsten en hogere uitgaven aan WW en bijstand. Hiermee vangt de overheid een deel van de economische klap automatisch op. De economische gevolgen van de huidige crisis waren te groot en te abrupt om via alleen automatische stabilisatie op te vangen. Daarom heeft het kabinet nood- en steunmaatregelen genomen om de (economische) gevolgen van de coronacrisis zoveel mogelijk te beperken. Het is niet wenselijk om voor deze economische nood- en steunmaatregelen andere uitgaven te verminderen. Daarom gaan deze maatregelen, net als niet-beleidsmatige mutaties van WW en bijstand, buiten het reguliere uitgavenplafond om. In de technische verwerking wordt dit gerealiseerd via een correctie van het uitgavenplafond.

Tabel 3.1 geeft een uitsplitsing van de reguliere uitgaven onder het uitgavenplafond en uitgaven aan nood- en steunmaatregelen. Op deze manier wordt, in lijn met het verzoek van de Raad van State1, het onderscheid tussen reguliere uitgaven en uitgaven aan nood- en steunmaatregelen inzichtelijker gemaakt. De reguliere uitgaven bestaan uit de uitgaven onder de plafonds Rijksbegroting, Sociale zekerheid en Zorg. In deze kabinetsperiode zijn de reguliere uitgaven gestegen met bijna 45 miljard euro, van 273 miljard euro in 2018 tot 318 miljard euro in 2021. Deze stijging is het gevolg van toegenomen lonen en prijzen, van een toegenomen beroep op sociale zekerheid en zorg en door nieuw beleid van het kabinet.

Tabel 3.1 Ontwikkeling uitgaven 2018-2021

Tabel 3.1 Horizontale ontwikkeling uitgaven

 

(in miljarden euro; + is uitgaven)

2018

2019

2020

2021 Toename tussen

2021 en 2018

Reguliere uitgaven Rijksbegroting

123,8

139,0

144,5

152,8

29,0

Uitgaven corona Rijksbegroting

   

10,9

30,4

 

Reguliere uitgaven Sociale zekerheid

78,6

80,8

85,9

89,6

11,0

Uitgaven corona Sociale zekerheid

   

16,4

10,3

 

Reguliere uitgaven Zorg

70,7

69,7

73,4

75,6

4,9

Uitgaven corona Zorg

   

0,5

0,2

 

Totale reguliere uitgaven onder het uitgavenplafond

273,1

289,5

303,8

318,0

44,9

Totale uitgaven corona (saldorelevant)

   

27,8

40,9

 

Totale uitgaven

273,1

289,5

331,6

358,8

 

De reguliere uitgaven bestaan grotendeels uit uitgaven die met een jaarlijks ritme gedaan worden (structurele uitgaven). Onder plafond Rijksbegroting gaat het bijvoorbeeld om salarissen van leraren, politie en militairen en om financiering van gemeentes en provincies. Onder plafond sociale zekerheid vallen bijvoorbeeld uikeringen aan AOW en aan WW en bijstand. De uitgaven aan WW en bijstand zijn sterk afhankelijk van de economische ontwikkeling. Daarom schommelt het jaarlijkse ritme van deze uitgaven meer dan bij andere uitkeringen. Door de huidige verslechtering van de economie vallen de uitgaven aan WW en bijstand in 2021 1,5 miljard euro hoger uit dan in de laatste raming voor uitbraak van het coronavirus (Miljoenennota in september 2019). Bij herstel van de economie in de jaren na 2021 zullen de uitgaven aan WW en bijstand weer afnemen. De uitgaven aan zorg laten per saldo geen grote mutatie zien zijn als gevolg van de uitbraak van het coronavirus. Onderliggend is er sprake van lagere uitgaven door minder geleverde (reguliere) zorg en hogere uitgaven door meerkostenregelingen en de continuïteitsbijdrage van zorgverzekeraars aan zorgaanbieders. De nood- en steunmaatregelen leiden tot uitgaven in met name 2020 en 2021. Dit zijn dus nadrukkelijk incidentele uitgaven die enkel bedoeld zijn om tijdelijk de samenleving en economie te ondersteunen. Voor 2021 wordt in deze Voorjaarsnota uitgegaan van een bedrag van 40,9 miljard euro. Het totale uitgavenniveau van de overheid in 2021 komt hierdoor uit op 358,8 miljard euro.

3.2    Plafondtoets reguliere uitgaven

In de Startnota heeft het kabinet vastgelegd hoeveel er in elk jaar maximaal kan worden uitgegeven. Dat heet het uitgavenplafond. Hiervoor is een verdeling gemaakt in drie deelplafonds: Rijksbegroting, Sociale zekerheid en Zorg. In paragraaf 3.1 is reeds aangegeven dat het niet wenselijk is om nood- en steunmaatregelen corona op dezelfde manier te behandelen als reguliere uitgaven onder het uitgavenplafond. Daarom gaan de nood- en steunmaatregelen buiten het reguliere uitgavenplafond om. Deze paragraaf geeft inzicht in de belangrijkste mutaties van de reguliere uitgaven. Daarnaast wordt het niveau van de reguliere uitgaven getoetst aan het uitgavenplafond voor de reguliere uitgaven. Paragraaf 3.4 bevat een actueel overzicht van de nood- en steunmaateregelen.

Tabel 3.2 laat zien dat het niveau van de totale reguliere uitgaven in 2021

4.3    miljard euro hoger is dan het totale uitgavenplafond. De uitgaven onder het deelplafond Rijksbegroting en Sociale Zekerheid vallen hoger uit dan in de Startnota voorzien en de uitgaven onder het deelplafond Zorg vallen lager uit. De overschrijding van het totale uitgavenplafond ontstaat doordat bestaand beleid duurder uitvalt en doordat het kabinet middelen beschikbaar heeft gesteld voor maatschappelijke gevolgen die niet kunnen wachten op een nieuw kabinet. Dat gaat onder andere om middelen naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscom-missie Kinderopvangtoeslag (POK) en middelen voor schade en herstel in Groningen.

De mutaties per deelplafond worden in deze paragraaf verder toegelicht. In bijlage 1 Meerjarig beeld en in de suppletoire begrotingen worden de mutaties ten opzichte van Miljoenennota 2020 in meer detail toegelicht.

 

Tabel 3.2 Plafondtoets Voorjaarsnota 2021 (in miljarden euro; - is onderschrijding)

(in miljarden euro; - is onderschrijding)

2021

Totaal uitgavenplafond reguliere uitgaven

 

Uitgavenplafond reguliere uitgaven

313,6

Niveau reguliere uitgaven

318,0

Over-/onderschrijding

4,3

Rijksbegroting reguliere uitgaven

 

Uitgavenplafond reguliere uitgaven

148,0

Niveau reguliere uitgaven

152,8

Over-/onderschrijding

4,8

Sociale zekerheid reguliere uitgaven

 

Uitgavenplafond reguliere uitgaven

89,2

Niveau reguliere uitgaven

89,6

Over-/onderschrijding

0,3

Zorg reguliere uitgaven

 

Uitgavenplafond reguliere uitgaven

76,4

Niveau reguliere uitgaven

75,6

Over-/onderschrijding

  • - 
    0,8

3.2.1 Plafondtoets Rijksbegroting

Hieronder worden de relevante uitgaven onder plafond Rijksbegroting voor 2021 toegelicht. Enkele uitgaven die in 2021 niet opspelen maar wel in latere jaren worden in bijlage 1 Meerjarig beeld toegelicht.

Tabel 3.2.1 Ontwikkeling reguliere uitgaven plafond Rijksbegroting (in miljoenen euro; - is onderschrijding)

2021

1    Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021 (excl. corona)    147.573

Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van:

2    Overboekingen met Sociale Zekerheid en Zorg    - 198

3    Loon- en prijsontwikkeling    486

4    Volkshuisvestingsfonds    450

5    Valutaontwikkeling defensieuitgaven    - 31

6    Plafondcorrectie Infrastructuur en Deltafonds    - 291

7    Overige plafondcorrecties    35

8    Uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2021 (=1 t/m 7) (excl.    corona)    148.024

9    Reguliere uitgaven bij Miljoenennota 2021    148.388

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond

10    Overboekingen met Sociale Zekerheid en Zorg    - 198

11    Loon- en prijsontwikkeling    486

12    Volkshuisvestingsfonds    450

13    Valutaontwikkeling defensieuitgaven    -    31

14    Plafondcorrectie Infrastructuur en Deltafonds    - 291

15    Overige uitgavenmutaties zonder beslag budgettaire ruimte    35

Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte

16    Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS)    - 7

17    Accres Gemeente-, Provincie en BTW-compensatiefonds    (GF, PF en BCF)    0

18    Overboekingen naar GF, PF en BCF en afrekening BCF    253

19    EU-afdrachten    190

20    Rente    126

21    Dividend staatsdeelnemingen    55

22    Kwijtschelden schulden POK    296

23    Private schulden Toeslagengedupeerden    185

24    Kabinetsreactie POK - Dienstverlening en informatiehuishouding    427

25    POK Compensatie Toeslagengedupeerden    876

26    Huurtoeslag    158

27    Prognosemodel Justitiële ketens (PMJ)    209

28    Meerjarige Productie Prognose (MPP)    -    25

29    Jeugdzorg    613

30    Leerlingen- en studentenraming    -    72

31    Studiefinanciering    39

32    Schikking ABN Amro (boete-deel)    -    300

33    Investeringspakket landen    93

34    Bestuurlijke afspraken Groningen    67

35    Groningen: Schade en versterken    135,3

36    Schuiven Groningen    934

37    Kasschuiven    -    169

38    Eindejaarsmarge (incl. GF/PF en HGIS)    956

39    In=uit taakstelling    -    956

40    Diversen    -    88

41    Reguliere uitgaven bij Voorjaarsnota 2021 (= 11 t/m 41)    152.834

42    Over-/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota    (= 10 - 1)    815

43    Over-/onderschrijding uitgavenplafond bij Voorjaarsnota    (= 42 - 8)    4.809

44    Uitgavenniveau corona bij Voorjaarsnota    30.359

45    Totale uitgaven bij Voorjaarsnota 2021 (=41+44)    183.193

Uitgavenmutaties met plafondaanpassing

Overboekingen met Sociale Zekerheid en Zorg

Overboekingen van de deelplafonds Sociale Zekerheid en Zorg leiden tot een neerwaartse bijstelling van het deelplafond Rijksbegroting.

Loon- en prijsontwikkeling

De loon- en prijsontwikkeling is hoger dan geraamd in de Miljoenennota 2020. Dit leidt tot een opwaartse bijstelling van de uitgaven aan deze post, en een opwaartse aanpassing van het uitgavenplafond die gelijk is aan de mutatie in de uitgaven.

Volkshuisvestingsfonds

Dit betreft een overboeking naar de begroting van BZK voor het in 2021 ingerichte Volkshuisvestingsfonds. Middels een specifieke uitkering worden de middelen uitgekeerd aan gemeenten om de woningvoorraad te herstructureren en de leefbaarheid te verbeteren. Het Volkshuisvestingsfonds is geen begrotingsfonds als bedoeld in de CW2016.

Valutaontwikkeling defensie-uitgaven

De CEP-raming van wisselkoersen van buitenlandse valuta met de euro leidt tot een lagere uitgaven in euro's op het Defensiematerieelbegrotingsfonds. Conform kabinetsafspraak komen mee- en tegenvallers als gevolg van valutaschommelingen ten gunste of ten laste van het EMU-saldo. Dit wordt technisch verwerkt met een correctie van het uitgavenplafond.

Plafondcorrectie Infrastructuur en Deltafonds

Op het Infrastructuurfonds en het Deltafonds hebben in 2020 versnelde uitgaven plaatsgevonden. Voor deze versnellingen is bij Najaarsnota het plafond verhoogd. Bij Voorjaarsnota wordt het plafond met hetzelfde bedrag verlaagd.

Uitgavenniveau Corona

Het jaar 2021 kende bijzondere uitgaven in het kader van de coronacrisis. Om ervoor te zorgen dat deze uitgaven er niet toe zouden leiden dat er minder kon worden uitgegeven aan andere zaken, zijn de corona-gerela-teerde uitgaven buiten het plafond geplaatst.

Uitgavenmutaties met budgettair beslag

HGIS

De ODA-middelen (official development assistance) binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) zijn, conform reguliere systematiek, bijgesteld op basis van de groeiverwachting van het BNI in het Centraal Economisch Plan (CEP).

Overboekingen naar GF, PF en BCF

De grondslag van het GF, PF en BCF neemt toe als gevolg van overhevelingen van diverse middelen zoals de loon- en prijsbijstelling voor beschermd wonen. De afrekening van het BCF over 2020 leidt daarnaast tot een positieve afstorting in het Gemeente- en Provinciefonds.

Accres Gemeente-, Provincie- en Btw-Compensatiefonds (GF, PF en BCF) De hoogte van de uitgaven van het Rijk werkt via de normeringssystematiek door in de indexatie van het Gemeentefonds, Provinciefonds en in het plafond van het Btw-compensatiefonds (het zogenaamde accres). Na het uitbreken van de coronacrisis is besloten om het accres voor de jaren 2020 en 2021 vast te zetten op de standen uit de meicirculaire 2020. Hierdoor leidt het accres niet tot budgettaire wijzigingen in 2021.

EU afdrachten

De betalingen uit de negende- en tiende aanvullende EU-begroting (DAB9 en DAB10 2020) zijn over de jaargrens heen geschoven. Het budgettaire kaseffect van 145 miljoen euro slaat hierdoor niet in 2020 maar in 2021 neer. Daarnaast leidt de nacalculatie over de periode 2016-2019 voor Nederland tot een nabetaling van 45 miljoen euro.

Rente staatsschuld

De rentelasten stijgen in 2021 als gevolg van geactualiseerde rentestanden in het CEP 2021 van het CPB en doordat de verwachte financieringsbehoefte op basis van de Outlook 2021 is geactualiseerd.

Dividend staatsdeelnemingen

De meest recente informatie over het verwachte dividend van de reguliere staatsdeelnemingen laat in de meeste jaren een tegenvaller zien. In 2021 komt de tegenvaller o.a. door het verlengde dringende advies van de Europese Centrale Bank (ECB) aan financiële instellingen om n.a.v. de COVID-19 crisis niet of zeer terughoudend te zijn met winst uitkeren. Enkele deelnemingen hebben verder zwaar te leiden onder de COVID-19 crisis, waardoor hier enkele jaren geen dividenden verwacht worden. Er zijn daarnaast echter ook deelnemingen met weinig last van de COVID-19 crisis en met een positieve bijstelling van de verwachte dividenduitkering.

Toeslagengedupeerden (22 tot en met 25)

De uitgaven gerelateerd aan de Toeslagenherstelactie worden uitgebreid toegelicht in paragraaf 3.3.

Huurtoeslag

De raming voor de huurtoeslag is gebaseerd op het Centraal Economisch Plan 2021 (CEP) van het CPB. Sinds de vorige CEP is het verwachte aantal werklozen gestegen door de economische gevolgen van COVID-19. Onder andere deze verandering leidt tot een tegenvaller op de huurtoeslag. Ten slotte laten de realisatiecijfers van de huurtoeslag voor 2020 een tegenvaller zien.

PMJ

Het Prognosemodel Justitiële ketens (PMJ) van het WODC raamt de capaci-teitsbehoefte in de justitiële keten. De ramingen voor komende jaren laten een forse stijging in capaciteitsbehoefte en hieruit volgend stijging in uitgaven zien. Net zoals vorig jaar vinden de hoogste stijgingen plaats bij DJI in het gevangeniswezen, de forensische zorg en de justitiële jeugdinrichtingen.

MPP

Op basis van het gekozen (medium) Meerjarige Productie Prognose (MPP) scenario wordt een lagere asielinstroom verwacht. Dit zorgt voor (structurele) meevallers in de asielopvang bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), waarvan een deel wordt teruggestort naar het ODA-budget van BHOS. Daarnaast wordt aan het COA reservecapaciteit toegekend en worden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de hogere kosten die eerder niet structureel verwerkt zijn, structureel gemaakt.

Aanpak problematiek jeugdzorg

Het Rijk stelt dit jaar 613 miljoen euro beschikbaar voor acute problematiek in de jeugdzorg. Van dit bedrag wordt 120 miljoen euro beschikbaar gesteld via de VWS-begroting (onder andere voor de tijdelijke uitbreiding van de crisiscapaciteit jeugd-GGZ, vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen en het passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren). Daarnaast wordt 493 miljoen euro beschikbaar gesteld via de algemene uitkering van het Gemeentefonds. Onder andere voor meer inzet en regie op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg, de consultatiefunctie en het breder invoeren van een Praktijk Ondersteuner Huisartsenzorg (POH) voor jongeren met lichte ggz-problematiek.

Daarnaast gaan het Rijk en gemeenten aan de slag met maatregelen om de structurele houdbaarheid van de uitvoering van de Jeugdwet te verbeteren. Onder meer door het stimuleren van tariefdifferentie en standaardisatie in de uitvoering en het versmallen van de medische verwijs-route door enkel te verwijzen naar gecontracteerd aanbod. Rond het verschijnen van de Voorjaarsnota zal de Commissie van Wijzen haar oordeel geven ten aanzien van de combinatie van maatregelen en middelen om de problematiek structureel (verder) aan te pakken vanaf 2022. Hierover wordt de Kamer binnenkort geïnformeerd.

Leerlingen- en studentenraming

De meevaller op de leerlingen- en studentenraming van 72 miljoen euro wordt met name veroorzaakt door een lager aantal leerlingen dan verwacht in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Dit komt onder andere door de reisbeperkingen, opgelegd door de wereldwijde uitbraak van het coronavirus, waardoor er minder immigratie heeft plaatsgevonden. In het voortgezet onderwijs speelde ook mee dat een snellere doorstroom, veroorzaakt door lagere zittenblijfpercentages, zorgt voor een kleiner aantal leerlingen dan geraamd.

Studiefinanciering

De tegenvaller op de studiefinanciering in 2021 komt door verschillende tegenvallers, met name veroorzaakt door hogere aantallen studenten dan geraamd in de referentieraming. Ook is een groter aantal prestatiebeurzen omgezet dan verwacht en reisvoorzieningen toegekend.

Transactie ABN-AMRO (boetedeel)

Het OM en ABN AMRO zijn een transactie overeengekomen van 480 miljoen nadat ABN AMRO is tekortgeschoten in het bestrijden van witwassen. De transactie bestaat uit een boetedeel (300 miljoen) en een ontnemingsdeel (180 miljoen). Het boetedeel valt op de begroting van Justitie en Veiligheid onder de boeten en transactieontvangsten. Deze meevaller van 300 miljoen wordt verwerkt in de Voorjaarsnota.

Investeringspakket landen

Dit betreft de verwerking van het meerjarige en deels structurele investe-ringspakket voor zowel Curagao, Aruba als Sint-Maarten. Het gaat om maatregelen die gericht zijn op o.a. het structureel versterken van de rechtsstaat, oprichting van een hervormingsentiteit, ondersteuning van het bedrijfsleven en verbetering van de onderwijshuisvesting.

Bestuurlijke afspraken Groningen

In november 2020 is het akkoord op hoofdlijnen met de regio 'Bestuursakkoord versterking Groningen' gepresenteerd. Zoals op 27 januari 2021 gemeld aan de Kamer, bedragen de kosten van het akkoord op hoofdlijnen in totaal 1,52 miljard euro. De benodigde middelen worden meerjarig gereserveerd op de aanvullende post.

Groningen actualisatie raming Schade en versterken De raming voor de schadeafhandeling en de uitvoering van de versterkings-operatie is geactualiseerd. De middelen voor schadeherstel worden toegevoegd aan de begroting van EZK en de middelen voor versterking worden toegevoegd aan de begroting van BZK. Deze kosten, exclusief de btw-kosten, worden doorbelast aan NAM. Daarnaast worden de middelen die nodig zijn voor de noodzakelijke voorziening voor aardbevingskosten bij EBN naar de EZK-begroting overgeheveld.

Kasschuiven Groningen

Op de begrotingen van BZK, EZK en de aanvullende post 'algemeen' vinden kasschuiven plaats om de middelen voor Groningen aan te laten sluiten op het verwachte ritme van de ontvangsten en uitgaven. Het betreft twee schuiven op de ontvangsten vanuit de NAM voor schade en versterken, een kasschuif om de Groningenmiddelen op de aanvullende post in het actuele ritme te zetten en een kasschuif om het oorspronkelijke uitgavenritme voor het bestuurlijke afspraken te versnellen.

Kasschuiven

Er worden diverse kasschuiven verwerkt op de departementale begrotingen. De grootste kasschuiven betreffen o.a. ODA-middelen die worden doorgeschoven naar latere jaren, de schuiven op het Infra- en Deltafonds en middelen voor de stikstof aanpak. Andere kasschuiven hebben onder andere betrekking op Urgenda en middelen voor verster-kingsoperatie Groningen.

Eindejaarsmarge en in=uittaakstelling

Departementen kunnen een deel van de in 2020 niet-bestede middelen via de eindejaarsmarge doorschuiven naar 2021. Als tegenhanger van de eindejaarsmarge wordt een in=uittaakstelling geboekt op de aanvullende post. De gedachte achter de in=uittaakstelling is dat er aan het einde van dit jaar weer in dezelfde mate als in 2020 sprake zal zijn van onderbesteding op de begrotingen. Door hiervoor alvast een taakstelling in te boeken zorgt het uitkeren van de eindejaarsmarge 2020 niet voor een belasting van het uitgavenplafond.

Diversen

Deze post bestaat uit verschillende kleine mutaties, waaronder overboekingen naar het GF en PF

3.2.2 Plafondtoets Sociale Zekerheid

 

Tabel 3.2.2 Ontwikkeling uitgavenplafond Sociale Zekerheid (in euro, - is onderschrijding)

miljoenen

2021

1

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021

Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van:

90.519

2

Overboekingen met plafond Rijksbegroting

211

3

Loon- en prijsontwikkeling

105

4

Niet-beleidsmatige mutaties WW en Bijstand

  • 1.601

5

Overige plafondcorrecties

5

6

Uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2021 (= 1 t/m 5)

89.239

7

Reguliere uitgaven bij Miljoenennota 2021

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond

90.888

8

Overboekingen met plafond Rijksbegroting

211

9

Loon- en prijsontwikkeling

105

10

Niet-beleidsmatige mutaties WW en Bijstand

  • 1.601

11

Overige plafondcorrecties

5

 

Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte

 

12

Algemene Ouderdomswet (AOW)

  • 135

13

Arbeidsongeschiktheid

  • 64

14

Bijstand voor zelfstandigen

55

15

Compensatie transitievergoeding bij langdurig arbeidsongeschiktheid

393

16

Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

  • 22

17

Kinderopvangtoeslag

42

18

Kwijtschelden publieke schulden

9

19

Toeslagenwet

  • 38

20

Veranderopgave Inburgering (VOI)

  • 28

21

Wet arbeid en zorg

  • 71

22

Wet op het kindgebonden budget (WKB)

  • 57

23

Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl)

  • 42

24

Ziektewet

90

25

Kasschuiven

  • 55

26

Diversen

  • 103

27

Reguliere uitgaven bij Voorjaarsnota 2021 (= 7 t/m 26)

89.580

28

Over-/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota (= 7 - 1)

368

29

Over-/onderschrijding uitgavenplafond bij Voorjaarsnota (= 27 - 6)

341

30

Uitgaven Corona 2021

10.339

31

Totale uitgaven bij Voorjaarsnota 2021 (= 27 + 30)

99.919

Aanpassingen van het uitgavenplafond

Het plafond Sociale Zekerheid wordt, volgens de begrotingsregels, aangepast voor enkele mutaties. Dit zijn onder andere de overboekingen met de plafonds Rijksbegroting en de geraamde loon- en prijsbijstelling van de uitkeringsregelingen onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid.

Ook is in de begrotingsregels opgenomen dat het uitgavenplafond Sociale Zekerheid wordt aangepast voor niet-beleidsmatige mutaties in de WW en bijstand. Hierdoor hebben deze mutaties geen invloed op de ruimte onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid.

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond

Overboekingen met plafond Rijksbegroting

De overboekingen met het plafond Rijksbegroting leiden tot een opwaartse bijstelling van de uitgaven onder het plafond Sociale Zekerheid. Dit betreffen onder andere boekingen zoals dienstverlening en banenafspraak met betrekking tot het aanvullend sociaal pakket. De aanpassing van het uitgavenplafond is gelijk aan de grootte van de overboekingen.

Loon- en prijsontwikkeling

De uitgavenraming voor loon- en prijsontwikkeling is geactualiseerd op basis van de economische ramingen van het CPB. De loon- en prijsontwikkeling is opwaarts bijgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2021. De aanpassing van het uitgavenplafond is gelijk aan de loon- en prijsontwikkeling.

Niet-beleidsmatige mutaties WW en Bijstand

In de begrotingsregels is afgesproken dat het uitgavenplafond Sociale Zekerheid wordt aangepast voor niet-beleidsmatige mutaties in de WW en bijstand. Hierdoor hebben deze mutaties geen invloed op de ruimte onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. De ramingen van de WW en bijstand zijn neerwaarts bijgesteld als gevolg van de verwerking van uitvoeringsin-formatie van het UWV en gemeenten over 2020 en de meevallende werkloosheidsraming van het CPB.

Overige plafondcorrecties

Via een amendement op de Wet Verbeteringen Uitvoering Toeslagen is vastgesteld dat de doelmatigheidsgrens per 2021 voor kleine terugvorderingen wordt verhoogd. Het amendement regelt dekking voor 2021 in de zorgtoeslag. Hiervoor wordt het uitgavenplafond opwaarts bijgesteld. Daarnaast wordt het uitgavenplafond verlaagd omdat binnen de Ziektewet meer werkgevers in de uitzendsector eigenrisicodrager zijn geworden dan waarmee rekening werd gehouden.

Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte

Algemene Ouderdomswet (AOW)

Op basis van uitvoeringsinformatie van de SVB over 2020 en de CBS bevolkingsprognoses wordt de raming van de AOW naar beneden bijgesteld.

De oversterfte vanwege corona leidt tot een lager aantal AOW-gerechtigden.

Arbeidsongeschiktheid

Deze post bevat de bijstellingen van o.a. de Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA), Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De ramingen van de IVA en WAO zijn naar beneden bijgesteld naar aanleiding van een lagere prijs en volume op basis van uitvoeringsinformatie over 2020. Daar tegenover staat een opwaartse bijstelling van de WGA. Het aantal uitkeringen in de WGA ligt meerjarig hoger dan eerder verwacht als gevolg van conjuncturele effecten op de instroom.

Bijstand voor zelfstandigen (Bbz)

De Bbz-raming is naar boven bijgesteld. Door meer gebruik van de Tozo dan verwacht, is de verwachting dat ook de doorstroom naar de Bbz hoger zal zijn dan verwacht. Daarnaast zijn op basis van voorlopige realisatiecijfers van gemeenten de verwachte uitgaven aan Bbz-levensonderhoud naar beneden bijgesteld.

Compensatie transitievergoeding bij langdurig arbeidsongeschiktheid (CTVLAO)

De nieuwe regeling compensatie transitievergoeding bij ontslag vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid is op basis van realisaties opwaarts bijgesteld. Oorzaak is een hogere compensatie (langere dienstverbanden) en meer aanvragen dan eerder werd verwacht. Daarnaast vinden er compensaties met terugwerkende kracht tot 2015 plaats. Er is daarnaast een grotere voorraad blijven liggen, waarvan de uitbetaling in 2021 plaatsvindt .

Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)

De neerwaartse bijstelling van de IOAW-raming bestaat uit een neerwaartse bijstelling vanwege de verwachte lagere doorstroom vanuit de WW naar de IOAW en een neerwaartse bijstelling vanwege de verwerking van de voorlopige realisatiecijfers over 2020.

Kinderopvangtoeslag

De uitgaven aan de kinderopvangtoeslag zijn naar boven bijgesteld. Dit komt voornamelijk de iets gunstigere werkloosheidscijfers van het CPB. Naar verwachting leidt dit tot meer gebruik van kinderopvang dan eerder verwacht.

Kwijtschelden publieke schulden

In het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag is besloten de openstaande terugvorderingen van zowel de kinderopvangtoeslag (KOT) als kindgebonden budget (WKB) van de KOT-gedupeerden kwijt te schelden. De derving van deze ontvangsten wordt hiermee verwerkt op de begroting van SZW.

Toeslagenwet

De raming van de Toeslagenwet is op basis van de nieuwe werkloosheids-verwachtingen van het CPB en uitvoeringsinformatie van het UWV over 2020 naar beneden bijgesteld. Dit komt voornamelijk door een lager uitgevallen uitkeringshoogte van aanvullingen op de WW, WIA en Wajong in 2020, waardoor de gemiddelde uitkeringshoogte van de TW naar beneden is bijgesteld. Daarnaast betreft deze post de terugontvangen van betalingen aan het UWV naar aanleiding van de UWV jaarrekening 2020.

Veranderopgave Inburgering (VOI)

Het uitstel van de inwerkingtreding van het nieuwe inburgeringsstelsel heeft gevolgen voor gemeenten en voor de groter wordende groep die nog onder de oude wet komt te vallen. Gemeenten ontvangen een financiële compensatie voor de begeleiding van de ondertussen-groep en voor de implementatieperiode die door het uitstel een half jaar langer duurt. Daarnaast bestaat deze mutatie uit hoger dan voorziene kosten die verband houden met de nieuwe inburgeringswet (zoals o.a. implementatie- en uitvoeringskosten) en is beschikbaar budget voor VOI vanaf het uitgavenplafond Sociale Zekerheid ingezet via het uitgavenplafond Rijksbegroting.

Wet arbeid en Zorg (WAZO)

De per saldo neerwaartse bijstelling van de uitgaven wordt voornamelijk verklaard door een verwacht lager aantal geboortes op basis van de nieuwe CBS-geboorteprognose. Daarnaast is er vanuit de realisatiegegevens een opwaarts effect bij de Zelfstandige en Zwanger (ZEZ) en Wet Invoering Extra

Geboorteverlof (WIEG), die verklaard wordt door respectievelijk een correctie van de demografische ontwikkeling en een hogere prijs (gemiddelde jaaruitkering).

Wet op het kindgebonden budget (WKB)

De uitgaven WKB zijn per saldo neerwaarts bijgesteld vanwege een positievere inkomensontwikkelingen bij gezinnen volgend uit CPB-cijfers en als gevolg van realisatiegegevens van de Belastingdienst.

Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl)

De verwerking van realisatiecijfers over 2020 (uitbetaling in 2021) zorgen voor een neerwaartse bijstelling op de loonkostenvoordelen (LKV). De bijstellingen op het lage-inkomensvoordeel (LIV) en een op het jeugd-LIV zijn beperkt en per saldo neerwaarts doordat het gebruik van de LKV's achterbleef bij de verwachting.

Ziektewet (ZW)

Op basis van realisatiecijfers UWV wordt in 2021 rekening gehouden met een hoger beroep op de ZW dan eerder werd verwacht. Dat komt omdat sprake is van een hoger aantal ziektemeldingen, wat naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt wordt door het coronavirus. Meerjarig is sprake van een oplopende tegenvaller door een hoger verwacht aantal ziektemeldingen bij zwangerschappen dan waar eerder rekening mee werd gehouden.

Kasschuiven

Deze post bestaat uit kasschuiven in het kader van kwijtschelden publieke schulden, loondoorbetaling bij ziekte en de Veranderopgave Inburgering (VOI).

Diversen

Onder de post diversen vallen onder andere neerwaartse bijstellingen op de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) en de Wajong. Hier tegenover staan opwaartse bijstellingen op onder andere de regeling Geboorteverlof.

Noodmaatregelen Corona

Het kabinet heeft sinds de uitbraak van corona verschillende noodmaatregelen genomen. Het kabinet acht het niet wenselijk om voor deze noodmaatregelen andere uitgaven te verminderen, daarom wordt het uitgavenplafond aangepast voor deze mutaties. In de technische verwerking wordt dit gerealiseerd via een plafondcorrectie. Deze mutaties bestaan onder andere uit beleidswijzigingen op verschillende regelingen en aanpassingen van de raming naar aanleiding van realisaties.

3.2.3 Plafondtoets Zorg

Bij de Voorjaarsnota 2021 is er sprake van een onderschrijding van het uitgavenplafond Zorg van 0,8 miljard euro (regel 15 in tabel 7). Bij Miljoenennota 2021 was er sprake van een onderschrijding van het uitgavenplafond Zorg van 1,1 miljard euro (regel 14). Ten opzichte van Miljoenennota 2021 wordt er 326 miljoen euro meer dan verwacht uitgegeven aan Zorg (som van regels 8 t/m 12). Tegelijkertijd is het uitgavenplafond Zorg neerwaarts bijgesteld met 35 miljoen euro (som van regels 2 en 3). Tenslotte wordt 174 miljoen euro aanvullend uitgegeven aan noodmaatregelen corona ten opzichte van de Miljoenennota 2021 (57 miljoen euro). Het totaal aan corona-uitgaven komt daarmee op 232 miljoen euro (regel 16).

Tabel 3.2.3 Ontwikkeling uitgaven deelplafond Zorg (in miljoenen euro, -is onderschrijding)

2021

1    Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021 (excl. corona)    76.410

2    Overboekingen met Rijksbegroting    - 14

3    Aanpassing uitgavenplafond vanwege loon- en prijsontwikkeling    - 21

4    Uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2021 (= 1 t/m 3) (excl. corona)    76.375

5    Reguliere uitgaven bij Miljoenennota 2021    75.266

Uitgavenmutaties met plafondaanpassing

6    Overboekingen met Rijksbegroting    - 14

7    Aanpassing uitgavenplafond vanwege loon- en prijsontwikkeling    - 21

Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte

8    Nacalculatie overheveling ggz naar Wlz    258

9    Beschikbaarheidbijdrage opleidingen Zvw    50

10    Actualisering Wlz-uitgaven    - 63

11    Eigen bijdragen Wlz    63

12    Diversen    17

13    Reguliere uitgaven bij Voorjaarsnota 2021 (= 6 t/m 13)    75.557

14    Over-/onderschrijding bij Miljoenennota 2021 (= 5 - 1)    - 1.144

15    Over-/onderschrijding bij Voorjaarsnota 2021 (= 13 - 4)    - 818

16    Uitgaven corona 2021    232

17    Totale uitgaven bij Voorjaarsnota 2021 (= 13 + 16)    75.789

Uitgavenmutaties met plafondaanpassing

Het uitgavenplafond Zorg wordt verlaagd als gevolg van overboekingen naar het uitgavenplafond Rijksbegroting. Ook wordt het plafond Zorg, volgens begrotingsregels, verlaagd op basis van de nieuwe CPB-raming van de loon- en prijsontwikkeling. Ten slotte heeft het kabinet sinds de uitbraak van COVID-19 verschillende noodmaatregelen genomen. Het kabinet acht het niet wenselijk om voor deze noodmaatregelen andere uitgaven te verminderen. Daarom gaan deze maatregelen buiten het reguliere uitgavenplafond om. Voor 2021 is 232 miljoen euro beschikbaar, onder meer voor meerkosten in de Wlz (150 miljoen euro), opschaling IC- en eerstelijnsver-blijf (ELV)-capaciteit (29 miljoen euro) en verlenging van de regeling Voorwaardelijke toelating paramedische herstelzorg (25 miljoen euro).

Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte

Nacalculatie overheveling ggz naar Wlz

Dit betreft een verschuiving van ggz-cliënten van de Wmo naar de Wlz, waartoe besloten is in het Regeerakkoord 2017-2021. Op basis van de nacalculatie blijkt dat in plaats van de geraamde 9.250 cliënten, er circa 15.770 cliënten overgaan naar de Wlz. De verrekening met de Wmo vindt plaats bij septembercirculaire, wanneer de nacalculatie volledig is afgerond en de verdeling over gemeenten bekend is. Er is sprake van een tekort oplopend tot 283 miljoen euro vanaf 2026 (waarvan 302 miljoen euro uitgaven en 19 miljoen euro ontvangsten vanwege het effect op de eigen bijdragen).

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen Zvw

De beschikbare opleidingscapaciteit wordt beter benut dan waarmee eerder in de raming rekening is gehouden. De vermoedelijke oorzaken van de stijging in instroom zijn betere voorlichting over opleidingsaanvragen en vereenvoudiging van het aanvraagproces. De raming wordt met 50 miljoen euro structureel verhoogd.

Actualisering Wlz-uitgaven

Op basis van het februari-advies van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) doet zich een meevaller van 58 miljoen euro incidenteel voor in 2021. Daarnaast is in de tandheelkundige zorg sprake van een meevaller van 5 miljoen euro structureel.

Eigen bijdragen Wlz

Dit betreft de actualisering van de eigen bijdragen op basis van cijfers van het Zorginstituut.

Diversen

Dit betreft onder meer een bijstelling bij de ambulancezorg. Uit kostenon-derzoek van de NZa in verband met de herijking van de loonnormbedragen in de sector ambulancevervoer komen meerkosten naar voren. Aangezien de meerkosten niet volledig binnen het beschikbare budget kunnen worden ingepast, wordt de raming voor deze sector met 12,5 miljoen euro verhoogd.

3.3 Uitgavenbesluitvorming herstel Toeslagen en schade en versterken Groningen

Het demissionaire kabinet stelt middelen beschikbaar voor een aantal maatschappelijke opgaven waarvan de besluitvorming niet kan wachten op een nieuw kabinet. In deze paragraaf worden twee van de maatschappelijke opgaven uitgelicht: herstel Toeslagen en schade en versterken Groningen.

3.3.1 Herstel Toeslagen

 

Tabel 3.3.1 Herstel Toeslagen

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

(bedragen in miljoenen euro's)

Herstel voor Toeslagengedupeerden

82

1.633

946

93

18

5

  • 5

w.v. compensatie

Toeslagengedupeerden (eerder toe besloten)

82

286

169

       

w.v. compensatie

Toeslagengedupeerden (POK/ISB 1)

 

876

353

       

w.v. kwijtschelden publieke schulden (rijksbreed/ISB 2)

 

275

183

93

18

5

  • 5

w.v. kwijtschelden private schulden ouders in WSNP en MSNP (ISB 3)

 

56

         

w.v. Niet-KOT

 

11

56

       

w.v. Reservering kwijtschelden private schulden

 

129

185

       

Maatregelen Toeslagenorganisatie

80

131

149

140

131

130

130

Maatregelen kabinetsreactie POK (rijksbreed)

 

427

733

817

814

826

833

w.v. POK Informatiehuishouding

 

161

296

317

314

326

333

w.v. POK Dienstverlening

 

266

437

500

500

500

500

Totaal

162

2.192

1.829

1.050

963

961

958

Tabel 3.3.1 geeft een totaaloverzicht van de middelen die het kabinet heeft vrijgemaakt voor het Herstel Toeslagen.

Naar aanleiding van de rapporten van de adviescommissie Donner2 is in 2020 537 miljoen euro beschikbaar gekomen voor compensatie van Toeslagengedupeerden. Om verder te werken aan herstel is in 2020 structureel 130 miljoen euro vrijgemaakt ter versterking van de Toeslagenorganisatie, het toepassen van meer menselijke maat en de ontvlechting van de Belastingdienst, Douane en Toeslagen.

Naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderop-vangtoeslag (POK)3 zijn in 2021 aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor Toeslagengedupeerden in de eerste incidentele suppletoire begroting (ISB 1). Vervolgens heeft het kabinet middelen vrijgemaakt voor het kwijtschelden van publieke schulden4, voor ouders in de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) en de Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (MSNP)5, de verbreding van de compensatieregeling en opzet/ grove schuld (O/GS) tegemoetkoming naar andere toeslagen (Niet-KOT) en een reservering op de Aanvullende Post voor het kwijtschelden van private schulden van Toeslagengedupeerden.

Ten slotte is er rijksbreed structureel 833 miljoen euro structureel gereserveerd voor het verder op orde brengen van de informatiehuishouding en het verbeteren van dienstverlening van de overheid voor alle mensen. De middelen zijn gereserveerd op de aanvullende post van het ministerie van Financiën.

3.3.2 Schade en versterken Groningen

Tabel 3.3.2 Overzicht ramingen schade en versterken (bedragen in mln. euro, - = saldoverbeterend)

 

Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Cumulatief

Totale raming schade en versterken

1.719

1.561

1.490

1.221

928

924

919

8.762

wv. Raming schade (excl. btw)

1.292

704

635

377

94

90

85

3.277

wv. Raming versterken (excl. btw)

344

726

726

726

726

726

726

4.700

wv. Btw component schade en versterken

83

131

129

118

108

108

108

785

In de Kamerbrief 'afronding NAM op afstand'6 heeft het Kabinet de Kamer geïnformeerd over de nieuwe ramingen voor de schade- en versterkings-opgave in Groningen. Hierbij is 3,3 miljard euro (3,4 mld. incl. btw) op de EZK-begroting geraamd voor schade-uitkeringen. Dit betreft niet alleen fysieke schade, maar ook immateriële schade en de waardedalingsregeling. Bij BZK is tot en met 2027 4,7 miljard euro (5,4 mld. incl. btw) geraamd voor de versterkingsopgave. De budgettaire gevolgen hiervan (zie bovenstaande tabel) voor de periode tot en met 2027 zijn in deze Voorjaarsnota verwerkt.

Deze schade- en versterkingskosten worden bij de NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de afspraken binnen het gasgebouw zal een deel van deze rekening moeten worden betaald door Energie Beheer Nederland (EBN), waarvan de Staat 100% aandeelhouder is. Om deze kosten te kunnen dragen is bij Voorjaarsnota een kapitaalstorting bij EBN van ca. 1,9 miljard euro verwerkt. Ook de btw voor schade en versterken (aanvullend 0,8 mld.) zorgt voor hogere uitgaven voor de Staat. Beide onderdelen zijn in deze Voorjaarsnota verwerkt.

In aanvulling op het Nationaal Programma Groningen (1,15 mld. bedrag) is in het najaar van 2020 ook het Bestuursakkoord met de regio gesloten waarmee ca. 1,5 miljard euro gemoeid is. Zoals aangegeven in de Kamerbrief1 zijn de budgettaire gevolgen van dit akkoord ook in deze Voorjaarsnota verwerkt.

In bijlage 6 wordt de precieze gevolgen van de nieuwe ramingen voor schade en versterken, de resulterende kapitaalstorting bij EBN en btw-effecten, en het bestuursakkoord voor de Rijksbegroting toegelicht. In totaal wordt er circa 4,2 miljard euro extra middelen in deze Voorjaarsnota verwerkt uit hoofde van de nieuwe raming voor schade en versterken en het Bestuursakkoord Groningen.

Tabel 3.3.2.1 Totaal aanvullende middelen Voorjaarsnota (bedragen in mln. euro, - = saldoverbeterend)

 

Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Cumulatief

Benodigde kapitalisatie EBN

0

0

468

441

328

326

324

1.888

Totale btw

135

131

119

109

104

98

108

804

Inpassing Bestuursakkoord

386

525

335

162

86

17

0

1.510

Totaal toegevoegde middelen

520

656

922

712

518

441

432

4.202

3.4  Corona-uitgavenVerlenging steunpakket

Het steun- en herstelpakket blijft ook in het derde kwartaal van 2021 beschikbaar.7 De (economische) onzekerheden zijn nog steeds groot (zie hoofdstuk 2). Het kabinet heeft er vertrouwen in dat deze steun in het licht van de oplevende economie het bedrijfsleven helpt om weer op eigen benen te staan. Naarmate bedrijven weer een hogere omzet kunnen draaien, zullen ze de komende periode vanzelf uit het steunpakket 'groeien'; ze overstijgen dan immers de omzetdrempels van de NOW, TOZO en TVL. De kosten van het steunpakket zijn geraamd op circa 6 miljard euro, waarvan naar verwachting circa 4,5 miljard euro betrekking heeft op 2021. Onderstaande tabel toont de bijbehorende verwachte uitgaven.8

Tabel 3.4 verwachte uitgaven verlenging steunmaatregelen

In mln. euro's    2021    2022

4.436    1.559

Uitgaven

 

Generieke steunmaatregelen

4.251

1.499

NOW1

1.960

1.440

TVL

2.025

 

TOZO

231

 

Doorvertaling naar Caribisch Nederland (SZW-deel)

7

 

Doorvertaling naar Caribisch Nederland (EZK-deel)

10

 

Lagere ontvangsten uit invorderingsrente door verlaagd rentepercentage2

 

43

Schuldenpositie bedrijven

19

16

 

Sectorspecifieke steunmaatregelen

185

60

Cultuur3

70

 

Medeoverheden

52

 

Amateursport

-

40

IJsbanen en zwembaden

-

20

Land- en tuinbouw4

20

 

Dierentuinen

43

 

1    Het bedrag van 1.440 mln. In 2022 betreft de raming voor het deel nabetalingen dat gespreid over meerdere jaren zal plaatsvinden. Deze raming zal later meerjarig worden gespecificeerd.

