Verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst met vragen over de rechtsstatelijkheid van het aangekondigde beleidsbesluit bij het voorstel Wet aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022 - Wijziging van enkele belastingwetten (Wet aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022)

Dit verslag van een schriftelijk overleg is onder nr. B toegevoegd aan wetsvoorstel 36088 - Wet aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022 i.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Wijziging van enkele belastingwetten (Wet aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022); Verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst met vragen over de rechtsstatelijkheid van het aangekondigde beleidsbesluit bij het voorstel Wet aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022
Document­datum 01-07-2022
Publicatie­datum 01-07-2022
Nummer KST1038147
Kenmerk 36088, nr. B
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2021 - 2022

36 088    Wijziging van enkele belastingwetten (Wet aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022)

B    VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 28 juni 2022

De leden van de vaste commissie voor Financiën1 hebben kennisgenomen van de brief van 21 juni 2022 met het verzoek om het wetsvoorstel aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022 met spoed te behandelen en hebben hierover drie vragen.2

Naar aanleiding hiervan is op 28 juni 2022 een brief gestuurd aan de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst.

De staatssecretaris heeft op 28 juni 2022 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De waarnemend griffier van de vaste commissie voor Financiën,

Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN

Aan de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst Den Haag, 28 juni 2022

De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben kennisgenomen van de brief van 21 juni 2022 met het verzoek om het wetsvoorstel aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022 met spoed te behandelen en hebben hierover drie vragen.3

In uw brief schrijft u: Ik verzoek u dan ook om het wetsvoorstel zodra het door Uw Kamer is ontvangen met de grootst mogelijke spoed in behandeling te nemen. Ik hoop zeer dat u bereid bent in uw planning rekening te houden met de wenselijkheid van een volledige behandeling van het wetsvoorstel door beide Kamers van de Staten-Generaal voor de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2022. Voor het geval dat dit niet haalbaar blijkt, bereid ik zekerheidshalve een beleidsbesluit voor om de btw-maatregel per 1 juli van kracht te laten worden. Dit zou dan indien nodig als tijdelijke juridische basis dienen totdat de wet is gepubliceerd in het Staatsblad.

De leden vragen of een beleidsbesluit met een belastingverlaging niet in strijd moet worden geacht met het bepaalde in artikel 104 van de Grondwet. Zij verzoeken u uw antwoord op deze vraag te motiveren. Tevens worden zij graag geïnformeerd over de te kiezen rechtsgrondslag voor dit besluit, mocht het besluit door u worden genomen. Tevens vraagt de commissie wat aanvaarding of verwerping van het voorliggende wetsvoorstel betekent, mocht het door u voorbereide beleidsbesluit op dat moment reeds zijn genomen.

De leden van de vaste commissie voor Financiën zien uw reactie met belangstelling en indien mogelijk vandaag voor 19:00 uur tegemoet.

Prof. dr. P.H.J. Essers

Voorzitter van de vaste commissie voor Financiën

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN - FISCALITEIT EN BELASTINGDIENST

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 28 juni 2022

Per brief van 28 juni 2022 (171553.01U) heeft uw Kamer mij gevraagd te reageren op de vragen die zijn opgenomen tijdens het procedureoverleg over het wetsvoorstel Wet aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022.

De leden vragen of het hanteren van een beleidsbesluit in het kader van de voorgenomen tijdelijke btw-verlaging voor de levering van elektriciteit en gas niet in strijd moet worden geacht met het bepaalde in artikel 104 van de Grondwet. Daarnaast hebben de leden verzocht te worden geïnformeerd over de te kiezen rechtsgrondslag van het besluit. Ten slotte vragen de leden wat aanvaarding of verwerping van het voorliggende wetsvoorstel betekent indien het beleidsbesluit al zou zijn genomen.

Het wetsvoorstel voorziet in terugwerkende kracht (artikel IX, lid 1, onderdeel a) tot 1 juli 2022 om de btw-maatregel van kracht te laten zijn in door het kabinet beoogde periode van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022. Hiermee wordt een duidelijke werkwijze voor energieleveranciers en de Belastingdienst gecreëerd met betrekking tot voorschotten en de eindafrekening. Voor energieleveranciers is het van belang dat zij rechtszekerheid hebben met betrekking tot het btw-tarief dat van toepassing is op de leveringen van elektriciteit en gas die zij op en na 1 juli verrichten.

