Europees financieel kader 2021-2027 - EU monitor

EU monitor
Dinsdag 22 september 2020
kalender

Europees financieel kader 2021-2027

Met dank overgenomen van Europa Nu.
De meerjarenbegroting van de EU voor 2021-2017

Het Meerjarig Financieel Kader 2021-2027 (MFK) is het akkoord waarin de begroting van de Europese Unie voor een periode van zeven jaar op hoofdlijnen wordt vastgesteld. De EU legt in deze meerjarenbegroting vast wat de hoogte van het budget van de EU is, waar het geld aan uitgegeven wordt en hoeveel iedere lidstaat moet bijdragen.

Op 21 juli 2020 bereikten de EU-regeringsleiders tijdens een vierdaagse top i een akkoord over de volgende meerjarenbegroting tot 2027. De komende zeven jaar is de begroting vastgesteld op 1074 miljard euro. Daarnaast is ook nog 750 miljard euro met het - aan de meerjarenbegroting gekoppelde - (corona)herstelfonds i gemoeid. Het MFK-voorstel van februari was aangepast om te reageren op de coronacrisis en de maatregelen die in het kader van het (corona)herstelfonds worden genomen.

Vooral de uitgaven op nieuw beleid zoals innovatie en klimaat zijn lager uitgevallen dan in eerdere voorstellen van de Europese Commissie. Zo daalt het Just Transition Fund i, dat bedoeld is om vervuilende sectoren te ondersteunen in hun overgang naar een duurzamere economie, van 30 naar 10 miljard euro. Ook is er flink bezuinigd op het Horizon Europe programma, dat onderzoek en ontwikkeling ondersteunt. Nu de regeringsleiders dit akkoord hebben bereikt, is het aan de Raad van de EU i en het Europees Parlement i om zich hierover te buigen.

1.

Prioriteiten in de ontwerpbegroting

Investeringen en bezuinigingen in de meerjarenbegroting

In de ontwerpbegroting stelt de Europese Commissie voor om te investeren in innovatie, onderzoek, jongeren, de digitale economie, grensbewaking, veiligheid en defensie. Zo wil de Commissie bijvoorbeeld de subsidie voor het Europees Solidariteitscorps i en Erasmus + i verdubbelen. Aan de andere kant geeft de Commissie aan ongeveer vijf procent te willen bezuinigen op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid i en het Regionaal beleid i. Beide beleidsterreinen slokken nu een groot deel van het EU geld op en een kleine bezuiniging kan al een behoorlijke hoeveelheid geld vrijmaken voor andere doeleinden. Als onderdeel van de bezuinigingen stelt de Commissie voor het aantal programma's en instrumenten van de Unie terug te schroeven van 58 naar 37, door programma's te integreren.

Voorstellen voor de Economische en Monetaire Unie

De Commissie geeft aan dat een stabiele Economische en Monetaire Unie i een voorwaarde is van banen, groei en sociale gelijkheid en stelt daarom twee nieuwe mechanismes voor om de Economische en Monetaire Unie verder te ontwikkelen. Het eerste plan is een Reform Support Programme dat er met een budget van 25 miljard voor moet zorgen dat er financiële en technische ondersteuning verleend wordt voor hervormingen in het kader van het Europees Semester i. Ook moet het programma ervoor zorgen dat er ondersteuning komt voor lidstaten buiten de eurozone i die wel lid willen worden van de eurozone. Het tweede plan is een Europeaan Investment Stabilisation Function, die met 30 miljard ervoor moet zorgen dat investeringen op peil gehouden worden, ondanks economische fluctuaties.

Kortingen en subsidies

De Commissie stelt voor om de zogenaamde kortingen die nettobetalers aan de Europese Unie krijgen te schrappen. Verder wil de Commissie dat lidstaten voortaan tien in plaats van twintig procent van de douane-inkomsten houden.

De Europese Commissie wil dat subsidies die landen krijgen afhankelijk worden gemaakt van de mate waarin een lidstaat zich houdt aan de EU-wetgeving. De Europese Unie moet in staat zijn om toegang tot subsidies tijdelijk op te schorten, te reduceren of te weigeren als een lidstaat zich schuldig maakt aan inbreuk van EU-regels.

De Commissie wil ook dat de structuurfondsen (geld voor achterblijvende regio's) op een andere manier wordt verdeeld. Naast het criterium van het inkomen per hoofd van de bevolking van een regio ten opzichte van het Europees gemiddelde wil men rekening houden met bijvoorbeeld werkloosheidscijfers, het aantal nieuwe migranten en het onderwijsniveau. In de praktijk zou dat betekenen dat een flink deel van het geld dat nu naar Oost-Europa gaat naar de zuidelijke lidstaten zou gaan.

Eigen middelen

De Commissie wil dat de EU naast bijdragen uit de lidstaten ook eigen inkomsten kan genereren. Het zou gaan om het houden van de inkomsten uit het emissiehandelssysteem i, een nieuwe regeling voor de vennootschapsbelasting en om een belasting op plastic.

2.

De Commissie en de meerjarenbegroting

In mei 2018 presenteerde de Commissie haar voorstel voor de meerjarenbegroting voor 2021-2027. Dit voorstel is gebaseerd op de politieke prioriteiten die de toenmalige Commissievoorzitter Juncker i in zijn State of the Union van 2016 i uiteenzette. In dit voorstel komt de begroting uit op een bedrag van 1.135 miljard euro, wat neerkomt op 1,11 procent van het gezamenlijk BNP van 27 EU-lidstaten. In de meerjarenbegroting van 2014-2020 i kwam het budget neer op 1 procent van het BNP. Het voorstel van de Commissie houdt dus in dat het budget met 0,11 procentpunt zou stijgen.