2    Dit betreft het effect op de Financiën-begroting. In de periode 2023-2026 bedraagt de derving 61 mln. Voor de begrotingen van SZW en BZK werkt deze maatregel ook (in beperkte mate) door op de invorderingsrente toeslagenvorderingen bij SZW en BZK.

3    Hier bovenop wordt 26 mln. aan eerder begrote, maar niet uitgeputte steunmiddelen beschikbaar gesteld.

4    Bij deze maatregel wordt onder andere 500 mln. aan GLB-middelen eerder in 2021 bevoorschot aan boeren. Deze middelen waren reeds begroot voor 2021, dus dit leidt niet tot hogere uitgaven.

Coronauitgaven 2021

Voor 2021 is het de verwachting dat de uitgaven aan coronagerelateerde maatregelen in totaal circa 41 miljard euro zullen bedragen. Dit is een fors bedrag en bijvoorbeeld gelijk aan de totale begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De uitgaven aan de TVL/TOGS, NOW en TOZO bedragen bijna de helft van de verwachte coronagerelateerde uitgaven in 2021.

Overzicht coronacijfers

Een uitgebreid overzicht van de overheidsfinanciën in coronatijd is te vinden op www.rijksfinancien.nl/overheidsfinancien-coronatijd. In bijlage 2 van deze Voorjaarsnota is een meerjarenraming tot en met 2025 van de coronagerelateerde uitgaven opgenomen.

4 Inkomsten

Dit hoofdstuk begint met een korte toelichting op de ramingsmethodiek, gevolgd door een horizontale toelichting op de ontwikkeling van de inkomsten tussen 2018 en 2021. Vervolgens worden voor 2021 de belangrijkste mutaties ten opzichte van de Miljoenennota 2021 toegelicht en uitgesplitst naar belastingsoort.

De inkomstenraming is een belangrijke bouwsteen voor het bepalen van het begrotingssaldo en de financieringsbehoefte van het Rijk. De inkomsten zijn sterk gevoelig voor economische ontwikkelingen. Daarom worden diverse macro-economische variabelen als input voor het ramingsmodel benut, zoals de groei van het bbp, de werkgelegenheid en de lonen. De ontwikkeling van deze economische variabelen wordt geschat door het

CPB9. Via een econometrisch model wordt wat er in de economie gebeurt vertaald naar een verwachte ontwikkeling van de opbrengst per belasting-soort: de endogene ontwikkeling. Om vervolgens te komen tot een raming van de ontvangsten, wordt die informatie gecombineerd met recente realisaties van de ontvangsten, de effecten van nieuw beleid en eventuele specifieke bijstellingen (bijvoorbeeld vanwege relevante uitvoeringsinfor-matie).

De totale belasting- en premieontvangsten ontwikkelen zich van 285 miljard euro aan het begin van de kabinetsperiode in 2018 tot naar verwachting 312 miljard euro in 2021. Tabel 4.1 laat zien dat in 2019 de ontvangsten sterk groeiden, waarna in 2020 juist sprake was van lichte krimp - gerelateerd aan de effecten van de coronapandemie. De inkomsten nemen naar verwachting weer toe in 2021 vanwege het economisch herstel.

Tabel 4.1 Ontwikkeling inkomsten 2018-2021 op EMU-basis

 

(in miljarden euro)

2018

2019

2020

2021

Belastingen en premies volksverzekeringen

221,2

234,1

230,0

238,7

waarvan belastingen

178,6

194,7

193,3

200,7

waarvan premies volksverzekeringen

42,7

39,5

36,7

38,0

Premies werknemersverzekeringen

63,8

68,3

69,8

73,0

Totaal

285,1

302,4

299,8

311,7

Tabel 4.2 toont dat de geraamde inkomsten voor 2021 fors opwaarts bijgesteld zijn ten opzichte van de stand Miljoenennota 2021, namelijk met 18,6 miljard euro. Bijlage 2 bevat een uitsplitsing van de raming naar belas-tingsoort, op zowel EMU- als kasbasis.

Tabel 4.2 Belasting- en premieontvangsten 2021 op EMU-basis

Miljoenennota Voorjaarsnota Mutatie

 

(in miljarden euro)

2021

2021

 

Belastingen en premies volksverzekeringen

220,9

238,7

17,7

waarvan belastingen

183,9

200,7

16,8

waarvan premies volksverzekeringen

37,1

38,0

0,9

Premies werknemersverzekeringen

72,1

73,0

0,9

Totaal

293,0

311,7

18,6

De verklaring voor de opvallend grote bijstelling van 18,6 miljard euro is te vinden in de grote onzekerheid over de (economische gevolgen van de) coronapandemie. De inkomsten in 2020 zijn minder gedaald dan verwacht werd ten tijde van de publicatie van de Miljoenennota 2021. Bij die raming werd nog rekening gehouden met economische krimp van 5,0% in 2020, terwijl die uiteindelijk relatief meeviel met 3,7%. De hogere opbrengsten in 2020 werken direct door in de raming van de inkomsten in 2021, aangezien de basis daarvoor wordt gevormd door de inkomsten in het voorgaande jaar. Uit tabel 4.3 blijkt dat de bijstelling voor 2021 meer dan volledig (19,3 miljard euro) wordt verklaard door het economisch beeld inclusief de doorwerking uit 2020. Dit betreft voor 16,5 miljard euro de doorwerking van de hogere ontvangsten uit 2020.

Nieuw beleid sinds de Miljoenennota 2021 heeft juist een neerwaarts effect van 0,7 miljard euro op de verwachte totale opbrengsten. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met coronagerelateerde btw-vrijstellingen. Daarnaast mogen aanmerkelijkbelanghouders die te maken hebben met een omzetdaling van minimaal 30% hun gebruikelijk loon lager vaststellen.

Tabel 4.3 Overzicht mutaties van de inkomsten sinds Miljoenennota 2021

(in miljarden euro)    Inkomsten

Stand Miljoenennota 2021    293,0

Mutatie    18,6

waarvan economisch beeld (inclusief doorwerking 2020)    19,3

waarvan beleid    - 0,7

Stand Voorjaarsnota 2021    311,7

Tabel 4.4 laat zien dat vrijwel alle grote belastingsoorten naar boven bijgesteld zijn ten opzichte van de Miljoenennota 2021. De vennootschapsbelasting en loon- en inkomensheffing springen het meest in het oog. De vennootschapsbelasting is van nature zeer conjunctuurgevoelig, waardoor veranderingen in de (verwachte) economische ontwikkeling direct een groot effect hebben op de te verwachten ontvangsten. De loon-en inkomens-heffing heeft met een opbrengst van circa 107 miljard het grootste aandeel in de totale belasting- en premieontvangsten. De bijstelling van de endogene ontwikkeling met 5,7 miljard euro is vooral gerelateerd aan (fors) optimistischere ramingen over het verloop van de werkloosheid en de contractloonontwikkeling ten opzichte van de Miljoenennota 2021.

 

Tabel 4.4 Belangrijkste mutaties raming belasting en premieontvangsten 2021 ten opzichte van Miljoenennota 2021 op EMU-basis

(in miljoenen euro)

Totale mutatie

waarvan beleid

waarvan endogeen

Vennootschapsbelasting

7.787

  • 3

7.790

Loon- en inkomensheffing

5.062

  • 674

5.736

Omzetbelasting

2.397

  • 519

2.916

Dividendbelasting

1.271

590

681

Premies werknemersverzekeringen

918

4

913

Successierechten

632

  • 5

637

Overdrachtsbelasting

459

51

408

Overig

110

  • 117

227

Totaal

18.637

  • - 
    672

19.308

5  Overheidssaldo en overheidsschuldEMU-saldo

Het overheidssaldo, ook wel het EMU-saldo genaamd, komt in 2021 naar verwachting uit op - 7,5 procent van het bbp. Dit is een verslechtering van

2,1 procentpunt ten opzichte van de verwachting bij het opstellen van de Miljoenennota 2021.

Tabel 5.1 Verticale ontwikkeling overheidssaldo

 

(+ is overschot)

Miljarden euro

Procenten bbp

EMU-saldo 2021 Miljoenennota

  • - 
    44,9
  • - 
    5,5%

Noemereffect

 

0,1%

Belasting- en premie-inkomsten

18,6

2,3%

Loon- en prijsontwikkeling uitgaven

  • 0,6
  • 0,1%

Niet-beleidsmatige mutatie WW en Bijstand

1,6

0,2%

Besluitvorming netto-uitgaven onder het plafond

  • 4,5
  • 0,5%

Nood- en steunmaatregelen corona (uitgaven kasbasis)

  • 28,7
  • 3,5%

Kastransactieverschillen nood- en steunmaatregelen corona

  • 2,3
  • 0,3%

Stortingen en onttrekkingen begrotingsreserves

  • 0,6
  • 0,1%

Overige netto-uitgaven niet onder het plafond en correcties van het saldo

  • 1,3
  • 0,2%

EMU-saldo 2021 Voorjaarsnota

  • - 
    62,5
  • - 
    7,5%

Sinds de Miljoenennota zijn zowel de inkomsten als de uitgaven onder het plafond gestegen. Deze mutaties zijn in de voorgaande paragrafen toegelicht. De uitgaven aan de nood- en steunmaatregelen zijn gestegen door aanvullingen aan de steun- en herstelpakketten sinds de Miljoenennota. Daarnaast zijn ook de kastransactieverschillen van de nood- en steunmaatregelen toegenomen; dit zijn uitgaven aan de steunmaatregelen die op kasbasis niet plaatsvinden in 2021 maar wel betrekking hebben op 2021 en daarom worden toegerekend aan het EMU-saldo van 2021. In totaal wordt er voor 0,6 miljard onttrokken uit de begrotingsreserves; dit bestaat grotendeels uit een onttrekking uit de SDE-reserve. Onder overige netto-uitgaven niet onder het plafond en correcties van het saldo zijn de overige kastransactieverschillen opgenomen.

EMU-schuld

Naar verwachting komt de overheidsschuld uit op 60,0 procent van het bbp. Dit is 1,1 procentpunt lager ten opzichte van de verwachting zoals gepresenteerd in de Miljoenennota 2021. In tabel 5.2 is een uitsplitsing van deze ontwikkeling van Miljoenennota 2021 tot Voorjaarsnota 2021 opgenomen.

 

Tabel 5.2 Verticale ontwikkeling overheidsschuld

(+ is toename schuld)

Miljarden euro

Procenten bbp

EMU-schuld 2021 Miljoenennota

502,0

61,1%

Noemereffect

 
  • 0,5%

Doorwerking schuld 2020

  • 27,8
  • 3,4%

Mutatie EMU-saldo

17,6

2,1%

Kastransactieverschil belastingen

4,6

0,6%

Coronaleningen

1,3

0,2%

Overig

  • 0,4

0,0%

EMU-schuld 2021 Voorjaarsnota

497,3

60,0%

De doorwerking van de schuld 2020 heeft een schuldverlagend effect van 27,8 miljard euro. De uiteindelijke schuld eind 2020 was namelijk lager dan werd verwacht bij de Miljoenennota. Dit werkt door in de raming van de schuld in 2021. Het noemereffect heeft ook een schuldverlagend effect, dit is het gevolg van een hoger bbp dan bij Miljoenennota 2021 werd verwacht. Daardoor is de schuld uitgedrukt in procenten bbp nu lager dan in de Miljoenennota. De mutatie in het EMU-saldo is toegelicht in tabel 5.1. Het kastransactieverschil belastingen bestaat voornamelijk uit belastinguitstel. Dit uitstel van belastinginkomsten verhoogt de EMU-schuld in 2021. Naar verwachting wordt dit uitstel latere jaren voor een groot deel terugbetaald. De beschikaar gestelde coronaleningen zijn ten opzichte van de

Miljoenennota met 1,3 miljard euro gestegen in 2021, hieronder valt bijvoorbeeld het deel van de lening van KLM dat niet meer in 2020 tot uitbetaling is gekomen.

BIJLAGEN

Bijlage 1: Meerjarig beeld

Vanwege de samenloop van de publicatie van de Voorjaarsnota 2021 met de kabinetsformatie presenteert deze bijlage een meerjarig beeld van uitgaven, overheidssaldo en overheidsschuld. De Voorjaarsnota geeft zoals gebruikelijk alleen veranderingen weer die per 2021 ingaan. Deze bijlage maakt tevens inzichtelijk hoe uitgaven, saldo en schuld zich ontwikkelen in de volgende kabinetsperiode 2022-2025.

Uitgaven

Tabel 1.1 presenteert de ontwikkeling van de netto-uitgaven in de komende kabinetsperiode na verwerking van het CEP 2021 en van de besluitvorming uit deze Voorjaarsnota. De tabel maakt onderscheid tussen de reguliere uitgaven onder het uitgavenplafond en uitgaven aan nood- en steunmaatregelen. De reguliere uitgaven bestaan uit de uitgaven onder de plafonds Rijksbegroting, Sociale zekerheid en Zorg. De reguliere uitgaven stijgen bij ongewijzigd beleid van 318 miljard euro in 2021 naar 351,9 miljard euro in 2025. Dat is een stijging van 23,6 miljard euro (10,7 procent). Deze stijging wordt allereerst veroorzaakt door een stijging van lonen en prijzen in deze periode. Daarnaast leidt een toenemend beroep op sociale zekerheid en zorg tot een stijging van de uitgaven. De uitgaven aan sociale zekerheid stijgen met 11,0 procent tussen 2025 en 2021 en de uitgaven aan zorg stijgen met 19,6 procent.

 

Tabel 1.1 Ontwikkeling uitgaven in 2021

-2025

           

(in miljarden euro; + is uitgaven)

2021

2022

2023

2024

2025

Toename tussen 2025 en 2021 in miljard euro    in procenten

Reguliere uitgaven Rijksbegroting

152,8

156,4

157,9

159,1

162,1

9,3

6,1%

Uitgaven corona Rijksbegroting

30,4

5,7

2,0

0,1

0,0

   

Reguliere uitgaven Sociale zekerheid

89,6

91,8

93,9

96,2

99,4

9,8

11,0%

Uitgaven corona Sociale zekerheid

10,3

3,4

  • 0,1

0,0

0,0

   

Reguliere uitgaven Zorg

75,6

80,1

83,3

86,8

90,4

14,8

19,6%

Uitgaven corona Zorg

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Totale reguliere uitgaven onder het

318,0

328,3

335,1

342,1

351,9

23,6

10,7%

uitgavenplafond

             

Totale uitgaven corona (saldorelevant)

40,9

9,0

1,9

0,0

0,0

   

Totale uitgaven

358,9

337,3

337,0

342,1

351,9

   

Tabel 1.2 geeft een overzicht van de omvangrijke mutaties tot en met 2025 van de reguliere uitgaven onder het uitgavenplafond en van de nood- en steunmaatregelen corona. Voor de reguliere uitgaven gaat het zowel om mutaties die rechtstreeks voortvloeien uit het CEP 2021, zoals loon- en prijsontwikkeling, rente en WW en bijstand, als om mutaties die het gevolg zijn van uitvoeringsinformatie en besluitvorming. Posten die in 2021 ingaan zijn reeds toegelicht in de hoofdtekst van de Voorjaarsnota. Onder de tabel worden enkel de nieuwe posten toegelicht (mutaties die na 2021 starten).

 

Tabel 1.2 Meerjarige doorwerking uitgavenmutaties Voorjaarsnota

(netto-uitgaven in miljarden euro)

2021

2022

2023

2024

2025

A Mutatie reguliere uitgaven onder uitgavenplafond sinds Miljoenennota

3.423

4.384

5.380

6.033

6.972

Plafond Rijksbegroting

Winstafdracht DNB

0

0

0

0

214

Kapitaalinjectie TenneT Nederland

0

0

490

960

1.120

Accres Gemeente-, Provincie en BTW-compensatiefonds (incl. loon en prijsontwikkeling)

0

  • 160
  • 318
  • 455
  • 494

Ventilatie schoolgebouwen

0

130

130

0

0

Rente

126

84

190

327

459

Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS)

  • 7

89

104

109

109

Dividend staatsdeelnemingen

55

170

170

  • 55

65

Kabinetsreactie Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK)

1.784

1.449

887

810

821

Bestuurlijke afspraken, schade/versterken en schuiven Groningen

1.136

874

1.025

735

455

Leerlingen- en studentenraming en studiefinanciering

  • 33

500

615

684

744

Huurtoeslag

158

99

88

69

62

Prognosemodel Justitiele keten (PMJ)

209

225

225

225

225

EU-afdrachten

190

0

0

0

0

Volkshuisvestingsfonds

450

0

0

0

0

Correctie Infrastructuur- en Deltafonds

  • 291

0

0

0

0

Schikking ABN AMRO (boetedeel)

  • 300

0

0

0

0

Jeugdzorg

613

0

0

0

0

Plafond Sociale zekerheid

Niet-beleidsmatige mutatie WW en Bijstand

  • 1.601
  • 1.470
  • 1.028
  • 638
  • 120

Algemene Ouderdomswet (AOW)

  • 135
  • 113
  • 98
  • 81
  • 67

Compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid

393

188

193

198

204

Plafond Zorg

Meerkosten wet zorg en dwang

0

103

103

103

103

Uitstel modernisering gvs

0

140

0

0

0

Verwerking MLT-Zorg 2022-2025 (volumegroei)

0

  • 78

251

496

661

Nacalculatie overheveling ggz naar wlz

258

315

306

298

291

Alle deelplafonds samen

Loon- en prijsontwikkeling (excl. accres)

570

1.332

2.167

2.612

2.896

Kasschuiven

  • 224

154

164

130

48

Diversen

73

324

18

11

16

B Mutatie nood- en steunmaatregelen corona sinds Miljoenennota

28.666

8.032

1.634

  • - 
    33
  • - 
    20

C Totale mutatie (A+B)

32.089

12.416

7.014

6.000

6.952

Winstafdracht DNB

De meerjarenraming van de winstafdracht DNB wordt op nihil gesteld. De Nederlandsche Bank (DNB) krijgt volgens de laatste raming te kampen met verliezen en oplopende risico's, als gevolg van (verwachte) ontwikkelingen in de rente en het ECB-beleid (zoals het COVID-19 gerelateerde inkooppro-gramma Pandemic Emergency Purchase Programme (PEPP) en financieringsprogramma's voor banken Targeted Longer-term R efinancing Operations (TLTRO)). Op dit moment overstijgen de totale risico's de totale buffers, waardoor er sprake is van een buffertekort. Zolang sprake is van een buffertekort wordt door DNB op basis van het kapitaalbeleid (met uitzondering van ESM-compensatie) geen dividend uitgekeerd aan de Staat.

Kapitaalinjectie TenneT Nederland

TenneT heeft de investeringsagenda voor 2021-2030 geactualiseerd. Op basis van de geactualiseerde investeringsagenda is de kapitaalbehoefte voor het Nederlandse deel van TenneT voor de periode 2021-2030 vastgesteld op 4,25 miljard euro. Deze kapitaalbehoefte van het Nederlandse deel van TenneT wordt ingevuld door een voorgenomen storting van de Nederlandse staat. De kapitaalinjectie wordt nu in de begroting verwerkt. Het uitgangspunt is dat de staat als aandeelhouder pas additioneel kapitaal ter beschikking stelt op het moment dat TenneT dit daadwerkelijk nodig heeft voor het behoud van de kredietwaardigheid. Daarom zal in 2022 door een extern deskundige (in opdracht van de Staat), worden getoetst hoeveel kapitaal nodig is en of de geraamde bedragen aanpassing behoeven. Daarna worden ook de formele overeenkomsten tussen de Staat en TenneT opgesteld en getekend.

Accres Gemeente, Provincie- en BTW-compensatiefonds De hoogte van de uitgaven van het Rijk werkt via de normeringssystematiek door in de indexatie van het Gemeentefonds, Provinciefonds en in het plafond van het Btw-compensatiefonds (het zogenaamde accres). Na het uitbreken van de coronacrisis is besloten om het accres voor de jaren 2020 en 2021 vast te zetten op de standen uit de meicirculaire 2020. Hierdoor wijzigt het accres 2021 niet. Voor de jaren 2022-2025 wordt het accres conform afspraken geactualiseerd op basis van de bestaande normeringssystematiek. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van het accres vanaf 2022 ten opzichte van de bevroren stand. Ten opzichte van de Voorjaarsnota 2020 verwacht het CPB in het CEP 2021 dat lonen en prijzen in de economie minder hard stijgen in de periode 2022-2025. Hierdoor stijgen de uitgaven van het Rijk minder hard en dat werkt door in een lager accres 2022-2025. Daarnaast stijgt de volumecomponent van de rijksuitgaven minder hard in de jaren vanaf 2023. Dit draagt bij aan de neerwaartse bijstelling van het accres in 2023-2025.

Ventilatie schoolgebouwen

Het Kabinet heeft op 1 oktober 2020 360 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de ventilatie op schoolgebouwen. Daarvan kan 100 miljoen euro via de specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) al in 2021 opgevraagd worden. De overige 260 miljoen euro is gereserveerd op de aanvullende post. Bij de verdere uitwerking van de inzet van deze middelen worden de uitkomsten van het op 9 april 2021 verschenen Interdepartementaal Beleidsonderzoek Onderwijshuisvesting funderend onderwijs meegenomen.

Meerkosten wet zorg en dwang

De NZa heeft een rapportage opgeleverd van de financiële impact van de Wet zorg en dwang (Wzd). Hieruit blijkt dat de geraamde meerkosten van de in- en uitvoering van de Wzd, na correctie voor veronderstelde overlap met Kwaliteitskader verpleeghuiszorg, uitkomen op 103 miljoen euro vanaf 2022. De Wet zorg en dwang regelt sinds januari 2020 de rechten bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname van mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening.

Uitstel modernisering GVS

Eind vorig jaar is de Kamer geïnformeerd (Kamerstuk 29477-684) dat de inwerkingtreding van de modernisering van het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) één jaar wordt uitgesteld (ingangsdatum wordt 1 januari 2023). Dit levert een besparingsverlies op van 140 miljoen euro in 2022.

Verwerking MLT- Zorg 2022-2025 (volumegroei)

Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellange termijnverkenning (MLT) 2022-2025 van het CPB. Zie voor de achtergronden: CPB, Raming maart 2021 CEP plus MLT 2025 (vanaf pagina 27) of de CPB Notitie over de middellangetermijnraming van de zorguitgaven uit november 2019.

Overheidssaldo en overheidsschuld

Tabel 1.3 presenteert een actuele raming van het overheidssaldo (EMU-saldo) en de overheidsschuld (EMU-schuld) waarin besluitvorming uit deze Voorjaarsnota is verwerkt. De tabel geeft tevens een uitsplisting van de onderdelen waaruit de raming van het EMU-saldo is opgebouwd. Het EMU-saldo komt in 2021 uit op - 7,5 procent bbp (regel I in de tabel). In latere jaren loopt het tekort terug tot 0,8 procent bbp in 2025. Door afloop van de coronamaatregelen in 2021 en door stabiel stijgende belastinginkomsten (voortkomend uit de verwachte economische groei) loopt het tekort terug. De EMU-schuld bereikt in deze raming een piek van 60,0 procent bbp in 2021 en daalt vervolgens naar 58,0 procent bbp in 2025 (regel K in de tabel). Deze daling van de schuld wordt veroorzaakt door een verbetering van het EMU-saldo en door een toenemende omvang de economie (het zogeheten noemereffect).

Tabel 1.3 Opbouw EMU-saldo en EMU-schuld

 
 

(in miljarden euro, tenzij anders aangegeven)

2021

2022

2023

2024

2025

A

Inkomsten (belastingen en sociale premies)

311,7

317,4

330,7

341,0

351,2

B

Reguliere uitgaven onder het uitgavenplafond

318,0

328,3

335,1

342,1

351,9

 

Rijksbegroting

152,8

156,4

157,9

159,1

162,1

 

Sociale zekerheid

89,6

91,8

93,9

96,2

99,4

 

Zorg

75,6

80,1

83,3

86,8

90,4

C

Nood- en steunmaatregelen corona (relevant voor het EMU-saldo)

40,9

9,0

1,9

0,0

0,0

D

Overige netto-uitgaven en correcties voor het EMU-saldo

13,9

  • - 
    0,6

4,6

5,8

5,7

 

Zorgtoeslag

5,5

5,7

5,9

6,3

6,6

 

Nationaal Groeifonds

1,0

2,0

3,0

4,1

4,1

 

Ontvangsten ODE

  • 2,6
  • 2,7
  • 2,8
  • 3,1
  • 3,2
 

Belastingafdracht omvorming Prorail

7,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Overig netto-uitgaven niet onder het plafond en correcties

2,9

  • 5,6
  • 1,5
  • 1,4
  • 1,7

E

Totale netto-uitgaven (B+C+D)

372,8

336,7

341,6

347,9

357,6

F

EMU-saldo centrale overheid (A-E)

  • - 
    61,1
  • - 
    19,3
  • - 
    10,9
  • - 
    7,0
  • - 
    6,4

G

EMU-saldo decentrale overheden

  • - 
    1,4
  • - 
    1,5
  • - 
    1,5
  • - 
    1,6
  • - 
    1,6

H

EMU-saldo collectieve sector (F+G)

  • - 
    62,5
  • - 
    20,8
  • - 
    12,4
  • - 
    8,5
  • - 
    8,0

I

EMU-saldo collectieve sector (in procenten bbp) (H/L)

  • - 
    7,5%
  • - 
    2,4%
  • - 
    1,4%
  • - 
    0,9%
  • - 
    0,8%

J

EMU-schuld

497

522

536

545

556

K

EMU-schuld (in procenten bbp) (J/L)

60,0%

59,9%

59,3%

58,6%

58,0%

L

Bruto binnenlands product (bbp)

829

872

904

931

958

Deze raming van EMU-saldo en EMU-schuld is gebaseerd op de laatste economische raming van het CPB uit maart 2021 (CEP 2021). Het CEP bevat ook een raming van EMU-saldo en EMU-schuld. Het CPB heeft hierin al een deel van de uitgaven waartoe het kabinet voor de Voorjaarsnota had besloten meegenomen (onder andere middelen naar aanleiding van kabinetsreactie POK en hogere uitgaven leerlingen- en studentenraming). Nieuwe besluitvorming in deze Voorjaarsnota heeft het CPB vanzelfsprekend niet kunnen meenemen in het CEP. Voorbeelden hiervan zijn hogere uitgaven aan de overheveling van ggz naar wlz, de compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid en hogere uitgaven aan de justitiele keten (PMJ). Vanwege het verschil in timing is het EMU-saldo uit deze Voorjaarsnota niet een-op-een te vergelijken met het EMU-saldo uit het CEP. Een voornaam verschil tussen de raming van het EMU-saldo in de Voorjaarsnota en het CEP betreft het kasritme van de middelen voor het Nationaal Programma Onderwijs. Het kabinet verwacht dat deze middelen eind 2023 zijn uitgegeven. Het CPB verwacht dat een deel van deze uitgaven niet in 2021 en 2022, maar in 2024 en 2025 tot besteding komt. Het CPB geeft hierbij aan dat deze omvangrijke impuls tijd vergt en dat de uitvoering ervan bemoeilijkt wordt door het gebrek aan beschikbaar extra onderwijspersoneel.

Tabel 1.4 laat zien hoe de raming van het EMU-saldo uit de Voorjaarsnota zich verhoudt tot de raming uit de laatste Miljoenennota. Ten opzichte van de Miljoenennota neemt het overheidstekort in 2021 toe met 2,0 procentpunt bbp. Dit is het saldo van zowel hogere uitgaven als hogere inkomsten. De uitgaven in 2021 stijgen met name door de genomen nood-en steunmaatregelen (-3,5 procentpunt bbp) en door uitgavenbesluitvorming in deze Voorjaarsnota (-0,5 procentpunt bbp). De verbeterde economische vooruitzichten in 2021 uit het CEP werken door in hogere belastinginkomsten (+2,3 procentpunt bbp).

In de jaren 2022-2025 valt het overheidstekort lager uit dan in de Miljoenennota werd geraamd. Dit wordt vooral veroorzaakt door de hoger geraamde economische groei in het CEP. Dit werkt door in hogere belastinginkomsten (een saldoverbetering van ca. 2 procentpunt bbp) en lagere uitgaven aan WW en bijstand (0,1 tot 0,2 procentpunt bbp in 2022-2024). Harder stijgende lonen en prijzen zorgen daarentegen voor een verslechtering van het EMU-saldo ten opzichte van Miljoenennota (-0,2 tot - 0,3 procentpunt bbp). Ook de besluitvorming in deze Voorjaarsnota leidt een verslechtering van het EMU-saldo van ca. 0,5 procentpunt bbp per jaar. Tot slot zorgt de grotere omvang van de economie ervoor dat het saldo uitgedrukt in percentage van bbp licht lager uitvallen dan in Miljoenennota (noemereffect) (0,1 procentpunt bbp).

Tabel 1.4 Ontwikkeling overheidssaldo en overheidsschuld tussen Miljoenennota en Voorjaarsnota

 

(+ is overschot), in procenten bbp

2021

2022

2023

2024

2025

EMU-saldo Miljoenennota 2021

  • - 
    5,5%
  • - 
    3,7%
  • - 
    2,5%
  • - 
    2,2%
  • - 
    1,9%

Noemereffect

0,1%

0,1%

0,0%

0,0%

0,0%

Belasting- en premie-inkomsten

2,3%

2,3%

2,0%

2,1%

2,0%

Nood- en steunmaatregelen corona (uitgaven kasbasis)

  • 3,5%
  • 0,9%
  • 0,2%

0,0%

0,0%

Loon- en prijsontwikkeling uitgaven

  • 0,1%
  • 0,1%
  • 0,2%
  • 0,3%
  • 0,3%

Niet-beleidsmatige mutatie WW en Bijstand

0,2%

0,2%

0,1%

0,1%

0,0%

Besluitvorming netto-uitgaven onder het plafond

  • 0,5%
  • 0,6%
  • 0,5%
  • 0,5%
  • 0,6%

Kastransactieverschillen nood- en steunmaatregelen corona

  • 0,3%

0,4%

0,0%

0,0%

0,0%

Stortingen en onttrekkingen begrotingsreserves

  • 0,1%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Overige netto-uitgaven niet onder het plafond en correcties van het saldo

  • 0,1%

0,0%

0,0%

  • 0,1%
  • 0,1%

EMU-saldo Voorjaarsnota 2021

  • - 
    7,5%
  • - 
    2,4%
  • - 
    1,4%
  • - 
    0,9%
  • - 
    0,8%

Bijlage 2: Steunmaatregelen corona

Onderstaande tabel 2.1 toont de ramingen van de uitgaven aan coronage-relateerde maatregelen die relevant zijn voor het EMU-saldo. Voor 2021 is het de verwachting dat de uitgaven aan coronagerelateerde maatregelen 40,9 miljard euro zullen bedragen. Met circa 10% van de totale uitgaven van de Rijksoverheid is dit een fors bedrag, en bijvoorbeeld meer dan de totale uitgaven aan de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Van dit totaalbedrag is ruim 4 miljard euro het gevolg van de uitbreiding van de coronasteunmaatregelen tot het derde kwartaal van 2021. De uitgaven aan de TVL/TOGS, NOW en TOZO bedragen bijna 50 procent van de verwachte coronagerelateerde uitgaven in 2021.

Een uitgebreid overzicht van de overheidsfinanciën in coronatijd is ook terug te vinden op www.rijksfinancien.nl/overheidsfinancien-coronatijd.

 

Tabel 2.1 EMU-relevante uitgaven

(in miljoenen euro)

2021

2022

2023

2024

2025

Binnenlandse Zaken

127

23

17

-

-

Buitenlandse Zaken

18

-

-

-

-

Defensie

28

7

     

Economische Zaken en Klimaat

9.697

227

234

75

56

TVL/TOGS

8.825

-

-

-

-

Diversen

872

227

234

75

56

Financiën en Nationale Schuld

1.286

215

35

  • - 
    38
  • - 
    59

Herverzekering leverancierskredieten

745

50

-

-

-

Diversen

541

165

35

  • 38
  • 59

Gemeentefonds

776

-

-

-

-

Infrastructuur en Waterstaat

2.083

-

-

-

-

Beschikbaarheidsvergoeding OV

2.001

-

-

-

-

Diversen

82

-

-

-

-

Justitie en Veiligheid

200

-

-

-

-

Koninkrijksrelaties en BES fonds

48

-

-

-

-

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

252

1

1

-

-

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

4.194

3.860

908

15

-

Nationaal Programma Onderwijs

3.093

3.822

893

-

-

Diversen

1.100

38

15

15

-

Reserveringen Aanvullende post

1.223

713

391

12

-

Diversen

1.223

370

31

12

-

(in miljoenen euro)

2021

2022

2023

2024

2025

Nationaal Programma Onderwijs

-

343

360

-

-

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

10.951

3.365

  • - 
    100
  • - 
    48
  • - 
    3

NOW

9.902

3.278

  • 111
  • 44

-

TOZO

908

-

-

  • 4
  • 3

Diversen

852

87

11

1

-

TOZO afrekening 2020

  • 710
       

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

10.047

609

411

4

-

Testcapaciteit RIVM en GGD

4.531

-

-

-

-

Vaccin ontwikkeling en medicatie

1.957

426

400

-

-

Diversen

1.515

181

11

4

-

Zorgbonus

1.036

1

-

-

-

GGD'en en veiligheidsregio's

1.007

 

-

-

-

Totale EMU-relevante uitgaven

40.859

9.019

1.896

20

  • - 
    6

Naast de EMU-relevante corona uitgaven zijn er ook uitgaven die niet EMUrelevant zijn. Dit zijn leningen waarvan de verwachting is dat deze (vrijwel volledig) op een later moment worden terugbetaald.

 

Tabel 2.2 Niet EMU-relevante uitgaven

(in miljoenen euro)

2021

2022

2023

2024

2025

Economische Zaken en Klimaat

560

  • - 
    112
  • - 
    129
  • - 
    129
  • - 
    309

Leningen

160

  • 62
  • 62
  • 62
  • 242

Voucherkredietfaciliteit reissector

400

  • 50
  • 67
  • 67
  • 67

Financiën en Nationale Schuld

723

       

Lening KLM

723

       

Koninkrijksrelaties en BES fonds

174

       

Liquiditeitssteun Aruba, Curagao, Sint Maarten

174

       

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

57

 

0

  • - 
    56
  • - 
    57

Leningen TOZO

57

 

0

  • 56
  • 57

Totaal niet EMU-relevante uitgaven

1.514

  • - 
    112
  • - 
    129
  • - 
    184
  • - 
    366

Tabel 3.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2021 op EMU-basis (in miljoenen euro's)

Miljoenennota Voorjaarsnota Verschil

 
 

2021

2021

 

Indirecte belastingen

93.375

96.431

3.056

Invoerrechten

3.475

3.296

  • 179

Omzetbelasting

58.440

60.837

2.397

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.471

1.645

174

Accijnzen

12.173

12.158

  • 15
  • Accijns van lichte olie

4.600

4.208

  • 392
  • Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.862

3.714

  • 148
  • Tabaksaccijns

2.646

3.146

500

  • Alcoholaccijns

320

332

12

  • Bieraccijns

407

411

5

  • Wijnaccijns

338

347

9

Belastingen van rechtsverkeer

6.459

7.053

594

  • Overdrachtsbelasting

3.426

3.886

459

  • Assurantiebelasting

3.032

3.167

134

Motorrijtuigenbelasting

4.365

4.319

  • 46

Belastingen op een milieugrondslag

4.355

4.362

7

  • CO2-heffingen

0

0

0

  • Afvalstoffenbelasting

191

211

19

  • Energiebelasting

3.769

3.763

  • 7
  • Waterbelasting

314

308

  • 5
  • Brandstoffenheffingen

1

1

0

  • Vliegbelasting

80

80

0

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

274

273

0

Belasting op zware motorrijtuigen

204

198

  • 6

Verhuurderheff ing

1.468

1.619

150

Bankbelasting

690

672

  • 18

Directe belastingen

90.234

103.961

13.727

Inkomstenbelasting

5.349

6.107

758

Loonbelasting

58.613

62.003

3.391

Dividendbelasting

4.067

5.338

1.271

Kansspelbelasting

525

413

  • 112

Vennootschapsbelasting

19.737

27.524

7.787

  • Gassector

220

220

0

  • Niet-Gassector

19.517

27.304

7.787

Bronbelasting op rentes en royalties

0

0

0

Successierechten

1.944

2.575

632

Overige Belastingontvangsten

280

303

23

waarvan belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

155

155

0

Totaal belastingen op EMU-basis

183.889

200.695

16.806

Premies volksverzekeringen op EMU-basis

37.057

37.970

913

Premies werknemersverzekeringen op EMU-basis

72.099

73.017

918

waarvan zorgpremies

45.174

45.685

512

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

293.045

311.682

18.637

Tabel 3.2 Raming belasting- en premieontvangsten 2021 op kasbasis (in miljoenen euro's)

 

Miljoenennota

2021

Voorjaarsnota

2021

Verschil

Indirecte belastingen

96.008

96.860

851

Invoerrechten

3.463

3.286

  • 177

Omzetbelasting

60.339

61.011

672

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.550

1.643

93

Accijnzen

12.577

12.249

  • 329
  • Accijns van lichte olie

4.802

4.249

  • 553
  • Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

4.072

3.737

  • 335
  • Tabaksaccijns

2.645

3.166

522

  • Alcoholaccijns

320

332

12

  • Bieraccijns

403

418

15

  • Wijnaccijns

337

347

10

Belastingen van rechtsverkeer

6.429

7.213

783

  • Overdrachtsbelasting

3.409

4.067

658

  • Assurantiebelasting

3.021

3.145

125

Motorrijtuigenbelasting

4.357

4.317

  • 40

Belastingen op een milieugrondslag

4.656

4.380

  • 276
  • CO2-heffingen

0

0

0

  • Afvalstoffenbelasting

192

212

20

  • Energiebelasting

4.070

3.779

  • 291
  • Waterbelasting

313

308

  • 5
  • Brandstoffenheffingen

1

1

0

  • Vliegbelasting

80

80

0

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

273

273

0

Belasting op zware motorrijtuigen

204

197

  • 7

Verhuurderheff ing

1.468

1.619

150

Bankbelasting

690

672

  • 18

Directe belastingen

93.199

104.561

11.362

Inkomstenbelasting

5.872

6.217

344

Loonbelasting

60.711

62.446

1.734

Dividendbelasting

4.067

5.338

1.271

Kansspelbelasting

517

434

  • 83

Vennootschapsbelasting

20.088

27.551

7.463

  • Gassector

220

220

0

  • Niet-Gassector

19.868

27.331

7.463

Bronbelasting op rentes en royalties

0

0

0

Successierechten

1.944

2.575

632

Overige Belastingontvangsten

280

303

23

waarvan belasting- en premieontvangsten Caribisch

     

Nederland

160

160

0

Totaal belastingen op kasbasis

189.488

201.724

12.236

KTV Belastingen (aansluiting naar EMU-basis)

  • 5.598
  • 1.029

4.570

Premies volksverzekeringen op kasbasis

38.222

38.369

146

KTV premies vvz (aansluiting naar EMU-basis)

  • 1.165
  • 399

766

Premies werknemersverzekeringen op EMU-basis

72.099

73.017

918

waarvan zorgpremies

45.174

45.685

512

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

293.045

311.682

18.637

Bijlage 4: Overzicht aanvullende post

In deze bijlage zijn de mutaties van de regeerakkoordmiddelen op de aanvullende post tot en met Voorjaarsnota 2021 en de nieuwe stand bij Voorjaarsnota 2021 opgenomen. De toelichtingen bij de mutaties op de aanvullende post staan in de Verticale Toelichting aanvullende post.

In tabel 4.1 zijn alle mutaties sinds de Miljoenennota 2021 weergegeven. De mutaties betreffen overhevelingen naar begrotingen en kasschuiven. De stand van de reserveringen Regeerakkoord op de aanvullende post bij Voorjaarsnota 2021 zijn zichtbaar in tabel 4.2. De reserveringen uit het Regeerakkoord die volledig zijn uitgeput, worden niet meer in tabel 4.2 weergegeven.

Tabel 4.1 Mutaties Regeerakkoordmiddelen aanvullende post (in mln. euro)

Tabel 1: Mutaties Voorjaarsnota Regeerakkoordmiddelen aanvullende post (in mln. euro)

Ontvangende

 
   

2021

2022

2023

2024

2025

2026 begroting

 

Totaal

65.600

  • 69.000

31.000

  • 74.500
  • 129.500

Hoofdstuk en - 123.750 artikel

 

Veiligheid

           

B5

Politie

 
  • 24.000
  • 24.000
  • 24.000
  • 24.000
  • 24.000 6, art. 31
 

Onderwijs

           
 

Aanpak werkdruk

           

G33

primair onderwijs

     
  • 40.500
  • 96.500
  • 96.500 8, art. 1
 

Overige uitgaven

           

L105

Regionale knelpunten

20.000

       

Opboeken onderuitputting

L107

Stimulering ombouw laagcalorisch naar hoogcalorisch

  • 10.000
  • 45.000

55.000

   

Kasschuif

L108

Gasfonds

Groningen

55.600

   
  • 10.000
  • 9.000

Opboeken onderuitputting en afboeken onterechte - 3.250 extrapolatie

Tabel 4.2 Resterende RA-reserveringen op de aanvullende post bij Voorjaarsnota 2020 (in mln. euro)

Tabel 2: Resterende RA-reserveringen op de aanvullende post (in mln. euro)

 
   

2021

2022

2023

2024

2025

2026

 

Saldo

350

262

239

191

231

235

 

Openbaar bestuur

           
 

Reservering transitie

           

A4

werkgevers zorg en overheid a.g.v. afschaffing doorsneesystematiek pensioenen

200

150

150

150

200

200

 

Milieu

           

E23

Envelop klimaat

Overige uitgaven

4

43

34

41

31

35

L105

Reservering regionale knelpunten (waaronder BES,

40

         
 

Rotterdam-Zuid,

nucleair,

Eindhoven,

ESTEC, Zeeland)

     

L107

Stimulering ombouw laagcalorisch naar hoogcalorisch

 

20

55

L108

Gasfonds

Groningen

106

50

 

De onderstaande tabel geeft inzicht in de bij Voorjaarsnota 2021 uitgekeerde eindejaarsmarges per departement in 2021.

Tabel 5.1 Eindejaarsmarges in miljoenen euro's

Eindejaarsmarge

Begrotingshoofdstuk    in    2021

Staten-Generaal    0,8

Hoge Colleges van Staat    1,3

Algemene Zaken    - 0,7

Koninkrijksrelaties (incl. BES-fonds)    23,6

Justitie en Veiligheid    94,7

Binnenlandse Zaken    -    149,5

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap    149,7

Financiën    39,6

Defensie (incl. Defensiemateriaalbegrotingsfonds)    219,8

Infrastructuur en Waterstaat (incl. Infrastructuurfonds en Deltafonds)    41,4

Economische Zaken en Klimaat    -    371,5

Landbouw, natuur en voedselkwaliteit    39,1

Sociale Zaken en Werkgelegenheid (begrotingsgefinancierd)    10,6

Volksgezondheid, Welzijn en Sport (begrotingsgefinancierd)    36,3

Gemeentefonds en Provinciefonds    146,2

Homogene Groep Internationale Samenwerking    175,2

Aanvullende post algemeen    499,7

Totaal    956,2

Bijlage 6: Budgettaire verwerking Groningen

In de Voorjaarsnota 2021 en de bijbehorende eerste suppletoire begrotingen 2021 van BZK en EZK is een aantal grote mutaties opgenomen met betrekking tot het Groningendossier. Dit betreft o.a. de actualisatie van de ramingen van de meerjarige kosten van schade en versterken en de budgettaire verwerking van de bestuurlijke afspraken. Deze mutaties worden in deze bijlage nader toegelicht.

Gasgebouw en verdeling van kosten voor schade en versterken

Het gehele stelsel rondom de baten en de lasten van de gaswinning in Groningen is vastgelegd in het zogenaamde gasgebouw. De gasbaten zijn sinds de begroting van 2021 gesplitst in drie geldstromen: dividenduitkering EBN, (Staatsbedrijf dat participeert in alle gas- en olieprojecten in Nederland; een beleidsdeelneming), dividenduitkering GasTerra (verkoopt het Groningengas; 10% beleidsdeelneming, 40% eigendom van EBN, 25% Shell, 25% Exxon) en Mijnbouwwet. Daarnaast wordt vennootschapsbelasting ontvangen, dit loopt via de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën. Voor de exploitatie van de gasvelden in Groningen zijn NAM, waarin Shell en Exxon ieder voor 50% participeren, en EBN de Maatschap Groningen aangegaan. Hierbij hebben EBN en NAM een zeggenschap van 50% en is NAM is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering en handelt voor rekening en risico van de Maatschap. Daarmee is NAM ook verantwoordelijk voor het, namens de Maatschap, betalen van de kosten voor bijvoorbeeld schade en versterken.

