Kabinet-Drees I (1948-1951)

Met dank overgenomen van Parlement.com.

Na de Tweede Kamerverkiezingen van 1948 i kwam een coalitie van KVP i, PvdA i, CHU i en VVD i tot stand onder leiding van PvdA-voorman Willem Drees i. In het kabinet zaten naast de ministers uit de coalitiepartijen ook twee partijloze ministers. Er was geen formele binding van de fracties aan een regeringsprogramma, maar die hadden wel daarmee ingestemd. Het kabinet volgde vanaf 7 augustus 1948 het kabinet-Beel I i op.

Het kabinet, ook wel Drees/Van Schaik genoemd, moest een 'brede basis' hebben om een grondwetsherziening i mogelijk te maken. Dat was wenselijk vanwege de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië i, die uiteindelijk in december 1949 na veel strijd tot stand kwam. De verdere wederopbouw van Nederland na de Duitse bezetting kreeg dankzij de Marshallhulp een krachtige impuls.

Na ruim twee jaar viel het kabinet in januari 1951 over de kwestie-Nieuw-Guinea i. Het werd op 24 januari 1951 demissionair en op 15 maart 1951 opgevolgd door het tweede kabinet-Drees i.

1.

Formatie en regeringsverklaring

Formatie

De formatie 1948 draaide om de toetreding van VVD en CHU om zo tot een bredere meerderheid te komen die nodig was vanwege oplossing van de Indonesische kwestie. Formateur Beel i (KVP) deed twee pogingen om een kabinet bestaande uit KVP i, PvdA i, CHU i en VVD i te vormen. Beide faalden, vooral omdat de PvdA niet in een parlementair kabinet met de VVD, vertegenwoordigd door voorman Stikker i, wilde stappen.

Regeerprogramma en regeringsverklaring

Het regeerprogramma van 1948 i was grotendeels gelijk aan het programma uit 1946 i. Premier Willem Drees legde op 12 augustus 1948 de regeringsverklaring af.

2.

Data en zittingsduur

datum

wat

tot en met

dagen

7 augustus 1948

Beëdiging i nieuwe bewindslieden, aantreden kabinet

23 januari 1951

900

24 januari 1951

Ontslag gevraagd, kabinet demissionair i

15 maart 1951

51

 

Totale zittingsduur i kabinet

 

951

3.

Samenstelling kabinet

Minister-president
W. Drees (PvdA)

Viceminister-president
Mr. J.R.H. van Schaik (KVP)

Algemene Zaken
minister: W. Drees (PvdA)

Buitenlandse Zaken
minister: Mr. D.U. Stikker (VVD)
staatssecretaris: Mr. N.S. Blom (Partijloos) (16 februari 1950 - 15 maart 1951)

Justitie
minister: Mr. Th.R.J. Wijers (KVP) (7 augustus 1948 - 15 mei 1950)
minister a.i.: Mr. J.H. van Maarseveen (KVP) (15 mei 1950 - 10 juli 1950)
minister: Mr. A.A.M. Struycken (KVP) (10 juli 1950 - 15 maart 1951)

Binnenlandse Zaken
minister: Mr. J.H. van Maarseveen (KVP) (7 augustus 1948 - 15 juni 1949)
minister a.i.: Mr. J.R.H. van Schaik (KVP) (15 juni 1949 - 20 september 1949)
minister: Mr. F.G.C.J.M. Teulings (KVP) (20 september 1949 - 15 maart 1951)

Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
minister: Dr. F.J.Th. Rutten (KVP)
staatssecretaris: Mr. J.M.L.Th. Cals (KVP) (15 maart 1950 - 15 maart 1951)

Financiën
minister: Mr.Dr. P. Lieftinck (PvdA)

Oorlog
minister: Mr. W.F. Schokking (CHU) (7 augustus 1948 - 16 oktober 1950)
minister: Mr. H.L. s' Jacob (Chr. historisch, partijloos) (16 oktober 1950 - 15 maart 1951)
staatssecretaris: Mr. W.H. Fockema Andreae (VVD) (1 mei 1949 - 27 november 1950)
staatssecretaris: H.C.W. Moorman (KVP) (23 oktober 1950 - 15 maart 1951)

