De toekomst van Europa - EU monitor

EU monitor
Dinsdag 10 december 2019
kalender
Met dank overgenomen van Europa Nu.
Vlag Europese Unie, de toekomst van Europa

In het debat over meer of minder Europese samenwerking staan drie vragen telkens centraal:

  • 1. 
    Wat levert Europese samenwerking op?
  • 2. 
    Op welke terrein willen we Europees samenwerken en wat blijven we nationaal regelen?
  • 3. 
    Hoe regel je besluitvorming en de democratische controle op die besluitvorming?

Voorstanders van meer Europese integratie vinden dat de Europese landen door gezamenlijk, overkoepelend Europees beleid beter in staat zijn om crises en andere uitdagingen aan te pakken. Deze supranationale†i strategie leidt ertoe dat de lidstaten†i minder zeggenschap over hun eigen beleid krijgen.

Tegenstanders van verdere integratie zien in het overhevelen van bevoegdheden naar Europees niveau juist veel problemen ontstaan. Landen zouden niet meer in staat zijn zelf beleid te maken waarmee ze hun eigen problemen op kunnen lossen. Zij zien meer intergouvernementele†i samenwerking, waarbij uitsluitend tussen regeringen wordt samengewerkt.

Commissievoorzitter Juncker†i schetste in maart 2017 vijf scenario's over hoe Europa zich in de toekomst zou kunnen ontwikkelen. Hij wil dat de lidstaten zich duidelijk uitspreken over de vraag op welke terreinen de lidstaten moeten (blijven) samenwerken. Bij die keuze moet ook duidelijk worden hoeveel bevoegdheden de Europese Unie krijgt om effectief te kunnen handelen op die beleidsterreinen.

1.

Geschiedenis: wel economie, geen politiek

Het debat over hoe de Europese Unie zich moet ontwikkelen wordt al gevoerd sinds de oprichting van de eerste voorloper van de EU, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal†i (EGKS) in 1952.

Begin van de integratie

Het oorspronkelijke idee achter Europese economische samenwerking was dat dit ook zou leiden tot Europese politieke eenwording. In de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal†i (EGKS) werden beslissingen over de meest belangrijke basisindustrieŽn van die tijd, kolen en staal, overgeheveld naar het Europese niveau. Dit moest het startpunt vormen voor steeds verdere integratie.

Economisch zou de samenwerking ook worden uitgebreid; in 1957 werd de Europese Economische Gemeenschap†i (EEG) opgericht. De interne handelstarieven op veel producten werden verwijderd, en de eerste subsidieprogramma's op het gebied van de landbouw werden gestart. In tegenstelling tot de EGKS lag de beslissingsbevoegdheid vrijwel geheel bij de lidstaten.

Integratie op politiek gevoelige terreinen kwam niet van de grond. De oprichting van een Europese Defensie Gemeenschap†i in 1954 sneuvelde in het Franse parlement. Het maakte duidelijk dat de Europese landen maar beperkt bevoegdheden wilden afstaan.

Integratie gaat steeds verder

De Europese verdragen†i volgden elkaar op en iedere keer droegen de lidstaten bevoegdheden over naar het Europese niveau. Het uitbreiden van de samenwerking verliep volgens twee lijnen:

  • 1. 
    De lidstaten droegen op steeds meer terreinen bevoegdheden over aan het Europese niveau. Toch bleven de lidstaten op politiek gevoelige terreinen terughoudend met het delen van soevereiniteit.
  • 2. 
    De manier waarop de meeste besluiten genomen werd aangepast: waar eerst iedere lidstaat een veto had op nieuwe regelgeving veranderde dat op de meeste beleidsterreinen in besluitvorming op basis van gekwalificeerde meerderheid†i. Ook kreeg het direct door de bevolking gekozen Europees Parlement†i medebeslissingsbevoegdheid.

Het draagvlak leek al die jaren hoog en de voordelen van integratie, de interne markt in het bijzonder, stonden niet echt ter discussie. In 2005 zou blijken dat voor een aanzienlijk deel van de Europese bevolking de grenzen van de integratie al bereikt waren.

Verdrag van Lissabon

In 2001 werd voorgesteld een Europese Grondwet op te stellen. Deze grondwet zou als basis dienen voor verdere politieke integratie. Onderdelen van deze Grondwet waren o.a. een officiŽle Europese vlag en volkslied en het verminderen van het aantal onderwerpen waarop individuele lidstaten veto's uit mogen spreken. In 2005 verwierpen het Franse en Nederlandse volk de Europese Grondwet in referenda. De meeste andere Europese landen, waaronder een paar per referendum, stemden overigens vůůr de grondwet.

Veel voorstellen en hervormingen uit de Europese Grondwet werden alsnog overgenomen in het Verdrag van Lissabon†i, en de lijn die was ingezet werd doorgezet. Voorstanders van Europese integratie vonden dat het verdrag toch niet ingrijpend genoeg was. Tegenstanders van (verdere) integratie hielden vol dat de Europese Unie over teveel zaken teveel te zeggen had.