In de Maatschap wordt het financiële resultaat tussen NAM (60%) en EBN (40%) verdeeld. Het resultaat van alle activiteiten van NAM10 wordt belast op grond van de Mijnbouwwet en de Wet op de vennootschapsbelasting. Aangezien EBN een 100% beleidsdeelneming is, komt het aandeel van EBN toe aan de Staat. Sinds 2018 komt hierdoor ca. 73% van de winst uit het Groningenveld ten goede aan de Staat en 27% aan NAM [Kamerstuk 33529, nr. 501.

De kosten voor de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie worden betaald uit de inkomsten van de Maatschap. In de praktijk betekent dit dat deze kosten voor circa 73% door de Staat gedragen worden (Kamerstuk 33529). Deze kosten worden betaald uit de lopende inkomsten uit de gaswinning en de eerder gevormde boekhoudkundige voorzieningen. Ultimo 2020 hadden NAM en EBN samen 3,5 miljard euro aan voorzieningen genomen hiervoor. Op het moment dat de kosten de lopende inkomsten en de voorzieningen overstijgen, kan NAM het verlies verrekenen met inkomsten uit overige activiteiten of winsten uit eerdere jaren (overeenkomstig de bepalingen uit de Mijnbouwwet en de Wet vennootschapsbelasting). Indien NAM ondanks de voorzieningen en verliesverrekening toch verlieslatend is, kan NAM de aardbevingskosten niet meer verrekenen waardoor NAM haar aandeel zelf draagt.

Groningen bovengronds: update kostenraming schade en versterken

In deze Voorjaarsnota is een update van de kostenraming voor schade en versterken verwerkt. Hierin konden de effecten van de nieuwe werkwijze voor de afhandeling van fysieke schade van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) nog niet worden meegenomen. De effecten hiervan zijn bij het schrijven van deze Voorjaarsnota nog onvoldoende duidelijk. Die zullen daarom in de Miljoenennota 2022 zichtbaar worden.

Op basis van de huidige kennis over de schadeafhandeling en de uitvoering van de versterkingsoperatie worden de uitgaven aan schadeherstel, versterking en de bijbehorende uitvoeringskosten geraamd op 8,8 miljard euro. Dit betreft een inschatting van de totale te verwachten kosten van de versterkingsoperatie vanaf 2021 en de kosten voor de schadeafhandeling van 2021 tot en met 2027 De raming van 8,8 miljard euro is exclusief de middelen voor de Bestuurlijke Afspraken van 6 november jl., die eveneens in deze Voorjaarsnota zijn verwerkt (1,51 miljard euro). Daarnaast is er 1,15 miljard euro voor het Nationaal Programma Groningen (NPG), dat eveneens geen onderdeel uitmaakt van de raming van 8,8 miljard euro.

De middelen voor het NPG zijn grotendeels bij de Voorjaarsnota 2018 toegevoegd aan de Rijksbegroting.

De raming voor schade en versterken is uit te splitsen in 3,4 miljard euro voor schade (tabel 1, regel 1) en 5,4 miljard euro voor versterken (tabel 1, regel 4). Bij het opstellen van de ramingen is rekening gehouden met verschillende aannames, zoals over het gemiddelde schadebedrag, de scope van de opgave, het gebruik en effect van de typologiebenadering en het verwachte aantal bewoners dat gebruik wil maken van herbeoorde-lingen. Dit blijft een raming met onzekerheden. Effecten van een mogelijke grote aardbeving zijn bijvoorbeeld niet in deze raming meegenomen. De uitsplitsing van de raming is te zien in tabel 1, waarbij onderscheid is gemaakt tussen directe kosten en btw. Onder de tabel worden de regels verder toegelicht.

 

Tabel 1 Raming totale kosten schade en versterken (t/m 2027; bedragen in miljoen euro, - = saldoverbeterend)

# Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Cumulatief

1 Raming schade (2+3)

1.319

730

659

390

97

93

88

3.376

2 Waarvan excl. btw

1.292

704

635

377

94

90

85

3.277

3 Waarvan btw

27

26

24

13

3

3

3

99

4 Raming versterken (5+6)

400

831

831

831

831

831

831

5.386

5 Waarvan excl. btw

344

726

726

726

726

726

726

4.700

6 Waarvan btw

56

105

105

105

105

105

105

686

7 Totale raming schade en versterken (1+4)

1.719

1.561

1.490

1.221

928

924

919

8.762

8 Totale raming excl. btw (2+5)

1.636

1.430

1.361

1.103

820

816

811

7.977

9 Totale btw schade en versterken (3+6)

83

131

129

118

108

108

108

785

Tabel 1 laat de opbouw van de totale raming van 8,8 miljard euro (tabel 1, regel 7) zien en geeft een uitsplitsing weer van het meerjarenoverzicht van de totale geraamde kosten voor schade (tabel 1, regel 1) en versterken (tabel 1, regel 4). Dit zijn de totale kosten die de Staat op dit moment verwacht voor een goede en rechtvaardige afhandeling van schade en versterken.

Via een wettelijke heffing worden deze kosten (exclusief btw; tabel 1, regel 8) doorbelast aan de Maatschap Groningen, die deze kosten op basis van de wet aan de Staat dient te voldoen. Zoals aan het begin van deze bijlage wordt uitgelegd, worden deze kosten via het gasgebouw verdeeld waarmee bij winstgevendheid de facto ca. 73% van de kosten voor de Staat zijn [Kamerstuk 33529, nr. 501].

NAM en EBN leggen gedurende de exploitatie van het Groningenveld voorzieningen aan voor kosten die zij maken tijdens of aan het eind van de looptijd van een gaswinning. Deze voorzieningen zijn vooral voor de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie. Voor de situatie dat de kosten niet gedekt kunnen worden uit de voorzieningen, de reguliere exploitatie en/of eerdere winsten zijn afspraken gemaakt in het Akkoord op Hoofdlijnen uit 2018. Voor het nakomen van de verplichtingen van NAM zijn door Shell en ExxonMobil garanties afgegeven (zie begin van deze bijlage voor de toelichting op het gasgebouw). Indien het eigen vermogen van EBN niet toereikend is, zal de Staat een bijstorting doen aan EBN. Omdat EBN op dit moment voorziet dat het zijn aandeel (40%) van de kosten voor schade en versterken niet uit de reguliere exploitatie kan financieren, houdt de Staat in deze Voorjaarsnota rekening met een kapitaalstorting van ca. 1,9 miljard euro om deze kosten te dekken (tabel 2, regel 6).

Daarnaast heeft de btw-component in deze raming een impact op de kosten voor de Staat. Voordat de afhandeling van schade en versterken door de Staat werd overgenomen, kon NAM de btw verrekenen met de omzetbelasting. Dat is voor elk bedrijf in Nederland mogelijk. Nu schade en versterken publiek zijn gemaakt, kan NAM dit niet meer. Daarom is in het Akkoord op Hoofdlijnen (Kamerstuk 33 529, nr. 493) vastgelegd dat de Staat de btw voor schade en versterken niet bij NAM in rekening brengt. Dat betekent dat de btw apart inzichtelijk wordt gemaakt en vanuit de Staat wordt gedekt. Voor schade wordt de btw geraamd op 99 miljoen euro en voor versterken op 686 miljoen euro (tabel 1, regels 3, 6 en 9). Daarnaast heeft het IMG in 2020 meer btw (20 miljoen euro) uitgegeven door een hoger aantal schademeldingen en samenhangende uitvoeringskosten, ook voor versterken was er een ongedekte btw-component 2020. Deze kosten zijn deels gedekt uit de aanvullende post en deels ingepast onder het uitgaven kader (tabel 2, regel 8).

 

Tabel 2 Geraamde benodigde aanvullende middelen schade en versterken (t/m 2027; bedragen in miljoen euro, - = saldoverbeterend)

# Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Cumulatief

1 Totale raming schade en versterken (tabel 1, r.7)

1.719

1.561

1.490

1.221

928

924

919

8.762

2 Totale raming excl. btw: doorbelasting kosten

1.636

1.430

1.361

1.103

820

816

811

7.977

(tabel 1, r.8)

               

3 Waarvan te betalen door NAM (60% van 2)

982

858

817

662

492

490

487

4.786

4 Waarvan te betalen door EBN (40% van 2)

654

572

544

441

328

326

324

3.191

5 Uitputting bestaande voorziening EBN (1,3 mld.)

  • 654
  • 572
  • 77

-

-

-

-

  • 1.303

6 Benodigde kapitalisatie EBN (4-5)

0

0

468

441

328

326

324

1.888

7 Totale btw schade en versterken (tabel 1, r.9)

83

131

129

118

108

108

108

785

8 Aanvullende btw-problematiek 2020 en AP-dekking

52

0

  • 10
  • 9
  • 4
  • 10

0

19

9 Totale btw (7+8)

135

131

119

109

104

98

108

804

10 Totaal additionele middelen raming (6+9)

135

131

587

550

432

424

432

2.692

De geactualiseerde ramingen en de btw-problematiek uit 2020 leiden tot extra uitgaven van ca. 2,7 miljard euro (tabel 2, regel 10 en tabel 3, regel 1): 1,9 miljard euro voor de kapitaalstorting bij EBN (tabel 2, regel 6) en 0,8 miljard euro voor de btw-kosten (tabel 2, regel 9).

Daarnaast is in deze Voorjaarsnota het Bestuursakkoord Groningen van 1,51 miljard euro (tabel 3, regel 2) verwerkt. In totaal is daardoor ca.

4,2 miljard euro (tabel 3, regel 3) toegevoegd aan de beschikbare middelen voor Groningen op de Rijksbegroting.

Tabel 3 Totaal aanvullende middelen Voorjaarsnota (bedragen in miljoen euro, - = saldoverbeterend

 

# Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Cumulatief

1 Totaal additionele middelen raming (tabel 2, r.10)

135

131

587

550

432

424

432

2.692

2 Inpassing Bestuursakkoord

386

525

335

162

86

17

0

1.510

3 Totaal toegevoegde middelen VJN (1+2)

520

656

922

712

518

441

432

4.202

Budgettaire verwerking nieuwe ramingen en afspraken

In de vorige paragraaf is toegelicht hoe de additionele 4,2 miljard euro in deze Voorjaarsnota is opgebouwd. Deze paragraaf laat zien hoe dit bedrag neerslaat in de eerste suppletoire begrotingen van BZK en EZK. Aangezien de eerste suppletoire begroting een update is van de ontwerpbegrotingen 2021 en de meerjarenraming tot en met 2025 gaat, zijn in onderstaande tabellen de mutaties tot en met 2025 weergeven. Achter de relevante regels is een verwijzingen naar tabellen 1, 2 en 3 opgenomen zodat de reeksen herleidbaar zijn.

In de Miljoenennota 2021 zijn middelen voor Groningen opgenomen. Deze zijn verdeeld over de ontwerpbegrotingen van BZK en EZK en de aanvullende post. De totaal beschikbare middelen op de Rijksbegroting zijn weergegeven in tabel 4.

Tabel 4 Begrotingsstanden Miljoenennota 2021 (bedragen in miljoen euro, - = saldoverbeterend)

 

Uitgaven

2021

2022

2023

2024

2025

Totale uitgaven BZK

129

66

48

39

25

Totale uitgaven EZK

722

17

0

0

0

Totale uitgaven aanvullende post

131

131

103

109

103

Ontvangsten

2021

2022

2023

2024

2025

Totale ontvangsten BZK

  • 75
  • 25
  • 25
  • 25
  • 25

Totale ontvangsten EZK

  • 774
  • 59
  • 39
  • 39
  • 39

De geactualiseerde ramingen voor schade en versterken, de bijbehorende btw-effecten en het verwerken van het Bestuursakkoord van november 2020 leiden tot diverse mutaties op de begrotingen van EZK, BZK en de aanvullende post. Daarnaast zijn er nog enkele reguliere mutaties. Al deze mutaties zijn weergegeven in tabel 5. In de Verticale Toelichting (Voorjaarsnota bijlage 7) en in de eerste suppletoire begrotingen van BZK en EZK worden de mutaties op uitgebreider detailniveau weergegeven.

 

Tabel 5 Mutaties bij Voorjaarsnota 2021 (bedragen in miljoen euro, - = saldoverbeterend)

 

Beginstanden (MJN 2021)

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

 

Totaal beschikbare middelen - uitgaven

 

982,2

213,9

151,2

147,9

128,4

 

Uitgaven BZK

BZK

129,2

66,0

48,3

38,9

25,2

 

Uitgaven EZK

EZK

722,0

16,6

0,0

0,0

0,0

 

Uitgaven aanvullende post

AP

131,0

131,3

103,0

109,0

103,3

 

Totaal beschikbare middelen - ontvangsten

 
  • - 
    849,0
  • - 
    84,0
  • - 
    64,0
  • - 
    64,0
  • - 
    64,0
 

Ontvangsten BZK

BZK

  • 75,0
  • - 
    25,0
  • - 
    25,0
  • - 
    25,0
  • - 
    25,0
 

Ontvangsten EZK

EZK

  • - 
    774,0
  • 59,0
  • 39,0
  • - 
    39,0
  • - 
    39,0

#

Mutaties per categorie

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

I    Verwerking Bestuurlijke afspraken Groningen (tabel 3, r.2)

1

Bestuurlijke afspraken versterken Groningen

AP

67,0

144,0

198,0

298,0

220,0

2

Kasschuif versnelling bestuurlijke afspraken

AP

318,6

380,8

136,9

  • 136,0
  • 133,9

3

Overheveling 1e tranche naar BZK-begroting

AP

  • 385,6

-

-

-

-

II

Actualisatie raming Groningen schadeherstel en versterken

           

4

Actualisatie raming versterken uitgaven (tabel 1, r.5)

BZK

344,0

726,0

726,0

726,0

726,0

a

wv. Raming versterkingsoperatie

BZK

246,6

636,0

636,0

636,0

636,0

b

wv. Raming versterkingsoperatie apparaatskosten

BZK

97,4

90,0

90,0

90,0

90,0

5

Actualisatie raming versterken ontvangsten NAM

BZK

  • 344,0
  • 726,0
  • 726,0
  • 726,0
  • 726,0

6

Kasschuif raming ontvangsten NAM

BZK

172,0

191,0

-

-

-

7

Btw-component raming versterken (tabel 1, r.6)

BZK

56,0

105,0

105,0

105,0

105,0

8

Actualisatie schadeherstel (tabel 1, r.2)

EZK

1.292,0

704,0

635,0

377,0

94,0

a

wv. Schadevergoedingen

EZK

425,0

423,0

423,0

253,0

66,0

b

wv. Vergoedingen waardedaling

EZK

515,0

16,0

-

-

-

c

wv Vergoedingen immateriële schade

EZK

100,0

50,0

10,0

5,0

3,0

d

wv. Uitvoeringskosten

EZK

252,0

215,0

202,0

119,0

25,0

9

Actualisatie raming schade ontvangsten NAM

EZK

  • 1.292,0
  • 704,0
  • 635,0
  • 377,0
  • 94,0

10

Kasschuif raming ontvangsten NAM

EZK

323,0

  • - 
    147,0
  • 17,3
  • - 
    64,5
  • - 
    70,8

a

wv. Schadevergoedingen

EZK

106,3

  • - 
    0,5

-

  • - 
    42,5
  • - 
    46,8

b

wv. Vergoedingen waardedaling

EZK

128,8

  • - 
    124,8
  • - 
    4,0

-

-

c

wv. Vergoedingen immateriële schade

EZK

25,0

  • - 
    12,5
  • - 
    10,0
  • - 
    1,3
  • - 
    0,5

d

wv. Uitvoeringskosten

EZK

63,0

  • - 
    9,3
  • - 
    3,3
  • - 
    20,8
  • - 
    23,5

11

Btw-component raming schadeherstel (tabel 1, r.3)

EZK

27,0

26,0

24,0

13,0

3,0

 

Beginstanden (MJN 2021)

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

12

Benodigde kapitalisatie EBN (tabel 2, r.6)

EZK

-

-

467,8

441,2

328,0

HI

Overige mutaties

           

13

Kasschuif actualisatie ritme AP-reserveringen

AP

120,3

174,5

110,5

78,7

4,0

14

Eindejaarsmarge AP

AP

74,6

-

-

-

-

15

Btw-component restant 2020 incl. dekking (tabel 2, r.8)

AP/BZK/EZK

51,7

-

  • 10,0
  • 9,0
  • 4,0

16

Overlopende ontvangsten 2020 BZK (EJM)

BZK

  • 207,3
       

17

Overlopende ontvangsten 2020 EZK (EJM)

EZK

  • 525,5

-

-

-

-

18

Diverse overhevelingen AP naar BZK-begroting

AP

  • 67,4
  • 0,1

-

-

-

19

Diverse overhevelingen AP naar EZK-begroting

AP

  • 50,2
  • 9,6
  • 6,5
  • 6,2
  • 4,5

20

Diversen BZK overig

BZK

73,9

  • 0,2
  • 0,2
  • 0,2
  • 0,2

21

Diversen EZK overig

EZK

44,7

  • 12,3
  • 1,5
  • 1,2
  • 1,0
 

Eindstanden (VJN 2021)

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

 

Totaal beschikbare middelen - uitgaven

 

2.704,4

2.459,3

2.545,3

2.043,0

1.470,5

 

Uitgaven BZK

BZK

1.099,7

896,9

879,1

869,7

856,0

 

Uitgaven EZK

EZK

1.408,3

741,4

1.134,4

838,8

429,6

 

Uitgaven aanvullende post

AP

196,4

821,0

531,8

334,5

184,9

 

Totaal beschikbare middelen - ontvangsten

 
  • - 
    1.975,2
  • - 
    1.467,6
  • - 
    1.444,8
  • - 
    1.234,1
  • - 
    955,8
 

Ontvangsten BZK

BZK

  • 454,3
  • - 
    560,0
  • - 
    751,0
  • - 
    751,0
  • - 
    751,0
 

Ontvangsten EZK

EZK

  • - 
    1.520,9
  • 907,6
  • 693,8
  • 483,1
  • 204,8

Toelichtingen op mutaties

  • 1. 
    Bestuurlijke afspraken versterken Groningen

Dit betreft de middelen voor het Bestuursakkoord Groningen in het originele ritme. De middelen voor 2021 worden in een aangepast ritme op de begroting van BZK gezet. De middelen voor de jaren 2022 e.v. worden toegevoegd aan de aanvullende post.

  • 2. 
    Kasschuif versnelling bestuurlijke afspraken

Om de middelen voor het Bestuursakkoord Groningen in het juiste ritme te plaatsen vindt er een kasschuif plaats. Het betreft een sluitende kasschuif die tot en met 2027 loopt.

  • 3. 
    Overheveling 1e tranche naar BZK-begroting

Voor de uitvoering van het Bestuursakkoord Groningen in 2021 worden middelen vanaf de aanvullende post overgeheveld naar de begroting van BZK.

  • 4. 
    Actualisatie raming versterken uitgaven (tabel 1, r.5)

De meerjarige uitgavenraming voor de versterkingsoperatie in Groningen als gevolg van de aardbevingsproblematiek is geactualiseerd. Deze raming wordt op de BZK-begroting opgenomen in twee delen namelijk:

  • a. 
    Raming versterkingsoperatie (246,6 miljoen euro in 2021).
  • b. 
    Raming versterkingsoperatie apparaatskosten (97,4 miljoen euro in 2021).
  • 5. 
    Actualisatie raming versterken ontvangsten NAM

Dit betreft de meerjarige raming voor de ontvangsten die samenhangen met de uitgaven die gerelateerd zijn aan de versterkingsopgave in Groningen. Deze raming wordt nu op de BZK-begroting opgenomen en is een spiegeling van de uitgavenraming exclusief btw. De uitgaven exclusief btw worden in rekening gebracht bij de NAM.

  • 6. 
    Kasschuif raming ontvangsten NAM

Tegenover de geraamde kosten voor de versterkingsoperatie staan ontvangsten van de NAM. De ontvangsten vanuit de NAM lopen in de regel achter op de uitgaven, doordat de uitgaven achteraf bij de NAM gedeclareerd worden. Middels een kasschuif worden de ontvangsten in een kasritme gezet dat beter aansluit bij het verwachte ontvangstritme. Deze kasschuif sluit op nul tot en met 2027

  • 7. 
    Btw-component raming versterken (tabel 1, r.6)

In het Akkoord op Hoofdlijnen is afgesproken dat er geen btw in rekening wordt gebracht bij de NAM Dit betreft de btw-component over de verster-kingskosten en de btw-component over de uitvoeringskosten van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Als onderdeel van de geactualiseerde raming, worden de benodigde middelen voor de meerjarige btw-componenten toegevoegd aan de BZK-begroting. In 2021 gaat het om 56 miljoen euro (zie tabel 1, regel 6).

  • 8. 
    Actualisatie schadeherstel (tabel 1, r.2)

De meerjarige uitgavenraming voor schadevergoedingen in Groningen als gevolg van de aardbevingsproblematiek is geactualiseerd. Deze raming is op de EZK-begroting opgenomen. De raming bestaat uit:

  • a. 
    Schadevergoedingen IMG (425 miljoen euro in 2021)
  • b. 
    Waardedaling (515 miljoen euro in 2021)
  • c. 
    Immateriële schades (100 miljoen euro in 2021)
  • d. 
    Uitvoeringskosten (252 miljoen euro in 2021)
  • 9. 
    Actualisatie raming schade ontvangsten NAM

Als gevolg van de actualisatie van de meerjarige uitgavenraming voor schadevergoedingen in Groningen wordt ook de ontvangstenraming aangepast. Deze raming wordt nu op de EZK-begroting opgenomen en is een spiegeling van de uitgavenraming aangezien tegenover de uitgaven identieke ontvangsten van de NAM staan. De raming bestaat uit immateriële schades (100 miljoen euro), schadevergoedingen IMG (425 miljoen euro), uitvoeringskosten (252 miljoen euro) en de waardedaling (515 miljoen euro).

  • 10. 
    Kasschuif raming ontvangsten NAM

Tegenover de geraamde kosten voor het schadeherstel staan ontvangsten van de NAM. De ontvangsten vanuit de NAM voor de schadebetalingen lopen in de regel achter op de uitgaven, doordat de uitgaven achteraf bij de NAM gedeclareerd worden. Middels een kasschuif worden de ontvangsten in een kasritme gezet dat beter aansluit bij het verwachte ontvangstritme. Deze kasschuif sluit op nul tot en met 2027.

  • 11. 
    Btw-component raming schadeherstel (tabel 1, r.3)

In het Akkoord op Hoofdlijnen is afgesproken dat het totaalbedrag van btw niet in rekening wordt gebracht bij de NAM. Dit betreft de compensatie van het gedeelte btw van de uitvoeringskosten van de schadeafhandeling. Als onderdeel van de geactualiseerde schaderamingen, zijn de benodigde btw-reeksen toegevoegd aan de EZK-begroting, bestaande uit de nieuwe raming die start met 27 miljoen euro in 2021 (zie tabel 1, regel 3).

  • 12. 
    Benodigde kapitalisatie EBN (tabel 2, r.6)

EBN draagt conform de afspraken in het gasgebouw verantwoordelijkheid voor 40% van de aardbevingskosten (schade en versterken). Naar aanleiding van de geactualiseerde ramingen voor schade en versterken, dient EBN een afdoende voorziening voor deze kosten te treffen. De huidige exploitatieresultaten van EBN laten dit momenteel echter niet toe. De Staat zal als 100% aandeelhouder van EBN moeten zorgen voor voldoende kapitalisatie van EBN om de aardbevingskosten te kunnen dragen (zie tabel 2, regel 6). Dit is het huidig geraamd ritme van de kapitaalstorting, waarbij de realisatie afhangt van gasopbrengsten en de kosten voor schade en versterken. Bij een bijstelling van de raming zal opnieuw naar de precieze gevolgen voor EBN worden gekeken.

  • 13. 
    Kasschuif actualisatie ritme AP-reserveringen

Op de aanvullende post 'algemeen' vindt een kasschuif plaats om de beschikbare middelen voor Groningen aan te laten sluiten op het verwachte ritme van de uitgaven. Het betreft een sluitende kasschuif die loopt tot en met 2033.

  • 14. 
    Eindejaarsmarge AP

De gereserveerde middelen voor Groningen zijn in 2020 niet volledig tot besteding gekomen. De middelen zijn bij Financieel Jaarverslag Rijk 2020 afgeboekt en worden nu weer toegevoegd aan de reservering op de aanvullende post voor 2021.

  • 15. 
    Btw-component restant 2020 incl. dekking (tabel 2r r.8)

In het Akkoord op Hoofdlijnen is afgesproken dat er geen btw in rekening wordt gebracht bij de NAM. Dit betreft het restant van de compensatie van de btw-component uit 2020 (zie tabel 2, regel 8). Op de aanvullende post zijn middelen gereserveerd en deze kunnen nu deels worden ingezet voor de btw-problematiek uit 2020.

  • 16. 
    Overlopende ontvangsten 2020 BZK (EJM)

Dit betreft het de nog te ontvangen bijdrage van de NAM voor de verster-kingsoperatie uitgaven in het derde en vierde kwartaal van 2020. Doordat de uitgaven voor de versterkingsoperatie achteraf aan de NAM gedeclareerd worden, loopt het ritme van de uitgaven en ontvangsten niet gelijk.

  • 17. 
    Overlopende ontvangsten 2020 EZK (EJM)

Door vertraging in de ontvangsten van NAM voor de schadeafhandeling is in 2020 een tekort van 525,5 miljoen euro ontstaan bij de Groningenmid-delen op de EZK-begroting. Doordat de NAM-ontvangsten over het derde en vierde kwartaal van 2020 alsnog in 2021 binnenkomen, wordt de negatieve eindejaarsmarge in 2021 die het gevolg is van het tekort op de ontvangsten voor Groningen ultimo 2020 ingevuld. De ontvangsten bestaan uit schadevergoedingen (246,8 miljoen euro), uitvoeringskosten (99,2 miljoen euro) en waardedaling (179,5 miljoen euro).

  • 18. 
    Diverse overhevelingen AP naar BZK-begroting

Vanaf de aanvullende post worden diverse middelen naar de begroting van BZK overgeboekt. Dit zijn middelen voor de tweede tranche van de versterking van 1588 adressen in Groningen (57 miljoen euro), extra compensatie aan gemeenten en provincie (8,7 miljoen euro) en de huurderscompensatie (1,7 miljoen euro).

  • 19. 
    Diverse overhevelingen AP naar EZK-begroting

Vanaf de aanvullende post worden diverse middelen naar de begroting van EZK overgeboekt. Dit zijn middelen voor de waardevermeerderingsregeling (34,9 miljoen euro), de Commissie Bijzondere situaties (4,5 miljoen euro), de Stuwmeerregeling (15,2 miljoen euro), ACVG (14,5 miljoen euro) en uitvoeringskosten van het IMG (12 miljoen euro).

  • 20. 
    Diversen BZK overig

Dit betreft het saldo van diverse mutaties. Zo worden de in 2020 niet-bestede middelen voor onder andere het NPG (60 miljoen euro), de subsidieregeling Energiebesparing woningen bouwkundig versterkingsprogramma Groningenveld (27,2 miljoen euro) en Batch 1588 en projecten Appingedam (17,7 miljoen euro) toegevoegd aan de begroting voor 2021. Daarnaast betreft het overboekingen naar andere begrotingshoofdstukken, waaronder een afdracht aan het Btw-compensatiefonds in het kader van het NPG (8,7 miljoen euro). Tevens bevat deze post de invulling van de negatieve eindejaarsmarge als gevolg van de btw-proble-matiek uit 2020 (43,7 miljoen euro).

  • 21. 
    Diversen EZK overig

Dit betreft een saldo van diverse mutaties, zoals de aanpassing van de ontvangsten uit de mijnbouwwet (25 miljoen euro) en een kasschuif voor de waardevermeerderingsregeling (14,2 miljoen euro).

Beschikbare middelen voor Groningen: nieuwe stand Voorjaarsnota 2021

Alle mutaties tezamen leiden tot nieuwe begrotingsstanden. In tabel 6 is een totaaloverzicht uitgesplitst naar financiële instrumenten weergegeven van de totale uitgaven en ontvangsten op het Groningendossier op basis van de Voorjaarsnota 2021. Deze standen en een toelichting op de mutaties ten opzichte van de ontwerpbegrotingen 2021 zijn terug te vinden in de eerste suppletoire begrotingen van BZK en EZK.

Tabel 6 Standen Voorjaarsnota 2021 (bedragen in miljoen euro, - = saldoverbeterend)

 

Uitgaven

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

Totale uitgaven BZK

BZK

1.099,7

896,9

879,1

869,7

856,0

Totale uitgaven EZK

EZK

1.408,3

741,4

1.134,4

838,8

429,6

Totale uitgaven aanvullende post

AP

196,4

821,0

531,8

334,5

184,9

Subsidies

Verduurzamingsopgave uit aardgasbaten

EZK

73,2

-

-

-

-

Verduurzamingsopgave overig

EZK

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Energiebesparing woningen bouwkundig versterkingsprogramma*

BZK

216,9

-

-

-

-

Diverse subsidies

BZK

1,9

-

-

-

-

Inkomensoverdrachten

Schadevergoedingen

EZK

425,0

423,0

423,0

253,0

66,0

Vergoedingen waardedaling Groningen

EZK

515,0

16,0

-

-

-

Vergoedingen immateriële schade Groningen

EZK

100,0

50,0

10,0

5,0

3,0

Tegemoetkoming aan huurders

BZK

1,7

0,1

-

-

-

Opdrachten

Werkbudget

EZK

2,1

2,4

-

-

-

Versterken

EZK

1,5

1,5

1,5

1,5

-

Werk- en onderzoeksbudget*

BZK

68,8

12,3

10,7

6,7

0,3

Versterkingsoperatie

BZK

334,8

738,3

738,3

732,0

732,0

Vermogensverschaffing/-onttrekking

Kapitaalinjectie EBN

EZK

-

-

467,8

441,2

328,0

Personele uitgaven

Eigen personeel

BZK

99,5

92,4

89,4

89,4

89,9

Inhuur externen

BZK

8,6

9,0

9,0

9,0

9,0

Overige personele uitgaven

BZK

9,0

8,1

5,7

6,5

-

Materiële uitgaven

Bijdrage SSO's

BZK

  • 0,2
  • 0,2
  • 0,2
  • 0,2
  • 0,2

Uitgaven

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

Overige materiële uitgaven

BZK

3,6

1,9

1,1

1,4

-

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage RVO.nl

EZK

282,3

241,0

226,0

132,0

28,0

Instituut Mijnbouwschade Groningen

EZK

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

Werk- en onderzoeksbudget

BZK

0,1

-

-

-

-

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

TNO publieke SDRA

EZK

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

Werk- en onderzoeksbudget

BZK

0,1

-

-

-

-

Bijdrage aan medeoverheden

Nationaal Programma Groningen

BZK

126,4

25,0

25,0

25,0

25,0

Compensatie gemeenten en provincies11

BZK

228,2

10,0

-

-

-

Diverse bijdragen

BZK

0,0

-

-

-

-

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Organisatie- en programmabudget (T)IVO

EZK

3,0

3,0

3,0

3,0

1,5

Bijdrage Commissie Bijzondere Situaties

EZK

3,0

1,5

-

-

-

Diverse bijdragen

BZK

0,3

-

-

-

-

Middelen op de Aanvullende Post

Resterende reeks Reservering Groningen

AP

196,4

296,2

196,9

172,5

98,8

Bestuursakkoord reeks

AP

-

524,8

334,9

162,0

86,1

Ontvangsten

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

Totale ontvangsten EZK

EZK

  • - 
    1.520,9
  • - 
    907,6
  • - 
    693,8
  • - 
    483,1
  • - 
    204,8

Schadevergoedingen

EZK

  • 550,4
  • 423,5
  • 423,0
  • 295,5
  • 112,8

Uitvoeringskosten schade

EZK

  • 268,2
  • 224,3
  • 205,3
  • 139,8
  • 48,5

Dividenduitkering GasTerra

EZK

  • 4,0
  • 4,0
  • 4,0
  • 4,0
  • 4,0

Mijnbouwwet

EZK

  • 55,0
  • 50,0
  • 35,0
  • 35,0
  • 35,0

Vergoedingen waardedaling Groningen

EZK

  • 565,8
  • 140,8
  • 4,0

-

-

Vergoedingen immateriële schade Groningen

EZK

  • 75,0
  • 62,5
  • 20,0
  • 6,3
  • 3,5

Versterken

EZK

  • 1,5
  • 1,5
  • 1,5
  • 1,5

-

TNO publieke SDRA

EZK

  • 1,1
  • 1,1
  • 1,1
  • 1,1
  • 1,1

Totale ontvangsten BZK

BZK

  • - 
    454,3
  • - 
    560,0
  • - 
    751,0
  • - 
    751,0
  • - 
    751,0

Ontvangsten BZK artikel 10

BZK

  • 362,8
  • 490,0
  • 661,0
  • 661,0
  • 661,0

Ontvangsten BZK artikel 11

BZK

  • 91,5
  • 70,0
  • 90,0
  • 90,0
  • 90,0

Bijlage 7: Verticale toelichting

De verticale toelichting bevat voor iedere begroting een cijfermatig overzicht van budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan in de uitgaven en niet-belastingontvangsten sinds de Miljoenennota 2020. Dit overzicht sluit aan op de mutaties zoals gepresenteerd in de ontwerpbegrotingen van de departementen.

Per begroting wordt een cijfermatig overzicht gepresenteerd van de voornaamste mutaties, gevolgd door een toelichting hierop. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de mutaties wordt verwezen naar de afzonderlijke memories van toelichting van de ontwerpbegrotingen.

De Verticale Toelichting onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • 1. 
    mee- en tegenvallers;
  • 2. 
    beleidsmatige mutaties;
  • 3. 
    technische mutaties.

Alle overboekingen, desalderingen, statistische correcties en mutaties die niet tot een ijklijn (deelplafond) behoren, zijn in de laatste categorie «technische mutaties» geclusterd. Overigens hebben sommige overboekingen en desalderingen wél een beleidsmatig karakter. Dit komt tot uitdrukking in de toelichtingen. Ingeval samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden deze eenmaal toegelicht.

De totalen per begroting worden in eerste instantie gepresenteerd exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Door middel van een aansluitregel wordt het deel van de begroting dat onder HGIS valt, zichtbaar gemaakt. De veranderingen die optreden binnen het HGIS-deel van de begroting worden gepresenteerd en toegelicht in de verticale toelichting van alle HGIS-uitgaven. De laatste regel geeft per begroting de totaalstand inclusief HGIS.

De ondergrens voor mutaties die apart zichtbaar worden in de tabellen is afhankelijk van de omvang van de begroting en verschilt voor de verschillende categorieën mutaties. De post diversen bevat de mutaties die onder de ondergrens vallen en wordt in beginsel alleen toegelicht indien zich bijzonderheden voordoen. Als samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden ze eenmaal toegelicht.

De bedragen in de tabellen zijn in miljoenen euro. Door afrondingen kan het totaal afwijken van de som der onderdelen.

Samenvattend overzicht mutaties sinds Miljoenennota 2021

 

Bedragen in miljoenen euro's

 

Mutaties uitgaven

Mutaties ontvangsten

i

De Koning

1,1

0,3

IIA

Staten Generaal

18,4

0,0

iiB

Overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten en de Kiesraad

20,3

0,0

III

Algemene Zaken

3,2

0,4

IV

Koninkrijksrelaties

432,9

0,0

V

Buitenlandse Zaken

189,8

0,0

VI

Justitie en Veiligheid

372,6

327,2

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

2.081,4

453,3

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

0,0

121,0

IXA

Nationale Schuld

  • 8,0

1.538,8

IXB

Financiën

2.861,9

  • 12,5

X

Defensie

408,6

  • 13,1

XII

Infrastructuur en Milieu

3.285,5

7,1

XIII

Economische Zaken

400,0

1.332,8

XIV

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

291,7

245,4

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

67,8

2.069,9

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

9.923,5

369,8

XVII

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

0,0

0,0

IXI

Nationaal Groeifonds

  • 983,8

0,0

 

Sociale Verzekeringen

  • 959,1
  • 49,9
 

Zorg

401,7

  • 62,9
 

Gemeentefonds

1.569,2

0,0

 

Provinciefonds

0,5

0,0

 

Infrastructuurfonds

583,9

0,0

 

Diergezondheidsfonds

8,5

49,2

 

Accres Gemeentefonds

0,0

0,0

 

Accres Provinciefonds

0,0

0,0

 

BES fonds

7,5

0,0

 

Deltafonds

154,6

154,6

 

Defensiematerieelfonds

340,9

340,9

 

Prijsbijstelling

  • 549,3

0,0

 

Arbeidsvoorwaarden

  • 1.169,8

0,0

 

Koppeling Uitkeringen

3,0

  • 59,6
 

Algemeen

  • 1.618,1

0,0

 

Homogene Groep Internationale Samenwerking

439,2

  • 0,5

De Koning

I De Koning: UITGAVEN

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

45,7

47,2

47,2

47,2

47,2

Diversen

0,4

0,2

0,2

0,2

0,2

Technische mutaties

Rijksbegroting

0,4

0,2

0,2

0,2

0,2

Diversen

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

 

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

1,1

0,9

0,9

0,9

0,9

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

46,8

48,1

48,1

48,1

48,1

Stand Voorjaarsnota 2021

46,8

48,1

48,1

48,1

48,1

I DE KONING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

I DE KONING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Beleidsmatige mutaties Rijksbegroting

Diversen

0,3

0

0

0

0

 

0,3

0

0

0

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

0,3

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota

2021 (subtotaal)

0,3

0

0

0

0

Totaal Internationale samenwerking

         

Stand Voorjaarsnota

2021

0,3

0

0

0

0

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft onder andere de doorbelasting van de loon- en prijsbijstelling 2021 naar de begroting van de Koning vanuit andere begrotingen (Algemene Zaken en Defensie) en de doorbelasting van de aan het Kabinet van de Koning toegekende POK middelen inzake informatiehuishouding.

Technische mutaties

Diversen

De tranche 2021 van de loon- en prijsbijstelling wordt overgemaakt naar de begroting van de Koning.

Niet-belastingontvangsten

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft de eindafrekening van het in 2020 verstrekte voorschot aan het ministerie van Defensie voor het Militaire Huis.

Staten Generaal

 

IIA STATEN-GENERAAL: UITGAVEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

191,3

172,6

171,2

171,2

175

Diversen

14,2

8,1

6,4

5,9

5,8

 

14,2

8,1

6,4

5,9

5,8

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

4,2

3,8

3,7

3,7

3,8

 

4,2

3,8

3,7

3,7

3,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

18,4

11,9

10,2

9,6

9,6

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

209,6

184,5

181,4

180,8

184,6

Stand Voorjaarsnota 2021

209,6

184,5

181,4

180,8

184,6

IIA STATEN-GENERAAL: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)    3,9

3,9

3,9

3,9

3,9

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

3,9

3,9

3,9

3,9

3,9

Stand Voorjaarsnota 2021

3,9

3,9

3,9

3,9

3,9

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft diverse mutaties. Zo zijn middelen toegevoegd voor de start van een parlementair onderzoek naar discriminatie in overheidsdiensten bij de Eerste Kamer en wordt de ambtelijke ondersteuning uitgebreid en geprofessionaliseerd. Daarnaast krijgt de Tweede Kamer budget voor de bekostiging van de reguliere bedrijfsvoering en start de Tweede Kamer een parlementaire enquête naar de aardgaswinning in Groningen. Tevens zijn er een aantal opboekingen van kasschuiven die bij najaarsnota hebben plaatsgevonden verwerkt. Tot slot is de eindejaarsmarge 2020 toegevoegd aan de begroting van de Staten-Generaal.

Technische mutaties

Diversen

De tranche 2021 van de loon- en prijsbijstelling is overgemaakt naar de begroting van de Staten-Generaal

Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

 

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN EN DE KIESRAAD:

UITGAVEN

   
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

136,6

132,1

131,5

131,5

131,1

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

Hoger beroep vreemdelingen

7,8

6

5,8

4,9

4,9

 

7,8

6

5,8

4,9

4,9

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Diversen

5,7

0,2

0,2

0,2

0,2

 

5,7

0,2

0,2

0,2

0,2

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

6,8

8,7

9

9,6

9,1

 

6,8

8,7

9

9,6

9,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

20,3

14,9

15

14,7

14,2

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

156,9

147

146,5

146,2

145,2

Stand Voorjaarsnota 2021

156,9

147

146,5

146,2

145,2

 

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN EN DE KIESRAAD:

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

6

6

6

6

6

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

6

6

6

6

6

Stand Voorjaarsnota 2021

6

6

6

6

6

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Hoger Beroep Vreemdelingen

Er is sprake van een bijstelling (verhoging) van de raming voor het Hoger Beroep Vreemdelingen (HBV). Het budget voor het Hoger beroep vreemdelingen (HBV) is opwaarts bijgesteld en die wordt gedekt uit generale middelen.

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Deze post is opgebouwd uit diverse mutaties. Het betreft o.a. een structurele bijdrage van 0,2 miljoen euro voor de Kiesraad als gevolg van hogere kosten voor de dienstverleningen bijdragen aan de Kabinetten van de Gouverneurs ten behoeve van de wisselkoersveranderingen die leiden tot een beste-dingseffect Tot slot is de eindejaarsmarge 2020 toegevoegd aan de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van Gouverneurs en de Kiesraad.

Technische mutaties

Diversen

De tranche 2021 van de loon- en prijsbijstelling is overgemaakt naar de begroting Overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. Daarnaast vindt een overboeking naar de Raad van State vanuit de begroting van EZK plaats ten behoeve van de uitvoering van de Klimaatwet. Ten slotte zijn er middelen overgeboekt vanaf de begroting van BZK in het kader van de startbudgetten voor informatiehuishouding.

Algemene Zaken

 

III ALGEMENE ZAKEN: UITGAVEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

82,1

75,3

75,6

77,4

77,5

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

It uitgaven

3,3

6

5,5

5,5

5,5

Diversen

  • 1,5

4

0,5

0,5

0,5

 

1,8

10

6

6

6

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

1,4

1,3

1,3

1,6

1,6

 

1,4

1,3

1,3

1,6

1,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

3,2

11,3

7,3

7,6

7,6

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

85,3

86,6

82,9

85

85,2

Stand Voorjaarsnota 2021

85,3

86,6

82,9

85

85,2

 

III ALGEMENE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

7,1

7,1

7,1

7,1

7,1

Diversen

0,4

0,2

0,2

0,2

0,2

 

0,4

0,2

0,2

0,2

0,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

0,4

0,2

0,2

0,2

0,2

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

7,5

7,2

7,3

7,3

7,3

Stand Voorjaarsnota 2021

7,5

7,2

7,3

7,3

7,3

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

IT uitgaven

Dit betreft middelen voor het project AZ-Next en reguliere ICT-projecten. Het betreft onder andere middelen voor het verbeteren van het life-cycle-management, kosten voor licenties, kosten voor beheer, onderhoud en exploitatie van IT-systemen en de verdere professionalisering en inrichting van de IT-organisatie.

Diversen

In 2021 is 2,5 miljoen euro geraamd in het kader van het project Renovatie Binnenhof voor de tijdelijke huisvesting van AZ op het Catshuisterrein. Aangezien de tijdelijke huisvesting pas eind 2021 wordt opgeleverd naar huidige taxatie van het Rijksvastgoedbedrijf, wordt 2 miljoen euro doorgeschoven naar 2022. Daarnaast betreft deze post de middelen voor de herinrichting van de grafkelder in de Nieuwe Kerk in Delft en aanvullende middelen voor de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB).

Technische mutaties

Diversen

Dit betreft de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling naar de begroting van AZ, diverse overboekingen van en naar de begroting van AZ en de overboekingen van de POK middelen inzake informatiehuishouding.

Niet-belastingontvangsten

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft met name ontvangsten als gevolg van de doorbelasting van de loon- en prijsbijstelling 2021, de eindejaarsmarge, en de POK middelen van het Kabinet van de Koning naar de begroting van de Koning.

Koninkrijksrelaties

 

IV KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

85,9

90,3

90,3

106,9

106,9

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Eindejaarsmarge

23,3

0

0

0

0

Eindejaarsmarge wederopbouw

12,6

0

0

0

0

Eindejaarsmarge wisselkoersreserve

11,4

0

0

0

0

Investeringspakket landen: steunverlening

20

0

0

0

0

bedrijven curagao

         

Inzet eindejaarsmarge

  • 23,6

0

0

0

0

Kasschuif investeringspakket landen: kustwacht

  • 6,3

1

1,8

3,5

0

Kasschuif investeringspakket landen:

  • 10
  • 5

15

0

0

onderwijshuisvesting curagao

         

Kasschuif wederopbouwmiddelen

  • 5

5

0

0

0

Landspakket aruba art 1 veiligheid

11,8

14,3

13,5

14,1

17

Landspakket aruba carb. orgaan voor herv. en ontw.

