Beleid economie en geld

Met dank overgenomen van Europa Nu.

1.

Begroting Europese Unie

De Europese Unie i heeft een uitgebreid takenpakket. Om alle activiteiten van de EU te kunnen financieren, heeft de Europese Unie een eigen begroting die jaarlijks wordt vastgesteld. Naast de jaarlijkse begroting is er een begroting voor periodes van zeven jaar: het meerjarig financieel kader. Daarmee streeft de EU naar continuïteit in het begrotingsbeleid. Het doel van het begrotingsbeleid is het takenpakket van de EU op een zo efficiënte manier te financieren in een begroting die qua inkomsten en uitgaven in balans is. De begroting wordt gefinancierd door een jaarlijkse eigen bijdrage van de lidstaten, een percentage van de btw-opbrengsten, inkomsten van heffingen op goederenimport van landen buiten de EU.

2.

Concurrentiebeleid

Open concurrentie (mededinging) is een belangrijke voorwaarde voor een vrije Europese handel en het totstandbrengen en goed laten functioneren van de Europese interne markt i. De Europese Unie i zorgt voor regels die de concurrentie bevorderen, om zo een goede prijs-kwaliteitverhouding voor de consument te garanderen en technologische innovatie te stimuleren.

De Europese Commissie i heeft de bevoegdheid op te treden bij concurrentievervalsing, bijvoorbeeld bij prijsafspraken tussen bedrijven. De Commissie kijkt ook of grote bedrijven geen misbruik maken van hun sterke positie. Zo startte de Commissie onderzoeken naar bedrijven als Microsoft en Google. De Commissie deelt jaarlijks voor honderden miljoenen euro's aan boetes uit, maar dit kan ook oplopen zoals de meerdere miljarden boetes opgelegd aan Google.

3.

Coördinatie nationale economieën

Elke lidstaat van de Europese Unie i is lid van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Deze monetaire unie streeft naar een optimale integratie van de nationale economieën, zodat economische groei en welvaart gestimuleerd worden. Negentien lidstaten van de Europese Unie nemen deel aan de laatste fase van de EMU. Zij gebruiken de euro i als betaalmiddel en stemmen hun economische en financiële politiek op elkaar af.

4.

Douane

Binnen de Europese douane-unie passen de EU-lidstaten onderling geen invoertarieven toe en hanteren zij voor goederen uit het buitenland dezelfde tarieven. Op 1 januari 1993 werden alle douaneformaliteiten aan de binnengrenzen afgeschaft. De EU werd daardoor één enkel grondgebied zonder grenscontroles. De afwezigheid van douaneformaliteiten is een belangrijk onderdeel van de interne markt i.

5.

Economisch en monetair beleid

Dit beleid heeft als doel de economische groei in de Europese Unie i te versterken en meer banen te creëren. In de eerste plaats bepaalt ieder EU-land zijn eigen economische beleid, maar dat beleid moet wel het belang van de hele EU dienen. De lijn voor het maken van economisch beleid door EU-landen i wordt uitgezet door de Raad van de Europese Unie i.

6.

Energiebeleid

Het energiebeleid van de Europese Unie i richt zich op de Europese energievoorziening, een concurrerende energiemarkt en verduurzaming van Europese energiebronnen. De huidige Europese Commissie i streeft naar een constante, duurzame en veilige aanvoer van energie.

De EU-lidstaten i hebben afspraken gemaakt over klimaatbeleid en bestrijding van luchtvervuiling. De EU stimuleert duurzame manieren om energie op te wekken. Hiervoor wordt gekeken naar energiebronnen als wind-, zonne-, waterkracht-, getijden-, geothermische, en biomassa-energie. De Europese Commissie streeft naar een energie-unie i. Door in de energie-unie zelf meer duurzame energie op te wekken en toe te werken naar één Europees energienetwerk, moet de energievoorziening in de EU betrouwbaarder, schoner en goedkoper worden.

7.