Deze maatregel is op korte termijn tot stand gekomen om nog gedurende dit jaar de effecten van de huidige prijsstijgingen als gevolg van de energiecrisis te dempen. Voor de energieleveranciers betekent deze korte termijn dat zij zeer beperkt tijd hebben om deze maatregel in hun systemen te verwerken. Daarom moesten zij al voor de inwerkingtreding van deze maatregel starten met de implementatie daarvan. Om te voorkomen dat bij energieleveranciers onzekerheid ontstaat of deze maatregel daadwerkelijk per 1 juli van kracht wordt, heb ik een beleidsbesluit voorbereid. Die voorbereiding heb ik aangekondigd in mijn brieven aan uw Kamer4 en aan de Tweede Kamer.5 Daarmee bewerkstelligt het kabinet dat de consument al dit jaar van de beoogde demping van de energieprijzen profiteert.

Het goedkeurende beleidsbesluit dat vooruitlopend op wetgeving is genomen vindt zijn basis in artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Dat artikel ziet op situaties waarin sprake is van een gevolg dat de wetgever had voorkomen als hij dat gevolg bij het maken van de wet had voorzien.6

Door de terugwerkende kracht die dit wetsvoorstel tot wet verheft op het moment dat het in het Staatsblad wordt gepubliceerd, is deze maatregel gebaseerd op een wet in formele zin en daarmee niet in strijd met artikel 104 van de Grondwet.

Tegelijkertijd deelt het kabinet het oordeel van de Afdeling Advisering van de Raad van State bij het Belastingplan van 2022 dat meer terughoudendheid geboden is bij het gebruik van goedkeurende beleidsbesluiten die vooruitlopen op codificatie. Om die reden heeft het kabinet het advies van de Afdeling ter hand genomen en wordt er een kader uitgewerkt waarin uiteen wordt gezet onder welke voorwaarden het aanvaardbaar wordt geacht om beleidsbesluiten in te zetten. Het kabinet streeft ernaar om dit kader zo spoedig mogelijk en daarmee ook voor de behandeling van het Belastingplan 2023 aan zowel de Tweede als de Eerste Kamer aan te bieden.

Met betrekking tot vraag wat aanvaarding of verwerping van het voorliggende wetsvoorstel betekent indien het beleidsbesluit al zou zijn genomen is van belang dat het beleidsbesluit inhoudelijk volledig aansluit op het wetsvoorstel. Het beleidsbesluit treedt ook onmiddellijk buiten werking zodra de wet in werking treedt.

Het beleidsbesluit dient uitsluitend om energieleveranciers zekerheid te verschaffen met betrekking tot het van toepassing zijnde btw-tarief op leveringen die zij vanaf 1 juli verrichten. Verwerping van het wetsvoorstel zou betekenen dat het vertrouwen dat het beleidsbesluit wekt zal moeten worden opgezegd met toepassing van een redelijke opzeggingstermijn. In voorkomend geval zal ik met de energieleveranciers in overleg treden.

De staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst

Marnix L.A. Van Rij

4

1

   Samenstelling:

Essers (CDA) (voorzitter), Prast (PvdD), Backer (D66), Ester (CU), Faber-van de Klashorst (PVV), Van Apeldoorn (SP), Van Strien (PVV), Jorritsma-Lebbink (VVD), N.J.J. van Kesteren (CDA), Schalk (SGP), Van Rooijen (50PLUS), Vos (VVD), Van Ballekom (VVD), Berkhout (Fractie-Nanninga), Crone (PvdA), Frentrop (Fractie-Frentrop), Geerdink (VVD), Karimi (GL) (ondervoorzitter), Van der Linden (Fractie-Nanninga), Otten (Fractie-Otten), Rietkerk (CDA), Rosenmöller (GL), Vendrik (GL), Van der Voort (D66), Raven (OSF) en Fiers (PvdA).

2

   Kamerstukken 2021/22, 36 088, A; Kamerstukken 36 088.

3

Kamerstukken 2021/22, 36 088, A; Kamerstukken 36 088.

4

   Kamerstukken 2021/22, 36 088, A.

5

   Kamerstukken 2021/22, 36 088, nr. 9.

6

   Zie Kamerstukken I 2008/09, LXXVIII-A.


 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

EU Monitor

Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend voorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.

Als u meer wilt weten over de EU Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@eumonitor.eu.