Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen - EU monitor

EU monitor
Maandag 19 augustus 2019
kalender
Met dank overgenomen van Europa Nu.

De Raad van Ministers i kan met gekwalificeerde meerderheid een voorstel aannemen wanneer 55% van het aantal lidstaten, met een minimum van vijftien, vóór stemt. Ook moet in de lidstaten die voor zijn, ten minste 65% van de totale bevolking van de Europese Unie wonen. Met het huidige aantal lidstaten (28) betekent 55% dat minimaal zestien lidstaten voor moeten stemmen. Dit systeem van de 'dubbele meerderheid' is op 1 november 2014 ingevoerd.

Om over voorstellen te kunnen stemmen moet ten minste een meerderheid van de lidstaten i aanwezig zijn.

Blokkerende minderheid

Een besluit is dus verworpen als

  • dertien of meer landen tegen zijn (minimum van zestien voorstemmers niet behaald)
  • landen waar minimaal 35% van de bevolking woont tegen zijn (minimum van 65% niet behaald). Het moet hierbij om minimaal vier landen gaan, om te voorkomen dat de drie grootste landen (waar al 35% van de bevolking woont) een besluit kunnen tegenhouden. Als niet alle landen aan de stemming deelnemen, is dit minimum drie tegenstemmers.

Clausule wanneer een grote minderheid tegen is

Wanneer een besluit wel wordt goedgekeurd maar de tegenstemmende minderheid meer dan 55% bedraagt (in bevolking of in het aantal lidstaten) van de minderheid die nodig zou zijn geweest om een voorstel te blokkeren, dan kan er gevraagd worden het voorstel waarover gestemd is nogmaals door te spreken om aan bezwaren tegemoet te komen.

1.

Beperkte samenstelling van de Raad

Op sommige beleidsterreinen doen niet alle lidstaten mee. In die gevallen mogen alleen de lidstaten waarop het voorstel betrekking heeft, een stem uitbrengen; de overige lidstaten tellen niet mee bij het bepalen van de meerderheid. Alle benodigde drempels en stemverhoudingen worden - naar verhouding tot het aantal lidstaten dat bij een voorstel betrokken is - bijgesteld.

2.

Toepassing gekwalificeerde meerderheid

De Raad van Ministers neemt alle besluiten op deze manier, tenzij in de Europese verdragen i bij een beleidsterrein specifiek wordt aangegeven dat ze op een andere manier besluiten neemt. Deze stemwijze wordt dus op heel veel beleidsterreinen toegepast.

Als het over gevoelige onderwerpen gaat, zoals veiligheid, buitenlands beleid of belastingen, worden besluiten met algemene stemmen i genomen. Elk land heeft dan een vetorecht.

Als de Raad niet op voorstel van de Europese Commissie i of van de Hoge Vertegenwoordiger i besluit, is voor een gekwalificeerde meerderheid ten minste 72 % van de lidstaten nodig. Ook hier geldt de eis dat zij ten minste 65% van de EU-bevolking vertegenwoordigen.

Noodrem

Wanneer op de terreinen buitenlands beleid, justitie en sociale zekerheid besluiten met gekwalificeerde meerderheid van stemmen worden genomen, dan kan een lidstaat middels de 'noodremprocedure i' de besluitvorming opschorten en vragen om het voorstel aan de Europese Raad i voor te leggen.

3.

Stemwijze voor 1 november 2014

De gekwalificeerde meerderheid voor 1 november 2014 hield in dat een voorstel werd aangenomen wanneer het ten minste 260 van de 352 stemmen kreeg, oftewel 73,86%. Ook moesten minimaal 15 lidstaten (één meer dan de helft) vóór stemmen. Om over voorstellen te kunnen stemmen moest ten minste de helft plus één van alle lidstaten van de Europese Unie i aanwezig zijn.

Binnen de Raad van de Europese Unie (de 'Raad van ministers') had elke land tot 1 november 2014 een bepaald aantal stemmen. Dat 'stemgewicht' was gebaseerd op het aantal inwoners, gecorrigeerd in het voordeel van de landen met minder inwoners.

Aantal stemmen

percentage

Land(en)

29

8,2

Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk

27

7,7

Spanje en Polen

14

4,0

Roemenië

13

3,7

Nederland

12

3,4

België, Griekenland, Portugal, Tsjechië en Hongarije

10

2,8

Bulgarije, Oostenrijk en Zweden

7

2,0

Denemarken, Finland, Ierland, Kroatië, Litouwen en Slowakije

4

1,1

Luxemburg, Cyprus, Estland, Letland en Slovenië

3

0,9

Malta

Het totaal was 352 stemmen. Een besluit moest minstens 260 van de 352 stemmen krijgen.

Wanneer de Europese Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, maakte zij gebruik van dezelfde stemverdeling als de Raad van Ministers.

Daarnaast kon op verzoek van een lid van de Raad worden nagegaan of deze gekwalificeerde meerderheid ten minste 62% van de totale bevolking van de Europese Unie vertegenwoordigde. Als dat niet het geval was, kon het voorstel niet worden aangenomen.

Wanneer een groep lidstaten tegen had gestemd maar een voorstel wel was aangenomen, dan kon die minderheid - op voorwaarde dat ze uit minstens driekwart van het aantal lidstaten bestond dat nodig was om een besluit te blokkeren - verzoeken om het besluit uit te stellen. De Raad moest dan proberen aan de bezwaren van de minderheid tegemoet te komen. Dit was geregeld in het 'compromis van Ioannina' i.

4.

Juridisch kader

Besluitvorming in de Raad op basis van gekwalificeerde meerderheid vindt zijn basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) i en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) i.

  • Toepassing: VEU titel III art. 16 i lid 3
  • Weging van stemmen: VEU titel III art. 16 i lid 4 en zesde deel VwEU titel I hoofdstuk 1 derde afdeling art. 238 i lid 3a
  • Heroverweging: verklaring ad art. 16, lid 4 VEU en art. 238, lid 2 VwEU
  • Beperkte samenstelling: zesde deel VwEU titel III art. 330 i

5.

Meer informatie