Stabiliteits- en Groeipact - EU monitor

EU monitor
Vrijdag 15 november 2019
kalender
Met dank overgenomen van Europa Nu.

In het Stabiliteits- en Groeipact spreken de landen die lid zijn van de Europese Unie†i af dat hun begrotingen in evenwicht zijn of een overschot hebben. Dat betekent dat de regeringen niet meer geld uitgeven dan ze ontvangen. Dat doel hoeft nog niet meteen bereikt te worden, maar de EU-landen moeten er wel naartoe werken. De afspraken zijn gemaakt in 1997.

De eisen van het Stabiliteits- en Groeipact zijn:

Afhankelijk van de economische omstandigheden in een land, kan de Europese Commissie gebruik maken van interpretatieruimte en concluderen dat een land de begroting niet hoeft aan te passen. Van belang is wel dat op de middellange termijn een gezonde begrotingssituatie wordt bereikt.

1.

Werking van het Pact

De resolutie van de Europese Raad†i tot instelling van het Stabiliteits- en Groeipact werd aangenomen op 17 juni 1997 te Amsterdam, gevolgd door twee verordeningen over de praktische uitwerking daarvan op 7 juli 1997. In de verordeningen worden de volgende technische voorwaarden gesteld:

  • toezicht op begrotingssituaties en op de coŲrdinatie van het economisch beleid
  • uitvoering van de procedure bij buitensporige tekorten

In het pact verbinden de lidstaten zich ertoe om op de middellange termijn te streven naar begrotingen die in evenwicht zijn of een overschot vertonen. Dit geldt zowel voor de deelnemers als de niet-deelnemers aan de derde fase van de Economische en Monetaire Unie†i.

De deelnemende landen moeten hiertoe stabiliteitsprogrammaís indienen, de niet-deelnemende landen dienen convergentieprogrammaís in. In deze jaarlijks te actualiseren programmaís stippelen de landen het pad uit dat zij volgen om op de middellange termijn een begroting in evenwicht te realiseren.

De Europese Commissie†i evalueert de programmaís en formuleert aanbevelingen aan de Raad†i.

Als de Raad vaststelt dat de begrotingssituatie aanzienlijk afwijkt van de middellangetermijndoelstelling, dan richt zij een aanbeveling tot de betrokken lidstaat om een buitensporig tekort te voorkomen. De Raad beveelt de lidstaat bij een aanhoudend slechte begrotingssituatie aan om direct corrigerende maatregelen te treffen en kan deze aanbeveling als drukmiddel openbaar maken. Indien nodig kan de Raad zelfs boetes opleggen.

Als een tekort het stempel 'buitensporig' krijgt opgedrukt, komt de betreffende lidstaat terecht in de procedure bij buitensporige tekorten. Hierin moet het begrotingstekort weer teruggebracht worden tot onder de drie procent. Tijdens deze procedure kunnen ook sancties worden opgelegd. Dit gebeurt niet indien de overschrijding aan de volgende criteria voldoet:

  • Het overmatige tekort is tijdelijk
  • Het is een resultaat van uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld een economische crisis

Eventueel kan een economische neergang van minder dan twee procent ook als uitzonderlijk worden betiteld. Dit kan gebeuren als de lidstaat aantoont dat de neergang of het productieverlies bijzonder abrupt is.

Een voorbeeld van een sanctie op een buitensporig tekort is het in bewaring leggen van een geldbedrag (deposito) bij de Commissie. Dit deposito is 0,2 procent van het BBP. De rente erover wordt verdeeld onder de lidstaten die geen buitensporig tekort hebben. Als twee jaar na oplegging van het deposito het buitensporig tekort naar het oordeel van de Raad niet is gecorrigeerd, wordt het deposito door de Raad in een boete omgezet. Ook deze boete wordt uitgekeerd aan de deelnemende lidstaten die geen buitensporig tekort hebben.

In 2003 ontstond er opschudding toen de Raad besloot geen maatregelen te nemen tegen de tekorten van Duitsland en Frankrijk. Dat was tegen de regels van het Stabiliteits- en Groeipact, zoals het Hof van Justitie†i bepaalde in een zaak die de Commissie tegen de Raad aanspande.

Medio 2005 zijn de regels enigszins aangepast. Zo hebben lidstaten bijvoorbeeld iets langer de tijd om maatregelen te nemen na een aanbeveling, en zijn de definities van economische neergang en 'andere relevante factoren' aangepast. Ook wordt er meer rekening gehouden met structurele hervormingen die op korte termijn negatief uitwerken op de cijfers, maar op de lange termijn een positieve invloed hebben op de duurzaamheid van de publieke financiŽn.

