Controlerechten Staten-Generaal

Met dank overgenomen van Parlement.com.

Binnen de Staten-Generaal hebben zowel de Eerste als de Tweede Kamer de taak om het kabinet te controleren. In theorie hebben beide Kamers nagenoeg dezelfde controlerechten, die samenhangen met de grondwettelijk inlichtingenplicht van de regering. Bij de controletaak van de Staten-Generaal zijn verschillende parlementaire rechten van belang. Er is verschil tussen de wijze waarop Tweede en Eerste Kamer gebruikmaken van deze rechten.

  • Vragenrecht

    Als uitvloeisel van het recht op inlichtingen i, waarover alle individuele Kamerleden beschikken, kennen Tweede en Eerste Kamer i het vragenrecht. Met dit recht kunnen alle leden behalve tijdens de debatten en de schriftelijke behandeling van (wets)voorstellen vragen stellen aan de regering. Hiervoor hebben ze, in tegenstelling tot bij het recht van interpellatie i, geen verlof van de Kamer nodig.

  • Recht van interpellatie

    Het recht van interpellatie geeft Tweede i en Eerste Kamerleden i de mogelijkheid om met een bewindspersoon te debatteren over een onderwerp dat niet reeds op de vergaderagenda van de Kamer staat. Daarmee wordt de vastgestelde agenda van de Kamer immers duidelijk doorbroken (interpellatie komt van het Latijnse woord voor 'krachtig onderbreken'). Met het recht van interpellatie kunnen Kamerleden een minister i of staatssecretaris i in de Kamer ter verantwoording roepen.

  • Motie

    Moties zijn uitspraken van de Tweede i of Eerste Kamer i, die door één of meer Kamerleden of door een commissie worden voorgesteld. Een motie wordt vaak gebruikt om een conclusie van een debat of een actiepunt voor een minister i (of staatssecretaris) vast te leggen. Moties komen veel voor bij de bespreking van regeringsnota's en -notities in de Tweede Kamer. Het aantal moties in de Eerste Kamer ligt veel lager dan in de Tweede Kamer, maar er is sinds 2000 wel sprake van een toename. De politieke betekenis van (aangenomen) Eerste Kamermoties is in het algemeen iets geringer.

  • Inlichtingen over vredesmissies

    Op grond van artikel 100 van de Grondwet i moet de regering i de Staten-Generaal (dus Tweede én Eerste Kamer) vooraf inlichten over deelname aan militaire operaties ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde (vredesmissies). Het gaat daarbij zowel om humanitaire hulpverlening en inzet van de krijgsmacht bij een gewapend conflict.

Meer informatie