Euro

De doelstellingen van het Eurobeleid zijn het bevorderen van de economische integratie in de EU en het waarborgen van financiële stabiliteit. De euro is sinds 2022 een wettig betaalmiddel in 18 EU-lidstaten i, oftewel de eurozone i. De andere lidstaten zijn verplicht om de euro op termijn in te voeren als zij voldoen aan bepaalde voorwaarden. Voor Denemarken geldt een uitzonderingsclausule; dat land en zij hebben die verplichting niet. De landen die de euro het meest recent hebben ingevoerd, zijn de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen).

8.

Fiscaal beleid

Het fiscaal beleid van de Europese Unie i moet voorkomen dat bedrijven en instellingen profiteren van belastingregelingen in één lidstaat, die hen een oneerlijk concurrentievoordeel opleveren ten opzichte van bedrijven en instellingen uit andere lidstaten. Verder is het fiscaal beleid bedoeld om nationale belastingregels in te perken die obstakels kunnen vormen voor EU-burgers om in een andere lidstaat te werken. Het beleid moet dus verstoringen in de interne markt i voorkomen.

9.

Fraudebestrijding

Fraude is een belangrijk probleem binnen de Europese Unie i. Jaarlijks gaat er bijvoorbeeld 50 miljard euro aan btw-inkomsten verloren door grensoverschrijdende fraude. Bovendien werd in 2018 bekend dat Europese bankiers voor ongeveer 55 miljard aan dividendbelastingfraude hebben begaan. De EU heeft er belang bij deze fraude te bestrijden, omdat de Unie er zelf inkomsten door misloopt. De lidstaten van de EU i coördineren onderling de bestrijding van specifieke vormen van fraude.

Het Europees bureau voor fraudebestrijding OLAF i speelt een belangrijke rol bij de uitvoering van fraudebeleid. OLAF onderzoekt fraude met EU-geld, corruptie en wangedrag binnen Europese instellingen. Tussen 2010 en 2017 onderzocht dit bureau meer dan 1.800 zaken en vorderde het zo'n 7 miljard euro terug. Over het jaar 2018 toonde OLAF voor in totaal 371 miljoen euro fraude aan. De aanpak richt zich op fraude met Europese landbouwsubsidies, sigarettensmokkel, valsemunterij met de euro, verkeerde besteding van regiogelden en bestuurlijke corruptie.

Een belangrijke stap voor de fraudebestrijding is de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie i, dat vanaf 2020 operationeel is. Dit orgaan zorgt voor een gemeenschappelijke vervolging van fraudeurs in Europa.

10.

Handel

Het Europese handelsbeleid is erop gericht zoveel mogelijk handelsbelemmeringen in de Europese Unie i en tussen de EU en andere landen weg te nemen. De belangrijkste peilers van dit beleid zijn de interne markt i en vrijhandelsverdragen met landen buiten de EU. De handel tussen de lidstaten in de interne markt is vrij en er gelden voor de hele EU gelijke douanetarieven voor de import van producten uit landen buiten de EU.

Het sluiten van handelsverdragen is een bevoegdheid van de Europese Commissie i. De Commissie voert de onderhandelingen en legt het eindresultaat ter goedkeuring voor aan de lidstaten en het Europees Parlement i. Samen met de Raad van Ministers i beslist dit orgaan mee bij wetgeving over het handelsbeleid. Bovendien is instemming van het Europees Parlement verplicht als de Europese Commissie een internationale handelsovereenkomst sluit. Voor brede handelsverdragen hebben de nationale parlementen in beperkte mate een vetorecht.

11.

Informatiemaatschappij

Het gebruik van Informatie en Communicatietechnologie (ICT) neemt in hoog tempo toe. Daarom is het van belang dat Europese landen zich daaraan aanpassen. Het beleid rondom de informatiemaatschappij is er primair op gericht een digitale interne markt te ontwikkelen, waaraan zoveel mogelijk EU-inwoners deel kunnen nemen. Daarnaast werkt de Europese Commissie i aan een digitale overheid, wil de EU zich inzetten voor internetveiligheid en worden informatietechnologieën ingezet bij het bestrijden van terrorisme en criminaliteit.

12.