Na de presentatie van de ontwerpbegroting begint het echte werk. Dan wordt er namelijk gedebatteerd over het voorstel in de Raad en het Parlement. Omdat de ontwerpbegroting gepresenteerd is in mei, hebben de Raad en het Europees Parlement een jaar de tijd voor de behandeling.

3.

Het Parlement en de meerjarenbegroting

Het Europees Parlement i stelt een hoger budget voor dan de Commissie, namelijk 1.324 miljard euro. Dit bedrag staat gelijk aan 1,3 procent van het BNP van de EU-lidstaten.

Het Parlement boog zich als eerste over het voorstel van de Commissie over de meerjarenbegroting. In tegenstelling tot de Raad, mag het Europees Parlement daarover bij meerderheid besluiten.

De reacties uit het Europees Parlement op de eerste voorstellen van de Commissie waren overwegend positief, maar het EP is wel erg kritisch op de cijfers van de Commissie. Volgens het EP zouden de bezuinigen op de landbouw en de structuurfondsen veel ingrijpender zijn dan de Commissie doet voorkomen. Ook wil het EP voor een aantal programma's extra middelen. Alle wensen opgeteld wil het EP een hogere begroting dan is voorgesteld.

In november 2018 maakte het Europees Parlement officieel zijn standpunt bekend. Ook hier pleit het EP voor een hogere begroting dan de Commissie heeft voorgesteld.

4.

De Europese Raad en de meerjarenbegroting

De Europese Raad i van regeringsleiders heeft zich over de voorstellen voor het meerjarenbudget gebogen op een speciale EU-top op 20 en 21 februari 2020. Charles Michel, de voorzitter van de Europese Raad, stelde de regeringsleiders een budget voor van 1,074 procent van het EU-BNP, wat neerkomt op 1.094 miljard euro. Dit voorstel is dus lager dan de voorstellen van de Commissie en het Parlement.

5.

Nederland en de meerjarenbegroting

Nederland is een van de 'zuinige vier' landen, samen met Oostenrijk, Zweden en Denemarken. Deze landen vinden dat de voorstellen van de Commissie, het Europees Parlement en Charles Michel allemaal te hoog uitvallen. Zij willen dat de begroting 1 procent van het BNP van de lidstaten blijft bedragen, wat neerkomt op 1.020 miljard euro. Naast het feit dat het kabinet wil dat de Nederlandse bijdragen aan de EU niet stijgen, gaf Rutte vooraf aan dat hij erop zou inzetten dat de korting die Nederland krijgt niet wordt afgebouwd.

Op de speciale EU-top van 20 en 21 februari stelde Michel een percentage voor van 1,069 van het BNP. De begroting zou daarmee 10 miljard lager worden. Ook zou Nederland (net als andere nettobetalers) de korting op de contributie behouden. Daarnaast zou Nederland gedurende drie jaar een groter deel van de geïnde douaneheffingen mogen houden: 25% in plaats van 20%. Daarmee zou het een uitzonderingspositie krijgen ten opzichte van andere landen waarvoor een lager percentage geldt. Nederland wil echter nog steeds dat het budget helemaal niet verhoogd wordt en premier Rutte hield tijdens de top dan ook vast aan het bestaande budget van 1 procent van het BNP.

6.

De Raad en de meerjarenbegroting

De Raad van Ministers i stelt voor 2021-2027 een begroting voor van 1.087 miljard euro, oftewel 1,07 procent van het BNP van de EU.

De Raad stemt ook over de meerjarenbegroting, maar hij doet dat met eenparigheid van stemmen. In de vorige jaren zorgde het meerjarig financieel kader voor een verhit debat tussen de lidstaten van de EU. Vooral over de hoogte van het budget van de EU is vaak onenigheid in de Raad. Traditioneel gezien zijn de lidstaten die veel ontvangen vanuit het EU-budget voor een hogere begroting en lidstaten die minder ontvangen voor een lagere begroting.

De eerste voorstellen van de Commissie zijn vanuit de lidstaten bekritiseerd. Aan de ene kant zijn er landen die het niet eens zijn met de bezuinigingen op landbouw en regionaal beleid, aan de andere kant staan de lidstaten die iedere verhoging van de EU begroting resoluut afwijzen en juist willen bezuinigen. Een bevriezing van de bijdrage van de lidstaten betekent dat er - vanwege het wegvallen van de Britse bijdrage aan de EU - hoe dan ook geld af moet van de Europese begroting.

Ministerie van financiën: uitleg over de totstandkoming van de Europese begroting (animatie)

7.

De procedure

Het meerjarig financieel kader wordt formeel vastgesteld door de Raad van Ministers i én het Europees Parlement volgens de instemmingsprocedure i. In de praktijk komt er alleen een meerjarenbegroting als de Europese regeringsleiders i het eens zijn.

Technische aanpassing

Ieder jaar voert de Commissie een technische aanpassing van de meerjarenbegroting door. Dit proces omvat twee werkzaamheden:

  • Het doorberekenen van zaken als inflatie en economische groei of krimp binnen de Europese economie.
  • Het herberekenen van de beschikbare financiële ruimte voor de resterende jaren binnen het financiële kader.

Jaarbegroting binnen de meerjarenbegroting

8.

Meer informatie