Europees semester - EU monitor

EU monitor
Zaterdag 21 september 2019
kalender

Europees semester

Met dank overgenomen van Europa Nu.
vlaggen lidstaten Europese Unie

Het Europees semester is de jaarlijkse cyclus voor de afstemming van het economisch en begrotingsbeleid van de lidstaten van de Europese Unie†i. Binnen het kader van het semester analyseert de Europese Commissie†i de nationale begrotingen van EU-landen en geeft de landen vervolgens aanbevelingen, waarmee de listaten rekening moeten houden als zij hun nationale begroting voor het komende jaar opstellen.

Het semester is in 2011 ingesteld, ingegeven door de eurocrisis en de instelling van een Europees monetair noodfonds. Onevenwichtigheden in de economische ontwikkelingen en problemen met de overheidsfinanciŽn van de lidstaten moeten door gebruik van het semester op tijd worden gesignaleerd. Ook moet het semester bijdragen aan de uitvoering van de EU 2020-strategie†i, de langetermijnstrategie voor een sterke en duurzame economie.

1.

Het semester in detail

Betrokken partijen

De lidstaten van de EU (via de Raad van Ministers†i en de Europese Raad†i) en de Europese Commissie†i zijn bij het semester betrokken. De Europese Commissie wordt daarbij ondersteund door de Structural Reform Support Service (SRSS) van het Secretariaat-generaal†i.

De Europese instanties kunnen geen economisch beleid aan een land opleggen. Dat blijft voorbehouden aan de lidstaten zelf. Wel kan het niet uitvoeren van een Commissie-aanbeveling leiden tot sancties. Dit kan het geval zijn als de begrotingsregels worden overschreden, of wanneer een land te weinig doet om langdurige werkloosheid aan te pakken.

Indicatoren semester

In het semester wordt de economie van een lidstaat in de volle breedte bekeken, in tegenstelling tot het in 1997 afgesproken Stabiliteits- en groeipact†i. Dat richt zich specifiek op de overheidsfinanciŽn.

De belangrijkste elementen van de economie waar naar gekeken wordt zijn:

  • overheidsfinanciŽn: het begrotingstekort moet onder de 3 procent liggen, en het structurele tekort moet nog verder worden teruggebracht. De overheidsschuld mag niet meer dan 60 procent van het BNP†i zijn. Als de schuld boven die grens ligt, moet deze snel worden teruggebracht. Daarnaast zouden de overheidsuitgaven niet sneller moeten groeien dan de verwachte economische groei;
  • financiŽle sector: zowel de schuldenpositie van bedrijven en particulieren als hun toegang tot kredietverlening worden onderzocht. Vanwege de nadruk op schulden en de daarbij behorende risico's wordt de huizenmarkt (hypotheekschulden) meegenomen in de analyse;
  • concurrentievermogen: voor een aantal sectoren wordt in grove lijnen bekeken hoe deze zich ontwikkelen. Per sector en als geheel wordt ook gekeken naar energie (verbruik en netwerken), transport, ICT en verduurzaming (met name efficiŽnt gebruik van grondstoffen);
  • arbeidsmarkt: de Commissie kijkt naar flexibiliteit en mobiliteit van en binnen de arbeidsmarkt, de verhouding tussen werkenden en aantal uitkeringen, de loonkosten en werkloosheidscijfers;
  • onderwijs: de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en het opleidingsniveau worden onderzocht;
  • openbaar bestuur: centraal staan de regeldruk en de kwaliteit van het rechtssysteem

Toevoeging sociale component

Eind 2013 is besloten om ook te kijken naar ontwikkelingen op sociaal terrein. Hiervoor zijn een aantal sociale indicatoren toegevoegd aan het semester:

  • armoede en sociale uitsluiting;
  • inkomensongelijkheid;
  • inkomens per huishouden;
  • verbeterde aandacht voor werkgelegenheid en vooral de aanpak van werkloosheid onder jongeren

Aanbevelingen op sociaal terrein zijn niet bindend van karakter.