Interne markt

Vanaf de jaren '60 is er aan gewerkt om de handel tussen de landen in de Europese Unie (EU) makkelijker te maken. Nu mogen personen vrij van het ene naar het andere land reizen. En ook goederen, diensten en geld mogen zonder controle i de grens over. Dat wordt ook wel "de interne markt" genoemd. Dankzij de interne markt is het makkelijker geworden om binnen de EU te reizen, om met andere landen te handelen of in een ander land te gaan werken.

13.

Ondernemingen- en industriebeleid

Het EU-ondernemingenbeleid heeft als doel alle ondernemingen binnen de interne markt i te stimuleren in groei en ontwikkeling. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen rechtsvorm, sector of omvang. Er wordt met name aandacht besteed aan het midden- en kleinbedrijf, dat ongeveer 99% van de Europese ondernemingen vormt. Het programma voor het Concurrentievermogen van ondernemingen en MKB-bedrijven (COSME) beoogt initiatief van ondernemers te stimuleren en daardoor het concurrentievermogen van de Europese markt te vergroten.

De Europese Unie draagt bij aan een klimaat waarin bedrijfsleven, industrie en innovatie kunnen gedijen. Met het creëren van een interne markt tussen de EU-lidstaten wordt het ondernemen makkelijker gemaakt. Voor bedrijven moeten er zo weinig mogelijk drempels zijn om over de grenzen te ondernemen en de concurrentie aan te gaan met bedrijven uit de hele Europese Unie. Daarnaast is het Europese industriebeleid is ook steeds meer gericht op het garanderen van eerlijke concurrentie met landen buiten de EU. Dit hangt nauw samen met het handelsbeleid i.

14.

Onderzoeks- en innovatiebeleid

De Europese Unie i voert een gemeenschappelijk beleid voor onderzoek en innovatie. Dit beleid moet Europa tot een dynamische en concurrerende kenniseconomie maken. Om het beleid te ondersteunen verstrekt de EU via verschillende programma's jaarlijks voor miljarden aan subsidies.

15.

Regionaal beleid

De Europese Unie i is een van de rijkste continenten van de wereld, maar er bestaan in Europa grote welvaartsverschillen tussen de regio's. Vooral met de komst van tien nieuwe lidstaten in 2004 werden de verschillen tussen arm en rijk groter. Ter bevordering van de economie in economisch achtergestelde regio's heeft de EU drie structuurfondsen i opgezet: het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling i, het Europees Sociaal Fonds i en het Cohesiefonds i. Deze fondsen zijn voornamelijk van belang voor de ontwikkeling van infrastructuur en werkgelegenheid in de armere regio's.

16.

Telecommunicatie

Het Europese telecommunicatiebeleid is erop gericht de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën te bevorderen. Voor Europese burgers betekent dit dat de EU initiatieven steunt die het gebruik van deze nieuwe technologieën niet alleen gemakkelijker maken, maar vooral ook voor iedereen betaalbaar houden. De EU houdt zich met name bezig met grensoverschrijdend telecomverkeer. Het beleid voor telecommunicatie maakt deel uit van het Europese beleid ter bevordering van de Informatiemaatschappij i.

17.

Vervoer

Het vervoersbeleid van de Europese Unie heeft in hoofdlijnen het doel om transport schoner te maken, eerlijke concurrentie mogelijk te maken, de veiligheid te bevorderen en om drempels voor internationaal vervoer tussen en binnen lidstaten wegnemen. Onderdeel van de Green Deal iis duurzamere mobiliteit. De spoorwegen zouden deze transitie moeten versnellen, aangezien zij de milieuvriendelijkste manier van transport zijn. Mede hierom heeft de Commissie-Von der Leyen i het jaar 2021 uitgeroepen tot het Europese jaar van het spoor.

De vervoerssector draagt voor ongeveer 5 procent bij aan het Europese BNP EN 8.1% van de werkgelegenheid. De vraag naar vervoer neemt elk jaar met gemiddeld 2 à 3 procent toe. Een aanzienlijk deel van het vervoer vindt plaats tussen de EU-lidstaten i over de landsgrenzen heen. Met de toename van de omvang van het vervoer is ook de Europese betrokkenheid gegroeid.