'Ever closer Union'

In verschillende Europese verdragen wordt gesproken van een 'steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa'. De term 'steeds hechter verbond', in het Engels 'ever closer Union' is nog regelmatig punt van discussie. De vrees is dat de term zou aansturen op een steeds verdergaande Europese integratie. Artikel 1 van het Verdrag van Lissabon zegt echter enkel het volgende:

Dit Verdrag markeert een nieuwe etappe in het proces van totstandbrenging van een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa, waarin de besluiten in zo groot mogelijke openheid en zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen.

2.

De eurocrisis: meer of minder samenwerken?

Toen in 2008 de eurocrisis in alle hevigheid uitbrak werden veel plannen gemaakt om die vooral ook op Europees niveau te bestrijden. In 2012 nog stelde de Duitse bondskanselier Angela Merkel†i dat om de euro te redden alle eurolanden zich aan harde afspraken moesten houden. Ondertussen waren er al nieuwe regels gemaakt die streng Europees toezicht op de nationale begrotingen mogelijk maakte. De lidstaten staan onder veel scherper Europees toezicht dan ooit tevoren.

Kritiek op aanpak van de eurocrisis

De meer gematigde tegenstanders van steeds verdere Europese samenwerking vonden dat meer integratie niet als enige oplossing moest worden gezien. Zij willen alternatieven of tenminste een manier ontwikkelen voor de EU om een stap terug te kunnen doen. Daarnaast zijn veel tegenstanders bezorgd over de strenge bezuinigingen die de EU oplegt aan landen, terwijl voor sommige landen het misschien veel beter zou zijn om tijdelijk meer schulden te maken om de groei te kunnen aanjagen.

Uitgesproken tegenstanders zien de eurocrisis als verder bewijs dat de EU niet deugt; alle extra bevoegdheden die overgedragen worden leiden tot verdere uitholling van de nationale staten en van de democratie.

3.

Toekomst van de Europese Unie volgens de lidstaten

De verschillende regeringsleiders en EU-politici hebben uiteenlopende ideeŽn over de toekomst van de Europese Unie. In september 2017 hield de Franse leider Emmanuel Macron†i hierover een toespraak waarin hij onder andere de noodzaak voor intensievere Europese integratie besprak. Macron gaf hierbij aan dat hij graag ziet dat Frankrijk samen met Duitsland het voortouw neemt in deze hervormingen.

Angela Merkel†i, de Duitse bondskanselier, gaf aan dat zij zich in veel punten van Macron kan vinden en dat dit een goede basis vormt voor samenwerking. De regeringsleiders van een aantal kleine lidstaten hebben aangegeven minder enthousiast tegenover de plannen van Macron te staan. Zo gaf Mark Rutte†i bijvoorbeeld aan dat het streven naar meer integratie als doel op zich geen goed idee is. Volgens hem zouden vrijhandel en veiligheid de speerpunten moeten zijn.

Zoals hierboven aangegeven zijn de bevoegdheden van de Europese Unie en de bevoegdheden op nationaal niveau belangrijke punten in de discussie over de toekomst van de EU. Voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker†i heeft in november 2017 de 'taskforce voor subsidiariteit, evenredigheid en minder en efficiŽnter optreden' opgericht. Deze taskforce is vanaf 1 januari 2018 begonnen met haar werkzaamheden en wordt voorgezeten door Frans Timmermans†i. De taskforce moet de voorzitter van de Europese Commissie aanbevelingen doen over de beginselen van subsidiariteit†i en evenredigheid†i.

4.

Vijf toekomstscenario's voor de EU

Commissievoorzitter†i Juncker†i presenteerde op 1 maart 2017 vijf scenario's voor Europa in de toekomst. Hiermee wilde Juncker een debat in gang zetten waar het heen moet met de Europese samenwerking. Uiteindelijk zullen de lidstaten duidelijk moeten maken voor welk van die scenario's zij kiezen.

De scenario's verschillen van elkaar op twee essentiŽle onderdelen: wat moet de Europese Unie oppakken (het takenpakket) en hoeveel soevereiniteit zijn de lidstaten bereid af te staan aan de EU om die taken uit te kunnen voeren (de bevoegdheden). Hiermee moet duidelijker worden wat de burger dan van de EU kan verwachten, en welke macht de EU heeft gekregen van de lidstaten. En ook wat de EU niet zal doen en het aan de lidstaten zelf is om bepaalde doelen te bereiken.

