Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) - EU monitor

EU monitor
Maandag 30 november 2020
kalender

Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM)

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Logo ESM

Het European Stability Mechanism (ESM) is een permanent financieel noodfonds dat leningen verstrekt aan EU-lidstaten i die in financiële problemen verkeren. Het uiteindelijke doel van deze steun is het bewaken van de economische en financiële stabiliteit van de EU om zo de waarde van de euro i te waarborgen.

Het ESM is sinds 8 oktober 2012 operationeel. Dit permanente noodfonds is de opvolger van het tijdelijk noodfonds, de European Financial Stability Facility i (EFSF), dat was opgericht om de acute problemen in de eurozone in 2010 te bestrijden. De Duitser Klaus Regling geeft leiding aan het permanente noodfonds. Sinds 2017 zijn er plannen om het ESM te hervormen naar het Europees Monetair Fonds (EMF) zodat het in het kader van de EU valt.

1.

Achtergrond

De ministers van Financiën van de eurolanden i kwamen eind november 2010 overeen dat een permanent Europees financieel noodfonds moest worden opgericht. Hiervoor was een wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie i nodig. Tijdens de eurotop van december 2010 hebben regeringsleiders besloten om het Verdrag van Lissabon aan te passen zodat er een permanent noodfonds voor de euro kon worden ingesteld. De wijziging van het verdrag maakt onderlinge financiële hulp in de eurozone mogelijk.

In maart 2011 kwamen de regeringsleiders van de EU tot een akkoord voor oprichting van het Europees Stabiliteitsmechanisme. De verdere details werden vervolgens op 20 juni vastgelegd door de EU-ministers van Financiën. Het nieuwe noodfonds zou bestaan uit direct gestort geld en kredietgaranties ter waarde van in totaal 500 miljard euro. Hulp uit het fonds wordt aan strikte eisen gebonden: landen die een lening ontvangen moeten op korte termijn hun financiën weer op orde krijgen. Bovendien werd vastgelegd dat het ESM nauw moet samenwerken met het IMF i, zowel op technisch als op financieel gebied.

Uitfaseren tijdelijke noodfonds

Sinds 1 juli 2013 wordt er geen nieuwe steun meer gegeven via het tijdelijke noodfonds, het EFSF i. In maart 2012 besloten de ministers van Financiën van de zeventien eurolanden de nog niet verstrekte gelden van het EFSF (240 miljard euro) langer beschikbaar te houden. Deze gelden werden niet bij het ESM opgeteld, maar konden wel worden ingezet om het ESM versneld aan te vullen tot 500 miljard euro. Vanaf 1 juli 2013 is het ESM het enige noodfonds waaruit nieuwe steunprogramma's gefinancierd kunnen worden. Het tijdelijke noodfonds EFSF handelt alleen de reeds gestarte programma's nog af.

Medio 2012 verstrekte leningen aan Europese landen, zoals aan Cyprus en Spanje, kwamen al uit de pot van het ESM.

2.

Uitwerking ESM

Inwerkingtreding

In december 2011 besloten de lidstaten dat het permanente fonds een jaar eerder ingevoerd zal worden, in juli 2012. Dit werd echter wat uitgesteld omdat het Duitse Constitutionele Hof eerst moest beslissen of het ESM wel in overeenstemming was met de Duitse grondwet. Uiteindelijk bleek dat het geval. Op 2 februari 2012 hebben vertegenwoordigers van de (toen) 17 eurolanden hun handtekening gezet onder het verdrag van het Europees Stabiliteitsmechanisme. Het permanente noodfonds is op 8 oktober 2012 operationeel geworden.

In Nederland stemde de Tweede Kamer op 24 mei 2012 in met het verdrag. De PVV probeerde deze goedkeuring later via de rechter ongedaan te maken, wat mislukte.

Bedrag

Sinds de inwerkingtreding van het ESM storten de eurolanden gedurende een periode van twee jaar - dit is in maart 2012 aangepast van vijf naar twee jaar - in termijnen een bedrag van 80 miljard euro in de kas van het ESM. Daarnaast geven de lidstaten van de eurozone kredietgaranties af ter waarde van 420 miljard euro, waardoor een totale leencapaciteit is ontstaan van 500 miljard euro in 2014.

Nederland draagt bij aan het ESM volgens een verdeelsleutel van 5,7 procent, wat neerkomt op 40 miljard euro. Daarvan is in vijf termijnen circa 4,6 miljard euro echt in het permanente noodfonds gestort. De rest (circa 35,4 miljard euro) is zogeheten oproepbaar kapitaal.

Het IMF heeft aangegeven bereid te zijn om indien nodig tot maximaal 250 miljard euro ter beschikking te stellen aan het ESM. Hiermee is in totaal 750 miljard euro beschikbaar voor het bestrijden van financiële problemen.

Procedure en stemregels

Heeft een euroland steun nodig uit het ESM dan doet het land een aanvraag, waarna onderhandeld wordt over mogelijke voorwaarden. Daarbij zijn ook de Europese Commissie i, de Europese Centrale Bank i (ECB) en eventueel het Internationaal Monetair Fonds betrokken. De lidstaten van de eurozone moeten het onderling volledig eens zijn over de voorwaarden voor en de hoogte van het te lenen bedrag.

