Europese Unie (EU) - EU monitor

EU monitor
Vrijdag 15 november 2019
kalender

Europese Unie (EU)

Met dank overgenomen van Europa Nu.
vlag Europese Unie wapperend

De Europese Unie (EU) is het belangrijkste samenwerkingsverband in Europa. De deelnemende landen hebben voor deze Unie een aantal organisaties opgericht waaraan zij een deel van hun eigen bevoegdheden hebben overgedragen. Dit zijn onder meer het Europees Parlement†i, de Europese Commissie†i, de Raad†i en het Europese Hof van Justitie†i.

De Europese Unie bestaat uit 28 lidstaten†i. Deze landen werken op veel terreinen samen. Zo drukt de EU een stevig stempel op het beleid over landbouw, visserij, consumentenrechten, milieu, immigratie en terrorismebestrijding. Ook werken de lidstaten nauw samen op de gebieden van defensie, buitenlands beleid, handel, interne markt en economie. Om de economische integratie te bevorderen, besloten in 1998 twaalf lidstaten tot de invoering van een gemeenschappelijke munt, de euro. Later breidde deze eurozone†i zich verder uit. Wat betreft wetenschappelijk onderzoek, vervoer, energie en uitwisselingsprogramma's op het gebied van onderwijs, heeft de EU belangrijke ondersteunende bevoegdheden.

1.

Kerngegevens

Website

www.europa.eu

Grondslagen

Verdrag van de Europese Unie (VEU†i, 1991,herzien in 1997, 2000 en 2009), Verdrag van de Europese Gemeenschappen (VEG†i, 1958 en herzien in 1991 en 1997) opgevolgd door het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU†i, 2009), Euratom-Verdrag†i (1958)

Voorloper

Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal†i (1951)

Oprichting

1957 (Europese Economische Gemeenschap†i, Euratom), 1992 (Europese Unie)

Aard organisatie

Economische en politieke samenwerking

Voorzittende lidstaat

Finland†i

2.

Doelstellingen

De voorganger van de EU, de Europese Economische Gemeenschap, werd in 1957 opgericht door zes landen: BelgiŽ, Duitsland, Frankrijk, ItaliŽ, Luxemburg en Nederland.

In de beginjaren ging het bij de samenwerking tussen de lidstaten veelal om de handel en de economie, maar vandaag de dag houdt de EU zich ook bezig met tal van andere vraagstukken die rechtstreeks te maken hebben met het dagelijkse leven, zoals: burgerrechten, het garanderen van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, het scheppen van werkgelegenheid, milieubescherming en consumentenbescherming.

In de verdragsteksten worden de doelstellingen van de Europese Unie omschreven:

  • 1. 
    De Unie stelt zich ten doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen. De Unie is gegrondvest op de beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en van de rechtsstaat. De Unie versterkt de bescherming van de rechten en belangen van de onderdanen van de lidstaten van de Unie middels een burgerschap van de Unie.
  • 2. 
    De Unie biedt haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid zonder binnengrenzen, en een interne markt waarin de mededinging vrij en onvervalst is, doch met passende maatregelen met betrekking tot controles op asiel en migratie, en criminaliteit.
  • 3. 
    De Unie zet zich in voor de duurzame ontwikkeling van Europa, op basis van een evenwichtige economische groei en prijsstabiliteit, van een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, en van een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu. De Unie bevordert wetenschappelijke en technische vooruitgang.

    De Unie bestrijdt sociale uitsluiting en discriminatie, en bevordert sociale rechtvaardigheid en bescherming, de gelijkheid van mannen en vrouwen, de solidariteit tussen generaties en de bescherming van de rechten van het kind.

    De Unie bevordert de economische, sociale en territoriale samenhang, en de solidariteit tussen de lidstaten.

    De Unie eerbiedigt haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal en ziet toe op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europees cultureel erfgoed.

  • 4. 
    In haar betrekkingen met de wereld buiten haar grenzen handhaaft en bevordert de Unie haar waarden en belangen. Zij draagt bij tot de vrede, de veiligheid, de duurzame ontwikkeling van de aarde, de solidariteit en het wederzijds respect tussen de volkeren, de vrije en eerlijke handel, de uitbanning van armoede en de bescherming van de mensenrechten, in het bijzonder de rechten van het kind, alsook tot de strikte nakoming en ontwikkeling van het internationaal recht, met inbegrip van de inachtneming van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties.
  • 5. 
    De Unie streeft deze doelen na voor zover zij daartoe is gemachtigd door de lidstaten, in samenwerking met de lidstaten of op basis van exclusiviteit, met inachtneming van de principes van subsidiariteit en proportionaliteit. De Unie gaat niet verder dan nodig is om de doelstellingen zoals in de Verdragsteksten staan te verwezenlijken.