4,5

8

9,7

9,7

9,7

Landspakket curacao art 1 veiligheid

15,7

17,7

16,6

16,4

19

Landspakket curacao carb.orgaan voor herv. en

5,7

9,3

11

11

11

ontw

         

Landspakket curacao onderwijshuisvesting

15

15

0

0

0

Landspakket sint maarten detentie

10

10

0

0

0

Landspakket sxm caribisch org. voor herv. en ontw.

4,5

8

9,7

9,7

9,7

Diversen

3,4

2,7

2,7

2,3

2,8

 

93

86

80

66,7

69,2

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Bijdrage voorwaarden 3e tranche liquiditeitssteun

  • 12

0

0

0

0

Voedselhulp derde fase

14,9

0

0

0

0

Voedselhulp 4e tranche

15,2

0

0

0

0

Diversen

  • 5,2
  • 0,1

0,2

0,6

0,6

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Lening curacao t.b.v. girobank

83,3

0

0

0

0

Leningen rentevoordeel landspakket aruba

88,5

173

0

0

0

Liquiditeitssteun aruba vijfde tranche

116,1

0

0

0

0

Voorschot liquiditeitslening 4de tranche aruba

34,8

0

0

0

0

Diversen

4,3

0

0

0

0

 

339,9

172,9

0,2

0,6

0,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

432,9

258,9

80,2

67,3

69,8

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

518,8

349,1

170,5

174,2

176,7

Totaal Internationale samenwerking

         

Stand Voorjaarsnota 2021

518,8

349,1

170,5

174,2

176,7

 

IV KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

37,9

31,1

31,1

31

31

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

37,9

31,1

31,1

31

31

Stand Voorjaarsnota 2021

37,9

31,1

31,1

31

31

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Eindejaarsmarge

Conform de begrotingsregels wordt de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting. Onderdeel hiervan zijn de wisselkoersreserve (11,4 miljoenen euros) en de onderuitputting op de wederopbouwmiddelen (12,6 miljoenen euros). De resterende negatieve eindejaarsmarge wordt veroorzaakt door wisselkoerseffecten in 2020 en zal tijdens het volgende begrotingsmoment worden ingevuld vanuit de wisselkoersreserve.

Eindejaarsmarge wederopbouw

Onderdeel van de eindejaarsmarge is de onderuitputting op de wederopbouwmiddelen (12,6 miljoenen euros).

Eindejaarsmarge wisselkoersreserve

Onderdeel van de eindejaarsmarge is de wisselkoersreserve (11,4 miljoenen euros).

Investeringspakket Landen: steunverlening bedrijven Curagao Onderdeel van de landsovereenkomst met Curagao is een reservering van maximaal 20 mln. voor steunverlening aan het bedrijfsleven.

Inzet eindejaarsmarge

Conform de begrotingsregels wordt de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting. Onderdeel hiervan zijn de wisselkoersreserve (11,4 miljoenen euros) en de onderuitputting op de wederopbouwmiddelen (12,6 miljoenen euros). De resterende negatieve eindejaarsmarge wordt veroorzaakt door wisselkoerseffecten in 2020 en zal tijdens het volgende begrotingsmoment worden ingevuld vanuit de wisselkoersreserve.

Kasschuif intensiveringspakket Landen: Kustwacht Nadere uitwerking van de plannen om het grenstoezicht te versterken in de Caribische landen van het Koninkrijk wijst uit dat om voldoende uitvoering te geven aan de plannen een ander kasritme vereist is.

Kasschuif investeringspakket Landen: Onderwijshuisvesting Curagao Onderdeel van de landsovereenkomst met Curagao is een investering van 30 mln. in onderwijshuisvesting. Door een wijziging van de instrumentkeuze voor verstrekking van deze middelen is een ander kasritme vereist.

Kasschuif Wederopbouwmiddelen

Vanwege vertraging bij wederopbouwprojecten op Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba als gevolg van COVID-19 en verlenging met een jaar van de onderzoeksperiode van de beleidsdoorlichting van artikel 8.1 die uit dit budget wordt gekostigd, komt een deel van de wederopbouwmiddelen in 2021 niet tot besteding. Deze middelen schuiven door naar 2022.

Landspakket Aruba art 1 veiligheid

Onderdeel van de landsovereenkomst met Aruba is een structurele investering in de aanpak van ondermijning en versterking van het grenstoezicht. Middelen worden onder andere verdeeld over het Recherche Samenwerkingsteam, het OM, het Gemeenschappelijk Hof, de KMAR, de Nederlandse Douane.

Landspakket Aruba Caribisch orgaan voor hervorming en ontwikkeling Voor de uitvoering van de landsovereenkomst met Aruba wordt het Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO) opgericht. Dit betreft middelen voor de organisatie, onderzoek en uitvoering van projecten.

Landspakket Curagao art 1 veiligheid

Onderdeel van de landsovereenkomst met Curagao is een structurele investering in de aanpak van ondermijning en versterking van het grens-toezicht. Middelen worden onder andere verdeeld over het Recherche Samenwerkingsteam, het OM, het Gemeenschappelijk Hof, de KMAR, de Nederlandse Douane.

Landspakket Curagao Caribisch orgaan voor hervorming en ontwikkeling Voor de uitvoering van de landsovereenkomst met Aruba wordt het Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO) opgericht. Dit betreft middelen voor de organisatie, onderzoek en uitvoering van projecten.

Landspakket Curagao onderwijshuisvesting

Onderdeel van de landsovereenkomst met Curagao is een investering van totaal 30 mln. in onderwijshuisvesting.

Landspakket Sint Maarten detentie

Onderdeel van de landsovereenkomst met Sint Maarten is versterking van de detentie. Deze incidentele impuls ziet op het detentievastgoed en op andere zaken die nodig zijn voor humane detentie zoals opleidingsmogelijkheden en resocialisatie.

Landspakket Sint Maarten Caribisch orgaan voor hervorming en ontwikkeling

Voor de uitvoering van de landsovereenkomst met Aruba wordt het Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO) opgericht. Dit betreft middelen voor de organisatie, onderzoek en uitvoering van projecten.

Diversen

Voor het ICT-project Netwerk op orde van de Shared Service Organisatie Caribisch Nederland (SSO-CN) heeft het kabinet besloten extra middelen vrij te maken. Daarnaast betreft dit middelen voor de structurele investering in de aanpak van ondermijning en versterking van het grenstoezicht als onderdeel van de landsovereenkomst met Sint Maarten.

Technische mutaties

Bijdrage voorwaarden 3e tranche liquiditeitssteun Onderdeel van de landsovereenkomsten met Aruba, Curacao en Sint Maarten is een extra toevoeging voor de uitbreiding van het aantal Fte van de Koninklijke Marechaussee. Een deel van deze middelen is nu overgemaakt naar de begroting van het ministerie van Defensie.

Voedselhulp derde fase

De voedselhulp aan Curagao, Aruba en Sint Maarten in de vorm van voedselpakketten en hygiëneproducten wordt verlengd voor de periode februari-april 2021.

Voedselhulp 4e tranche

De voedselhulp aan Curagao, Aruba en Sint Maarten in de vorm van voedselpakketten en hygiëneproducten wordt verlengd voor de periode mei-juni 2021.

Diversen

Van de beschikbaar gestelde middelen voor het Team Bestrijding Ondermijning (TBO) is 2,1 miljoenen euros naar het Ministerie van Justitie en Veiligheid overgeboekt. Daarnaast draagt Koninkrijksrelaties een bedrag van 1 miljoen euro bij aan een lening verstrekt aan Winair door het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat. Er wordt 0,7 miljoenen euros van budgetten voor het Caribisch orgaan voor hervorming en ontwikkeling (COHO) gerealloceerd naar de begroting van Binnenlandse zaken voor de verhoging van de capaciteit t.b.v. werkzaamheden voorafgaand aan oprichting van het COHO . Tot slot wordt de tranche 2021 van de loon- en prijsbijstelling overgemaakt naar de begroting van Koninkrijksrelaties.

Lening Curagao t.b.v. Girobank

Curagao ontvangt een lening om een gecontroleerd failissement van de Girobank, een lokale bank in financiële problemen, mogelijk te maken.

Leningen rentevoordeel landspakket Aruba

Als onderdeel van de landsovereenkomst met Aruba worden middelen beschikbaar gesteld om in 2021 en 2022 twee leningen te herfinancieren. Hiermee wordt gedurende de looptijd van de leningen een rentelastenverlichting van circa 40 miljoenen euros t.o.v. marktfinanciering gerealiseerd.

Liquiditeitssteun Aruba vijfde tranche

Op advies van het Collega Aruba financieel toezicht (CAft) ontvangt Aruba een vijfde tranche liquiditeitssteun.

Voorschot liquiditeitslening 4de tranche Aruba

Op advies van het Collega Aruba financieel toezicht (CAft) ontvangt Aruba een voorschot op de vierde tranche liquiditeitssteun.

Diversen

Op advies van het Collega financieel toezicht (Cft) ontvangt Sint Maarten een voorschot op de vierde tranche liquiditeitssteun.

Buitenlandse Zaken

 

V BUITENLANDSE ZAKEN: UITGAVEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

9.813,9

9.697,5

9.745,2

10.104,9

10.415,0

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Dab 10

104,9

0

0

0

0

Dab 9

40,0

0

0

0

0

Nacalculatie eu-afdrachten

45,0

0

0

0

0

 

189,9

0

0

0

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

189,8

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

10.003,8

9.697,5

9.745,2

10.104,9

10.415,0

Totaal Internationale samenwerking

1.647,4

1.525,3

1.500,3

1.561,9

1.573,5

Stand Voorjaarsnota 2021

11.651,1

11.222,9

11.245,5

11.666,8

11.988,5

V BUITENLANDSE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

     

2021 2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)    817    833,3

850

867

884,3

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

817

833,3

850

867

884,3

Totaal Internationale samenwerking

106,2

97,3

77,5

101,4

107,3

Stand Voorjaarsnota 2021

923,2

930,7

927,5

968,4

991,7

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

DAB 10

Deze mutatie van 104,9 miljoen betreft een bijstelling van de bni-afdracht voortkomend uit de Draft Amending Budget 10 (DAB10) voor een versnelling van betalingen als gevolg van de COVID-19 crisis.

DAB 9

De betalingen uit de negende aanvullende EU-begroting (DAB9 2020) zijn over de jaargrens heen geschoven en het budgettaire effect slaat daardoor niet in 2020 maar in 2021 neer.

Nacalculatie EU-afdrachten

Jaarlijks vindt naar aanleiding van o.a. de ontwikkeling van het bni een nacalculatie plaats op de EU-afdrachten. De Nederlandse naheffing over 2020 van 45 miljoen is over de jaargrens heen geschoven, waardoor het budgettaire effect in 2021 neerslaat in plaats van in 2020.

Justitie en Veiligheid

 

VI JUSTITIE EN VEILIGHEID: UITGAVEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

14.175,9

13.911,0

13.722,3

13.585,2

13.694,4

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Dekking problematiek

  • 112,6
  • 11,7
  • 11,6
  • 17,1
  • 12,9

Eindejaarsmarge

94,7

0

0

0

0

Eu-wetgeving

4,3

16,2

14,8

17,2

17

Grenzen en veiligheid

18,2

49,9

30

30

30

Interne problematiek

123,1

14,2

5,6

11,1

5,6

Kasschuiven

  • 12,4

87,3

5,9

61,6

0

Mpp

49,9

57,3

  • 52,2
  • 30,8
  • 34,4

Oda toerekening

  • 463
  • 391,4
  • 365,3
  • 366,3
  • 364,3

Pmj

208,6

226,6

225,9

218,4

218,8

Diversen

13,4

21,2

23,6

14,7

15,3

 
  • 75,8

69,6

  • 123,3
  • 61,2
  • 124,9

Technische mutaties

Rijksbegroting

Corona-gerelateerde kosten

100

0

0

0

0

Loonbijstelling 2021-2026

241,6

239,6

236,4

234,4

236,5

Prijsbijstelling 2021-2026

56,7

55,6

55,1

54,2

54,5

Tijdelijke coronabanen

60

0

0

0

0

Diversen

  • 9,9
  • 29,4
  • 27,8
  • 25,2
  • 24,7
 

448,4

265,8

263,7

263,4

266,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

372,6

335,2

140,4

202,2

141,4

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

14.548,5

14.246,2

13.862,7

13.787,4

13.835,8

Totaal Internationale samenwerking

299,6

342,7

335,0

332,9

328,2

Stand Voorjaarsnota 2021

14.848,1

14.588,9

14.197,7

14.120,3

14.164,0

VI JUSTITIE EN VEILIGHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

1.574,1

1.575,7

1.585,5

1.596,1

1.578,2

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

Abn amro schikking boetedeel

300

0

0

0

0

 

300

0

0

0

0

Beleidsmatige mutaties

         
 

VI JUSTITIE EN VEILIGHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

Mpp

74,9

0

0

0

0

Diversen

  • 5,6

1,2

0,5

  • 6,3
  • 5,9
 
  • 4,7

9,7

19,5

20,5

32,3

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

31,9

0

0

0

0

 

31,9

0

0

0

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

327,2

9,7

19,5

20,6

32,3

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

1.901,3

1.585,4

1.605,0

1.616,7

1.610,5

Totaal Internationale samenwerking

 

Mpp

74,9

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2021

1.901,3

1.585,4

1.605,0

1.616,7

1.610,5

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Dekking problematiek

Dit betreft meerdere maatregelen, met name de inzet van de eindejaarsmarge van 2020, ruimte op het Nog onverdeeld artikel en vrijval op het budget van dwangsommen IND.

Eindejaarsmarge

Conform de begrotingsregels wordt de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting van Justitie en Veiligheid (JenV). De reguliere onderuitputting (excl. HGIS) in 2020 was 94,7 miljoen euro en bestond uit een groot aantal mutaties. Een grote meevaller heeft zich voorgedaan op het dossier rechtsbijstand (26 miljoen euro). Conform de afspraak in TK-brief d.d. 9 november 2018 (Kamerstuk 31 753, nr. 155) blijft dit bedrag beschikbaar voor de rechtsbijstand. De eindejaarsmarge wordt ingezet ter dekking van interne problematiek en is onderdeel van de reeks 'Dekking problematiek'.

EU-wetgeving

JenV maakt kosten voor Europese wetgeving, waaronder voor het Europese Grens- en Kustwacht Agentschap (EGKWA), slachtofferbeleid en het UBO-register. Het UBO-register is een register waar alle 'Ultimate Beneficial Owners' of 'uiteindelijk begunstigden' van een vennootschap of andere juridische entiteit in geregistreerd staan.

Grenzen en veiligheid

JenV maakt kosten voor Europese wetgeving in het kader van Grenzen en Veiligheid. De implementatiekosten van de EU-wetgeving Grenzen en Veiligheid voor de jaren 2021 en 2022 bedragen in totaal 68 miljoen euro. Vanaf 2023 is 30 miljoen euro per jaar beschikbaar.

Interne problematiek

De interne problematiek van JenV bestaat uit meerdere posten, waaronder het aanvullen van het eigen vermogen van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van 28,7 miljoen euro en een tegenvaller bij de Raad voor de Kinderbescherming van 16 miljoen euro in 2021.

Kasschuiven

Dit betreft onder andere een kasschuif op Inkoop Max, een vroegpensioen-regeling van de politie, en een kasschuif bij DJI ter dekking van frictiekosten in verband met de afbouw van cellen in voorgaande jaren. Naast deze grotere kasschuiven bestaat deze post uit een vijftal kleinere kasschuiven bij de Raad voor de Rechtsbijstand, de Raad voor de Rechtspraak, vervolging en berechting van MH17-verdachten, DJI en DG Straffen en Beschermen.

MPP

Als gevolg van de coronapandemie kenmerkt de asielraming (de MPP) zich door veel onzekerheden. Op basis van het gekozen (medium) MPP scenario wordt een lagere asielinstroom verwacht en dit zorgt voor (structurele) meevallers in de asielopvang bij het COA. Een deel van deze meevaller betreft kosten voor eerstejaars asielopvang en wordt teruggestort naar het ODA-budget van BHOS. Aan het COA wordt reservecapaciteit toegekend om te borgen dat het COA bij een onverwacht hogere asielinstroom doelmatig kan opschalen. Bij de IND worden hogere kosten die eerder niet structureel verwerkt zijn, structureel gemaakt. De meevallers bij o.a. het NIDOS en het COA worden ingezet ter dekking van tegenvallers in de asielketen en overige problematiek op de JenV-begroting.

ODA-toerekening

Een deel van de kosten van de opvang van eerstejaars asielzoekers uit ontwikkelingslanden wordt toegerekend aan ODA. Er is sprake van een technische aanpassing, waardoor de toerekening aan ODA voortaan direct zichtbaar wordt binnen de HGIS.

PMJ

Het Prognosemodel Justitiële ketens (PMJ) van het WODC raamt de capaci-teitsbehoefte in de justitiële keten. Deze ramingen zijn gebaseerd op de huidige bezettingscijfers gecombineerd met o.a. demografische en maatschappelijke ontwikkelingen. De ramingen voor komende jaren laten een forse stijging in capaciteitsbehoefte en hieruit volgende stijging in de uitgaven zien. Net zoals vorig jaar vinden de hoogste stijgingen plaats bij DJI in het gevangeniswezen, de forensische zorg en de justitiële jeugdinrichtingen. De PMJ-raming is tot en met 2022 in lijn met de raming verwerkt en vervolgens op het niveau van 2022 doorgetrokken voor de jaren 2023 en verder.

Diversen

De post diversen bestaat uit meerdere mutaties. De grootste mutatie betreft een mutatie met betrekking tot de kwijtschelding van publieke schulden. Het kabinet heeft, als onderdeel van de Toeslagenherstelactie, besloten om de publieke schulden van de gedupeerden kwijt te schelden zodat de ouders met een schone lei verder kunnen. De kwijtschelding van de publieke schulden leidt tot uitvoeringskosten (8,8 miljoen euro in 2021) bij de organisaties Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) van het ministerie van JenV (Kamerstuk 35 800, nr.1 en nr. 2). Een andere grote mutatie betreft een mutatie met betrekking tot Commissie Joustra. Op 8 februari presenteerde de Commissie Joustra haar rapport over de rol en verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid bij interlandelijke adoptie. Één van de aanbevelingen uit het rapport was het oprichten van een expertisecentrum om geadopteerden bij te staan in hun zoektocht naar hun afkomst. JenV zal een expertisecentrum oprichten van 2021 tot en met 2026. Hiervoor is cumulatief 36,4 miljoen euro beschikbaar.

Technische mutaties

Corona gerelateerde kosten

Voor het opvangen van de extra kosten die JenV maakt voor beschermingsmiddelen en maatregelen, kosten voor het inhalen van achterstanden en compensatie van lagere ontvangsten als gevolg van de coronacrisis komt voor 2021 een bedrag beschikbaar van 100 miljoen euro aanvullend op het bedrag van 40 miljoen euro waarover reeds bij de begrotingsbesluit-vorming vorig jaar is besloten.

Loonbijstelling

De tranche 2021 voor de loonbijstelling wordt overgemaakt naar de departementale begroting.

Prijsbijstelling

De tranche 2021 voor de prijsbijstelling wordt overgemaakt naar de departementale begroting.

Tijdelijke coronabanen

Om toezicht- en handhavingsorganisaties te ondersteunen wordt 60 miljoen euro beschikbaar gesteld aan de gemeenten voor tijdelijke coronabanen. Hiermee kunnen ongeveer 3.800 voltijds fte extra tijdelijke coronabanen in het toezicht en de handhaving gecreëerd worden. Te denken valt aan onder andere straatcoaches in de openbare ruimte. Daarnaast kan gedacht worden aan de inzet van tijdelijk extra mensen voor bestuursrechtelijk handhaven van relatief eenvoudige taken zoals het verwijderen van fietsen of huisvuil-zakkencontrole; taken waarbij geen contact nodig is met overtreders. De toezichthouders nemen daarmee een deel van de taken van boa's en politiemensen uit handen, waardoor die laatsten zich kunnen richten op hun taken rondom de bestuursrechtelijke handhaving en in het bijzonder handhaving van de coronamaatregelen.

Diversen

De post diversen bestaat uit meerdere mutaties, waaronder overboekingen naar andere departementen. Een voorbeeld hiervan is een overboeking naar het Ministerie van Financiën voor het Multidisciplinair Interventie Team (MIT) van 14,9 miljoen euro in 2021.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

ABN AMRO schikking boetedeel

Het OM en ABN AMRO zijn een transactie overeengekomen van 480 miljoen nadat ABN AMRO is tekortgeschoten in het bestrijden van witwassen. De transactie bestaat uit een boetedeel (300 miljoen euro) en een ontne-mingsdeel (180 miljoen euro). Het boetedeel valt op de begroting van Justitie en Veiligheid onder de boeten en transactieontvangsten. Deze meevaller van 300 miljoen euro wordt verwerkt in de Voorjaarsnota.

Beleidsmatige mutaties

Boeten en transacties

De ontvangsten uit Boeten en Transacties zijn een generaal dossier op de JenV-begroting. Conform afspraak stelt JenV jaarlijks een raming voor deze ontvangsten op en worden de budgettaire gevolgen bij voorjaarsbesluit-vorming verwerkt. In 2021 leidt dit tot een tegenvaller en voor 2022 e.v. leidt dit tot meevallers. Voor het jaar 2021 is een inschatting gemaakt van het effect van de coronamaatregelen op de raming van de boeteontvangsten. Gedurende het jaar zal gemonitord moeten worden hoe de ontvangsten zich ontwikkelen. In de raming van 2022 e.v. is geen rekening gehouden met corona.

MPP

Als gevolg van de coronapandemie kenmerkt de asielraming (de MPP) zich door veel onzekerheden. Op basis van het gekozen (medium) MPP scenario wordt een lagere asielinstroom verwacht en dit zorgt voor (structurele) meevallers in de asielopvang bij het COA. Deze post betreft de meevallers in de afrekening bij het NIDOS en het COA en worden ingezet ter dekking van tegenvallers in de asielketen en overige problematiek op de JenV-begroting.

Diversen

De post diversen bestaat uit een tweetal mutaties. De gevolgen van de PMJ-raming bij de griffierechten en administratiekosten CJIB zijn verwerkt voor 2022 en verder. De tweede mutatie betreft de verwerking van de verwachte derving van ontvangsten bij het CJIB als gevolg van de kwijtschelding van publieke schulden (Kamerstuk 35 800, nr.1 en nr. 2).

Technische mutaties

Diversen

De post diversen bestaat uit meerdere mutaties. De grootste mutatie betreft een afrekening van de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). In 2020 is 69,3 miljoen euro voor de aanschaf van PBM's toegekend. Bij voorjaarsnota 2021 is 25,9 miljoen euro teruggeboekt naar het Ministerie van Financiën, onder andere door lagere kostprijzen dan geraamd.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

 

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES:

UITGAVEN

     
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

6.642,4

6.158,1

6.055,6

6.096,4

6.230,1

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

Huurtoeslag

64,6

65,2

51,1

35,7

31,4

 

64,6

65,2

51,1

35,7

31,4

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Btw-component 2020

43,7

0

0

0

0

Dekking uit eindejaarsmarge

  • 49,1

0

0

0

0

Kasschuif paw proeftuinen

19

6

  • 10
  • 5

0

Kasschuif sah

  • 18,4
  • 32,2
  • 35,4

20

28

Kasschuif seeh (urgenda 1.0)

42

0

0

0

0

Kasschuif urgenda mkb

  • 20

20

0

0

0

Kasschuif woningbouwimpuls

200

  • 100
  • 100

0

0

Kwijtschelden publieke schulden

0

160

70

0

0

Negatieve eindejaarsmarge 2020

  • 149,5

0

0

0

0

Raming btw-component versterkingsoperatie groningen

56

105

105

105

105

Realisatie huurtoeslag 2020

60,9

0

0

0

0

Technische correctie gemeentefonds

15,6

0

0

0

0

Diversen

35,5

  • 0,9

0,6

1,5

  • 9,1
 

235,7

157,9

30,2

121,5

123,9

Technische mutaties

Rijksbegroting

Bestuursakkoord groningen 2021

385,6

0

0

0

0

Derde tranche woningbouwimpuls

0

100

100

0

0

Doorbouwplan scholen

100

0

0

0

0

Informatiehuishouding en actieve openbaarmaking

104

151

152

127

127

Nationaal programma groningen

60

0

0

0

0

Ontvangsten nam q3 en q4 2020

79,8

0

0

0

0

Overdracht pachtboerderijen

31,1

0

0

0

0

Prijsbijstelling

41,6

25,4

19,2

15,9

15,9

Raming versterkingsoperatie groningen art 10

246,6

636

636

636

636

Raming versterkingsoperatie groningen art 11

97,4

90

90

90

90

Uitvoering specifieke opdrachten doc-direkt

40,7

0

0

0

0

Versterkingsoperatie groningen batch 1588 tweede tranche

44

0

0

0

0

Volkshuisvestingsfonds

450

0

0

0

0

Diversen

84,5

21,4

18,1

20,2

20,4

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Diversen

15,9

0

0

0

0

 

1.781,2

1.023,8

1.015,3

889,1

889,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

2.081,4

1.246,9

1.096,6

1.046,3

1.044,5

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

8.723,9

7.404,9

7.152,2

7.142,7

7.274,6

Totaal Internationale samenwerking

0,5

0,6

0,7

0,2

0,2

Stand Voorjaarsnota 2021

8.724,4

7.405,5

7.152,9

7.142,9

7.274,8

 

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES:

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

   
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

666,4

608,5

607,6

571,1

560,7

 

2021

2022

2023

2024

2025

Mee- en tegenvallers

         

Rijksbegroting

         

Huurtoeslag

  • 32,2
  • 33,8
  • 36,9
  • 33,4
  • 30,3
 
  • 32,2
  • 33,8
  • 36,9
  • 33,4
  • 30,3

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Kasschuif ontvangsten nam

  • 172
  • 191

0

0

0

Surplus 2020 rvb

28,9

0

0

0

0

Diversen

  • 19,9
  • 8
  • 2
  • 1

0

 
  • 163
  • 199
  • 2
  • 1

0

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Ontvangsten nam q3 en q4 2020

207,3

0

0

0

0

Overdracht pachtboerderijen

31,1

0

0

0

0

Raming versterkingsoperatie groningen art 10

246,6

636

636

636

636

Raming versterkingsoperatie groningen art 11

97,4

90

90

90

90

Uitvoering specifieke opdrachten doc-direkt

40,7

0

0

0

0

Diversen

25,4

  • 4,5
  • 1,8

0

0

 

648,5

721,5

724,2

726

726

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

453,3

488,7

685,3

691,6

695,7

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

1.119,7

1.097,2

1.292,9

1.262,7

1.256,4

Totaal Internationale samenwerking

         

Stand Voorjaarsnota 2021

1.119,7

1.097,2

1.292,9

1.262,7

1.256,4

Uitgaven

mee- en tegenvallers

Huurtoeslag

Op basis van de ramingen van het Centraal Planbureau (CEP) en de uitvoe-ringscijfers van de Belastingdienst is de raming voor de huurtoeslag bijgesteld. De uitgaven voor de huurtoeslag vallen grotendeels als gevolg van de coronacrisis hoger uit. Dit komt vooral door een hogere werkeloosheid en een lagere inkomensontwikkeling.

Beleidsmatige mutaties

Btw-component 2020

Op grond van het Akkoord op Hoofdlijnen is de btw-component over de uitgaven in het kader van de versterkingsoperatie Groningen voor rekening van de Staat, deze kosten kunnen niet worden doorbelast aan de NAM. Deze toevoeging aan de begroting van BZK betreft de compensatie voor de btw-component over de versterkingsoperatie uitgaven in 2020. De dekking voor deze compensatie is deels gevonden op de aanvullende post.

Inpassen negatieve eindejaarsmarge 2020

Op de begroting van BZK heeft over 2020 een overschrijding van per saldo circa 149,5 miljoen plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in een even hoge negatieve eindejaarsmarge (EJM). Deze negatieve EJM bestaat voor een groot deel uit een overschrijding op het dossier Groningen, die per saldo circa 123,5 miljoen is. Miljoen. Daarnaast is de negatieve EJM voornamelijk het gevolg van overschrijdingen op de huurtoeslag (60,9 miljoen) en de woningbouwimpuls (14,2 miljoen).

Dekking uit eindejaarsmarge

De overschrijding op de begroting van BZK miljoen in 2020 wordt gecorrigeerd voor de overschrijdingen op de budgetten van Groningen (circa 123,5 miljoen), de Huurtoeslag (60,9 miljoen) en de Woningbouwimpuls (14,2 miljoen). Na deze correcties op de negatieve EJM, resteert er een positieve EJM van circa 49,1 miljoen De EJM wordt deels ingezet voor diverse problematiek binnen de BZK-begroting en een deel valt toe aan het generale beeld.

Ksschuif PAW proeftuinen

Op de BZK-begroting staan middelen voor de derde tranche proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) en de deals aardgasvrije wijken. Vanwege voortschrijdend inzicht en de aanpassing van het oorspronkelijke bestedingsplan is een ander kasritme benodigd en worden deze middelen in dit kasritme gezet.

Kasschuif SAH

De beschikbare middelen voor de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) worden in het juiste kasritme gezet op basis van de prognose van RVO. Uitbetaling van de middelen loopt naar verwachting tot en met 2028.

Kasschuif SEEH (urgenda 1.0)

Een deel van de Urgenda middelen voor de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) is in 2020 niet meer tot betaling gekomen. Deze middelen zijn reeds bij 2e suppletoire begroting 2020 afgeboekt en worden nu weer toegevoegd aan de begroting van BZK.

Kasschuif Urgenda MKB

Voor de ontzorgingsregeling die zicht richt op de op het realiseren van reductie van CO2-uitstoot van kleine mkb'ers, worden middelen uit 2021 doorgeschoven naar 2022. Op deze manier heeft de doelgroep voldoende tijd om gebruik te maken van de regeling en kunnen aanvragen die eind 2021 worden ingediend nog in behandeling worden genomen.

Kasschuif woningbouwimpuls

Dit betreft de middelen voor de derde tranche van de woningbouwimpuls. De middelen worden vanaf de aanvullende post overgeboekt naar de begroting van BZK en middels deze kasschuif in het juiste ritme gezet.

Kwijtschelden publieke schulden

Medeoverheden schelden schulden kwijt van gedupeerden van de toeslagenaffaire en ontvangen compensatie voor de uitgaven en de derving van inkomsten (incl. uitvoeringskosten) o.b.v. nacalculatie. De kosten zijn momenteel nog onzeker en worden ingeschat op circa 230 miljoen.

Raming btw-component versterkingsoperatie Groningen Op grond van het Akkoord op Hoofdlijnen is de btw-component over de uitgaven in het kader van de versterkingsoperatie Groningen voor rekening van de Staat, deze kosten kunnen niet worden doorbelast aan de NAM. Dit betreft de raming voor de btw-component over de uitgaven in het kader van de versterkingsoperatie. Deze raming wordt nu meerjarig opgeboekt op de begroting van BZK

Negatieve eindejaarsmarge 2020

Op de begroting van BZK heeft over 2020 een overschrijding van per saldo circa 149,5 miljoen plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in een even hoge negatieve eindejaarsmarge (EJM). Deze negatieve EJM bestaat voor een groot deel uit een overschrijding op het dossier Groningen, die per saldo circa 123,5 miljoen is. Daarnaast is de negatieve EJM voornamelijk het gevolg van overschrijdingen op de huurtoeslag (60,9 miljoen) en de woning-bouwimpuls (14,2 miljoen).

Realisatie huurtoeslag

Dit betreft de realisatie van de huurtoeslag 2020. Er is sprake van een overschrijding van het budget van 60,9 miljoen euro ten opzichte van de budgetstand bij 2e suppletoire begroting 2020. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door hogere uitgaven en lagere ontvangsten. Er is 45,1 miljoen euro meer uitgegeven als gevolg van hogere voorschotten en meer nabetalingen. Aan de ontvangstenkant is er 15,8 miljoen euro minder binnengekomen als gevolg van een milder terugvorderingsbeleid dat wordt gehanteerd in verband met de COVID-19 crisis. Deze overschrijding wordt generaal gedekt.

Technische correctie gemeentefonds

Tussen 1997 en 2006 is een verschil ontstaan tussen het verplichtingenbudget en het kasbudget in het gemeentefonds. Een deel van dit verschil is bij NJN 2020 opgelost binnen het gemeentefonds. Het restant wordt nu gecorrigeerd met een bijdrage via de BZK-begroting naar het gemeentefonds, waarvoor middelen worden toegevoegd aan begroting van BZK.

Diversen

Dit betreft veel verschillende mutaties. Zo worden er middelen toegevoegd aan de BZK begroting voor overlopende posten op de diverse begrotingsartikelen. Daarnaast zijn bij 2e suppletoire begroting 2020 middelen voor de subsidie hybride opties (Urgenda 2.0) afgeboekt en deze middelen worden nu weer opgeboekt op de BZK-begroting. Ook worden er middelen toegevoegd ter dekking van het amendement Arib en worden deze middelen middels een kasschuif in het juiste ritme gezet. Tevens is de dekking van het amendement Lodders onderdeel van deze post diversen. Verder betreft het onder andere middelen voor uitbreiding van het compen-satiepakket Zeeland in het kader van Evides, voor de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) en voor het beheer van Digitaal Stelsel Omgevingswet en het Serviceteam Rijk. In 2020 zijn de budgetten voor de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP) en Subsidieregeling (SEEH) overschreden. Deze overschrijdingen worden in mindering gebracht op de budgetten voor 2021. Tot slot wordt het surplus eigen vermogen van de Dienst van de Huurcommissie over 2020 ingezet voor een extra bijdrage aan DHC in 2021 voor kosten als gevolg van diverse wetswijzigingen die in 2021 van kracht worden.

Technische mutaties

Batch 1588-middelen t.b.v. 2e tranch

Vanaf de aanvullende post zijn middelen overgeboekt voor de tweede tranche van de versterking van 1588 adressen in Groningen.

Bestuursakkoord Groningen 2021

Voor de uitvoering van het Bestuursakkoord Groningen in 2021 worden middelen toegevoegd aan de begroting van BZK. De middelen voor de jaren 2022 e.v. zijn op de aanvullende post geboekt.

Derde tranche woningbouwimpuls

Dit betreffen de middelen voor de derde tranche van de woningbouwimpuls. De middelen worden vanaf de aanvullende post overgeboekt naar de begroting van BZK en dan via een kasschuif in het juiste ritme gezet.

Doorbouwplan scholen (SUVIS)

In 2020 is er 100 miljoen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van het binnenklimaat van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs. Bij de 2e suppletoire begroting 2020 is 40 miljoen doorgeschoven naar 2021. Deze middelen worden nu weer toegevoegd aan de BZK-begroting. In totaal komt er nu via de regeling specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) van het Ministerie van BZK in 2021 100 miljoen beschikbaar voor de verbetering van het binnenklimaat in schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs.

Informatiehuishouding en actieve openbaarmaking

De middelen die in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag zijn gereserveerd voor het structureel verbeteren van de informatiehuishouding en actieve openbaarmaking worden aan de BZK-begroting toegevoegd. Een deel van de middelen wordt op een later moment vanaf de BZK-begroting doorverdeeld naar andere departementen.

Nationaal Programma Groningen

In 2020 is 60 miljoen aan middelen voor het Nationaal Programma Groningen (NPG) niet meer tot betaling gekomen. Het betreft middelen voor de projecten Toukomst en de programmaplannen van de gemeenten en de provincie. De middelen worden toegevoegd aan het budget voor 2021.

Ontvangsten NAM Q3 en Q4 2020

Op het Groningen dossier is over 2020 een negatieve eindejaarsmarge (EJM) gerealiseerd van circa 123,5 miljoen De negatieve EJM wordt gedekt middels de inzet van de compensatie voor de btw-component 2020 en de nog te ontvangen bijdragen van de NAM voor Q3 en Q4 2020. Dit betreft de dekking vanuit de ontvangsten Q3 en Q4 2020 op artikel 10 en artikel 11.

Overdracht pachtboerderijen

In 2021 worden de pachtboerderijen door BZK verkocht aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Afgelopen jaar zijn de pachtboerderijen getaxeerd en de overnamesom is uitgekomen op een bedrag van 31,1 miljoen Dit bedrag zal het RVB aan BZK betalen. Met deze middelen zal BZK vervolgens het herstelprogramma van de pachtboerderijen financieren en worden de pachtboerderijen door het RVB resultaatneutraal overgenomen.

Prijsbijstelling

De tranche 2021 van de prijsbijstelling wordt overgeheveld naar de begroting van de BZK.

Raming versteringsoperatie Groningen art. 10

Dit betreft de meerjarige raming voor de uitgaven die direct gerelateerd zijn aan de versterkingsopgave in Groningen op begrotingsartikel 10 van de begroting van BZK. Tegenover deze uitgaven staan ontvangsten van de NAM. De raming voor de versterkingsoperatie zal komende maanden verder geactualiseerd worden.

Raming versterkingsoperatie Groningen art. 11

Dit betreft de meerjarige raming voor de uitvoeringskosten van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) die gerelateerd zijn aan de versterkings-opgave in Groningen op begrotingsartikel 11 van de begroting van BZK. Tegenover deze uitgaven staan ontvangsten van de NAM. De raming voor de versterkingsoperatie zal komende maanden verder geactualiseerd worden.

Uitvoering specifieke opdrachten Doc-Direkt

Dit betreft een desaldering voor de uitvoering van specifieke opdrachten door Doc-Direkt. De desaldering wordt jaarlijks bij 1e suppletoire begroting verwerkt.

Volkshuisvestingsfonds

Dit betreft een overboeking naar de begroting van BZK voor het in 2021 ingerichte Volkshuisvestingsfonds. Middels een specifieke uitkering worden de middelen uitgekeerd aan gemeenten om de woningvoorraad te herstructureren en de leefbaarheid te verbeteren. Het Volkshuisvestingsfonds is geen begrotingsfonds als bedoeld in de Comptabiliteitswet 2016.

Diversen

Dit betreft veel diverse mutaties. Zo worden de in 2020 niet-bestede middelen op het Groningendossier weer toegevoegd aan de begroting van BZK. Het betreft onder andere middelen voor Batch 1588, projecten Appingedam en het woonbedrijf. Daarnaast worden middelen vanaf de aanvullende post overgeheveld naar de begroting van BZK voor onder andere Kenniswerf (compensatiepakket Zeeland) en Batch 1588 (Groningen). Ook vinden er diverse overboekingen met andere begrotingshoofdstukken plaats. Zo worden er middelen overgeheveld naar het Ministerie van EZK voor een ophoging van de Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing (ISDE) in het kader van het subsidiëren van de aansluiting van particuliere koopwoningen op een warmtenet. Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag zijn middelen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de informatiehuishouding. Een deel van deze middelen wordt nu overgeheveld naar diverse departementen, zodat zij kunnen starten met het opzetten van een team en een businesscase. Het restant van de middelen zal in het najaar worden overgeboekt naar de departementen op basis van de door departementen ingediende bestedingsplannen. Voor het digitaal hulpmiddel uitslagbere-kening worden middelen overgeheveld naar de begroting van de Kiesraad. Ook worden er middelen overgeheveld naar het gemeentefonds voor het oplossen van het eerder ontstane verschil tussen het verplichtingenbudget en het uitgavenbudget. Er vindt eveneens een afdracht aan het btw-compen-satiefonds plaats voor diverse projecten van het Nationaal Programma Groningen (NPG). Verder betreft het de jaarlijkse desaldering voor de dienstverleningsovereenkomsten (DVA's) van de Shared Service Organisaties. Tot slot wordt de tranche 2021 van de loonbijstelling overgeheveld naar de begroting van BZK.

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Diversen

Dit betreft een actualisatie van de in 2021 te betalen vennootschapsbelasting over de generale ontvangsten

Totaal internationale samenwerking

Dit betreft HGIS middelen. Deze worden toegelicht in de verticale toelichting van de HGIS.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Huurtoeslag

Op basis van de ramingen van het Centraal Planbureau (CEP) en de uitvoe-ringscijfers van de Belastingdienst is de raming voor de huurtoeslag bijgesteld. Er zijn lagere ontvangsten bij de huurtoeslag. In verband met de coronacrisis is er een milder incassoregime. Daarnaast zijn er minder en lagere terugvorderingen als gevolg van het eerder in het proces controleren van aanvragen door de Belastingdienst. Tevens leidt de uitvoering van het amendement Lodders tot lagere ontvangsten.

Beleidsmatige mutaties

Kasschuif ontvangsten NAM

Doordat de uitgaven van de versterkingsoperatie achteraf aan de NAM worden gedeclareerd, lopen de ontvangsten vanuit de NAM achter op de uitgaven. Middels een kasschuif worden de ontvangsten in een kasritme gezet dat beter aansluit bij het verwachte ontvangstritme.

Surplus 2020 RVB

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) laat over 2020 een positief resultaat zien. Dit positieve resultaat is veroorzaakt door incidentele vastgoedresultaten. De belangrijkste zijn een positief verkoopresultaat van 15,9 miljoen en een terugneming van een waardeverminderingsverlies van 11,4 miljoen vanwege het terugnemen van een object in de strategische voorraad. De toevoeging van het resultaat aan het eigen vermogen leidt tot een surplus. Conform de Regeling Agentschappen wordt het surplus afgeroomd door de eigenaar. De middelen worden voornamelijk ingezet ter dekking van diverse problematiek binnen begrotingsartikel 9 van de BZK-begroting.

Diversen

Dit betreft verschillende mutaties, waaronder het afromen van het surplus eigen vermogen van diverse agentschappen (DHC, FMH, SSC-ICT en UBR). Daarnaast worden de ontvangstenramingen voor ingebruikgevingen en vervreemding neerwaarts bijgesteld. Ook de ontvangstenraming van Doc-Direkt wordt neerwaarts bijgesteld als gevolg van productieverlies door de coronamaatregelen. Verder betreft het de afrekening 2020 van de voorschotten aan het Rijksvastgoedbedrijf. Tot slot betreft het een verlaging van de ontvangstenraming van de huurtoeslag. Ouders die in aanmerking komen voor een herstelregeling kinderopvangtoeslag krijgen de nog openstaande schulden bij de overheid kwijtgescholden. Naar de huidige inzichten bedragen de kosten bij de huurtoeslag daarvan circa 25 miljoen De ontvangstenraming van de huurtoeslag wordt hiervoor naar beneden bijgesteld.

Technische mutaties

Ontvangsten NAM Q3 en Q4 2020

Dit betreft de nog te ontvangen bijdrage van de NAM voor de versterkingsoperatie uitgaven in het 3e en 4e kwartaal van 2020. Doordat de uitgaven voor de versterkingsoperatie achteraf aan de NAM worden gedeclareerd, loopt het ritme van de uitgaven en ontvangsten niet gelijk.

Overdracht pachtboerderijen

In 2021 worden de pachtboerderijen door BZK verkocht aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Afgelopen jaar zijn de pachtboerderijen getaxeerd en de overnamesom is uitgekomen op een bedrag van 31,1 miljoen Dit bedrag zal het RVB aan BZK betalen. Met deze middelen zal BZK vervolgens het herstelprogramma van de pachtboerderijen financieren en worden de pachtboerderijen door het RVB resultaatneutraal overgenomen.

Raming versterkingsoperatie Groningen art 10

Dit betreft de meerjarige raming voor de uitgaven die direct gerelateerd zijn aan de versterkingsopgave in Groningen op begrotingsartikel 10 van de begroting van BZK. Tegenover deze uitgaven staan ontvangsten van de NAM. De raming voor de versterkingsoperatie zal komende maanden verder geactualiseerd worden.

Raming versterkingsoperatie Groningen art. 11

Dit betreft de meerjarige raming voor de uitvoeringkosten van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) die gerelateerd zijn aan de versterkingsopgave in Groningen op begrotingsartikel 11 van de begroting van BZK. Tegenover deze uitgaven staan ontvangsten van de NAM. De raming voor de versterkingsoperatie zal komende maanden verder geactualiseerd worden.

Uitvoering specifieke opdrachten Doc-Direkt

Dit betreft een desaldering voor de uitvoering van specifieke opdrachten door Doc-Direkt. De desaldering wordt jaarlijks bij 1e suppletoire begroting verwerkt.

