Het voorzitterschap van de Verenigde Vergadering - EU monitor

EU monitor
Dinsdag 24 november 2020
kalender

Het voorzitterschap van de Verenigde Vergadering

Met dank overgenomen van Parlement.com.

De Verenigde Vergadering i, de gezamenlijke vergadering van Eerste en Tweede Kamer, wordt voorgezeten door de voorzitter van de Eerste Kamer i. Dat is al zo sinds er in 1815 twee Kamers zijn.

Dat betekent ook dat de plechtige bijeenkomst op Prinsjesdag i van de beide Kamers door de Eerste Kamervoorzitter wordt geleid.

In de jaren tachtig was er discussie over het voorzitterschap. In de Tweede Kamer i werd voorgesteld de Tweede Kamervoorzitter i de Verenigde Vergadering te laten leiden. De Eerste Kamer i verhinderde dat echter.

1.

Het voorzitterschap

Het reglement van orde van de Verenigde Vergadering i bepaalt dat de voorzitter de werkzaamheden van de vergadering leidt, de orde moet handhaven bij de beraadslagingen en de uitslag van stemmingen bekend moet maken. Die bepalingen hebben vooral betrekking op vergaderingen waarin besluiten worden genomen, zoals Verenigde Vergaderingen waarin wordt beraadslaagd over wetsvoorstellen over het verlenen van toestemming aan prins(sess)en om te trouwen.

In het reglement van orde van de Verenigde Vergadering is een apart hoofdstuk gewijd aan vergaderingen waarin geen besluiten worden genomen, zoals de vergadering waarin de Troonrede i wordt voorgelezen.

In deze vergaderingen bestaat de taak van de voorzitter voornamelijk uit het desgewenst benoemen van een commissie van in- en uitgeleide, en uit het in goede banen leiden van de gang van zaken.

Verder is de voorzitter belast met de ordehandhaving. Een lid, dat een vergadering verstoort, kan worden uitgesloten van verdere bijwoning van de vergadering. In de jaren dertig zijn communistische leden die de orde verstoorden op last van de voorzitter door de politie verwijderd.

2.

Discussie over het Voorzitterschap

De Tweede Kamer nam bij de Grondwetsherziening in 1980 een amendement aan van het CDA-lid De Kwaadsteniet i. Daardoor zou de Tweede Kamervoorzitter met de leiding van de Verenigde Vergadering worden belast. De Tweede Kamer vond dat op die manier beter tot uiting zou worden gebracht dat het politieke primaat bij de Tweede Kamer berust.

Met name de CDA-Eerste Kamerfractie onder leiding van oud-minister De Gaay Fortman i verzette zich tegen dit voorstel. Nadat een eerste stemming onbeslist was gebleven, werd bij een tweede stemming het wetsvoorstel over de inrichting van de Staten-Generaal met 40 tegen 24 stemmen verworpen. Behalve het CDA stemden ook SGP, GPV i en de gehele VVD tegen (in eerste instantie waren enkele VVD'ers vóór).

Het kabinet-Van Agt I i diende hierop een nieuw, afzonderlijk voorstel in over het voorzitterschap van de Verenigde Vergadering. Ook ditmaal amendeerde de Tweede Kamer dit. De Verenigde Vergadering moest, zo vond de Tweede Kamer in meerderheid, zelf de voorzitter kiezen.

De Eerste Kamermeerderheid voelde echter niets voor dit compromis. Met 31 tegen 24 stemmen werd het voorstel afgewezen. En zo bleef de voorzitter van de Eerste Kamer voorzitter van de Verenigde Vergadering.

 

Meer over