Rapportage van werkzaamheden

Elk jaar publiceert de Europese Unie een beknopt verslag van alle communautaire werkzaamheden, de begroting, en een lijst van alle instellingen, agentschappen en gemeenschappelijke ondernemingen

3.

Organisatie

De staatsvorm van de Europese Unie kan gekenschetst worden als een gedecentraliseerde federale samenwerking, die is gebaseerd op een dubbele democratische legitimiteit: de legitimiteit van de burgers en de legitimiteit van de lidstaten.

De machtsverhoudingen in de Europese Unie zijn een breekbaar evenwicht tussen de belangen van lidstaten afzonderlijk, en het algemene Europese belang.

De afspraken tussen lidstaten zijn vastgelegd in verdragen, die verscheidene malen zijn aangepast. Bij de verschillende uitbreidingen van de Unie zijn ook allerlei bepalingen vastgesteld, waarin lidstaten uitzonderingsposities voor zichzelf hebben bedongen op specifieke terreinen. Hierdoor heeft de Europese Unie een bijzonder complexe institutionele structuur†i gekregen.

Communautair

Vijf instellingen van de Europese Unie bewaken het algemene Europese belang. Deze gemeenschappelijke ('communautaire') organen opereren formeel onafhankelijk van nationale lidstaten. De taakverdeling van de instellingen is als volgt:

De Europese Commissie neemt initiatieven voor Europese wet- en regelgeving en houdt toezicht op naleving van de Europese verdragen. Ook de Hoge Vertegenwoordiger van het Gemeenschappelijke Buitenlands en Veiligheidsbeleid†i maakt deel van de Commissie uit.

De Europese Raad neemt besluiten over algemene politieke beleidslijnen. Sinds 2009 is er een vaste voorzitter van de Raad†i.

De Raad van de Europese Unie bestaat uit de ministers van de lidstaten, afhankelijk van het vakgebied waarvoor zij zitting nemen. Voorzitterschap van de Raad rouleert elke 6 maanden.

Het Europees Parlement is democratisch verkozen en kan bij de gewone wetgevingsprocedure†i wijzigingen voorstellen, waarna het Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk beslissen.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie bewaakt deze afspraken. Uitspraken van dit Hof hebben voorrang boven het recht van de lidstaten.

Daarnaast maken de volgende communautaire organen deel uit van de Unie:

FinanciŽle organen:

Adviesorganen:

Overige instellingen:

Intergouvernementeel

De regeringen van afzonderlijke lidstaten bezitten in belangrijke mate eindverantwoordelijkheid voor de gezamenlijke beslissingen. Het onderling ('intergouvernementeel') overleg tussen ministers heeft in de meeste gevallen de laatste stem als het gaat om beslissingen die genomen worden in samenwerking met de Europese Commissie en het Europees Parlement.

Voor sommige beleidsgebieden, zoals buitenlands beleid, defensie en samenwerking tussen politiediensten, hebben de communautaire organen slechts een rol aan de zijlijn. De intergouvernementele organen van de Europese Unie zijn:

4.

Positie lidstaten

De Europese Unie telt 28 lidstaten. Sinds de start van de Europese samenwerking in 1952 heeft de Unie een proces van uitbreiding†i meegemaakt, waardoor in 1996 de volgende landen lid waren: BelgiŽ, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, ItaliŽ, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd Koninkrijk en Zweden.

Per 1 mei 2004 zijn tien nieuwe lidstaten toegetreden:Estland, Letland, Litouwen, Polen, Hongarije, TsjechiŽ, Slowakije, SloveniŽ, Malta en Cyprus.

Per 1 januari 2007 zijn Bulgarije en RoemeniŽ lid geworden van de EU. En op 1 juli 2013 trad KroatiŽ toe.

Er zijn toetredingsonderhandelingen gaande met Turkije, MacedoniŽ, Montenegro, AlbaniŽ en ServiŽ. Landen als Zwitserland en Noorwegen zijn formeel geen lid van de Europese Unie, maar nemen wel deel aan tal van EU-programma's en overeenkomsten.

5.

Positie Nederland

Gastland EU-organen

Nederland is gastland van drie agentschappen van de Europese Unie (gevestigd in Den Haag en Amsterdam):

Europees Parlement

Europese Commissie

Comitť van Permanente Vertegenwoordigers (Coreper)

6.

Meer informatie

Factsheet Europees Parlement

7.

Varia