Diversen

Dit betreft een aantal verschillende mutaties, waaronder de jaarlijkse desaldering voor de dienstverleningsovereenkomsten (DVA's) van de Shared Service Organisaties. Daarnaast betreft het de bijdrage van de SSO's voor P&O-werkzaamheden.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

 

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

  • UITGAVEN
       
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

43.620,1

44.057,3

44.499,0

44.376,0

44.445,7

Tegenvaller studiefinanciering referentieraming uitgaven (r)

  • 14,0

85,5

73,6

82,7

99,2

Tegenvaller studiefinancieringsraming uitgaven (r)

71,2

22,6

11,2

15,7

20,6

Diversen

  • 9,3

2,9

  • 7,0
  • 6,5
  • 5,7
 

47,9

111

77,8

91,9

114,1

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Eindejaarsmarge

149,7

0

0

0

0

Extensivering npoa

0

0

  • 3,8
  • 40
  • 40

Intensivering npoa

0

16,5

92

40

40

Inzet eindejaarsmarge

  • 58,8

0

0

0

0

Inzet eindejaarsmarge tekort npoa

  • 90,9

0

0

0

0

Kwijtschelden schulden toeslagouders

252,5

0

0

0

0

Nieuwkomers oda middelen labelen als hgis

  • 41,2
  • 37,4
  • 35,4
  • 34,5
  • 34,5

Referentieraming

  • 72,1

418,8

562,1

606,8

636,5

Diversen

15,7

  • 2,5

1,2

  • 1,5
  • 1,4
 

154,9

395,4

616,1

570,8

600,6

Technische mutaties

Rijksbegroting

Covid-19 continuïteit en extra hulp voor de klas

210

0

0

0

0

Covid-19 nationaal programma onderwijs

3.018,40

3.757,00

892,6

0

0

Covid-19 sneltesten

210,3

0

0

0

0

Covid-19 tweede steunpakket cultuur

249

0

0

0

0

Covid-19 vierde steunpakket cultuur

70

0

0

0

0

Loonbijstelling tranche 2021

697,3

692

698,2

694,9

695

Prijsbijstelling tranche 2021

180

195,4

198

197,7

198,6

Diversen

193,1

25,9

20,5

20,1

7,1

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Meevaller studiefinancieringsraming uitgaven (nr)

  • 198
  • 137,7
  • 163,9
  • 184,7
  • 200,7

Npo halvering collegegeldkrediet

  • 55
  • 110

0

0

0

Prijsbijstelling tranche 2021 (nr)

51,8

52,5

53,1

53,5

53,9

Tegenvaller studiefinanciering referentieraming uitgaven (nr)

198,1

301,4

367,4

358,7

340,8

Diversen

0

0

0

0

0

 

4.825,0

4.776,5

2.065,9

1.140,2

1.094,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

5.027,9

5.282,9

2.759,8

1.803,1

1.809,4

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

48.648,0

49.340,2

47.258,8

46.179,1

46.255,1

Totaal Internationale samenwerking

106,0

102,3

100,3

99,1

97,7

Stand Voorjaarsnota 2021

48.754,0

49.442,5

47.359,1

46.278,2

46.352,8

 

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

  • NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

1.445,0

1.513,0

1.563,3

1.629,4

1.688,3

Tegenvaller studiefinancieringsraming ontvangsten

  • 15,7
  • 26,5
  • 28,2
  • 35,9
  • 41,5

(r)

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

Diversen

26,4

22,8

27,8

18,1

9,5

 

10,7

  • 3,7
  • 0,4
  • 17,8
  • 32

Technische mutaties

Rijksbegroting

Covid-19 nationaal programma onderwijs

  • 75
  • 65

0

0

0

Diversen

27,6

0

0

0

0

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Meevaller studiefinancieringsraming ontvangsten (nr)

157,7

175,3

181,8

175,8

169

 

110,3

110,3

181,8

175,8

169

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

121

106,5

181,5

157,9

137

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

1.566,0

1.619,5

1.744,8

1.787,3

1.825,3

Stand Voorjaarsnota 2021

1.566,0

1.619,5

1.744,8

1.787,3

1.825,3

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Tegenvaller studiefinanciering referentieraming uitgaven (r)

De referentieraming tegenvaller op de relevante uitgaven van artikel 11 komt door hogere studentenaantallen. In 2021 is er wel een meevaller op de referentieramingsmutatie, dit komt door het tegenboekeffect op het ov.

Tegenvaller studiefinancieringsraming uitgaven (r)

De autonome tegenvaller op de relevante uitgaven van artikel 11 wordt in 2021 grotendeels veroorzaakt door hoger dan geraamde omzettingen van de basisbeurs. Het grootste deel van de omzettingen vindt in januari plaats en voor 2021 zijn deze uitgaven al bekend. De tegenvaller in latere jaren wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere realisatie van 2020 welke is doorgetrokken.

Diversen (Mee- en tegenvallers)

Deze post bestaat uit diverse mee- en tegenvallers die onder de ondergrens vallen.

Beleidsmatige mutaties

Eindejaarsmarge

Conform de begrotingsregels wordt de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting van OCW.

Extensivering npoa

Twee maatregelen uit het Nationaal Programma Onderwijs (NPOa) zijn bij besluitvorming in februari 2021 voor de jaren 2023 tot en met 2027 nog niet van dekking voorzien. Het gaat om de tegemoetkoming van studenten die uit hun studiefinancieringsrecht (SF-recht) lopen en de verlenging van de OV-kaart. OCW zet 91 miljoen euro van de eindejaarsmarge in als intertem-porele dekking voor deze maatregelen. Voor de resterende dekking wordt cumulatief 149 miljoen euro omgebogen op de bekostiging van het mbo en het ho. Deze ombuiging is vanaf 2024 en verder 40 miljoen euro per jaar en in het laatste jaar (2027) 25 miljoen euro.

Intensivering npoa

Nu de twee intensiveringen uit het NPOa voor de tegemoetkoming van studenten die uit hun studiefinancieringsrecht (SF-recht) lopen en de verlenging van de OV-kaart zijn gedekt, worden tevens de intensiveringen in de begroting verwerkt.

Inzet eindejaarsmarge

Met deze mutatie wordt de eindejaarsmarge op de OCW-begroting doorverdeeld.

Inzet eindejaarsmarge tekort npoa

OCW zet 91 miljoen euro van de eindejaarsmarge in als intertemporele dekking voor de maatregelen uit het NPOa.

Kwijtschelden schulden toeslagouders

In totaal wordt circa 250 miljoen euro aan studieschulden van toeslagenouders kwijtgescholden. Daarnaast wordt in de studiefinancieringsraming voor de komende vijf jaar (2022-2026) rekening gehouden met 5 miljoen euro aan lagere uitgaven. In de studiefinancieringsraming wordt namelijk voor het oude studiefinancieringsstelsel rekening gehouden met een kwijt-scheldingspercentage van 10%. Aangezien nu circa 250 miljoen euro aan studieschulden van toeslagenouders wordt kwijtgescholden, is de verwachting dat de komende jaren meevallers zullen ontstaan op de kwijt-scheldingsraming.

Nieuwkomers oda middelen labelen als hgis

Er sprake van een technische aanpassing waardoor ODA-middelen op de OCW-begroting voortaan direct zichtbaar zijn binnen de HGIS.

Referentieraming

In het NPOa is generaal budget beschikbaar gesteld ter dekking van de structurele gevolgen van de extra studentenaantallen in de Referentieraming. Dit is in de zesde ISB verwerkt.

Diversen (Beleidsmatige mutaties)

Deze post bestaat uit diverse mutaties die onder de ondergrens vallen. Technische mutaties

Covid-19 continuïteit en extra hulp voor de klas

De middelen zijn bedoeld voor extra personeel binnen de school. Het gaat met dit aanvullende steunpakket12 zowel om banen die er pre-corona nog niet waren (extra schoonmaak, toezicht, inzet digitalisering) als ook om de inzet van studenten van opleidingen, bekwaam personeel en bevoegd personeel. Zo draagt dit steunpakket bij aan de continuïteit van het onderwijs.

Covid-19 nationaal programma onderwijs

Deze middelen worden ingezet voor een groot aantal maatregelen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs13.

Covid-19 sneltesten

Voor het preventief testen van studenten en docenten om het volgen van fysiek onderwijs mogelijk te maken, zijn sneltesten beschikbaar gesteld. Dit is in de derde en de negende ISB verwerkt14.

Covid-19 tweede steunpakket cultuur

In het tweede steunpakket15 worden middelen beschikbaar gesteld. Hiermee wordt een aanvullende subsidie onder de BIS instellingen verdeeld, een aanvullende subsidie onder Cultuurfondsen verdeeld, de open monumentenlening bij het NRF verlengd, een aanvullende subsidie onder de instellingen die onder de erfgoedwet vallen verdeeld en er is een deel bestemd voor projectsubsidies aan enkele instellingen buiten de BIS.

Covid-19 vierde steunpakket cultuur

In het vierde steunpakket worden middelen beschikbaar gesteld. Hiermee de steun aan de BIS- en erfgoedwetinstellingen, de steun aan «makers» en ZZP'ers en de leningen aan monumenten en ergoed verlengd.

Loonbijstelling tranche 2021

De tranche 2021 van de loonbijstelling is overgemaakt naar de departementale begroting.

Prijsbijstelling tranche 2021

De tranche 2021 van de prijsbijstelling is overgemaakt naar de departementale begroting.

Diversen (Technische mutaties)

Deze post bestaat uit diverse technische mutaties die onder de ondergrens vallen.

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Meevaller studiefinancieringsraming uitgaven (nr)

De autonome meevaller op de niet-relevante uitgaven op artikel 11 wordt grotendeels veroorzaakt door de bijstelling op de rentedragende lening en het collegegeldkrediet. Het percentage studenten dat in 2020 ten opzichte van 2019 leent, is gedaald. Deze trend is doorgetrokken naar 2021 en verder.

Npo halvering collegegeldkrediet

De halvering van het wettelijk collegegeld heeft als gevolg dat studenten een lager maximaal bedrag aan collegegeldkrediet kunnen aanvragen voor 2021/2022. Hetzelfde geldt voor het levenlanglerenkrediet.

Prijsbijstelling tranche 2021 (nr)

De tranche 2021 (niet-relevant) van de prijsbijstelling is overgemaakt naar de departementale begroting.

Tegenvaller studiefinanciering referentieraming uitgaven (nr)

De referentieraming tegenvaller op de niet-relevante uitgaven op artikel 11 wordt veroorzaakt door de hogere studentenaantallen. Dit leidt tot hogere toekenningen aan prestatiebeurs en meer lenende studenten.

Diversen (Niet relevant voor het uitgavenplafond)

Deze post bestaat uit diverse mutaties die onder de ondergrens vallen.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Tegenvaller studiefinancieringsraming ontvangsten (r)

De tegenvaller op de relevante ontvangsten wordt voornamelijk veroorzaakt door een bijstelling op de rente ontvangsten als gevolg van de lage rentestand.

Diversen (Mee- en tegenvallers (niet-belastingontvangsten))

Deze post bestaat uit diverse mutaties die onder de ondergrens vallen.

Technische mutaties

Covid-19 nationaal programma onderwijs

De ontvangsten worden verlaagd naar aanleiding van het NPOa. Dit betreft de middelen voor de generieke korting op het lesgeld. Hierdoor bedragen de lesgeldontvangsten minder dan geraamd.

Diversen (Technische mutaties (niet-belastingontvangsten))

Deze post bestaat uit diverse technische mutaties die onder de ondergrens vallen.

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Meevaller studiefinancieringsraming ontvangsten (nr)

In de realisatie 2020 zijn zowel de termijn ontvangsten als de extra ontvangsten op de terug ontvangen lening hoger dan geraamd. De ontvangsten op de terugontvangen lening zijn daarop naar boven bijgesteld voor 2021 en verder.

Nationale Schuld (Transactiebasis)

 

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): UITGAVEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

5.913,60

5.463,50

4.271,70

3.874,90

3.664,50

Diversen

  • 8
  • 8
  • 8
  • 8
  • 8
 
  • 8
  • 8
  • 8
  • 8
  • 8

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Rente vaste schuld

0

55

137

221

296

Diversen

0

0

0

0

0

 

0

55

137

221

296

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

  • 8

47

129

213

288

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

5.905,60

5.510,50

4.400,70

4.087,90

3.952,50

Stand Voorjaarsnota 2021

5.905,60

5.510,50

4.400,70

4.087,90

3.952,50

 

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

11.187,30

6.534,50

4.709,90

4.888,60

4.800,80

Rente vlottende schuld

  • 138

0

0

0

0

Diversen

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

 
  • 134,5

3,5

3,5

3,5

3,5

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Rente vlottende schuld

0

  • 39
  • 63
  • 116
  • 174

Diversen

0

  • 1,7
  • 1,8
  • 1,9
  • 0,7

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Mutatie in rekening courant en deposito

2.152,10

1.612,60

1.656,90

895,9

1.199,90

Rente derivaten

  • 507
  • 423
  • 324
  • 213
  • 196

Diversen

28,2

27,4

19,7

  • 2,6
  • 24,6
 

1.673,30

1.176,30

1.287,80

562,4

804,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

1.538,80

1.179,80

1.291,40

566

808,2

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

12.726,20

7.714,30

6.001,30

5.454,60

5.609,00

Stand Voorjaarsnota 2021

12.726,20

7.714,30

6.001,30

5.454,60

5.609,00

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Diversen

Dit betreft een som van meerdere mutaties van rentelasten vaste schuld, waaronder geactualiseerde rentestanden in de raming voor het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB) en een wijziging van de financieringsbehoefte.

Technische mutaties

Rente vaste schuld

De raming van de rentelasten vaste schuld wijzigt met name als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB.

Niet-belastingontvangsten Mee-en tegenvallers

Rente vlottende schuld

De raming van de rentelasten vlottende schuld wijzigt als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB en doordat de verwachte financieringsbehoefte is geactualiseerd.

Diversen

Dit betreft een som van meerdere mutaties van rente kasbeheer. De raming van de rentebaten wijzigt als gevolg van een actualisatie van de verstrekte leningen binnen het schatkistbankieren en de geactualiseerde rentestanden van het CPB.

Technische mutaties

Rente vlottende schuld

De raming van de rentelasten vlottende schuld wijzigt als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB en doordat de verwachte financieringsbehoefte is geactualiseerd.

Diversen

Dit betreft een som van meerdere mutaties van rente kasbeheer. De raming van de rentebaten wijzigt als gevolg van een actualisatie van de verstrekte leningen binnen het schatkistbankieren en de geactualiseerde rentestanden van het CPB.

Mutatie in rekening-courant en deposito (niet relevant voor het uitgavenplafond)

De wijziging in de geraamde mutatie van het saldo op de rekening-couranten en deposito's van de deelnemers aan schatkistbankieren is het gevolg van het actualiseren van de geraamde uitgaven en inkomsten van de sociale fondsen.

Rente derivaten (niet relevant voor het uitgavenplafond)

Er worden minder rentebaten op derivaten verwacht dan eerder geraamd. Dit komt met name omdat in het laatste kwartaal van 2020 na het opstellen van de begroting 2021 rentederivaten voortijdig zijn beëindigd. Bij de voortijdige beëindiging van rentederivaten wordt de netto contante waarde van de toekomstige rentestromen in één keer ontvangen. Als gevolg hiervan dalen de verwachte rentebaten op derivaten in latere jaren.

Diversen (niet relevant voor het uitgavenplafond)

Betreft een mutatie op de post aflossingen op leningen als gevolg van gewijzigde inzichten in het leengedrag van agentschappen en RWT's.

Financiën

 

IXB FINANCIËN: UITGAVEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

9.215,9

8.569,1

8.341,4

8.263,7

7.907,9

Mee- en tegenvallers

         

Rijksbegroting

         

Belasting- en invorderingsrente (BIR)

53

32

35

24

19

 

53

32

35

24

19

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Btw e-commerce

32,3

25,9

2

0

0

Compensatie toeslagengedupeerden

876

353

0

0

0

Digitale snelweg douane

12,2

34

19,6

7,7

7,7

Eigen personeel

  • 72
  • 20,2
  • 8,8
  • 3,3
  • 3,3

Eindejaarsmarge

39,6

0

0

0

0

Externe inhuur

28,8

15,1

0,1

0,1

0,1

Herstel niet-kot gedupeerden

11

56

0

0

0

Informeren registratie fraude signalering

24,8

0

0

0

0

voorziening (fsv)

         

Kapitaalinjectie tennet nederland

0

0

490

960

1.120,00

Kasschuif compensatie toeslagengedupeerden

50,5

69

0

0

0

Kasschuif informatievoorziening (iv)

  • 36,9

9,6

27,3

0

0

Kasschuif pok informatiehuishouding

  • 28,4

20,4

8

0

0

Storting/onttrekking begrotingsreserve ekv

67

0

0

0

0

Diversen

2,6

9,2

8

5,2

  • 1,2
 

1.007,5

572,0

546,2

969,7

1.123,3

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Compensatie toeslagengedupeerden

55,8

0

0

0

0

Eib pan-europees garantiefonds

19,4

43

24,6

16,3

11

Herverzekering leverancierskredieten

685

120

0

0

0

Informatiehuishouding: de basis op orde

52

54,2

55,3

58,4

58,4

Loonbijstelling

68,6

67,1

64,5

64

63,2

Overboeking derving ontvangsten kot

  • 38,6
  • 19,3

0

0

0

toeslagengedupeerden

         

Vergroten menselijke maat

29

42,8

31,9

23,3

23,4

Diversen

86,5

54,6

50,5

53,2

44,5

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Kapitaalinjectie invest-nl

0

0

0

33

297

Klm lening

722,9

0

0

0

0

Schade-uitkering ekv - niet afgesloten dossiers

97

50

25

15

0

Diversen

23,7

16,5

15

14

11

 

1.801,3

428,9

266,8

277,2

508,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

2.861,9

1.032,8

848,0

1.271,0

1.650,8

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

12.077,8

9.601,9

9.189,3

9.534,7

9.558,6

Totaal Internationale samenwerking

48,7

266,4

312,8

348,1

381,2

Stand Voorjaarsnota 2021

12.126,5

9.868,3

9.502,2

9.882,8

9.939,8

 

IXB FINANCIËN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

2.229,0

3.061,3

3.190,0

3.216,4

3.502,4

Mee- en tegenvallers Rijksbegroting

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

Belasting- en invorderingsrente (bir)

52,1

207,9

40

24

19

Boetes en schikkingen

62,9

  • 17

0

0

0

Dividenden staatsdeelnemingen - deelnemingen

  • 55
  • 170
  • 170

55

  • 65

Kosten vervolging

  • 7,8
  • 62,8

0

0

0

Premies ekv

67

0

0

0

0

Winstafdracht dnb

0

0

0

0

  • 214

Diversen

1,7

0,9

0,9

0,9

0,9

 

120,9

  • 41
  • 129,1

79,9

  • 259,1

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Diversen

  • 6,2
  • 5,4

4,8

3,2

2,1

 
  • 6,2
  • 5,4

4,8

3,2

2,1

Technische mutaties

Rijksbegroting

Herverzekering leverancierskredieten

190

70

0

0

0

Klm rente-ontvangsten

  • 36,9
  • 20,9
  • 22,1
  • 22,9
  • 20,2

Verlenging coronamaatregelen

  • 200
  • 43
  • 31,5
  • 14
  • 10

Diversen

14,3

12,3

  • 2,4

12,5

25,6

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Dividenden staatsdeelnemingen - financiële deelnemingen

  • 100

0

0

0

0

Diversen

5,6

12,4

9,1

10,2

  • 35,6
 
  • 127

30,8

  • 46,9
  • 14,2
  • 40,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

  • 12,5
  • 15,7
  • 171,1

68,9

  • 297,1

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

2.216,5

3.045,6

3.018,9

3.285,4

3.205,3

Totaal Internationale samenwerking

2,2

2,0

2,0

1,9

1,7

Stand Voorjaarsnota 2021

2.218,7

3.047,6

3.020,9

3.287,2

3.207,0

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Belasting- en invorderingsrente (BIR)

Er worden hogere uitgaven voor de BIR geraamd, dan opgenomen is in de begroting. Dat wordt met name veroorzaakt door de verdeelsleutels van de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (IB/PVV), die ervoor zorgen dat van de rente-uitgaven IB/PVV een groter deel dan voorheen toegerekend wordt aan begroting IX. Bij de uitgaven werken deze sleutels dus negatief uit. Daarnaast worden er hogere BIR uitgaven verwacht naar aanleiding van het Sofina-arrest, waarbij te veel geïnde dividendbelasting moet worden terugbetaald.

Beleidsmatige mutaties

Btw E-commerce

Voor de Europese richtlijn btw E-commerce heeft de Belastingdienst een tijdelijke noodvoorziening («het noodspoor'') uitgewerkt om het wetsvoorstel met ingangsdatum van 1 juli 2021 te kunnen uitvoeren. De totale kosten voor het noodspoor btw E-commerce bedragen naar schatting 55,6 miljoen euro in de jaren 2021 en 2022, conform de eerder gepubliceerde uitvoeringstoets (Kamerstuk 35 527, nr. 14). Daarnaast heeft een herijking van de kosten van het hoofdspoor plaatsgevonden. Dit heeft geleid in een opwaartse bijstelling van 4,6 miljoen euro.

Compensatie Toeslagengedupeerden

In de kabinetsreactie op het rapport «Ongekend Onrecht» van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) zijn verschillende beleidsvoornemens aangekondigd waaronder de forfaitaire € 30.000 regeling. Deze middelen zien dan ook toe op de compensatie van toeslagengedupeerden en de gerelateerde uitvoeringskosten.

Digitale Snelweg Douane

Als gevolg van meerdere Europese wetgevingstrajecten die tot een groei van onder andere de te verwerken aangiften leidt, wordt een ICT-oplossing ontwikkeld onder de noemer Digitale Snelweg Douane (DSD). Dit programma is gericht op het opschalen en robuust maken van de technische infrastructuur en het optimaliseren van transactiesystemen voor de verwachte volumegroei. De financieringsbehoefte tot en met 2026 is geraamd op circa 89 miljoen euro (66 miljoen euro in de jaren 2021-2023 en 7,7 miljoen euro structureel).

Eigen personeel

Zowel bij de Belastingdienst als bij de Douane is in 2021 sprake van onderbezetting. De uitgaven aan eigen personeel vallen daarom naar verwachting lager uit. Bij de Belastingdienst vindt een verschuiving van budget plaats van eigen personeel naar externe inhuur voor het opvangen van de onderbezetting.

Eindejaarsmarge

Conform de begrotingsregels wordt de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting van Financiën.

Externe inhuur

De uitgaven aan externe inhuur worden hoger geraamd aangezien er bij de Belastingdienst een verschuiving van budget plaatsvindt van eigen personeel naar externe inhuur voor het opvangen van de onderbezetting. Daarnaast is extra budget (21 miljoen euro in de jaren 2021-2022) beschikbaar gesteld voor de keten Inning en Invordering om diverse herstelacties omtrent inningsproblematiek aan te pakken (Kamerstuk 30 166, nr. 607).

Herstel niet-KOT gedupeerden

Op 4 december 2020 heeft het kabinet besloten om de compensatieregeling en de opzet/grove schuld (O/GS) tegemoetkoming te verbreden naar andere toeslagen (niet-KOT). Hier maakt het kabinet nu middelen voor vrij.

Informeren Registratie Fraude Signalering Voorziening (FSV)

Naar aanleiding van de motie Marijnissen (Kamerstukken 35 510, nr. 21) is de Belastingdienst gestart met het informeren van burgers met een FSV-registratie. De opstartkosten hiervan worden geschat op 25 miljoen euro. Deze kosten zien onder andere toe op een telefoonnummer voor FSV, een FSV-meldpunt en capaciteit om inzageverzoeken af te handelen.

Kapitaalinjectie TenneT Nederland

TenneT heeft de investeringsagenda voor 2021-2030 geactualiseerd. Op basis van de geactualiseerde investeringsagenda is de kapitaalbehoefte voor het Nederlandse deel van TenneT voor de periode 2021-2030 vastgesteld op 4,25 miljard euro. Deze kapitaalbehoefte van het Nederlandse deel van TenneT wordt ingevuld door een voorgenomen storting van de Nederlandse staat. De kapitaalinjectie wordt nu in de begroting verwerkt. Het uitgangspunt is dat de Staat als aandeelhouder pas additioneel kapitaal ter beschikking stelt op het moment dat TenneT dit daadwerkelijk nodig heeft voor het behoud van de kredietwaardigheid. Daarom zal in 2022 door een extern deskundige (in opdracht van de Staat) worden getoetst hoeveel kapitaal nodig is en of de geraamde bedragen aanpassing behoeven. Daarna worden ook de formele overeenkomsten tussen de Staat en TenneT opgesteld en getekend.

Kasschuif compensatie Toeslagengedupeerden

De kasschuif uit de Najaarsnota 2020 wordt op basis van actuele ramingen van het ritme voor herstelbetalingen aan Toeslagengedupeerden beschikbaar gesteld in 2021 en 2022.

Kasschuif Informatievoorziening (IV)

In de Voorjaarsnota 2020 heeft IV structurele middelen ontvangen om de basis op orde te krijgen. Uit de daaropvolgende nieuwe meerjarenraming van IV, blijkt dat de ICT-middelen de komende drie jaren in een ander ritme benodigd zijn.

Kasschuif POK informatiehuishouding

In de kabinetsreactie op het rapport «Ongekend Onrecht» van 15 januari 2021 heeft het kabinet maatregelen aangekondigd om de informatiehuishouding op orde te brengen. Het budget dat beschikbaar is gesteld voor het verbeteren van de informatiehuishouding van de Belastingdienst is, op basis van verbeterde inzichten over de geplande investeringen en activiteiten in het verwachte kasritme gezet.

Storting/onttrekking begrotingsreserve EKV

Vanaf de eerste suppletoire begroting 2020 en verder worden de toevoegingen aan de begrotingsreserve als uitgaven weergegeven en de onttrekkingen uit de begrotingsreserve als ontvangsten. De raming van de toevoeging aan de begrotingsreserve is gelijk aan de raming van de premieontvangsten (67 miljoen euro). Het toevoegen van de premieontvangsten aan de begrotingsreserve is een uitgave voor de Financiën-begroting.

Diversen

Deze post bestaat uit een som van meerdere mutaties, waaronder de uitvoeringskosten voor de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) en de uitvoeringkosten voor het Plan van Aanpak Witwassen.

Technische mutaties

Compensatie Toeslagengedupeerden

Een gedeelte van de compensatiegerechtigde gedupeerden zit op dit moment in een minnelijke schuldregeling (MSNP) of een schuldregeling in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijk Personen (WSNP). Voor deze ouders worden de private schulden gecompenseerd. De programmakosten bedragen circa 55,8 miljoen euro. Daarnaast zijn met het compenseren van deze schulden naar verwachting circa 0,6 miljoen euro aan uitvoeringskosten voor Toeslagen gemoeid.

EIB pan-Europees Garantiefonds

De verwachte verliezen voor het pan-Europees Garantiefonds zijn op basis van de laatste informatie van de Europese Investeringsbank (EIB) bijgewerkt. De verwachte verliezen (circa 260 miljoen euro) waren in eerste instantie volledig in 2020 geraamd, omdat nog onduidelijk was hoe de verliezen zich zouden ontwikkelen. Eind 2020 werd duidelijk dat deze verliezen zich niet in 2020 voor gingen doen. De verwachte verliezen zijn nu verdeeld over meerdere jaren, waarvan een gedeelte (circa 135 miljoen euro) na 2026 verwacht wordt.

Herverzekering leverancierskredieten

De Herverzekering leverancierskredieten is een COVID-19 maatregel waarbij de overheid voorkomt dat de verzekering van leverancierskredieten voor een belangrijk deel stilvalt. De schaderaming is met grote onzekerheid omgeven, omdat het niet mogelijk is om in te schatten wat de impact van COVID-19 zal zijn op elk individueel bedrijf. Tot op heden hebben de geraamde schades zich in zeer beperkte mate gematerialiseerd. Hierop is de raming reeds naar beneden bijgesteld met 1,25 miljard euro. De schades worden nu verwacht in de jaren 2021 en 2022. Daarom wordt de raming voor 2021 met 640 miljoen euro opwaarts bijgesteld en voor 2022 met 120 miljoen euro. De uitvoeringskosten van deze crisismaatregel komen voor rekening van de overheid. Voor 2021 worden de uitvoeringskosten op circa 45 miljoen euro geschat.

Informatiehuishouding: de basis op orde

In de kabinetsreactie op het rapport «Ongekend Onrecht» van 15 januari 2021 heeft het kabinet maatregelen aangekondigd om de informatiehuishouding op orde te brengen, zowel intern als extern. Dit betreft onder andere de middelen voor de uitvoering van de Wet Open Overheid (WOO).

Loonbijstelling

De tranche 2021 van de loonbijstelling wordt overgemaakt naar de begroting van Financiën.

Overboeking derving ontvangsten KOT-Toeslagengedupeerden Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) scheldt, als onderdeel van het kwijtschelden van publieke schulden, de openstaande Kinderopvangtoeslag- en Kindgebonden budgetschulden van KOT-gedupeerden kwijt. Dit resulteert in een derving op de SZW-begroting. De eerder beschikbaar gestelde middelen voor de Toeslagenherstelactie bevatten reeds cumulatief 57,9 miljoen euro ter dekking van dervingen op openstaande vorderingen kinderopvangtoeslag. Deze middelen staan nog op de begroting van Financiën en worden nu overgeheveld ter compensatie van een deel van de verwachte dervingen op de SZW-begroting.

Vergroten menselijke maat

In de kabinetsreactie op het rapport «Ongekend Onrecht» van 15 januari 2021 heeft het kabinet maatregelen aangekondigd om de dienstverlening op orde te brengen. Dit betreft de middelen voor de Belastingtelefoon, Transformatiebureau, Herstellen, Verbeteren, Borgen (HVB) en Bezwaar en Beroep.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mutaties. De tranche 2021 van de prijsbijstelling is toegevoegd aan de begroting. Verder bestaat de post uit een aantal overboekingen van en naar andere departementen en desalderingen.

Kapitaalinjectie Invest-NL (niet-relevant voor het uitgavenplafond)

In 2020 is 330 miljoen beschikbaar gesteld voor een kapitaalinjectie in Invest-NL. Deze middelen zijn achteraf niet nodig geweest in 2020, omdat er minder leningen zijn verstrekt dan begroot. Om het ter beschikking gestelde kapitaal van 1,7 miljard euro voor Invest-NL in stand te houden wordt 330 miljoen doorgeschoven naar 2024 en 2025.

KLM lening (niet-relevant voor het uitgavenplafond)

KLM heeft in 2020 in totaal 277,1 miljoen euro getrokken uit de door Staat verstrekte lening van maximaal 1 miljard euro. De resterende 723 miljoen euro wordt overgeheveld naar 2021.

Schade-uitkering EKV - niet afgesloten dossiers (niet-relevant voor het uitgavenplafond)

De raming voor de schade-uitkering exportkredietverzekeringen (EKV) is opgehoogd aan de hand van niet definitieve schades uit 2020 voor het bedrijf IHC (87 miljoen euro) en 10 miljoen euro aan nieuw geopende schadezaken. Deze geopende schadezaken hebben impact op de schadera-mingen voor de jaren na 2021.

Diversen

Deze post bestaat uit een som van meerdere mutaties, waaronder de verwachte juridische en uitvoeringskosten en de proceskosten omtrent de rechtszaak van de onteigening van SNS REAAL.

Niet-belastingontvangsten

Mee-en tegenvallers

Belasting- en invorderingsrente (BIR)

Dit betreft een positieve ramingsbijstelling van de BIR-ontvangsten als gevolg van wijzigingen in de verdeelsleutels van de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (IB/PVV), die ervoor zorgen dat van de rente-ontvangsten IB/PVV een groter deel ten gunste komt aan de Financiënbe-groting.

Boetes en schikkingen

Dit betreft een positieve ramingsbijstelling in 2021 als gevolg van wijzigingen in de verdeelsleutels van de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (IB/PVV), waardoor het aandeel van de Financiënbe-groting in de boeteontvangsten hoger wordt en het aandeel van de Sociale Fondsen kleiner. In 2022 wordt een tegenvaller verwacht vanwege de doorwerking van de gevolgen van COVID-19 in de boeteontvangsten.

Dividenden staatsdeelnemingen - deelnemingen

De meest recente informatie over het verwachte dividend van de reguliere staatsdeelnemingen laat in de meeste jaren een tegenvaller zien. In 2021 komt de tegenvaller o.a. door het verlengde dringende advies van de Europese Centrale Bank (ECB) aan financiële instellingen om n.a.v. de COVID-19 crisis niet of zeer terughoudend te zijn met winstuitkeren. Enkele deelnemingen hebben verder zwaar te leiden onder de COVID-19 crisis, waardoor hier enkele jaren geen dividenden verwacht worden. Er zijn daarnaast echter ook deelnemingen, met weinig last van de COVID-19 crisis en met een positieve bijstelling van de verwachte dividenduitkering.

Kosten vervolging

Er worden in 2021 en 2022 minder ontvangsten geraamd als gevolg van de herstelactie vervolgingskosten. Uit onderzoek van de Nationale Ombudsman is gebleken dat de Belastingdienst ten onrechte vervolgingskosten in rekening heeft gebracht. Momenteel voert de Belastingdienst een herstelactie uit om de gedupeerden hiervoor te compenseren. Naast deze derving is de meerjarenraming van de verwachte ontvangsten uit hoofde van kosten vervolging geactualiseerd en wordt in 2022 een tegenvaller verwacht vanwege de doorwerking van de gevolgen van COVID-19 in de doorbelasting kosten vervolging.

Premies EKV

De premie-inkomsten voor EKV zijn opwaarts bijgesteld op basis van de laatste informatie inzake een afgesloten projectfinanciering. De verwachting is dat deze projectfinanciering in 2021 betaald zal worden.

Winstafdracht DNB

De meerjarenraming van de winstafdracht DNB wordt op nihil gesteld. De Nederlandsche Bank (DNB) krijgt volgens de laatste raming te kampen met verliezen en oplopende risico's, als gevolg van (verwachte) ontwikkelingen in de rente en het ECB-beleid (zoals het COVID-19 gerelateerde inkooppro-gramma Pandemic Emergency Purchase Programme (PEPP) en financieringsprogramma's voor banken Targeted Longer-term R efinancing Operations (TLTRO)). Op dit moment overstijgen de totale risico's de totale buffers, waardoor er sprake is van een buffertekort. Zolang sprake is van een buffertekort wordt door DNB op basis van het kapitaalbeleid (met uitzondering van ESM-compensatie) geen dividend uitgekeerd aan de Staat.

Diversen

Deze post bestaat uit een som van meerdere mutaties, waaronder een onttrekking uit de begrotingsreserve van de exportkredietverzekering (EKV) voor de geraamde uitvoeringskosten van Atradius (0,9 miljoen euro). Een onttrekking uit de begrotingsreserve is een ontvangst voor de Financiën-begroting. Daarnaast wordt in 2021 op de EKV-polissen voor 1999 een meevaller geraamd van circa 0,8 miljoen euro.

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft de ontvangstenderving op de niet-belastingontvangsten als gevolg van het kwijtschelden van de relevante belastingschulden van KOT-gedupeerden, bestaande uit kosten vervolging, belastingrente en de verwachte boetes.

Technische mutaties

Herverzekering leverancierskredieten

De schaderaming voor Herverzekering Leverancierskredieten is met grote onzekerheid omgeven, omdat het niet mogelijk is om in te schatten wat de impact van de crisis zal zijn op elk individueel bedrijf. Een gevolg hiervan is dat de restituties ook achterblijven op de initiële raming. De raming is voor 2020 derhalve naar beneden bijgesteld. Het grootste deel wordt verwacht in de jaren 2021 en 2022. Voor 2021 worden de restituties met 100 miljoen euro opwaarts bijgesteld, voor 2022 met 70 miljoen euro. Als gevolg van de verlenging met zes maanden van de Herverzekering leverancierskredieten worden in 2021 90 miljoen euro aan extra premieontvangsten verwacht.

KLM rente-ontvangsten

De rente-ontvangsten voor de door de Staat verstrekte lening aan KLM worden ontvangen op basis van een gebroken boekjaar. KLM heeft in 2020 ook minder getrokken uit de directe lening dan initieel voorzien. De raming wordt op beide punten aangepast.

Verlenging coronamaatregelen

Vanwege het verloop van COVID-19 heeft het kabinet de duur van het uitstel van betaling verlengd. Het uitstel van betaling van nieuw opkomende betalingsverplichtingen loopt nu tot 1 juli 2021. Dit betekent dat ondernemers vanaf 1 juli 2021 de betaling van hun nieuw opkomende belastingverplichtingen weer hervatten. Deze verlenging werkt door in lagere verwachte ontvangsten van boetes en de verzuimboetes bij de opbrengsten kosten vervolging. In de Kamerbrief over het steun- en herstel-pakket van eind mei 2021 heeft het kabinet aangekondigd de invorderings-rente stapsgewijs te verhogen in plaats van deze in één keer te laten terugveren naar 4 procent. Sinds 23 maart 2020 is het percentage invorde-ringsrente op vrijwel nihil (0,01 procent) gesteld. Hierdoor worden ondernemers niet geconfronteerd met hoge rentelasten over hun belastingschulden. Om ondernemers die gebruik maken van uitstel van betaling tegemoet te komen wordt op 1 januari 2022 het percentage invorderings-rente niet op 4 procent vastgesteld, maar op 1 procent. Op 1 juli 2022 wordt de rente verhoogd naar 2 procent. Vervolgens wordt de rente jaarlijks verhoogd met één procentpunt naar het gebruikelijke tarief van 4 procent. Dat betekent dat de rente op 1 januari 2023 op 3 procent wordt vastgesteld en vervolgens op 1 januari 2024 op 4 procent. Dit levert een derving op bij de reeds begrote ontvangsten invorderingsrente van cumulatief 104 miljoen euro in de periode 2022-2026.

Diversen

Deze post bestaat uit een som van meerdere mutaties. De premieontvangsten voor de door de Staat verstrekte garantie aan KLM worden ontvangen op basis van een gebroken boekjaar. De raming van de verwachte premieontvangsten wordt hierop aangepast. Daarnaast bestaat deze post uit een aantal desalderingen.

Dividenden staatsdeelnemingen - financiële deelnemingen (niet-relevant voor het uitgavenplafond)

De meest recente informatie over het verwachte dividend van de crisisge-relateerde staatsdeelnemingen laat in 2021 een tegenvaller zien. De tegenvaller komt door het verlengde dringende advies van de ECB aan financiële instellingen om naar aanleiding van de COVID-19 crisis in 2021 geen of zeer terughoudend winst uit te keren.

Diversen (niet-relevant voor het uitgavenplafond)

Deze post bestaat uit een som van meerdere mutaties, waaronder het crisis-gerelateerde deel van de DNB-winstafdrachten. Daarnaast heeft de Staat eind december 2020 7,75 miljoen euro van het ESM ontvangen vanwege het eindigen van de kortingsperiode van Slowakije. Deze ontvangst is begroot in 2021 en dient derhalve gecorrigeerd te worden.

Defensie

 

X DEFENSIE: UITGAVEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

11.402,8

11.831,6

11.584,5

11.615,2

11.190,6

Diversen

  • 1,8

0

0

0

0

 
  • 1,8

0

0

0

0

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

         

Convenant met bz voor inzet kmar voor beveiliging in het buitenland

25,2

0

0

0

0

Eindejaarsmarge defensiebegroting

53,4

0

0

0

0

Diversen

  • 7,5

6,5

0,2

1,6

4,2

 

71,1

6,5

0,2

1,6

4,2

Technische mutaties

Rijksbegroting

Bijstellen valuta in dollars

  • 44,4
  • 69,6
  • 85,1
  • 57,2
  • 71,6

Digitale veiligheid

45

0

0

0

0

Loonbijstelling

120,7

121,5

120,8

120,4

120,4

Prijsbijstelling defensiematerieelbegrotingsfonds

104,9

113,5

109,5

110,7

101,1

Diversen

113,1

60,7

56,4

67,5

66,9

 

339,3

226,1

201,6

241,4

216,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

408,6

232,6

201,8

243,1

221

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

11.811,4

12.064,2

11.786,2

11.858,3

11.411,6

Totaal Internationale samenwerking

260,8

224,5

212,3

212,8

213,8

Stand Voorjaarsnota 2021

12.072,2

12.288,7

11.998,6

12.071,2

11.625,4

 

X DEFENSIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

158,7

158,8

158,8

158,8

158,8

Diversen

  • 1,8

0

0

0

0

 
  • 1,8

0

0

0

0

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Diversen

  • 7,5
  • 2,5
  • 2,5
  • 2,5
  • 2,5
 
  • 7,5
  • 2,5
  • 2,5
  • 2,5
  • 2,5

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

  • 3,9

1,3

1,3

1,3

1,3

 
  • 3,9

1,3

1,3

1,3

1,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

  • 13,1
  • 1,1
  • 1,1
  • 1,1
  • 1,1

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

145,6

157,6

157,6

157,6

157,6

Totaal Internationale samenwerking

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

Stand Voorjaarsnota 2021

147

159

159

159

159

Uitgaven

Mee en tegenvallers

Diversen

De ontvangsten zijn bijgesteld t.o.v. de realisaties 2020 en dit werkt door op de uitgaven. Dit betreft twee kleine ontvangsten die vorig jaar eerder zijn binnengekomen. Middels deze mutatie wordt hiervoor gecorrigeerd.

Beleidsmatige mutaties

Convenant met BZ voor inzet KMar voor beveiliging in het buitenland Het ministerie van Buitenlandse Zaken hevelt 25,2 miljoen euro over naar het ministerie van Defensie ten behoeve van de bescherming van diplomaten en ambassades door de Brigade Speciale Beveiligingsop-drachten (BSB).

Eindejaarsmarge Defensiebegroting

De eindejaarsmarge 2020 is bij Voorjaarsnota 2021 toegevoegd aan de Defensiebegroting.

Diversen

De post diversen is het saldo van diverse mutaties. De grootste mutatie betreft een kasschuif voor de Invictus Games (-5 miljoen) van 2021 naar 2022, omdat deze spelen als gevolg van de COVID-19 maatregelen zijn verplaatst naar 2022. Daarnaast worden de ontvangsten van de landmacht en de bijbehorende uitgaven vanuit de Defensiebegroting overgeheveld naar het DMF, omdat dit bij de instelling van het DMF niet juist is gegaan.

Technische mutaties

Bijstellen valuta in dollars

De nieuwe raming van de euro/dollarkoers uit het CEP van het Centraal Planbureau leidt tot een meevaller op de uitgaven in dollars op het Defen-siematerieelbegrotingsfonds. Conform kabinetsafspraak komen mee- en tegenvallers als gevolg van valutaschommelingen direct ten gunste of ten laste van het EMU-saldo. De verwerking vindt plaats via een correctie van het uitgavenplafond. Alvorens de doorverdeling kan plaatsvinden vanuit het DMF wordt deze geboekt op het voedingsartikel op de reguliere Defensiebegroting, en het ontvangstenartikel van het DMF

Digitale veiligheid

Deze post betreft een overheveling van middelen voor de digitale veiligheid van de aanvullende post naar de Defensiebegroting. Aan de Defensiebegroting is 45 miljoen toegevoegd om de betrouwbaarheid en continuïteit van de digitale veiligheid te waarborgen. De middelen worden via het voedingsartikel toegevoegd aan het DMF

Loonbijstelling

De tranche 2021 van de loonbijstelling is overgemaakt naar de departementale begroting.

Prijsbijstelling (defensiematerieelbegrotingsfonds)

De prijsbijstelling tranche 2021 voor het DMF van € 104,9 miljoen is toegevoegd aan de Defensiebegroting. Via het voedingsartikel is deze prijsbijstelling toegevoegd aan het DMF

Diversen

Deze post is het saldo van verschillende mutaties. Het gaat om de toevoeging van de prijsbijstelling tranche 2021 defensiebegroting (23,1 miljoen). Ook betreft deze post een bijdrage voor de incidentele nood en steunmaatregelen voor Defensie als gevolg van COVID-19 (20,6 miljoen) en incidenteel 7 miljoen ontvangsten voor de tijdelijke werkgarantieregeling voor technisch personeel. Verder betreft deze post de doorverdeling van de valutategenvaller als gevolg van duurdere Zweedse Kronen van 13,5 miljoen (zie hiervoor ook de uitgaven en ontvangsten van het DMF). Daarnaast betreft deze post een bijdrage vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid t.b.v. het Bredere Offensief Tegen Georganiseerde Criminaliteit (8,9 miljoen) en de eerste tranche voor het Multidisciplinair Interventie Team (12 miljoen).

Niet-belastingontvangsten

Mee en tegenvallers

Diversen

Deze post betreft het bijstellen van de ontvangsten t.o.v. de realisaties 2020. Het gaat hier om ontvangsten die vorig jaar eerder dan verwacht zijn binnengekomen.

