Overwegingen bij COM(2019)378 - Machtiging tot onderhandelingen over toetreding van Spanje tot de Overeenkomst van Bonn (verontreiniging van de Noordzee) en uitbreiding van het toepassingsgebied ervan - EU monitor

EU monitor
Dinsdag 10 december 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
(1) De Unie is (als toenmalige “Europese Economische Gemeenschap”) bij Besluit 84/358/EEG van de Raad van 28 juni 1984 3 toegetreden tot de Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (hierna “Overeenkomst van Bonn” of “Overeenkomst” genoemd). De Overeenkomst is op 1 september 1989 in werking getreden. De Overeenkomst is in 1989 gewijzigd. De wijzigingen zijn op 1 april 1994 in werking getreden. De Unie heeft die wijzigingen (als toenmalige “Europese Economische Gemeenschap”) goedgekeurd bij Besluit 93/540/EEG van de Raad van 18 oktober 1993 4 .

(2) Volgens artikel 16 van deze Overeenkomst wordt een voorstel van een Overeenkomstsluitende Partij tot wijziging van deze Overeenkomst of van de bijlage daarbij bestudeerd op een vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen. Na aanneming van het voorstel met eenparigheid van stemmen wordt de wijziging door de depotregering ter kennis gebracht van de Overeenkomstsluitende Partijen. Zulk een wijziging treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de depotregering kennisgevingen van goedkeuring van alle Overeenkomstsluitende Partijen heeft ontvangen.

(3) Volgens artikel 20 van de Overeenkomst kunnen de Overeenkomstsluitende Partijen met eenparigheid van stemmen andere kuststaten van het Noordoost-Atlantisch gebied uitnodigen tot de Overeenkomst toe te treden. In zulk een geval moeten artikel 2 van deze Overeenkomst en de bijlage bij deze Overeenkomst dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4) Het is de bedoeling dat de Partijen bij de Overeenkomst van Bonn op hun van 8 tot en met 10 oktober 2019 te houden eenendertigste vergadering met eenparigheid van stemmen een besluit vaststellen op grond van artikel 16 van de Overeenkomst om wijzigingen van het toepassingsgebied van de Overeenkomst aan te nemen met het oog op verbetering van de samenwerking op het gebied van toezicht met betrekking tot de voorschriften van bijlage VI bij het Marpol-verdrag, alsook een besluit op grond van artikel 20 van de Overeenkomst om te voorzien in de toetreding van Spanje tot de Overeenkomst en om de daaraan verbonden wijzigingen in te voeren.

(5) Aangezien de Overeenkomstsluitende Partijen het geografische en het materiële toepassingsgebied van de Overeenkomst zullen wijzigen, dient de Unie de Commissie te machtigen om als onderhandelaar van de Unie namens de Unie onderhandelingen te voeren over deze wijzigingen.

(6) Door de vaststelling van het besluit om de Overeenkomstsluitende Partijen voor te stellen in te stemmen met de uitbreiding van het mandaat van de Overeenkomst van Bonn in verband met bijlage VI bij het Marpol-verdrag zou het gezamenlijke toezicht en de gezamenlijke controle en rapportage met betrekking tot scheepsemissies in het Noordzeegebied worden verbeterd. Dergelijke gecoördineerde activiteiten binnen het kader van de Overeenkomst zouden tot een vermindering van de risico’s voor het mariene milieu bijdragen en de belangen van de kuststaten en van de Unie dienen.

(7) De toetreding van Spanje zou tot gevolg hebben dat de Golf van Biskaje wordt toegevoegd aan het onder de Overeenkomst vallende gebied; de activiteiten in het kader van de Overeenkomst zouden eveneens baat hebben bij de desbetreffende werkzaamheden en de deskundigheid van Spanje. De opneming van het verkeersscheidingsstelsel van Finisterre zou betekenen dat de belangrijkste scheepvaartroute tussen de Noordzee en de Middellandse Zee onder een gemeenschappelijk gecoördineerd systeem voor paraatheid en responsbeheer zou vallen. Het lijkt er derhalve op dat de reikwijdte en de doeltreffendheid van de samenwerking in het kader van de Overeenkomst zullen worden vergroot.

(8) Gelet op het bovenstaande, dient de Unie haar steun te verlenen aan de wijzigingen van de Overeenkomst van Bonn met betrekking tot de uitbreiding van het materiële toepassingsgebied van de Overeenkomst in verband met bijlage VI bij het Marpol-verdrag en de uitbreiding van het geografische toepassingsgebied van de Overeenkomst in verband met de toetreding van Spanje.

(9) De Raad dient de Commissie te machtigen om namens de Unie onderhandelingen te voeren en haar steun uit te spreken voor de aanneming van de beoogde wijzigingen.