De vijf scenario's in het kort:

  • 1. 
    Doorgaan op de huidige wijze. Per beleidsterrein is bepaald welke taken de EU toebedeeld heeft gekregen en de EU zorgt er, samen met de lidstaten, voor dat beleid en beleidsprogramma's worden uitgevoerd. Met name tijdens crises komt de vraag telkens weer op of en hoe verdere Europese samenwerking moet worden vormgegeven.
  • 2. 
    De EU richt zich op de interne markt. De kern is een vrijhandelszone en de samenwerking op heel veel andere terreinen als migratie en veiligheid wordt niet langer in EU-verband vormgegeven. Veel Europese wet- en regelgeving zal worden ingetrokken, met alle daar bij behorende rechten en plichten.
  • 3. 
    De EU gaat samenwerken op een kleiner aantal door de lidstaten te bepalen beleidsterreinen. Die samenwerking wordt dan wel verder geÔntensiveerd - er zullen bevoegdheden overgedragen worden aan de EU op de gekozen beleidsterreinen. Voor wat de Europese Unie blijft doen zijn een sterker instrumentarium en meer middelen nodig.
  • 4. 
    De bestaande samenwerking op een aantal kernterreinen blijft in stand, maar de EU biedt landen de mogelijkheid om nauwer samen te werken op een reeks beleidsterreinen zoals belastingheffing of defensie. Landen die in eerste instantie niet mee willen doen, kunnen nauwere samenwerking tussen andere landen niet blokkeren. Landen mogen zich later alsnog aansluiten bij een 'kopgroep'.
  • 5. 
    De EU gaat verder integreren. Lopende initiatieven en programma's worden geÔntensiveerd, de landen van de eurozone dragen bevoegdheden op sociaal-economisch gebied over aan de EU en er komt een Europese defensie-unie.

Juncker is geen voorstander van een Europese Unie op basis van de interne markt, verder ontdaan van alle andere competenties (optie 2). De Commissie ziet echter ook in dat het vijfde scenario van verregaande integratie geen haalbare kaart lijkt te zijn.

Het witboek van Juncker is politiek het meest belangrijke document van een aantal toekomstvisies en rapporten over hoe de Europese Unie er over een aantal jaar uit moet komen te zien. Al deze stukken zijn opgesteld in aanloop naar de viering dat zestig jaar geleden het EEG-verdrag werd ondertekend†i.

Het document van Juncker kreeg een vervolg. In de daaropvolgende maanden werden zes discussienota gepubliceerd, die verschillende onderwerpen behandelden: de sociale dimensie, de mondialisering, de verdieping van de economische en monetaire unie, de toekomst van de Europese defensie, de toekomst van de EU-financiŽn en een duurzaam Europa tegen 2030.

Ook in zijn laatste 'State of the Union'†i in september 2018 sprak Juncker over de toekomst van de Europese Unie. Hij benadrukte dat Europa meer eenheid moet tonen als het wereldspeler wil blijven. Daarom zou de EU bij stemmingen over buitenlands beleid met gekwalificeerde meerderheid moeten beslissen. Nu is voor deze stemmingen nog unanimiteit nodig.

5.

De huidige praktijk

Ongeacht het debat waar het naar toe moet met de Europese Unie vormen de bestaande spelregels een belangrijk uitgangspunt. In het huidige verdrag zijn de onder andere vastgelegd op welke terreinen wordt samengewerkt, en hoe regelgeving op Europees niveau tot stand komt.

6.

De gevolgen van brexit

Het vertrek van de Britten uit de Europese Unie†i heeft grote gevolgen voor de verhoudingen binnen de Unie. Enerzijds lijkt het de samenwerking binnen de Unie te versterken. Bij de onderhandelingen over de brexit vormen de overgebleven 27 landen een front tegenover het Verenigd Koninkrijk. Anderzijds leidt de brexit juist tot discussie tussen de 27. Deze gaat over praktische zaken als de herverdeling van Britse zetels in het Europees Parlement en de EU-agentschappen†i in het VK, maar ook over de toekomstige koers van de Unie.

Met het Verenigd Koninkrijk vertrekt een van de grootste lidstaten. Bovendien verliezen de voorstanders van intergouvernementele†i, economische samenwerking een belangrijke bondgenoot. Het gewicht van Duitsland en Frankrijk in de Unie wordt door de brexit groter en het supranationale†i geluid sterker. Deze landen zien de brexit als een kans om hervormingen volgens hun visie door te voeren.

7.

Uitbreiding van de Europese Unie

De vraag hoe de Europese samenwerking er in de toekomst uit zal zien, hangt nauw samen met de vraag welke landen aan deze samenwerking meedoen. Zoals het vertrek van het Verenigd Koninkrijk de verhoudingen binnen de Unie verandert, zou de toetreding van nieuwe leden dat ook doen. Sinds de toetreding van van 12 voornamelijk Centraal- en Oost-Europese landen in 2004 en 2007 bijvoorbeeld, verschillen oost en west binnen de Unie vaak van mening. Bij uitbreiding worden de gevolgen voor de huidige samenwerking dan ook meegewogen.

Tijdens de eurocrisis was uitbreiding van de Europese Unie voor veel lidstaten een taboe. Toetreding van nieuwe leden leek na de toetreding van KroatiŽ†i in 2013 lange tijd niet aan de orde. In februari 2018 zette het Europees Parlement†i een nieuwe uitbreidingsstrategie uit, waarbij de landen op de Westelijke Balkan toetreding in het vooruitzicht werd gesteld. Er zitten op dit moment vijf kandidaat-lidstaten†i in de 'wachtkamer': Turkije†i, Noord-MacedoniŽ†i, ServiŽ†i, Montenegro†i en AlbaniŽ†i.

8.

Meer informatie