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Deze post is het saldo van meerdere mutaties waaronder de herschikking van een deel van de ontvangsten van het Defensie Materieel Organisatie (DMO). De ontvangsten en de bijbehorende uitgaven worden overgeheveld naar het DMF vanuit de Defensiebegroting omdat dit bij de instelling van het DMF niet juist is gegaan.

Technische mutaties

Diversen

Deze post betreft de hogere ontvangsten voor hoogrisicobeveiliging van de Nederlandsche bank.

Infrastructuur en Waterstaat

 

XII INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT: UITGAVEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

16.446,7

9.545,0

10.793,5

10.077,0

10.077,5

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Doorschuiven budget urgenda/klimaat 2020

44,5

0

0

0

0

Eindejaarsmarge regeringsvliegtuig

16,2

0

0

0

0

Eindejaarsmarge 2020

19

0

0

0

0

Generale kasschuif deltafonds

169

21

174

27

  • 271

Generale kasschuif hxii

  • 54,2
  • 16,4

27,2

20,2

15,4

Generale kasschuif if

768

290

  • 360
  • 476
  • 111

Diversen

5,2

6,1

0,1

0,2

0,2

 

967,7

300,7

  • 158,7
  • 428,6
  • 366,4

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Beschikbaarheidsvergoeding ov q3

1.110,00

0

0

0

0

Beschikbaarheidsvergoeding ov q4

370

0

0

0

0

Beschikbaarheidsvergoeding ov 2020

521,2

0

0

0

0

Covid-gerelateerde meerkosten cbr en rws

51

0

0

0

0

Loon- en prijsbijstelling 2021

224,4

226,7

255,5

243,3

242,2

Overheveling aanvullende post

36,5

10,6

8,2

8,3

8,9

Diversen

4,7

22,5

21,5

21,7

22,6

 

2.317,8

259,8

285,2

273,3

273,7

Extrapolatie

       

160,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

3.285,5

560,5

126,5

  • 155,2
  • 92,7

Stand Miljoenennota 2022 (subtotaal)

19.732,2

10.105,5

10.920,0

9.921,8

9.984,7

Totaal Internationale samenwerking

37,3

26,3

26,2

24,5

24,0

XII INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

XII INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand Miljoenennota 2021 (excl.

IS)

19,7

17,4

13,8

15,7

14,1

 

Technische mutaties

           

Rijksbegroting

           

Diversen

7,1

2,9

0

0

0

 
 

7,1

2,9

0

0

0

 

Extrapolatie

Totaal mutaties sinds

Miljoenennota 2021

7,1

2,9

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2022 (subtotaal)

26,8

20,3

13,8

15,7

14,1

0

Totaal Internationale samenwerking

           

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Doorschuiven budget Urgenda/Klimaat 2020

Mede als gevolg van de coronacrisis zijn niet alle beschikbare middelen voor Klimaat- en Urgendadoelen tot besteding gekomen in 2020. Omdat met deze middelen, middels dezelfde regeling als waar het budget voor was bedoeld in 2020, de beoogde CO2-reductie kan worden bewerkstelligd in 2021, zijn zij in 2021 toegevoegd aan de IenW-begroting HXII. Het gaat in totaal om 44,5 miljoen euro.

Eindejaarsmarge regeringsvliegtuig

De reservering voor het regeringsvliegtuig (16,2 miljoen euro) is bij Voorjaarsnota toegevoegd aan de IenW-begroting. Omdat de inklaringskosten in 2020 niet tot betaling zijn gekomen, zijn deze middelen doorgeschoven naar 2021.

Eindejaarsmarge 2020

De eindejaarsmarge 2020 is bij Voorjaarsnota toegevoegd aan de IenW-begroting.

Generale kasschuif Deltafonds

Als gevolg van het geactualiseerde programma en om tot een realistische en gecontroleerde overprogrammering te komen is er een kasschuif verwerkt op de begroting van het Deltafonds. De kasschuif heeft een meerjarige doorwerking en sluit over de gehele looptijd van het fonds op nul.

Generale kasschuif HXII

Op de IenW-begroting Hoofdstuk XII zijn diverse kasschuiven verwerkt.

Het betreft per saldo een schuif van 2021 en 2022 naar latere jaren. De belangrijkste onderdelen zijn vertragingen op de bedrijvenregeling bodemsanering en het naar achteren schuiven van Klimaatakkoord-middelen ter aansluiting op bestedingsplannen en op de prognoses van subsidieverstrekking door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hier tegenover staat onder andere een schuif naar voren voor contributies van het Koninklijk Nederlands Metereologisch Instituut (KNMI) aan de Europese Organisatie voor de ontwikkeling van weersatellieten (EUMETSAT).

Generale kasschuif Infrastructuurfonds

Als gevolg van het geactualiseerde programma en om tot een realistische en gecontroleerde overprogrammering te komen is er een kasschuif verwerkt op de begroting van het Infrastructuurfonds. De kasschuif heeft een meerjarige doorwerking en sluit over de gehele looptijd van het fonds op nul.

Diversen

Deze post bestaat vrijwel geheel uit de middelen voor luchtvaartveiligheid. Het Kabinet heeft besloten extra middelen voor de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) uit te trekken voor nieuwe wettelijke vereisten en ontwikkelingen die voortkomen uit het OVV-rapport inzake veiligheid Schiphol (5 miljoen euro in 2021 en 6 miljoen euro in 2022).

Technische mutaties

Beschikbaarheidsvergoeding ov Q3

Dit betreft een overboeking van de aanvullende post voor verlenging van de Beschikbaarheidsvergoeding openbaar vervoer (ov) tot en met het derde kwartaal van 2021. De vergoeding is bestemd voor al het openbaar vervoer onder een concessie in Nederland. Deze verlenging is verwerkt in de tweede incidentele suppletoire begroting voor de IenW begroting Hoofdstuk XII.

Beschikbaarheidsvergoeding ov Q4

Dit betreft de middelen die beschikbaar worden gesteld voor het ongewijzigd doortrekken van de Beschikbaarheidsvergoeding openbaar vervoer (ov) naar het vierde kwartaal van 2021. Deze verlenging is verwerkt in de vierde incidentele suppletoire begroting voor de IenW begroting Hoofdstuk XII.

Covid-gerelateerde meerkosten CBR en RWS

Rijkswaterstaat (RWS) en het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) hebben in 2020 en 2021 corona-gerelateerde tegenvallers voor onder meer preventieve maatregelen bij uitvoering van projecten en gemiste inkomsten uit examens. Hiervoor is bij Voorjaarsnota 22,5 miljoen euro voor RWS en 28,5 miljoen euro voor het CBR beschikbaar gesteld.

Loon- en prijsbijstelling 2021

De tranche 2021 van de loon- en prijsbijstelling is overgemaakt naar de begroting van IenW

Overheveling aanvullende post

Bij Voorjaarsnota worden reserveringen op de aanvullende post voor onder andere de Wet Open Overheid en informatiehuishouding (in totaal ruim 37 miljoen euro), compensatie van de vuurwerkbranche (27,5 miljoen euro), de stikstof-maatregel walstroom zeevaart (in totaal 12 miljoen euro) en compensatie Zeeland (5 miljoen euro) overgeheveld naar de IenW begroting.

Beschikbaarheidsvergoeding ov 2020

Bij Najaarsnota is de Kamer geïnformeerd dat circa 500 miljoen euro van de beschikbaarheidsvergoeding Openbaar Vervoer niet in 2020 maar in 2021 tot betaling zou komen omdat een deel van de vergoeding achteraf wordt uitgekeerd. In 2020 is het uitgavenplafond voor dat bedrag verlaagd. Bij Voorjaarsnota wordt het uitgavenplafond met hetzelfde bedrag verhoogd.

Diversen

Deze post bestaat voornamelijk uit het saldo van overboekingen met de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De grootste post is het terugboeken van de decentralisatie-uitkering verkeer en vervoer vanuit het Provinciefonds naar de IenW-begroting (jaarlijks 22,8 miljoen euro in de jaren 2021 tot en met 2026) omdat ten behoeve van rechtmatigheid voor een andere uitkeringsvorm zal worden gekozen.

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

Diversen

Deze post bestaat volledig uit desalderingen, waarvan een bijdrage van de Europese Commissie aan het Planbureau voor de Leefomgeving voor contractonderzoek (1,2 miljoen euro) en de bijdrage van de Provincie Zuid-Holland aan de bodemsanering Stormpolderdijk (1,5 miljoen) de grootste zijn. De ontvangst in 2022 betreft de geraamde terugbetaling van de lening die is verstrekt aan Winair (2,9 miljoen euro).

Economische Zaken en Klimaat

 

XIII ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT: UITGAVEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

7.809,5

5.956,7

6.420,6

6.337,4

6.117,9

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

Herijking nucleair historisch afval

24,7

0

0

0

0

 

24,7

0

0

0

0

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Actualisatie schaderamingen uitgaven

1.292,00

704

635

377

94

Afboeken middelen stuwmeerregeling

  • 15,2

0

0

0

0

Afboeking huidige reeks - aanpassing raming uitgaven immateriële schade

  • 100

0

0

0

0

Afboeking huidige reeks - aanpassing raming vergoeding waardedaling

  • 245

0

0

0

0

Afboeking huidige reeks - bijstelling raming schadevergoedingen

  • 200

0

0

0

0

Afboeking huidige reeks - bijstelling raming uitvoeringskosten schade

  • 150

0

0

0

0

Btw-component uitvoeringskosten

27

26

24

13

3

Dekking PIDI

  • 12,5
  • 15,5
  • 22
  • 11
  • 4

Doorschuiven budget Urgendaprojecten 2020

17

0

0

0

0

Eindejaarsmarge Toekomstfonds

97

0

0

0

0

Interne problematiek

32,8

15,5

14

14,8

12,7

Invullen negatieve eindejaarsmarge

525,5

0

0

0

0

Inzet eindejaarsmarge

  • 56,4

0

0

0

0

Kapitaalstorting EBN

0

0

467,8

441,2

328

Kasschuif actieplan energiebesparing Urgenda

  • 41

19

10

6

6

Negatieve EJM schadebetalingen

  • 426,3

0

0

0

0

Negatieve EJM uitvoeringskosten schadebetalingen

  • 99,2

0

0

0

0

Opvragen reguliere eindejaarsmarge

56,4

0

0

0

0

Uitvoeringskosten BIK

17,1

29,3

8,9

5

0

WarmteLinQ

0

10

37,5

0

0

Diversen

  • 1,4
  • 27,7

3,8

0,2

  • 1,4
 

717,8

760,6

1.179,00

846,2

438,3

Technische mutaties

Rijksbegroting

Aanpassing kasdekking Groeifaciliteit

50

0

0

0

0

Actualisatie kasbuffers GO-c

  • 25
  • 100
  • 100
  • 50
  • 50

AP klimaatakkoord - bovenregionale warmtenetten

35

40

0

0

0

Coronaoverbruggingslening (COL)

33,3

0

0

0

0

Deep Tech Fonds

175

0

0

0

0

Fonds Alternatieve Financiering

50

0

0

0

0

Fondsversterking ROM's

75

0

0

0

0

Onttrekking aan reserve duurzame energie

447,9

0

0

0

0

Overboeking budget startersregeling naar TVL

  • 90

0

0

0

0

Overboeking middelen actieplan energiebesparing

50

0

0

0

0

Startersregeling via Qredits

70

0

0

0

0

Steunmaatregel mobiliteitscluster

30

40

40

30

10

TOA krediet

20

80

100

0

0

TRSEC

325

0

0

0

0

TVL aanvulling

3.790,00

0

0

0

0

TVL startersregeling

120

0

0

0

0

TVL startersregeling motie

60

0

0

0

0

Verhoging budget Tegemoetkoming Vaste Lasten

2.015,00

0

0

0

0

 

2021

2022

2023

2024

2025

Verhoging subsidieplafond Tegemoetkoming Vaste Lasten

70

0

0

0

0

Verhoging TVL Q2

451,5

0

0

0

0

Verhoging uitvoeringsbudget TVL

30

0

0

0

0

Verlenging TVL

385

0

0

0

0

Verruiming TVL

560

0

0

0

0

Diversen

280,5

120,9

95,6

94,3

87,7

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Voucherkredietfaciliteit reissector

400

0

0

0

0

Diversen

  • 15,9
  • 13,7

0

0

0

 

9.392,30

167,2

135,6

74,3

47,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

10.134,80

927,7

1.314,70

920,5

485,9

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

17.944,30

6.884,30

7.735,30

7.257,90

6.603,90

Totaal Internationale samenwerking

31,6

29,6

29,1

27,2

27,2

Stand Voorjaarsnota 2021

17.976,00

6.914,00

7.764,40

7.285,20

6.631,10

 

XIII ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

4.816,0

3.556,9

4.178,9

4.331,2

4.417,0

Afboeking huidige raming - aanpassing raming ontvangsten schadeverg.

  • 200

0

0

0

0

Afboeking huidige raming - aanpassing raming ontvangsten voor immateri

  • 100

0

0

0

0

Afboeking huidige raming - bijstelling raming ontvangsten waardedaling

  • 245

0

0

0

0

Afboeking huidige raming - bijstelling raming uitvoeringskosten

  • 150

0

0

0

0

Bijstelling raming immateriële schade

100

50

10

5

3

Bijstelling raming uitgaven schadevergoeding img

425

423

423

253

66

Bijstelling raming uitvoeringskosten schade

252

215

202

119

25

Bijstelling raming waardedaling groningen

515

16

0

0

0

Btw-compensatie restant 2020

  • 20

0

0

0

0

Kasschuif ontvangsten immateriële schade

  • 25

12,5

10

1,3

0,5

Kasschuif ontvangsten schadevergoeding img

  • 106,3

0,5

0

42,5

46,8

Kasschuif ontvangsten uitvoeringskosten schadevergoedingen

  • 63

9,3

3,3

20,8

23,5

Kasschuif ontvangsten waardedaling

  • 128,8

124,8

4

0

0

Overlopende ontvangsten nam

246,8

0

0

0

0

Overlopende ontvangsten nam - uitvoeringskosten schade

99,2

0

0

0

0

Overlopende ontvangsten nam - ontvangsten 2020 nam voor waardedaling

179,5

0

0

0

0

Stuwmeerregeling

  • 15,2

0

0

0

0

Diversen

8,6

0

0

0

0

 

772,8

851,1

652,3

441,6

164,8

Technische mutaties

Rijksbegroting

Onttrekking aan reserve duurzame energie

447,9

0

0

0

0

Onttrekking reserve klein krediet corona

100

0

0

0

0

Diversen

27

17,2

16,1

14,7

11,9

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Voucherkredietfaciliteit reissector

0

50

66,7

66,7

66,7

Diversen

  • 15
  • 5

0

0

0

 

2021

2022

2023

2024

2025

 

559,9

62,2

82,8

81,4

78,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

1.332,8

913,2

735,0

522,9

243,4

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

6.148,8

4.470,1

4.913,9

4.854,2

4.660,4

Stand Voorjaarsnota 2021

6.148,8

4.470,1

4.913,9

4.854,2

4.660,4

Uitgaven

Mee- en tegevallers

Herijking nucleair historisch afval

De kosten voor het opruimen van historisch nucleair afval en ontmanteling van gebouwen zijn herijkt en vallen 24,7 miljoen euro hoger uit dan eerder geraamd. Dekking is gevonden binnen de reguliere eindejaarsmarge van EZK.

Beleidsmatige mutaties

Actualisatie schaderamingen uitgaven

De meerjarige uitgavenraming voor schadevergoedingen in Groningen als gevolg van de aardbevingsproblematiek is geactualiseerd. Deze raming is op de EZK-begroting opgenomen. De raming bestaat uit immateriële schades (100 miljoen euro in 2021), schadevergoedingen IMG (425 miljoen euro in 2021), uitvoeringskosten (252 miljoen euro in 2021) en de waardedaling (515 miljoen euro in 2021).

Stuwmeerregeling

De Staat heeft een betalingsovereenkomst voor de stuwmeerregeling gesloten met de NAM. De NAM betaalt 40,4 miljoen euro van de in totaal 55,6 miljoen euro aan gemaakte kosten. De 15,2 miljoen euro die de Staat bijdraagt wordt gedekt vanuit de risicoreservering Groningen op de Aanvullende Post.

Afboeking huidige reeks schaderamingen

Met de actualisatie van de meerjarige raming voor schadevergoedingen in Groningen als gevolg van de aardbevingsproblematiek, komt de oude raming van in totaal 695 miljoen euro te vervallen. Deze is daarom afgeboekt. Dit geldt voor de ramingen immateriële schades (100 miljoen euro), vergoeding waardedaling (245 miljoen euro), schadevergoedingen (200 miljoen euro) en uitvoeringskosten schade (150 miljoen euro).

BTW-component uitvoeringskosten

In het Akkoord op Hoofdlijnen is afgesproken dat het totaalbedrag van BTW zal worden verrekend met de NAM. Dit betreft de compensatie van het BTW-deel van de uitvoeringskosten van de schadeafhandeling. Als onderdeel van de geactualiseerde schaderamingen, zijn de benodigde BTW-reeksen toegevoegd aan de EZK-begroting, bestaande uit de nieuwe raming startent met 27 miljoen euro in 2021 en het restant uit 2020 (20 miljoen euro).

Dekking PIDI

In 2021 wordt het Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI) opgericht, zoals reeds aangekondigd in de kabinetsreactie Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie van 16 oktober 2020. De dekking voor

PIDI voor de periode 2021-2025 (65 miljoen euro) is op de EZK-begroting gevonden, binnen het instrumentarium dat reeds bestemd is voor verduur-zaming van de industrie.

Doorschuiven budget Urgendaprojecten 2020

Mede als gevolg van de coronacrisis zijn niet alle beschikbare middelen voor Urgendadoelen tot besteding gekomen in 2020. Omdat met deze middelen, middels dezelfde regeling als waar het budget voor was bedoeld in 2020, de beoogde CO2-reductie kan worden bewerkstelligd in 2021, zijn zij in 2021 toegevoegd aan de EZK-begroting. Het gaat in totaal om 17 miljoen euro.

Eindejaarsmarge toekomstfonds

Voor het Toekomstfonds geldt een 100% eindejaarsmarge. Conform de begrotingsregels is de eindejaarsmarge van 97 miljoen euro toegevoegd aan de begroting van EZK.

Interne problematiek

De interne problematiek bestaat onder andere uit middelen voor de nieuwe deelneming Bonaire Brandstof Terminals om de leveringszekerheid van energie op Bonaire te borgen. Daarnaast bestaat de intern problematiek uit knelpunten in de bedrijfsvoering en diverse knelpunten bij de uitvoerende diensten.

Negatieve EJM

Door vertraging in de ontvangsten van NAM voor de schadeafhandeling, is in 2020 een tekort van 525,5 miljoen euro ontstaan op de ontvangsten van de Groningenmiddelen op de EZK-begroting. Dit tekort loopt binnen de uitgaven als negatieve eindejaarsmarge door in 2021 en bestaat uit een deel schadebetalingen (426,3 miljoen euro) en uitvoeringkosten schadebeta-lingen (99,2 miljoen euro). Doordat de NAM-ontvangsten over het derde en vierde kwartaal van 2020 alsnog in 2021 binnenkomen, is de negatieve eindejaarsmarge in 2021 ingevuld.

Inzet eindejaarsmarge

EZK heeft 2020 afgesloten met onderuitputting op het specifieke deel van de begroting (exclusief de middelen van artikel 5, Groningen). Hieruit krijgt EZK in 2021 de reguliere eindejaarsmarge van 56,4 miljoen euro, die is ingezet voor dekking van interne problematiek.

Kapitaalstorting EBN

EBN draagt conform het gasgebouw verantwoordelijkheid voor 40% van de aardbevingskosten (schade en versterken). Met het bekend worden van de ramingen voor schade en versterken, dient EBN een afdoende voorziening voor deze kosten te treffen. De huidige exploitatieresultaten van EBN laat dit momenteel echter niet toe. De Staat als 100% aandeelhouder van EBN. Deze reeks ziet toe op de daadwerkelijke kapitalisatie van EBN om de aardbevingskosten te kunnen dragen.

Kasschuif actieplan energiebesparing Urgenda De middelen op de AP voor het actieplan energiebesparing Urgenda (50 miljoen euro in 2021) zijn overgeboekt naar de begroting van EZK en worden grotendeels ingezet via de VEKI-regeling. Om deze middelen in het gewenste ritme te brengen is een kasschuif doorgevoerd.

Opvragen reguliere eindejaarsmarge

EZK heeft 2020 afgesloten met onderuitputting op het specifieke deel van de begroting (exclusief de middelen van artikel 5, Groningen). Conform de begrotingsregels wordt de eindejaarsmarge van 56,4 miljoen euro toegevoegd aan de begroting van EZK.

Uitvoeringskosten BIK

De uitvoering van de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) is belegd bij RVO. De kostenraming bedraagt 60,3 miljoen euro voor de periode 2021-2024, waarvan de meeste kosten gemaakt worden in de uitvoeringsjaren 2021 en 2022.

WarmteLinQ

Ten behoeve van de investering in het warmtetransportnetwerk tussen Rotterdam en Den Haag (WarmteLinQ) wordt 10 miljoen euro vrijgemaakt. Dit is in aanvulling op de 75 miljoen euro die is opegevraagd vanaf de aanvullende post. Daarnaast wordt een lening van 37,5 miljoen euro afgegeven voor de aftakking naar de regio Leiden (WarmteLinQ+).

Diversen

Deze post bestaat uit mutaties die onder de ondergrens van het toe te lichten bedrag vallen.

Technische mutaties

Aanpassing kasdekking groeifaciliteit

In de Kamerbrief van 28 augustus 2020 (Kamerstuk 35420, nr. 105) heeft het kabinet 300 miljoen euro gereserveerd ten behoeve van een herkapita-lisatiefonds. Hiervan is 50 miljoen euro ter beschikking gesteld voor de kasbuffer voor de Groeifaciliteit. Dit is in het kader van het initiatief van de banken voor het oprichten van een Dutch Post-Covid Growth Fund, om de financiële balans van ondernemingen te versterken.

Actualisatie kasbuffers GO-c

Zoals aan de Tweede Kamer gemeld, worden in het voorjaar de begrotingsreserves van de corona-gerelateerde garantieregelingen herijkt. Aan de hand van de meest actuele inzichten in de kasbuffer in relatie tot de geraamde benutting, wordt een deel meerjarig bijgesteld.

AP klimaatakkoord - bovenregionale warmtenetten

Voor warmtenetten is geld beschikbaar op de Aanvullende Post. EZK heeft in totaal 75 miljoen euro opgevraagd voor de stimulering van het warmtetransportnetwerk van Rotterdam naar Den Haag, genaamd WarmteLinQ.

Coronaoverbruggingslening (COL)

In 2020 is 33,3 miljoen euro op de Coronaoverbruggingslening niet tot besteding gekomen. Omdat deze middelen alsnog in 2021 nodig zijn, zijn deze middelen weer toegevoegd aan de EZK. Dit ten behoeve van verstrekking van COL-leningen door de ROM's.

Deep Tech Fonds (DTF)

De bijdrage van 175 miljoen euro aan het DTF betreft de EZK bijdrage aan het nieuw op te richten co-investeringsfonds DTF. Dit fonds is gericht op de financiering van kapitaalintensieve deeptech start- en scale-ups die bijdragen aan het lange termijn verdienvermogen van Nederland. Uitgangspunt van het fonds is om onder marktconforme condities (het betrekken van een private co-financier is een vereiste) over een investe-ringsperiode van maximaal vijf jaar 12 tot 15 investeringen te doen in deeptech bedrijven.

Fonds Alternatieve Financiering

De bijdrage van 50 miljoen euro aan het Fonds Alternatieve Financiering wordt ingezet voor het verbreden van het financieringslandschap voor het MKB. De totale omvang van het fonds is voorzien op 200 miljoen euro.

Fondsversterking ROM's

EZK heeft in 2020 75 miljoen euro ontvangen voor de fondsversterking van de ROM's. Het was in 2020 niet mogelijk al concrete stortingen te doen, omdat de regio de benodigde cofinanciering moest organiseren. Daarom zijn de middelen doorgeschoven naar 2021 om alsnog tot de fondsversterking over te gaan. Over de fondsversterking worden met de regionale partners afspraken gemaakt.

Onttrekking aan reserve duurzame energie

Ten behoeve van de financiering van afgegeven SDE(+)-beschikkingen en het flankerend beleid wordt 447,9 miljoen euro onttrokken aan de begrotingsreserve duurzame energie. De onttrekking wordt toegevoegd aan het reeds beschikbare kasbudget van de SDE(+). Een onttrekking aan een begrotingsreserve is altijd aan zowel de ontvangsten- als uitgavenkant zichtbaaO-vebroeking

Overboeking budget startersregeling naar TVL

Begin 2021 is 180 miljoen euro beschikbaar gesteld voor een specifieke regeling voor starters. Vanaf het tweede kwartaal van 2021 is de TVL zodanig aangepast dat de betreffende starters hiervan gebruik kunnen maken. Het resterende budget van 90 miljoen euro voor de specifieke startersregeling is daarom toegevoegd aan het budget van de TVL.

Overboeking middelen actieplan energiebesparing In het kader van Urgenda 2.0 zijn middelen toegekend voor het 'actieplan energiebesparing industrie' met als doel het versnellen van energiebesparing door het voorfinancieren van investeringen. EZK heeft de beschikbare 50 miljoen euro opgevraagd en overgeboekt gekregen vanuit de Aanvullende Post.

Startersregeling via Qredits

Het budget voor de overbruggingskredieten voor bestaande ondernemers in getroffen sectoren is met 30 miljoen euro opgehoogd. Mede naar aanleiding van de motie Dijkhoff c.s. van 9 december jl. wordt na goedkeuring door de Europese Commissie 40 miljoen euro beschikbaar gesteld om corona overbruggingskredieten aan bedrijven te verstrekken, die gestart zijn in Q1 en Q2 2020, met coulante voorwaarden.

Steunmaatregel mobiliteitscluster

Om de teruggang in R&D-investeringen binnen het mobiliteitscluster door omzetderving als gevolg van de coronacrisis te mitigeren, is een subsidieregeling aangekondigd voor bedrijven in de automotive, luchtvaart en maritieme sectoren. De subsidie is bedoeld voor R&D-projecten die op korte termijn kunnen starten en een looptijd hebben van maximaal 4 jaar. Het budget voor de regeling is vastgesteld op 150 miljoen euro.

TOA krediet

Het time-out-arrangement (TOA) ondersteunt ondernemers bij het afwenden van een faillissement. Voor 2021 is 200 miljoen euro gereserveerd op de aanvullende post voor het TOA-krediet. Deze zijn middels een kasschuif in het juiste ritme gezet en overgeheveld naar de EZK-begroting.

TRSEC

Wanneer evenementen vanwege de epidemiologische situatie worden verboden, kunnen organisatoren een vergoeding voor de gemaakte kosten ontvangen. Hiervoor is de tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19 (TRSEC) vormgegeven. Het plafond van de te verlenen subsidie en leningen bedraagt 385 miljoen euro. Dit bedrag is als verplichtingenbudget opgenomen. Het kasbudget van 325 miljoen euro is de raming van het uit te betalen bedrag.

TVL aanvulling

Het budget van de TVL is met in totaal 3,79 miljard euro verhoogd. Deze verhoging houdt verband met diverse verruimingen die zijn opgenomen in de 3de incidentele suppletoire begroting van EZK.

TVL startersregeling

Voor starters is een specifieke regeling ontwikkeld binnen de TVL. De regeling gold in eerste instantie voor ondernemers die gestart waren tussen 1 januari 2020 en 30 juni 2020 en is naar aanleiding van de motie Aartsen c.s. verbreed naar ondernemers gestart tussen 30 september 2019 en 30 juni 2020. In totaal is hiervoor 180 miljoen euro beschikbaar gesteld, zoals opgenomen in de derde Incidentele Suppletoire Begroting van EZK.

Verhoging budget Tegemoetkoming Vaste Lasten

Ten behoeve van de verlenging van de TVL naar het derde kwartaal van 2021 is 1,75 miljard euro toegevaagd aan het budget. Daarnaast is 265 miljoen euro toegevoegd aan de TVL voor de referentiesystematiek, waarvan 90 miljoen euro wordt gedekt door de overboeking van de resterende middelen op de startersregeling.

Verhoging subsidieplafond Tegemoetkoming Vaste Lasten Om de TVL meer toegankelijk te maken voor grote bedrijven wordt het maximum subsidiebedrag met 600.000 euro verhoogd naar 1,2 miljoen euro. De verwachte kosten voor het verhogen van de maximum subsidie bedragen 70 miljoen euro.

Verhoging TVL Q2

Het budget van de TVL is in verband met de verhoging van het vergoe-dingspercentage van de regeling voor het tweede kwartaal van 2021 van 85% naar 100% aangevuld met 450 miljoen euro. De verhoging van het vergoedingspercentage is ook doorgevoerd in Caribisch Nederland, waarvoor 1,5 miljoen euro beschikbaar is gesteld.

Verhoging uitvoeringsbudget TVL

De uitvoeringskosten RVO van de TVL wordt verhoogd met 30 miljoen euro. Dit betreffen aanvullende uitvoeringskosten voor het eerste en tweede kwartaal van 2021, en de uitvoeringskosten voor de verlenging van de TVL naar het derde kwartaal van 2021.

Verlenging TVL

Ten behoeve van de verhoging van het maximale subsidiebedrag en het verlagen van het minimale bedrag aan vaste lasten, is het budget van de TVL verhoogd met 385 miljoen euro.

Verruiming TVL

Ten behoeve van de verhoging van de omzetdervingspercentage en de verbreding van de omzetdervingsdrempel in Q1 van 2021 is 560 miljoen euro toegevoegd aan het budget van de TVL.

Diversen

Deze post bestaat uit mutaties die onder de ondergrens van het toe te lichten bedrag vallen.

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Voucherkredietfaciliteit reissector

Het kabinet stelt een faciliteit van maximaal 400 miljoen euro aan het garantiefonds SGR beschikbaar voor de verstrekking van liquiditeitsleningen (voucherkredieten) aan reisorganisaties, die tijdelijk onvoldoende middelen hebben om vouchers terug te betalen aan consumenten.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mutaties die onder de ondergrens vallen.

Niet-belastingontvangsten

Beleidsmatige mutaties

Afboeking huidige raming

Met de actualisatie van de meerjarige raming voor schadevergoedingen in Groningen als gevolg van de aardbevingsproblematiek, komt de oude ontvangstenraming van in totaal 695 miljoen euro te vervallen. Deze is daarom afgeboekt. Dit geldt voor de ontvangstenramingen immateriële schades (100 miljoen euro), vergoeding waardedaling (245 miljoen euro), schadevergoedingen (200 miljoen euro) en uitvoeringskosten schade (150 miljoen euro).

Betreft BTW-compensatie aan NAM

In het Akkoord op Hoofdlijnen is afgesproken dat het totaalbedrag van BTW zal worden verrekend met de NAM. Dit betreft de compensatie van het BTW-deel van de uitvoeringskosten van de schadeafhandeling. Als onderdeel van de geactualiseerde schaderamingen, zijn de benodigde BTW-reeksen toegevoegd aan de EZK-begroting. De eerder geraamde ontvangsten van 20 miljoen euro zijn afgeboekt.

Actualisatie schaderamingen ontvangsten

De meerjarige uitgavenraming voor schadevergoedingen in Groningen als gevolg van de aardbevingsproblematiek is geactualiseerd. Deze raming is nu op de EZK-begroting opgenomen. De raming bestaat uit immateriële schades (100 miljoen euro), schadevergoedingen IMG (425 miljoen euro), uitvoeringskosten (252 miljoen euro) en de waardedaling (515 miljoen euro).

Kasschuif ontvangsten

De ontvangsten vanuit de NAM voor de schadebetalingen lopen in de regel achter op de uitgaven. Middels een kasschuif zijn de ontvangsten in een kasritme gezet dat beter aansluit bij de praktijk.

Overlopende ontvangsten NAM

Door vertraging in de ontvangsten van NAM voor de schadeafhandeling, is in 2020 een tekort ontstaan op de Groningenmiddelen op de EZK-begroting. Doordat de NAM-ontvangsten over het derde en vierde kwartaal van 2020 alsnog in 2021 binnenkomen, wordt de negatieve eindejaarsmarge in 2021 die het gevolg is van het tekort op de ontvangsten voor Groningen ultimo 2020 ingevuld. De ontvangsten bestaan uit schadevergoedingen (246,8 miljoen euro), uitvoeringskosten (99,2 miljoen euro) en waardedaling (179,5 miljoen euro).

Stuwmeerregeling

De Staat heeft een betalingsovereenkomst voor de stuwmeerregeling gesloten met de NAM. De NAM betaalt 40,4 miljoen euro van de in totaal 55,6 miljoen euro aan gemaakte kosten. De 15,2 miljoen euro die de Staat bijdraagt wordt gedekt vanuit de risicoreservering Groningen op de Aanvullende Post.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mutaties die onder de ondergrens vallen. Technische mutaties

Onttrekking aan reserve duurzame energie

Ten behoeve van de financiering van afgegeven SDE(+)-beschikkingen en het flankerend beleid wordt 447,9 miljoen euro onttrokken aan de begrotingsreserve duurzame energie. De onttrekking wordt toegevoegd aan het reeds beschikbare kasbudget van de SDE(+). Een onttrekking aan een begrotingsreserve is altijd aan zowel de ontvangsten- als uitgavenkant zichtbaar.

Onttrekking reserve klein krediet corona

Zoals aan de Tweede Kamer gemeld, zijn in het voorjaar de begrotingsreserves van de corona-gerelateerde garantieregelingen herijkt. In dat kader is 100 miljoen onttrokken aan de reserve Klein Krediet Corona (KKC), wat vrijvalt ten behoeve van het generale beeld.

Diversen

Deze post bestaat uit mutaties die onder de ondergrens van het toe te lichten bedrag vallen. Zoals het toevoegen van de rente-ontvangsten van de voucherkredietfaciliteit reissector.

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Voucherkredietfaciliteit reissector

De aflossing op de voucherkredietfaciliteit zal in tranches plaatsvinden in de periode 2022 tot en met 2028. De raming van de ontvangsten is gebaseerd op de huidige inzichten bij een volledige benutting van de faciliteit.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mutaties die onder de ondergrens vallen. Zoals de aanpassing van de raming ontvangsten Mijnbouwwet.

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

 

XIV LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT: UITGAVEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

2.033,1

1.391,0

1.374,6

1.262,1

1.304,2

Diversen

  • 18,7

8,9

  • 1,2
  • 1,6
  • 1,3
 
  • 18,7

8,9

  • 1,2
  • 1,6
  • 1,3

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Eindejaarsmarge 2020

39,1

0

0

0

0

Kasschuif gerichte opkoop

  • 212,9

211,4

0,8

0,6

0,2

Kasschuif regeling versneld natuurherstel rvo

  • 68,6

22,6

22,6

20,6

2,9

Kasschuif sanering varkenshouderij

  • 45

45

0

0

0

Kasschuif subsidiebudget srv

57

0

0

0

0

Diversen

  • 36,1

7,6

5,1

18,6

17,8

 
  • 266,5

286,6

28,5

39,8

20,9

Technische mutaties

Rijksbegroting

Doorschuif 2020 sierteelt/voedingstuinbouw

36

0

0

0

0

Gerichte opkoop desaldering

110

0

0

0

0

Middelen gerichte opkoop 1e tranche uit begr. stst

99,5

0

0

0

0

Nadeelcompensatie pelsdierhouders vervroegd verbod

122,5

0

0

0

0

Steunmaatregel dierentuinen i.v.m. covid-19

39

0

0

0

0

Diversen

169,8

33,2

33,4

29,3

30,4

 

576,8

33,2

33,4

29,3

30,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

291,7

328,7

60,7

67,5

50

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

2.324,8

1.719,7

1.435,3

1.329,6

1.354,3

Totaal Internationale samenwerking

35,2

33,1

33,1

33,1

33,1

Stand Voorjaarsnota 2021

2.360,0

1.752,9

1.468,4

1.362,7

1.387,4

 

XIV LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

237,1

88,6

76,4

73,7

69,8

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

Diversen

  • 0,2

2,5

0,5

  • 0,5
  • 1
 
  • 0,2

2,5

0,5

  • 0,5
  • 1

Technische mutaties

Rijksbegroting

Gerichte opkoop desaldering

110

0

0

0

0

Middelen gerichte opkoop 1e tranche uit begr. stst

99,5

0

0

0

0

Diversen

36,1

1,2

1,5

0

0

 

245,6

1,2

1,5

0

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

245,4

3,7

2

  • 0,5
  • 1

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

482,6

92,3

78,4

73,2

68,8

Stand Voorjaarsnota 2021

482,6

92,3

78,4

73,2

68,8

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Diversen

Dit betreft het saldo van verschillende autonome ramingsbijstellingen op de LNV-begroting. Meevallers bestaan onder andere uit onderuitputting brexit zbo's en vertraagde overboeking omtrent technische bijstand. De tegenvallers bestaan onder andere uit meerkosten omtrent natuurvergun-ningen, meerkosten voor opslaghouders van in beslag genomen dieren en een tekort op het apparaatsbudget van DG Stikstof voor 2021. De eindejaarsmarge LNV (13,7 miljoen euro) wordt ingezet als dekking voor de tegenvallers. De voorziene onderuitputting NVWA (13,9 miljoen euro) wordt ingezet als dekking voor de retributiedemping, zie post beleidsmatige mutaties diversen.

Beleidsmatige mutaties

Eindejaarsmarge 2020

Conform de begrotingsregels wordt de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting van LNV (13,7 miljoen euro). Deze mutatie bestaat verder uit de onderuitputting op de regeling warme sanering varkenshouderijen (17,9 miljoen euro) en de onderuitputting op de Floriade (7,5 miljoen euro).

Kasschuif gerichte opkoop

In de zomer van 2021 wordt de eerste tranche van de gerichte opkoop geëvalueerd. De verwachting is dat de tweede en derde tranche pas leiden tot verplichtingen in 2022. Daarom worden de middelen voor deze tranches met deze kasschuif doorgeschoven. Daarnaast worden ook de uitvoering-kosten RVO van de eerste tranche in de goede jaren geplaatst.

Kasschuif regeling versneld natuurherstel RVO

In 2021 is de regeling voor versneld natuurherstel gesloten. De uitfinanciering vindt plaats in de periode 2021 tot en met 2025. Doordat de begrotingsreserve stikstof ophoudt te bestaan, is een kasschuif noodzakelijk. De uitfinanciering van de tweede tranche is op dit moment nog niet bekend. In deze kasschuif is uitgegaan van het scenario dat de uitfinanciering start in het laatste kwartaal van 2021.

Kasschuif sanering varkenshouderij

De saneringsregeling varkenshouderij is vertraagd. Samen met RVO is een nieuw kasritme opgesteld. De verwachting is dat er circa 45 miljoen euro extra nodig zal zijn in 2022. Deze kasschuif is gemeld bij BVM.

Kasschuif subsidiebudget srv

De complexiteit van de regeling warme sanering varkenshouderijen (srv) heeft ervoor gezorgd dat er in de uitvoering door RVO vertraging is ontstaan. Deze middelen (57 miljoen euro) worden via een kasschuif meegenomen naar 2021. Deze middelen blijven, conform de daarover gemaakte afspraken, beschikbaar in 2021 voor de structurele aanpak stikstof om de programmadoelen te behalen. Deze kasschuif is gemeld bij NJN.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mutaties, waaronder bijvoorbeeld kasschuiven ten behoeve van energie glastuinbouw en pilots en onderzoek in veenweidegebieden. Met deze kasschuiven worden de middelen in het goede ritme geplaatst. Daarnaast bevat deze post retributiedemping NVWA. De NVWA

brengt kosten van verrichte werkzaamheden via retributies in rekening bij het bedrijfsleven. Deze post betreft het dempen van de retributiestijging voor het bedrijfsleven.

Technische mutaties

Doorschuif 2020 sierteelt/voedingstuinbouw

De definitieve vaststelling en uitkering van de steunmaatregelen voor de tuinbouw en de fritesaardappelsector is over de jaargrens geschoven. Betalingen konden niet volledig plaatsvinden in 2020 en vallen daarom gedeeltelijk in 2021. De beoordeling en afronding vindt begin 2021 plaats. De definitieve vaststelling is al wel geweest, dus er zullen in 2021 alleen nog definitieve betalingen plaatsvinden.

Gerichte opkoop desaldering

De begrotingsreserve stikstof houdt eind 2021 op te bestaan. In deze begrotingsreserve zit onder andere 110 miljoen euro bestemd voor de derde tranche van de regeling gerichte opkoop. Om deze middelen beschikbaar te houden is desaldering noodzakelijk. De middelen zijn met een kasschuif in het verwachte ritme geplaatst (zie kasschuif gerichte opkoop).

Middelen gerichte opkoop eerste tranche uit begrotingsreserve stikstof Bij Slotwet 2020 zijn de resterende middelen van de eerste tranche voor de gerichte opkoop in de begrotingsreserve stikstof gestort. Het gaat om 99,5 miljoen euro. Met deze mutatie wordt het budget uit de begrotingsreserve stikstof opgevraagd om op de LNV-begroting te plaatsen om in te zetten voor uitbetalingen uit de eerste tranche.

Nadeelcompensatie pelsdierhouders vervroegd verbod Voor het vervroegd verbod pelsdierhouderij is er in totaal 140 miljoen euro gereserveerd op de Aanvullende Post. Hiervan wordt 122,5 miljoen euro toegevoegd aan de LNV-begroting voor de nadeelcompensatie voor pelsdierhouders. De resterende 17,5 miljoen euro dient als reservering voor zowel de nadeelcompensatie (7,5 miljoen euro) als de uitvoeringskosten (10 miljoen euro).

Steunmaatregel dierentuin i.v.m. covid-19

In het derde steun- en herstelpakket in verband met Corona is 39 miljoen euro beschikbaar gesteld voor dierentuinen. De steun is bedoeld ter voorkoming van faillissementen en dierenwelzijnsproblemen, vanwege een periode van sluiting en beperkte openstelling van dierentuinen. Deze middelen zijn overgeheveld van de Aanvullende Post naar de LNV-begroting.

Diversen

Onder deze diversenpost vallen onder andere de toekenning van de loon-en prijsbijstellingstranche 2021. Daarnaast bestaat deze post uit middelen (20 miljoen euro) om middelgrote bedrijven in de land- en tuinbouw gebruik te laten maken van de hogere subsidiegrens voor de tegemoetkoming vaste lasten. Ook bestaat deze post uit een onttrekking uit de begrotingsreserve stikstof ten behoeve van de regeling versneld natuurherstel. Verder bestaat deze post uit subsidiëring van LED in de glastuinbouw. Deze middelen zijn overgeheveld van de Aanvullende Post naar de LNV-begroting. Deze maatregel hoort bij het Urgenda 2.0 pakket.

Niet-belastingontvangsten

Mee-en tegenvallers

Diversen

Deze post bevat onder andere een huursomverlaging van de mosselpercelen, wat leidt tot een daling van de ontvangsten in 2021.

Technische mutaties

Gerichte opkoop desaldering

De begrotingsreserve stikstof houdt eind 2021 op te bestaan. In deze begrotingsreserve zit onder andere 110 miljoen euro bestemd voor de derde tranche van de regeling gerichte opkoop. Om deze middelen beschikbaar te houden is desaldering noodzakelijk. De middelen zijn met een kasschuif in het verwachte ritme geplaatst (zie kasschuif gerichte opkoop).

Middelen gerichte opkoop eerste tranche uit begrotingsreserve stikstof Bij Slotwet 2020 zijn de resterende middelen van de eerste tranche voor de gerichte opkoop in de begrotingsreserve stikstof gestort. Het gaat om 99,5 miljoen euro. Met deze mutatie wordt het budget uit de begrotingsreserve stikstof opgevraagd om op de LNV-begroting te plaatsen om in te zetten voor uitbetalingen uit de eerste tranche.