Marine
minister a.i.: Mr. W.F. Schokking (CHU) (7 augustus 1948 - 14 mei 1949)
minister: Mr. W.F. Schokking (CHU) (14 mei 1949 - 16 oktober 1950)
minister: Mr. H.L. s' Jacob (Chr. historisch, partijloos) (16 oktober 1950 - 15 maart 1951)
staatssecretaris: H.C.W. Moorman (KVP) (1 mei 1949 - 15 maart 1951)

Wederopbouw en Volkshuisvesting
minister: Dr. J. in 't Veld (PvdA)

Verkeer en Waterstaat
minister a.i.: Mr. J.R.H. van Schaik (KVP) (7 augustus 1948 - 1 november 1948)
minister: Mr. D.G.W. Spitzen (Partijloos) (1 november 1948 - 15 maart 1951)

Economische Zaken
minister: Dr. J.R.M. van den Brink (KVP)
staatssecretaris: Dr. W.Ch.L. van der Grinten (KVP) (29 januari 1949 - 15 maart 1951)

Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
minister: S.L. Mansholt (PvdA)

Sociale Zaken
minister: Mr.dr. A.M. Joekes (PvdA)
staatssecretaris: Mr.dr. A.A. van Rhijn (PvdA) (15 februari 1950 - 15 maart 1951)
staatssecretaris: Dr. P. Muntendam (PvdA) (1 april 1950 - 15 maart 1951)

Overzeese Gebiedsdelen
minister: Mr. E.M.J.A. Sassen (KVP) (7 augustus 1948 - 14 februari 1949)
minister a.i.: Mr. J.H. van Maarseveen (KVP) (14 februari 1949 - 15 juni 1949)
minister: Mr. J.H. van Maarseveen (KVP) (15 juni 1949 - 27 december 1949)

Uniezaken en Overzeese Rijksdelen
minister: Mr. J.H. van Maarseveen (KVP) (27 december 1949 - 15 maart 1951)

minister voor Begrotingstechnische zaken Overzeese Gebiedsdelen
minister: L. Götzen (Antirevolutionair, partijloos)

minister voor Staatkundige hervormingen Koninkrijk
minister: Mr. J.R.H. van Schaik (KVP)

4.

Wijzigingen in de samenstelling van het kabinet

De samenstelling van het kabinet wijzigde vier keer. Tussentijds traden drie ministers af en wisselde er één van portefeuille.

  • Sassen opgevolgd door Van Maarseveen als minister van Overzeese Rijksdelen

    Minister Sassen kon zich in februari 1949 niet langer verenigen met het Indië-beleid van het kabinet. Hij was voorstander van harder optreden tegen de Republiek Indonesia. Zijn vervanger was minister van Binnenlandse Zaken Van Maarseveen.

  • Van Maarseveen opgevolgd door Teulings als Minister van Binnenlandse Zaken

    Nadat Van Maarseveen minister van Overzeese Rijksdelen was geworden, werd partijgenoot en senator Teulings benoemd tot nieuwe minister van Binnenlandse Zaken.

  • Wijers werd opgevolgd door Struycken als minister van Justitie

    Minister Wijers (KVP) trad in 1950 af vanwege zijn gezondheid. De Bredase wethouder Struycken volgde hem op.

  • Schokking werd opgevolgd door s'Jacob als minister van Oorlog en Marine

    Een meerderheid van de Tweede en Eerste Kamer liet in oktober 1950 indirect weten geen vertrouwen meer te hebben in minister Schokking. Het duurde volgens de Kamer te lang voor hij met plannen kwam voor de reorganisatie van defensie. Een geestverwant (maar geen partijgenoot) H.L. s'Jacob, volgde hem op.

5.

Zetelverdeling in parlement en kabinet

Het kabinet kon zich met recht beroepen op een brede basis. Het beschikte in zowel de Tweede als de Eerste Kamer over een ruime meerderheid. De verhoudingen in het parlement bleven ongewijzigd. Er vonden tijdens deze kabinetsperiode geen verkiezingen voor de Eerste Kamer of afsplitsingen van regeringsfracties plaats.

 
 

KVP

PvdA

CHU

VVD

Partijloos

Totaal

Kabinet: ministers / (staatssecretarissen)

5/(3)

5/(2)

1/(0)

1/(1)

1/(1)

14/(7)

Tweede Kamer op 7 augustus 1948

32

27

9

8

-

76 (76%)

Eerste Kamer op 7 augustus 1948

17

14

5

3

-

39 (78%)

6.

