Besluitvormingsprocedures in de Europese Unie - EU monitor

EU monitor
Vrijdag 13 december 2019
kalender

De Europese Unie i kent verschillende procedures om besluiten te nemen. Naast de gewone wetgevingsprocedure gelden er voor een aantal onderwerpen bijzondere wetgevingsprocedures. Daarnaast zijn er een aantal aparte procedures voor het vaststellen van afgeleide regelgeving.

1.

Gewone wetgevingsprocedure

2.

Bijzondere wetgevingsprocedures

De bijzondere wetgevingsprocedure is een verzamelterm voor een groot aantal besluitvormingsprocedures in de Europese Unie. Wat al deze procedures gemeen hebben is dat ze een uitzondering zijn op de gewone wetgevingsprocedure.

Per bijzondere wetgevingsprocedure wordt aangegeven welke rol de verschillende Europese instellingen hebben in de besluitvorming; wie voorstellen mogen doen, wie er over mogen meebeslissen, en hoe er over voorstellen gestemd wordt.

In de Europese verdragen i staat voor welke beleidsterreinen een bijzondere wetgevingsprocedure geldt.

De term 'bijzondere wetgevingsprocedure' is geïntroduceerd bij de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon i op 1 december 2009.

Overzicht bijzondere wetgevingsprocedures

  • instemmingsprocedure (AVC, APP)

    Deze procedure is één van de bijzondere wetgevingsprocedures i die in de Europese Unie gebruikt worden. De instemmingsprocedure wordt bij enkele belangrijke besluiten gebruikt, en voor een aantal zaken waar de lidstaten meer controle over willen houden. Het woord instemming slaat op de rol van het Europees Parlement i. Dat moet een voorstel goed- of afkeuren, maar mag geen wijzigingen aanbrengen.

  • open coördinatiemethode (OMC)

    Deze procedure is één van de bijzondere besluitvormingsprocedures i die in de Europese Unie gebruikt worden. De open coördinatiemethode (OCM) wordt gebruikt voor onderwerpen waar de lidstaten nog helemaal zelf over beslissen, maar wel hun beleid op elkaar willen afstemmen. Besluiten op basis van de open coördinatiemethode leiden dan ook niet tot bindende besluiten; de lidstaten kunnen niet aan de afspraken gehouden worden. De procedure is niet in de Europese verdragen i opgenomen.

De verschillende procedures voor het wijzigen van de Europese verdragen zijn:

  • raadplegingsprocedure (CNS)

    Deze procedure is één van de bijzondere wetgevingsprocedures i die in de Europese Unie gebruikt worden. De raadplegingsprocedure wordt vooral gebruikt voor politiek gevoelige zaken waar de verantwoordelijkheid voor beleid vooral bij de lidstaten i zelf ligt, en waar de lidstaten het bij Europese besluitvorming unaniem eens over moeten zijn.

  • Regelgevingsprocedure met toetsing (PRAC)

    Deze procedure bestond van 2006 tot 2009 voor quasi-wetgevende maatregelen. Ze kan niet meer worden gebruikt voor nieuwe wetgeving, maar is voorlopig nog van toepassing voor ruim 300 bestaande wetsteksten tot die formeel gewijzigd zijn.

De samenwerkingsprocedure (SYN) i wordt sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon niet langer gebruikt.

3.

Procedures voor afgeleide wetgeving

Wat al deze besluitvormingsprocedures gemeen hebben is dat ze alleen gebruikt worden voor wetgeving op basis van eerder genomen besluiten. Per procedure wordt aangegeven welke rol de verschillende Europese instellingen hebben in de besluitvorming; wie voorstellen mogen doen, wie er over mogen meebeslissen, en hoe er over voorstellen gestemd wordt.

In de Europese verdragen en nadere afspraken tussen de Europese instellingen staat voor welke soorten besluiten één van deze wetgevingsprocedure geldt.

Overzicht procedures voor afgeleide wetgeving

  • interinstitutionele niet-wetgevende procedures (meerdere) (NLE)

    Veel regelgeving in de Europese Unie is algemeen van aard en moet nog verder worden uitgewerkt. Dat wordt gedaan via afgeleide regelgeving. Hoe deze afgeleide regelgeving wordt vastgesteld, is afhankelijk van één van de drie procedures die daarvoor van toepassing zijn. Bij het vaststellen van afgeleide regelgeving moet de Europese Unie binnen de kaders blijven die in de algemene, primaire wetgeving zijn vastgesteld. Desalniettemin kan het nog steeds om belangrijke besluiten gaan.

  • sociaal protocol (PRT)

    De Europese Commissie i is verplicht om bij voorstellen op sociaal gebied de sociale partners bij de besluitvorming te betrekken. De rol van de sociale partners kan daarbij verder gaan dan alleen advisering: lidstaten i kunnen besluiten om de uitwerking van bepaalde wet- en regelgeving in handen te leggen van de sociale partners. Hierin verschilt het sociaal protocol met andere procedures voor het vaststellen van afgeleide wetgeving i. Het sociaal protocol is echter alleen mogelijk bij een beperkt aantal onderdelen van het sociaal beleid.

4.

Overige procedures

In gevallen waar groepen lidstaten verder willen gaan dan de huidige samenwerking voorzien de verdragen van een mogelijkheid daartoe. Nauwere samenwerking kent een eigen procedure, waaronder toetsing van de wens tot nauwer samenwerken aan bepaalde voorwaarden.

5.

Overige stappen bij besluitvorming

De Europese Commissie, de Raad van Ministers en het Europees Parlement kunnen besluiten voorafgaand of tijdens het formele besluitvormingsproces extra, informele, onderhandelingen te voeren. Deze overleggen worden in het jargon een triloog genoemd.

6.

Meer informatie