Diversen

Deze post bestaat onder andere uit de onttrekking begrotingsreserve stikstof (21,6 miljoen euro). Deze middelen worden ingezet voor de regeling versneld natuurherstel. Ook bevat deze post onttrekking van de begrotingsreserve landbouw ten behoeve van de sloop- en ombouwregeling pelsdier-houders.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID:

UITGAVEN

       
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

52.493,4

47.929,3

47.862,2

48.350,9

49.114,7

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

Inburgeringsvoorzieningen

0

33,9

39,9

35,8

30,3

Maatschappelijke begeleiding

  • 1,1

19,1

0

0

0

Diversen

  • 0,5
  • 0,4
  • 0,4
  • 0,4
  • 0,4

Sociale zekerheid

         

Aio

  • 14,3
  • 14
  • 11,2
  • 13,8
  • 20,3

Akw

  • 18,4
  • 42,8
  • 54,3
  • 63,2
  • 70

Bbz

54,5

  • 8,9
  • 8,9
  • 8,9
  • 8,9

Budgetneutrale schuif premie-begroting

  • 15,1
  • 11
  • 10,6
  • 10,2
  • 12,4

Duo leningen

  • 4,3

34,1

24

7,5

1,3

Ioaw

  • 22,5
  • 36,4
  • 40,3
  • 39,8
  • 35,2

Iow

3,8

  • 5,8
  • 18,4
  • 29,1
  • 33,7

Kot

40,1

5,9

8

  • 5,5
  • 12,8

Tw

  • 17,6
  • 11,7
  • 8,1
  • 4,5

0,3

Uitvoeringskosten uwv

24,8

  • 3,4
  • 3,7
  • 4,2
  • 4,4

Wajong

17,4

11,9

4,2

  • 4,9
  • 12,4

Wkb

  • 61,1
  • 35,6
  • 35,3
  • 17,8
  • 1,9

Wtl

  • 42,2
  • 26,3
  • 27,3
  • 28,7
  • 13,9

Diversen

  • 8
  • 19,6
  • 19,9
  • 20,5
  • 21,4
 
  • 64,5
  • 111
  • 162,3
  • 208,2
  • 215,8

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Inburgeringsvoorzieningen

  • 38,2
  • 18,2
  • 4,6

0

0

Kasschuif mdieu

  • 261
  • 71
  • 60

123

127

Kasschuif motie asscher/smeulders

100

0

0

  • 100

0

Kasschuiven

  • 27,2

1,6

5,7

0,4

21,7

Veranderopgave inburgering (voi)

20,2

30,1

13,7

11

11

Diversen

38,2

21,2

8,2

6

6,1

Sociale zekerheid

         

Vbvv / skd

14,3

15,3

5,8

5,8

5,8

Veranderopgave inburgering (voi)

  • 32,8
  • 10,9

2,1

2,3

0,9

Ww eu-verordening

0

  • 16
  • 16

0

0

Diversen

  • 59,8

11

  • 15
  • 11,2
  • 14,3
 
  • 246,3
  • 36,9
  • 60,1

37,3

158,2

Technische mutaties

Rijksbegroting

Diverse plafondcorrecties

  • 175,4
  • 13

0

0

0

Kasschuif nl leert door

  • 34,6

34,6

0

0

0

Naar bzk-gf: gemeentelijk schuldenbeleid

  • 30

0

0

0

0

Naar bzk-gf: tonk eerste tranche

  • 65

0

0

0

0

Naar bzk-gf: vwnw: du crisisdienstverlening

  • 48,5

0

0

0

0

Tonk

260

0

0

0

0

Diversen

44,5

59,1

49,2

41,1

38,5

Sociale zekerheid

         
  • A. 
    now kasschuif nvw

1.255,30

0

0

0

0

  • B. 
    now 3 bijstelling 1e isb

1.458,30

0

0

0

0

Bijstand

  • 406,8
  • 512,2
  • 310,3
  • 206,7
  • 63
  • C. 
    now 3.1 langer openstellen loket

500

0

0

0

0

Compensatie eigen bijdrage kinderopvang

287

0

0

0

0

  • D. 
    now 3.2 niet afbouwen

814

0

0

0

0

 

2021

2022

2023

2024

2025

Diverse plafondcorrecties

175,4

13

0

0

0

  • E. 
    now 3.3 niet afbouwen

1.000,00

0

0

0

0

F now 3.2 en now 3.3 naar 85%

350

0

0

0

0

  • G. 
    now bijstelling vjn    -

1.400,90

2.703,50

183,1

0

0

  • H. 
    now 4

1600

400

0

0

0

  • I. 
    uitzonderen tvl in de now

360

1040

0

0

0

Naar bzk-gemeentefonds: algemene uitkering re-integratie gemeenten

  • 136,7

0

0

0

0

Tozo bijstelling 1e isb en vjn

297,3

0

0

0

0

Tozo-3 levensonderhoud: uitstel vermogenstoets

110

0

0

0

0

Tozo-3/4 terugwerkende kracht

60

0

0

0

0

Tozo-4: afstel vermogenstoets

110

0

0

0

0

Tozo-5 levensonderhoud

215,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen

  • 5,0

12,6

9,6

11,7

13,5

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Rijksbijdrage ouderdomsfonds cep

363,3

  • 950,6
  • 1399,5
  • 1390,5
  • 1395,4

Diversen

67,8

3,5

21,0

12,1

14,5

 

7025,0

2790,5

  • 1446,9
  • 1532,3
  • 1391,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

6714,2

2642,6

  • 1669,4
  • 1703,0
  • 1449,6

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

59207,7

50571,9

46192,9

46647,9

47665,1

Totaal Internationale samenwerking

0,6

0,8

0,8

0,8

0,5

Stand Voorjaarsnota 2021

59208,3

50572,7

46193,6

46648,7

47665,7

 

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID:

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

   
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Mee- en tegenvallers

Sociale zekerheid

1.837,1

1.865,3

1.985,6

2.059,4

2.075,8

Afrekening uwv 2020

62,7

0

0

0

0

Diversen

6,3

  • 10
  • 17
  • 16,8
  • 18,2
 

69

  • 10
  • 17
  • 16,8
  • 18,2

Beleidsmatige mutaties

         

Sociale zekerheid

         

Kasschuif kwijtschelden publieke schulden kot

30,3

5,3

  • 14
  • 14
  • 7,4

Verwachte terugontvangsten svb

18

0

0

0

0

Diversen

  • 10,2
  • 19,3
  • 16,5
  • 14,5
  • 9,6
 

38,1

  • 14
  • 30,5
  • 28,5
  • 17

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

14,5

17,5

19,7

19,7

19,7

Sociale zekerheid

         

Derving ontvangsten kot ivm kwijtschelden publieke schulden

  • 38,6
  • 19,3

0

0

0

Now vaststellingen

1.041,90

1.113,20

293,9

43,9

0

Tozo terugontvangsten

935,3

0

  • 2,8
  • 0,1

0,5

Diversen

7,6

  • 2,5
  • 4,6
  • 8,2
  • 4

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Tozo (n)

0

0

  • 95,1
  • 94,4
  • 101,5

Diversen

2,1

0

0

0

0

 

1.962,8

1.108,9

211,1

  • 39,1
  • 85,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

2.069,9

1.084,8

163,6

  • 84,4
  • 120,6
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

3.907,1

2.950,1

2.149,2

1.974,9

1.955,2

Stand Voorjaarsnota 2021

3.907,1

2.950,1

2.149,2

1.974,9

1.955,2

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

Inburgeringsvoorzieningen

De specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen wordt naar boven bijgesteld als gevolg van de hogere meerjarig prognose asiel van J&V ten opzichte van de eerdere raming. Daarnaast is als gevolg van de Brexit de volumeprognose van gezinsmigranten naar boven bijgesteld, omdat Britse gezinsmigranten nu ook inburgeringsplichtig zijn.

Maatschappelijke begeleiding

De uitgaven voor maatschappelijke begeleiding worden in 2022 opwaarts bijgesteld. Dit is het gevolg van de vertraagde invoering van de Wet inburgering, waardoor er in 2021 meer trajecten zullen plaatsvinden, en van een hogere taakstelling huisvesting vergunninghouders in 2021 ten opzichte van de eerdere raming. De bijdrage voor maatschappelijke begeleiding wordt achteraf via BZK aan de gemeente gegeven, zodat de financiële gevolgen van genoemde ontwikkelingen zich in 2022 voordoen. Vanaf 2022 vervalt de bijdrage maatschappelijke begeleiding in de huidige vorm en zal deze via de uitgaven aan inburgeringsvoorzieningen gaan lopen.

Diversen

Dit betreft een neerwaartse bijstelling van de uitvoeringskosten van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) unit SZW in verband met een wisselkoersverschil.

Sociale zekerheid

Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)

Op basis van uitvoeringsinformatie van de SVB en de CBS bevolkingsprognose worden de AIO uitkeringslasten voor alle prognosejaren binnen de begrotingshorizon neerwaarts bijgesteld ten opzichte van de eerdere raming. Deze neerwaartse bijstelling wordt veroorzaakt doordat het gebruik van de AIO in 2020 lager is uitgevallen dan verwacht door zowel een lagere instroom als een iets hogere uitstroom. Dit werkt meerjarig door in het verwachte aantal huishoudens in de AIO. Voor 2021 leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van -/- 14 miljoen euro.

Algemene Kinderbijslagwet (AKW)

De uitgaven AKW zijn meerjarig neerwaarts bijgesteld. De bijstelling wordt vooral verklaard door een neerwaarts bijgestelde CBS-bevolkingsprognose als gevolg van de corona-pandemie. De onderliggende effecten zijn een lagere migratie en een lagere geboorteprognose. Deze neerwaartse bijstelling loopt meerjarig op. Daarnaast is de meevaller in 2021 kleiner doordat in 2021 nog een bedrag wordt nabetaald aan de SVB. Dit komt doordat de realisaties in 2020 licht hoger zijn uitgekomen dan SZW aan de SVB op voorhand had bevoorschot.

Bijstand voor Zelfstandigen (BBZ)

Op basis van de bijgestelde Tozo-raming is ook de doorstroom van Tozo-gebruikers naar het Bbz na afloop van de Tozo bijgesteld (+65 miljoen euro). Op basis van voorlopige realisatiecijfers van gemeenten zijn de verwachte uitgaven aan Bbz-levensonderhoud (-9 miljoen euro) naar beneden bijgesteld. Gemeenten hebben in 2020 meer uitvoeringskosten voor het Bbz voor binnenvaartschippers (BOB) gehad, deze kosten worden in 2022 vergoed (+1 miljoen euro).

Budgetneutrale schuif premie-begroting

Als gevolg van de jaarlijkse herijking van het ramingsmodel van de uitvoeringskosten UWV volgt een budgetneutrale schuif tussen premie- en begro-tingsgefinancierd budget. De schuif is van de uitvoeringskosten Wajong (begrotingsgefinancierd) naar de uitvoeringskosten WW (premiegefinan-cierd).

DUO-leningen

De uitgaven aan leningen bij DUO aan inburgeringsplichtigen worden per saldo opwaarts bijgesteld als gevolg van meerdere effecten. Uit de realisatiegegevens van DUO over 2020 blijkt dat het gemiddelde jaarlijks opgenomen bedrag is gedaald, grotendeels als gevolg van de coronamaat-regelen. De verwerking hiervan in de raming leidt tot lager geraamde uitgaven. Tegelijkertijd wordt het budget in de jaren 2021-2023 opwaarts bijgesteld omdat extra middelen benodigd zijn in verband met uitgestelde opnamen van leningen in 2020, als gevolg van corona. Tot slot is de taakstelling huisvesting vergunninghouders (uitgangspunt berekening doelgroep) door J&V en BZK hoger dan de vorige raming is vastgesteld voor 2021 en komende jaren. Dit leidt ook tot extra uitgaven.

Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)

De neerwaartse bijstelling van de IOAW-raming bestaat uit een neerwaartse bijstelling vanwege de verwachte lagere doorstroom vanuit de WW naar de IOAW (-10 miljoen euro) en een neerwaartse bijstelling vanwege de verwerking van de voorlopige realisatiecijfers over 2020 (-12 miljoen euro).

Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW)

De raming van de IOW-uitgaven voor 2021 is met 3,8 miljoen naar boven bijgesteld. Dit is vooral het gevolg van het feit dat de uitgaven in 2020 uiteindelijk hoger zijn uitgevallen dan bevoorschot aan UWV (+ 3,6 miljoen euro). Dit bedrag wordt in 2021 nabetaald. Voor 2022 en verder zijn de geraamde uitkeringslasten flink naar beneden bijgesteld. Dit is vooral het gevolg van de naar beneden bijgestelde werkloosheidsverwachtingen van het CPB.

Kinderopvangtoeslag (KOT)

De ramingsbijstelling hangt vooral samen met de nieuwe CPB-prognose van de werkloosheid. Op basis van het CEP is de werkloosheid voor 2021-2024 naar beneden bijgesteld. Dit leidt tot meer gebruik van kinderopvang dan eerder verwacht. Doordat de werkloosheid structureel licht naar boven is bijgesteld, is er in 2025 sprake van een neerwaarts effect op het gebruik. Naast het conjunctuureffect zijn er een aantal effecten die ongeveer tegen elkaar wegvallen. De prognose van het CBS van het aantal kinderen is naar beneden bijgesteld. Dit heeft een neerwaarts effect op het gebruik. Verder is rekening gehouden met een groei van het gebruik in de buitenschoolse opvang. Tot slot komt de gemiddelde toeslag op grond van realisaties iets hoger uit. In de loop van het jaar stijgt de gemiddelde uurprijs doordat steeds meer ouders nieuwe tarieven aan Toeslagen hebben doorgeven. Dit effect bleek sterker dan waar rekening mee is gehouden. Daarnaast kwam het gemiddelde toeslagpercentage fractioneel hoger uit dan was verwacht. Beide effecten samen zorgen voor een iets hogere gemiddelde toeslag (per opvanguur). Per saldo zijn de uitgaven in de eerste jaren naar boven bijgesteld. In 2024 en 2025 is sprake van een lichte meevaller.

Toeslagenwet (TW)

De raming van de Toeslagenwet is op basis van uitvoeringsinformatie van het UWV en nieuwe werkloosheidsverwachtingen van het CPB met 17,6 miljoen euro naar beneden bijgesteld in 2021. Vooral de gemiddelde uitkeringshoogte voor 2021 is naar beneden bijgesteld (-10,7 miljoen euro). Dit komt voornamelijk door een lager uitgevallen uitkeringshoogte van aanvullingen op de WW, WIA en Wajong in 2020. Het aantal toeslagen in 2021 is ook naar beneden bijgesteld (-6,9 miljoen euro).

Uitvoeringskosten UWV

In 2021 heeft er een nabetaling plaatsgevonden na afrekening van de uitvoeringskosten Wajong, die €24,8 miljoen bedroeg. Daarnaast is er voor de jaren 2022 en daarna een budgettaire doorverwerking van de Wajong en IOW doorgevoerd op de uitvoeringskosten UWV.

Wajong

Op basis van de Januarinota van het UWV is de raming van de uitkeringslasten in de eerste jaren naar boven bijgesteld en in latere jaren naar beneden. De belangrijkste reden voor de opwaartse bijstelling is dat het aandeel werkenden in de oWajong en de Wajong2010 in 2020 is gedaald, waardoor de gemiddelde uitkering stijgt. Dit effect wordt gedempt door een hoger dan verwachte uitstroom in de Wajong2010. Per saldo levert dit structureel een daling van de uitkeringslasten op.

Wet Kindgebonden Budget (WKB)

De uitgaven WKB zijn meerjarig neerwaarts bijgesteld. Dit komt voornamelijk doordat de realisaties lager uitvallen dan aanvankelijk verwacht en doordat de geraamde ontwikkeling van de conjunctuur positiever is dan de vorige raming. Daarentegen zijn er meer uitgaven WKB doordat de prognose van het aantal 0-17 jarigen licht opwaarts is bijgesteld en doordat Belastingdienst/Toeslagen bij het definitief toekennen steeds vaker nabetaalt dan dat het terugvordert. Per saldo resteert een meevaller.

Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl)

De realisatiecijfers van de Wtl over 2020 (uitbetaling in 2021) laten een meevaller zien op de loonkostenvoordelen (LKV), een meevaller op het lage-inkomensvoordeel (LIV) en een tegenvaller op het jeugd-LIV. Op basis van deze realisaties zijn de verwachte uitgaven aan de LKV meerjarig neerwaarts bijgesteld. De uitgaven aan de LKV's waren in 2020 lager dan begroot, doordat het gebruik van de LKV's achterbleef bij de verwachting.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere mee- en tegenvallers onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Zo zijn de verwachte uitgaven aan de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) opwaarts bijgesteld als gevolg van de verwerking van het Beeld van de Uitvoering (BvdU) van gemeenten en nieuwe CBS-cijfers. Daarnaast zijn de uitkeringsregelingen op Caribisch Nederland ook meerjarig bijgesteld op basis van nieuwe realisatiecijfers, de CBS-bevolkingsprognose voor Caribisch Nederland (2019) en wisselkoersverschillen. In onder andere de Onderstand en Algemene ouderdomsverzekering (AOV) leidt dit tot een neerwaartse bijstelling.

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Inburgeringsvoorzieningen

De specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen wordt naar boven bijgesteld als gevolg van de hogere meerjarig prognose asiel van J&V ten opzichte van de eerdere raming. Daarnaast is als gevolg van de Brexit de volumeprognose van gezinsmigranten naar boven bijgesteld, omdat Britse gezinsmigranten nu ook inburgeringsplichtig zijn.

Kasschuif Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU)

Voor de maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDI&EU) is meerjarig in totaal 1 miljard euro beschikbaar. Dit jaar wordt een stevige start gemaakt met het eerste tijdvak, dat in juni opengaat met een subsidieplafond van 350 miljoen euro. Het eerste tijdvak heeft terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar. Gezien de looptijd van de activiteitenplannen die gesubsidieerd worden en de regels rond bevoorschotting, liggen de kasuitgaven grotendeels in latere jaren. Dit geldt voor alle tijdvakken. Op basis van verschillende aannames is dit voorjaar een meerjarig kasritme ingeschat. De voorgestelde kasschuif brengt de begroting in lijn met deze inschatting.

Kasschuif motie Asscher/Smeulders

In navolging van de motie Asscher wordt er 100 miljoen euro van de regeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden naar voren gehaald.

Kasschuiven

Er zijn o.a. kasschuiven voor de subsidie armoede en schulden, Caribisch Nederland, traineeship statushouders en de SLIM-regeling. Deze uitgaven schuiven naar latere jaren. Daarnaast zijn er ook enkele schuiven naar voren. Dit geldt bijv. voor het STAP-budget, gegevensuitwisseling schuldhulpverlening en de aanpak mensenhandel.

Veranderopgave inburgering (VOI)

Deze mutatie bestaat voor het grootste deel uit budget voor VOI dat is overgeheveld van het plafond Sociale Zekerheid naar het plafond Rijksbegroting. Daarnaast gaat het om hoger dan voorziene kosten die verband houden met de nieuwe inburgeringswet (zoals o.a. implementatie- en uitvoeringskosten). Het overige deel staat op plafond Sociale Zekerheid.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere beleidsmatige mutaties onder uitgavenplafond Rijksbegroting, waaronder mutaties die samenhangen met experimenten uitgevoerd door ZonMW in het kader van het pakket loondoorbetaling bij ziekte (LDBZ), een reservering voor uitvoeringskosten van de Belastingdienst in het kader van de WagWEU, kosten voor program-management door ICTU voor de Wet Stroomlijning keten derdenbeslag (SKD) en diverse eindejaarsmargemutaties. Bij een deel van de mutaties is dekking afkomstig van reserveringen die onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid vallen.

Sociale zekerheid

Wet Vereenvoudiging Beslagvrije Voet (VBVV) en Stroomlijning Ketenbeslag Derdenbeslag (SKD)

Met de uitvoering van de wet vBVV en het daarmee samenhangende wetsvoorstel SKD zijn (extra) investeringen nodig zodat de wet kan worden uitgevoerd. Het gaat over ICT die gegevensuitwisseling tussen ketenpartijen onderling en met beslagleggende partijen mogelijk maakt. Dit leidt ook tot structurele beheerkosten. Verder zijn er kosten gebonden aan de oprichting van een Ketenbureau voor het programma Keten voor Derdenbeslag (KvD). Het ketenbureau moet goede governance borgen.

Veranderopgave inburgering (VOI)

De inwerkingtreding van het nieuwe inburgeringsstelsel is met een half jaar uitgesteld, naar 1 januari 2022. Dit leidt enerzijds tot een besparing op de uitvoeringskosten voor gemeenten in 2021, maar tegelijkertijd leidt dit voor gemeenten ook tot aanvullende kosten. Ook is de groep die nog onder het huidige inburgeringsstelsel valt (de zogenaamde ondertussen-groep) daardoor groter. Gemeenten ontvangen een financiële compensatie van 30 miljoen euro, verspreid over 2021 t/m 2026. Enerzijds voor de begeleiding van deze ondertussen-groep, anderzijds voor de kosten die gemoeid zijn met een, door het uitstel, verlengde implementatie. Daarnaast bestaat deze mutatie uit hoger dan voorziene kosten die verband houden met de nieuwe inburgeringswet (zoals o.a. uitvoeringskosten) en is voor VOI beschikbaar budget overgeheveld van plafond Sociale Zekerheid naar plafond Rijksbegroting.

Werkloosheidswet (WW) EU-verordening

Er valt tweemaal 16 miljoen euro vrij in 2022 en 2023 als gevolg van vertraging van het wetsvoorstel tot wijziging van de EU-sociale zekerheids-verordening.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere beleidsmatige mutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid, waaronder de verwerking van de doorwerking van de lagere zelfstandigenaftrek in de raming van de Kinderopvangtoeslag (KOT) en de wet op het kindgebonden budget (WKB), evenals een kasschuif en vrijval in het macrobudget Participatiewet door uitstel van de wetsbe-handeling Breed offensief. Daarnaast zijn er diverse overboekingen van artikel 99 (nog onverdeeld) naar andere artikelen op de SZW-begroting, bijvoorbeeld voor uitvoeringskosten van het UWV in het kader van crisisdienstverlening via de regionale mobiliteitsteams (RMT's).

Technische mutaties

Rijksbegroting

Diverse plafondcorrecties

Diverse reserveringen op artikel 99 zijn middels een plafondcorrectie overgeboekt van uitgavenplafond Rijksbegroting naar uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Het gaat onder andere om de (resterende) reserveringen voor de aanvullende crisisdienstverlening en de impuls banenafspraak. Reden voor deze plafondcorrectie is dat deze uitgaven voor het grootste deel onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid vallen, waardoor het logisch is deze reserveringen onder datzelfde plafond te scharen. Zie ook 'diverse plafondcorrecties' onder kopje Sociale Zekerheid.

Kasschuif NL leert door

De middelen voor NL leert door worden in een nieuw kasritme geplaatst om beter aan te sluiten bij het jaar waarin de subsidieregeling tot betalingen leidt. Dit heeft te maken met het feit dat er een voorschot bij de start van een subsidiebeschikking wordt gegeven en de eindafrekening plaatsvindt na afloop van de subsidieperiode. De mutatie is de som van de kasschuif NL leert door met inzet van scholing 2020 (€ 13,6 miljoen), NL leert door met inzet van scholing 2021 (€ 3 miljoen) en NL leert door sectoraal maatwerk (€ 18 miljoen).

Naar BZK-gemeentefonds: gemeentelijk schuldenbeleid Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2021 extra middelen beschikbaar voor het gemeentelijk schuldenbeleid, gelet op de voorziene toename van de schuldenproblematiek.

Naar BZK-gemeentefonds: Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) eerste tranche

De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) beoogt dat gemeenten huishoudens tegemoet kunnen komen die door de coronacrisis een sterke terugval in inkomsten hebben en daardoor hun noodzakelijke (woon)kosten niet meer kunnen betalen. Deze boeking betreft de overboeking van de eerste tranche naar het Gemeentefonds. De tweede tranche wordt op een later moment naar het Gemeentefonds overgeboekt.

Naar BZK-gemeentefonds: van-werk-naar-werk: decentrale uitkering crisisdienstverlening

Uit het steun- en herstelpakket worden middelen aan de 35 arbeidsmarkt-regio's beschikbaar gesteld. Hiervan wordt 48,46 miljoen in 2021 overgeboekt vanuit SZW naar BZK ten behoeve van de DU crisisdienstverlening. Omdat deze middelen worden overgemaakt naar de 35 centrumgemeenten is gekozen voor een decentralisatie-uitkering. De uitkering is samengesteld uit middelen voor crisisdienstverlening (10,1 miljoen euro) en de aanpak jeugdwerkloosheid (38,4 miljoen euro).

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) beoogt dat gemeenten huishoudens tegemoet kunnen komen die door de coronacrisis een sterke terugval in inkomsten hebben en daardoor hun noodzakelijke (woon)kosten niet meer kunnen betalen. Initieel was een bedrag van 130 miljoen euro gereserveerd voor het eerste halfjaar van 2021, later is het beschikbare bedrag verdubbeld naar 260 miljoen euro.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere technische mutaties onder uitgavenplafond Rijksbegroting. De grootste mutatie in deze categorie betreft de overboeking van Financiën van de loon- en prijsbijstelling. Daarnaast is er onder andere de mutatie samenhangend met de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van inburgeringslessen aan inburgeringsplichtigen (NOI), welke voorziet in de ondersteuning van bepaalde mbo-scholen inburgering (maximaal € 6 miljoen). De ondersteuning is bedoeld om de gevolgen van de omzetderving als gevolg van de coronamaatregelen op te kunnen vangen.

Sociale zekerheid

  • A. 
    Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) kasschuif Nota van Wijziging

In de verdere uitwerking van de NOW 3 is besloten om de derde tranche NOW (NOW 3.1.) in drie maandelijkse termijnen uit te keren aan werkgevers. Hierdoor vindt achteraf gezien het merendeel van de betalingen aan werkgevers in 2021 plaats, in plaats van in 2020. Dit resulteert in een kasschuif van 1,220 miljard euro van 2020 naar 2021. Vanwege de grote administratieve druk bij UWV is de opening van het vaststellingsloket van de tweede tranche NOW (NOW 2) verschoven naar 2021. Dat leidt tot een kasschuif van 35 miljoen euro aan nabetalingen naar 2021. Het gaat hier om middelen waarvan eerder verwacht werd dat deze bij de subsidievast-stelling nog aan werkgevers zouden worden overgemaakt in 2020.

  • B. 
    Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)

3 bijstelling 1e Incidentele Suppletoire Begroting

Op basis van realisatiecijfers is het gebruik in de derde tranche NOW (3.1.) opwaarts bijgesteld, mede door de impact van de tweede golf coronabe-smettingen ligt het gebruik in de derde tranche hoger dan verwacht. Hierdoor is ook de raming van het beroep op de vierde en vijfde tranche opwaarts bijgesteld. Deze bijstellingen leiden tot 1.802 miljoen euro hogere subsidie-uitgaven over een periode van 9 maanden (oktober 2020 juli 2021), waarvan 1.458 miljoen euro ten laste komt in 2021.

Bijstand

De bijstelling op het macrobudget Participatiewetuitkeringen heeft betrekking op de bijstellingen van het deelbudget voor bijstand en LKS.

De mutatie is het gevolg van een neerwaartse bijstelling vanwege de verbeterde conjunctuur (+353 miljoen euro) en verwerking van de voorlopige realisaties uit 2020 (-53 miljoen euro).

  • C. 
    Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)

3.1    langer openstellen loket

Het kabinet heeft besloten het loket voor aanvragen van de derde tranche NOW (3.1) langer open te stellen t/m 27 december i.p.v. 13 december 2020. Door het langer openstellen van het aanvraagloket zijn de subsidie-uitgaven in 2021 500 miljoen euro hoger uitgevallen.

Compensatie eigen bijdrage kinderopvang

De kinderopvang is voor een tweede maal (deels) gesloten geweest van 16 december 2020 tot en met 18 april 2021 i.v.m. COVID-19. Ouders ontvangen over deze periode een tegemoetkoming voor de eigen bijdrage. Het bedrag van 287 miljoen euro bestaat uit de tegemoetkoming voor zowel ouders met kinderopvangtoeslag (TTKO-regeling) als voor personen die facturen van de kinderopvang betalen zonder aanvullende overheidsbijdrage (TTKZO-regeling). Daarnaast is rekening gehouden met uitvoeringskosten.

  • D. 
    Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)

3.2    Niet afbouwen

Het kabinet heeft ervoor gekozen de NOW in de vierde tranche (NOW 3.2.) niet af te bouwen ten opzichte van de derde tranche (NOW 3.1). Het vergoe-dingspercentage blijft 80% (in plaats van 70%) en de omzetdrempel blijft op 20% staan (in plaats van 30%). De meerkosten van het uitbreiden van de compensatie voor loonkosten bedragen 814 miljoen euro (overigens is het vergoedingspercentage daarna verder verhoogd naar 85%, zie toelichting verderop).

Diverse plafondcorrecties

Er zijn een aantal correcties gedaan op het gebied van bijvoorbeeld de banenafspraak en dienstverlening die leiden tot een per saldo opboeking onder het plafond Sociale Zekerheid.

  • E. 
    Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)

3.3 Niet afbouwen

Het kabinet heeft ervoor gekozen de NOW in de vijfde tranche (NOW 3.3) niet af te bouwen ten opzichte van de derde tranche (NOW 3.1.). Het vergoe-dingspercentage blijft 80% (in plaats van 60%) en de omzetdrempel blijft op 20% staan (in plaats van 30%). De meerkosten van het uitbreiden van de compensatie voor loonkosten bedragen 1.000 miljoen euro (overigens is het vergoedingspercentage daarna verder verhoogd naar 85%, zie toelichting verderop).

F Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) 3.2 en NOW 3.3 naar 85%

Het kabinet heeft besloten om de NOW-subsidie waarmee werkgevers hun personeel kunnen doorbetalen te verhogen van 80 naar 85 procent van de loonsom in het eerste en tweede kwartaal van 2021. Het verhogen van het subsidiepercentage voor de vierde en vijfde tranche NOW leidt tot 350 miljoen euro aan meerkosten.

  • G. 
    Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) bijstelling Voorjaarsnota

Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV zijn de subsidie-uitgaven voor de NOW 1 en NOW 2 verlaagd met respectievelijk 1,383 miljoen euro en 773 miljoen euro. Van de NOW1 en de NOW2 blijkt op basis van de eerste vaststellingen minder gebruik gemaakt dan verwacht, omdat onder andere het omzetverlies bij veel werkgevers lager blijkt te zijn dan vooraf werd ingeschat in de eerste periode van de pandemie. Dit leidt ook tot terugbetalingen van werkgevers (zie verderop toelichting aan ontvangstenkant). Het werkelijke omzetverlies van werkgevers is voorlopig nog onzeker, omdat het merendeel van de vaststellingsverzoeken nog niet binnen is. Ook de uitgaven aan de derde tranche NOW (NOW 3.1.) zijn met 306 miljoen euro verlaagd, omdat achteraf het gemiddelde subsidiebedrag dat werkgevers hebben aangevraagd lager is uitgevallen dan van tevoren werd verwacht.

  • H. 
    Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) 4 Het kabinet heeft besloten de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) te verlengen tot 1 oktober 2021. De verwachte uitgaven van de verlenging van 1 juli tot en met 30 september bedragen € 2,0 miljard. Dit betreft de subsidie-uitgaven die door UWV worden verstrekt aan werkgevers. Vanwege de bevoorschottingsystematiek valt een deel van de uitgaven plaats na 2021, wanneer er afrekeningen plaatsvinden naar aanleiding van de definitieve subsidievaststelling. Zodra duidelijk is wanneer het vaststellingenloket door UWV kan worden opengesteld, wordt het verwachte kasritme van de afrekeningen in de begroting verwerkt.
  • I. 
    Uitzonderen TVL in de NOW

Het kabinet heeft besloten om de TVL-subsidie uit te zonderen van het omzetbegrip binnen de NOW-regeling (dit geldt vanaf de NOW 3). Werkgevers ontvangen hierdoor een hogere subsidie. De totale budgettaire effecten worden ingeschat op € 1,4 miljard voor een periode van 12 maanden (Q4 2020-Q3 2021). Een deel van het budgettaire effect slaat na 2021 neer. De afrekeningen worden in een later stadium in het juiste kasritme geplaatst, zodra meer duidelijk is over het verwachte kasritme van de nabetalingen.

Naar BZK-gemeentefonds: algemene uitkering re-integratie gemeenten Het re-integratiebudget van gemeenten wordt in het kader van het aanvullend sociaal pakket tijdelijk verhoogd in lijn met de verhoogde instroom in de bijstand (ruim 88 miljoen euro). Tevens is er sprake van een additionele verhoging van de middelen voor re-integratie (ruim 48 miljoen euro), deze stelt gemeenten in 2021 in staat om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen, te intensiveren. Gemeenten gebruiken dit budget om bijstandsgerechtigden te helpen bij het vinden van een nieuwe baan. De middelen zijn, na afdracht aan het BCF a circa 3,3 miljoen euro, toegevoegd aan het GF.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) bijstellingen 1e ISB en Voorjaarsnota

Het beroep op de Tozo valt hoger uit dan oorspronkelijk geraamd als gevolg van het uitbreken van de tweede golf. Op basis van signalen over het beroep in de laatste maanden van 2020 is de raming van de Tozo-uitgaven in 2021 opwaarts bijgesteld (+102 miljoen euro). Op basis van voorlopige realisatiegegevens van gemeenten over 2020 is de raming van de Tozo-uitgaven in 2021 daarna naar beneden bijgesteld (-30 miljoen euro). In 2021 vindt een voorlopige verrekening met gemeenten plaats over de Tozo-uitgaven in 2020. In totaal wordt er 225 miljoen euro aan gemeenten nabetaald. De terugvorderingen zijn onder ontvangsten opgenomen.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)-3 levensonderhoud: uitstel vermogenstoets

Als gevolg van uitstel van invoering van de vermogenstoets in de Tozo naar 1 april 2021 (Tozo-4), vallen de Tozo-uitgaven hoger uit. De raming is daarom met 110 miljoen euro opwaarts bijgesteld.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)-3/4 terugwerkende kracht

Doordat zelfstandigen de mogelijkheid krijgen om Tozo met terugwerkende kracht aan te vragen, zullen zelfstandigen langer een uitkering krijgen. De raming van de Tozo-uitgaven is daarom met 60 miljoen euro opwaarts bijgesteld.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)-4: afstel vermogenstoets

Als gevolg van afstel van invoering van de vermogenstoets in Tozo-4, vallen de Tozo-uitgaven hoger uit. De raming is daarom met 110 miljoen euro opwaarts bijgesteld.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)-5: levensonderhoud

De Tozo wordt verlengd tot 1 oktober 2021. Zelfstandigen kunnen tot 1 oktober 2021 een uitkering voor levensonderhoud ontvangen en een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen. De totale budgettaire gevolgen van deze verlenging worden geraamd circa € 231 miljoen, waarvan € 215 miljoen voor de uitkeringen voor levensonderhoud. De extra uitgaven aan de leningen bedrijfskapitaal, uitvoeringskosten van gemeenten en de extra toekomstige ontvangsten door terugbetalingen van de leningen bedrijfskapitaal vallen onder verschillende diversenkopjes. De raming is met grote onzekerheden omgeven.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere technische boekingen onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid, waaronder een overboeking van Financiën in verband met het kwijtschelden van publieke schulden van KOT-gedupeerden en een overboeking vanuit het gemeentefonds als gevolg van het verschuiven van de inwerkingtredingsdatum van de nieuwe Wet inburgering van 1 juli 2021 naar 1 januari 2022.

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Rijksbijdrage Ouderdomsfonds

De Rijksbijdrage aan het ouderdomsfonds is bedoeld om het geraamde tekort in dat fonds aan te vullen. De inkomsten van het fonds (voornamelijk AOW-premies) zijn namelijk niet hoog genoeg om de uitgaven (Aow-uitkeringen, en de inkomensondersteuning AOW) te betalen. De rijksbijdrage is bijgewerkt aan de hand van de CEP-raming van het CPB. In die raming worden voor 2021 de premieontvangsten nu iets lager geraamd, en in latere jaren hoger. De rijksbijdrage wordt daarom voor 2021 naar boven bijgesteld, en in latere jaren naar beneden.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere niet-plafondrelevante mutaties, waaronder een neerwaartse bijstelling van de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) AOW. De BIKK is bijgesteld naar aanleiding van de CEP-raming van het CPB, waarin de omvang van de heffingskortingen iets lager geraamd wordt. De BIKK, een rijksbijdrage aan het ouderdomsfonds die de premie-derving van de heffingskortingen (deels) compenseert daalt daardoor ook.

Ontvangsten

Mee- en tegenvallers

Sociale Zekerheid

Afrekening UWV 2020

Dit betreft terugontvangen van betalingen aan het UWV naar aanleiding van de UWV jaarrekening 2020, onder ander op het gebied van re-integratie Wajong.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere ontvangstenmutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid, waaronder een neerwaartse bijstelling van de boeteontvangsten van de Inspectie SZW en een neerwaartse bijstelling van de ontvangsten WKB.

Beleidsmatige mutaties

Sociale Zekerheid

Kasschuif kwijtschelden publieke schulden Kinderopvangtoeslag (KOT) Deze bijstelling treedt in samenhang op met de bijstelling Derving ontvangsten KOTivm kwijtschelden publieke schulden en Diversen. Om de ontvangstenderving uit voornoemde bijstelling in het verwachte ritme over de jaren 2021-2025 te verdelen, is een kasschuif uitgevoerd.

Verwachte terugontvangsten SVB

Dit houdt verband met de terugontvangsten die SZW kan verwachten op grond van de geregistreerde exploitatiesaldi in de SVB-jaarrekening over 2020.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere beleidsmatige ontvangstenmutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Hieronder valt onder meer een mutatie voor het verwerken van het restant aan verwachte derving op ontvangsten uit openstaande terugvorderingen kinderopvangtoeslag in verband met het kwijtschelden van publieke schulden. Deze bijstelling treedt in samenhang op met de bijstellingen 'Derving ontvangsten KOT ivm kwijtschelden publieke schulden' en 'Kasschuif kwijtschelden publieke schulden Kinderopvangtoeslag (KOT)'.

Technische mutaties

Rijksbegroting

Deze post bevat diverse kleinere technische ontvangstenmutaties onder uitgavenplafond Rijksbegroting, waarvan de grootste een desaldering in verband met de begroting van de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO) is. Per 2021 werkt de RSO volgens een gestandaardiseerde dienstverlening die leidt tot een hogere kostprijs (uitgaven, onderdeel van uitgavenpost 'diversen' onder uitgavenplafond Rijksbegroting). Dit is verwerkt in de tarieven waardoor de ontvangsten meestijgen met uitgaven.

Sociale zekerheid

Derving ontvangsten Kinderopvangtoeslag (KOT) in verband met kwijtschelden publieke schulden

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) scheldt, als onderdeel van het kwijtschelden van publieke schulden, de openstaande Kinderopvangtoeslagschulden van KOT-gedupeerden en hun huidige partner kwijt. Dit leidt tot in totaal naar inschatting 81 miljoen euro minder ontvangsten. De eerder beschikbaar gestelde middelen voor de Toeslagenhersteloperatie bevatten reeds cumulatief 58 miljoen euro ter dekking van derving op openstaande terugvorderingen kinderopvangtoeslag. Deze middelen worden nu overgeboekt van de begroting van FIN. Deze bijstelling treedt in samenhang op de bijstellingen Kasschuif kwijtschelden publieke schulden Kinderopvangtoeslag (KOT) en Diversen onder de beleidsmatige mutaties Ontvangsten Sociale zekerheid.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) vaststellingen

Vanwege de bevoorschottingssystematiek van de NOW is het inherent dat bij de subsidievaststelling aan-en terugbetalingen van werkgevers plaatsvinden. Als het voorschot te hoog is geweest, omdat bijvoorbeeld het omzetverlies lager is uitgevallen dan verwacht, moet het te veel ontvangen bedrag terug worden betaald door de werkgever aan het UWV. Op basis van de openings- en sluitingsdata van de vaststellingsloketten en betaaltermijnen zijn de te verwachten terugbetalingen van bedrijven voor alle vijf tranches van de NOW geraamd. Het werkelijke omzetverlies en de loonso-montwikkeling zijn voorlopig nog onzeker, omdat het merendeel van de vaststellingsverzoeken van de NOW 1 en NOW 2 nog niet binnen zijn en de vaststellingsloketten voor de derde, vierde en vijfde tranche nog niet zijn gestart.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) terugontvangsten

Op basis van voorlopige realisatiegegevens van gemeenten over de Tozo-uitgaven in 2020 vindt een voorlopige verrekening met gemeenten plaats. In totaal wordt er 935 miljoen euro van gemeenten teruggevorderd. De terugvorderingen zijn onder ontvangsten opgenomen.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere technische ontvangstenmutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid, waaronder een terugontvangst van het UWV in verband met lager dan bevoorschotte uitvoeringskosten van crisismaatregelen.

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) (n)

Als gevolg van neerwaartse bijstellingen op de uitgegeven kapitaalverstrek-kingen veranderen ook de verwachte terugontvangsten in latere jaren. Doordat er minder leningen worden uitgegeven, komt er ook minder aan rente en aflossing terug. Daarnaast zijn er twee kasschuiven verwerkt; uitstel van aflossing voor zelfstandigen van 1 januari 2021 naar 1 juli 2021 en snellere verrekening met gemeenten die de Tozo via een samenwerkingsverband uitvoeren.

Diversen

De post bevat diverse kleinere technische niet-plafondrelevante ontvangstenmutaties, waaronder kleine terugontvangsten op de Rijksbijdrage Zwanger en Zelfstandig (ZEZ) en op de Rijksbijdrage voor de AO-tegemoet-koming.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: UITGAVEN

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

25.879,5

26.354,0

27.615,6

29.151,9

30.411,5

Diversen

  • 2,5

0

0

0

0

 
  • 2,5

0

0

0

0

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Bijstellingen vws-breed

  • 32,1
  • 34,1
  • 32,1
  • 25,1
  • 21,1

De doorbraakaanpak en de pilots vereenvoudiging jeugdbescherming

15

0

0

0

0

Inkoop griepvaccins

25,6

0

0

0

0

Kasschuif middelen continuïteit cruciale jeugdzorg

20

0

0

0

0

Kasschuiven voorjaarsbesluitvorming

  • 122,4

31

55,2

21,4

14,8

Kleinere leefgroepen door passend maken van accommodaties

50

0

0

0

0

Korting op beleidsartikelen

  • 36
  • 36
  • 36
  • 36
  • 36

Personeel en materieel vws

14,8

17,3

17,9

13,7

13,7

Pgb 2.0 en beheer

33,5

37,6

13,1

11,8

11,8

Tekort flo/vut

11,1

15,7

13,5

12

10,7

Tijdelijke uitbreiding (ambulante en klinische) crisiscapaciteit

50

0

0

0

0

Diversen

116,5

40,3

18,9

18,8

18,8

 

146

71,8

50,5

16,6

12,7

Technische mutaties

Rijksbegroting

Aanschaf anti-lichamen uitgaven (covid-19)

40

0

0

0

0

Aanschaf en distributie medische hulpmiddelen (covid-19)

93

0

0

0

0

Aanschaf en distributie sneltests (covid-19)

652

0

0

0

0

Aanschaf vaccins (covid-19)

  • 200

425

400

0

0

Amateursport en ijsbanen/zwembanen (covid-19)

240

0

0

0

0

Benodigd budget bonusregeling 2020 in 2021 (covid-19)

64,4

0

0

0

0

Beveiliging vaccins (covid-19)

38,7

0

0

0

0

Bonus zorgpersoneel (covid-19)

126

0

0

0

0

Brede aanpak dak- en thuislozen extra middelen

2021

  • 45,5

0

0

0

0

Ggd ghor bron en contactonderzoek (covid-19)

260,5

0

0

0

0

Ggd ghor: landelijk serviceloket teststraten (covid-19)

76,7

0

0

0

0

Ic-bedden en klinische bedden (covid-19)

40,3

134,2

0

0

0

Inkoop persoonlijke beschermingsmiddelen lch (covid-19)

71

0

0

0

0

Inkoop persoonlijke beschermingsmiddelen vws (covid-19)

60,5

0

0

0

0

Kasschuif zonmw onderzoekprogramma (covid-19)

  • 31,9

16,1

11,5

4,3

0

Kosten cibg inzake lch (covid-19)

40,3

0

0

0

0

Loonbijstelling

65,4

55,7

53,3

52,5

51,3

Medische noodvoorraden (resceu) (covid-19)

56,5

0

0

0

0

Meerkosten sociaal domein (covid-19)

141

0

0

0

0

Middelen spoor 2a fase 1 (covid-19)

71,4

0

0

0

0

Middelen spoor 2a fase 2 (covid-19)

151,6

0

0

0

0

Ondersteuning sport-sector (covid-19)

60

0

0

0

0

Ophogen budget vaccins (covid-19)

430

0

0

0

0

 

2021

2022

2023

2024

2025

Opleidingen ic-capaciteit (covid-19)

  • 33,4
  • 0,2

0

0

0

Overloop 2020-2021 (covid-19)

187,2

0

0

0

0

Realisatie digitale ondersteuning covid-19

32,7

0

0

0

0

Rivm: programma covid-19

54

0

0

0

0

Steun zwembaden en ijsbanen sector ivm

100

0

0

0

0

coronacrisis

         

Steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl (covid-19)

63

0

0

0

0

Testcapaciteit (covid-19)

405,20

0

0

0

0

Testen covid-19

2364

0

0

0

0

Testen via werkgevers (spoor 2) (covid-19)

544,5

0

0

0

0

Tijdelijke extra banen ondersteunende functie (covid-19)

80

0

0

0

0

Uitbreiding testcapaciteit (covid-19)

264

0

0

0

0

Vaccinimplementatie (covid-19)

243,9

0

0

0

0

Vaccinimplementatie (covid-19)

797,5

0

0

0

0

Vaccinontwikkeling (covid-19)

335

0

0

0

0

Verlengen steun caribisch nederland (covid-19)

33

0

0

0

0

Diversen

340,8

66,7

42,4

42,6

33

Zorg

         

Diversen

  • 3,3

9,5

7,1

6,8

6,8

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Bikk wlz

34,4

8,2

35,3

17,0

25,9

Rijksbijdrage wlz

1.650,0

  • 200,0
  • 1.150,0
  • 1.600,0
  • 1.100,0

Rijksbijdrage 18-

0,0

  • 1,6

11,6

20,0

48,1

Zorgtoeslag

  • 77,9
  • 130,0
  • 60,7

15,3

166,6

Diversen

7,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

9.923,5

383,6

  • 649,5
  • 1.441,5
  • 768,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

10.066,9

455,4

  • 599,0
  • 1.424,9
  • 755,7

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

35.946,4

26.809,4

27.016,5

27.727,0

29.655,8

Totaal Internationale samenwerking

8,7

5,8

5,1

5,1

5,1

Stand Voorjaarsnota 2021

35.955,1

26.815,2

27.021,7

27.732,2

29.660,9

 

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

204,7

113,1

113,1

113,1

113,1

Afrekening spuk

63

15

15

15

15

Bijstellingen vws-breed

16,9

17

17

17

17

Diversen

2,3

0

0

0

0

 

82,2

32

32

32

32

Technische mutaties

Rijksbegroting

Aanschaf anti-lichamen ontvangsten (covid-19)

30

10

0

0

0

Aanschaf remdesivir (covid-19)

33,8

11,3

0

0

0

Medische noodvoorraden (resceu) (covid-19)

47

0

0

0

0

Ontvangsten bevoorschotting lch (covid-19)

165

0

0

0

0

Diversen

11,8

0

0

0

0

 

287,6

21,3

0

0

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

369,8

53,3

32

32

32

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

574,5

166,4

145,1

145,1

145,1

Stand Voorjaarsnota 2021

574,5

166,4

145,1

145,1

145,1

De verticale toelichting omvat alle mutaties sinds Miljoenennota 2021. Dit is inclusief de zes incidentele suppletoire begrotingen van VWS in 2021.