Financieel-economisch beleid

Nadat de economie in 1949 nog met 7,2% was gegroeid, liep in de daaropvolgende jaren de groei terug, mede onder invloed van de Korea-oorlog. In 1950 kwam de Wet op de Bedrijfsorganisatie tot stand, waardoor de Sociaal-Economische Raad (SER) i werd opgericht als tripartiet adviesorgaan van kroonleden, werkgevers- en werknemersorganisaties. De kabinetsperiode stond verder in het teken van de Indonesische onafhankelijkheid i, de Marshallhulp en het voorbereiden van Europese samenwerking.

7.

Wetgeving

8.

Beleid per departement

Algemene Zaken i

Buitenlandse Zaken i

  • Annexatie Duitse gebieden

    Als compensatie voor de oorlogsschade werden enkele Duitse gebieden geannexeerd. Zo werden de dorpen Elten en Tudderen bij Nederland gevoegd.

Economische Zaken i

  • Industrialisatienota's

    Minister Van den Brink bracht tussen 1949 en 1951 drie Nota's over de industrialisatie uit. In deze nota's werd een beleid uitgezet van verregaande industrialisatie. In 1952/1953 moesten er circa 215.000 banen bijgekomen zijn, onder meer door investeringen in outillage en gebouwen.

    Om de industrialisatie te bevorderen werd er verder ingezet op een gunstig fiscaal klimaat, meer vrijheid voor bedrijven om zich te mogen vestigen, betere scholingsmogelijkheden, versterking van research (o.a. bij TNO), modernisering van de elektriciteitsvoorziening, kredietfaciliteiten en staatsgaranties.

Sociale Zaken i

  • sociale zekerheid

    In 1949 kwam de wet over verplichte verzekering tegen onvrijwillige werkloosheid (WW) tot stand.

  • Ondernemingsraden en bedrijfsorganisatie

    Twee belangrijke wetten op sociaaleconomisch gebied waren de Wet op de ondernemingsraden en de Wet op de bedrijfsorganisatie, die onder meer de Sociaal-Economische Raad (SER) i in het leven riep.

9.

Bijzonderheden

Grondwetsherziening

In 1948 werden in de Grondwet bepalingen opgenomen over het voorbereiden en vestigen van een nieuwe rechtsorde en om instelling van het instituut van staatssecretaris mogelijk te maken. Verder kwam er een bepaling over het inkomen van de afgetreden koning(in) en werden bepalingen opgenomen over de uitzonderingstoestand.

Troonswisseling

Op 4 september 1948 deed Koningin Wilhelmina i afstand van de troon ten gunste van Prinses Juliana i, die overigens al enige tijd als regentes i was opgetreden. In die rol was Prinses Juliana ook bij de formatie van dit kabinet betrokken.

Indonesië: Tweede Politionele Actie en soevereiniteitsoverdracht

In 1948 gaf de regering opdracht tot een tweede politionele actie in Indonesië. Maar onder internationale druk, met name van de Verenigde Staten, moesten onderhandelingen worden gestart, die op 27 december 1949 leidden tot de soevereiniteitsoverdracht.

NAVO

In 1949 trad Nederland toe tot de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO).

Marshallhulp

De wederopbouw en industrialisatie van Nederland werd mede mogelijk gemaakt door het Europees Herstel Programma, de Marshallhulp. Vanaf 1948 kreeg West-Europa Amerikaanse steun voor de wederopbouw. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marshall stelde als voorwaarde voor de hulp dat de landen in Europa gingen samenwerken

10.

Troonredes

Het eerste kabinet-Drees was verantwoordelijk voor drie troonredes. De troonrede 1948 begon met een terugblik op de troonswisseling. In de rest van die troonrede, alsmede in de troonredes van 1949 en 1950, was er vooral veel aandacht voor de gespannen internationale verhoudingen. De relatie met Indonesië, de Korea-oorlog en de oprichting van de NAVO werden bijvoorbeeld aangestipt.

11.

Einde van het kabinet

Kabinetscrisis 1951: Nieuw-Guineacrisis

Op 23 januari 1951 viel het kabinet-Drees/Van Schaik, nadat de VVD-fractie met een motie van wantrouwen was gekomen, die was gericht tegen het regeringsbeleid inzake Nieuw-Guinea. Het feit dat de VVD die motie steunde, was voor VVD-minister Stikker i reden om zijn ontslag aan te bieden, en dat leidde tot een kabinetscrisis.

 

Meer over