2.

Flexibiliteit nader uitgelegd

Na het uitbreken van de financiŽle crisis volgden er jaren van zwakke economische groei of zelfs krimp en hadden overheden te kampen met aanhoudende overheidstekorten. Volgens de regels van het stabiliteits- en Groeipact hebben lidstaten de ruimte om tekorten tijdelijk op te laten lopen, maar wel onder bepaalde voorwaarden.

Vanwege de door de lidstaten geuite wens hun economieŽn te ondersteunen en niet nog verder te bezuinigen, lichtte de Europese Commissie begin 2015 de regels omtrent 'flexibiliteit' nader toe. De positie van de Commissie werd eind 2015 door de lidstaten nogmaals bekrachtigd.

  • 1. 
    Het ondersteunen van structurele hervormingen van de economie, bovenop bestaande programma's, die ertoe bijdragen dat de overheidsfinanciŽn op de langere termijn in evenwicht worden gebracht, is toegestaan. De lidstaat moet garanderen dat deze hervormingen worden doorgevoerd; daarom moet er een plan voor implementatie worden opgesteld. Ook mogen alle extra ondersteunende maatregelen tezamen niet meer dan 0,5% van het BBP bedragen.
  • 2. 
    Er kan alleen sprake zijn van 'uitzonderlijke omstandigheden' als de problemen het gevolg zijn van de economische cyclus, en niet van onderliggende structurele zwakte. Als de tekorten zijn veroorzaakt door een economische crisis, kan er soepeler worden opgetreden dan wanneer de tekorten het gevolg zijn van een slecht beleid van een lidstaat, bijvoorbeeld te hoge uitgaven of onvoldoende bezuinigen. Als er sprake is van structurele zwakte zal een lidstaat moeten hervormen.
  • 3. 
    Extra reserveringen en investeringen onder het Europese Fonds voor Strategische Investeringen†i worden niet meegerekend in het vaststellen van de overheidsschuld en het begrotingstekort van een lidstaat.

3.

Aanvullende maatregelen

Euro-pluspact

In maart 2011 hebben de ministers van FinanciŽn†i van de zeventien eurolanden†i overeenstemming bereikt over de invoering van het zogeheten Europact en over de aanpak van eurozondaars. Tijdens de Europese top†i van eind maart 2011 sloten ook de niet-eurolanden Denemarken, Polen, Letland, Litouwen, Bulgarije en RoemeniŽ zich aan bij het pact, dat vervolgens werd omgedoopt tot het 'Euro-pluspact'.

Six Pack ter versterking Pact

Bankbiljetten

In december 2011 trad het 'six pack' in werking. Dat bestaat uit een zestal wetgevingsvoorstellen die het Stabiliteits- en groeipact moeten versterken. Een belangrijk element hierin is het streng toezicht op de begrotingen van EU-lidstaten†i en het bestraffen van landen die de begrotingsregels overtreden. Het 'six pack' bevat onder meer een fel bediscussieerde bepaling over automatische sancties tegen lidstaten die zich niet aan de afgesproken begrotingsregels houden.

Two Pack

Het 'two pack' vormt een aanvulling op het in december 2011 in werking getreden 'six pack' en voorziet in een versterking van het toezicht door de Europese Commissie†i op de nationale begrotingen van de eurolanden†i. Het 'two pack' is een van de pakketten maatregelen om de eurocrisis te beteugelen en bouwt voort op het Stabiliteits- en Groeipact.

Begrotingspact

Dit verdrag is in januari 2012 gesloten tussen het merendeel van de lidstaten van de Europese Unie†i. Lidstaten die de euro als munt hebben†i moesten dit verdrag ondertekenen, lidstaten zonder de euro konden zich bij het verdrag aansluiten.

In het verdrag zijn regels vastgelegd waar nationale begrotingen aan moeten voldoen. Het Verdrag voor stabiliteit, coŲrdinatie en governance in de EMU staat ook wel bekend als het begrotingspact of fiscal compact. Het verdrag trad op 1 januari 2013 in werking. De landen die instemden met de ratificatie hadden tot 1 januari 2014 de tijd om de maatregelen in het verdrag om te zetten in nationale wetgeving.

Met oog op de eurocrisis heeft de Commissie in januari 2015 besloten meer flexibel om te gaan met de Europese begrotingsregels.

4.

Meer informatie