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Diversen

Dit betreft een klein deel van de dekking voor de middelen voor jeugd in coronatijd. Het kabinet heeft in totaal 58,5 miljoen euro vrijgemaakt ter ondersteuning van jongeren in coronatijd om de dialoog met jongeren te starten, activiteiten te organiseren, voor jongerenwerk en om extra aandacht te geven aan de mentale weerbaarheid van jongeren.

Beleidsmatige mutaties

Bijstellingen VWS-breed

Het ministerie van VWS voert diverse ramingsbijstellingen door, waaronder een bijstelling op de subsidieregeling veelbelovende zorg en een incidentele bijstelling op de subsidie onverzekerde (verwarde) personen.

De doorbraakaanpak en de pilots vereenvoudiging jeugdbescherming Het Rijk stelt in totaal 613 miljoen euro in 2021 beschikbaar voor acute problematiek in de jeugdzorg. 493 miljoen euro wordt beschikbaar gesteld via het Gemeentefonds, de resterende 120 miljoen euro vanaf de VWS-begroting. Van dit bedrag is:

  • 1. 
    50 miljoen euro voor het passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren;
  • 2. 
    50 miljoen euro voor de tijdelijke uitbreiding van de (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-GGZ, zodat aan de grote zorgvraag mede als gevolg van corona tegemoet gekomen wordt;
  • 3. 
    15 miljoen euro voor de verbreding en regionale uitrol van de doorbraakaanpak en pilots vereenvoudiging Jeugdbescherming;
  • 4. 
    5 miljoen euro voor het ombouwen van gesloten instellingen om separate diensten gezamenlijk aan te kunnen bieden (deze mutatie valt in de post 'Diversen').

Inkoop griepvaccins

Het ministerie van VWS heeft om een tekort te voorkomen voor 25,6 miljoen euro extra griepvaccins ingekocht voor het griepseizoen 2021/2022. De verwachting is dat ook in 2021 de opkomst voor het griepvaccin hoger is dan in voorgaande jaren.

Kasschuif middelen continuïteit cruciale jeugdzorg

In het voorjaar van 2019 is afgesproken om 20 miljoen euro bij de Jeugd-autoriteit te positioneren voor de periode 2019-2021. Hierdoor bestaat de mogelijkheid om tijdelijke liquiditeitssteun aan jeugdzorgaanbieders toe te kennen, als de zorgcontinuïteit in gevaar komt. Deze afspraak was onderdeel van de totaaldeal die in het voorjaar van 2019 is gemaakt met de VNG. In 2019 en 2020 bleken deze middelen niet benodigd. Middels een kasschuif blijven deze middelen ook voor 2021 beschikbaar zoals is afgesproken.

Kasschuiven voorjaarsbesluitvorming

Op de VWS-begroting zijn meerdere kasschuiven ingepast. Zo vindt een herschikking plaats bij de (subsidieregeling) wijkverpleging. Ook zijn middelen voor de inhaalcampagne HPV-vaccinatie naar achteren geschoven. Verder zijn kasschuiven voor Pallas, Versnellingsprogramma informatie-uitwisseling patiënt en professional (VIPP) Farmacie, amendement 50+ Mantelzorg/dementie, Collectieve Erkenning Indisch-Molukse Gemeenschap en voor de subsidieregeling Online Patiëntinzage in de Eerstelijns Zorg (OPEN) ingepast.

Korting op beleidsartikelen

Ter dekking van problematiek op de VWS-begroting wordt, vooruitlopend op de jaarlijkse onderuitputting, reeds een korting verwerkt op diverse beleidsartikelen.

Kleinere leefgroepen door passend maken van accommodaties Het Rijk stelt in totaal 613 miljoen euro in 2021 beschikbaar voor acute problematiek in de jeugdzorg. 493 miljoen euro wordt beschikbaar gesteld via het Gemeentefonds, de resterende 120 miljoen euro vanaf de VWS-begroting. Van dit bedrag is:

  • 1. 
    50 miljoen euro voor het passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren;
  • 2. 
    50 miljoen euro voor de tijdelijke uitbreiding van de (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-GGZ, zodat aan de grote zorgvraag mede als gevolg van corona tegemoet gekomen wordt;
  • 3. 
    15 miljoen euro voor de verbreding en regionale uitrol van de doorbraak-aanpak en pilots vereenvoudiging Jeugdbescherming;
  • 4. 
    5 miljoen euro voor het ombouwen van gesloten instellingen om separate diensten gezamenlijk aan te kunnen bieden (deze mutatie valt in de post 'Diversen').

Personeel en materieel VWS

Binnen verschillende directies van het kerndepartement heeft het ministerie van VWS personele en materiële uitbreiding getroffen of aanvullend budget beschikbaar gesteld om doelstellingen van het ministerie van VWS te realiseren.

PGB 2.0 en beheer

Deze post bestaat uit meerdere onderdelen die samenhangen met de implementatie van PGB 2.0 en het structureel beheer hiervan. De kosten voor implementatie PGB 2.0 zijn hoger dan geraamd. Het merendeel van de extra middelen voor 2021 en 2022 betreft de (door)ontwikkelingskosten van PGB 2.0. Het resterende deel van de middelen voor 2021 en 2022 betreft subsidies voor gemeenten en zorgverleners ten behoeve van de implementatie van PGB 2.0 en tijdelijke extra inzet voor de doorontwikkeling en implementatie van PGB 2.0. Voor het structureel beheer komen middelen beschikbaar vanaf 2023 voor de eigen regie-organisatie en voor opdrachten aan uitvoerders van het structureel beheer.

Tekort FLO/VUT

Bij de afschaffing van de regelingen rond Functioneel Leeftijdsontslag/ Vervoegde Uittreding (FLO/VUT) zijn afspraken gemaakt over de vergoeding van het overgangsrecht ouderenregelingen voor de verschillende ambulancediensten. De beschikbare middelen bij het ministerie van VWS zijn niet toereikend, waardoor het budget structureel met 10,6 miljoen euro wordt verhoogd. De benodigde middelen gaan in de komende jaren steeds verder afwijken.

Tijdelijke uitbreiding (ambulante en klinische) crisiscapaciteit Het Rijk stelt in totaal 613 miljoen euro in 2021 beschikbaar voor acute problematiek in de jeugdzorg. 493 miljoen euro wordt beschikbaar gesteld via het Gemeentefonds, de resterende 120 miljoen euro vanaf de VWS-begroting. Van dit bedrag is:

  • 1. 
    50 miljoen euro voor het passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren;
  • 2. 
    50 miljoen euro voor de tijdelijke uitbreiding van de (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-GGZ, zodat aan de grote zorgvraag mede als gevolg van corona tegemoet gekomen wordt;
  • 3. 
    15 miljoen euro voor de verbreding en regionale uitrol van de doorbraak-aanpak en pilots vereenvoudiging Jeugdbescherming;
  • 4. 
    5 miljoen euro voor het ombouwen van gesloten instellingen om separate diensten gezamenlijk aan te kunnen bieden (deze mutatie valt in de post 'Diversen').

Diversen

Er worden onder meer middelen beschikbaar gesteld voor de herfinanciering Basis Essentiële Infrastructuur (BEI) RIVM (13,6 miljoen euro structureel vanaf 2022), stimuleringsregeling wonen en zorg (14,3 miljoen euro), de regeling onverzekerbare vreemdelingen (12,3 miljoen euro in 2021), aanvulling regeling kunstmatige inseminatie met donorsemen (KID) (3,5 miljoen euro structureel), centrum indicatiestelling zorg (CIZ) jeugdigen onder de 18 jaar (3,5 miljoen euro in 2021 en 3,9 miljoen euro in 2022), hogere kosten implementatie Romero (ICT) (2,8 miljoen euro in 2021) en voor de herziening subsidie stichting nationaal programma grieppreventie (SNPG) 2020/2021 (4,3 miljoen euro in 2021). Tenslotte is 5 miljoen euro voor het ombouwen van gesloten instellingen opgenomen (onderdeel van de incidentele jeugdmiddelen).

Technische mutaties

Aanschaf anti-lichamen uitgaven (covid-19)

De uitgaven aan de inkoop van maximaal 20.000 behandelingen bedragen circa 40 miljoen euro. De overheid financiert de aankoop van deze behandelingen. De aankoopverplichtingen gaan pas in na noodtoelating of markt-toelating. De overheid draagt het financiële risico in het geval dat de behandeling uiteindelijk in de praktijk niet ingezet wordt door artsen. Als het wel wordt ingezet dan zijn de kosten voor de zorgverzekeraars. Hiervoor worden 30 miljoen euro ontvangsten geraamd in 2021 en 10 miljoen euro in 2022.

Aanschaf en distributie medische hulpmiddelen (covid-19)

Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) ontvangt in 2021 aanvullende bevoorschotting van 93 miljoen euro om voldoende medische beschermingsmiddelen aan te schaffen en te distribueren. Deze raming is gebaseerd op bestellingen voor de periode tot en met juni 2021.

Aanschaf en distributie sneltests (covid-19)

Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) ontvangt in 2021 additionele bevoorschotting vanuit VWS om voldoende (snel)testen aan te schaffen en te distribueren. Het betreft voor 2021 een bedrag van 652 miljoen euro voor (snel)testen. Deze raming is gebaseerd op bestellingen voor de periode tot en met juni 2021.

Aanschaf vaccins (covid-19)

De raming voor de aankoop van vaccins is geactualiseerd in de zevende incidentele suppletoire begroting. Daarin zijn de aanvullende afspraken verwerkt zoals die zijn gemaakt via de Europese Unie met producenten van vaccins en waarover uw Kamer is geïnformeerd (Kamerstukken II, 2020/2021, 25295 nr. 1179 en 2595 nr. 1183). Deze afspraken sluiten aan bij de vaccinbehoefte. Tevens is, in overeenstemming met de verwachte leveringen, het kasritme hierop aangepast voor de jaren 2021,2022 en 2023. Tot deze incidentele suppletoire begroting waren alleen kasmiddelen 2020 beschikbaar, terwijl leveringen ook in de komende jaren zullen plaatsvinden en dan tot betaling zullen leiden. Met deze 625 miljoen euro kan aan de aangegane verplichtingen worden voldaan en is in de afronding van bedragen en mogelijke behoefte in de latere jaren enige ruimte meegenomen voor eventuele afspraken volgend uit nieuwe onderhandelingen.

Amateursport en ijsbanen/zwembanen (covid-19)

Het steunpakket voor amateursportverenigingen (TASO) wordt voortgezet in het eerste half jaar van 2021. Hiervoor is 91,4 miljoen euro beschikbaar. Tevens wordt het steunpakket voor verhuurders van sportaccommodaties (TVS) doorgetrokken in het eerste half jaar van 2021 (28,8 miljoen euro). Ook is het steunpakket voor verhuurders van sportaccommodaties verlengd in het eerste half jaar van 2021 (39,8 miljoen euro). Tot slot wordt de steunmaatregel voor zwembaden en ijsbanen gecontinueerd in de eerste maanden van 2021 (80 miljoen euro).

Benodigd budget bonusregeling 2020 in 2021 (covid-19)

Alle aanvragen voor de subsidieregeling bonus zorgprofessionals in 2020 zijn behandeld en - indien voldaan aan de voorwaarden - uitbetaald. Een beperkt deel (5%) is in januari 2021 afgehandeld en belast daarmee de uitgaven in 2021.

Beveiliging vaccins (covid-19)

Er zijn middelen beschikbaar gesteld om de opslag en distributie van vaccins te beveiligen (38,7 miljoen euro).

Bonus zorgpersoneel (covid-19)

De zorgbonus 2020 (een netto-uitkering van 1.000 euro) wordt ook voor zorgverleners van pgb-budgethouders beschikbaar gesteld. De uitvoering van deze specifieke regeling is geraamd op 126 miljoen euro in 2021. De met deze regeling geraamde kosten z naar 2021 verschoven vanuit de in 2020 beschikbaar gestelde 1,44 miljard euro.

Brede aanpak dak- en thuislozen extra middelen 2021 In het kader van de brede aanpak van dak- en thuisloosheid zijn voor 2021 extra middelen toegekend aan 21 centrum- en regiogemeenten. Deze middelen zijn verwerkt in het Gemeentefonds.

Ggd ghor bron en contractonderzoek (covid-19)

De Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD'en) en Geneeskundige Hulpverleningsorganisaties in de Regio (GHOR) ontvangen middelen voor bron- en contactonderzoek ter bestrijding van het coronavirus. Deze middelen zijn toegevoegd bij de vierde incidentele suppletoire begroting (143,8 miljoen euro) en bij de zesde incidentele suppletoire begroting (116,7 miljoen euro).

Ggd ghor: landelijk serviceloket teststraten (covid-19)

Met het inrichten van een landelijk serviceloket teststraten kan de testcapa-citeit vanuit de GGD'en ondersteund worden en wordt het mogelijk gemaakt om mobile testunits in te blijven zetten (76,7 miljoen euro).

IC-bedden en klinische bedden (covid-19)

Op basis van het opschalingplan van het Landelijk Netwerk Acute Zorg zijn middelen gereserveerd in 2021 en 2022 voor de opschaling van ic-bedden en klinische bedden. Deze mutatie betreft de bijstelling van het budget (40 miljoen euro in 2021 en 134 miljoen euro in 2022) ten opzichte van het eerder beschikbaar gestelde budget (94 miljoen euro in 2021). In totaal is daarmee 134 miljoen euro beschikbaar in beide jaren voor de opschaling van ic-bedden en klinische bedden (exclusief opleidingen, dit budget van 39,6 miljoen euro is separaat geregeld).

Inkoop persoonlijke beschermingsmiddelen LCH (covid-19)

Voor de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen door het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) is in 2021 een aanvullend incidenteel budget van 71 miljoen euro nodig. Met de verkregen voorschotten kan het LCH onder meer de additionele inkoop van FFP2-maskers, de afwikkeling van inkooporders uit 2020 en inkopen vanuit ProductieNL voortzetten.

Inkoop persoonlijke beschermingsmiddelen VWS (covid-19)

Een aanvullend budget van 60,5 miljoen euro is nodig om aan de betalingsverplichting te kunnen voldoen van de eerdere inkoop van medische mondmaskers door het ministerie van VWS. Het gaat hierbij om overlopende verplichtingen uit 2020, die tot betaling en levering leiden in 2021.

Kasschuif ZonMw onderzoekprogramma (covid-19)

Voor de ZonMw-onderzoeken naar de verbetering van de preventieve/profylactische behandeling ter voorkoming van COVID-19, de therapeutische behandeling van COVID-19 patiënten, en vaccins wordt 31,9 miljoen euro herverdeeld over de aankomende jaren.

Kosten CIBG inzake LCH (covid-19)

Dit betreft de kosten voor het projectbureau LCH binnen het CIBG en de transportkosten en facilitaire kosten van het landelijk consortium hulpmiddelen (LCH).

Loonbijstelling

De tranche 2021 van de loonbijstelling is toegevoegd aan de begroting van VWS.

Medische noodvoorraden (rescEU) (covid-19)

De Europese Commissie heeft goedkeuring verleend om als onderdeel van het rescEU-programma een medische noodvoorraad aan te trekken ter waarde van 47 miljoen euro. Daarmee vergoedt de Europese Commissie de kosten voor de aankoop, opslag en het beheer van de medische producten met uitzondering van de bijbehorende belastingen. Deze vergoeding van de Europese Commissie staat geboekt bij de ontvangsten. Aan de uitgavenkant wordt het bedrag van 47 miljoen euro geboekt en de nationale bijdrage van 9,5 miljoen euro, dat is toegevoegd aan de VWS-begroting om deze kosten te vergoeden. In totaliteit is 56,5 miljoen euro beschikbaar.

Meerkosten sociaal domein (covid-19)

In 2021 is de staande afspraak dat meerkosten die direct voortvloeien uit de coronamaatregelen van het kabinet en het volgen van de RIVM-maatregelen door het Rijk worden vergoed richting gemeenten. Deze post betreft meerkosten vanuit de Jeugdwet en de Wmo 2015. In 2021 worden meerkosten verwacht van 141 miljoen euro. De hoogte van de compensatie wordt na de zomer vastgesteld en uitgekeerd.

Middelen spoor 2a fase 1 & 2 (covid-19)

Om mensen meer vrijheid te geven, wordt laagdrempelig testen mogelijk gemaakt waarbij een negatief testbewijs gebruikt kan worden voor deelname aan onder meer sport- en jeugdactiviteiten, culturele instellingen, evenementen restaurants en overige horeca- en doorstroomlocaties (223 miljoen euro).

Ondersteuning sportsector (covid-19)

Voor de amateursport is een ondersteuningsregeling getroffen waarbij een deel van de omzetderving is gecompenseerd. Er is besloten om deze regeling ook voor de laatste maanden van 2020 open te stellen. Uitvoering vindt plaats in 2021 (37,8 miljoen euro). Ook kunnen verhuurders van sportaccommodaties gebruik maken van een regeling om de huursom gecompenseerd te krijgen. Er is besloten om de compensatie voort te zetten met een nieuwe regeling. Uitvoering van deze regeling, die betrekking heeft op 2020, vindt plaats in 2021 (22,2 miljoen euro).

Ophogen budget vaccins (covid-19)

Er zijn aanvullende afspraken gemaakt via de Europese Unie met producenten van vaccins. Met deze 430 miljoen euro kan aan de aangegane verplichtingen en eventuele afspraken volgend uit lopende onderhandelingen worden voldaan.

Opleidingen ic-capaciteit (covid-19)

De kosten van opleidingen die samenhangen met het opschalen van de ic-en klinische bedden in 2021 en 2022 vallen lager uit dan eerder geraamd.

Overloop 2020-2021 (covid-19)

Dit betreft onder meer de vergoeding aan GGD'en voor de meerkosten van 157 miljoen euro voor bron- en contactonderzoek en bemonstering. Deze kosten zijn in 2020 gemaakt, maar betaling heeft in 2021 plaatsgevonden.

Realisatie digitale ondersteuning covid-19

Voor het realiseren van digitale oplossingen die kunnen bijdragen aan de bestrijding van het coronavirus worden middelen beschikbaar gesteld.

Het budget wordt onder meer aangewend voor de doorontwikkeling en inbeheername van de CoronaMelder, de realisatie en inbeheername van GGD Contact, de voorbereidingen voor de digitale ondersteuning van een testbewijs en de ontwikkeling en inbeheername van de invoerapplicatie Beveiligde Registraties Bijzondere Assets (BRBA). Tevens wordt gekeken naar inzet van technologie om gegevensuitwisseling tussen GGD Contact (de app) en de GGD mogelijk te maken en op welke wijze evaluatieonderzoeken kunnen worden begeleid.

RIVM: programma covid-19

Het RIVM ontvangt een aanvullende bijdrage om uitvoering te geven aan hun taken in het kader van de bestrijding van COVID-19 (54 miljoen euro).

Steun zwembaden en ijsbanen sector i.v.m. coronacrisis De zwembaden en ijsbanen hebben financiële schade opgelopen door de inperking van het aantal bezoekers in zwembaden en ijsbanen als gevolg van de coronacrisis. Vanwege derving in de exploitatie wordt een bedrag van 100 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl (covid-19)

Het Kabinet heeft in 2021 200 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor het steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl in coronatijd. Hiervan loopt 63 miljoen euro via de VWS begroting, 117 miljoen euro via het Gemeentefonds, 10 miljoen euro via de OCW begroting, 5 miljoen euro via de SZW begroting en 5 miljoen euro is gereserveerd voor EZK.

Testcapaciteit (covid-19)

Voor de eerste maanden van 2021 is 405,2 miljoen euro beschikbaar gesteld om de laboratoriumcapaciteit te vergroten op basis van de verwachte testen in deze periode.

Testen covid-19

Het grootschalig testen wordt met deze middelen mogelijk gemaakt (2.364 miljoen euro). Met deze middelen wordt laboratoriumcapaciteit voor PCR-testanalyses beschikbaar gesteld en wordt de inkoop van antigeen sneltesten, PCR-afname swaps, ademtesten en andere testen en labdispo-sables door het Landelijk Consortium Hulpmiddelen mogelijk.

Testen via werkgevers (Spoor 2) (covid-19)

Met VNO-NCW is (in het kader van spoor 2) afgesproken dat werkgevers tegemoet worden gekomen in kosten die door hen worden gemaakt voor het afnemen van antigeentesten bij hun werknemers. Met bedrijfsartsen en arbodiensten heeft VWS afgesproken dat zij op aanvraag van de werkgevers sneltesten kunnen uitvoeren. Zij ontvangen op maandelijkse declaratiebasis een vaste vergoeding per test. In totaal wordt hiervoor een bedrag van 544,5 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Tijdelijke extra banen ondersteunende functie (covid-19)

Via een subsidieregeling stelt het kabinet 80 miljoen euro beschikbaar om werkgevers in de zorg in staat te stellen om bovenop de bestaande initiatieven ongeveer 5.000 voltijds fte aan extra tijdelijke banen in ondersteunende functies te creëren. In de zorgsector wordt voor de financiering aangesloten bij door de zorgbranche zelf bepaalde ondersteunende functies die ontwikkeld zijn vanuit de Nationale Zorgklas, zoals voor de functies van crisishulp en de functie van gastvrouw/gastheer. De subsidieregeling wordt zodanig ingericht dat deze dubbele bekostiging voorkomt en een doelmatige uitvoering borgt.

Uitbreiding testcapaciteit (covid-19)

De Stichting Nederland Onderneemt Maatschappelijk wordt in staat gesteld om sneltesten aan te schaffen via het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) en mensen vervolgens snel te testen. Het gaat om 264 miljoen euro in 2021. Het betreft hier een raming voor de periode tot en met juni 2021.

Vaccinimplementatie (covid-19)

Er zijn additionele middelen beschikbaar gesteld voor de vaccinimple-mentatie-entvergoedingen. De middelen voor entvergoedingen die het ministerie van VWS uitkeert aan uitvoerders zoals de GGD-GHOR en huisartsen, worden verhoogd met 184,7 miljoen euro. De vaccinimplementatie wordt ook, naast de opdracht aan het RIVM en de entvergoedingen,

door VWS vorm gegeven. Dit behelst onder andere onderzoeken naar de effectiviteit van vaccins en aanschaf van spuiten en naalden (59,2 miljoen euro).

Vaccinimplementatie (covid-19)

Het ministerie van VWS verleent het RIVM de opdracht om, gegeven de ervaring die het RIVM heeft met de implementatie van vaccinaties, de implementatie van het COVID-19 vaccin te verzorgen. Het RIVM krijgt daarmee de opdracht om de implementatie inclusief distributie, logistiek, opslag en afstemming met stakeholders en communicatie met professionals te verzorgen. Het RIVM doet dit zowel in Nederland als voor de overzeese gebieden (797,5 miljoen euro).

Vaccinontwikkeling (covid-19)

De reeds beschikbaar gestelde 700 miljoen euro voor de vaccinontwikkeling komt grotendeels in 2021 tot besteding. Daarom is in de vierde incidentele suppletoire begroting 2020 335 miljoen euro van 2020 naar 2021 doorgeschoven. Het budget wordt benut om de financiële verplichtingen na te komen die voortvloeien uit de door de EU afgesloten overeenkomsten.

Het kan gaan om zowel de aanschaf- als productie en ontwikkelkosten.

Verlengen steun Caribisch Nederland (covid-19)

Er is 33 miljoen euro beschikbaar gesteld om zorg in verband met COVID-19 te kunnen verlenen in het Caribisch deel van Nederland.

Diversen - Rijksbegroting

De post diversen op de Rijksbegroting (321,3 miljoen euro) is onder andere opgebouwd uit de aanschaf remdesivir (11,3 miljoen euro), Beheer- en ontwikkelingskosten Landelijk Consortium Hulpmiddelen (8,5 miljoen euro), extra kosten ic-opschaling (17 miljoen euro in 2021), GGD GOR voor corona divers (12,4 miljoen euro), corona unit (20,7 miljoen euro) en het GGD klant contact center (9 miljoen euro). Ook zijn middelen toegevoegd voor de landelijke functies opvang (7,7, miljoen euro), ondersteuning defensie bij teststraten en vaccineren (7 miljoen euro), het overboeken van coronabudget vanaf plafond Zorg (12,9 miljoen euro), personeelsbudget dienst testen (14,1 miljoen euro), rioolsurveillance programma (15 miljoen euro in 2021 en 2022), tekort SectorplanPlus (14 miljoen euro) en uitvoeringskosten bonus zorgpersoneel (10 miljoen euro). Tenslotte is hier de desaldering van een specifieke uitkering sport (8 miljoen euro) opgenomen. Bij een desaldering worden de uitgaven en ontvangsten met eenzelfde bedrag verhoogd.

Diversen - Zorg

De post diversen op het plafond Zorg is opgebouwd uit het overboeken van coronabudget naar plafond Rijksbegroting (-12,9 miljoen euro) in 2021 en de loon- en prijsbijstelling.

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Rijksbijdrage 18-, Bijdrage Kosten korting (BIKK) Wlz, Rijksbijdrage Wlz, Zorgtoeslag

De ramingen van de Rijksbijdrage 18-, BIKK Wlz, Rijksbijdrage Wlz en de Zorgtoeslag zijn aangepast op basis van de CEP-raming van het CPB.

Diversen

De diversenpost bestaat uit 7 miljoen euro hogere uitgaven aan de zorgtoeslag, in verband met het kwijtschelden van schulden van gedupeerde ouders.

Niet-belastingontvangsten

Beleidsmatige mutaties

Afrekening SPUK

De SPUK Stimulering Sport uit 2019 is definitief vastgesteld. In 2021 zijn de terugontvangsten hiervan 63 miljoen euro. Verder is vanaf 2022 een structurele ramingsbijstelling van 15 miljoen euro op de ontvangsten verwerkt. De regeling blijft van kracht met behoud van evaluatie van de uitkeringsvorm na drie vaststellingsjaren.

Bijstellingen VWS-breed

Het ministerie van VWS voert diverse ramingsbijstellingen door op ontvangsten (17 miljoen euro structureel).

Diversen

Dit betreft de afroming van het overschot op het eigen vermogen van CIBG. Technische mutaties

Aanschaf anti-lichamen ontvangsten (covid-19)

De uitgaven aan de inkoop van maximaal 20.000 behandelingen bedragen circa 40 miljoen euro. De overheid financiert de aankoop van deze behandelingen. De aankoopverplichtingen gaan pas in na noodtoelating of markt-toelating. De overheid draagt het financiële risico in het geval dat de behandeling uiteindelijk in de praktijk niet ingezet wordt door artsen. Als het wel wordt ingezet dan zijn de kosten voor de zorgverzekeraars. Hiervoor worden 30 miljoen euro ontvangsten geraamd in 2021 en 10 miljoen euro in 2022.

Aanschaf remdesivir (covid-19)

Er is in 2021 11,3 miljoen euro beschikbaar gesteld aan het RIVM voor de aanschaf van het medicijn Remdesivir. Het middel remt de aanmaak van nieuwe virusdeeltjes in het lichaam en wordt ingezet bij corona patiënten. Het RIVM schaft de medicijnen aan en ziekenhuizen kunnen het vervolgens afnemen. Daarom worden ook ontvangsten geboekt in 2021 (33,8 miljoen euro) en 2022 (11,3 miljoen euro).

Medische noodvoorraden (rescEU) (covid-19)

Nederland ontvangt in 2021 een bijdrage van 47 miljoen euro van de Europese Commissie voor een medische noodvoorraad. Daarmee vergoedt de Europese Commissie de kosten voor de aankoop, opslag en het beheer van de medische producten.

Ontvangsten bevoorschotting LCH (covid-19)

Er wordt in de bevoorschotting en afrekening met het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) rekening gehouden met de verkoopopbrengsten van de (sneltesten) aan de Stichting Nederland Onderneemt Maatschappelijk. In totaal is in 2021 165 miljoen euro geraamd.

Diversen

Deze post is onder andere opgebouwd uit de desaldering van een specifiek e uitkering sport (8 miljoen euro). Bij een desaldering worden de uitgaven en ontvangsten met eenzelfde bedrag verhoogd.

 

XVII BUITENLANDSE HANDEL & ONTWIKKELINGSSAMENWERKING:

UITGAVEN

   
 

2020

2021

2022

2023

2024

Stand Miljoenennota 2020 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

2.991,6

3.088,5

3.196,7

3.392,6

3.536,6

Stand Voorjaarsnota 2020

2.991,6

3.088,5

3.196,7

3.392,6

3.536,6

 

XVII BUITENLANDSE HANDEL & ONTWIKKELINGSSAMENWERKING:

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

Stand Miljoenennota 2020 (excl. IS)

13,1

9,8

9,6

9,4

9,2

Technische mutaties

         

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Diversen

  • 13,1
  • 9,8
  • 9,6
  • 9,4
  • 9,2
 
  • 13,1
  • 9,8
  • 9,6
  • 9,4
  • 9,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

  • 13,1
  • 9,8
  • 9,6
  • 9,4
  • 9,2

Stand Voorjaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

68,8

56,7

52,2

47,3

42,5

Stand Voorjaarsnota 2020

68,8

56,7

52,2

47,3

42,5

Nationaal Groeifonds

 

Tabel 7

 
  • 983,8
  • 1.967,70
  • 2.951,60
  • 3.935,40
  • 3.935,40

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

  • 983,8
  • 1.967,70
  • 2.951,60
  • 3.935,40
  • 3.935,40

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

16,2

32,3

48,4

64,6

64,6

Totaal Internationale samenwerking

         

Stand Voorjaarsnota 2021

16,2

32,3

48,4

64,6

64,6

XIX NATIONAAL GROEIFONDS:

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

   
 

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal Internationale samenwerking

Provinciefonds

 
 
  • 983,8
  • 1.967,70
  • 2.951,60
  • 3.935,40
  • 3.935,40

C PROVINCIEFONDS: UITGAVEN

         
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl.

IS)

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

2.483,4

2.432,5

2.422,5

2.412,3

2.401,7

Diversen

0

0

0

0

0

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties - Niet relevant voor het uitgavenplafond

Overboeking toekenningen

Naar aanleiding van de eerste openstellingsronde heeft het kabinet, op advies van de adviescommissie, aan drie projecten een toekenning gedaan. De bijbehorende middelen voor 2021 worden overgeboekt naar de begroting van het uitvoerende departement EZK. Het betreft in totaal

12,1 miljoen euro, verdeeld over de projecten AINed (4,4 miljoen euro), Quantum (5,4 miljoen euro) en Regmed (2,3 miljoen euro).

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mutaties die onder de ondergrens vallen. In dit geval betreft het de apparaatsbudgetten die van het NGF worden afgeboekt en aan de begroting van EZK worden toegevoegd, gezien de apparaatsuitgaven vanaf de EZK-begroting worden gerealiseerd.

Technische mutaties - Niet relevant voor het uitgavenplafond

Loon- en Prijsbijstelling

De tranche 2021 van de loon- en prijsbijstelling wordt overgemaakt naar de begroting van het Nationaal Groeifonds.

Sociale Verzekeringen

 

SOCIALE VERZEKERINGEN: UITGAVEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

Mee- en tegenvallers

Sociale zekerheid

66.590,4

68.388,8

69.585,6

70.968,7

73.175,5

Aow

  • 135,3
  • 112,9
  • 97,8
  • 81,3
  • 66,6

Ctvlao

393,4

187,5

192,9

198,4

203,9

Iva

  • 87,5
  • 91,3
  • 97,5
  • 102,9
  • 106,8

Wazo

  • 71,2
  • 68,9
  • 48,9
  • 21,1
  • 5,3

Wga

51,3

97,4

158,7

193,4

196,1

Zw

89,6

  • 2,6

14,1

35,5

54,4

Diversen

  • 19,2
  • 13
  • 22,8
  • 8,3
  • 3,8
 

221,1

  • 3,8

98,7

213,7

271,9

Beleidsmatige mutaties

         

Sociale zekerheid

         

Diversen

  • 0,7
  • 0,6
  • 8,6
  • 9,9
  • 11,4
 
  • 0,7
  • 0,6
  • 8,6
  • 9,9
  • 11,4

Technische mutaties

         

Sociale zekerheid

         

Nominale ontwikkeling

97,7

172,6

411

524,5

618

Uitvoeringskosten ww

0

  • 56
  • 40,9
  • 22,2
  • 3,2

Ww

  • 1.244,10
  • 952,3
  • 726,6
  • 459,4
  • 103,5

Diversen

  • 33,2
  • 2
  • 2,8
  • 2,8
  • 2,8
 
  • 1.179,60
  • 837,7
  • 359,3

40,1

508,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

  • 959,1
  • 842,2
  • 269,4

244

768,8

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

65.631,3

67.546,6

69.316,2

71.212,7

73.944,4

Stand Voorjaarsnota 2021

65.631,3

67.546,6

69.316,2

71.212,7

73.944,4

 

SOCIALE VERZEKERINGEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

309,4

321,4

328,7

335

342

Technische mutaties

         

Sociale zekerheid

         

Ufo-ontvangsten ww

  • 50
  • 50
  • 50
  • 50
  • 50

Diversen

0,1

0,1

0,1

  • 0,3
  • 1
 
  • 49,9
  • 49,9
  • 49,9
  • 50,3
  • 51

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

  • 49,9
  • 49,9
  • 49,9
  • 50,3
  • 51

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

Totaal Internationale samenwerking

259,5

271,6

278,9

284,7

291

Stand Voorjaarsnota 2021

259,5

271,6

278,9

284,7

291

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Sociale zekerheid

Algemene Ouderdomswet (AOW)

Op basis van uitvoeringsinformatie van de SVB over 2020 en de CBS bevolkingsprognoses uit 2020 wordt de raming van de AOW naar beneden bijgesteld. De oversterfte vanwege corona leidt tot een lager aantal AOW-gerechtigden. In de begroting voor 2021 was al rekening gehouden met een deel van deze oversterfte. Daarnaast zijn in de raming aannames aangepast met betrekking tot de verwerking van de demografische ontwikkeling, met name het migratiesaldo.

Compensatie Transitievergoeding bij Langdurige Arbeidsongeschiktheid (CTVLAO)

De regeling compensatie transitievergoeding bij ontslag vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid is per april 2020 in werking getreden.

De raming is op basis van realisaties nu meerjarig bijgesteld. Oorzaak van de tegenvaller is een hogere compensatie (langere dienstverbanden) en meer werkgevers die in aanmerking komen dan eerder werd verwacht. Daarnaast vinden er compensaties met terugwerkende kracht tot 2015 plaats. Ook hiervoor komen de aantallen en de compensatie hoger uit, waardoor de tegenvaller in 2021 hoger uitkomt. Dit komt ook doordat er minder compensaties in 2020 tot uitbetaling zijn gekomen dan eerder verwacht. Uitbetaling hiervan schuift door naar 2021.

Inkomensvoorziening Volledig duurzaam Arbeidsongeschikten (IVA)

Het aantal uitkeringen in de IVA in 2020 is lager uitgekomen dan eerder verwacht. Dit lagere aantal uitkeringen werkt door naar later jaren, zodat meerjarig een meevaller ontstaat.

Wet Arbeid en Zorg (WAZO)

Per saldo is sprake van een neerwaartse bijstelling van de uitgaven. Enerzijds is er een relatief beperkt opwaarts effect doordat de (verwachte) gemiddelde jaaruitkering hoger uitkomt. Anderzijds komt het verwachte aantal geboortes op basis van de nieuwe CBS-geboorteprognose lager uit. Dit neerwaartse effect is groter. De CBS-geboorteprognose komt vooral in 2021 lager uit; in latere jaren neemt de neerwaartse bijstelling geleidelijk af.

Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)

Het aantal uitkeringen in de WGA ligt meerjarig hoger dan eerder verwacht. Dit komt door conjuncturele effecten op de instroom. In een aantrekkende conjunctuur is er minder instroom van zieke werklozen en meer instroom van zieke werknemers (want er werken meer mensen). Dit laatste effect blijkt sterker dan tot nu toe verwacht werd. Daarom is de instroom opwaarts bijgesteld, wat leidt tot een tegenvaller.

Ziektewet (ZW)

Op basis van realisatiecijfers UWV wordt in 2021 rekening gehouden met een hoger beroep op de ZW dan eerder werd verwacht. Dat komt omdat sprake is van een hoger aantal ziektemeldingen, wat naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt wordt door het coronavirus. Meerjarig is sprake van een oplopende tegenvaller door een hoger verwacht aantal ziektemeldingen bij zwangerschappen dan waar eerder rekening mee werd gehouden.

Diversen

Dit betreft meerdere kleine mee- en tegenvallers onder het plafond Sociale Zekerheid op het gebied van de IOAOW en de uitvoeringskosten UWV. De per saldo meevaller wordt voor het grootste deel veroorzaakt door een bijstelling op de WAO naar aanleiding van zowel een lagere prijs als een lager volume.

Beleidsmatige mutaties

Sociale Zekerheid

Diversen

De per saldo kleine meevaller is een gevolg van meerdere beleidsmatige mutaties onder het plafond Sociale Zekerheid. Hieronder vallen onder andere mutaties op het gebied van crisisdienstverlening, het ouderschapsverlof en de transitievergoeding.

Technische mutaties

Sociale Zekerheid

Nominale ontwikkeling

Deze mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling (de geraamde aanpassing toekomstige uitkeringshoogten aan verwachte loon- en prijsontwikkeling) onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid als gevolg van de ramingen van het CPB van loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de Sociale Zekerheid.

Uitvoeringskosten Werkloosheidswet (WW)

Op basis van de CEP-ramingen van het CPB zijn de volumeramingen in de WW bijgesteld en worden ook de verwachtte uitvoeringskosten hierop bijgesteld. In de komende jaren nemen de uitvoeringskosten van de WW af, doordat de WW-volumes minder hoog uitvallen dan eerder werd verwacht.

Werkloosheidswet (WW)

De raming van de WW-uitkeringslasten voor 2021 is met 1.244,1 miljoen euro naar beneden bijgesteld. Hoofdzakelijk omdat op basis van realisatiecijfers over 2020 en 2021 de raming van het aantal mensen met een betaalde WW-uitkering in 2021 naar beneden is bijgesteld (-/- 1.141,3 miljoen euro). Ook voor 2022 en verder worden lagere de WW-uitkeringslasten verwacht. Dit komt voornamelijk doordat de CPB-raming van de werkloze beroepsbevolking voor deze jaren naar beneden is bijgesteld (cumulatief -/

1.403,3 miljoen euro).

Diversen

Deze post omvat meerdere kleine technische mutaties onder het plafond Sociale Zekerheid. Hieronder vallen bijvoorbeeld een bijstelling van het financieel kader van het UWV en een kasschuif bij de crisisdienstverlening.

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

Sociale zekerheid

UFO-ontvangsten Werkloosheidswet (WW)

De overheid is eigenrisicodrager voor de WW. Het UWV verstrekt WW-uitkeringen aan voormalige overheidswerknemers en verhaalt deze uitkeringen vervolgens op de betrokken overheidswerkgever. De ontvangstenraming is vanaf 2021 structureel 50 miljoen euro naar beneden bijgesteld op grond van uitvoeringsinformatie van het UWV.

Diversen

Dit is een kleine naar beneden gestelde mutatie op de geraamde nominale ontwikkeling bij de ontvangsten, onder het plafond Sociale Zekerheid.

Zorg

 

ZORG: UITGAVEN

ZORG: UITGAVEN

 

2021

2022

2023

 

2024

2025

Stand Miljoenennota

2021

80.606,5

84.520,8

87.444,8

 

90.703,6

94.299,6

Mee- en tegenvallers

Zorg

           

Actualisering wlz-uitgaven

  • 63
  • 5
  • 5
 
  • 5
  • 5

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen zvw

50

50

50

 

50

50

 
  • 13

45

45

 

45

45

Beleidsmatige mutaties

Zorg

Inzet resterende groeiruimte zvw 2022

0

  • 41
  • 41
 
  • 41
  • 41

Meerkosten wet zorg en dwang

0

102,6

102,6

 

102,6

102,6

Nacalculatie overheveling ggz naar wlz

270

334

325

 

317

310

Structurele deel groeiruimte 2018 na kwk-periode

0

0

  • 75
 
  • 75
  • 75

Uitstel gvs modernisering

0

140

0

 

0

0

Diversen

17,4

35,2

27,2

 

20,9

14,2

 

287,4

570,8

338,8

 

324,5

310,8

Technische mutaties

Zorg

Loon- en prijsbijstelling

  • 26,2
  • 50,2

38

 
  • 10,4
  • 70,2

Meerkosten wlz

150

0

0

 

0

0

Verwerking mlt

2022-2025

4,5

433,3

935,4

 

1.437,20

1.716,20

Diversen

  • 0,9
  • 9
  • 21,6
 
  • 22,1
  • 16,8
 

127,4

374,1

951,8

 

1.404,70

1.629,20

Totaal mutaties sinds

Miljoenennota 2021

401,7

989,9

1.335,60

 

1.774,20

1.985,00

Stand Voorjaarsnota

2021

81.008,2

85.510,7

88.780,5

 

92.477,8

96.284,7

ZORG: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2021

2022

2023

 

2024

2025

Stand Miljoenennota

2021

5.282,3

5.357,1

5.497,7

 

5.645,4

5.836,7

 

ZORG: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

Eigen bijdragen wlz

 
  • 63,2
  • 30,3
  • 30,6
  • 31,2
  • 31,9

Diversen

 

0

  • 12,2
  • 20,6
  • 21,2
  • 21,8
   
  • 63,2
  • 42,5
  • 51,2
  • 52,4
  • 53,7

Beleidsmatige mutaties

Zorg

Diversen

 

12

19

19

19

19

   

12

19

19

19

19

Technische mutaties Zorg

 

Eigen bijdragen wlz

  • 63,2
  • 30,3
  • 30,6
  • 31,2
  • 31,9

Verwerking mlt 2022-2025

0

49,5

62,4

112,2

123,7

Diversen

  • 11,7

0

0

0

0

 
  • 11,7

49,5

62,4

112,2

123,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

  • 62,9

25,9

30,2

78,8

89

Stand Voorjaarsnota 2021

5.219,4

5.383,1

5.527,8

5.724,3

5.925,8

Uit