Moet er echter op zeer korte termijn een besluit worden genomen over steun bij een noodsituatie, dan hoeven de eurolanden daarover niet unaniem te zijn. Een gekwalificeerde meerderheid van 85 procent is dan voldoende. Dit betekent dat als Nederland het niet eens is met het verstrekken van geld uit het fonds aan een ander land, maar een meerderheid wel, Nederland de procedure niet kan tegenhouden. Besluiten kunnen zo sneller worden genomen.

Tijdens de coronacrisis vroegen negen landen die het zwaar te verduren hadden, waaronder Italië, Spanje en Frankrijk, het gebruik van het ESM aan. Hierover bereikten de ministers uiteindelijk op 9 april 2020 een akkoord. Het steunpakket dat werd aangenomen bevat een bedrag van ongeveer € 500 miljard. Hiervan komt zeker € 200 miljard uit het ESM, waarbij de gebruikelijke voorwaarden niet zullen gelden als het geld wordt besteed aan medische zorg rondom het coronavirus.

Verduidelijking omtrent opkopen staatsobligaties

Op 29 juni 2012 stelden de regeringsleiders van de eurozone dat het noodfonds op een 'flexibele en efficiënte wijze' moet worden ingezet om de financiële stabiliteit van de lidstaten te waarborgen. Al is het niet expliciet zo gesteld, de politieke interpretatie is dat het noodfonds gebruikt mag worden om staatsobligaties van lidstaten op te kopen.

Voorwaarden voor steun

Landen die in aanmerking willen komen voor een lening uit het ESM moeten aan strenge voorwaarden voldoen. Deze landen moeten:

  • hun overheidsfinanciën snel op orde brengen met hervormingen en in de meeste gevallen vergaande bezuinigingsmaatregelen;
  • de begrotingsafspraken hebben opgenomen in hun nationale wetgeving (bij voorkeur in de grondwet).

Steun aan banken

Steun via landen

Landen kunnen een lening bij het ESM aanvragen met als specifiek doel om noodkredieten aan een bank te kunnen verstrekken. Aan een dergelijke lening zijn andere voorwaarden verbonden dan aan normale leningen uit het ESM. In dit soort gevallen wordt er een speciale overeenkomst tussen de Europese toezichthouders, de Europese Commissie en het land in kwestie afgesloten. Dit memorandum bevat afspraken over de herstructurering van de financiële sector, toezicht op financiële instellingen en de afwikkeling van het steunprogramma.

Directe steun aan banken uit het ESM

Op 10 juni 2014 werd de Eurogroep i het, na precies een jaar onderhandelen, eens over een nieuw instrument waarmee noodlijdende banken de mogelijkheid krijgen om zelf direct geld te lenen bij het ESM: het 'ESM instrument voor rechtstreekse herkapitalisatie van banken'. Aan de steun worden een aantal voorwaarden verbonden:

  • de bank moet worden geherstructureerd en de regels voor staatssteun moeten streng worden gehanteerd
  • het land waar de bank is gevestigd moet, naast de steun uit het ESM, zelf ook bijdragen aan de steun
  • de bankensector zelf moet als geheel bijdragen aan de steun aan individuele banken

In december 2014 heeft het bestuur van het ESM de mogelijkheid tot directe hulp aan banken bekrachtigd.

3.

EMF

Sinds 2017 ligt er een voorstel van de Commissie om het ESM te hervormen naar een Europees Monetair Fonds (EMF). Het ESM valt namelijk buiten het kader van de EU. Dit betekent dat het gereguleerd wordt op intergouvernementele basis. Landen beslissen er gezamenlijk over. Het voorstel van de Commissie voor het omzetten van het ESM naar het EMF komt voornamelijk voort uit de behoefte om een dergelijk stabiliteitsmechanisme door middel van EU-wetgeving te regelen. Het EMF moet dan onderdeel gaan uitmaken van de Europese begroting als het aan de Commissie ligt. Volgens de Commissie zal dit leiden tot meer transparantie, voornamelijk omdat het Europees Parlement (EP) een raadgevende functie krijgt. De efficiëntie neemt toe omdat noodlijdende banken vanuit het gemeenschappelijke afwikkelingsfonds (GAF) rechtstreeks een beroep kunnen doen op het EMF. Op dit moment verlopen dergelijke verzoeken via de lidstaat waar de bank gevestigd is. Die machtsuitbreiding van de Europese Commissie is tevens een belangrijk obstakel, omdat de zeggenschap van afzonderlijke lidstaten dan afneemt.

Tijdens de Eurogroep in december 2018 hebben de ministers van Financiën een akkoord bereikt over hervormingen van het ESM, in juni 2019 een akkoord over de tekst van het ESM-verdrag en in december 2019 een principeakkoord over alle elementen in verband met de ESM-hervorming. Na een definitief politiek akkoord zal het ESM verdrag worden onderworpen aan de nationale procedure van lidstaten.

4.

Meer informatie

Andere websites