Procedure semester

De belangrijke stappen binnen het semester zijn:

  • 1. 
    In november publiceert de Europese Commissie de Jaarlijkse Groeiraming†i (Annual Growth Survey) waarin een overzicht gegeven wordt van de economische situatie in ieder land, alsmede enkele aanbevelingen. De Commissie verscherpt haar toezicht op landen die onevenwichtigheden* vertonen. Door een intensieve dialoog te voeren met nationale autoriteiten en voortgangsverslagen te publiceren wil de Europese Commissie advies uitbrengen over het nationale beleid van een lidstaat.
  • 2. 
    Op een top in maart bespreekt de Europese Raad†i de grote economische uitdagingen waar de EU voor staat, en wat de langetermijnstrategie moet zijn. De Jaarlijkse Groeiraming is een belangrijke bron voor de besprekingen.
  • 3. 
    In april stellen de lidstaten een plan op voor hun economische ontwikkeling op de middellange termijn. Dit bestaat uit een beleidsmatige hervormingsagenda en een raming van de overheidsbegroting. De richtsnoeren van de Europese Raad en, bij landen met grotere economische problemen ook een in maart gepubliceerde nadere analyse van de Europese Commissie, zijn een belangrijke leidraad bij het opstellen van deze plannen.
  • 4. 
    In mei doet de Raad, op voorstel van Europese Commissie, aanbevelingen aan ieder land.
  • 5. 
    In juni en juli geven de Europese Raad en de Raad van Ministers beleidsadviezen af aan ieder land voor ze hun jaarlijkse begroting vaststellen. Het is dan aan de lidstaten zelf om hun begroting op te stellen. Ze beslissen zelf of zij gebruik maken van de adviezen. Die vrijblijvendheid geldt niet voor landen die onder scherper toezicht†i staan.
  • 6. 
    Eurolanden†i moeten hun begroting, voorafgaande aan parlementaire goedkeuring in eigen land, vůůr 15 oktober bij de Commissie indienen. De Commissie kan verzoeken de begroting aan te passen. De begroting moet, inclusief mogelijke aanpassingen, vůůr het einde van het jaar zijn vastgesteld.
  • Om de toepassing van deze procedure te versoepelen is een indeling gemaakt van vier categorieŽn: geen onevenwichtigheden, onevenwichtigheden, buitensporige onevenwichtigheden en buitensporige onevenwichtigheden met corrigerende maatregelen.

Veranderende insteek landspecifieke aanbevelingen

De Commissie heeft de landspecifieke aanbevelingen in 2016 aangepast ten opzichte van eerdere jaren:

  • er is meer samenhang tussen de aanbevelingen voor de eurozone (in november van het jaar ervoor) en de aanbevelingen gedaan in het kader van het semester;
  • de Commissie richt zich meer dan voorheen op beleidsaanbevelingen die binnen achttien maanden kunnen worden gerealiseerd;
  • er is meer aandacht voor de aanpak van werkloosheid en de rol van sociale partners;
  • de Commissie kijkt in welke lidstaten de steunfondsen van de Europese Unie kunnen worden ingezet om hervormingen te bewerkstelligen en ondersteunen

In aanloop naar de publicatie van de landspecifieke aanbevelingen heeft de Commissie in maart en april 2016 meer contact gezocht met afzonderlijke regeringen, nationale parlementen en sociale partners.

Verdere stappen voor lidstaten uit de eurozone

Voor de eurozone†i gelden er strengere regels. Lidstaten moeten werk maken van de hervormingsvoorstellen, of anders zelf hervormingen doorvoeren die de economie versterken. Hiervoor is een speciale procedure bij macro-economische onevenwichtigheden†i in het leven geroepen, die voortbouwt op het semester. Als de lidstaat niet hervormt kan dat leiden tot een boete van 0,1 procent van het BNI†i.

2.

Europees semester voor 2019

Het Europees semester van 2019 begon in een context van gestage maar minder dynamische groei, die door grote onzekerheid wordt gekenmerkt. De Commissie bevestigt in haar dossier het bestaan van een bijzonder ernstige niet-naleving van het stabiliteits- en groeipact†i in het geval van ItaliŽ†i; Griekenland†i wordt voor het eerst geÔntegreerd in het Europees semester.

Er is al veel bereikt sinds 2014 maar er moet meer worden gedaan om inclusieve en duurzame groei en banencreatie te ondersteunen, en tegelijkertijd de economieŽn van de lidstaten veerkrachtiger te maken. Op het niveau van de EU moeten daarvoor de nodige besluiten worden genomen om de economische en monetaire unie verder te versterken.

Op nationaal niveau moet de huidige groeidynamiek dringend worden benut om begrotingsbuffers op te bouwen en de schulden terug te dringen. Bij investeringen en structurele hervormingen moet de focus worden gelegd op het stimuleren van de productiviteit en het groeipotentieel. Deze maatregelen zullen de voorwaarden voor duurzame macrofinanciŽle stabiliteit creŽren en bijdragen aan het concurrentievermogen van de EU op lange termijn. Daardoor worden dan weer de voorwaarden gecreŽerd voor meer en beter banen, grotere sociale rechtvaardigheid en een betere levensstandaard voor de Europeanen.

Nederland

In het landenrapport van 2019 is de Europese Commissie redelijk positief over het economisch klimaat van Nederland. Hoewel de economische groei iets lijkt te dalen, gaat het economisch gezien nog steeds goed. Waar het BNP in 2018 nog steeg met 2.5% zal het in 2019 naar verwachting met 1.7% stijgen. Het hoge aantal flexibele banen in Nederland is volgens de Commissie een risico voor de economische stabiliteit. Ook blijft de verwachte loonstijging uit en de markt wordt steeds krapper. Ook de hoge hypotheekschuld en de krapte in de huizenmarkt zijn volgens de Commissie een punt van zorg. De pensioenmarkt moet flexibeler, transparanter en eerlijker worden verdeeld over generaties.

Het rapport stelt dat een deel van de aanbevelingen uit 2018 door Nederland zijn opgevolgd. Op driekwart van de terreinen was er ten minste lichte vooruitgang te zien. Zo is er veel vooruitgang geboekt op het gebied van stimulering van Onderzoek & Ontwikkeling in zowel de publieke als private sector. Ondanks enkele maatregelen van de Nederlandse overheid om de problemen in de huizenmarkt aan te pakken en om het pensioenstelsel te hervormen valt er op deze terreinen nog veel te winnen.

Landspecifieke aanbevelingen

In juni 2019 publiceerde de Europese Commissie haar voorjaarspakket met landspecifieke aanbevelingen. In het rapport voor Nederland beveelt de Commissie de Nederlandse regering aan de schuldenlast voor huishoudens en de verstoringen op de woningmarkt te verminderen. Dit kan de Nederlandse regering onder andere doen door de ontwikkeling van de particuliere huursector te ondersteunen. Daarnaast adviseert de Commissie om een schokbestendiger en transparanter pensioensysteem te ontwikkelen, en de strijd tegen aggressieve belastingplanning voort te zetten.

De Commissie beveelt de Nederlandse regering ook aan om de prikkels voor zzp-ers te verminderen, voldoende sociale bescherming van zzp-ers te stimuleren en schijnzelfstandigheid aan te pakken. Ook adviseert de Commissie de investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie, hernieuwbare energie, en de aanpak van verkeersknelpunten te verhogen.

3.

Europees semester voor 2018

De Europese economie groeit en de werkgelegenheidscijfers hebben een recordhoogte bereikt. De Commissie waarschuwt echter voor handelsprotectionisme en onzekerheid op de financiŽle markten. In deze economische hoogtijd wil de Commissie daarom dat Europese landen zich wapenen tegen economische zwaktes door fiscale buffers op te bouwen. Ook wil de Commissie dat Europese lidstaten meer doen om hun markten open te stellen om voor nieuwe investeringen en banen te zorgen.

Voor 2018 heeft de Europese Commissie drie doelen gesteld. Deze doelstellingen spelen ook een belangrijke rol voor de Sociale Pijler†i.

  • investeringen aanjagen
  • structurele hervormingen
  • verantwoord begrotingsbeleid

Nederland

De Commissie is bezorgd over enkele macro-economische onevenwichtigheden in de Nederlandse economie. Het gaat daarbij primair om de toekomstbestendigheid van het pensioenstelsel, de onzekere arbeidsmarkt, de uitblijvende loonstijgingen en de hoge woonlasten en huizenprijzen

De aanbevelingen van vorig jaar zijn niet goed opgevolgd volgens de Commissie. Hierdoor blijft de arbeidsmarkt onzeker en blijven loonstijgingen achter. Ook zijn er geen hervormingen van het pensioenstelsel ondernomen.

4.

Meer informatie

Dossier Clingendael

Europese Commissie